Overzicht vragen en antwoorden m.b.t. de businesscase
Tekst van het document
CONCEPT BUSINESSCASE SPORT- EN ACOMMODATIEBEDIJF ZUTPHEN - BEANTWOORDIG VRAGEN TIJDENS FORUM SPECIAL SPORT 21 JANAURI 2021 - BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE TECHNISCHE VRAGEN VAN RAADSFRACTIES - BEANTWOORDING VRAGEN FORUM 9 FEBRUARI 2021 - BEANTWOORDING VRAGEN UIT DE BRIEF VAN DE VOETBALVERENIGINGEN D.D. 5 FEBRUARI 2021 - BEANTWOORDING AANVULLENDE VRAGEN D’66 D.D. 1 MAART 2021 VRAGEN TIJDENS FORUM SPECIAL 21 JANUARI 2021 1. Waarom is gekozen voor deze gebouwen? De accommodaties zijn allen in eigendom van de gemeente Zutphen. Het betreft accommodaties waarvan het beheer met een stichting tijdelijk is ingevuld (SSAZ zwembad De IJsselslag, Stichting ‘t Warnshuus) en accommodaties waarvan het beheer en de exploitatie nu bij de gemeente ligt (gymzalen, buitensport). 2. Wat als de BV failliet gaat? Een organisatie met een rechtsvorm BV kan theoretisch failliet gaan. Omdat hier sprake is van een overheidsBV met de gemeente als 100% eigenaar kan deze BV niet failliet gaan. Hiervan zijn ook geen voorbeelden in Nederland. De gemeente is en blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor het exploitatietekort/gemeentelijke bijdrage. 3. Hoe is de weging in de tabel tot stand gekomen? In de tabel is een gelijke weging van de onderscheiden onderdelen en subonderdelen toegepast.
Hantering van de wegingsmatrix is geen exacte wetenschap, maar is indicatief bedoeld en geeft aan welke onderdelen in de relatieve vergelijking van de verschillende vormen van beheer zijn meegenomen. De scores groen, oranje, rood zijn voor de huidige situatie gemaakt op basis van analyse/onderzoek van het beheer en exploitatie van de sportaccommodaties en ’t Warnshuus en de feitelijke ervaringen van de adviseur/kwartiermaker vanaf juli 2020. Bij de scores van de onderscheiden vormen van beheer is geput uit ervaring met andere onderzoeks- en adviestrajecten met betrekking tot beheer en exploitatievormen in Nederland en is rekening gehouden met de specifieke situatie in Zutphen. 4. Hebben gebruikers hier invloed op gehad? Overeenkomstig de opdracht van de raad, lag het accent bij het onderzoek en de analyse op een businesscase voor een sport- en accommodatiebedrijf Zutphen. Alternatieve vormen zijn wel besproken en ingeschat. Gebruikers en medewerkers zijn betrokken bij het onderzoek en de analyse van de huidige situatie en bij de weergave van kansen en keuzen bij verschillende vormen van beheer 5. Wat kost het Sportbedrijf? Uitgangspunt: het Sport- en Accommodatiebedrijf dient per saldo niet meer te kosten dan de huidige situatie.
Het betreft de budgetten die opgenomen zijn in de begroting 2021 van de gemeente voor de verschillende locaties/accommodaties en onderdelen (sportstimulering,). Dit uitgangspunt is gehanteerd in de businesscase en wordt qua financiële dekking haalbaar geacht. Extra investeringen in professionalisering (directeur, programmamanagement, marketing) worden terugverdiend in schaalvoordelen en efficiëntieverbetering. Na 3 à 4 jaar kunnen aanvullende efficiëntievoordelen worden behaald, waardoor a. een exploitatiereserve kan worden gevormd om tegenvallers op te kunnen vangen, en/of b. geld kan terugvloeien naar de algemene reserve van de gemeente Zutphen.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
1 van 12
Deze afspraken tussen de gemeente Zutphen en het SAZ worden vastgelegd in prestatieafspraken en de huur- en exploitatieovereenkomst.
6. Welke investering moet worden gedaan? Gemeente Zutphen is en blijft verantwoordelijk voor de omvang, het kwaliteitsniveau en de toekomstige investeringen in sport- en welzijnsaccommodaties. Het vastgestelde vastgoedbeleid van de gemeente wordt gevolgd, waarbij het eigenaarsonderhoud bij de gemeente ligt en het huurders/gebruikersonderhoud bij het beoogde Sport- en Accommodatiebedrijf. Er is op dit moment geen sprake van noodzakelijke investeringen in de sport- en maatschappelijke voorzieningen die in de concept businesscase zijn opgenomen. 7. Wie is eigenaar en wie beslist over financiën en investeringen? De gemeente Zutphen is eigenaar van de accommodaties én van de overheidsBV Sport- en Accommodatiebedrijf Zutphen (100% aandeelhouder) De gemeente Zutphen bepaalt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage op basis van openstelling, activiteitenaanbod, kwaliteit, tarifering op hoofdlijnen (de gemeente bepaalt de wat en waarom vragen). Aanwending van financiën op het niveau van de bedrijfsvoering is ter bepaling van het Sport- en Accommodatiebedrijf (de hoe-vragen). 8. Na hoeveel jaar worden de inverdieneffecten duidelijk? Ervaring van andere sportbedrijven: na 3 à 4 jaar worden (extra) efficiencyvoordelen en/of inverdieneffecten in financiële zin behaald. 9.
