CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreacties op de ontwerp RES 1.0 van de Cleantech Regio ontvangen door de gemeente Zutphen

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Ontwerp Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de Cleantech Regio38.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Dit gasrecht zal op termijn worden vervangen door een 'warmterecht', maar dat moet eerst nog door de Tweede en Eerste Kamer worden bekrachtigd. De gewijzigde CHW biedt gemeentes de mogelijkheid om bij wijze van experiment af te wijken van de Gaswet, waardoor gasaansluitingen in een bepaald gebied verplicht kunnen worden afgekoppeld. Daar is een wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet voor nodig. Dat traject vergt wel de nodige tijd omdat het ontwerpbesluit ook nog moet worden voorgelegd aan de beide Kamers en aan de Afdeling advisering van de Raad van State. De onsympathieke term 'gasklevers' om burgers te duiden die niet de wens hebben om van het gas af te gaan heeft inmiddels zijn intrede gedaan. Er zijn meer voorbeelden waarbij de Crisis- en herstelwet en ook de Rijks- (en provinciale) coördinatieregeling (een aanwijzing door de minister) gebruikt zijn om grootschalige windparken door het Rijk, tegen de wil van de burgers en gemeenten en zonder overleg met en besluitvorming door gemeenteraden door te drukken. Zoals bij de Veenkoloniën. Het Rijk krijgt hierbij hulp, zoals hiervoor al aangegeven, van de provincie en door het Rijk mede gesubsidieerde organisaties zoals IPO, VNG en Unie van Waterschappen.

Pagina 13 van 45

Democratische tekortkoming Klimaatakkoord

Alle dwingende sturing is des te meer opmerkelijk aangezien het Klimaatakkoord niet besluitvormend door het parlement is behandeld, noch akkoord is bevonden door Milieudefensie, FNV en Greenpeace. Deze democratische tekortkomingen zijn schadelijk voor onze democratie, de lokale autonomie en ze ondergraven het draagvlak voor het energie- en klimaatbeleid. Zie ook hier, gelijkend aan de toeslagenaffaire, een overheid die geen aandacht heeft voor de positie van haar burgers en het gebrek aan rechtsbescherming. Een gang naar de Raad van State heeft tot nog toe weinig voor burgers opgeleverd wanneer hun leefomgeving ernstig wordt aangetast door plannen voor windturbine- of zonneparken. Echter, steeds duidelijker is dat de daarbij behorende wetten en regels niet meer getoetst worden op deugdelijkheid voor de uitvoering. De Raad van State toetst de wetten slechts om te onderzoeken of het bestuursorgaan deze juist heeft toegepast. Een groter debacle ligt voor de politiek en overheid op de plank. INTERESSANTE UITSPRAAK Marcel Boogers, bestuurskundige aan de Universiteit van Twente, is zeer kritisch over de manier waarop de RES'en, de ingrijpendste ruimtelijke plannen sinds jaren, tot stand zijn gekomen. Hij hekelt de constructie waarbij gemeenten, provincies en waterschappen samen energieregio's vormen.

'In gewoon regionaal bestuur is het duidelijk wie welke rol heeft, wie verantwoording moet afleggen aan wie. In deze regio's niet. Er is voor deze manier van besturen geen wettelijke basis. De procedure staat alleen in het Energieakkoord beschreven.' Er is geen bestuurslaag aan te wijzen die de verantwoordelijkheid heeft, en dus is niet duidelijk 'wie het de burger gaat uitleggen' dat die windmolen in zijn achtertuin komt. Dit is wel een risico voor de democratische rechtsstaat. Het is voor niemand te achterhalen hoe de besluitvorming tot stand is gekomen. Zie: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/waar-precies-komen-straks-de-windmolens-enzonneparken-voor-de-energietransitie~bca6d98e/ Samenvatting Verdrag van Aarhus Verdrag van Aarhus

Het verdrag van Aarhus bepaalt dat om recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden moeten hebben. In dit verband is erkend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen. Het Verdrag van Aarhus bepaalt ook: - reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en volwaardige informatie aan de burger. Zij moeten van alle consequenties op de hoogte gesteld worden. De informatie moet actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. - de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten.

Burgerparticipatieproces

Aan burgers is onvoldoende ruimte gegeven om te participeren in het proces dat de RES 1.0 moet ondersteunen. Zij hebben onvoldoende gebruik kunnen maken van hun recht van inspraak op de besluitvorming, in plaats daarvan is gebruik gemaakt van een enquête met sturende vragen en slechts uitleg over de plannen. De avonden gehouden ten aanzien van de ontwikkeling van de Warmtevisie zijn niet anders verlopen. Ook daar is opgemerkt dat er te sturend werd opgetreden naar een oplossing in de vorm van warmtenetten en geothermie. Voorafgaand aan het proces burgerparticipatie is onvoldoende aandacht besteed aan reële invloed, zeggenschap van het eerste moment planproces (ook voorstadium) op basis van volledige en Pagina 14 van 45

volwaardige informatie aan de burger. Zij zijn onvoldoende van alle consequenties op de hoogte gesteld. De informatie moet daarbij actueel zijn, nauwkeurig en vergelijkbaar. In het geval van het RES 1.0 is alleen uitgegaan van het willen plaatsen van wind- en zonneparken. Informeren over alle consequenties

In de RES 1.0 is onvoldoende aandacht besteed aan alle consequenties die dit concept-aanbod heeft op de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. Voldoet niet aan artikel 3.4 AWB

Het genomen raadsbesluit is in strijd met artikel 3.4 van de AWB. De RES 1.0 is een voorbeeld hoe men verblind raakt door ambities om het Klimaatakkoord te halen en daardoor geen oog meer heeft voor de gevolgen van onze inwoners. De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Conclusie

De RES 1.0 voldoet niet aan het Verdrag van Aarhus waar het vroegtijdige inspraak betreft, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden. Er heeft onvoldoende, enkel zwaar sturende burgerparticipatie plaatsgevonden naar een gewenst resultaat. De RES 1.0 is in strijd met artikel 3.4 en 3.9 AWB. De bij het besluit rechtstreeks betrokken belangen zijn onvoldoende afgewogen en de nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Nu de uit de RES voortvloeiende uitvoeringsplannen meer onder de aandacht komen van de burgers neemt het verzet en de ontgoocheling onder burgers daarover toe. Zij herkennen zich niet in het resultaat. Het thans doorlopen proces om te komen tot de RES 1.0 voldoet niet aan het gestelde in artikel 8 WOB. Er is onvoldoende informatie uit eigen beweging verstrekt op het moment dat dit in het belang is van een goede democratische bestuursvoering. Zoals u kunt zien is o.a. artikel 6 hierover helder, wij hebben het u al veel vaker aangegeven, u heeft geen vroegtijdige inspraak toegepast (ons zelfs inspraak onthouden!), al iets besloten in de concept RES waardoor nu niet alle opties open liggen en doeltreffende inspraak is er nog niet geweest tot nu toe in het proces van het college.

