TOEGEVOEGD voor Forum 25 oktober Beantwoording technische vragen
Tekst van het document
Technische vragen GroenLinks Programmabegroting 2022-2025 1 Wat bedoelt het College met de formulering "Samen met de griffie organiseren ... wij het formatieproces en het inwerken van de nieuwe raad"? (p. 6) Antwoord: Na de verkiezingen start het formatieproces. Wij stellen vanuit de ambtelijke organisatie capaciteit beschikbaar voor de ondersteuning bij dit proces. Dit doen we in samenwerking met de griffie. Voor de (nieuwe) raadsleden wordt door de griffie in overleg met het presidium een inwerkprogramma gemaakt. Ook hiervoor bieden wij ondersteuning aan. 2 Welke subsidiebedragen voor Luxor en Bolwerck stelt het College voor ter uitvoering van amendement 2021-A0011 ("meer armslag" / "Het College gaat daarover in de uitvoering van deze cultuurnota met beide instellingen nader in welwillend gesprek en doet vervolgens aan de raad een voorstel.") Antwoord: Het college gaat ervan uit dat de raad vanuit de gevraagde €300.000 extra voor de cultuursector een voorstel formuleert om Dat Bolwerck en het Luxortheater extra te subsidiëren. Oorspronkelijk had het college in de begroting het volgende opgenomen: Voor Dat Bolwerck een extra subsidie van €23.000 in 2022, €46.000 in 2023 en voor de jaren 2024 en 2025 een bedrag van €69.000 extra. Voor het Luxor theater een extra subsidie van €15.000 in 2022, €30.000 in 2023 en voor de jaren 2024 en 2025 €45.000 extra.
Deze gereserveerde bedragen zijn n.a.v. het amendement teruggetrokken. 3 Hoe verhoudt besluitpunt 4 van het raadsvoorstel meerjarenbegroting (reserve Hanzehof €937.500, te dekken uit de algemene reserves) zich met (1) amendement 2021-A0007 ("In de begroting 2022 een reëel, specifiek en nauwkeuring bestemd bedrag op te nemen voor onderhoud en/of verbetering van gebouw de Hanzehof") en met (2) het in de voorjaarsnota voor het jaar 2022 genoemde bedrag van € 1.110.000 voor groot onderhoud en verduurzaming? Antwoord: De raad heeft per amendement besloten niet voor de komende vier jaren €937.500 te reserveren voor groot onderhoud maar dit alleen voor het jaar 2022 te gaan doen. Het bedrag van €937.500 is tot stand gekomen door de geplande uitgaven voor groot onderhoud te delen door 4 begrotingsjaren. In het eerste jaar was dan wat meer nodig dan de storting en de jaren daarna weer wat minder. Een negatieve reserve mag uitsluitend wanneer aangetoond kan worden dat de reserve de komende jaren weer positief wordt. Nu de raad heeft besloten om slechts voor 1 jaar middelen ter beschikking te stellen is er nog scherper gekeken naar de vraag wat in 2022 in ieder geval vanuit wettelijk oogpunt gedaan moet worden. Daarnaast worden alleen verduurzamingsactiviteiten uitgevoerd die een zogenaamde “no regret” kennen.
Gezien de besluitvorming door de raad is het college zeer terughoudend in de uitvoering van het groot onderhoudsplan. Dit betekent dat de voorgenomen storting van €937.500 waarschijnlijk ruim voldoende is voor 2021. Welk bedrag precies voor 2022 nodig is wordt nog berekend. 4 Wat zijn, per saldo, de formatie-gevolgen van de voorliggende programmabegroting? Anders geformuleerd: hoeveel FTE komt er per saldo bij? Antwoord: Het aantal toegekende fte is 22 waarvan 9 fte incidenteel is toegekend voor de periode 2022 en 2023.
