Nota bodembeheer regio Achterhoek 2021 en de bijbehorende bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaarten regio Achterhoek
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00299
GOEDGEKEURD Vergadering van 1 juni 2021 Team Ruimte Economie en Duurzaamheid
Nota bodembeheer regio Achterhoek 2021 en de bijbehorende bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaarten regio Achterhoek Besluitvormend
Zaaknummer: 182073 Portefeuillehouder: Laura Werger Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen de Nota bodembeheer regio Achterhoek 2021, de bodemkwaliteits- en bodemfunctiekaarten voor de regio Achterhoek vast te stellen.
Motivering Aanleiding en context Op 2 maart 2021 heeft uw college de Nota en bijbehorende bodemkwaliteitskaarten regio Achterhoek in ontwerp vastgesteld. Beide beleidsdocumenten zijn daarna voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Er zijn geen zienswijzen ingediend, zodat de beleidsdocumenten nu ongewijzigd kunnen worden voorgelegd aan de raad ter vaststelling. Beoogd effect Het actualiseren van de Nota bodembeheer 2021 en de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten zorgt voor een uniform en transparant beleid binnen de regio Achterhoek. De handhaving erop vindt vervolgens zowel per gemeente als regionaal via de Omgevingsdienst plaats. Argumenten Zie raadsvoorstel
1/222
Kanttekeningen Zie raadsvoorstel Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie raadsvoorstel Rapportage / evaluatie Zie raadsvoorstel Financiële consequenties Zie raadsvoorstel Risico’s Personele consequenties Programmadoelen Programma 3. Duurzame leefomgeving Toelichting programmadoelen Door het gebruik van de Nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten is snel inzichtelijk hoe de kwaliteit van de grond in de gemeente eruit ziet. Door dit snelle inzicht kan worden voorkomen dat de bodem op schone terreinen wordt vervuild. De Nota en de kaarten zorgen er uiteindelijk voor dat de kwaliteit van de bodem onder de gemeente stabiel blijft of schoner wordt. Tevens zorgen de beleidsdocumenten er voor dat de bij werkzaamheden vrijkomende grond gemakkelijker elders in de gemeente of daarbuiten kan worden toegepast. Het gaat hierbij overigens alleen om grondverzet tussen locaties die niet verdacht zijn van de aanwezigheid van een bodemverontreiniging, zoals bedoeld in de Wet Bodembescherming. Op deze wijze wordt hergebruik van grond gestimuleerd en ontstaan er minder transportbewegingen. Deze manier van werken draagt daarmee bij aan een duurzame leefomgeving.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Raadsvoorstel NBB en BKK 2021.pdf Nota bodembeheer Regio Achterhoek.pdf Rapport bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart Regio Achterhoek.pdf Bodemkwaliteitskaarten Regio Achterhoek.pdf Bodemfunctieklassenkaart_Regio Achterhoek.pdf
2/222
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp Programma Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
Vaststelling Nota bodembeheer, bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen kaart Regio Achterhoek 2021 3. Duurzame leefomgeving -technisch blok (hamerstuk) Laura Werger Nico ten Bokkel 0620738867. n.tenbokkel@zutphen.nl kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor:
3/222
1 van 8
De Nota bodembeheer regio Achterhoek 2021, de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassekaarten voor de regio Achterhoek vast te stellen.
4/222
2 van 8
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding
Het (tijdelijk) opslaan en toepassen van grond en baggerspecie is gebaseerd op de Nota bodembeheer, de bodemkwaliteitskaarten en de bodemfunctieklassenkaart van de regio Achterhoek. In deze beleidsdocumenten staan de randvoorwaarden vermeld voor duurzaam en efficiënt hergebruik van vrijkomende grond en baggerspecie in de regio. De wettelijke basis is het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Het Besluit kent een landelijk beleidskader (=generiek) en geeft tevens de mogelijkheid aan gemeenten om lokaal gebiedsgericht beleid voor grondverzet vast te stellen (= gebiedsspecifiek) Een gebiedsspecifiek beleid wordt vastgelegd in de Nota bodembeheer. In Zutphen wordt nog gewerkt met de Nota en bodemkwaliteitskaarten die in 2011 zijn opgesteld en in 2017 op enkele onderdelen zijn aangepast. Deze beleidsdocumenten zijn inmiddels verouderd en dienen conform het Besluit bodemkwaliteit eens in de 10 jaar te worden herzien om zodoende de aktualiteit ervan te waarborgen. De bodemkwaliteitskaart kent een systematiek met drie bodemkwaliteitsklassen: klasse landbouw/ natuur (schone grond), klasse Wonen en klasse Industrie. Bij het elders toepassen van grond bepaalt de functie van een gebied, de kwaliteit van de te verplaatsen grond en de kwaliteit van de te ontvangen bodem, binnen welke kwaliteitsklasse deze mag worden toegepast. De meest kritische toepassingseis wordt hierbij gekozen.
In de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart is voor de gehele regio Achterhoek aan de hand van de beschikbare bodemonderzoeken opnieuw de (chemische) bodemkwaliteit doorgerekend. Hierbij is gebruik gemaakt van de in de afgelopen jaren verzamelde bodemanalyseresultaten. Doordat er meer data beschikbaar en gebruikt zijn, is de betrouwbaarheid van de kaarten verbeterd. Bij de doorrekening ervan zijn ook de verzamelde gegevens over nieuwe stoffen zoals de PFASverbindingen meegenomen. De veranderingen in de Nota betreffen tevens wijzigingen in het gebiedsspecifiek beleid waarvoor vaststelling door de gemeenteraad conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk is. Op 2 maart 2021 hebben wij de Nota en bijbehorende bodemkwaliteitskaarten regio Achterhoek in ontwerp vastgesteld. Beide beleidsdocumenten zijn daarna voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Er zijn geen zienswijzen ingediend, zodat de beleidsdocumenten nu definitief kunnen worden vastgesteld.