Het is ons niet aan te rekenen dat u willens en wetens bent door gegaan, ondanks onze waarschuwingen. Wij stellen ons op het standpunt dat u in strijd handelt met de wet- en regelgeving en verzoeken u het proces in lijn te brengen alvorens verder te gaan met de RES1.0. U heeft dit overigens in de RES 1.0 ook reeds erkend, erkennen is mooi maar lost niet meteen het probleem op! Daarnaast lezen wij terug dat er veel meer participanten hetzelfde gevoel hebben, ondanks het gegeven dat die nog wel inspraak hebben gehad. Verdergaat u compleet voorbij aan de doelstelling van het verdrag, hieronder wederom een niet uitputtende opsomming. Artikel 1. Doel Om bij te dragen aan de bescherming van het recht van elke persoon van de huidige en toekomstige generaties om te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn, waarborgt elke Partij de rechten op toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Pagina 15 van 45

Wij stellen ons op het standpunt dat door uw voornemen onze gezondheid en welzijn significant wordt geschaad. Daarnaast stellen wij ons op het standpunt dat u onvoldoende milieu-informatie beschikbaar heeft en heeft gesteld bij de ter inzage liggende stukken waar deze zienswijze op toeziet. Wij stellen ons op het standpunt dat uw stukken en mogelijk besluit (in een brede context) daarmee niet voldoet aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving en het verdrag van Aarhus. Wij verzoeken u dit eerst in lijn te brengen met vorenstaande, vervolgens een nieuwe zienswijze procedure te starten en daarna pas een eventueel besluit te nemen. 3. Wordt onder „milieu-informatie" verstaan alle informatie in geschreven, visuele, auditieve, elektronische of enige andere materiële vorm over: a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschappen en natuurgebieden, biologische diversiteit en componenten daarvan, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen; b.

factoren, zoals stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten of maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuakkoorden, beleid, wetgeving, plannen en programma’s die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten binnen het toepassingsgebied van het voorgaande onderdeel a., en kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen gebruikt in milieubesluitvorming; c. de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid, de menselijke levensomstandigheden, cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken, voor zover deze worden of kunnen worden aangetast door de toestand van de elementen van het milieu of, via deze elementen, door de factoren, activiteiten of maatregelen bedoeld in het voorgaande onderdeel b.;

Wij hebben u reeds vaker verzocht naar alle onderzoeken inzake de gevolgen van mens, dier en omgeving (het milieu) die hebben bijgedragen aan de concept RES en de RES1.0 die nu voorligt. Wij hebben deze nooit ontvangen en ook geen andere motivatie of antwoord ontvangen dan "die onderzoeken hebben we niet gedaan", "dat gaan we nu nog niet onderzoeken", "dat is nog te vroeg" of "dat komt wel".

Wij stellen ons op het standpunt dat u hiermee zoals vaker aangegeven, iets vast heeft gesteld (concept RES) en gaat vast stellen (RES 1.0) zonder een zorgvuldige overweging en motivatie. Onder andere artikel 5 is hierover duidelijk, u bent wederom in gebreke door geen afdoende onderzoek te betrekken in uw besluitvorming. Wij verzoeken u dit eerst in lijn te brengen met vorenstaande, vervolgens een nieuwe zienswijze procedure te starten en daarna pas een eventueel besluit te nemen. Artikel 5. Verzamelen en verspreiden van milieu-informatie 1. Elke Partij waarborgt dat: a. overheidsinstanties milieu-informatie bezitten en actualiseren die van belang is voor hun functies: b. er verplichte mechanismen worden ingesteld voor een adequate informatiestroom naar de overheidsinstanties over voorgestelde en bestaande activiteiten die het milieu aanmerkelijk kunnen beïnvloeden: c. in het geval van een onmiddelliike bedreiging van de menselijke gezondheid of het milieu, hetzij veroorzaakt door menselijke activiteiten of ten gevolge van natuurlijke oorzaken, alle informatie die het publiek in staat kan stellen maatregelen te nemen om uit de bedreiging voortvloeiende schade te voorkomen of te beperken en die in bezit is van een overheidsinstantie onmiddelijk en terstond wordt verspreid onder leden van het publiek die getroffen kunnen worden.

Wij stellen ons op het standpunt dat u onvoldoende milieu informatie heeft ingewonnen, heeft laten opstellen en heeft betrokken bij de RES1.0. Tevens stellen wij ons op het standpunt dat uw plannen binnen de RES1.0 reeds een onmiddellijke bedreiging zijn voor ons als omwonenden, mede door de mogelijke uitwerking ervan, maar reeds nu door waarde vermindering van onze woningen en persoonlijk leed, angst, zorgen en verdriet. Pagina 16 van 45

Het is ons niet aan te rekenen dat u, ondanks veelvuldig door ons aangedragen onder andere niet onderzocht heeft wat de effecten op mens, dier en omgeving (het milieu) zijn, alsmede in samenhang met de cumulatie van effecten in ons gebied, wij benoemen hieronder een niet uitputtende opsomming: Uw zoekgebied zit midden in de invliegroute van Teuge airport, de 50.000 vliegtuigen vliegen op een laagte van 170mtr door het gebied, u heeft het verplichte invliegpunt (globaal bij Bredenoord aggregaten) niet meegerekend, vanaf dat punt geldt ook een hoogte beperking, daarnaast kan nimmer aan het onderdeel externe veiligheid worden voldaan (nu uit recente uitspraak van de Afdeling zelfs een afbrekende vleugel al reden is om 3 windmolens in Zutphen onmogelijk te maken); De laagvliegroutes van Lelystad Airport komen direct over ons gebied heen; De effecten van de A50, Al, spoor, en bestaande industrie / bedrijven; Gezondheidsschade (hierover volgt apart deel); In bijna het gehele gebied staan woningen op 100-350mtr vanaf locaties tussen deze woningen Ook heeft u als college een besluit genomen (concept RES vastgesteld) zonder inzicht in onder andere hetgeen artikel 6 lid 6 beoogd te borgen, nog los van het feit dat u niet eens inspraak heeft mogelijk gemaakt (lees ons is ontnomen).

Het proces is daarmee ook nog eens onzorgvuldig voorbereid, onzorgvuldig overwogen en onzorgvuldig gemotiveerd. Wij stellen ons op het standpunt dat ook de concept RES hierbij dient te vervallen. Daarnaast stellen wij ons op het standpunt dat de RES1.0, zonder aanvullende informatie niet kan worden vastgesteld en wij onze grieven en bezwaren, door het ontbreken van essentiële informatie niet volledig kunnen kenbaar maken, tot dat er voldoende onderzoek is geweest en er voldoende gegevens bekend zijn. Artikel 6. Inspraak in besluiten over specifieke activiteiten 6. Elke Partij stelt aan de bevoegde overheidsinstanties de eis dat zij het betrokken publiek voor inzage toegang verschaffen, op verzoek wanneer het nationale recht dit vereist, kosteloos en zodra deze beschikbaar wordt, tot alle informatie die relevant is voor de in dit artikel bedoelde besluitvorming die beschikbaar is ten tijde van de inspraakprocedure, onverminderd het recht van Partijen te weigeren bepaalde informatie bekend te maken in overeenstemming met het derde en vierde lid van artikel 4. De relevante informatie omvat ten minste, en onverminderd de bepalingen van artikel 4: a. een beschrijving van het terrein en de fysieke en technische kenmerken van de voorgestelde activiteit, met inbegrip van een prognose van de verwachte residuen en emissies; b.

een beschrijving van de belangrijke effecten van de voorgestelde activiteit op het milieu; c. een beschrijving van de beoogde maatregelen om de effecten, met inbegrip van emissies, te voorkomen en/ofte verminderen; d. een niet-technische samenvatting van het voorgaande; e. een schets van de voornaamste door de aanvrager bestudeerde alternatieven; en f. in overeenstemming met de nationale wetgeving, de voornaamste aan de overheidsinstantie uitgebrachte rapporten en adviezen op het tijdstip waarop het betrokken publiek dient te worden geïnformeerd in overeenstemming met het voorgaande tweede lid.

