CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderbouwing inspraaknotitie Staatsbosbeheer

Raadsvergadering 26 januari 2026, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Glastuinbouw De Hoven Noord1.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderbouwing inspraaknotitie Datum: Van: Aan: Onderwerp:

9-1-2026 Staatsbosbeheer Gemeenteraad Zutphen Onderbouwing inspraaknotitie – Bestemmingsplan Glastuinbouw de Hoven Noord

Geachte Raad, Staatsbosbeheer heeft kennis genomen van de zienswijzennota en raadsbrief die toegezonden is d.d. 6 november 2025. Aangezien de inspraaktijd van maximaal 4 minuten geen ruimte laat voor een stevig onderbouwd betoog, ontvangt u bij deze een uitgebreidere onderbouwing.

Achtergrond: de Overmarsch, een bijzonder gebied! Gelders Natuur Netwerk – provinciaal beleid Onderstaande figuur geeft het Gelders Natuur Netwerk (gearceerd) weer zoals vastgesteld in het provinciaal beleid. De licht-rood ingekleurde gebieden geven aan waar een kwaliteitsimpuls plaats moet vinden.

Zoals u in deze kaart ziet bestaat De Overmarsch uit een oude meander die scherp is ingesneden en laag ligt ten opzichte van haar omgeving. Het gebied is daardoor uniek doordat er een grote hoeveelheid kwel (grondwater) omhoog komt. Dit biedt grote potenties voor soortenrijke natuur die in Nederland sterk in kwaliteit achteruit gegaan is. Het gebied is in potentie geschikt voor Dotterbloemhooiland, orchideënrijke natte

1

schraallanden, elzenbroekbos en vogelsoorten als Grote karekiet, Roerdomp en zwarte stern, die vroeger allen in het gebied broedden. Verdroogd Vroeger was het gebied echter een stuk natter. Een groot deel van de kwel wordt tegenwoordig afgevangen door het intensieve stelsel van watergangen en sloten in het gebied, die afstromen naar het noorden en via gemaal Middelbeek in de IJssel afwateren. De grondwaterstand is nu dusdanig laag dat de plantenwortels er niet meer bij kunnen. Om beter gebruik te kunnen maken van het schone kwelwater moet het grondwater dus weer in de wortelzone van de vegetatie terecht komen. Hiervoor is hydrologisch systeemherstel, met bijbehorende hogere grondwaterstanden noodzakelijk. Staatsbosbeheer heeft daarom onderzoek laten doen naar de noodzakelijke maatregelen om de natuur te versterken (Eelerwoude, 2024). Dit onderzoek omvat een uitgebreide beschrijving van het watersysteem in relatie tot de actuele en potentiële natuurwaarden gerelateerd aan de beleidsmatige opgave die is opgenomen in de omgevingsvisie van de Provincie Gelderland. Het rapport is bekend en ook in bezit bij de gemeente Zutphen.

Reactie op zienwijzen-nota Hydrologie - kwaliteitsimpuls In het natuurbeheerplan, vastgesteld door de provincie, is een kwaliteitsimpuls vastgesteld waarbij onder meer de ontwikkeling van vochtig hooiland genoemd wordt. Daarvoor is een waterstandstijging nodig. In het raadsvoorstel en de zienswijze-nota staat dat met de voorgenomen maaiveldverhoging van het kassencomplex rekening gehouden is met deze kwaliteitsimpuls, maar na bestudering van het hydrologisch rapport komen wij tot de conclusie dat dit niet het geval is: er vindt weliswaar een maaiveldverhoging plaats, maar deze is nodig omdat de kassen onder de huidige omstandigheden al last hebben van ‘natte voeten’. Als na de maaiveldverhoging de grondwaterstand weer omhoog zou gaat, zou het kassencomplex opnieuw last krijgen van natte voeten. Wij concluderen dan ook dat met deze ontwikkeling de deur dichtgezet voor de ontwikkeling van hoogwaardige natuur. Wij vragen u om bij de ontwikkeling van het kassencomplex rekening te houden met de grote natuurpotenties van dit gebied en de toekomstige maaiveldverhoging daarop af te stemmen. Tijdens de beeldvormende raadsvergadering van december ’25 werd gesuggereerd dat de gemeente wacht op schadeberekeningen die uitgevoerd zouden moeten worden door Staatsbosbeheer en het Waterschap. Dit is niet correct.