5 Wat zijn voor 2022 - 2025 de te verwachten OZB inkomsten, rekening houdend zowel met nieuwbouw (o.m. Noorderhaven) als met de zeer grote stijging van de huizenprijzen? Antwoord: De OZB inkomsten zijn vooralsnog alleen verhoogd met de indexatie en komen daarmee op een geraamde opbrengst van €13.725.000. De gestegen waarde van de woningen heeft hierop geen invloed. Vooraf wordt bepaald wat de geraamde opbrengst moet zijn van de OZB. Indien er alleen sprake is van inflatiecorrectie wordt de stijging in de taxatiewaarden gecompenseerd met een lager tarief waardoor de opbrengst hetzelfde blijft met uitsluitend een inflatiecorrectie. Nieuwbouw zoals in Noorderhaven waarvan voorgaande jaren nog geen sprake was leidt wel tot een verhoging van de OZB-inkomsten. Voor het jaar 2021 is een OZB opbrengst geraamd van €13.309.000.
Technische vragen PvdA Gemeentebegroting 2022-2025
Lijst A 1. Waarom is de verhoging van de bijdrage aan de Strategische Board onvermijdelijk? Antwoord: De bijdrage van de strategische board is in onze begroting geraamd exclusief BTW. De strategische board ontvangt de bijdrage inclusief BTW. De BTW op de kosten van de strategische board van € 18.000 kunnen wij – volgens de regels – niet terug vorderen van het BTW compensatiefonds. De reden is dat de werkzaamheden van de Strategische Board niet alleen de gemeente Zutphen betreft. (de Board werkt nl. voor 8 gemeenten). Om het verschil op te vangen is een aanpassing van de begroting nodig ter grootte van € 18.000. Dit is onvermijdelijk om een tekort op te vangen. 2. Levert het fonds Gezamenlijke Gemeentelijke uitvoering (GGU) ook voordelen op? Antwoord: Gemeenten zijn gesteld voor grote maatschappelijke en organisatorische opgaven. Een aantal daarvan is beter te realiseren door gezamenlijk op te trekken. Daarom zijn gemeenten in 2018 gestart met de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU), waarvoor er jaarlijks een fonds bij VNG beschikbaar wordt gesteld voor de financiering van collectieve activiteiten om de uitvoering in alle gemeenten te versterken. Het voordeel is in die zin niet direct zichtbaar maar indien de gemeente Zutphen het zelfstandig uitvoert de kosten (veel) hoger zijn. 3.
Waarom gaat de gemeentelijke bijdrage aan Tribuut omhoog met structureel meer dan 100.000 euro? Antwoord: De stijging wordt veroorzaakt door het vervallen van het opstartbudget voor Tribuut waardoor inhuur en ICT niet meer financieel gedekt kunnen worden. Hierdoor nemen de bijdragen van de aangesloten gemeenten toe. De begroting van Tribuut is behandeld in de raad van 31 mei 2021. 4. Waarom is extra formatie HRM en bestuursondersteuning onvermijdelijk? Wat gebeurt er als dit niet door zou gaan? Extra formatie HRM: onvermijdelijk: er gaan bij HRM mensen met het generatiepact. Dat is een regeling voor mensen vanaf 60 jaar waarbij ze minder kunnen gaan werken. De bedoeling is dan ook ruimte te maken voor een startende medewerker. Voor HRM was al
eerder geconstateerd dat op de advieskant de hoeveelheid werk te hoog is voor de capaciteit die er is. Met deze aanvraag worden de twee zaken gecombineerd. Vervanging bestaande formatie en tegelijk het aanpakken van het teveel aan werk. Wat gebeurt als dit niet door zou gaan: Als deze aanvraag niet wordt gehonoreerd lopen wij het risico dat uit te voeren activiteiten, waaronder wettelijke taken, niet of te laat worden uitgevoerd. Onvermijdelijk: Op dit moment is er beperkte ondersteuning voor bestuur, directie en management. Dit is al enige tijd het geval en dat maakt een (beperkte) uitbreiding van de formatie onvermijdelijk. Wat gebeurt als dit niet door zou gaan: Bestuur/ directie en management worden onvoldoende ondersteund waardoor de uitvoering van taken problemen gaan ondervinden hetgeen op wat langere termijn schade gaat opleveren. Daarnaast gaat het problemen opleveren voor de dienstverlening. 5. Waardoor nemen de kosten PlusOV toe met 49.000 euro? Antwoord: De begroting voor 2022 betreft de huidige begroting plus de indexering. De stijging zit nagenoeg geheel in de vervoerskosten. De vervoerskosten van het vraagafhankelijke vervoer zijn opnieuw berekend. In de begroting is vanaf 2022 gerekend met de nieuwe vervoerskosten op basis van de aanbesteding in het vraagafhankelijke vervoer. De kosten kwamen hoger uit dan in het huidige contract.