Tot slot stellen wij ons tevens op het standpunt dat u tot nu toe o.a. artikel 9 van het verdrag van Aarhus, laagdrempelige gang naar de rechter niet heeft mogelijk gemaakt. U heeft in al u procedures de gang naar de rechter uitgesloten. Ook om deze reden verzoeken wij u de concept RES te vernietigen en de RES1.0 aan te houden. Conclusie, wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom al het proces van de RES1.0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo ook het verdrag van Aarhus. SMB richtlijnen

Pagina 17 van 45

Ook brengen wij u onder de aandacht De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en hierboven reeds opgenomen het verdrag van Aarhus, welke handelen over respectievelijk de onderzoekplicht vooraf en verplichte burgerparticipatie in een vroegtijdig stadium en de hierop betrekking hebbende uitspraak van 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU. Deze worden allemaal met voeten getreden binnen het programma RES hetgeen niet toegestaan is. Nu u er mee bekend bent vragen wij u uw verantwoordelijkheid te nemen vanuit uw rol en betrokkenheid binnen het RES programma. Sterker nog dit moet. Wij lichten dit nader toe aan het college maar ook burgemeester en raad.

De RES (zo ook concept RES en de RES1.0) is een programma (in het kader van vorenstaande richtlijnen en verdrag); Het feit dat dit programma (nog) geen wettelijke basis heeft en tot stand komt door (vooralsnog) informele, onverplichte samenwerking tussen decentrale overheden, maar dit geen verschil maakt voor het Verdrag van Aarhus en daarmee de RES een programma doet zijn in de zin van dit verdrag; De betrokken overheden door 'hun' (concept RES, deze RES1.0 en uiteindelijk definitieve versie van de) RES vast te stellen, zich ook committeren aan de uitvoering ervan en dat voor de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden (vaststellen omgevingsvisie, omgevingsplan, instrumenten omgevingswet etc.) de RES dan leidend zal zijn; De verplichtingen van het Verdrag van Aarhus zijn opgenomen in het Unierecht en dat Nederland (Apeldoorn) ook partij is bij dit verdrag; Informatie conform het Verdrag van Aarhus actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar moet zijn, daar waar in de concept RES en RES1.0 alleen is uitgegaan van het willen plaatsen van wind- en zonneparken; In de concept RES en RES1.0 onvoldoende aandacht, eigenlijk geen aandacht is besteed aan alle consequenties die dit concept-aanbod heeft op zoals het Verdrag van Aarhus stelt: de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de

levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten; Het nalaten van de participatieplicht handelen in strijd met het verdrag en de richtlijn van de EU oplevert; De SMB richtlijn van de EU voorschrijft dat aan het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling een gedegen effectenonderzoek ten grondslag moet liggen waarvoor deze richtlijn criteria geeft; Het nalaten daarvan handelen in strijd met het Unierecht oplevert, welke doorwerkt in de (instrumenten voor) de omgevingswet, inpassingsplannen, bestemmingsplannen en vernietigbare, cq nietige omgevingsvergunningen tot gevolg heeft; Dit alles betekend dat het beginsel van Unietrouw een grondbeginsel is van de EU waartoe op grond van het EU verdrag het college, de raad en de burgemeester ieder voor zich toe verplicht zijn deze toe passen en te handelen in overeenstemming met het Unierecht. De besluitvormingsprocessen in de energietransitie hadden moeten plaatsvinden naar EU recht. De Nederlandse overheden, zo ook Apeldoorn hebben nagelaten de SMB richtlijn vd EU inzake voorafgaand onderzoek - dus vooraf aan het activiteitenbesluit - en volwaardige burgerparticipatie vooraf aan de besluitvorming uit te voeren.

Nu er een EU arrest is dat zich hierover helder uitspreekt komt ook expliciet (echter niet alleen) de rol van de burgemeester in beeld om dat te herstellen. De burgemeester komt immers een bijzondere verantwoordelijkheid toe dat besluitvormingsprocessen juridisch in orde zijn. En dat er behoorlijk wordt bestuurd. En dat (170 lid 1 onder c Gemeentewet) de burgerparticipatie kwaliteit heeft. De burgemeester heeft daardoor ook een taak en plicht het EU beginsel van Unietrouw in praktijk te brengen. Over Unietrouw, gelet op het in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde beginsel van de loyale samenwerking (zie het arrest EU arrest van 25 juni 2020, Pagina 18 van 45

paragraaf 83) is het college en de burgemeester - als in deze de bevoegde nationale autoriteit - verplicht om alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling voorafgaand aan het vaststellen van het Activiteitenbesluit te herstellen. Dit houdt concreet in: 1. dat de onderdelen van het Inpassingsplan die verwijzen naar, dan wel gebaseerd zijn op, het Activiteitenbesluit, in het bijzonder als ze betrekking hebben op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, niet rechtsgeldig zijn en derhalve buiten toepassing moeten blijven, en 2. dat het college voor wat betreft diezelfde onderdelen, in het bijzonder als ze betrekking hebben op geluid, slagschaduw en externe veiligheid, pas nieuwe vergunningen kunt verlenen, indien deze zijn gebaseerd op een Activiteitenbesluit dat anders dan het huidige Besluit, wel in overeenstemming met de SMB-richtlijn is vastgesteld. Conclusie, wij stellen ons op het standpunt dat het college van B&W, in het bijzonder de burgemeester en uiteindelijk de raad met de concept RES en de RES1.0 handelt in strijd met De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus.

Wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom ook al het proces van de RES1.0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo ook De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus. Wij wijzen u er ook op dat het Hof van Justitie van de Europese Unie te Luxemburg op 25 juni 2020 in de zaak Aalter en Nevele (ECLI:EU:2020:503) opnieuw en verstrekkender heeft uitgemaakt dat plannen en programma's (waaronder windturbines) met aanzienlijke milieugevolgen op straffe van nietigheid vooraf plan-m.e.r. getoetst dienen te worden. U heeft ook hierin niet voorzien in de RES1.0. Daarbij heeft het Hof zich uitgesproken over de uitlegging van de SMB-richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's in Vlaanderen. Dit arrest sluit naadloos aan op de conclusie in deze zaak van advocaat-generaal M. Campos Sanchez-Bordona bij het Hof van 3 maart 2020 (HvJ EU, 03-03-2020, nr C-24/19, ECLI:EU:C:2020:143). Het Hof heeft in deze uitspraak belangrijke verduidelijkingen verstrekt over de maatregelen waarvoor de bij deze richtlijn voorgeschreven beoordeling moet worden uitgevoerd en over de gevolgen van het ontbreken van die beoordeling, dit mede gericht op de bescherming van de gezondheid van de mens.

Inmiddels is deze 'draai om de oren' van bestuurders reden dat deze kwestie tot op minister-niveau prioriteit krijgt. Samengevat: als u een vergunning afgeeft of minimaal hieraan uw medewerking verleent in welke vorm dan ook - wat u fanatiek van plan bent - tot het plaatsen van een windturbine of windturbines en u niet vooraf - op Europese voorschriften vereiste wijze - onderzocht heeft of de windturbines concreet schade veroorzaken aan de gezondheid van de aldaar wonende bewoners (binnen de bovengenoemde straal van tenminste 10 maal de tiphoogte), dan is een eventueel afgegeven omgevingsvergunning voor de bouw van zo'n windturbine onrechtmatig afgegeven en bent u mede aansprakelijk, omdat u medewerking heeft verleend aan de betreffende plaatsing. De vigerende jurisprudentie van de Raad van State op dit punt - met name kenbaar uit onderdeel 29 en volgende (inzake D’Oultremont - zie ECLI:Nl:RVS:2019:1064) is daarmee definitief in een ander daglicht komen te staan. De SMB-richtlijn ziet op plannen en programma's, alsook de wijzigingen daarvan, die door een instantie van een lidstaat worden opgesteld of vastgesteld, voor zover zij door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen zijn voorgeschreven. Het bereik daarvan dient ruim te worden uitgelegd.

