TOEGEVOEGD Beantwoording vragen D66 over de Jaarrekening
Tekst van het document
1. Hoeveel is door het Rijk extra als corona compensatie gegeven voor re-integratiekosten? Het kabinet stelt in 2020 en 2021 extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden beschikbaar (€ 40 miljoen in 2020; € 90 miljoen in 2021 inclusief afdracht aan het BTWCompensatiefonds). Daarnaast ontvangen gemeenten in 2021 een tijdelijk impuls voor re-integratie (€ 50 miljoen inclusief afdracht aan het BTW-Compensatiefonds). Het effect voor Zutphen is een bijdrage van € 169.000 in 2020 en € 389.000 in 2021 voor re-integratie bijstandsgerechtigden en voor de impuls € 207.500 in 2021. Voor de sociale werkbedrijven is een corona compensatie verstrekt, voor Zutphen in totaal € 753.491 in 2020 met het volgende doel: als gevolg van het coronavirus zijn de Sociale Werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een Sociale Werkbedrijf worden gefinancierd. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten financiële gevolgen hebben van de coronacrisis. Het kabinet heeft daarom besloten de integratie-uitkering Participatie, onderdeel Wet sociale werkvoorziening op te hogen. 2.
Daarnaast is de vraag hoeveel er extra aan re-integratie is ingezet in 2020? In 2020 hebben we de basisdienstverlening voor re-integratie aan uitkeringsgerechtigden zoveel mogelijk op peil gehouden. Als gevolg van de coronamaatregelen waren een aantal voorzieningen echter slechts beperkt inzetbaar, denk hierbij aan werkprojecten in horecagelegenheden. Daarnaast was er als gevolg van de steun maatregelen vanuit het Rijk een lagere instroom in de bijstand in vergelijking met eerdere jaren. De extra middelen zijn grotendeels gereserveerd voor corona-compensatie. In 2020 heeft GelreWerkt! een aantal werkgevers gecompenseerd waar medewerkers gedetacheerd zijn uit de sociale werkvoorziening. Compensatie kon onder andere worden aangevraagd als bedrijven tijdelijk waren gesloten als gevolg van coronamaatregelen of als medewerkers niet konden werken omdat zij tot de risicogroep behoren. Voor 2021 verwachten we een groter beroep op re-integratievoorzieningen. De voorlopige prognose is dat we uitkomen met het geraamde re-integratiebudget. Mocht er zicht komen op een overschrijding van het budget dan melden we dit in de bestuursrapportage. Voor 2022 is extra begrotingsruimte gevraagd in verband met de inzet van jobcoaches op de werkplekken. 3.
Wat heeft het onderzoek sluitende infrastructuur voor arbeidsmatige dagbesteding, beschut werk, werkervaringsplekken en reguliere werkplekken aan inzichten en concrete vervolgstappen opgeleverd? Het college heeft op 11 mei 2021 het beleidsonderzoek ‘Maatwerk en begeleiding naar Waardevol Werk’ vastgesteld. Deze is ter kennisname aan de raad verzonden. Uit het onderzoek blijkt dat: Een sluitende infrastructuur van voorzieningen bijdraagt aan een inclusieve arbeidsmarkt. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen; Doorontwikkeling van beschutte werkplekken wenselijk is; Het financieel kader van een sluitende keten van voorzieningen vraagt om aanvullend onderzoek; Een integraal sociaal domein biedt meer mogelijkheden om te participeren. Concrete vervolgstappen: - Toevoegen van product arbeidsmatige dagbesteding aan raamovereenkomst Wmo -> Het WerktMee product is inmiddels toegevoegd. - Onderzoeken van mogelijkheden voor het opzetten van een ‘werkhuys’ -> Bestuursopdracht Sociaal Ontwikkelbedrijf is door het college vastgesteld. - Podium bieden voor inclusieve werkgevers -> werkgevers die voldoen aan SROIverplichtingen worden actief onder de aandacht gebracht. - Maak en plan voor ondergrens vraagstuk Wsw -> wordt meegenomen in sociaal ontwikkelbedrijf.
Onderzoek de mogelijkheden van een arbeidsdiagnosecentrum -> idem Lange termijn aanbevelingen, vanaf 2022. Zie beleidsonderzoek. In het najaar van 2021 wordt de raad meegenomen in de oprichting van het sociaal ontwikkelbedrijf.