TOEGEVOEGD 250220 Memo Forum raad inzake Gedragscodes Integriteit bestuurders
Tekst van het document
OPENBAAR
Memo (Forum / raad) Invulinstructie Aan
: De gemeenteraad
Van
: Het college van burgemeester en wethouders
Datum
: 20 februari 2025
Doel:
: Informeren
Onderwerp
: Amendementen en notitie inzake Gedragscodes Integriteit bestuurders
Inlichtingen bij
: M. Wasser, team BenC, 06 28 22 34 43
Nummer toezegging: -
Kennisnemen van De reactie van het college op 1. het Amendement Besluit zonder notitie (2025-A0001) en het Amendement Passage verwijderen uit bijlage (2025-A0002), en 2. de Notitie ‘staatsrechtelijke duiding notitie Integriteit en omgangsvormen c.a.’ van de heer mr. O. Schuwer, adviseur Decentraal overheidsrecht. Inleiding Bij de behandeling van het raadsvoorstel Gedragscodes Integriteit bestuurders en ambtenaren gemeente Zutphen 2024 liggen er op dit moment twee amendementen voor. De aanleiding en de inhoud van deze amendementen zijn niet aan de orde geweest in de oordeelsvormende vergaderingen van 4 november 2024 en 2 december 2024. Gezien het fundamentele karakter van de amendementen, stellen wij als college voor om deze alsnog in een extra oordeelsvormende vergadering te behandelen, voordat de raad over de gedragscodes van het gemeentebestuur gaat besluiten. Op verzoek van de griffier heeft de heer mr. O. Schuwer, adviseur Decentraal overheidsrecht, vanuit zijn expertise kritisch naar de Gedragscodes en bijbehorende Notitie Integriteit en omgangsvormen gekeken, als een soort van second opinion. Hierover heeft de heer Schuwer een notitie opgesteld d.d. 11 december 2024/ 12 februari 2025, met als onderwerp: ‘staatsrechtelijke duiding notitie Integriteit en omgangsvormen c.a.’.
In het kader van een goede voorbereiding van de raadsvergadering vinden wij het van belang dat de raadsleden kennis kunnen nemen van de notitie van de heer Schuwer en hierover kunnen spreken, net als over de twee amendementen. Met deze memo kan de raad kennisnemen van onze reactie op de twee amendementen en van onze reactie op de notitie van de heer Schuwer. Ook vanuit deze optiek is een extra oordeelsvormende vergadering wenselijk.
Inhoud Hierna wordt eerst op de twee amendementen ingegaan en, in samenhang daarmee, op de notitie van de heer Schuwer. Amendement 1 Besluit zonder notitie (2025-A0001) (indiener Jorn Lok (VVD) en mede-indiener Mart de Ridder (SP)) De strekking van dit amendement is om de Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers zonder de Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers vast te stellen; de bedoeling is dat de bijlage bij de gedragscode aldus in zijn geheel wordt geschrapt. Ook artikel 6.7 uit de gedragscode wordt dan geschrapt. Als motief hiervoor wordt in de toelichting vermeld: “In deze notitie is de mogelijkheid tot het schorsen van raadsleden tot een maximale lengte van 3 maanden opgenomen. Dit zou geschieden door een oproep vanuit de gemeenteraad. Een oproep vanuit de gemeenteraad zelf zou betekenen dat raadsleden elkaar zouden schorsen. Dit betekent dat de raad als aanklager én rechter te werk gaat richting haar eigen leden. Dit is ook onnodig, gezien de wet in de vorm van de Gemeentewet al volstaat.” Het is een misverstand dat met de passage in de notitie, waarop door indieners wordt gedoeld, is beoogd om af te wijken van hetgeen in de Gemeentewet is bepaald.