Vanaf wanneer kan er een buffer worden opgebouwd? Direct in de fase van oprichting en inrichting en de verder uit te werken exploitatiebegroting per onderdeel wordt al bezien of er ruimte is om een financiële buffer te vormen. Indien dit niet mogelijk is - en de huidige begroting helemaal nodig is voor de exploitatiebegroting van het Sport- en Accommodatiebedrijf - dan kan een buffer (naar verwachting) na 3 of 4 jaar worden opgebouwd. De hoogte van de financiële buffer (veelal een percentage van de omzet van het Sport- en Accommodatiebedrijf) kan door de gemeenteraad worden bepaald. Het is niet ongebruikelijk dat deze buffer 10% van de omzet bedraagt. De buffer is bedoeld voor het opvangen van tegenvallende exploitatieresultaten. Over de vorming van de buffer en besteding van middelen uit de buffer legt het Sport- en Accommodatiebedrijf verantwoording af aan de gemeente als aandeelhouder. Indien het maximum van de afgesproken buffer is bereikt vloeien extra middelen terug naar de algemene reserve van de gemeente Zutphen. 10. Zijn er voorbeelden uit andere gemeenten/best practices? Efficiënter vastgoedbeheer (sportaccommodaties, maar ook welzijn en onderwijs): SROAmersfoort. Bedrijfsmatige exploitatie: Drachten, Alkmaar.
Synergie sport en buurtsportcoaches: Arnhem, Ermelo, Doetinchem Combinatie sport en welzijn: Ridderkerk, Ermelo, Capelle Slagvaardiger en beter inspelend op wensen/behoeften gebruikers: Deventer, Arnhem, Rotterdam Centraal aanspreekpunt voor accommodatiegebruik, sport- bewegen en cultuur: alle. In bijlage 2 is een lijst opgenomen van sport- en cultuurbedrijven in Nederland die zijn aangesloten bij de Vereniging Sportbedrijven Nederland (VSN) en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG – een zusterorganisatie van de VNG).
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
2 van 12
11. Zijn er voorbeelden van thema’s/onderwerpen die elders níet goed zijn gegaan / risicoanalyse? Accounthouderschap bij de gemeente goed borgen (financiën, vastgoed, beleid). Indien dit wordt wegbezuinigd of niet goed georganiseerd sta je als opdrachtgever op achterstand. Oplossing: Opdrachtgeverschap-Opdrachtnmerschap (OGON) goed organiseren. Rollen/taken/verantwoordelijkheden tussen Sport- en Accommodatiebedrijf, gemeente en directeur/bestuurder zijn onvoldoende helder vastgelegd: Instrument: governance-code opstellen. Informatievoorziening te globaal opgezet waardoor monitoring en evaluatie niet goed mogelijk zijn (benutting, bezetting, sociaal en economisch rendement activiteiten). Oplossing: goede afspraken tussentijdse informatievoorziening/kengetallen effectiviteit en efficiëntie, monitoring en klanttevredenheidsonderzoek, financieel en maatschappelijk jaarverslag. Vrijheidsgraden maatschappelijk ondernemerschap en “voor eigen rekening en risico” onvoldoende helder omschreven. Oplossing; heldere prestatieafspraken maken met beperkte vrijheid van het SAZ (SAZ is 90% uitvoerder van gemeentelijke beleid. Dit dient in meerjarenafspraken te worden vastgelegd). In paragraaf 6.4. van de definitieve businesscase is de risicoanalyse toegelicht. In bijlage 4 van de definitieve Businesscase zijn vier risicokaarten opgenomen. 12.
De IJsselslag wordt één van de pijlers: zadelen we het sportbedrijf nu op met een probleem of blijven we (financieel) repareren? Een passende exploitatiebijdrage voor zwembad De IJsselslag is van groot belang. Huidige gemeentelijke bijdrage conform begroting 2021 is passend. Zwembad De IJsselslag is geen probleem, maar een belangrijke pijler van het SAZ. Knelpunten uit het verleden zijn de afgelopen jaren door het interim-bestuur en het management van het zwembad opgelost. Aandachtpunten: tarifering IJsselmeeuwen/verenigingen en langdurige sluitingen als gevolg van de COVID-19 maatregelen. TECHNISCHE VRAGEN FRACTIE PVDA 1. Als er een directeur of directrice komt voor het sportbedrijf welke financiële effecten heeft dat dan op de exploitatie van de onderdelen Hanzehof, de Kei en de IJsselslag? De directie van het Sport en Accommodatiebedrijf Zutphen (verder: SAZ als werktitel) heeft geen negatieve effecten op de exploitatie en zorgt voor een effectiever beleid en een efficiëntere exploitatie. Met name onderdelen als synergie in beheer en exploitatie van de onderdelen van het SAZ, de opzet van een efficiënte organisatie en de samenwerking met andere sport- en welzijnsorganisaties zorgen voor positieve financiële effecten. Beheer en exploitatie van De Hanzehof en de Kei zijn vooralsnog niet opgenomen in het SAZ.
Het SAZ werkt met deelbegrotingen, waarbij de kosten van een bedrijfsbureau/overhead worden verdeeld over de verschillende onderdelen. Het is een positief punt dat mee- en tegenvallers kunnen worden opgevangen binnen het SAZ en niet bij elke tegenvaller wordt aangeklopt bij de gemeente Zutphen. 2. Wordt er in het businessmodel uitgegaan van kostprijs dekkende tarieven of van marktconforme tarieven van de accommodaties voor de verenigingen en de andere huurders? Uitgangspunt zijn huidige tarieven. Deze zijn niet kostendekkend. Gemeente dient nog een keuze te maken voor het al dan niet hanteren van kostendekkende of markconforme tarieven of directe of indirecte subsidiëring. Advies: inzicht in de mate van kostendekking van tarieven. De hoogte van de gemeentelijke subsidie voor het SAZ is het verschil tussen tarief en kostendekking, dus indirecte subsidiëring
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
3 van 12
wordt duidelijk gemaakt. Dit betekent dan geen kostendekkend tarief voor gebruikers/verenigingen maar subsidiëring van gebruikers/verenigingen. 3. Er komt één CAO, welke gevolgen heeft dat voor medewerkers die nu in een andere Cao zitten? De Cao Vermo is duurder dan de huidige Cao’s en wordt bij Sport- en Accommodatiebedrijven in Nederland vooral gehanteerd bij een overgang van volledig gemeentelijk beheer naar een sportbedrijf. De huidige Cao’s blijven in eerste instantie naast elkaar bestaan. Overgang van Onderneming (OVO) is van toepassing: SAZ neemt alle arbeidsovereenkomsten 1op1 over van Stichting Sportaccommodaties Zutphen, Stichting Kulturhus Warnsveld en de gemeente Zutphen. Voor de medewerkers worden huidige rechten gegarandeerd in een sociaal plan. Voor de toekomst wordt in de fase van oprichting/inrichting een analyse gemaakt voor eventueel 1 CAO en de financiële consequenties hiervan. TECHNISCHE VRAGEN FRACTIE D’66 1. Op pagina 26 stelt u dat overgang naar de Vermo CAO met behoud van Pensioenfonds eenvoudig zal zijn. Ik heb begrepen dat dit weliswaar in de Cao Vermo staat dat voortzetting van het pensioen bij het ABP geregeld is. Echter volgens mij is het niet aan de Vermo CAO maar is het al dan niet voortzetten van het pensioen bij het ABP een exclusieve verantwoordelijkheid van het ABP zelf.