Hier te lande hebben wij het op het punt van windturbines dan met name over de normen, kaders en voorschriften uit de Activiteitenregeling en het Activiteitenbesluit, alsmede besluiten die hieraan ten grondslag liggen of op enig moment ten grondslag kunnen komen te liggen in bijvoorbeeld de omgevingswet. De richtlijn stelt bovendien de verplichting om een bepaald plan of programma voorafgaand - bij de voorbereiding en vóór de vaststelling - aan de toepassing daarvan aan een uitgebreide en gedegen milieubeoordeling (inclusief gezondheidsschade) te onderwerpen, afhankelijk van de voorwaarde dat het gaat om een plan of programma dat aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De richtlijn beoogt een hoog milieubeschermingsniveau te waarborgen en de kwaliteit van het milieu te verbeteren. Dat Pagina 19 van 45

volgt ook uit Verdragen en uit artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dat is bovendien in overeenstemming met de internationale verbintenissen van de Unie (zoals Espoo van 26 februari 1991). De omstandigheid dat een nationale handeling een zeker niveau van abstractie vertoont en een doel van transformatie van een geografische zone nastreeft, vormt een illustratie van haar programmatische of planificatieve dimensie en verhindert niet dat zij valt onder het begrip 'plannen en programma's'. Voor de vraag of bedoelde handeling of handelingen het kader vormen voor toekomstige vergunningen voor projecten verwijst het Hof naar elke handeling die, door vaststelling op de betrokken sector toepasselijke regels en controleprocedures, een (kwalitatief) groot pakket criteria en modaliteiten vaststelt voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, zoals slagschaduw, veiligheidsvoorschriften en geluidsemissies. Dat is hier te lande niet anders. De projecten die vallen onder onze nationale regelgeving hebben ook onmiskenbaar gevolgen voor het milieu.

De woordgroep '(...) die het kader voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor (...) projecten' in artikel 3 lid 2 onder a van de richtlijn bevat bovendien geen enkele verwijzing naar het nationale recht en vormt dus een autonoom Unierechtelijk begrip dat op het grondgebied van de Unie uniform moet worden uitgelegd. Die uitleg van het Hof laat in niet mis te verstane bewoordingen bepaald weinig ruimte voor de andere eigen uitleg van de Raad van State alhier. Die uitleg van de Raad van State is dus onjuist en te beperkt. Ook de door het Hof getoetste regels bevatten immers geen (directe) koppeling met één of meer concrete projecten. Dat is dus geen voorwaarde. De Hofuitspraken en de Europese verplichtingen dienen dan ook onverkort te worden nageleefd. De regels bevatten niet alleen beginselverplichtingen, maar hebben eveneens betrekking op en relatie met concrete projecten. Het is ook ónmogelijk een project of het voornemen daartoe los te zien van de toetsing aan de hier te lande algemeen geldende regels. Het voorgaande betekent dat ook de algemene regels - zoals Activiteitenbesluit, Activiteitenregeling en zaken die onlosmakend verbonden zijn met de omgevingswet of dat op enig moment worden M.E.R.-plichtig zijn en als dat achterwege is gelaten - wat in casu het geval is - dat alsnog zal hebben plaats te vinden.

Een lidstaat moet alle noodzakelijke maatregelen treffen om het ontbreken van een M.E.R. te herstellen. De SMB-richtlijn heeft net als de M.E.R.-richtlijn een ruime werkingssfeer die niet zomaar met nationale bepalingen ingeperkt kan worden. In het kader van uniforme toepassing van het Unierecht dient derhalve nietigverklaring of vernietiging van de verleende vergunningen plaats te vinden, ook indien blijkt dat de uitvoering van het winturbine(park)project al is gestart of al is afgerond. Die vergunningen zijn immers onwettig. Vroeger golden alleen Nederlandse wetten. Nu wij lid van Europa zijn, gaat het anders. Europa maakt een nieuwe rechtsorde met eigen wetten en die wetten hebben voorrang op het recht van de lidstaten. Er komt steeds meer zogenaamd Unierecht en dat werkt rechtstreeks door in de Nederlandse rechtsorde. Dit Unierecht schept rechten en plichten voor Nederlandse burgers, het bindt Nederlandse overheidsorganen en het Unierecht kan in zaken die dienen voorde Nederlandse rechters worden ingeroepen.

In de hiervoor genoemde jurisprudentie is door Europa bepaald dat wanneer je een windturbine plaatst of zelfs voornemend bent de plaatsing ervan te faciliteren en voornemend bent medewerking te willen verlenen, je verplicht bent vooraf (dit geldt zowel voor de overheid als voor de betrokken investeerder) concreet te onderzoeken of omwonenden onder andere gezondheidsschade ondervinden. Nederland slaat dit hoofdstuk over. Doe je dat onderzoek niet, dan is de vergunning maar ook overige documenten, besluiten, voornemens en al zo meer, ondeugdelijk tot stand gekomen en handel en je dus onrechtmatig als exploitant en ook degenen die op een of andere wijze medewerking hebben verleend aan de totstandkoming en exploitatie van de windturbines, waaronder u als vergunningverlener en beleidsbepaler / opsteller.

Pagina 20 van 45

Wij stellen ons op het standpunt dat Nederland zodanige regelgeving heeft dat die geen enkele maatstaf bevat die burgers daadwerkelijk beschermt tegen hele wezenlijke gevaren, zoals gezondheidsschade. Ook rechters in Nederland kijken de andere kant uit als het gaat om de rechtsbescherming. Alleen - zo is onze stelling - dit zijn achterhoede gevechten. Meer en meer wordt duidelijk hoe gezondheidsschadend windturbines zijn voor omwonenden en de Nederlandse overheid en rechters kunnen - gezien het Europese recht en de grote belangen in de persoonlijke levenssfeer - niet meer vrijbrieven blijven afgeven aan windturbine bouwers en exploitanten of zelfs maar hun medewerking hieraan te verlenen, hieronder ook rekenend het mogelijk maken ter plaatse middels beleid, besluiten, bestemmingsplannen en alzo meer. Inmiddels is door DEI (Democratisch Energie Initiatief) een rapport aangeboden aan autoriteiten onder de titel "Voorkom het windturbinesyndroom". In het rapport wordt vastgesteld dat de overheid in Nederland stelselmatig haar voorzorgplicht (zie artikel 21 en 22 van de Grondwet) heeft verzaakt bij de planvorming en bouw van windturbineparken en aanverwante industriële installaties. Bewust worden de EU- beschermingsrichtlijnen door de Nederlandse bestuursorganen en rechterlijke macht ontkend.

Dit rapport van DEI over de medische gevolgen dient als eerste aanzet mede het doel dat het voorzorgsprincipe een sterkere positie kan krijgen. Met het rapport "Voorkom windturbine syndroom" heeft DEI de medische informatie ten nutte van een verbeterde besluitvorming gebundeld en bruikbaar gemaakt als input voor het daadwerkelijk uitvoeren van het voorzorgsprincipe, zoals deze voor de overheid is vastgelegd in de Grondwet, internationale verdragen en EU-richtlijnen. Wie (in dit geval geïnformeerd en dus willens en wetens) het risico neemt gezondheidsschade te veroorzaken bij zijn medemens, of u als overheid bij uw burgers, maakt zich schadeplichtig. Dit is de stelling van vele juristen. Dit rapport heeft ook de functie de aanzet te geven de bewijsvoering daarvoor op een hoger niveau te brengen. Van belang is dat het besef bij bestuursorganen (en rechtspraak) doordringt dat schade toegebracht wordt aan de volksgezondheid door het achterwege blijven van het niet volgen van de juiste EUrichtlijnen en het Verdrag van Aarhus. Hoe ernstig de situatie is, moge ook afgeleid worden uit het feit dat zojuist door minister Bas van 't Wout van Economische Zaken en Klimaat mr. Alex Brenninkmeijer aangesteld is als voorzitter van een onafhankelijke expertcommissie. Deze club van negen deskundigen gaat onderzoeken hoe burgers beter bij de energietransitie betrokken kunnen worden.

