TOEGEVOEGD Aanvullend memo over dekking beleid schuldhulp n.a.v. Forum 10 mei 2021
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00282
GOEDGEKEURD Vergadering van 25 mei 2021 Team Inkomen
Aanvullend memo over dekking beleid schuldhulp 2022-2024 - Besluitvormend
Zaaknummer: 183225 Portefeuillehouder: Laura Werger Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Harry Matser, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit het Forum te informeren over de afdoening van Forum toezegging nummer 21-04 over de dekking van het nieuwe beleid schuldhulp conform bijgevoegd memo.
Besluitpunt 2 Het college besluit de bijgevoegde memo, conform toezegging, tevens door te zenden naar de Raad ten behoeve van de vaststelling van de beleidsnota Passende schuldhulp.
Bijlagen 1.
Raadsmemo dekking beleid schuldhulp.pdf
1/5
OPENBAAR
Memo (Forum / raad) Aan
: Het Forum
Van
: Het college van burgemeester en wethouders
Datum
: 25 mei 2021
Doel:
: Afdoening toezegging Forum
Onderwerp
: Dekking nieuw beleid schuldhulp
Inlichtingen bij
: C.Verkuylen
Nummer toezegging: 21-04
Inhoud In het Forum van 10 mei 2021 over het vaststellen van de beleidsnota Passende schuldhulp is door ons college de toezegging gedaan om in een aanvullend memo (globaal) aan te geven waar op termijn dekking gevonden kan worden voor het voorstel en waar het zichzelf terugverdient. Dit memo wordt conform de toezegging aan het Forum toegevoegd aan de beleidsnota die ter vaststelling aan uw raad wordt voorgelegd. Extra benodigde dekking In de beleidsnota is aangegeven dat voor de jaren 2022-2024 naar verwachting een dekking van jaarlijks € 300.000,- gevonden moet worden (voor 2021 is er dekking, zoals aangegeven in de nota). Dat bedrag is gebaseerd op een verwachte toename van het aantal dossiers voor schuldhulp als gevolg van de effecten van vroegsignalering en een laagdrempelige schuldhulp. De aanname hierbij is dat we méér inwoners éérder bereiken, waardoor betalingsachterstanden niet uitgroeien tot problematische schulden en bijgevolg minder schuldregelingen nodig zijn. Maar eerst vraagt dit om een extra investering. Het nieuwe beleid leidt in eerste instantie tot méér schuldregelingen, omdat de problematische schulden nu zichtbaar worden en opgelost moeten worden. We willen bovendien sturen op het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid (van zorgen voor naar zorgen dat), zodat de schuldhulp ook een duurzaam effect heeft.
Door schuldhulp slimmer te organiseren (met behulp van saneringskredieten, collectief schuldregelen, schuldenknooppunt) kunnen we méér schuldregelingen wegzetten. Opties binnen de begroting van programma 4, product minimabeleid Zoals in het raadvoorstel geformuleerd dient de benodigde dekking taakstellend gevonden te worden binnen het programma 4. Wij zien daarbij in eerste instantie vooral mogelijkheden binnen het product minimabeleid, waarvan schuldhulp onderdeel uitmaakt.
2/5
1.Budget intensivering armoede- en schuldenbeleid goeddeels inzetten voor schuldhulp Dit budget bedraagt € 137.000,-. Dit budget is bedoeld om het armoede- en schuldenbeleid een impuls te geven c.q. te verstevigen. Voor de periode 2022-2024 reserveren we jaarlijks € 100.000 hiervan voor de uitvoering van het nieuwe schuldenbeleid. 2.Verwachte (structurele) voordeel bijzondere bijstand wordt voor een deel ingezet voor schuldhulp. Op basis van de Burap 1 2020/2021 is de verwachting dat de komende jaren bij het minimabeleid (minimaregelingen en bijzondere bijstand) sprake is van een voordeel. De verwachting is dat dit voordeel minder groot is dan in 2020. Dat is vooral het gevolg van het communicatie-offensief dat is ingezet om de minima die de regelingen echt nodig hebben, beter te bereiken. In de komende periode ligt daarbij de nadruk op inschakeling van intermediairs in het sociaal domein; zij kunnen hun klanten wijzen op en toeleiden naar minimaregelingen. Vervolgens willen we gericht inzet plegen om belemmeringen voor het aanvragen van minimaregelingen weg te nemen. Hierbij is ook aandacht voor ‘nieuwe’ doelgroepen als zelfstandig ondernemers. Wij denken dat daardoor vooral de uitgaven voor de Meedoenregeling en het Kindpakket weer op begrotingsniveau komen.
Het voordeel bij de bijzondere bijstand is dusdanig groot (ruim € 700.000,-), dat naar mening van het college de resterende € 200.000,- voor de (jaarlijkse) dekking van het nieuwe beleid schuldhulp hier gevonden kan worden. Dan blijft er nog ruimte voor een stijging van de uitgaven als gevolg van het genoemde communicatie-offensief, alsmede voor een beoogde extra investering ten behoeve van de nieuwe Gemeentepolis en de (wettelijke) verhoging van de studietoeslag. De afroming van het budget bijzondere bijstand ten gunste van schuldhulp is inhoudelijk gezien te verdedigen. Immers: (a) Het voorkomen en oplossen van schulden heeft tot gevolg dat het besteedbare inkomen hoger wordt, waardoor (onder andere) minder bijzondere bijstand verstrekt hoeft te worden. Een investering in het schuldenbeleid draagt bij aan de armoedebestrijding in Zutphen en komt zo ten goede aan onze inwoners. (b) Door het adviesrecht bij schuldenbewind en de beoogde samenwerking met bewindvoerders dalen de uitgaven voor bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten. In dit verband wordt nadrukkelijk opgemerkt dat de vermindering niet 30% van de totale uitgaven voor bewindvoerderskosten bedraagt, zoals ten onrechte werd opgemerkt in het Forum. Het adviesrecht ziet immers enkel toe op schuldenbewind.