Kunt u vooraf garanderen dat voortzetting van het pensioen bij ABP geregeld is. Zie hierboven de beantwoording van vraag 3 van de PvdA fractie. Eventuele overname van Pensioenfonds moet goedgekeurd worden door het huidig pensioenfonds (verbindend verklaring). De te hanteren Cao(‘s) in de toekomst zijn onderdeel van de analyse in de fase van oprichting en inrichting. Hierover wordt nu nog geen besluit gevraagd. De Cao Vermo is duurder dan de huidige Cao zwembaden (De IJsselslag) en de Cao Sociaal Werk (’t Warnshuus). 2. Waarom blijft het onderhoud van buitensportaccommodaties ter waarde van € 100.000 buiten de mogelijk op te richten organisatie en blijft die via een DVO bij de gemeente en hoeveel Fte’s is hiermee gemoeid. Het gaat om onderhoud van de sportvelden/buitensportaccommodaties. Specifieke expertise is hiervoor noodzakelijk die beschikbaar is bij de afdeling ruimte van de gemeente (faciliteiten en machines, kennis). Ontvlechting en onderbrengen bij het SAZ betekent kwaliteitsverlies, kostenverhoging en minder garanties voor continuïteit. Het betreft 2 FTE + coördinatie (deeltijd),waarbij de FTE’s, aangevuld met WSW-krachten, flexibel worden ingezet. Aansturing/opdrachtgeverschap komt wel bij het SAZ te liggen op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de gemeente Zutphen.
Feitelijk blijft de praktische uitvoering van het onderhoud aan de sportvelden hetzelfde als in de huidige situatie. Naast de aanwezige grote deskundigheid bij de gemeente is personele inzet en kostenbeheersing optimaal door de verwevenheid met onderhoud openbare ruimte (groen en parkeren). 3. Hoeveel Fte’s en personen worden volgens uw opzet overgeplaatst naar een mogelijk op te richten organisatie. Bij de accommodaties: Zwembad (12,6 FTE) en Warnshuus (1,2 FTE) en buurtsportcoaches (gefaseerde overgang van 3,5 FTE naar volledig 11,2). Formatie bij gemeente: beleidsmedewerker formatieplaats (ca. 1,0) over naar SAZ, beheer/exploitatietaken gymzalen (ca. 0,7 FTE).
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
4 van 12
In de fase van oprichting en inrichting wordt dit verder gedetailleerd en ingevuld.
4. In de meerjarenbegroting begroot u voor 2021 en 2022 € 550.000 per jaar terwijl voor het jaar 2019 bijna € 700.000 feitelijk uitgegeven is. De begroting 2020 bedraagt slechts € 478.000 Deze cijferreeks snap ik niet goed. Kunt u de relatie voor het jaar 2019 t.o.v. de begroting 2021 en 2022 uitleggen. De € 550.000 voor de jaren 2021 en 2022 lijken mij te laag. Op basis van een analyse van de bedrijfsvoering en financiële exploitatie is een gemeentelijke exploitatiebijdrage voor de IJsselslag van € 550.000,-- realistisch haalbaar. Deze bedragen zijn ook opgenomen in de begroting van de gemeente in 2021 en 2022. Het tekort van 2019 was op rekeningbasis veel hoger omdat betaling van achterstallige huur van de accommodatie van de jaren daarvoor in 2019 in de financiële cijfers is opgenomen. Dit is nu op orde. De verbetering van de exploitatieresultaten van het zwembad kunnen eveneens worden verklaard door een efficiëntere organisatie van de zwemlessen, besparing op accountantskosten/ administratie en lagere interim-bestuurskosten. De begroting voor 2021 is op deze punten bijgesteld en is realistisch/haalbaar. In bijlage 1 vindt u een overzicht van de kosten en baten van beide accommodaties in de periode 2026 - 2020 5. Dezelfde vraag als onder 4.
Voor de Hanzehal, maar dan met de cijfers 2019 € 182.000 en begroot voor 2021 en 2022 € 145.000 In businesscase is de aanname gedaan dat de begrotingsbedragen juist zijn. De subsidie voor de exploitatiebijdrage van de Hanzehal is verweven in de totale bijdrage voor de Hanzehof. Het feitelijke inzicht in de financiële exploitatie van beide onderdelen apart is hierdoor onvoldoende transparant. Door de exploitatiebijdrage van de Hanzehal eruit te halen wordt dit opgelost. De hogere kosten in 2019 worden verklaard door de lagere huuropbrengsten van de Hanzehal, die € 30.000 lager waren dan begroot. Ook kent de Hanzehof op dit moment hoge beheerskosten/-vergoeding voor de Hanzehal. Door bovenstaande wordt het lager begrote bedrag als gemeentelijke bijdrage voor beheer en exploitatie van de Hanzehal voor het SAZ haalbaar. TECHNISCHE VRAAG FRACTIE GROENLINKS 1. Graag krijg ik zo precies mogelijk uitgelegd hoe het zit met het genoemde (toekomstige) Btwvoordeel bij een BV. Het huidige Btw nadeel m.b.t. sportinvesteringen en exploitatiekosten (onderhoud, energie, etc.) is ontstaan door toepassing van Europese regelgeving rond Btw-vrijstelling. Deze is per 2019 uitgebreid, waardoor (beheer van) sportaccommodaties onder de Btw-vrijstelling ging vallen.