Dit initiatief is een concretisering van het Verdrag van Aarhus, dat ook stelselmatig door Nederlandse bestuurders en rechtspraak genegeerd wordt zoals wij u reeds hebben aangegeven. Opvalt dat ook bij de Raad van State inmiddels twijfel is ontstaan omtrent haar opvattingen. Naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak van het Hof heeft de Raad van State zeer recent aanleiding gezien om over het standpunt van het Hof expliciet vragen te stellen aan partijen in lopende bodemprocedures, met verzoek daarover uiterlijk 31 januari 2021 een vijftal vragen te beantwoorden, waarna een datum voor mondelinge behandeling zal volgen. In het licht van de vaste en steeds verder aangescherpte rechtspraak van het Europese Hof is aannemelijk dat de vaste rechtspraak van de Raad van State op dit punt niet langer houdbaar is, want rechtstreeks in strijd met het Europese recht. Uw optreden inzake het fanatiek doordrammen van mogelijke plaatsing van windturbines in Klarenbeek (e.o.) sluit naadloos aan bij de constatering van mr. Brenninkmeijer dat dit soort projecten tot weerstand leiden en burgers vaak buiten spel staan, omdat zij zich niet gehoord voelen en inspraak een wassen neus is. Veelal is het 'tekenen bij het kruisje'. Reeds voor aanvang van het werk van de commissie constateert mr. Brenninkmeijer al dat burgers veel eerder bij klimaatplannen betrokken moeten worden.

Niet alleen is er sprake van een ontzettend manco aan inspraak, maar uit het rapport van DEI blijkt dat windturbines enorme gezondheidsschade kunnen veroorzaken als gevolg van infrasone trillingen (dus beneden 20 Hz). Het blijkt dat deze trillingen een individu (voor gevaar) waarschuwen zonder dat hij zich daarvan scherp bewust is. Zij worden onbewust vertaald als alarmsignalen. Als het Pagina 21 van 45

lichaam continu aan deze trillingen wordt blootgesteld - en zeker als dit signaal voortdurend wisselt, zoals bij windturbines door veranderende windsterkte, windrichting en resonantie - slaat het lichaam continu onbewust alarm. Zo zorgen deze trillingen voor een chronische stressreactie. Dit effect en deze reacties in het lichaam treden vooral op bij langdurige blootstelling aan laagfrequente geluidsgolven. In het rapport wordt verwezen naar allerlei medisch onderzoek terzake. Ik en mijn buren verzoeken u kennis te nemen van dit onderzoek en onverkort te verwerken in uw beleid, zoekgebieden, de RES of andere door u op te stellen normkaders. Wij hebben deze als bijlage toegevoegd. Nederlandse bestuurders en politiek gedragen zich inzake het plaatsen van windturbines in stedelijke gebieden als promotors van het roken in de 50'er jaren; omdat het zo goed voor de gezondheid was totdat dr. Lenze Meinsma er op wees hoe gevaarlijk roken voor de gezondheid was. Al verschillende keren heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgesproken dat wanneer men beoogt - wij zeggen het met eigen woorden - een windturbine te plaatsen of daar zelfs premature planvorming voor heeft, maakt of vaststelt of voornemend is vast te stellen, de SMBrichtlijn gevolgd moet worden. Dit betekent dat er eerst een plan-m.e.r. moet plaatsvinden. Doel van de plan-m.e.r.

is om plannenmakers te dwingen om al in een vroegtijdig stadium van de planvorming na te denken over de milieugevolgen en deze mee te nemen bij het maken van strategische keuzen. Dat is dus niet pas bij een aanvraag omgevingsvergunning maar ver, ver daarvoor! Wij stellen ons op het standpunt dat dit bij de concept RES reeds had gemoeten maar nu zeker bij de RES 1.0, u heeft dit verzaakt. In Nederland is van toepassing het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. De normen in deze regeling voldoen niet aan de Europese SMB-richtlijn. Het Hof van Justitie van Europa heeft meerdere malen uitgesproken dat minimaal aan de SMB-richtlijn voldaan moet worden in de Europese staten. Onderdeel van de plan-m.e.r. is dat eerst concreet onderzoek gedaan wordt naar het milieueffect van een windturbine, maar ook onderzoek naar gezondheidsrisico's. Op dit moment worden deze Europese normen en verplichtingen in Nederland geheel genegeerd. U heeft ook deze Europese normen en verplichtingen compleet genegeerd bij het opstellen van de RES 1.0. Nu stellen bestuursorganen, zoals uw College, beleid, potentiekaarten, zoekgebieden, RES-sen en wat meer zij op en uiteindelijk vast, zonder dit onderzoek uit te voeren. Daarnaast wenst u ook mee te werken aan een vergunning zonder dit onderzoek te eisen van de vergunningaanvrager.

Gaan wij uiteindelijk naar de rechter dan is de rechter in Nederland tot en met de Raad van State van mening dat de SMB-richtlijn niet van toepassing is op de vergunningverlening (Windlocatie Battenoord, ECLI:NL:RVS:2019:1064). Te deze is het hiervoor genoemde onderzoek temeer klemmend vereist, daar de bewoners van Klarenbeek (e.o.) door plaatsing van de windturbines ook nog hun enige geluidluwe achtergevel verliezen, waardoor zelfs (ongeacht vorenstaande) ook in strijd gehandeld wordt met de landelijke bepalingen terzake. De Raad van State gedraagt zich zoals het Bundesverfassungsgericht in Duitsland inzake het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank in de jaren 2010. Anders gezegd, de Raad van State stelt impliciet dat de opvattingen van het Hof van Justitie met betrekking tot Europees Unierecht in Nederland niet van toepassing zijn. Met andere woorden, de Raad van State houdt de hand boven het hoofd van Nederlandse bestuursorganen, die zich expliciet niet houden aan de SMB richtlijn. De Raad van State accordeert derhalve onrechtmatig Nederlands bestuurshandelen en besluiten. Conclusie, wij stellen ons op het standpunt dat het college van B&W met de concept RES en de RES1.0 handelt in strijd met vorenstaande.

Wij stellen ons op het standpunt dat u alleen hierom ook al het proces van de RES1.0 per direct dient te stoppen, de concept RES dient te vernietigen en het proces opnieuw dient op te starten in lijn met alle wet- en regelgeving, zo vorenstaande.

