CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Grondstofrijk Zutphen, Grondstoffenplan 2022-2026

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Grondstofrijk Zutphen, Grondstoffenplan 2022-20265.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026 Apeldoorn, 27 oktober 2021 versie definitief

Inhoudsopgave 1

Samenvatting

4

2

Landelijke beleidskaders

6

2.1 VANG-programma

6

2.2 Landelijk afvalbeheerplan

6

2.3 Uitbreiding statiegeld

7

Terugblik en huidige situatie

8

3.1 Grondstoffenplan 2016-2020

8

3.2 Huidige stand van zaken

9

Doelstellingen en randvoorwaarden beleid

10

4.1 Doelstellingen Zutphen

10

4.2 Randvoorwaarden nieuw grondstoffenbeleid

10

Mogelijke scenario’s

12

5.1 Instrumentarium afvalbeheer

12

5.2 Scenario’s

12

3

4

5

6

7

8

5.2.1 Scenario 1: Omgekeerd inzamelen

13

5.2.2 Scenario 2: Frequentieverlaging restafval

14

5.2.3 ‘Nul’-scenario: Voortzetten van het huidige beleid

15

Aanvullend beleid

16

6.1 Inleiding

16

6.2 Aanvullende beleidsmaatregelen

16

Financiële consequenties

18

7.1 Kosteneffecten van de scenario’s

18

7.2 Kosteneffecten van de aanvullende maatregelen

18

Implementatie en fasering

19

8.1 Nadere uitwerking met de inwoners

19

8.2 Fasering invoering

19

Bijlagen Bijlage 1: uitkomsten onderzoek nascheiding en diftar

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Inhoudsopgave 27 oktober 2021 versie definitief

20 20

3

1 Samenvatting

Voor u ligt het nieuwe Grondstoffenplan 2021-2025 van de gemeente Zutphen. Dit plan richt zich op het verhogen van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen en het hoogwaardig inzetten van de grondstofstromen uit huishoudens. Het verminderen van de hoeveelheid restafval is een effect van deze inspanning. Grondstoffen worden steeds schaarser. De vraag naar grondstoffen stijgt en de makkelijk winbare gebieden voor bijvoorbeeld olie en gas nemen af. Om te kunnen blijven voldoen aan de grote vraag naar grondstoffen, moeten we ervoor zorgen dat materiaalketens gesloten gaan worden. Dit betekent minder waardevolle grondstoffen uit de keten laten ‘lekken’ door verbranding, en meer grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken. Gemeenten spelen een cruciale rol in deze ketenoptimalisatie: afvalscheiding kan er namelijk voor zorgen dat waardevolle grondstoffen als kunststof, gft en textiel behouden blijven, en niet als restafval naar de verbrandingsoven worden gebracht. De transitie richting een circulaire economie is in Nederland verwoord in het Rijksprogramma ‘Nederland Circulair in 2050’. Onderdeel van deze ambitie is een afvalvrije samenleving in 2050.

Daarnaast zijn er specifieke doelstellingen voor huishoudelijk afval geformuleerd in het landelijke VANG-programma (Van Afval Naar Grondstof): nog maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar in 2020, en nog slechts 30 kilo in 2030. Gemeente Zutphen is aangesloten bij de Cleantech Regio. In de Cleantech-agenda 2019-2023 wordt in 2030 gestreefd naar maximaal 10 kilo restafval (!) per inwoner per jaar. Aangezien elke inwoner van Zutphen in 2020 gemiddeld nog ruim 140 kilo restafval produceerde, zijn nieuwe beleidsinterventies nodig om stappen te zetten in de richting van een circulaire gemeente. Eerdere gesprekken met de raad en met vertegenwoordigers van wijken, hebben geleid tot de formulering van een paar belangrijke uitgangspunten voor nieuw beleid: Een reductie van de hoeveelheid restafval: nog maximaal 70 kilo in 2025, en 10 kilo in 2030. Verhogen/op peil houden van de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen. Het minimaliseren van de impact van de inzameling van afval (minimaliseren vervoersbewegingen, minder bijplaatsingen en zwerfafval). Nadere uitwerking en implementatie van de nieuwe maatregelen vindt plaats in samenspraak met de wijken en bewoners. In het licht van deze laatste randvoorwaarde kan dit grondstoffenplan het beste worden gezien als een kapstokplan.