De bedoeling van de betreffende passage is juist om daarbij aan te sluiten, zoals volgt uit de daaropvolgende passage in de notitie, die de strekking van artikel 26, derde lid Gemeentewet precies weergeeft. Dit artikellid luidt als volgt: 3. Hij kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Omdat de in het amendement vermelde passage in de notitie kennelijk verwarring oproept, kunnen wij ons ermee verenigen dat de betreffende passage uit de notitie wordt herschreven, met inachtneming van het tweede amendement dat is ingediend en dat hierna wordt besproken. Wij menen dat er geen grond is om de gehele Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers te laten vervallen. Sterker nog, wij vinden dat zelfs onwenselijk. Daarvoor worden in de toelichting op het amendement ook geen argumenten aangedragen. De bewuste toelichting ziet slechts op één passage. Wij menen dat het juist van belang is dat de notitie door de raad, samen met de gedragscode, wordt vastgesteld.
Daarmee brengt de raad namelijk tot uiting dat het belang van afspraken over integriteit en omgangsvormen door de raad wordt onderschreven en dat daaraan binnen de gemeente Zutphen ook bijzondere aandacht wordt gegeven. Dat is een waardevolle stap. Het niet vaststellen van de notitie zou, in de licht bezien, een verkeerd signaal zijn. Ook vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt met de ‘Handreiking voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen’ (december 2024) en vanuit de VNG geadviseerd op het maken en bespreken van een nadere duiding op omgangsvormen en gedrag, naast het wettelijk kader. Het gaat daarbij naast het maken van onderlinge afspraken juist ook over het voeren van het gesprek over gedrag en omgangsvormen. De notitie geeft daar invulling aan. Bovendien heeft de recente geschiedenis in de gemeente Zutphen de wenselijkheid van het hebben van een duiding en afspraken omtrent gedrag en omgangsvormen aangetoond. Dergelijke afspraken geven naast het gesprek over gedrag met name ook duiding aan het proces op het moment dat zich
2
moeilijke situaties voordoen. Daarbij is dat ook van belang voor het beheersen van de schade die eventuele ontsporingen van het proces voor de gemeente in het algemeen betekenen. Ook vanuit die optiek is de notitie wat ons betreft waardevol en noodzakelijk. Kortom, wij ontraden de raad om in te stemmen met dit amendement. Amendement 2 Passage verwijderen uit bijlage 1 (2025-A0002) (indiener Maureen Elshof (D66) en mede-indieners: Herman Krans (GroenLinks), Perry Boersbroek (Burgerbelang)) De strekking van dit amendement is om de volgende alinea uit de Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers te schrappen: “Een ernstige overtreding van de integriteit en/ of omgangsvorm dan wel persisterend gedrag in dat kader kan voor raadsleden en fractievertegenwoordigers leiden tot een berisping door de gemeenteraad in de vorm van een motie van afkeuring eventueel gecombineerd met een oproep tot schorsing voor beraadslagingen. Bij een oproep tot schorsing kan de voorzitter van de raad het betreffende raadslid/ fractievertegenwoordiger in een uiterste geval voor een periode van maximaal drie maanden schorsen voor deelname aan raadsdebatten.
Voor andere vergaderingen dan de raadsvergadering kan in een ultiem geval de toegang voor een periode van maximaal 3 maanden worden ontzegd.” Als motief hiervoor wordt in de toelichting vermeld: “De betreffende passage is overbodig en het is onwenselijk dat de gemeenteraad zelf het initiatief neemt tot schorsing van raadsleden middels een motie van afkeuring. In Art. 26 lid 3 Gemeentewet is wettelijk vastgelegd dat de burgemeester expliciet “hoeder” van integriteit is richting college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad.” Hiervoor, bij de bespreking van het eerste amendement hebben wij al opgemerkt dat met de passage in de notitie, waarop wordt gedoeld, niet is beoogd om af te wijken van dat wat in de Gemeentewet is bepaald. De bedoeling van de betreffende passage is juist om daarbij aan te sluiten. Wij merken in de eerste plaats op dat met de terminologie ‘schorsen voor deelname aan raadsdebatten’ met andere woorden is uitgedrukt wat in artikel 26, derde lid Gemeentewet staat: ‘het ontzeggen van de toegang tot de vergadering’. Dat is wat bedoeld is. Als de passage de indruk geeft dat andere en verdergaande maatregelen mogelijk zijn, dan is dat een misverstand. Met de passage is wel beoogd tot uitdrukking te brengen dat de voorzitter van de raad niet ‘in zijn eentje’ verantwoordelijk is voor het bewaken van de integriteit en goede omgangsvormen in de vergadering.