Beoogd effect
5/222
3 van 8
Het actualiseren van de Nota bodembeheer 2021 en de bijbehorende bodemkwaliteitskaarten zorgt voor een uniform en transparant beleid binnen de regio Achterhoek. De handhaving erop vindt vervolgens zowel per gemeente als regionaal via de Omgevingsdienst plaats. Argumenten
1.1
Actualiseren van de Nota en de Bodemkwaliteitskaart is nodig om ze blijvend te kunnen gebruiken als bewijsmiddel bij grondverzet.
De geldigheid van de huidige Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten van Zutphen verloopt dit jaar. Als deze beleidsdocumenten door een geactualiseerde versie worden vervangen voldoen ze weer aan het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Hierdoor mag grond zonder aanvullende partijkeuringen weer worden toegepast binnen het grondgebied van de regio. Hergebruik van grond wordt hiermee gestimuleerd en er wordt regionaal invulling gegeven aan verantwoord en duurzaam bodembeheer.
1.2
Instemmen met de beleidsdocumenten voor de Achterhoek betekent dat bodembeleid en handhaving in dezelfde regio vallen.
In 2011 zijn de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten opgesteld in samenwerking met de Gelderse gemeenten uit de Stedendriehoek. Vanaf het aanhaken van de gemeente Zutphen en Lochem bij de Omgevingsdienst Achterhoek in 2013, vindt de handhaving op de bodemkwaliteit en de controle op de meldingen grondverzet, gemeenschappelijk in de Achterhoek plaats. Met deze documenten is het bodembeleid van de gemeente Zutphen gelijk getrokken met het gezamenlijke beleid van de Achterhoekse gemeenten. Hiermee is de basis gelegd voor een duurzaam en kostenefficiënt bodembeheer.
1.3
Instemmen met de Nota bodembeheer zorgt voor kostenbesparingen.
Als gevolg van het bodembeleid in de Nota worden voor de gemeenten en derden besparingen gerealiseerd door: verminderde onderzoekskosten voor hergebruik van grond en baggerspecie. verminderde transport-, reiniging- en/of stortkosten. verminderde aanschafkosten van primaire grondstoffen (zand uit zandwinputten of via de grondbank) door meer hergebruik van grond.
1.4 Instemmen met het gebiedsspecifiek nieuw beleid zorgt voor een betere aansluiting bij de actuele bodemkwaliteit in de regio. In de Nota is gebiedsspecifiek bodembeleid opgesteld door middel van lokale regels en normen die beter passen bij het beheergebied van de regio Achterhoek. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder toegelicht:
6/222
4 van 8
PFAS; Sinds juli 2019 is er landelijk beleid voor PFAS opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit nieuwe beleid is in de nieuwe Nota verwerkt zodat grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart zonder extra analyses weer mogelijk is; Arseen; De bodem in de regio bevat van nature hoge ijzergehalten (ijzeroer), wat gepaard kan gaan met gehalten aan arseen boven de landelijke norm voor deze stof. Om hergebruik van dergelijke van natuur arseen houdende grond verantwoord mogelijk te maken, is vastgesteld dat altijd onderzoek moet worden gedaan bij het aantreffen van natuurlijke ijzeroer. Daarnaast is bij hergebruik van dergelijke grond de norm voor humane risico`s de bepalende factor. Grond met een gemeten gehalte onder deze norm mag overal worden toegepast, behalve ter plaatse van moes-/volkstuinen. Heeft de grond een hoger arseengehalte dan de humane risicowaarde, dan is het elders toepassen ervan niet toegestaan en moet het worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Bodemvreemd materiaal; Grond mag in de regio uitsluitend worden toegepast als het niet meer dan 10 gewichts- en 0,1 volumeprocent aan bodemvreemd materiaal bevat zoals onbewerkt hout, steenachtige materialen en plastic. Er is gekozen voor een strengere norm dan landelijk wordt gehanteerd, omdat dit materiaal gemiddeld minder in regionale bodem wordt aangetroffen dan elders.
Asbest; De toe te passen grond met asbestverdachte materialen mag maximaal 50 mg/kg droge stof. (gewogen) asbest bevatten in plaats van de huidige eis 100 mg/kg d.s. De eis is strenger geworden om zodoende te voorkomen dat de kwaliteit van de ontvangende bodem (sterk) verslechtert. Kinderspeelplaatsen; Bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en worden strengere eisen gesteld om zodoende bij het (toekomstig) bodemgebruik eventuele risico’s uit te sluiten. Er moet minimaal een meter dikke bodemlaag worden toegepast met grond dat voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (schone grond) ’. Een extra aanvulling is dat deze grond zintuiglijk en analytisch geen asbest mag bevatten. Asfaltwegen; De geroerde grond onder deze wegen inclusief wegbermen zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart omdat dergelijke grond vaak van een slechtere kwaliteit is. Dit wordt mede veroorzaakt door de depositie van uitlaatgassen en door de kwaliteit van asfalt en funderingsmateriaal. Om hergebruik van deze grond in het buitengebied mogelijk te maken stelt de regio de volgende regels vast: “Bij hergebruik mag de grond zonder aanvullend onderzoek ook elders in de gemeentelijke asfaltwegen van het buitengebied en in de naastgelegen bermen worden toegepast. Mocht deze grond elders in de regio worden hergebruikt dan moet het eerst worden gekeurd.