Bij de nadere uitwerking en uitvoering van de maatregelen die worden voorgesteld, worden de wijken uitdrukkelijk betrokken bij het opstellen van maatwerk per wijk. Dit zorgt ervoor dat het draagvlak én de effectiviteit van het nieuwe beleid het grootst zijn.

4

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Samenvatting 27 oktober 2021 versie definitief

Maatregelen De grootste stap in de reductie van het restafval kan in Zutphen worden gezet door het invoeren van Omgekeerd Inzamelen. Kortweg betekent dit dat de service van de inzameling van grondstoffen zo optimaal mogelijk wordt ingericht, en bewoners worden gevraagd om het restafval naar een wijkcontainer te brengen. Dit instrument heeft in veel gemeenten inmiddels bewezen effectief te sturen op het beter scheiden van het afval. De hoeveelheid restafval kan door de juiste inzet van omgekeerd inzamelen en aanvullend beleid, dalen tot ca 70-80 kilo. Een andere mogelijkheid om te komen tot een eerste stap in de reductie van het restafval is het terugschroeven van de inzamelfrequentie van restafval van elke 2 weken, naar eens per 4 weken. Dit kan, wederom mits aangevuld met goed flankerend beleid, leiden tot ca. 100-110 kilo restafval per inwoner. Naast het aanpassen van de restafvalvoorzieningen, is van belang dat er goed wordt gekeken naar de optimalisatie van de voorzieningen voor het scheiden van grondstoffen als papier, glas en textiel. Bovendien zullen ook alle bewoners van hoogbouw en binnenstad in staat moeten zijn om hun GFT te gaan scheiden. Dit belandt immers nu nog (grotendeels) bij het restafval.

Na vaststelling van dit grondstoffenplan zal per wijk worden bekeken welk maatwerk en welke aanvullende maatregelen er in hun specifieke situatie nodig zijn om het nieuwe beleid tot een succes te maken.

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Samenvatting 27 oktober 2021 versie definitief

5

2 Landelijke beleidskaders

Om te komen tot nieuw beleid voor de gemeente Zutphen, is het van belang om te bekijken welke ontwikkelingen zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan, en komende jaren gaan voordoen op (inter)nationaal niveau rondom circulaire economie en grondstoffenbeleid. Idealiter sluiten de inspanningen die Zutphen doet op dit vlak aan bij deze ontwikkelingen. 2.1 VANG-programma In 2015 is het programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) gestart. De ambitie van het VANGprogramma is om gemeenten te stimuleren stappen te zetten in de richting van een circulaire economie. Concreet zijn hier in 2015 doelstellingen aan gekoppeld van maximaal 30 kilo restafval pin 2025. Het programma Van Afval naar Grondstof (VANG Huishoudelijk) is inmiddels ook opgenomen in het Rijksbrede programma Circulaire Economie, Nederland Circulair in 2050, dat in 2016 van start ging. Daarmee is VANG onderdeel geworden van de landelijke beleidsambitie voor een circulaire economie. In dit CE-programma is vastgelegd dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu.