De raad heeft ook zelf een verantwoordelijkheid ofwel een zelfreinigend vermogen nodig ten aanzien van integriteit, gedrag en omgangsvormen. Van belang is dat raadsleden ‘met elkaar’ daarvoor staan. Dat sluit ook aan op wat in artikel 26, derde lid Gemeentewet staat. Daaruit blijkt immers dat de raad zelf, op voorstel van de voorzitter van de raad, besluit over het ontzeggen van de toegang tot de vergadering. Duidelijk is dat als raadsleden vinden dat er een situatie is, die vraagt om een maatregel zoals hiervoor vermeld, zij dat in de vergadering aan de orde kunnen en mogen stellen, in welke vorm dan ook. Raadsleden kunnen de voorzitter ook desgewenst oproepen een voorstel te doen om een raadslid de toegang te ontzeggen. Dit sluit ook aan bij het zelfreinigend vermogen van de raad zelf, iets waar in het afgelopen jaar al vaker tussen onder andere fractievoorzitters over gesproken is. Dat neemt niet weg dat de voorzitter natuurlijk ook geheel uit eigener beweging een voorstel daarover kan doen aan de raad. In de praktijk zal de voorzitter hoe dan ook in een dergelijke situatie wel het gevoelen van de
3
raad ‘proeven’ voordat deze het vergaande en uitzonderlijke voorstel doet om een lid van de raad voor een bepaalde periode de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Er mag echter geen enkel misverstand bestaan over het uitgangspunt dat de tekst van artikel 26 Gemeentewet bepalend is en dat dit ook volstaat. Omdat de vermelde passage kennelijk misverstanden oproept, kunnen wij ons ermee verenigen dat de passage uit de Bijlage 1 wordt geschrapt. Dat geldt temeer omdat in de daarop volgende passage (die wel blijft staan) de strekking van artikel 26 Gemeentewet staat vermeld: “Een raadslid/ fractievertegenwoordiger die door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid/ de fractievertegenwoordiger voor ten hoogste drie maanden het woord worden ontzegd en worden uitgesloten van de beraadslagingen.” Bij deze laatste passage moet overigens wel bedacht worden dat artikel 26 Gemeentewet enkel en alleen betrekking heeft op raadsleden en dat dus ook alleen de voorzitter van de raad een voorstel kan doen.
Met het opnemen van de term fractievertegenwoordiger wordt beoogd dat dit ook geldt voor de in de gemeente Zutphen gebruikelijke beeld- en oordeelsvormende vergaderingen, waarbij het voorstel in dat geval wordt gedaan door de voorzitter van die betreffende vergadering. Wij kunnen ons daarom verenigen met het aannemen van dit amendement, evenwel met dien verstande dat het ons nog steeds verstandig lijkt op deze plaats dan wel iets op te nemen over het zelfreinigend vermogen van de raad en de raadsleden. De tekst daarvan zou kunnen luiden: “De raad en zijn individuele leden zijn zich bewust van de verantwoordelijkheid die zij naast het individuele gedrag dragen voor de collectieve omgangsvormen binnen de raad. Raadsleden kunnen dan ook een beroep doen op het zelfreinigend vermogen van de raad om sturing te geven aan het correcte verloop van vergaderingen en eventueel ongewenst gedrag daarbinnen.”. Wij hebben al een aangepaste Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers opgesteld, waarin deze wijziging is verwerkt (evenals enkele, hierna te bespreken, wijzigingen naar aanleiding van opmerkingen van de heer mr. O. Schuwer).