Elders vrijkomende grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie mag ook in de asfaltverharde wegen van het buitengebied inclusief bermen worden toegepast “. Plaagsoorten (flora); Bij het toepassen van grond speelt ook de verspreiding van zogenaamde plaagsoorten (flora) een steeds belangrijkere rol. Een voorbeeld hiervan is de Japanse duizendknoop of de Reuzenberenklauw. Deze uitheemse planten kunnen door de wortelgroei schade toe brengen aan onder andere de infrastructuur, oevers, waterkeringen en funderingen in het stedelijk gebied, maar verdrukt ook onze inheemse flora. De Reuzenberenklauw vormt ook een risico voor de volksgezondheid. Aanraking van het waterachtige plantensap kan leiden tot brandwonden en in de ogen tot blindheid. Om deze redenen wil de regio de verspreiding van deze plaagsoorten, bijvoorbeeld door het grondverzet voorkomen. Als een plaagsoort (flora) in de toe te passen grond aanwezig is of mogelijk aanwezig kan zijn, is het niet toegestaan de grond elders toe te passen. 7/222
5 van 8
1.5
Er zijn geen zienswijzen in gediend gedurende de wettelijke inzage termijn van 6 weken
Nadat wij de Nota en bijbehorende bodemkwaliteitskaarten regio Achterhoek op 2 maart 2021 in ontwerp hadden vastgesteld, hebben de stukken 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende de inzage termijn hebben geïnteresseerden kennis kunnen nemen van de stukken en eventueel een zienswijze kunnen indienen met betrekking tot de Nota. Gedurende de inzage termijn zijn er geen zienswijzen ingediend. De beleidsdocumenten kunnen nu definitief worden vastgesteld. Kanttekeningen
1.1
Actualisering van de bodemkwaliteitskaarten is nodig om ze blijvend te kunnen gebruiken als bewijsmiddel bij grondverzet.
Als de bodemkwaliteitskaarten niet worden geactualiseerd, mogen deze niet meer worden gebruikt als geldig bewijsmiddel bij het verplaatsen van grond. Dit betekent dat bij elke ontgraving en toepassing van grond een bodemonderzoek nodig is.
1.2
Het nieuwe beleid moet worden gehandhaafd.
Handhaving op de naleving van de regels zoals die zijn opgenomen in de Nota bodembeheer is noodzakelijk. Zonder toezicht is het mogelijk dat er ongeoorloofd grondverzet plaatsvindt waardoor de kwaliteit van de bodem binnen de gemeente of de regio Achterhoek kan verslechteren. De Omgevingsdienst Achterhoek controleert de meldingen en houdt toezicht op het grondverzet binnen de gemeente en binnen de gehele regio Achterhoek.
Risico’s -
Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering
De mogelijkheden voor het toepassen van grond en baggerspecie worden door de gemeenten digitaal gepresenteerd op de gemeentelijke websites en op die van de Omgevingsdienst Achterhoek. De Nota bodembeheer en bijbehorende kaarten zijn na definitieve vaststelling ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk. Indien er na de vaststelling van de Nota en bijbehorende kaarten door de raad alsnog bezwaren zijn, dan is er conform het Besluit bodemkwaliteit een mogelijkheid om beroep hiertegen in te dienen bij de Raad van State. 8/222
6 van 8
Rapportage/evaluatie -
Financiën
De Provincie Gelderland heeft voor het opstellen van de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten een subsidie van € 30.000,- gegeven. De resterende kosten (ca. € 30.000,-) zijn gedragen door de 10 regiogemeenten. De kosten voor de gemeente Zutphen zijnde € 3.000,worden gedekt uit het budget; “Diverse kosten bodembescherming”.
Bijlagen
1 2 3 4
Nota bodembeheer 2021 Regio Achterhoek.pdf Rapport bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart Regio Achterhoek.pdf Bodemfunctieklassenkaart Regio Achterhoek.pdf Bodemkwaliteitskaarten Regio Achterhoek.pdf
Stukken die ter inzage liggen
9/222
7 van 8
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
met nummer 182073;
gelet op artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit besluit: De Nota bodembeheer regio Achterhoek 2021, de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassekaarten voor de regio Achterhoek vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
10/222
8 van 8
[dubbelklik hier om een foto in te voegen]
Nota bodembeheer Regio Achterhoek
Opdrachtgever: Omgevingsdienst Achterhoek en de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen
Organisatie
Telefoon
Projectnummer
Lievense Milieu B.V.
+31 (0)88 910 20 00
SOB011396
Adres
Datum
Documentnummer
Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein
15 december 2020
SOB011396.RAP002
11/222
Colofon Contactpersoon namens de Omgevingsdienst Achterhoek en de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen Mevr. K. Jansen-Willemsen (Omgevingsdienst Achterhoek) Contactpersoon Lievense Milieu B.V. | WSP Jeroen Spronk
Autorisatie Projectnummer
Documentnummer
Status
SOB011396
SOB011396.RAP002
Definitief
Opgesteld en akkoord door
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
15.12.2020
12/222
Paraaf
Samenvatting Inleiding De nota bodembeheer voor de regio Achterhoek is een gemeenschappelijke nota van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen. In deze nota bodembeheer staat welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. De nota bodembeheer geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen. Deze nota bodembeheer heeft 2 doelen: 1. Het stellen van regels voor duurzaam en efficiënt hergebruik van vrijkomende grond in de regio. De Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt, richt zich op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en de ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Door niet meer per gemeente naar de bodem te kijken, maar in de grotere regio, vinden grondstromen soepeler en dus efficiënter hun weg. Dit levert bijkomstige voordelen op: minder transport (winst voor milieu), bijdragen aan de circulaire economie en verbeteren van de omgevingskwaliteit. Verder zullen de administratieve en de financiële lasten voor burgers, bedrijfsleven en overheid verminderen. 2. Het beleidsmatig verankeren van bodembeleid.
Het beleidsmatig verankeren van het bodembeleid komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet en bodemsanering zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. Dit maakt het beleid helder voor burgers en bedrijven in de regio en voor bedrijven die binnen de regio werkzaamheden in de bodem uitvoeren. Voordat werkzaamheden of maatregelen op of aan de bodem worden uitgevoerd, is een milieuhygiënische verklaring nodig. Een milieuhygiënische verklaring is een bewijsmiddel dat de kwaliteit van de grond aantoont. Om deze doelen te realiseren hebben de gemeenten een nieuwe bodemfunctieklassenkaart, een nieuwe bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer opgesteld. De kaarten zijn de instrumenten bij de uitvoering van het bodembeleid. De voorbije jaren is binnen de gemeenten ervaring opgedaan met het gevoerde grondstromenbeleid. Deze ervaringen zijn bij het opstellen van deze nota bodembeheer geïnventariseerd. Het beleid dat als positief is ervaren blijft gehandhaafd, verder is voor de optimalisering beleid aangepast of nieuw beleid geïntroduceerd. Met de nieuwe bodemfunctieklassenkaart, de nieuwe bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer vervangen.