Pagina 22 van 45

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Daarnaast wijzen wij u wederom op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb), wij geven hier geen uitputtende opsomming van de regels en onze grieven, leest u deze in de volledige breedte en context van deze wetsbepalingen. Vertrouwensbeginsel

Dit houdt in dat wij als inwoners van het buitengebied er op moeten kunnen vertrouwen dat de gemeente zich aan een bepaald beleid houdt. Eerder werden windmolens bij de Beekbergesbroek en Uddel vanuit de werking van uw beleid of minimaal uw beleidsopvattingen niet toegestaan ivm o.a. de afstand tot woningen, in het RES 2 gebied staan de woningen nog dichter op de windmolens. Dit is niet nader gemotiveerd. Het proces van de RES lijkt enkel te zijn gericht op het plaatsen van windturbines en zonnevelden in buitengebieden en lijkt daarom het verkleinen van afstanden van windturbines tot woningen noodzakelijk om plaatsing mogelijk te maken. Het beleid is daarom niet consistent en schaadt het vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel

Het doel van dit principe is om iedere burger van ons land dezelfde rechten te geven. Dat niet alleen, hier behoort ook toe dat er in gelijke gevallen op dezelfde manier geoordeeld moet worden. Naast het voorbeeld onder vertrouwensbeginsel (geen windmolens Beekbergsebroek en Uddel) noemen wij bijvoorbeeld ook het feit dat u alle opwek afwend naar de buitengebieden. Opwekken waar het verbruikt wordt is uw uitgangspunt, daarom dient stroom verbruikt in de stad opgewekt te worden in de stad, dit zelfde geld voor industrie. Het gegeven dat u onze KES-stad 0.1 niet eens heeft onderzocht, behandeld, voorgelegd heeft aan de raad en onze inbreng als participant daarmee heeft gebagatelliseerd en genegeerd en tot slot als niet realistisch en niet kansrijk heeft bestempeld onderstreept dit feit. Zorgvuldigheidsbeginsel

Het zorgvuldigheidsbeginsel betekent dat elk besluit door de gemeente zorgvuldig wordt voorbereid. Er wordt daarvoor de nodige kennis vergaard en alle relevante feiten en belangen worden afgewogen vóór er een beslissing wordt gemaakt. Dat hiervan op geen enkele manier sprake van is moge duidelijk zijn, geen inspraak en geen onderzoek naar (cumulatie van) effecten op mens, dier en omgeving (het milieu). Er is op geen enkele wijze rekening gehouden met de gezondheid van mensen in het RES2 gebied en de gevolgen voor de leefomgeving. Er mag in geen geval een verslechtering van het woon- en leefklimaat van inwoners optreden, u heeft het niet eens onderzocht of gemotiveerd. Het specialiteitsbeginsel?

Bij dit beginsel mag de gemeente enkel de belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt. Dit staat vermeld in artikel 3:4 lid 1 van Awb. Het komt er dus op neer dat de gemeente geen zaken mag regelen die buiten haar bevoegdheid liggen of waarbij sprake is van willekeur. Naast het gegeven dat windmolenparken uiteindelijk niet alleen onder de bevoegdheid van de gemeente vallen (en dus ook provinciaal beleid mee had moeten worden gewogen) is er sprake van grote willekeur, u wend alle opwek af op de buitengebieden, zie hiervoor KES-stad 0.1. Daarbij komt dat het college als bevoegd gezag voor de RES de regie pakt om gebieden geschikt te maken voor windturbines en zonnevelden, die uitgebaat worden door projectontwikkelaars en energie exploitanten. Hierdoor wordt een bepaalde groep ernstig bevoordeeld en zijn de belangen van burgers daaraan ondergeschikt gemaakt. Ook wanneer er gesproken wordt om burgers mee te laten participeren blijkt uit een gepubliceerd onderzoek in de NRC van jongstleden dat dit slechts een wassenneus is en in de praktijk niet werkt. Dat het Apeldoornse participatie traject totaal niet voldoet en heeft voldaan aan ook maar enige vorm van geborgde inspraak hebben wij u veelvuldig benoemd en noemen wij hierbij nogmaals.

Beginsel van fair play

Pagina 23 van 45

Het beginsel van fair play houdt in dat het bestuursorgaan publieke taken moet vervullen zonder vooringenomenheid en dat het zich daarbij open en eerlijk moet gedragen. In de praktijk heeft het beginsel van fair play een aantal raakvlakken met het onpartijdigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarnaast biedt dit fair play beginsel geen ruimte voor partijdigheid of onzorgvuldigheid. Onzorgvuldigheid is breed aangetoond, partijdigheid treffen wij wederom aan in het gegeven dat u o.a. de opwek afwend op de buitengebieden. U heeft de KES-stad 0.1 ongemotiveerd ter zijde geschoven. Daarnaast u stuurt aan op onredelijk talmen, waardoor het voor ons als inwoner van het buitengebied moeilijk zelfs bijna onmogelijk wordt om onze rechten uit te oefenen. Vooringenomenheid Volgens deze gedragsregel moet de gemeente haar taak op objectieve en onpartijdige wijze vervullen. De gemeente moet te allen tijde zonder vooropgezette mening te werk gaan. Deze gedragsregel is gecodificeerd in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het verbod op vooringenomenheid heeft onder andere als doel om 'vriendjespolitiek' te voorkomen. Ook hier kunnen wij niet anders concluderen dat er een vooropgezette mening is toegepast door geen enkele windmolen of zonneveld te plaatsen binnen de bebouwde kom van de stad. Ook lijken industriegebieden zwaar te zijn ontzien.

Tot slot benoemen wij nogmaals de KES-stad 0.1 die u terzijde heeft geschoven. Daarnaast wordt openlijk toegegeven dat de positie en rest capaciteit van een trafostation ook een leidend onderdeel is. Verbod op détournement de procédure? Niet alle procedures zijn echter even gunstig voor inwoners van het buitengebied, de ene procedure biedt meer bescherming voor ons dan de andere. Het verbod op détournement de procédure houdt in dat de gemeente verplicht is om te kiezen voor de procedure die de meeste rechtsbescherming biedt aan ons als inwoners. Daarnaast kan het verbod op détournement de procédure ook letterlijk worden vertaald als een verbod op de verdraaiing ('détournement') van procedures ('procédure'). Het behoeft geen nadere uitleg dat de door het college gevolgde procedure verre van de meest geschikte is en juist de minste rechtsbescherming is toegepast voor ons als inwoners van het buitengebied. Het college probeert zelfs de raad gedeeltelijk buitenspel te zetten! ü negeert De EU richtlijnen SMB 2001/42/EG en 2011/92/EU en het verdrag van Aarhus volledigl

2.2 Gezondheid van de mens

Industriële windturbines (IWT’s) leveren schade voor de gezondheid van de mens. Het is een onderwerp dat steeds meer in de publiciteit geraakt en de volgende grondrechten opgenomen in onze Grondwet in de kern raakt: Grondrechten

Artikel 21 van de Nederlandse Grondwet De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Artikel 22 van de Nederlandse Grondwet 1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Behalve grondrechten voor de burger houden de artikelen een voorzorgsplicht voor de overheid in om te voorkomen dat de burgers en milieu worden blootgesteld aan risico's. v cti icti ZUIU Wuiuiuri IVfclüci Icii lUïjti OVtil i iciu lil lUci ici i itnTUe IITïne Vei WUltJI I UliVuiuuenue

invulling te geven aan beide grondrechten en zich te onttrekken aan zijn voorzorgsplicht. Dit is vooral het geval ten aanzien van de risico’s waaraan mensen worden blootgesteld die wonen nabij industriële windturbines. In de medische en juridische literatuur is het aspect schade voor de gezondheid nationaal en internationaal niet meer te loochenen. In de afgelopen 10 jaren heeft een groot aantal wetenschappers gepleit zorgvuldiger om te gaan

Pagina 24 van 45

met de gezondheid van de mens in de planning en besluitvorming aangaande de aanleg van windturbineparken. Het tegendeel is in de huidige besluitvorming helaas het geval. De afstandsnormen in de regelgeving zijn sinds 2010 voor omwonenden dusdanig ongunstig aangepast dat de daadwerkelijke bescherming tegen gezondheids- en milieuschade in het geding is. Van effectief onderzoek vooraf aan de besluitvorming over windturbineparken is geen sprake. Ondanks dat EU richtlijnen, waaronder vooral de Strategische Milieu Beoordeling Richtlijn (SMB) uit 2001, dit onderzoek aan de Nederlandse overheid wel voorschrijven. Inmiddels wordt in rechtszaken de Nederlandse bestuursorganen nalatigheid verweten. Daarnaast zijn bij onder meer de Raad van State in beroepszaken tegen de planning van windturbineparken prejudiciële vragen opgeworpen aangaande de plicht tot uitvoering van de EU richtlijnen. Dit mede naar aanleiding van een recente uitspraak op 25 juni 2020 van het Hof van Justitie van de EU. Voorzorgsprincipe niet of onvoldoende onderdeel RES 1.0 De gezondheidsschade dient serieuze aandacht te worden geven in de besluitvorming in de Regionale Energie Strategieën (RES). In de RES 1.0 is komt dit niet of onvoldoende aan de orde.