Hoewel op het eerste oog BTW-vrijstelling positief klinkt, is het per saldo een nadeel voor ”de sport” omdat er in de oude situatie meer BTW rust op de kosten (21%) dan op de opbrengsten (6% en lager qua omvang/volume dan de kosten). Om gemeenten en verenigingen te compenseren voor de Btw-nadelen zijn er twee regelingen in het leven geroepen: de SPUK-Sport (Specifieke UitKering Sport) voor gemeenten en de BOSA (Stimulering Bouw en Onderhoud SportAccommodaties) voor verenigingen en stichtingen. De SPUK en de BOSA regelingen zijn vastgesteld voor een periode van 4 jaar (2019-2022) en kennen een budgetplafond. Dit betekent dat compensatie slechts deels plaatsvindt als het totaal aangevraagde bedrag dit plafond overschrijdt. Compensatieregelingen voor de periode na 2022 worden wel verwacht, maar hoogte en duur zijn nog onbekend. Het in de Btw-verrekening blijven is voor Sportbedrijven (mits een juiste contractvorming met de gemeente), evenals voor particuliere exploitanten die in opdracht van de gemeente beheer en exploitatie verrichten, onderwerp van overleg tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en de Ministeries van VWS en Financiën.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
5 van 12
De laatste 2 jaar hebben alle opgerichte sportbedrijven in Nederland een BV als rechtsvorm en worden stichtingen en exploitatie-overeenkomsten Btw-proof gemaakt. Hierdoor wordt de kans vergroot dat de Sportbedrijven als OverheidsBV maximaal kunnen blijven/gaan profiteren van volledige Btw-verrekening. Het advies van de VNG/VSG is om bij de oprichting van gemeentelijke Sportbedrijven hierop te anticiperen door een OverheidsBV te prefereren boven een Stichting bij een Sportbedrijf of gemeentelijke exploitatie.
TECHNISCHE VRAGEN FRACTIE STADSPARTIJ ZUTPHEN-WARNSVELD 1. Welke opdracht heeft de adviseur gekregen en is deze opdracht tijdens het traject aangepast? Opdracht kwartiermaker: o Opstellen van een businesscase sport- en accommodatiebedrijf Zutphen. Advisering college en raad in het besluitvormingstraject o Waarneming/invulling van bestuursfuncties Stichting van De IJsselslag (was: betaald interim-bestuur) en ’t Warnshuus (was: interim-bestuur door wethouders). o Bij besluitvorming tot oprichting van een Sport en Accommodatiebedrijf de aanvullende opdracht om de fase van oprichting en inrichting als kwartiermaker in te vullen. Bij geen besluit tot een sport- en accommodatiebedrijf dan stopt de opdracht. De opdracht van de adviseur is door de Raadswerkgroep Sport gering uitgebreid met een toevoeging aan de businesscase van een indicatieve vergelijking van verschillende vormen van beheer voor beheer en exploitatie van de sportvoorzieningen en ’t Warnshuus. 2. De raadswerkgroep Sport en beweging is 3x op de hoogte gesteld over de voortgang. De Stadspartij heeft geen zitting in de raadswerkgroep en was hiervan niet op de hoogte en vindt het vreemd dat hierover nooit is gesproken, geïnformeerd en teruggekoppeld naar de raad.
Wij vragen dan ook: wie zaten en zitten er in de raadswerkgroep, wat was de taak/opdracht van de raadswerkgroep, zijn er verslagen/notities/ memo’s gemaakt, zo ja kunnen wij daarvan dan afschriften en/of inzage krijgen. Zijn er adviezen uitgebracht of conclusies getrokken? De Raadswerkgroep is in 2019 ingesteld door de raad om de Sportvisie qua proces te begeleiden. De Raadswerkgroep Sport is ook voor dit project gehandhaafd om geïnformeerd te worden over het proces van onderzoek en analyse om te komen tot de businesscase SAZ. De griffie kan meer informatie vertrekken over samenstelling van de Raadswerkgroep en beantwoording van de vragen over verslagen, actiepunten en besluiten. 3. Navraag bij een aantal raadfracties van de gemeente Deventer geeft aan dat de tekorten kunnen oplopen en dat de controle tekortschiet in Deventer. De gebruikers en verenigingen meer moeten gaan betalen. De raad kan dan niet anders dan daarmee akkoord gaan. Een groot gebrek aan democratische controle en sturing. Hoe kunnen we dit in Zutphen vermijden/voorkomen en wat zijn hierbij de risico’s? Borging van de (financiële) afspraken vindt plaats in een meerjaren huur- en exploitatieovereenkomst en prestatieafspraken. De gemeente is en blijft eigenaar van de accommodaties/vastgoed en 100% aandeelhouder van de overheidsBV.
Daardoor kan zij sturing geven aan de toekomst en heeft mogelijkheden tot tussentijdse (financiële) bijstelling. De gemeente blijft wel uiteindelijk financieel verantwoordelijk voor over- en onderschrijding van de financiële exploitatie van het SAZ. Voor de risico’s en het hanteren hiervan wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 11 tijdens de Forum Special en de toevoeging van een risicoanalyse in de definitieve businesscase. 4. Wat zijn de daadwerkelijke kosten van dit bedrijf in fte’s en euro’s voor de komende 5 jaar/ 3 jaar?