13/222
Samenvatting —- i/iv — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
Gemeentelijk beleid In de onderstaande tabel is het (gebiedsspecifieke) regionale beleid weergegeven waarbij is aangegeven of het beleid een voorzetting of een aanpassing van het tot nu toe gevoerde beleid dan wel nieuw beleid is. Beleidsonderwerp
Voortzetting
Aanpassing
Nieuw
beleid
beleid
beleid
Het uitbreiden van het gemeentelijke bodembeheergebied tot de gemeentelijke grondgebieden van de gemeenten Aalten,
✓
Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen (zie § 2.4) Het accepteren van de bodemkwaliteitskaarten van de regio’s Twente en Arnhem en de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart van
✓
de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst als bewijsmiddel bij het toepassen van grond (zie § 2.4) Het verruimen van regels voor het hergebruik van grond in en uit
✓
geasfalteerde gemeentelijke wegen in het buitengebied (incl. bermen; zie § 2.5.2) Het verruimen van regels voor het hergebruik van grond in aangewezen gebieden met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’
✓
(zie § 2.5.3) Het verruimen van regels voor het hergebruik van grond in aangewezen gebieden met de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ in de
✓
gemeente Aalten (zie § 2.5.4) Het stellen van regels en eisen voor het hergebruik van nature arseenhoudende grond (zie § 2.5.5) Het stellen van (strengere) regels bij het toepassen van grond in het plangebied Noorderhaven-Spoorzone in Zutphen (zie § 2.5.6) Het stellen van regels bij het hergebruik van grond op het noordelijk industrieterrein De Mars in Zutphen (§ 2.5.7) Het verruimen van regels bij het toepassen van grond in de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalte
✓ ✓ ✓ ✓
bestrijdingsmiddelen’ (zie § 2.5.8) Het stellen van strengere regels voor het hergebruik van grond uit de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalte
✓
bestrijdingsmiddelen’ (zie § 2.5.8) Het stellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en
✓
(zie § 2.5.9) Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond voor een betere bovenafdichting van oude stortplaatsen (zie
✓
§ 2.5.10) Het stellen van strengere regels voor het toepassen van PFAShoudende grond in gebieden met de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ (zie § 2.5.11)
14/222
Samenvatting —- ii/iv — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
✓
Beleidsonderwerp
Voortzetting
Aanpassing
Nieuw
beleid
beleid
beleid
Het stellen van strengere regels bij het toepassen van grond met
✓
bijmenging van bodemvreemd materiaal, waaronder onbewerkt hout, steenachtige materialen en plastic (zie § 2.6) Het stellen van regels bij het toepassen van grond met
✓
asbestverdacht/-houdend materiaal op gevoelig bodemgebruik dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 2.7) Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 2.8)
✓
Het stellen van strengere eisen voor grond uit gebieden waarvan
✓
de gemeenten de bodemkwaliteitskaart hebben geaccepteerd als bewijsmiddel bij grondverzet (zie § 2.9) Het stellen van strengere eisen voor grond uit gebieden waarvan de gemeenten de bodemkwaliteitskaart niet heeft geaccepteerd als
✓
bewijsmiddel bij grondverzet (zie § 2.9) Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij
✓
graafwerkzaamheden (zie § 2.10) Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodembedreigende
✓
activiteiten (bij de interpretatie van een eindsituatie-onderzoek als geen nulsituatie-onderzoek beschikbaar is; zie § 2.11) Het toepassen van grond uit een oude categorie-1 werk (zie § 2.12)
✓
Het voorkomen van verspreiding van plaagsoorten (flora, zoals de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw; zie § 2.13) De geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek (zie § 2.14) Het gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart als al een kwaliteitsonderzoek is uitgevoerd (zie § 2.15) Het stellen van regels voor het opstellen van een
✓ ✓ ✓ ✓
grondstromenplan bij projecten (zie § 2.17) Het verruimen van de regels voor meldplicht bij het tijdelijk opslaan van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing (zie § 2.18)
15/222
Samenvatting —- iii/iv — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
✓
Beoogd effect Met het vaststellen van het bodembeleid wordt gefaciliteerd dat: • de gemeenten haar milieuvriendelijk grondstromenbeleid, dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is, optimaliseren; • meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeenten en derden kunnen besparingen worden gerealiseerd in uitvoeringstijd en -kosten; • meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond milieuvriendelijk te hergebruiken; • het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire bouwstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd; • de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker). Financiën Het grondstromenbeleid heeft voor de gemeenten geen nadelige financiële gevolgen.
Met het beleid kunnen voor de gemeenten en derden besparingen worden gerealiseerd bij: • onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en baggerspecie; • transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond; • aanschafkosten voor de toe te passen primaire grondstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank). Communicatie De mogelijkheden voor het toepassen van grond en baggerspecie, worden door de gemeenten digitaal gepresenteerd op de gemeentelijke websites en die van de Omgevingsdienst Achterhoek Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt.De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.