Hoofdargument om dit te steunen is dat in de besluitvormingsprocessen over windturbineparken door de Nederlandse bestuursorganen en de rechtscolleges de stand van de medische inzichten voortaan volwaardig meegenomen worden. Alle bestuursorganen en rechtscolleges dienen het voorzorgsprincipe voor de gezondheid van de mens te plaatsen in het hart van de besluitvorming. Dit geldt niet alleen met betrekking tot windturbineparken maar ook bij alle andere beslissingen in de energietransitie waarbij volgens de normstelling van de EU sprake is van aanzienlijke milieugevolgen. Op grond van de normstelling van de EU dient vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast komen te staan, dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen. Het nalaten van dit onderzoek zet de deur open voor alle regio’s en gemeenten om de blootstelling van bewoners aan gezondheidsrisico’s verder te vergroten. Het doen van onderzoek dat voldoet aan de EU-normen is noodzakelijk om de gezondheidsrisico’s uit te sluiten en het voorzorgsprincipe in te vullen. De noodzaak hiertoe is ook actueel in de besluitvorming in het kader van de RES. Er is onvoldoende getracht gezondheidsrisico’s op voorhand uit te sluiten.

Het toetsen van de effecten op de volksgezondheid van de RES 1.0 wordt door betrokken bestuurders verschoven naar het moment dat er daadwerkelijk fysieke uitvoering wordt gegeven aan de RES. Dit is gelet op de SMB richtlijn en het Verdrag van Aarhus te laat. Immers er ligt nu een formeel vastgesteld, maar niet getoetst plan RES 1.0 aan ten grondslag, waarvan men de werking niet kent. Met het serieus toepassen van het voorzorgsprincipe staan we in Nederland aan het begin van een traject. Op dit nieuw ingezette spoor om de gezondheidsschade ten gevolge van windturbines erkend te krijgen bij de overheid zijn meerdere wetenschappelijke publicaties beschikbaar. Het is de plicht van alle bestuursorganen om de invulling van het voorzorgsprincipe en toepassing van de EU richtlijnen te realiseren. Het is de taak vooral van hen die een rol vervullen in besluitvormingsprocessen en de leden van de rechterlijke macht hierin verantwoordelijkheid te nemen. Van het gemeentebestuur wordt verlangd, dat zij serieus aandacht geeft aan een zorgvuldiger en democratisch besluitvormingsproces waarin de zorg voor de gezondheid en de handhaving of verbetering van het huidige beschermingsniveau van onze regio voorop staat. Het normen kader van de SMB richtlijn gebiedt dat. Maar ook onze eigen Grondwet.

Dat betekent dat de overheid, ic het gemeentebestuur, zolang twijfel bestaat over het veroorzaken van gezondheidsschade en milieuschade en er geen wetenschappelijke Pagina 25 van 45

garanties kunnen worden gegeven dat het bestaande beschermingsniveau voor een regio zal worden gehandhaafd dan wel verbeterd, niet een plan vast kan en mag stellen. Dat geldt zowel voor de RES 1.0 en voorde afzonderlijke vergunningen, zoals voor windturbines. Het gemeentebestuur dient derhalve de RES 1.0 niet vast te stellen. Nu het gemeentebestuur dit besluit wel heeft genomen, schendt zij de beginselen van onze rechtstaat en handelt het in strijd met het internationaal en nationaal recht. Dit maakt het besluit nietig dan wel vernietigbaar. En het brengt de gemeente in de positie, doordat het gemeentebestuur willens en wetens de burgers blootstelt aan de risico’s van gezondheidsschade, dat de gemeente in de toekomst schadeclaims tegemoet kan zien. 2.3 EU-richtlijnen als normenkader voor onderzoek naar effecten op beschermingsniveau gezondheid mens, leefbaarheid en milieu Voor de voorgestelde ingrijpende veranderingen in de omgeving dienen mogelijk MER's opgesteld en beoordeeld te worden. Dat is een langdurig en arbeidsintensief proces. In de RES'en staat meestal genoemd dat de initiatiefnemer een MER uitvoert, echter in de huidige regelgeving bestaat geen MER meer. Er worden bij windparken wel milieutoetsen gedaan, maar op basis van normen die staan in het zogenoemde Activiteitenbesluit.

Dat zijn algemene, wettelijke regelingen en daarom volgens de Raad van State niet zelf onderworpen aan een milieueffectrapportage. Deze huidige regelgeving is gebaseerd op het geluid van turbines met een ashoogte van 64 meter meter hoog. Turbines van de huidige hoogte (240 mt: deze hoogste in Nederland staat op de Maasvlakte, de wieken meten twee voetbalvelden) maken 1 tot 2 dB meer geluid dan de getoetste lagere windturbines. Elke dB meer betekent een verdubbeling van het huidige geluid. Dit in weerwil van wat de fabrikanten ons voorspiegelen, die hun turbines aanprijzen als zijnde een stillere variant dan de vorige. Bij de ontwikkeling van een type windturbine wordt deze qua geluidsbelasting in optimale situatie getest. De testresultaten worden verwerkt in een Handleiding Geluidsbelasting windturbines Type X. Deze handleiding wordt gebruikt bij het inplannen van windturbines op een te ontwikkelen locatie. Dit blijkt een papieren werkelijkheid te zijn. In de praktijk blijkt dat iedere turbine zijn eigen geluidsfrequentie (dBa en LFG) heeft. De contouren van het geluid reiken in de praktijk verder dan berekend en de overlast is dus groter. Diverse praktijk onderzoeken wijzen dit uit. Klachten van burgers worden in de regel niet serieus genomen, want op papier kunnen zij geen overlast ervaren. Dit leidt naast frustraties ook tot stress en gezondheidsproblemen.

Daarnaast geldt voor geluid veroorzaakt door windturbines het jaargemiddelde dat aan alle turbines als standaard wordt opgelegd. Een gemiddelde verdoezelt heel handig de klachten die turbines met pieken in hun geluid bij omwonenden geven en noopt overheden niet om onderzoek ernaar uit te voeren. Men verschuilt zich achter de richtlijnen en de normen worden daardoor niet overschreden. De gezondheidsrisico’s voor omwonenden zijn door het steeds hoger worden van de windturbines niet met de juiste gegevens getoetst en dit vormde de basis van het kort geding dat advocaat De Lange onlangs aanspande in Assen. De risico's moeten volgens hem meegenomen worden in de plannen voor windparken, sinds de uitspraak van het Europees Hof die deze omissie in de wetgeving heeft erkend. De eis om een te bouwen windpark in Groningen stop te zetten is niet ontvankelijk verklaard, niet op basis van de inhoud maar vanwege procedurele gronden. Vervolgstappen om inhoudelijk een rechtelijke uitspraak te krijgen op het niet toepassen van de uitspraak van het Europese Hof zijn gepland. De uitspraak van het Europese Hof heeft in België gezorgd voor het stopzetten van de bouw van een windpark, omdat de gezondheid van de omwonenden niet gegarandeerd kan worden. Wanneer de initiatiefnemer een MER uitvoert, zal dat volgens de huidige regelgeving zijn die niet voldoet.