Zonder deze opnieuw voor de raad uit te spellen, hebben wij de gepresenteerde aanpassingen daar waar relevant ook doorgevoerd in de Notitie Integriteit en omgangsvormen burgemeester en wethouders en die voor ambtenaren. Wij zullen dat tevens doen met eventuele wijzigingen die de raad nu of straks nog wenst door te voeren. Wij vinden een zekere eenduidigheid in de afspraken over integriteit, gedrag en omgangsvormen voor zover passend bij de verschillende rollen namelijk belangrijk. Notitie van de heer mr. O. Schuwer en onze reactie daarop Zoals vermeld heeft, op verzoek van de griffier, de heer Schuwer, adviseur Decentraal overheidsrecht, een notitie opgesteld, met als onderwerp: ‘de staatsrechtelijke duiding notitie Integriteit en omgangsvormen c.a.’. Naar aanleiding van een eerste versie van deze notitie heeft de burgemeester, in aanwezigheid van de griffier en met juridische ondersteuning, een gesprek gevoerd met de heer Schuwer. Daarbij bleek dat de heer Schuwer niet alle (achtergrond)informatie tot zich had genomen, maar zich (op verzoek van de griffier) had gericht op de Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers. Na het gesprek en naar aanleiding van de aanvullende informatie aangepast heeft de heer Schuwer zijn notitie definitief gemaakt. Hierna reageren wij op de inhoud van de notitie van 11 december 2024/ 12 februari 2025.
Deze bevat een tabel met opmerkingen over passages uit de notitie. Wij hebben daaraan een derde kolom toegevoegd, waarin onze reactie is opgenomen. Daaruit volgt dat er op veel punten geen verschil van mening is met de heer Schuwer. Op een enkel punt is er een verschil van visie, maar dat mag er zijn. Wij zien daarin geen obstakels voor het vaststellen van de Gedragscodes inclusief de Bijlage 1.
4
Passage Raadslid en fractievertegenwoordiger
Opmerking Schuwer Het is staatsrechtelijk niet uit te leggen dat raadslid en fractievertegenwoordiger in deze Bijlage op één lijn worden geplaatst. De staatsrechtelijke positie van een fractievertegenwoordiger is die van lid van een commissie als bedoeld in artikel 82 lid 1 Gemeentewet. Fractievertegenwoordigers zijn, anders dan raadsleden, niet gekozen en ontberen om die reden de staatsrechtelijke waarborgen van een in de raad gekozen raadslid.
Reactie namens college Dat een raadslid staatsrechtelijk een andere positie heeft dan een fractievertegenwoordiger, zijn wij volledig met de heer Schuwer eens. Dat neemt niet weg dat het toelaatbaar, en ook in andere gemeenten gebruikelijk, is om gedragsregels die gelden voor raadsleden ook van toepassing te verklaren voor fractievertegenwoordigers. Dat was ook voorheen al zo in de gedragscode, zoals vastgesteld in december 2008. Uit het overleg met de heer Schuwer maken wij op dat hij deze opvatting an sich niet betwist.
Ondanks alles kan het toch voorkomen dat er gehandeld wordt in strijd met de regels.
Het gaat om een gedragscode, niet om een wettelijk voorschrift. Om die reden is het beter om te spreken over “strijd met de gedragsregels”
Wij vinden het een goede suggestie om te spreken over “strijd met de gedragsregels”. Wij hebben deze suggestie inmiddels overgenomen in de Bijlage 1.
Als nader onderzoek gewenst is, neemt de burgemeester contact op met het seniorenconvent dat onder geheimhouding wordt geïnformeerd en een voorstel voor onderzoek krijgt voorgelegd. Pas na een inhoudelijk advies van het seniorenconvent volgt een onderzoek.