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
6 van 12
Welke spelregels worden er concreet afgesproken m.b.t. investeringen, te volgen onderhoud, verzoeken van verenigingen, accommodaties, prioriteringen, aanname personeel, ontslag en de gevolgen daarvan? Advies: jaren 2021 en 2022 volgen van vastgestelde gemeentelijke begroting. Geen extra kosten. Na evaluatie in 2022 meerjarenafspraken maken van 4 jaar (2023- 2026), waarvan verwacht mag worden dat er efficiëntiewinst door kostenverlaging en opbrengstverhoging kan worden bereikt. Investeringen en eigenaarsonderhoud zijn en blijven bij de gemeente Zutphen. Huurders/dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door het Sport- en Accommodatiebedrijf. De gemeente ziet wel 2x per jaar toe op juiste uitvoering van het huurdersonderhoud. Verzoeken van verenigingen over uitbreiding van omvang/capaciteit van de accommodatie gaan naar de gemeente. SAZ vervult een adviesrol naar gemeente over behoefte/noodzaak van de verzoeken en de consequenties. Aanname van personeel is een verantwoordelijkheid voor SAZ. De rechten van het huidige personeel worden geborgd in een sociaal plan. De gemeente ziet als aandeelhouder en opdrachtgever voor uitvoering beheer en exploitatieaken toe op totale exploitatie waar personeelsbeleid onderdeel van is.
5. Al gevraagd tijdens het forumoverleg, maar wordt er nog een professionele risicoanalyse gemaakt. De risicoanalyse is aangegeven bij antwoord op vraag 11 die tijdens het Forum Special is gesteld. Daarnaast is in bijlage 2 een blanco risicokaart opgenomen die een beeld geeft van de gevalideerde risicoanalyse die aan de definitieve businesscase wordt toegevoegd. 6. Hoe wordt gewaarborgd dat de raad zeggenschap blijft houden en goed en tijdig geïnformeerd wordt, zicht blijft houden op subsidies, leningen e.d.? Er zijn in de verhouding tussen een gemeente en een Sport- en Accommodatiebedrijf met een overheidsBV als rechtsvorm verschillende instrumenten beschikbaar die worden toegepast voor sturing en beheersing: o Governance-code o Huur- en exploitatieovereenkomst en prestatieafspraken (2-4 jaar + jaarlijkse bijstelling). o Gebruikers-/tevredenheidsonderzoeken per 2 jaar o Vastleggen momenten van tussentijdse informatievoorziening en verantwoording. o Financieel en maatschappelijk jaarverslag. o Goedkeurende accountantsverklaring van jaarstukken. Een bijzondere bevoegdheid van de gemeenteraad bij een overheidsBV dient te worden vermeld. Het kunnen instellen van een rekenkameronderzoek door de gemeenteraad maakt het bij een overheidsBV mogelijk om het totale spectrum te laten onderzoeken (gemeentekant en het SAZ).
Het rekenkameronderzoek in Zevenaar is hiervan een goed voorbeeld. 7. Stel dat de raad na 5 jaar wil besluiten hiermee te stoppen wat zijn dan de consequenties en kosten College/raad kan na elk jaar besluiten te stoppen met het Sport- en Accommodatiebedrijf. College/raad kan elk jaar besluiten om zwembad, Warnshuus of andere accommodaties te sluiten. Consequenties zijn met name van personele aard, maar deze consequenties zijn niet anders dan in de huidige situatie ook. BEANTWOORDING VRAGEN TIJDENS FORUM 9 FEBRUARI 2021 1. Wat is de reactie van de wethouder op de brief van de voetbalverenigingen? In overleg met de raadswerkgroep is besloten om gericht een aantal belanghebbenden te benaderen voor het Forum van 21 januari. Een vertegenwoordiger van de buitensport besloot op het laatste moment toch niet in te spreken, dus zijn een aantal andere buitensportverenigingen
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
7 van 12
benaderd. Vanwege de beperkte voorbereidingstijd gaven zij aan geen gedragen inspraakreactie te kunnen geven. De (buiten-)sportverenigingen zijn vanaf het begin geïnformeerd over het proces om te komen tot een businesscase. Omdat deze een analyse betreft van de bestaande (bedrijfsmatige) stand van zaken en een mogelijk vervolg zijn de verenigingen hier inhoudelijk beperkt bij betrokken. In de fase van inrichting worden verenigingen betrokken. Met de schrijvers van de brief is dinsdag 9 februari een overleg geweest. Aan hen is het proces tot nu toe toegelicht en de vragen die zij in hun brief hebben gesteld, zijn beantwoord (de antwoorden op de vragen vindt u verderop in dit overzicht). Toegezegd is dat er een informatiebijeenkomst voor sportverenigingen wordt georganiseerd voorafgaand aan de definitieve besluitvorming over de oprichting van een sport- en accommodatiebedrijf.
2. Waarom zou je organisaties die middenin de samenleving staan (sportverenigingen) juist op afstand willen zetten? De sportverenigingen staan ook in de huidige situatie al op afstand. Door de inrichting van een sportbedrijf komt ook beheer en exploitatie van de sportaccommodaties midden in de samenleving te staan. De verenigingen krijgen daarmee een gesprekspartner die hen op professionele wijze kan bedienen en een centraal aanspreekpunt is voor verhuur, onderhoud en andere gebruikersvragen. 3. Er komt een andere CAO, wat betekent dit voor werknemers (sociaal plan) en de kosten voor de gemeente? Vooralsnog wordt er niet gekozen voor een nieuwe CAO. Personeel van het Sport- en accommodatiebedrijf behoudt de huidige CAO. De huidige medewerkers vallen voor meer dan 90% onder de CAO zwembaden, handhaving van deze CAO en deze hanteren voor nieuwe werknemers ligt in de reden. De rechten van de huidige medewerkers worden geborgd in een sociaal plan. Dat levert géén extra kosten op ten opzichte van de huidige situatie. In paragraaf 5.3. van de definitieve Businesscase is een hernieuwde paragraaf over de CAO en arbeidsvoorwaarden opgenomen. 4. Stel: het lukt het sportbedrijf om een buffer op te bouwen: wat als er één onderdeel geld blijft kosten, worden dan de overige onderdelen de dupe? Dit is in principe niet anders dan nu: ook nu kosten (alle) sportaccommodaties geld.