Tevens vindt er een afbouw van de provinciale subsidie plaats van 2021 t/m 2023, waardoor de bijdrage van de gemeenten hoger worden. 6. Waarom is 98.000 euro structureel voor de regionale programmabegroting onvermijdelijk? Antwoord: Bijdrage regio is verhoogd door indexering, toename taken jeugdbeschermingstafel, herstel uren toezicht, (verplicht) regionaal expertteam en tevredenheidsonderzoek hulpmiddelen. Ook wordt samen met de regio gewerkt aan optimalisatie/vernieuwing van de inkoop.
7. In welke orde van grootte kan het woonplaatsbeginsel tot een knelpunt leiden, wanneer de effecten niet budgettair neutraal zijn? Antwoord: De simulatie van het rijk geeft aan dat voor Zutphen geldt dat er 40 kinderen naar een andere gemeente gaan en er 85 bijkomen. Dat betekent dat er netto 45 kinderen met verblijf bijkomen. Hier ontvangen wij binnen de algemene uitkering extra middelen voor. Op dit moment zijn we aan het onderzoeken om welke kinderen het gaat en of het aantal uit de simulatie klopt. Als we rekenen met een gemiddelde jaarprijs voor verblijf van € 100.000 dan komen we bij 45 kinderen uit op €4.500.000 miljoen aan extra kosten. In de Algemene Uitkering 2022 is een compensatie opgenomen van €650.000. Het is gewenst om alle casussen te onderzoeken om te beoordelen of er mogelijkheden zijn voor afschaling en/of zorg dichterbij (conform het project van residentieel naar tussenvormen). Conform de uitgangspunten van het Woonplaatsbeginsel wordt uitgegaan van budgettaire neutraliteit. Vanzelfsprekend gaan wij dit zeer secuur monitoren omdat bij een verschil van €3.850.000 er natuurlijk geen sprake is van budgettaire neutraliteit wat ons wel is toegezegd.
8. Waarom is de extra fte voor Schuldverlening niet structureel? Gaat het om een tijdelijke inzet? Antwoord: De extra FTE uitbreiding wordt eerst ingezet voor een periode van 2 jaar. Toezicht en Handhaving op zorgfraude is lokaal gezien een nieuwe taak. Deze periode geeft gelegenheid tussentijds te evalueren en rapporteren. Op basis van de resultaten kan bepaald worden of de rol structureel ingevuld wordt. Ook de wisselwerking van lokaal en regionaal georganiseerde toezicht en handhaving moet op dit vlak goed bekeken worden en speelt hierbij een belangrijke rol.
Lijst B 9. Waarom is de uitgave aan Common Ground onvermijdelijk? Welke risico ontstaan er, wanneer we dat niet doen? Antwoord: Common Ground is de door VNG begeleide nieuwe gemeentelijke IT-architectuur. Als Zutphen niet goed aanhaakt op Common Ground, zal onze specifieke software vast nog blijven werken, maar worden koppelingen tussen omgevingen steeds ingewikkelder en risicovoller en ontkomen we niet aan marktdominant gedrag van leveranciers/investeerders dat ons veel geld gat kosten. 10. Waarop is de kostenstijging in het sociaal domein gebaseerd? Gaat het om indexatie, of ook andere onvermijdelijke effecten? Antwoord: De kostenstijging WMO komt door een aantal maatschappelijke ontwikkelingen: effect corona op inzet, de invoering van het abonnementstarief, dubbele vergrijzing , langer zelfstandig thuis wonen, AMvB reële tarieven WMO en toenemende druk op mantelzorgers. De kostenstijging Jeugd is inderdaad de indexatie. De berekening is gebaseerd op de prognose in Burap-1.
