Toezeggingen oordeelvormende vergadering Ruimte over het onderwerp vvgb Strawinskystraat 2 Zutphen
Tekst van het document
Na aanleiding van de toezeggingen in de oordeelvormende vergadering Ruimte over het onderwerp “Verklaring van geen bedenkingen Strawinskystraat 2 Zutphen” van 27 november jl. en de vragen die daar gesteld zijn, is een en ander uitgezocht. 1. Waaibomen: ‘Waaibomen’ is een in de volksmond gebruikte term om hout- en/of boomsoorten van slechte kwaliteit mee aan te duiden. Het kan hierbij gaan om hout- en/of boomsoorten die te lijden hebben gehad onder de (weers)elementen, maar ook om snelgroeiende soorten, zoals enkele populieren- en wilgensoorten. Op het perceel aangaande Strawinskystraat 2 te Zutphen is géén sprake van waaibomen. 2. Bomenbehoud: Bij het opstellen van het erfinrichtingsplan van het perceel is ingezet op het behouden van zoveel mogelijk bomen. Het gaat hierbij in het bijzonder om bomen met een waardevolle status, een redelijke tot goede conditie en/of redelijke tot goede toekomstverwachting, zoals beoordeeld in de Bomeneffectanalyse (BEA). Er heeft meerdere malen overleg plaatsgevonden met de gemeentelijk landschapsarchitect, op basis waarvan het uiteindelijke erfinrichtingsplan is vastgesteld. Dit heeft onder andere een rol gespeeld bij het bepalen van de positie van de woonvilla zelf, alsook de positie van de fietsenstalling en de positie van de inrit.
Er is gepoogd een balans te vinden in het behouden van zoveel mogelijk bomen, maar ook zoveel mogelijk woonkwaliteit te kunnen garanderen. Hierbij geldt vanzelfsprekend dat de ontwikkelaar zich dient te houden aan de herplant- en/of instandhoudingsplicht. 3. Erfinrichtingsplan: Anterieur is het volgende vastgelegd aangaande erfinrichting: “Wat betreft de instemming met het erfinrichtingsplan geldt dat de Gemeente akkoord gaat met het erfinrichtingsplan, mits de Gemeente tijdens het omgevingsvergunningsproces meegenomen wordt bij beslissingen omtrent de peilhoogte in relatie tot het huidige maaiveld, de positionering van kabels, leidingen en riolering en het plan van aanpak aangaande de bouwactiviteiten. Aan de volgende voorwaarden moeten voldaan worden: a. Na toekenning van de omgevingsvergunning wordt tijdens het nutsoverleg tussen aannemer, gemeente en nutsbedrijven, de positie van de kabels, leidingen en riolering bepaald; b. Vóór de start van de bouw wordt in samenspraak met de gemeente de definitieve peilhoogte bepaald; c. Vóór de start van de bouw wordt in samenspraak met de gemeente de definitieve bouwplaatsinrichting bepaald; d. In alle gevallen geldt dat rekening gehouden dient te worden met de kroonprojecties van de bomen.” Tijdens deze momenten van samenspraak kan de gemeente, indien nodig geacht en naar eigen invulling, de plannen van de ontwikkelaar bijsturen.
Deze voorwaarden zijn specifiek vastgelegd voor deze ontwikkeling.