Dat is in Zutphen slechts een (zeer) beperkt deel van het totaal aantal beschermingsbewinden waarvoor bijzondere bijstand wordt verstrekt. Er zijn ongeveer 70-80 nieuwe dossiers schuldenbewinden per jaar. De verwachte (jaarlijkse) besparing bedraagt om en nabij € 50.000,- tot € 60.000,- . Met dit besparingsbedrag komen de uitgaven voor bewindvoerderskosten ongeveer op het huidige begrotingsniveau uit (€ 1.116.000,-). Dat bedrag kan naar beneden worden bijgesteld als we er in slagen om meer dan 30% van de (beoogde) schuldenbewinden naar schuldhulp toe te leiden. Het is echter niet realistisch om te verwachten dat dit percentage sterk kan stijgen. Dat blijkt zowel uit de resultaten van gemeenten die al nauw samenwerken met bewindvoerders als uit de bevindingen van de pilot Budgetondersteuning op maat (Boom). Samengevat in een tabel:
Bijz. bijstand bewind Bijz. bijstand overig Intensivering A&S Schuldhulp
Begroting 2021 1.116.000 999.300 137.000 0
Begroting 2022 1.116.000 524.300* 37.000 300.000
Dekking schuldhulp - 200.000* - 100.000 +300.000
*naast extra dekking schuldhulp, is beoogd: extra dekking nieuwe Gemeentepolis (€ 250.000) en dekking wettelijke verhoging studietoeslag (€ 25.000,-).
2
3/5
Opties binnen programma 4 Het terugdringen van schulden levert op de lange(re) termijn baten op in het (brede) sociaal domein. Vooral schuldpreventie en vroegsignalering dragen hieraan bij. Maatschappelijke kosten baten analyses (MKBA) laten zien dat de baten vooral op de volgende onderdelen waarneembaar zijn: (a) Besparing kosten (bijstands)uitkeringen. De meest directe opbrengst die door schuldhulp te behalen is, is de besparing op uitkeringen. Ongeveer 40% van de huishoudens met schulden heeft een bijstandsuitkering. Wanneer inwoners, door het aanpakken van hun schulden, beter in staat zijn te re-integreren op de arbeidsmarkt stromen ze (sneller) uit de uitkering. Bovendien neemt de instroom in de bijstand (en WW) af , omdat bij schuldhulp minder mensen hun baan verliezen. Het lager aantal uitkeringen heeft ook enig effect op de uitgaven voor de minimaregelingen. (b) Besparingen in verband met huurschulden en huisuitzettingen. Op het vlak van wonen is het maatschappelijk rendement groot. Daarin zijn twee hoofdcomponenten te onderscheiden. Enerzijds worden directe kosten die gemaakt worden (vooral door corporaties) rond betalingsachterstanden en huisuitzettingen en energieafsluitingen voorkomen. Daarnaast werkt het voorkomen van dergelijke escalaties ook door in kosten die gemaakt worden rond de opvang van daklozen (crisisopvang, zorg, veiligheid).
(c) Minder beroep op psychosociale ondersteuning. (d) Indirecte effecten (besparing op kosten justitie, gezondheidszorg, jeugdzorg, schooluitval, reintegratie, dagbesteding, leefbaarheid stad). Niet al deze besparingen op maatschappelijke kosten zijn directe baten voor de gemeente. De meest directe opbrengst is te behalen door een besparing op de bijstandsuitkeringen. Wanneer we MKBA’s van andere gemeenten vertalen naar de Zutphense situatie is – indicatief, globaal – op termijn een besparing tussen € 3 en 5 ton mogelijk. Wanneer indirecte kosten als gevolg van schulden (huisuitzetting, gezinsproblematiek, psychische problematiek, schooluitval etc.) meetellen, zijn de maatschappelijke baten waarschijnlijk nog hoger. Dat is evenwel lastig kwantificeerbaar. Samenvattend Dekking voor het nieuwe schuldenbeleid voor de periode 2022-2024 ter hoogte van (jaarlijks) € 300.000,- wordt gevonden binnen het product minimabeleid van de begroting van programma 4. Gezien de relatie tussen armoede en schulden is dit een billijke keuze. Schuldenbeleid, vooral preventie en vroegsignalering, draagt bij aan armoedebestrijding. Gezien het verwachte structurele voordeel op de uitgaven voor minimabeleid (bijzondere bijstand) is dit ook een haalbare optie. Op de langere termijn levert schuldhulp kostenbesparingen op binnen het (brede) sociaal domein in Zutphen.
De meest directe besparingen worden gerealiseerd bij de bijstandsuitkeringen. Ook op terreinen als jeugdzorg en dagbesteding is winst te boeken. Schuldhulp levert zo een belangrijke bijdrage aan het terugdringen van het financieel tekort in het sociaal domein. Tot slot. Er is (dus) sprake van een tijdelijke, meerjarige dekking voor een periode van drie jaar (2022-2024). Op het einde van deze periode evalueren we de ontwikkelingen, resultaten en uitgaven op het terrein van schuldhulp (en minimabeleid) en bekijken we wat nodig en mogelijk is voor de begrotingsperiode daarna.
Bijlage(n)
3
4/5
5/5