Uiteraard kan het waterpeil niet zonder meer omhoog gezet worden, dat vergt een gesprek met alle partners in het gebied om kansen en knelpunten te inventariseren, gevolgd door modelleringen, aanpassingen in het watersysteem, etc. Een dergelijk proces vraagt tijd, inzet van de omgeving en geld. Het heeft geen zin een dergelijk proces op te starten als de kassenbouw bij voorbaat deze ontwikkeling afsnijdt. 2

Wel hebben Staatsbosbeheer en het waterschap op verzoek van de gemeente een inschatting gemaakt van het effect van de peilverhoging op de grondwaterstand ter plaatse van het beoogde kassencomplex, maar in het vaststellen van de nieuwe maaiveldhoogtes is hier niets mee gedaan. Navraag bij de gemeente hoeveel ruimte er voor aanpassingen in de waterhuishouding overblijft ná de kassenbouw, heeft helaas niet geleid tot een concreet antwoord. Hydrologie – bestaande natuurwaarden Daarnaast hebben wij zorgen over het effect van de planontwikkeling op de waterkwaliteit in het gebied, zowel door afstromend oppervlaktewater vanuit de kassen als door afvang van kwel door het extra aanleggen van oppervlaktewater bassins. In onderstaande kaart ziet u bijvoorbeeld dat de waterbassins pal tegen het Gelders Natuurgebied aangelegd worden, en de kassen tot op zeer korte afstand naderen

Planontwikkeling

De zienswijzennota geeft aan dat er geen risico is op verslechtering van het watersysteem in het aangrenzende natuurgebied en verwijst daarbij naar het hydrologisch rapport. In dit rapport kunnen we echter geen enkel antwoord terugvinden op de door ons ingebrachte onderwerpen. Bovendien zien wij dat diverse uitgangspunten en aannames uit de hydrologische notitie van de initiatiefnemer tegengesteld zijn aan eerdere, hydrologische rapportages. Om een voorbeeld te noemen: In de hydrologische notitie, in opdracht van initiatiefnemer wordt gesteld in paragraaf 3.1: Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM, NHI) is binnen het plangebied zowel lichte wegzijging als kwel (tot 1 mm/dag) aanwezig. Op basis van peilbuis B33E0264 blijkt dat de grondwaterstand en stijghoogte tot circa NAP -20 m grotendeels gelijk zijn. Ondiep is er dus geen kwel aanwezig. De diepe stijghoogte (NAP -73 m) ligt echter aanzienlijk hoger dan de ondiepere stijghoogte en grondwaterstand. Vanuit dit diepere pakket is 3

dus wel een kwelflux aanwezig. Verwacht wordt dat de invloed hiervan op maaiveld beperkt is. (Boot, 7 augustus 20224) Terwijl in een eerder uitgevoerde oriënterende systeemanalyse geconcludeerd wordt: In het kader van de GGOR Zuidoost Veluwe is met een hydrologisch model de gemiddelde kwel berekend voor de zuidoostflank van de Veluwe tot aan de IJssel. Ook Overmars valt binnen dit gebied. Op de kaart van figuur 2.5 is de berekende kwelsterkte weergegeven vanuit het eerste watervoerende pakket via de deklaag naar de oppervlakte. Het betreft hierbij het totaal van de lokale en de regionale kwel. De kwelsterkte ter plaatse van de Oude IJsselloop bedraagt gemiddeld 2 tot 5 mm/dag, en loopt aan de west- en zuidwestkant zelfs op naar 5 tot (ruim) 10 mm/d (Royal Haskoning, 2009). Dit betekent dat in het gebied zeer sterke kwel aanwezig is. (Bell Hullenaar, dec 2010) De kwel is overigens ook met het blote oog in het gebied goed te zien: In deelgebied de Sprabanen is parallel aan de strang een afvoerloop aanwezig. Via twee duikers staat de afvoerloop in open verbinding met de strang. Getuige de aanwezigheid van sterke kwelverschijnselen trekt deze afvoersloot in sterke mate grondwater aan (Bell Hullenaar 2010).