Lijst D 11. Waarvoor is het uitvoeringsbudget Fysieke Domein bedoeld (structureel 140.000 euro extra)? Antwoord: Het uitvoeringsbudget Fysieke Domein wordt gebruikt als flexibele schil voor fysieke projecten. Dit uitvoeringsbudget wordt met name aangewend om de diverse verkeersknelpunten op te lossen waarvoor jaarlijks €500.000 gestort wordt in de reserve. 12. Waarom is de formatie-uitbreiding in het sociaal domein op drie onderdelen (Gelre Werkt, klantregie, toegang niet-wettelijk) tijdelijk en niet-structureel? Antwoord: De motivatie hiervoor is dat het gaat om tijdelijke projecten die zullen worden afgerond of om onderdelen die aan verandering onderhevig zijn waardoor de benodigde structurele capaciteit op dit moment nog lastig in te schatten is. Specifieker geldt voor het onderdeel Gelre Werkt dat het gaat om tijdelijke projecten die binnen bepaalde tijd worden afgerond en gaat over inzet met het oog op het realiseren van veranderingen in de arbeidsmarkt en de noodzakelijke omslag in de benodigde begeleiding. Bij Klantregie biedt de tijdelijke inzet de gelegenheid om te verkennen op welke wijze de gemeente invulling wil geven aan de vervolgcontacten P-wet en wat dit vraagt op structurele termijn. Bijkomend daarbij is dat de ontwikkeling van het bijstandsvolume lastig op voorhand te voorspellen is. Landelijke prognoses gaan uit van een toename, maar de mate
waarin die toename zich daadwerkelijk voor zal doen in gemeente Zutphen is onzeker. De ontwikkeling is niet structureel, maar fluctueert en wordt in hoge mate beïnvloed door het economisch klimaat. De tijdelijke capaciteitsuitbreiding biedt de mogelijkheid om de verwachte toename op te vangen en tegelijkertijd te volgen wat de ontwikkeling is. Tot slot, houdt een deel van de capaciteitsuitbreiding bij Klantregie ook verband met de inzet op collegiale (kwaliteits)toetsing, die eind 2020 is ingevoerd en nog geëvalueerd wordt (en mogelijk bijgesteld wordt) en de projectmatige inzet op een wijkgerichte project in het Waterkwartier. Ook deze ontwikkeling willen we in 2022-2023 volgen. Vragen n.a.v. de programmabegroting 2022 - 2025 Pagina 28 13. Waarom gaan uitgaven aan veiligheid na 2022 omlaag? Antwoord: In 2022 is incidenteel € 100.000 beschikbaar voor een projectleider in het kader van ondermijning. Pagina 44 14. Waarom gaan uitgaven milieu omlaag van 1.87 miljoen euro in 2020 naar 1.13 miljoen in de jaren daarna? Antwoord: De incidentele uitgaven, die gedekt worden door een reserve of bijdrage van de provincie, worden niet opgenomen in de primitieve begroting. Bij de jaarrekening wordt bekeken of alle werkzaamheden zijn uitgevoerd en anders worden ze overgeheveld en dan opgenomen in de begroting. Pagina 122: 15.