Waar het VANG-programma de afgelopen jaren met name was gericht op een forse reductie van de hoeveelheid restafval, is het dit jaar vernieuwde programma wat meer gericht op een juiste balans tussen de afname van de hoeveelheid restafval enerzijds en het scheiden van schone, hoogwaardig te recyclen grondstoffen uit huishoudelijk afval anderzijds. De kernthema’s van het VANG-programma van de komende jaren zijn: Scheiden van hoogwaardig te recyclen grondstoffen Behouden van kwaliteit van de gescheiden grondstofstromen Verminderen van de hoeveelheid huishoudelijk afval Nog maximaal 70 kilo restafval per inwoner Voorkomen van nadelige neveneffecten van afvalscheiding als bijplaatsingen. 2.2 Landelijk afvalbeheerplan Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) is één van de instrumenten om de ambities en resultaten van het Rijksbrede CE-programma beleidsmatig vast te leggen en naar de praktijk te vertalen. Op dit moment ligt er een wijziging voor van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3). Deze wijziging is een gevolg van veranderende Europese regelgeving, de herziening van de Kaderrichtlijn afvalstoffen, de aankomende Omgevingswet en de ontwikkelingen in de transitie naar een circulaire economie. Gescheiden inzameling van afval en grondstoffen heeft een belangrijke plek in het gewijzigde LAP3. Volgens het LAP3 hebben inwoners in 2025 nog 30 kg restafval per persoon per jaar.

Hiermee bevestigt het LAP het streven uit het VANGprogramma.

6

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Landelijke beleidskaders 27 oktober 2021 versie definitief

GFT, metalen, kunststof, glas, papier, textiel, KCA en e-goed moeten verplicht gescheiden ingezameld worden. Daarnaast komt het LAP3 met aanvullende eisen voor verdere afvalscheiding op de afvalbrengpunten en stelt LAP3 eisen aan communicatie over afvalscheiding door gemeenten. De basis van LAP3 is gericht op het verlagen van de milieudruk van grondstofketens. 2.3 Uitbreiding statiegeld In lijn met de circulaire ambities van het kabinet, is eind 2020 besloten om het huidige succesvolle statiegeldsysteem van grote PET-flessen, uit te breiden naar kleine flesjes. Vanaf 1 juli 2021 wordt € 0,15 statiegeld ingevoerd voor alle plastic flesjes onder de 1 liter. Inmiddels is ook een besluit gevallen voor de invoering van statiegeld op blikjes. Vanaf 31 december 2022, zal ook hiervoor een retourpremie moeten worden betaald. De verwachting is dat de uitbreiding van het statiegeld naar kleine flesjes en blikjes tot een forse vermindering van de hoeveelheid zwerfafval, en een forse toename van de recycling van kunststof en metalen verpakkingen zal gaan zorgen. Jaarlijks gaan er namelijk zo'n 900 miljoen kleine plastic flesjes over de toonbank. 100 miljoen daarvan belanden in het milieu. Omdat het de industrie niet gelukt is om 90 procent van de weggooi-flesjes te hergebruiken, komt er per 1 juli dus statiegeld op.

Inleveren kan straks in supermarkten, bij tankstations, treinstations en via cateraars.

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Landelijke beleidskaders 27 oktober 2021 versie definitief

7

3 Terugblik en huidige situatie 3.1 Grondstoffenplan 2016-2020 Eind 2015 werd het grondstoffenplan 2016-2020 vastgesteld. In dit grondstoffenplan werd beoogt om de toenmalige hoeveelheid restafval van 156 kilo stapsgewijs te gaan verlagen naar 105 kilo per inwoner per jaar. Tevens zou hiermee het scheidingspercentage worden verhoogd van 70 naar 75%, conform landelijke doelstelling. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn de afgelopen jaren de volgende maatregelen doorgevoerd: Invoering van de BEST-tas. Uitbreiden van bestaande milieustraatjes voor alle grondstoffen Stimuleren grof tuinafval door het groenafval gratis te maken tot 500kg. Met nieuwbouw voorsorteren op mogelijk nieuwe inzamelmethodieken door in de nieuwbouw het restafval niet meer aan huis in te zamelen. Evaluatie aantal containers aan huis. Participatie als groeimodel inzetten in de grondstoffeninzameling en beheer openbare ruimte. Educatie op scholen vergroten. Proeven met centrale GFE inzameling. In dit plan waren ook een paar maatregelen opgeworpen die de afgelopen jaren nog niet zijn gerealiseerd: De uitrol van GF-inzameling bij de hoogbouw. Verbeteren van de grondstoffenscheiding van de hoogbouw en de binnenstad.