Het seniorenconvent vindt zijn basis in artikel 1:8 van het Reglement van Orde gemeenteraad Zutphen 2024. Deze commissie verricht zijn werkzaamheden ten dienste van (het functioneren van) de gemeenteraad. Het adviseren aan de burgemeester is geen taak of bevoegdheid van het seniorenconvent als omschreven in artikel 1:8 lid 6 RvO. Als de burgemeester een commissie wil die hem adviseert op het gebied van integriteit, ligt het op zijn weg om daartoe op basis van artikel 84 Gemeentewet een commissie in te stellen.
Zo nodig zou de burgemeester het Seniorenconvent tevens formeel als commissie op basis van artikel 84 Gemeentewet in kunnen stellen. De adviserende taak van het Seniorenconvent gaat echter alleen over de manier waarop het onderzoek wordt gedaan. Wij menen dat dit past bij de al bestaande taken van het Seniorenconvent. In artikel 1:8, zesde lid, onder d. van het Reglement van Orde is als taak van het Senionerenconvent benoemd: d. het bespreken van en ADVISEREN OVER alle aangelegenheden rondom integriteit, grensoverschrijdend gedrag, belangenverstrengeling of welke andere vorm van onwenselijkheden dan ook die (potentieel) schade kunnen toebrengen aan het aanzien van het gemeentebestuur door raadsleden en/ of fractievertegenwoordigers en/of leden van het college.
Dat betekent dat het gemeentebestuur altijd op alle meldingen over
Bedacht dient te worden dat er een zeer beperkt wettelijk stelsel is dat kan worden ingezet als een raadslid integriteitsbepalingen overtreedt.
5
Wij zijn het eens met de opmerking over het wettelijke stelsel van de Kieswet.
integriteitsschendingen reageert, zonder aanzien des persoons.
Deze zijn (bij uitsluiting) te vinden in Hoofdstuk X van de Kieswet. Van die bepalingen kan alleen gebruik worden gemaakt bij het niet langer voldoen aan de vereisten van het raadslidmaatschap zoals te vinden in de artikelen 10 en 13 lid 1 Gemeentewet, en bij het gepleegd hebben van een verboden handeling als bedoeld in artikel 15 lid 1 Gemeentewet.
Wij merken op dat de opmerking dat het gemeentebestuur altijd op alle meldingen over integriteitsschendingen reageert, daar niets aan afdoet. Het is een algemene opmerking die ook geldt voor een melding van een integriteitsschending door bijvoorbeeld bestuurders, ambtenaren en andere personen die op enigerlei wijze werkzaam zijn bij een bestuursorgaan van de gemeente. Wij verwijzen naar het processchema voor het omgaan met klachten, meldingen en signalen.
Iedereen dient zich vanaf het moment van melding tot en met het onderzoek afzijdig te houden van mededelingen omtrent een (vermeend) incident
Gezien de aard en het karakter van de gedragscode is het beter om na “Iedereen” in te voegen “die bij het onderzoek en het (vermeend) incident is betrokken”. Het woord “een” ware te vervangen door “het”
Wij vinden dit een goede suggestie. Wij hebben deze suggestie inmiddels overgenomen in de Bijlage 1.
Wie niet integer werkt en/ of zich niet houdt aan de omgangsvormen zoals we die binnen het gemeentebestuur hebben afgesproken, pleegt “plichtsverzuim”.
De woorden “pleegt “plichtsverzuim” ” zijn niet de meest passende in dit verband. In overweging wordt gegeven dit te vervangen door “handelt niet integer”.
Hoewel het inhoudelijk geen verschil maakt, vinden wij het overnemen van deze suggestie niet zinvol. Er komt dan te staan dat ‘wie niet integer werkt, niet integer handelt’. Dat is een cirkelredenering. Het woord “plichtsverzuim”, niet voor niets ook tussen aanhalingstekens vermeld, is een aanduiding van niet integer handelen door een publieke functionaris, zoals een raadslid. Wij hebben deze term tussen aanhalingstekens dan ook laten staan.