16/222
Samenvatting —- iv/iv — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Formuleren duurzaam en efficiënt grondstromenbeleid 1.3 Beleidsmatige verankering van het bodembeleid 1.4 Afbakening nota bodembeheer 1.4.1 Bevoegd gezag 1.4.2 Reikwijdte 1.5 Geldigheid 1.6 Verantwoordelijkheid 1.7 Aansprakelijkheid 1.8 Leeswijzer
1 1 1 2 3 3 3 5 6 7 7
2
Uitwerking beleid hergebruik van grond 2.1 De te verwachten bodemkwaliteit in de gemeenten 2.2 Maatschappelijke opgave 2.3 Kwaliteitsdoelstelling en beslisdiagram bij hergebruik van grond 2.4 Uitbreiding van het bodembeheergebied en acceptatie bodemkwaliteitskaarten bij toepassen van grond 2.5 Vaststellen Lokale Maximale Waarden 2.5.1 Inleiding 2.5.2 Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Industrie én toepassen grond ter plaatse van én hergebruik grond uit geasfalteerde gemeentelijke wegen in het buitengebied incl. bermen (bodemlaag 0-2 m-mv) 2.5.3 Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Industrie (bodemlaag 0-2 m-mv) 2.5.4 Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Wonen (gemeente Aalten; bodemlaag 0-2 m-mv) 2.5.5 Lokale Maximale Waarden hergebruik van nature arseenhoudende grond (bodemlaag 0-2 m-mv) 2.5.6 Lokale Maximale Waarden Noorderhaven-Spoorzone (bodemlaag 0-2 m-mv; gemeente Zutphen) 2.5.7 Lokale Maximale Waarden noordelijk industrieterrein De Mars (bodemlaag 0-2 m-mv; gemeente Zutphen) 2.5.8 Lokale Maximale Waarden kwaliteitsklasse Industrie (alleen als gevolg van bestrijdingsmiddelen) in én toepassen grond uit de
8 8 13 14
17/222
Inhoudsopgave —- i/iii — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
16 16 16
17 18 20 20 22 22
2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15
2.16 2.17
2.18
bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten bestrijdingsmiddelen’ in hetzelfde gebied (bodemlaag 0-2 m-mv) 2.5.9 Lokale Maximale Waarden toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (bodemlaag 0-2 m-mv) 2.5.10 Lokale Maximale Waarden betere bovenafdichting oude stortplaatsen (uitgezonderd stortplaatsen met gevoelig bodemgebruik) 2.5.11 Toepassen van PFAS-houdende grond bij de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ Toepassen grond met bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, onbewerkt hout, plastic, piepschuim etc.) Toepassen van grond met asbestverdacht/-houdend materiaal Toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld Toepassen van grond afkomstig van gebieden van buiten de gemeenten in de regio Achterhoek Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden Gebruik van de bodemkwaliteitskaarten bij bodemverontreinigende activiteiten Toepassen grond uit een oude categorie-1 werk Voorkomen verspreiden plaagsoorten (flora) bij grondverzet De geldigheidsduur van een eventueel uitgevoerd onderzoek en gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart bij een al onderzochte locatie Gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart als al een onderzoek is uitgevoerd 2.15.1 Uitgevoerde partijkeuring en gebruik ontgravingskaart 2.15.2 Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart
2.15.3 Uitgevoerd verkennend onderzoek en gebruik ontgravingskaart Totaaloverzicht gemeentelijk beleid Opstellen grondstromenplan bij projecten 2.17.1 Grootschalige bodemtoepassing 2.17.2 Andere projecten met grootschalig grondverzet Melden tijdelijke opslag voorafgaand een de definitieve toepassing
Bronvermelding
23
25
25 26 27 28 30 30 31 32 33 34 34 35 35 35 35 36 40 40 41 42 43
18/222
Inhoudsopgave —- ii/iii — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
Overzicht bijlagen Bijlage 1 - Begrippenlijst Bijlage 2 - Wet- en regelgeving Bijlage 3 A - Statistische parameters organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB; waarden standaardbodem) Bijlage 3B - Statistische parameters PFAS-verbindingen per bodemlaag/bodemkwaliteitszone (gemeten waarden) Bijlage 3C - Statistische parameters andere stoffen per bodemkwaliteitszone getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (waarden standaardbodem) Bijlage 4 - Mogelijkheden vrij grondverzet Bijlage 5 - Verschillende toets- en risiconormen voor arseen in de grond
Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage N1 - Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlagen N2 - Ligging bodemkwaliteitszones Kaartbijlagen N3 - Ontgravingskaarten Kaartbijlagen N4 - Toepassingskaarten – grond van buiten de gemeente Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen Kaartbijlagen N5 - Toepassingskaarten – grond uit de gemeente Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen
19/222
Inhoudsopgave —- iii/iii — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
1
Inleiding
In de teksten zijn blauw gekleurde literatuurverwijzingen opgenomen. Deze zijn opgenomen bij de bronvermeldingen op de bladzijden 45 t/m 47 van deze nota bodembeheer. 1.1
Algemeen
De nota bodembeheer voor de regio Achterhoek is een gemeenschappelijke nota van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen (hierna aangeduid als ‘de gemeenten’). In deze nota bodembeheer staat welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. De nota bodembeheer geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen. Deze nota bodembeheer heeft 2 doelen: 1. Het stellen van regels voor duurzaam en efficiënt hergebruik van vrijkomende grond in de regio. De Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt, richt zich op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en de ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Door niet meer per gemeente naar de bodem te kijken, maar in de grotere regio, vinden grondstromen soepeler en dus efficiënter hun weg. Dit levert bijkomstige voordelen op: minder transport (winst voor milieu), bijdragen aan de circulaire economie en verbeteren van de omgevingskwaliteit. Verder zullen de administratieve en de financiële lasten voor burgers, bedrijfsleven en overheid verminderen. 2.
