TOEGEVOEGD Beantwoording technische vragen VVD over Programmabegroting 2023
Tekst van het document
Schriftelijke vragen VVD-fractie betreffende de Programmabegroting 2023 – 2026 Geacht college van B&W, Naar aanleiding van de geleverde programmabegroting 2023 – 2026 en de geboden mogelijkheid om schriftelijke (technische) vragen te stellen, heeft de VVD-fractie de volgende technische vragen: 1.
Tijdens de technische vragen op 13 oktober werd bekend gemaakt dat de septembercirculaire, welke nog niet is verwerkt, een extra bedrag van 1.800.000 euro toebedeeld waarvan 1.000.000 euro voor de hogere energiekosten. Deze 1.000.000 euro als aanvullende buffer voor de energiekosten die nog moet worden verwerkt lijkt bovenop de gestelde buffer van 1.000.000 euro (zie Noodzakelijke mutaties Bedrijfsvoering voorstel 22) te worden geplaatst. Klopt dit? Zo ja, wat is hiervan de noodzaak? Antwoord: In de septembercirculaire is een bedrag van € 1.000.000 opgenomen voor prijscompensatie (niet specifiek voor energie). De septembercirculaire maakt geen onderdeel uit van de programmabegroting 2023-2026. Concreet betekent dit dat de €1.000.000 vanuit de Septembercirculaire niet wordt verwerkt in de meerjarenbegroting 2023 – 2026. Het begrotingsbeleid van de gemeente Zutphen is dat de meicirculaire 2022 wel wordt meegenomen in de programmabegroting maar de septembercirculaire 2022 niet.
2.
In Noodzakelijk voorstel Sociaal Domein 7 staat dat de NEA indexering deels komt door te hoge brandstofprijzen. Hoeveel beslaat dit aan extra kosten die met deze 104.300 gedekt moeten worden? Antwoord: Het bedrag van € 118.600 moeten worden gedekt door de aanvraag van € 104.300. Zonder de stijging van 8,5% van de NEA index was de raming € 14.300 lager geweest.
3.
In Noodzakelijk voorstel Ruimte en Economie 12 staat dat de Olie en Brandstof indexering komt door de hogere energieprijzen. Gezien de extra buffer van 1.000.000 euro die nog niet verwerkt is, is dit voorstel met terugwerkende kracht overbodig? Antwoord: De septembercirculaire maakt geen onderdeel uit van de programmabegroting. Zie beantwoording onder vraag 1. Het noodzakelijke voorstel 12 brandstoffen en olieproducten tractie is verwerkt in de extra indexering van € 2.500.000.
4.
Met de 1 miljoen euro buffer die nog wordt verwerkt in de begroting om tekorten in energiekosten te dekken, vervalen gezien bovenstaande vragen mogelijkerwijs de mutatievoorstellen: a. Noodzakelijk Sociaal Domein voorstel 7 (bedrag onbekend, zie vraag 2); b. Noodzakelijk Ruimte en Economie voorstel 12 (bedrag van 25.000 euro); Is dit zo? Zo ja, zijn er meer voorstellen die zouden kunnen vervallen? Zo nee, welke voorstellen zijn nog steeds van toepassing en waarom? Antwoord: De voorstellen zijn nog steeds van toepassing. Ze maken onderdeel uit van de extra indexering van 2.500.000. De septembercirculaire maakt geen onderdeel uit van de programmabegroting 2023-2026. (zie antwoord vraag 1)
5.
Stichting Perspectief krijgt volgens de begroting ruim 60.000 euro extra aan subsidie ten opzichte van de begroting voor 2022. Nu is het zo dat de ophoging van budget in het kader van Wijkgericht werken (zie Mutatievoorstel coalitieakkoord Bedrijfsvoering voorstel 8) eenzelfde soort bedrag bedraagt. Is dit met elkaar gerelateerd? Zo nee, wat is dan de reden dat Perspectief er een bedrag bij krijgt? Antwoord: Het bedrag van Wijkgericht werk is voor de bestuursopdracht wijkgericht werken en inwonerparticipatie. De verhoging van € 68.000 bij stichting Perspectief heeft te maken met 2,5% indexering.
6.
Klopt het dat, als we de voorstellen noodzakelijk, de voorstellen coalitieakkoord, de technische mutaties en de ophoging budget Jeugd en de rekenmethode Jeugd optellen, van deze extra uitgaven 47,6% in 2023 tot 69,4% in 2026 naar het Sociaal Domein gaat? Antwoord: De mutaties in de begroting bestaan voor 47,6% uit het sociaal domein. 53,4% van de totale begroting zijn taken van het sociaal domein. De omvang van de mutaties verhouden zich dus tot het totaal.
7.
De Stichting Buurthuis de Hoven heeft eerder een plan gemaakt, waarbij zij 400.000 euro extra vroeg aan de gemeente. Nu lezen we in de begroting dat de gemeente dit initiatief wil ondersteunen en een financiële bijdrage wil leveren. Een concreet bedrag is echter niet genoemd. De VVD heeft hier de volgende vragen over: a. Wat is de reden dat er nog geen bedrag is opgenomen terwijl er al wel een plan ligt, zoals bij verschillende collegevoorstellen wel het geval is? b. Hoe staat het inmiddels met de voortgang van dit plan? c. Wordt er rekening gehouden met de stijging van de kosten als gevolg van de inflatie? Zo ja, hoe is de gemeente van plan dit op te vangen? Antwoord: Dit betreft geen technische vraag, wij verzoeken u deze vraag aan het college te stellen.
8.
Het college heeft het voornemen voor het opstellen van een sociaaleconomische visie, waarbij we vooral kijken hoe we de werkgelegenheid vergroten. Wordt in deze visie ook een investeringsplan opgesteld en wordt er ook gekeken hoe we werkzoekenden naar deze banen kunnen begeleiden? Antwoord : Dit betreft geen technische vraag, wij verzoeken u deze vraag stellen aan het college te stellen.
9.
Er worden verschillende investeringen gedaan in de organisatie, waaronder de samenstelling van het ambtenarenapparaat. Wat ligt hierachter ten grondslag? Zijn er plannen of visies over de gemeentelijke organisatie die tot deze investeringen hebben geleid, of is er vooral gekeken naar welke wensen er momenteel per beleidsterrein zijn? Antwoord: De wijziging van de omvang van de ambtelijke organisatie heeft als basis de diverse plannen voortkomend vanuit het Coalitieakkoord. In bepaalde gevallen is hiervoor extra capaciteit nodig om de plannen ook inderdaad naar acties te kunnen omzetten. Daarnaast is er sprake van onderbezetting bij enkele reguliere taken. Ook dat heeft geleid in een aanpassing van de formatie.
De VVD-fractie dankt college en ambtelijke organisatie alvast voor de beantwoording van de vragen. In afwachting van uw reactie, Met vriendelijke groet, Jorn Lok Fractievoorzitter VVD
Laura Werger Raadslid VVD
Henk-Jan Hulleman Forumlid VVD