Raadsleden/ fractievertegenwoordigers worden direct op hun gedrag aangesproken. In eerste instantie is dat de taak van de fractie waartoe het raadslid/ fractievertegenwoordiger behoort.
Als het direct aanspreken onvoldoende uitwerking heeft kan de burgemeester bij incidenten of terugkerend ongewenst gedrag een officiële waarschuwing aan het
Een raadslid is een staatsrechtelijk kleine zelfstandige binnen de gemeenteraad, en voert zijn ambt uit binnen zijn vrij mandaat. Een fractie is daaraan ondergeschikt. En niet andersom zoals deze passage suggereert. Daarnaast is een fractie staatsrechtelijk nonexistent. Een fractie verkeert niet in de positie om een raadslid op zijn gedrag aan te spreken. Passender is dat binnen de raad iemand met natuurlijk overwicht zich hiervoor verantwoordelijk voelt, met acceptatie van de andere raadsleden Een “officiële waarschuwing”. Het woord “officiële” suggereert dat de waarschuwing van zwaarder gewicht is dan een “onofficiële” waarschuwing. Beide
6
Dat een raadslid een zelfstandige positie met een eigen mandaat heeft, staat voor ons niet ter discussie. Het gaat in de tekst om het aanspreken van een raadslid op gedrag. Dat gebeurt door een politieke fractie niet vanuit een positie van ‘bovengeschiktheid’, maar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor integer bestuur/ besturen. Dat binnen fracties ook over integer gedrag met elkaar wordt gesproken vinden wij juist zeer belangrijk. Wij zien geen wezenlijk verschil tussen een waarschuwing en “officiële waarschuwing”. Om misverstanden daarover te voorkomen, hebben wij het woord
raadslid/ fractievertegenwoordiger geven
waarschuwingen zijn buitenwettelijk en staan op gespannen voet met het vrij mandaat van elk raadslid.
‘officiële’ geschrapt. Wij delen echter niet de opvatting dat het geven van een waarschuwing ‘buitenwettelijk’ zou zijn. Het geven van een waarschuwing door de burgemeester, als een raadslid zich niet aan de gedragsregels houdt (bijvoorbeeld door een groot geschenk te aanvaarden van een burger die iets van het raadslid gedaan wil krijgen) past bij de taak van de burgemeester op grond van artikel 170, tweede lid 2 Gemeentewet (de burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente). Uit de bevoegdheid om bestuurlijke integriteit te waarborgen vloeit naar zijn aard voort dat de burgemeester ook zo nodig bestuurders, ambtenaren en raadsleden kan aanspreken op hun gedrag. Wij benadrukken dat niets meer en niets minder dan dat de betekenis is van het geven van een waarschuwing. “Ik spreek u aan op uw gedrag, dat is niet integer en ongewenst, ik waarschuw u daarvoor”. Dat mag een burgemeester tegen een raadslid zeggen. Dat mogen raadsleden ook tegen elkaar zeggen.
Een dergelijke waarschuwing wordt niet publiek gemaakt, maar wel altijd per omgaande gedeeld met het seniorenconvent.