Het beleidsmatig verankeren van bodembeleid. Het beleidsmatig verankeren van het bodembeleid komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet en bodemsanering zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. Dit maakt het beleid helder voor burgers en bedrijven in de regio en voor bedrijven die binnen de regio werkzaamheden in de bodem uitvoeren. Voordat werkzaamheden of maatregelen op of aan de bodem worden uitgevoerd, is een milieuhygiënische verklaring nodig. Een milieuhygiënische verklaring is een bewijsmiddel dat de kwaliteit van de grond aantoont. 1.2
Formuleren duurzaam en efficiënt grondstromenbeleid
Om deze doelen te realiseren hebben de gemeenten een nieuwe bodemfunctieklassenkaart[1], een nieuwe bodemkwaliteitskaart[1] en deze nota bodembeheer opgesteld. Met de nieuwe bodemfunctieklassenkaart, de nieuwe bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer[2] vervangen. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond en baggerspecie vrij. De regelgeving voor het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van
1/45 — SOB011396 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
20/222
grond en baggerspecie valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit[3] [4] (hierna aangeduid als 'het Besluit' en 'de Regeling'). Het grondstromenbeleid moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt vorm gegeven aan het milieuvriendelijk en verantwoord hergebruik, toepassing en tijdelijke opslag van grond en baggerspecie in de gemeenten. Er zijn vier motieven voor het duurzaam en verantwoord grondstromenbeleid: 1. Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op het niveau van het bodembeheergebied (zie § 2.3). 2. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire en secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). 3. Kostenbesparing (minder onderzoekskosten bij grondverzet en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). 4. Minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van fijnstof en CO2 en minder grondverwerking). Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond en baggerspecie (hierna tezamen aangeduid als 'grond') op en in de landbodem van de gemeenten kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten bij de uitvoering van het duurzame en efficiënte grondstromenbeleid.
Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Wonen’ en ‘Industrie’ weergegeven. Ook is overig landgebruik zoals landbouw, natuur en oppervlaktewater op de kaart weergegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft voor de gemeenten de te verwachten chemische bodemkwaliteit aan van voor bodemverontreiniging niet-verdachte locaties voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. De gemeenten hebben binnen de mogelijkheden van het Besluit, gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeenten. De kaarten en de nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken. 1.3
Beleidsmatige verankering van het bodembeleid
Bij bodembeleidsonderdelen zoals het hergebruik van grond, bodemsanering en activiteiten zoals bouwen en ruimtelijke planvorming wordt, zoveel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving gestreefd naar één uniform ambitieniveau en eenzelfde bodemkwaliteitsdoelstelling. Een dergelijk beleid is helder en eenduidig. In de voorgaande jaren hebben gemeenten al bodembeleid in uitvoering gehad dat ingaat op de voornoemde bodembeleidsonderdelen. Hierbij is zoveel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving één uniform ambitieniveau en eenzelfde bodemkwaliteitsdoelstelling nagestreefd. Een dergelijk beleid is helder en eenduidig voor de burgers en bedrijven.
2/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
21/222
De provincie Gelderland heeft met de Beleidsnota “De Gelderse wegwijzer door bodemland” [5] als Gelders bevoegde gezag Wet bodembescherming[6] (samen met de gemeenten Arnhem en Nijmegen) een praktische handleiding gegeven voor de uitvoering van bodemtaken en toetsingskader voor de uitvoering van onderzoek, sanering en nazorg binnen Gelderland. De Gelderse wegwijzer is een voortzetting van het in 2003 ingezette en in 2008 geactualiseerde beleid. De wegwijzer bevat tevens een aantal beleidsregels in het kader van de Algemene wet bestuursrecht[7] (Awb), artikel 4:81. Ten slotte is in deze nota bodembeheer aansluiting gezocht met andere beleidsterreinen: het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en het Activiteitenbesluit[8]. Vanwege andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld. In de volgende hoofdstukken en paragrafen wordt het beleid in deze nota bodembeheer, waar nodig, nader toegelicht. 1.4
Afbakening nota bodembeheer
1.4.1 Bevoegd gezag In de meeste situaties is bij het hergebruik/toepassen van grond op of in de landbodem, de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit vallen, is hiervoor de vergunningverlenende instantie het bevoegd gezag. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. Voor de rijkswateren is dat Rijkswaterstaat en voor de overige wateren zijn dat het Waterschap Vallei en Veluwe (De Hoven in Zutphen) en het Waterschap Rijn en IJssel (overig gebied in de regio Achterhoek). Voor de gemeenten wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet[9], de waterbeheerder. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem. 1.4.2 Reikwijdte Deze nota bodembeheer, het bodembeleid, heeft betrekking op het toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem op het grondgebied van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen (hoofdstuk 2).
Beoordelingen op grond van het in deze nota geformuleerde bodembeleid vinden plaats bij nieuwe ontwikkelingen (dynamische situaties, zoals grondverzet, bouwen en/of bestemmingswijzigingen). Op locaties waar geen ontwikkelingen plaatsvinden (statische situaties) is het bodembeleid niet van toepassing.
3/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
22/222
Toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dat niet zo is, wordt de grond niet nuttig hergebruikt en wordt de grond als afvalstof gezien. Dit geldt óók voor schone grond. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit vanwege geluidswering noodzakelijk is. Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 in werking en vervalt de Wet bodembescherming. Diverse onderwerpen uit de Wet bodembescherming komen in het Besluit activiteiten leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening. Het in deze nota geformuleerde grondstromenbeleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de betreffende gemeente en de waterkwaliteitsbeheerder.
Grens landbodem-waterbodem De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” Ter plaatse van de waterbodems is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Voor de rijkswateren is dat Rijkswaterstaat en voor de overige wateren zijn dat het Waterschap Vallei en Veluwe (De Hoven in Zutphen) en het Waterschap Rijn en IJssel (overig gebied in de regio Achterhoek). Bij de rijkswateren vallen de zogenoemde ‘drogere oevergebieden’, zoals gedefinieerd in de Waterregeling[10], onder het bevoegd gezag van de betreffende gemeente. De ligging van het beheergebied van Rijkswaterstaat en de drogere oevergebieden zijn inzichtelijk gemaakt op de website van Rijkswaterstaat: https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgevingbeleid/waterwet/kaarten/kaart-waterregeling/ of https://geoservices.rijkswaterstaat.nl/portaal/. Ter plaatse van de overige wateren in het beheergebied zijn de ‘Keur’ van het Waterschap Vallei en Veluwe (De Hoven in Zutphen) en het Waterschap Rijn en IJssel (overig gebied in de regio Achterhoek) van toepassing.
De gebieden die onder ‘de Keur’ vallen zijn inzichtelijk gemaakt op de ‘Legger’. De legger is op de volgende websites inzichtelijk gemaakt: • Waterschap Vallei en Veluwe (De Hoven in Zutphen): https://www.vallei-veluwe.nl/actueel/actuele-thema/legger-watersysteem/. • Waterschap Rijn en IJssel (overig gebied in de regio Achterhoek): https://www.wrij.nl/thema/kennis-informatie/legger/.