Het geluid van hoge turbines is luider dan van lage en het gaat om een hinderlijk, dreunend impulsgeluid. Naast impulsgeluid produceren windturbines laagfrequent geluid en er komt steeds meer bewijs dat dit schadelijk is voor omwonenden. Recentelijk aangevuld door een Nederlandse onderzoeker op basis van meer dan driehonderd recent gepubliceerde wereldwijde studies naar gezondheidsaspecten van o.a. laagfrequent geluid. Een zelfde Pagina 26 van 45

redenering gaat op voor LFG, dat niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren, maar wel ernstige gezondheidsklachten kan geven (somatische klachten als maag- en darmproblemen, stress, hartritme klachten en hoofdpijnen). Daarnaast treden slaapstoornissen en oververmoeidheid op. Omdat LFG een klein gedeelte van het geluidsspectrum uitmaakt, is dit sinds de invoering van de CFIW opgenomen in het geheel en aangemerkt als verwaarloosbaar. Een recent onderzoek, van klinisch fysicus Jan de Laat van het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC, laat zien dat hartklachten kunnen verergeren onder invloed van langdurige blootstelling aan laagfrequent (brom)geluid, dat onder andere door draaiende windturbines wordt geproduceerd. Fiet onderzoek is belangwekkend omdat De Laat meer dan driehonderd recent gepubliceerde wereldwijde studies naar gezondheidsaspecten van onder andere laagfrequent geluid analyseerde. Tot slot, kent Nederland de soepelste geluidsnormen in Europa. De afstand tot woningen mag 400 meter zijn, maar sommige GGD 'en adviseren 800 meter. Volgens een recent rapport van het RIVM, gebaseerd op het WHO-advies, ervaren momenteel 3 miljoen huizen (37%) meer dan 55 decibel geluidhinder en ernstige gezondheidseffecten (zoals hartziekten) treden al op bij lagere geluidsniveaus dan tot nu toe werd aangenomen.

Het wettelijk toegestane geluidsniveau moet omlaag en het kabinet moet het geheel van geluidhinder in kaart brengen en maatregelen formuleren. Een zorgvuldige besluitvorming waarbij het belang van burgers zwaarder weegt dan het algemeen belang behoort tot uw verantwoordelijkheid, zoals ook naast het Verdrag van Aarhus verwoord is in de Grondwet (al eerder genoemd maar ten overvloede hier herhaald):

Art. 21 Grondwet: "De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu." Art. 22 Grondwet: "De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid." 2.4

Gezondheidsschade

Zoals reeds aan u kenbaar gemaakt en ook weer totaal genegeerd door u blijkende de RES 1.0 die voorligt maken wij ons ernstige zorgen over de gevolgen voor onze gezondheid, zie hiervoor ook het algemenere deel onder GRONDRECHTEN. In ons gebied wordt gezocht naar mogelijkheden voor plaatsing van windturbines met een hoogte van 200 meter op afstand vanaf veelal 100 - 350 meter van woningen (en overige kwetsbare objecten). Wij stellen ons op het standpunt dat u gelet op artikel 3.2, 3.4 en 3.9 AWB de RES 1.0 ook op dit onderdeel onzorgvuldig heeft opgesteld en voorbereid. Er is geen enkele motivatie aangetroffen waaruit blijkt dat onze inbreng op basis van wetenschappelijke literatuur, die aantoont dat er de nadelige gezondheidseffecten van windturbines in de directe nabijheid van woningen (en overige kwetsbare objecten) ontstaan weerlegd. Wij onderbouwen hieronder nogmaals de door ons gesignaleerde zaken omtrent dit onderwerp zonder een uitputtende opsomming te geven. Wij verzoeken u alle aangedragen punten in uw zienswijzenota te bevestigen of te weerleggen met gelijkwaardige literatuur. Wij stellen ons op het standpunt dat de gemeente Apeldoorn o.a. artikel 21 en 22 van de grondwet negeert of minimaal onjuist en onvolledig toepast.

Hierdoor hebben ook op dit vlak onvoldoende zorgvuldige overwegingen plaatsgevonden, er mogelijk een onvoldoende zorgvuldig besluit gaat worden genomen en uw wederom nalatig bent. Wij verzoeken u de concept RES en RES1.0 te vernietigen en een nieuwe RES op te stellen in lijn met o.a. de grondwet en overige genoemde wetsartikelen. Gezondheidsschade (vervolg) Zoals reeds aan u kenbaar gemaakt en ook weer totaal genegeerd door u blijkende de RES 1.0 die voorligt maken wij ons ernstige zorgen over de gevolgen voor onze gezondheid, zie hiervoor ook het algemenere deel onder GRONDRECHTEN. In ons gebied wordt gezocht naar mogelijkheden voor Pagina 27 van 45

plaatsing van windturbines met een hoogte van 200 meter op afstand vanaf veelal 100 - 350 meter van woningen (en overige kwetsbare objecten). Wij stellen ons op het standpunt dat u de RES 1.0 ook op dit onderdeel onzorgvuldig heeft opgesteld en voorbereid. Er is geen enkele motivatie aangetroffen waaruit blijkt dat onze inbreng op basis van wetenschappelijke literatuur, die aantoont dat er de nadelige gezondheidseffecten van windturbines in de directe nabijheid van woningen (en overige kwetsbare objecten) ontstaan weerlegd. Wij onderbouwen hieronder nogmaals de door ons gesignaleerde zaken omtrent dit onderwerp zonder een uitputtende opsomming te geven. Wij verzoeken u alle aangedragen punten in uw zienswijzenota te bevestigen of te weerleggen met gelijkwaardige literatuur. Het college hecht mogelijk veel waarde aan de uitkomsten van het RIVM-rapport "Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update" uit 2020 (1). Om de navolgende redenen is dit rapport echter niet toepasbaar op de Apeldoornse zoekgebieden, zo ook niet het RES2 gebied: In het RIVM-rapport (1) wordt verwezen naar 102 wetenschappelijke studies (o.a.2-21). Het merendeel gaat over overlast en acceptatie van windturbines. Slechts 15 studies gaan over gezondheidseffecten en windturbines.

Opvallend in deze studies is dat vrijwel alle windturbines in dunbevolkt gebied gelokaliseerd zijn en een maximale tiphoogte van 120 meter hebben. Daarnaast woont het overgrote deel van de omwonenden in de studies op meer dan 500 meter afstand van de windturbines en is de geluidsbelasting lager dan 42 dB. In de veel besproken Deense studies (The Danish Wind turbine Study, 5-9) is onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico's bij 711.000 inwoners die in dunbevolkt gebied binnen een straal van 10 km van windturbines wonen. Slechts 1100 inwoners wonen binnen 500 meter van windturbines met een tiphoogte tot 100 meter en een geluidsbelasting van 42 dB en hoger. In deze kleine groep (minder dan 1% van het totaal aantal onderzochte bewoners) is wel degelijk een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (9), slapeloosheid, depressie en toename gebruik van antidepressiva en slaapmedicatie aangetoond (8). In diezelfde Deense studies is een significant verhoogd risico op hypertensie aangetoond bij mensen ouder dan 65 jaar die in de nabijheid van windturbines wonen met een geluidsbelasting buitenshuis van 42 dB en meer; binnenshuis 15 dB en meer (5). Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over de gezondheidseffecten van windturbines met een tiphoogte hoger dan 120 meter, die binnen 2000 meter van omwonenden staan met 42dB geluidsbelasting of hoger.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=9bf771f6-8021-425e-868d-475fc051df03