TOEGEVOEGD Memo aan de raad Saldo programmabegroting 2026-2029 (zaak 1107126)
Tekst van het document
OPENBAAR
Memo (Forum / raad) Invulinstructie Aan
: De gemeenteraad
Van
: Het college van burgemeester en wethouders
Datum
: 26 augustus 2025
Doel:
: Informeren
Onderwerp
: Saldo programmabegroting 2026-2029 (zaak 1107126)
Inlichtingen bij
: Rick Boersma, team Concerncontrol
Nummer toezegging:
Kennisnemen van Het verwachte saldo van de programmabegroting 2026-2029, inclusief de mutaties die hebben plaatsgevonden tijdens het zomerreces. Inleiding Normaliter stelt de raad de voorjaarsnota vast vóór het zomerreces en stellen wij op basis daarvan de programmabegroting op. De saldo’s van de programmabegroting en de voorjaarsnota sluiten echter nooit één op één op elkaar aan. Dit komt doordat sommige onderdelen pas na het opstellen van de voorjaarsnota bekend worden. Aangezien de voorjaarsnota dit jaar is opgesteld inclusief de meicirculaire en na het zomerreces wordt vastgesteld, willen wij u meenemen in de mutaties tussen het saldo van de voorjaarsnota en dat van de programmabegroting. Op deze manier beschikt u als raad over de meest actuele informatie bij het vaststellen van de Voorjaarsnota 2025. Inhoud In dit memo nemen wij u stap voor stap mee langs de belangrijkste onderdelen die leiden tot de wijziging van het saldo van de Voorjaarsnota 2025 naar dat van de programmabegroting 2026-2029. Dit saldo kan nog wijzigen wanneer de raad amendementen of moties aanneemt bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025. Mutaties begin saldo In het beginsaldo zijn altijd enkele kleine correcties verwerkt, zoals aanpassingen in renteberekeningen op investeringen en het uitgangspunt in de voorjaarsnota dat 2029 start met het saldo van 2028.
Door het uitgangspunt in de voorjaarsnota wordt het saldo in het laatste jaar (2029) positief beïnvloed. Dit leidt tot een positief effect van circa €3,3 miljoen. In tabel 1 is het overzicht per jaar opgenomen van deze correcties, waarmee het beginsaldo van de programmabegroting inzichtelijk wordt gemaakt.
Tabel 1 – Startsaldo programmabegroting 2026-2029 2026 Saldo voorjaarsnota 2025 195.701 Correcties 17.299 Start Programmabegroting 2026-2029 213.000
2027 2.635.901 10.799 2.646.700
2028 5.173.901 23.999 5.197.900
2029 5.291.901 3.315.599 8.607.500
Kapitaallasten Zoals toegelicht tijdens de beeldvormende vergadering op 11 juli 2025, kunnen wij op basis van de vastgestelde jaarrekening de definitieve rentepercentages berekenen die wij moeten hanteren voor onze kapitaallasten (afschrijvingskosten). De afgelopen jaren hebben wij, ondanks een stijgende waarde van onze boekwaarde door investeringen, geen leningen aangetrokken maar wel afgelost. Hierdoor daalde de rente, wij verwachten echter in de toekomst wel nieuwe leningen moeten af te sluiten. Daarnaast is het lenen van geld op de kapitaalmarkt door een gestegen rente duurder dan enkele jaren geleden. Door deze twee factoren neemt de rente die wij hanteren toe: van 1% naar 1,47%. In tabel 2 is het aangepaste saldo weergegeven, inclusief het effect van deze gewijzigde rente. Tabel 2 – Effect kapitaallasten Start Programmabegroting 2026-2029 Effect kapitaallasten Saldo
2026 213.000 -545.100 -332.100
2027 2.646.700 -974.900 1.671.800
2028 5.197.900 -1.090.000 4.107.900
2029 8.607.500 -912.100 7.695.400
Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn gebeurtenissen of kostenposten die niet bekend waren ten tijde van het opstellen van de Voorjaarsnota 2025. Waar het bedrag aan autonome ontwikkelingen in 2026 en 2027 relatief beperkt blijft, zien we in 2028 en 2029 een aanzienlijke stijging. Dit wordt deels veroorzaakt door structurele loonkosten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen, waarvoor in 2026 en 2027 nog subsidie beschikbaar is. Of het Rijk deze subsidie in 2028 en 2029 blijft verstrekken, is nog onbekend. Zodra hierover duidelijkheid is, zullen wij hierop anticiperen in de begroting. In 2029 is daarnaast een jaarlijkse indexatie van circa €550.000 opgenomen, dit hangt samen met het uitgangspunt dat in de voorjaarsnota 2029 gelijk is aan 2028. Tabel 3 laat deze effecten en hun impact op het saldo zien. Tabel 3 – Effect autonome ontwikkelingen Saldo Autonome ontwikkelingen Saldo
2026 -332.100 -41.700 -373.800
2027 1.671.800 3.100 1.674.900
2028 4.107.900 -364.300 3.743.600
2029 7.695.400 -918.500 6.776.900
Budgetaanpassingen gemeenschappelijke regelingen De budgetaanpassingen van de gemeenschappelijke regelingen ontvangen wij traditioneel tijdens het zomerreces. In de voorjaarsnota is rekening gehouden met onze eigen indexatie en reeds bekende posten. In 2026 zijn de afwijkingen gering, maar vanaf 2027 worden de verschillen groter. Dit komt onder andere door tekorten bij de VNOG (circa €127.000) en de ODA (circa €180.000). Tegen de begroting van de ODA is een zienswijze ingediend. In tabel 4 zijn de effecten weergegeven op het saldo van de programmabegroting.
2
Tabel 4 – Budgetaanpassingen gemeenschappelijke regelingen 2026 2027 Saldo -373.800 1.674.900 Budgetaanpassingen GR 1.200 -307.300 Saldo -372.600 1.367.600
2028 3.743.600 -307.300 3.436.300
2029 6.776.900 -307.300 6.469.600
Aanpassingen baten In de voorjaarsnota is uitgegaan van een stijging van de baten op basis van de indexeringspercentages. Tijdens het zomerreces is aanvullende informatie beschikbaar gekomen over de verwachte meeropbrengsten uit OZB en precariobelasting. Dit betreffen bijvoorbeeld nieuw gerealiseerde woningen. Het totaalbedrag is circa €140.000. Daarnaast verwachten wij een stijging van circa €50.000 in de dividenduitkeringen en is het definitieve bedrag van het BTW compensatiefonds vastgesteld op €1.000.000 (was: €800.000). In tabel 5 zijn deze effecten verwerkt in het saldo van de programmabegroting. Tabel 5 – Aanpassing baten en verwacht saldo Programmabegroting 2026-2029 2026 2027 2028 Saldo -372.600 1.367.600 3.436.300 Ontwikkelingen baten 390.000 390.000 390.000 Saldo Programmabegroting 2026-2029 17.400 1.757.600 3.826.300
2029 6.469.600 390.000 6.859.600
Tot slot Het verwachte saldo voor 2026 is in de programmabegroting lager dan eerder ingeschat in de Voorjaarsnota 2025. Ondanks dit lagere saldo is er vanaf 2027 sprake van een structureel sluitende begroting. Daarmee beschikken wij over een gezonde financiële uitgangspositie om te kunnen blijven investeren in onze gemeente. Vervolg Na het vaststellen van de Voorjaarsnota 2025 stellen wij de Programmabegroting 2026-2029 op, waarbij de in dit memo genoemde effecten worden verwerkt. Bijlagen Geen
3