4/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
23/222
In de praktijk is de binnendijkse begrenzing tussen water- en landbodem niet altijd even duidelijk. Afgesproken is om voor de begrenzing de volgende richtlijnen aan te houden: • Het snijpunt van het hellend vlak van het talud en het horizontale vlak van de omliggende landbodem. • (Bij waterkeringen): het snijpunt van het buitentalud van de waterkering met de kruin van de waterkering. • (Bij kade of keermuur): de bovenkant van de kademuur of keermuur met de watergang. Voor situaties waar de overgang onduidelijk is, zal overleg plaatsvinden tussen het waterschap en de gemeente. Retentievoorzieningen maken onderdeel uit van het watersysteem. Noodoverlopen en inundatiegebieden zijn echter gericht op landgebruik en vallen dus onder het bevoegd gezag van de gemeente. Gebruik bodemkwaliteitskaart bij bodemsaneringen Een bodemsanering moet worden uitgevoerd als er sprake is van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging of, als de bodemkwaliteit op de locatie niet voldoet aan de bodemkwaliteit die hoort bij de toegekende functie.
Nadat de Omgevingswet inwerking is getreden, wordt de bodem alleen gesaneerd als de bodemkwaliteit op de locatie niet voldoet aan de bodemkwaliteit die hoort bij de toegekende functie, tenzij sprake is van het overgangsrecht voor de Wet bodembescherming binnen de Omgevingswet (beschikking ernst én spoed, ingediend (deel)saneringsplan, ingediende BUS-melding). In sommige situaties zijn er raakvlakken tussen saneren en het toepassen of hergebruiken van grond. Dit geldt voor de terugsaneerwaarden en de kwaliteitseisen van de grond voor het aanvullend van de saneringsput of het aanbrengen van een ophooglaag/leeflaag in het kader van de sanering. Hier kunnen de Lokale Maximale Waarden of de bodemfunctieklassenkaart een rol spelen. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten en bij omgevingsvergunningsaanvragen Eén van de doelen van de Omgevingswet is dat de bodemkwaliteitskaart voor meer doelen dan het toepassen/hergebruik van grond wordt ingezet. De gemeenten willen de bodemkwaliteitskaart onder voorwaarden gaan gebruiken bij de interpretatie van eindsituatieonderzoeken bij bodemverontreinigende activiteiten als geen nulsituatie-onderzoek is uitgevoerd (zie § 2.11). 1.5
Geldigheid
Deze nota bodembeheer wordt door de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. Voor een bodemfunctieklassenkaart geldt geen wettelijke houdbaarheidstermijn. De bodemkwaliteitskaart worden maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling van deze nota geëvalueerd (zie artikel 4.3.5 van de Regeling). Een
5/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
24/222
bodemkwaliteitskaart moet elke 5 jaar opnieuw worden vastgesteld, ongeacht of er aanpassingen zijn. Met de bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemfunctieklassenkaart geëvalueerd. Als de bodemfunctieklassenkaart moet worden aangepast, moet deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. Op basis van de evaluatie van de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Alleen als het gebiedsspecifieke beleid (artikel 44 van het Besluit) moet worden aangepast, moet ook de nota opnieuw door de gemeenteraad bestuurlijk worden vastgesteld. 1.6
Verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een perceeleigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: • Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer [11] (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. • Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. • Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975.
In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij afvalstoffen gaat het dan bijvoorbeeld om grond met bijmenging/verontreiniging van puin, sintels, gietstukresten, teerresten, et cetera. • Zorgplicht uit het Besluit (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dat van hem kan worden gevergd. De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, kan geen beroep worden gedaan op de gedane melding voor het Besluit bodemkwaliteit of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond/bagger van een onjuiste kwaliteit.
6/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
25/222
1.7
Aansprakelijkheid
De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren. 1.8
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is het beleid voor het hergebruik en toepassen van grond uitgewerkt. Hier is ingegaan op de te verwachten chemische bodemkwaliteit in de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen. Ook wordt een toelichting gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeenten. Vervolgens is in dit hoofdstuk het beleid voor de toepassing van grond beschreven en een verruiming gegeven voor de meldplicht bij tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing. De in deze nota gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 is ingegaan op de Wet- en regelgeving bij het bodembeleid. De statistische onderbouwing van de ontgravingskaart wordt weergegeven in de bijlagen 3A, 3B en 3C. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeenten, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, worden weergegeven in bijlage 4. In bijlage 5 zijn ter onderbouwing van het gebiedsspecifieke beleid voor hergebruik van nature arseenhoudende grond verschillende toets- en risiconormen voor arseen in grond schematisch weergegeven. Op de kaartbijlagen N1 en N2 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven.
Op de kaartbijlagen N3 zijn de te verwachten ontgravingsklassen weergegeven. De toepassingseisen voor grond uit de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen binnen de grondgebieden van deze gemeenten zijn opgenomen in de kaartbijlagen N5. Als grond van buiten het bodembeheergebied wordt toegepast moet getoetst worden aan de generieke, landelijke normen. De bijbehorende toepassingskaarten zijn opgenomen in de kaartbijlagen N4.
7/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
26/222
2
Uitwerking beleid hergebruik van grond
2.1
De te verwachten bodemkwaliteit in de gemeenten
Als gevolg van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van de wijken, en de belasting door emissies van bedrijven en voertuigen, kan de bodem diffuus belast zijn met verontreinigende stoffen. In het algemeen geldt: hoe langer een gebied door mensen in gebruik is, des te meer een gebied belast is. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart zijn de gemeentelijke grondgebieden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen op basis van de bovengenoemde criteria in een aantal bodemkwaliteitszones verdeeld. Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen chemische bodemkwaliteit verwacht (zie de kaartbijlage N2). Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste halve meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlagen. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [12]. De bodemkwaliteitskaart is voor de bodemlaag tot en met 2 meter diepte vastgesteld voor de stoffen arseen, barium1, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen2 (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen3 opgesteld.