Deze kosten zijn gedekt binnen de gemeentebegroting, die feitelijk de exploitatiebijdrage voor het sportbedrijf is; Het Sportbedrijf werkt met deelbegrotingen, zodat duidelijk zichtbaar is/blijft hoe de exploitatie per onderdeel loopt; Door efficiënte bedrijfsvoering zou het sportbedrijf een buffer op kunnen bouwen om eventuele tegenslagen op te vangen. Tegenslagen kunnen zich op elk onderdeel van de exploitatie voordoen; Mocht het zo zijn dat een onderdeel structureel meer kost dan begroot dan onderzoekt het sportbedrijf wat hiervan de oorzaak is en bekijken of en hoe het tekort binnen de (deel-) begroting van dit onderdeel gedekt kan worden; Lukt dit niet dan is dit reden voor overleg met de opdrachtgever (gemeente). 5. Waarom heeft de gemeente Nijmegen níet gekozen voor een Sportbedrijf? In Nijmegen is in 2010 gekeken op welke wijze de exploitatie het best geregeld kon worden. Bestuurlijk (portefeuillehouder) was de wens om dit in eigen beheer te blijven doen. Uitgebreid onderzoek of discussie heeft vervolgens niet plaatsgevonden De situatie is niet vergelijkbaar met Zutphen: in Nijmegen werd alles al in eigen beheer gedaan en is besloten niet extern te beleggen. In Zutphen wordt het grootste deel van de exploitaties al extern uitgevoerd.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
8 van 12
6. Er zijn inmiddels meerdere gemeenten met een sportbedrijf. Wat zijn hun ervaringen en eventuele leermomenten? Er is een korte benchmark gehouden onder sportbedrijven in Nederland. In paragraaf 7.1 van de definitieve businesscase wordt de benchmark genoemd. Een overzicht van de benchmark is opgenomen als bijlage 5 van de definitieve businesscase van het Sport- en Accommodatiebedrijf Zutphen. BEANTWOORDING VRAGEN UIT DE BRIEF VAN DE VOETBALVERENIGINGEN D.D. 5 FEBRUARI 2021 Algemene toelichting: De concept-businesscase (BC) is een document voor besluitvorming/groen licht door college en gemeenteraad. De BC is daarmee een soort beslisboom voor college en raad waarin ook andere vormen van beheer (gemeentelijk, stichting) zijn bezien op effectiviteit en efficiëntie. Advies is dat een Sporten Accommodatiebedrijf Zutphen (verder: SAZ) haalbaar en passend is. Na besluitvorming/groen licht worden in de fase van oprichting en inrichting zaken uitgewerkt als financiën, personele overgang, synergie/samenwerking, bijeenkomsten gebruikers. Dan is betrokkenheid van gebruikers/verenigingen veel meer aan de orde en van belang. De financiële paragraaf in de concept-BC is met name gericht op financiële dekking in de gemeentebegroting. Deelbegrotingen per onderdeel en per accommodatie volgen in het bedrijfsplan SAZ in fase van oprichting/inrichting.
Voor buitensport verandert er weinig tot niets, hierdoor was minder betrokkenheid/overleg in de fase van het opstellen van de concept-BC noodzakelijk Bovenstaande hadden we (gemeente / kwartiermaker / beleidsadviseur sport) beter kunnen en moeten communiceren met de buitensportverenigingen: o Na bepaling van het standpunt door het college op 21 december 2020. o De mail van 25 januari had ook uitgebreider kunnen/moeten zijn. o Dan waren groot aantal vragen al beantwoord. Specifiek: Veel vragen uit de brief worden beantwoord in de vraag- en antwoordnotitie voor de gemeenteraad. Deze is, samen met de presentatie van 21 februari bijgevoegd.
Wat wordt beoogd met de businesscase: o Verbetering effectiviteit en efficiëntie in beheer en exploitatie; o Huidige versnippering, zowel in beheer/exploitatie als in gemeentelijke betrokkenheid opheffen; o Eén aanspreekpunt voor de inwoners en sportaanbieders van Zutphen; o Huidige knelpunten vrijwillige stichtingsbesturen (IJsselslag en Warnshuus) oplossen. Verbinding met Lokaal Sportakkoord: o Lokaal Sportakkoord is van sportaanbieders, BC is van gemeente, directe koppeling is op dit moment dus (nog) niet aan de orde. Betrokkenheid verenigingen: o Bij fase BC inderdaad (te) beperkt; o Bij volgende fase van oprichting en inrichting veel intensiever; o Aandachtspunt: vrijwilligers niet te veel belasten en alleen betrekken bij punten waar zij echt mee te maken krijgen en waar invloed op uit te oefenen is. Eigenaarschap/MIP/MJOP: o Gemeente is en blijft eigenaar en blijft verantwoordelijk voor omvang en kwaliteit van de sportvoorzieningen; o Uitvoering onderhoud blijft voor buitensportverenigingen gelijk (dienstverleningsovereenkomst tussen het SAZ en de gemeente Zutphen);
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
9 van 12
o
Begroting 2,5 miljoen is vanuit dekkingsperspectief gemeente Zutphen. Deelbegrotingen met opbrengsten en kosten per onderdeel volgen in volgende fase; o MIP’s/MJOP’s zijn er en worden zelfs momenteel geactualiseerd. Zwembad De IJsselslag: o Tekort van het zwembad is passend en is niet hoger dan vergelijkbare zwembaden in Nederland; o Elke sportaccommodatie is financieel gezien verliesgevend omdat er geen kostendekkende huur is. Dit geldt ook voor de buitensportverenigingen indien alle kosten worden meegenomen; o Nadruk op tekorten IJsselslag is derhalve onjuist. Bij tegenvallende exploitatieresultaten (wat ook in de buitensport kan voor komen) wordt overleg met de gemeente Zutphen plaatsvinden. Risico’s exploitatie / BV: o Zie vragen en antwoorden raadsforum 21 januari 2021; o OverheidsBV is anders dan een bedrijf. Gemeente 100% eigenaar en is en blijft – ook financieel – eindverantwoordelijk; o Maatschappelijk ondernemingsvrijheid is beperkt voor het SAZ. Het accent ligt op uitvoering van het gemeentelijke beleid. Tarieven: o Hoogte van de basistarieven wordt door de gemeente Zutphen bepaald, dit kan ook hoger dan de inflatie zijn; o Het SAZ gaat niet over de basistarieven als huur sportvelden en uurbedrag huur binnensport voor de sportverenigingen. De huurprijs voor commercieel gebruik ligt wel bij het SAZ; o Financiële aspecten worden verder bij de uitwerking betrokken.