Een ernstige overtreding van de integriteit en/ of omgangsvorm dan wel persisterend gedrag in dat kader kan voor raadsleden en fractievertegenwoordigers leiden tot een berisping door de gemeenteraad in de vorm van een motie van afkeuring eventueel gecombineerd met een oproep tot schorsing voor beraadslagingen. Bij een oproep tot schorsing kan de voorzitter van de raad het betreffende raadslid/ fractievertegenwoordiger in een uiterste geval voor een periode van
Zie mijn eerdere opmerking over het seniorenconvent binnen het verband van het voorliggende document. Waartoe dient deze mededeling aan het seniorenconvent? Correct zou zijn dat alle raadsleden worden geïnformeerd. Zie in dit verband artikel 180 lid 2 Gemeentewet. Daarin ontbreekt het woord “seniorenconvent” Het oproepen tot schorsing zoals voorgesteld is staatsrechtelijk onrechtmatig en miskent het vrij mandaat van het raadslid. Een berisping heeft consequenties in de beeldvorming, maar suggereert dat de raad als orgaan een rol of taak heeft bij het corrigeren van een raadslid dat zich gedraagt naar de gedragscode. Ten onrechte. Artikel 26 lid 2 en 3 Gemeentewet vormt bij uitsluiting de grondslag voor het ontzeggen van deelname aan raadsvergaderingen door een raadslid. Geen raad komt het recht
7
Wij verwijzen naar de taken van het Seniorenconvent op grond van het Reglement van Orde. Daarbij past het dat zaken met een vertrouwelijk karakter op dit terrein primair met het Seniorenconvent besproken worden. Dat is in de gemeente Zutphen ook de gangbare praktijk.
Bij de bespreking van de amendementen is aangegeven dat het een misverstand is dat de passage verder gaat dan de Gemeentewet maar dat die passage wordt herschreven, ter voorkoming van misverstanden. Daarom hoeft op deze opmerking niet meer ingegaan te worden.
Zie de vorige opmerking. Daarmee is duidelijk dat er geen sprake is van aanvullende bepalingen en dat de passage bovendien wordt herschreven.
maximaal drie maanden schorsen voor deelname aan raadsdebatten.
Voor andere vergaderingen dan de raadsvergadering kan in een ultiem geval de toegang voor een periode van maximaal 3 maanden worden ontzegd.
Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid/ de fractievertegenwoordiger voor ten hoogste drie maanden het woord worden ontzegd en worden uitgesloten van de beraadslagingen.
kan de burgemeester het betreffende raadslid/ fractievertegenwoordiger een contactverbod met ambtenaren opleggen en de toegang tot het stadhuis (niet zijnde de raadszaal) ontzeggen, voor maximaal 3 maanden.
toe om aanvullende bepalingen als deze vast te stellen. Als dit voor een (niet gekozen) fractievertegenwoordiger zou moeten kunnen worden toegepast, dient dit te worden geregeld in het betreffende instellingsbesluit Buiten hetgeen in artikel 26 lid 2 en 3 Gemeentewet aan sancties staan vermeld, kan een raadslid niet de hier voorgestelde buitenwettelijke sancties opgelegd krijgen. Grondwet noch Gemeentewet bieden hiertoe ruimte. Zie voor de fractievertegenwoordiger het slot van mijn vorige opmerking. Zie vorige opmerkingen. Een raadslid kan alleen de toegang tot de raadsvergadering worden ontzegd. Alle andere vergaderingen op het raadsdomein waartoe een raadslid toegang heeft staan open voor het raadslid met genoemd “herhaald gedrag” De Nationale Ombudsman heeft bij herhaling uitgesproken dat een toegangsverbod tot het stadhuis onrechtmatig is.
Omdat deze passage wordt herschreven, hoeft ook op deze opmerking niet meer ingegaan te worden.
Idem.
Het gaat in dit geval om een contactverbod met ambtenaren. Dat speelt zich met name af in de niet openbare gedeelten van het stadhuis. De tekst zal daarom worden aangepast. Er zal gesproken worden over “de niet vrij openbare en niet vrij toegankelijke gedeelten van het stadhuis”. Dat is toelaatbaar en wij menen dat dit ook tegemoetkomt aan de gemaakte opmerking hierover.
Vervolg Na bespreking in een op ons voorstel nog te beleggen Oordeelsvormende vergadering, kan de raad een besluit nemen over de voorliggende gedragscodes. Bijlagen 800812 - bijlage 1 - Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2025 800812 - bijlage 2 - Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2025 800812 - bijlage 3 - Gedragscode Integriteit ambtenaren gemeente Zutphen 2025
8