De bodemlaag dieper dan 1 meter beneden het maaiveld is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. De volgende locaties/gebieden zijn uitgesloten van deze bodemkwaliteitskaart. • Defensieterreinen (een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). • Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende 4 en verwerkende bedrijven)5, inzet
1 2 3
4 5
Zie ook bijlage 1 met de Begrippen onder het kopje ‘Barium’. Zie ook bijlage 1 met de Begrippen onder het kopje ‘PCB’. Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die sinds de jaren ’70 grootschalig zijn toegepast in blusschuim of om producten water- en/of vetafstotend te maken. Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica.
8/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
27/222
• •
•
blusschuim6 en secundaire bronnen7)(alleen voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen). Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat, Waterschap Vallei en Veluwe (De Hoven in Zutphen) of het Waterschap Rijn en IJssel -overig gebied in de regio Achterhoek-) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling. Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
De onderstaande locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: • Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden, geasfalteerde wegen in het buitengebied met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’, inclusief onverharde bermen. • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een lokale bodemverontreiniging, maar niet voor PFAS-verbindingen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Niet alle uitgesloten locaties en gebieden zijn op de kaarten weergegeven. Soms vanwege het dynamische karakter van ene locatie/gebied en/of het relatief kleine oppervlak. In tabel 2.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De bodemkwaliteitszones zijn in tegenstelling tot de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten niet gekarakteriseerd op basis van het gemiddelde, maar op basis van de 80-percentielwaarden (zie de bijlage 3A en 3B (kolom ‘80P’).
De kleuren in tabel 2.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de bodemfunctieklassen, ontgravings- en toepassingskaart (respectievelijk de kaartbijlagen N1, N3 en N4). Door het opstellen van gebiedsspecifiek beleid kan er meer licht verontreinigde grond nuttig worden hergebruikt. Dit gebiedsspecifieke beleid is in § 2.5 beschreven.
6
7
Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).
9/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
28/222
Tabel 2.1 Toepassingseisen (generiek kader van het besluit) per combinatie voorkomende bodemfunctie en verwachte ontgravingsklasse voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Wonen voor 1970 (8 gemeenten*)
Industrie Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur
Industrie Overig (8 gemeenten*)
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur Lochem: Wonen 1900-1945 Lochem: Overig wonen
Wonen Industrie Wonen Industrie
Lochem: Industrie
Wonen Landbouw/natuur Industrie
Lochem: Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Wonen voor 1945
Wonen Landbouw/natuur
Industrie
Industrie Zutphen: Wonen vanaf 1945
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Wonen Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-
Wonen
Landbouw/natuur $
Landbouw/natuur
Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie vanaf 1945 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie vanaf 1945 (overig gebied)
Industrie
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Industrie $$
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie Wonen Landbouw/natuur
10/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
29/222
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Industrie Zutphen: Buitengebied
Wonen Landbouw/natuur
Gebieden met diffuus verhoogde
Industrie
Industrie
gehalten aan bestrijdingsmiddelen
Wonen
(bodemlaag 0-0,5 m-mv)**
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # Wonen voor 1970 (8 gemeenten*)
Industrie Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Landbouw/natuur Industrie
Overig (8 gemeenten*)
Wonen Landbouw/natuur Industrie
Lochem: Ondergrond
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945
Wonen Wonen Landbouw/natuur
Wonen
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-
Wonen
Landbouw/natuur $
Landbouw/natuur
Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied)
Industrie Wonen
Industrie
Landbouw/natuur Industrie
Landbouw/natuur Industrie $$
Industrie Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Industrie Zutphen: Industrie na 1970
Wonen
Landbouw/natuur $$$
Landbouw/natuur
11/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
30/222
Landbouw/natuur
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # Industrie Zutphen: Overig ondergrond
Wonen Wonen
Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## Wonen voor 1970 (8 gemeenten*)
Industrie Wonen Landbouw/natuur Industrie
Overig (8 gemeenten*)
Wonen Landbouw/natuur Industrie
Lochem: Ondergrond
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945
Wonen Wonen Landbouw/natuur
Wonen
Wonen Landbouw/natuur
Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-
Wonen
Landbouw/natuur $
Landbouw/natuur
Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied)
Industrie Wonen
Industrie
Landbouw/natuur Industrie
Landbouw/natuur Industrie $$
Industrie Wonen
Wonen
Wonen
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen Landbouw/natuur
Industrie Zutphen: Industrie na 1970
Wonen
Landbouw/natuur $$$
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur Industrie Zutphen: Overig ondergrond
Wonen Wonen
12/45 — Nota bodembeheer — SOB011396.RAP002 — 15 december 2020
31/222
Bodemkwaliteitszone
Voor komende bodemfunctie(s)
Verwachte ontgravingsklasse (op basis van 80-percentielwaarde)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Varieert
Landbouw/natuur@@
Bijzondere omstandigheden Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden
* ** # ## @ @@ $ $$ $$$
2.2
Industrie Wonen Landbouw/natuur
De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Voor de ligging van de percelen met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld boomgaard- en fruitteeltpercelen in de periode 1945-2000[13]) wordt verwezen naar de website www.topotijdreis.nl. De 80-percentielwaarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen en daarom niet onderzocht op deze stofgroep. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de generieke toepassingswaarden die zijn benoemd in het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de in de meest recente versie van de provinciale omgevingsverordening benoemde toepassingswaarden. Kwaliteitsklasse is gebaseerd op het in 2017 vastgestelde gebiedsspecifieke beleid [2] en de grootschalige herontwikkelingen met de bijbehorende ingrepen in dit gebied de afgelopen jaren. Kwaliteitsklasse is gebaseerd op de aangebrachte leeflaag om de saneringsdoelstelling voor stortplaats De Pol te behalen[2]. De 95-percentielwaarde voor arseen overschrijdt de interventiewaarde.