Verder is er, op verzoek van de raad, een onderzoek gestart naar de mogelijkheden om de inzameling van afval in de binnenstad zodanig te organiseren, dat hierbij minder vervoersbewegingen nodig zijn. De mogelijkheden met betrekking tot het gecombineerd inzamelen van bedrijfsafval met huishoudelijke afvalstromen wordt hierin nadrukkelijk meegenomen. Gezien de brede landelijke interesse in dit onderwerp is RWS vanuit het VANGprogramma betrokken bij de uitvoering van dit onderzoek. De eerste resultaten hiervan zijn ontvangen en worden voorgelegd. Deze resultaten zullen in de implementatie van dit grondstoffenplan worden meegenomen bij de nadere uitwerking van het plan voor het centrumgebied samen met bewoners en ondernemers.

8

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Terugblik en huidige situatie 27 oktober 2021 versie definitief

3.2 Huidige stand van zaken De hoeveelheid restafval was in 2019 teruggebracht tot 139 kilo per inwoner per jaar, maar nam in 2020 weer licht toe (een trend die door Corona overigens in alle gemeenten zichtbaar is) tot 144 kilo. Belangrijke kanttekening hierbij is wel dat de totale hoeveelheid gescheiden ingezamelde stromen óók zijn toegenomen het afgelopen jaar: waar de totale afvalproductie van een gemiddelde inwoner in 2020 maar liefst met 25 kilo toenam, steeg de hoeveelheid restafval maar met 5 kilo. Dit geeft aan dat de scheidingsbereidheid van de inwoners van Zutphen (ondanks de toename van het restafval) zeker niet is gedaald het afgelopen jaar. Maar met deze 144 kilo fijn en grof restafval worden de landelijke -noch de regionaledoelstellingen gehaald. Er zal daarom de komende jaren nieuw beleid moeten worden ingezet om alsnog stappen te zetten richting meer en kwalitatief hoogwaardigere recycling van huishoudelijke grondstoffen. En hoewel de drie maatregelen die de afgelopen nog jaren niet zijn uitgevoerd hiertoe al een goede aanzet vormen, is er aanvullend beleid nodig om de circulaire ambities van de gemeente Zutphen en de Cleantech regio de komende jaren wel te gaan verwezenlijken.

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Terugblik en huidige situatie 27 oktober 2021 versie definitief

9

4 Doelstellingen en randvoorwaarden beleid 4.1 Doelstellingen Zutphen Zutphen wil graag stappen zetten richting een circulaire economie: het sluiten van grondstoffenketens door middel van meer hoogwaardige recycling van grondstoffen die bij huishoudens vrijkomen. De gemeente sluit hiermee aan bij landelijke en regionale doelstellingen van VANG en de Cleantech-regio. De gemeente wil de komende jaren beleid inzetten dat ervoor moet gaan zorgen dat: Materiaalketens van grondstoffen die bij huishoudens vrijkomen worden gesloten; Gescheiden materialen zo hoogwaardig mogelijk worden gerecycled; De hoeveelheid te verbranden restafval hierdoor daalt naar maximaal 70 kilo per inwoner per jaar. 4.2 Randvoorwaarden nieuw grondstoffenbeleid In verschillende gesprekken met de raad en met vertegenwoordigers uit de wijken, zijn een aantal belangrijke uitgangspunten en randvoorwaarden naar voren gekomen die de basis vormen voor de ontwikkeling van het nieuwe grondstoffenbeleid: Zet in op de inzameling van schone grondstoffen Het beleid van de afgelopen jaren heeft zich met name gericht op vermindering van de hoeveelheid restafval. De kwaliteit van ingezamelde grondstoffen is echter minstens zo belangrijk. Grondstoffenketens zijn alleen te sluiten als de input in de keten van afdoende kwaliteit is.