Tenslotte bestaat er ook nog een beknopte Landschaps Ecologische Systeem Analyse (Eelerwoude 2024), waarin de conclusies van Bell Hullenaar onderschreven worden, mede gebaseerd op de analyse van diverse peilbuizen in het gebied. Wij vragen u: •

De conclusies uit de eerdere hydrologische rapporten mee te nemen in uw analyse

•

Concreter te onderbouwen wat het hydrologisch effect van de ontwikkeling is op het GNN

•

Indien nodig, aanpassingen door te voeren in de plannen

4

Onderzoek naar Flora & Fauna Met betrekking tot Flora & Fauna gaat de zienswijze nota op geen enkele manier in op onze opmerkingen: de zienswijzennota verwijst naar precies hetzelfde rapport (quickscan Flora en Fauna) op basis waarvan wij eerder juist de conclusie hebben getrokken dat de effecten op ons natuurgebied onvoldoende zijn onderbouwd. De onderzoekslocatie in dit rapport beperkt zich namelijk slechts tot het plangebied zelf en een hele smalle zone daaromheen (maximaal enkele tientallen meters in het Gelders Natuur Netwerk). Terwijl het uitstralingseffect van een ontwikkeling als deze makkelijk 400 tot 500 meter kan zijn. De wérkelijk effecten van de planontwikkeling op de natuurwaarden in het Gelders Natuurnetwerk zelf komen daardoor nauwelijks aan bod. Bovendien is de stelling uit de zienswijzennota dat het plangebied niet grenst aan GNN feitelijk onjuist: de kaart op de vorige pagina laat zien dat het plangebied wel degelijk grenst aan Gelders Natuur Netwerk. Verder wordt beargumenteert in de zienswijzennota dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Maar een landschappelijke inpassing toetst op geen enkele manier aan de effecten op flora en fauna en is dus geen argument. Overigens heeft ook de provincie Gelderland vorig jaar als bevoegd gezag een Flora&Faunavergunningaanvraag afgewezen met het verzoek om een betere onderbouwing.

Wij vragen u: • Ons volledige natuurgebied mee te nemen in uw analyse • Een betere onderbouwing te geven van de effecten op ons natuurgebied (denk aan verlichting, geluid, transportbewegingen, grondwaterstromen, etc). • En indien nodig, de plannen hierop aan te passen.

Ruimtelijke Ordening: Provinciaal natuurbeleid In de structuurvisie is weliswaar vastgelegd dat er een cluster van kassen tegen de spoorlijn aan komt te liggen, maar daarbij worden geen randvoorwaarden gesteld aan de aanleg daarvan. Dat kan nog steeds, waarbij u op zijn minst beter tegemoet kunt komen aan het provinciaal natuurbeleid. Omwille van de risico’s op het aanliggende natuurgebied en de aantasting van het landschap adviseert om geen groot kassencomplex op deze locatie te realiseren. Maar áls die er toch moet komen, dan pleiten wij ervoor om dit niet ten koste te laten gaan van de natuur, door: • negatieve effecten op waterkwaliteit en bestaande flora en fauna daadwerkelijk uit te sluiten, en • de voorgenomen kwaliteitsimpuls uit het provinciaal natuurbeleid niet bij voorbaat af te snijden. Water en bodem sturend Met betrekking tot water en bodem sturend, behoeft het geen verdere uitleg dat het niet verstandig is om in deze tijd van klimaatextremen grootschalige bouwinvesteringen te doen in het laagst gelegen gebied van de regio. Sterker nog, de Overmarsch wordt ook genoemd als ruimtelijke reservering om de ‘flessenhals’ van de IJssel bij Zutphen, meer ruimte te geven en de stad Zutphen in de toekomst te ontzien van wateroverlast.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=e864e271-7520-432a-97cb-1d00ac686aae