Organisatie: o Zie antwoorden Forum 21 januari 2021; o Er is wettelijk sprake van Overgang Van Onderneming (OVO) voor de medewerkers van De IJsselslag en ‘t Warnshuus; o Medewerkers van de gemeente met huidige sporttaken gaan niet of zeer beperkt over naar het SAZ. Beleidskaders: o De gemeente stelt opdrachtformulering/opdracht en uitgangspunten/randvoorwaarden vast; o Afspraken worden vastgelegd in een huur- en exploitatieovereenkomst en governance code; o Financiële risico’s liggen uiteindelijk bij de aandeelhouder = gemeente. Dit verandert dus niet ten opzichte van de huidige situatie.
AANVULLENDE VRAGEN D’66 D.D. 1 MAART 2021 Sociaal plan: In de beantwoording van de vragen van D66 in het laatste forum schuift u de vragen over de CAO naar de toekomst en in de mondelinge toelichting stelt u met vasthoudendheid dat er geen verandering voor de medewerkers plaatsvindt. Tenminste vooralsnog niet. U schuift dit naar de toekomst. Voor een goede afweging is het wat D66 betreft van wezenlijke betekenis dat een sociaal plan als integraal deel aan het voorstel toegevoegd wordt. Overigens gaat uiteraard de raad niet over het sociaal plan zelf dat is voorbehouden aan het college /secretaris. Maar waar de raad wel over gaat is de bestuurlijke zorgvuldigheid. In een voorstel tot ingrijpende veranderingen in de organisatie dienen ook de gevolgen voor de medewerkers opgenomen te worden. Daarbij het beginsel in acht nemend, dat met betrokkenen en hun vertegenwoordigers (OR/ vakbonden) overlegd is welke regelingen van kracht zullen zijn/ worden. Uiteraard is het voor ons als Raad van eminent belang welk prijskaartje aan een sociaal plan hangt.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
10 van 12
Met klem verzoeken wij u dan ook de informatie omtrent de kosten van een sociaal plan aan ons te overleggen teneinde te kunnen beoordelen welke mogelijke toekomstige financiële risico’s we gaan lopen. De in de concept-businesscase genoemde CAO Vermo (bij veel sportbedrijven gehanteerd) is met name bedoeld voor organisaties die voor de verzelfstandiging onderdeel waren van de gemeentelijke organisatie (CAR/UWO). Na bespreking van de concept-businesscase in diverse Forumvergaderingen en in de raadswerkgroep Sport is een verdere verdiepingsslag gemaakt naar de CAO’s, Overgang van Onderneming en de hieruit volgende arbeidsjuridische aspecten en eventuele financiële consequenties. In de definitieve businesscase is in paragraaf 5.3 nu het volgende opgenomen: Algemeen Het uitgangspunt is dat alle rechten en verplichtingen van medewerkers bij een overgang van onderneming op grond van artikel 7:662 en verder BW van rechtswege mee over gaan. Dat geldt ook voor de in de CAO opgenomen arbeidsvoorwaarden. Dat wordt expliciet geregeld in artikel 14a Wet CAO. Hierdoor kun je dus na een overgang van onderneming als werkgever geconfronteerd worden met 2 toepasselijke CAO’s binnen jouw organisatie (namelijk de eigen CAO en de CAO die meekomt met de medewerkers die overgekomen zijn). Als werkgever ben je verplicht de beide CAO’s te handhaven totdat: 1.
Er een nieuwe CAO tot stand komt waar, op grond van de werkingssfeerbepalingen, de werkzaamheden van de werknemers onder vallen; of 2. Er een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV-verklaring) wordt afgegeven waar, op grond van de werkingssfeerbepalingen, de vennootschap onder valt; of 3. De looptijd van de CAO verstrijkt. Let wel, in de praktijk bevrijden deze eindigingsgronden de nieuwe werkgever echter geheel niet van de overgekomen collectieve arbeidsvoorwaarden, nu deze in principe kunnen nawerken. Dit leidt tot de aanbeveling dat een helder sociaal plan wordt opgesteld, waarin een afbouw van eventueel gunstigere arbeidsvoorwaarden wordt overeengekomen. CAO-zwembaden en CAO Sociaal Werk, Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening De medewerkers zwembad (30) vallen onder de CAO-zwembaden. De medewerkers buurthuis (2) vallen onder de CAO Sociaal Werk, W&MD. Deze twee groepen worden samengebracht in een nieuw op te richten verzelfstandigde organisatie. Alle medewerkers nemen vanwege de overgang van onderneming hun eigen arbeidsvoorwaarden uit hun arbeidsovereenkomsten en de arbeidsvoorwaarden uit hun CAO mee naar de nieuwe BV. Werkingssfeerbepaling CAO zwembaden Gezien de werkingssfeerbepaling van de AVV-verklaarde CAO-zwembaden gaat vermoedelijk na een van hierboven genoemde momenten de CAO-zwembaden gelden voor alle medewerkers.