Waarom neemt het eigen vermogen van de VNOG in een jaar toe van 9,1 miljoen naar 14,5 miljoen euro? Antwoord: Per abuis is het eigen vermogen van de VNOG van 31-12-2020 in de paragraaf verbonden partijen opgenomen. Het juiste bedrag is € 8.776.000. Dus een verschil van € 340.000 Pagina 123: 16. Is het een risico dat het eigen vermogen van Plus OV afneemt naar 350.000 euro, terwijl het vreemd vermogen toeneemt naar 4,1 miljoen euro? Is der solvabiliteit van PlusOV toereikend? Antwoord: Dit is geen risico. Het vreemd vermogen betreft grotendeels crediteuren (vervoerders) die nog moeten worden betaald. Deze worden in het begin van het volgend jaar daadwerkelijk betaald. De kosten zijn al opgenomen in de administratie en PLUSOV is genoeg liquide. Per kwartaal ontvangen zij bijdragen van de deelnemende gemeenten. Pagina 144: 17. Waarom zijn er geen onttrekkingen begroot uit de reserves BWS-rente kasmiddelen, BWSrenteverschil en reserve Vitale Stad? Antwoord: De reserve BWS is leeg per 31 december 2021. De andere twee reserves zijn nog geen besluiten genomen om gebruik te maken van de reserve. De reserve BWS-rente kasmiddelen wordt aangehouden om uitvoering te gaven aan de Woonvisie Zutphen: “daar wil ik wonen”. De reserve Vitale stad is bestemd voor fysieke projecten die vallen binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke ISV-regelingen.
Pagina 154: 1. Waardoor nemen de lasten van WMO vervoer structureel met ongeveer 500.000 euro toe vanaf 2022? Antwoord: In de nieuwe opzet van de programmabegroting heeft een verschuiving over de taakvelden plaatsgevonden waardoor de verdeling van de salarissen is gewijzigd. De salarissen op taakveld 6.2 wijkteams zijn verdeeld over diverse producten waaronder product 625. 2. Waarom piekt het minimabeleid met 5,5 miljoen euro in 2021 en gaat het daarna terug naar 3,2 miljoen euro (400.000 euro onder het niveau van 2020)? Komt dit door tijdelijk effect Corona-steun? Antwoord: In de nieuwe opzet van de programmabegroting is de verdeling van de salarissen over de taakvelden anders ingedeeld. De salarissen op taakveld 6.3 inkomensregelingen zijn verdeeld op product 608 en 610 en niet meer op 605. De begroting van 2021 is niet aangepast op nieuwe indelingen.
3. Waardoor neemt huishoudelijke zorg toe van 4,5 miljoen euro naar 6 miljoen euro? Antwoord: De stijging wordt veroorzaakt een toerekening van salariskosten van € 700.000 en de overige stijging wordt grotendeels veroorzaakt door indexatie 4,8%, kostenstijging 8% door vergrijzing, inhaaleffect corona en aanzuigende werking van het abonnementstarief.
Pagina 160: 4. Wat is de uitkomst op de verplichte indicator formatie per inwoner in fte? Antwoord: 11,6 (zie ook overzicht beleidsindicatoren).
Technische vragen VVD Programmabegroting 2022-2025 Per 1 januari 2022 zal een nieuwe wet in werking treden omtrent de toepassing van het woonbeginsel inzake het sociaal domein, met name voor wat betreft de Jeugdzorg. Is in de begroting 2022-2025 reeds rekening gehouden met gewijzigde aanspraken door toepassing van de nieuwe wet ? Welke gevolgen kunt u voorzien, zullen deze voor- of nadelig zijn in financieel opzicht? Antwoord: De simulatie van het rijk geeft aan dat voor Zutphen geldt dat er 40 kinderen naar een andere gemeente gaan en er 85 bijkomen. Dat betekent dat er netto 45 kinderen met verblijf bijkomen. Hier ontvangen wij binnen de algemene uitkering extra middelen voor. Op dit moment zijn we aan het onderzoeken om welke kinderen het gaat en of het aantal uit de simulatie klopt. Als we rekenen met een gemiddelde jaarprijs voor verblijf van € 100.000 dan komen we bij 45 kinderen uit op €4.500.000 miljoen aan extra kosten. In de Algemene Uitkering 2022 is een compensatie opgenomen van €650.000. Het is gewenst om alle casussen te onderzoeken om te beoordelen of er mogelijkheden zijn voor afschaling en/of zorg dichterbij (conform het project van residentieel naar tussenvormen). Conform de uitgangspunten van het Woonplaatsbeginsel wordt uitgegaan van
budgettaire neutraliteit. Vanzelfsprekend gaan wij dit zeer secuur monitoren omdat bij een verschil van €3.850.000 er natuurlijk geen sprake is van budgettaire neutraliteit wat ons wel is toegezegd.