Voor de 2 medewerkers van ‘t Warnshuus wordt een Sociaal Plan opgesteld waarin de overgang – te zijner tijd – naar de CAO-zwembaden wordt geregeld en eventuele negatieve arbeidsvoorwaarden – al dan niet tijdelijk – worden gecompenseerd/afgebouwd/afgekocht. Omdat de huidige rechten en plichten overgaan, zijn er in de toekomst ten opzichte van de huidige situatie in beginsel geen extra kosten te verwachten.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
11 van 12
Zwembad: U stelt dat de gemeente nog een keuze dient te maken voor het al dan niet hanteren van kostendekkende of markconforme tarieven of directe of indirecte subsidiëring. D66 begrijpt niet dat dit niet eerst opgelost wordt alvorens met reorganisatievoorstellen te komen. U schuift op deze manier de problemen voor u uit. Welke afwegingen heeft u om dit vraagstuk voor u uit te schuiven? Er is geen sprake van een probleem maar om een uitgangspunt: op het moment dat de gemeente als kader stelt dat marktconforme of kostendekkende tarieven gehanteerd moeten worden dan heeft dat invloed op de financiën van de gebruikers (verenigingen). Deze kunnen vervolgens (direct of indirect) worden gecompenseerd door de gemeente. Wij begrijpen dat een van de gebruikers nog steeds een lager tarief betaald in vergelijk met andere gebruikers van het zwembad. Dat is wat D66 betreft ongewenst. Bij de voetbalverenigingen heeft u wel de tarieven gelijkgeschakeld en dat vinden wij een goede zaak. Welke overwegingen c.q. rechtvaardigheidsgronden heeft u om deze gebruiker in dit opzicht te bevoorrechten? Als hiermee de IJsselmeeuwen wordt bedoeld dan wordt het lager tarief bepaald door: Historisch perspectief: o De huidige tarieven zijn het resultaat van besluiten die in het verleden zijn genomen over de lage tarieven. Dit was destijds een bewuste keuze.
o De huidige lage tarieven kunnen alleen door geleidelijke harmonisatie op een hoger niveau worden gebracht Bij hoge afname van het aantal gebruiksuren kan een staffelkorting worden toegepast. Voor een activiteit als zwemlessen wordt een (meer) kostendekkend tarief besproken met de IJsselmeeuwen. Een concreet voorstel voor de tarieven wordt in de fase van oprichting/inrichting aan de gemeenteraad voorgelegd en als uitgangspunt worden gehanteerd voor de huur- en exploitatieovereenkomst tussen de gemeente Zutphen en het Sport- en accommodatiebedrijf. Het bepaalt tevens in belangrijke mate de hoogte van de exploitatiebijdrage.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
12 van 12
BIJLAGE 1: OVERZICHT KOSTEN/BATEN DE IJSSELSLAG EN ’T WARNSHUUS 2016 – 2020 Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de kosten en baten van de exploitatie van zwembad De IJsselslag en sporthal Hanzehal. Het betreft hier de totale exploitatie vanuit gemeentelijk perspectief. De exploitatiecijfers van de beide accommodaties wijken hier van af, omdat de baten voor de gemeente (de huuropbrengst van het vastgoed) niet gelijk zijn een de gemeentelijke lasten (kapitaallasten en eigenaarslasten). Zwembad De IJsselslag
2016 2017 2018 2019 2020
Exploitatie
Kapitaallasten
Totaal lasten
Baten
Netto resultaat
€ 757.839,87
€
353.350,09
€ 975.256,00
€
317.864,25
€ 975.470,04
€
293.358,43
€ 875.751,39
€
285.686,05
€ 645.244,81
€
274.766,18
€ 1.111.189,96 € 1.293.120,25 € 1.268.828,47 € 1.161.437,44 € 920.010,99
€ € € € €
€ € € € €
-225.100,80 -225.963,14 -228.739,18 -233.856,48 -237.186,40
886.089,16 1.067.157,11 1.040.089,29 927.580,96 682.824,59
Toelichting tabel: -
-
Het netto resultaat geeft de totale gemeentelijke kosten van het zwembad over het desbetreffende jaar weer De baten betreffen de huuropbrengst die in rekening is gebracht aan SSAZ De exploitatielasten betreffen de gemeentelijke exploitatiesubsidie, belastingen en verzekering en eigenaarsonderhoud De kapitaallasten betreffen de jaarlijkse kosten van afschrijving en rente De exploitatiesubsidie neemt vanaf 2017 af, alsmede het netto resultaat (totale gemeentelijke kosten) als gevolg van efficiencyverbeteringen in de bedrijfsvoering van het zwembad, afname van management- en bestuurskosten en afboeking van exploitatieverliezen in de voorliggende jaren. De in de businesscase opgenomen exploitatiebijdrage voor het zwembad van € 550.000 (ten opzichte van € 645.000 in 2020) wordt daarom als realistisch gezien. Hierin is nog geen rekening gehouden met financiële effecten als gevolg van corona-maatregelen.
Sporthal de Hanzehal
2016 2017 2018 2019 2020 -
Totaal lasten 434.530,18 81.976,99 € 453.130,92 73.208,83 € 419.923,00 65.528,34 € 480.916,45 63.280,16 € 458.362,66 73.208,83 €
Exploitatie
Kapitaallasten
€ 352.553,19
€
€ 379.922,09
€
€ 354.394,66
€
€ 417.636,29
€
€ 385.153,83
Baten € -252.325,96 € -260.241,29 € -263.786,65 € -235.151,86 € -118.085,34
Netto resultaat € 182.204,22 € 192.889,63 € 156.136,35 € 245.764,59 € 340.277,32
Het netto resultaat geeft de gemeentelijke kosten voor de Hanzehal over het desbetreffende jaar weer
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
13 van 12
-
-
De baten betreffen de huuropbrengst die in rekening is gebracht aan de Hanzehof, scholen, sportverenigingen en overige gebruikers. Het resultaat in 2020 is negatief beïnvloed door de coronamaatregelen, waardoor de hal geruime tijd gesloten is geweest. De exploitatielasten betreffen de gemeentelijke beheersvergoeding, belastingen en verzekering, onderhoud, energie en schoonmaak Voor de exploitatiebijdrage voor de Hanzehal in de businesscase is uitgegaan van de financiële dekking in de gemeentebegroting van € 145.000. Of dit bedrag moet worden bijgesteld is afhankelijk van de uitkomst van gesprekken die momenteel gaande zijn tussen de gemeente Zutphen en de Hanzehof over de eventuele overname van het beheer en de exploitatie van de Hanzehal.
Beantwoording vragen bij concept Businesscase SAZ
14 van 12