Geef invulling aan de circulaire ambities sámen met de bewoners en de wijken Om nieuw grondstoffenbeleid tot een succes te maken is het van belang dat er draagvlak is en betrokkenheid bij de nieuwe plannen. Vertegenwoordigers van de verschillende wijken weten vaak heel goed wat er in hun wijk speelt, en welke aandachtspunten er zijn rondom de inzameling van afval. Maatwerk per wijk zorgt er voor dat de betrokkenheid van de bewoners ten aanzien van het onderwerp groeit, en de kans op succesvolle beleidsingrepen wordt vergroot. Verkennende gesprekken met de wijken die de afgelopen jaren zijn gevoerd rondom de ideevorming van dit nieuwe beleid laten zien dat de betrokkenheid van de bewoners groot is, en ze graag mee denken over de implementatie van het nieuwe beleid in hun eigen woonomgeving. In dit kader moet dit grondstoffenplan worden bezien als een ‘kapstokplan’. Implementatie van de maatregelen die worden voorgesteld, worden per wijk, en samen mét de wijk, uitgewerkt. Dit zorgt ervoor dat het draagvlak én de effectiviteit van het nieuwe beleid het grootst zal zijn.

10

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Doelstellingen en randvoorwaarden beleid 27 oktober 2021 versie definitief

Verminderen van neveneffecten De negatieve effecten van de inzameling van afval- en grondstoffen moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Zo moet er aandacht zijn voor het zo veel mogelijk beperken van vervoersbewegingen ten behoeve van de inzameling (met name in de binnenstad), en is er meer aandacht nodig voor het aanpakken van bijplaatsingen en zwerfafval. Het voorkomen van bijplaatsingen en zwerfafval is een hardnekkig probleem waarvoor het ‘ei van Columbus’ helaas nog niet is gevonden. Mogelijke oplossingen zullen eveneens in samenspraak met de verschillende wijken worden uitgewerkt.

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Doelstellingen en randvoorwaarden beleid 27 oktober 2021 versie definitief

11

5 Mogelijke scenario’s 5.1 Instrumentarium afvalbeheer Om te komen tot de reductie van restafval, en het behoud van de kwaliteit van grondstoffen zullen er de komende jaren nieuwe beleidsmaatregelen moeten worden doorgevoerd. Een analyse van goed presterende gemeenten in de regio en elders in Nederland laat zien dat er zeker nog mogelijkheden zijn voor Zutphen om de komende jaren stappen te gaan zetten. Grofweg kennen gemeenten drie soorten instrumenten om bewoners aan te zetten tot afvalscheiding: communicatie, financiële prikkels, en serviceprikkels. De best presterende gemeenten in Nederland laten zien dat een gecombineerde inzet van deze drie instrumenten tot de beste resultaten leidt. Hiermee bereik je immers de meeste groepen mensen: met communicatie stimuleer je intrinsiek gemotiveerde mensen, met een financiële prikkel stimuleer je mensen die graag invloed hebben op hun kostenniveau, en met het serviceniveau stuur je aan op deelname van mensen die gevoelig zijn voor gemak. Zutphen heeft de afgelopen jaren (met name) ingezet op communicatie en de financiële prikkel. Er wordt via diverse kanalen van de gemeenten en van Circulus-Berkel, hoogfrequent en uitgebreid gecommuniceerd over nut en noodzaak van afvalscheiding. Dat betekent dat een volgende stap zal moeten worden gezocht in het serviceniveau.

Met name met betrekking tot de dienstverlening rondom de inzameling van restafval zit nog groot potentieel om tot minder restafval te komen: waar deze restfractie nu nog elke 2 weken wordt ingezameld, zien we dat andere gemeenten deze frequentie hebben verlaagd naar eens per 4 weken, of de huis-aanhuis inzameling van restafval zelfs helemaal gestopt, en zijn overgegaan op wijkcontainers voor de inzameling hiervan. Dit laatste instrument, ook wel ‘omgekeerd inzamelen’ genoemd, laat erg goede resultaten zien in andere gemeenten. De gedachte hierachter is dat je vooral ervoor moet zorgen dat je als gemeente de inzameling van waardevolle grondstoffen optimaal faciliteert, en minder investeert in die afvalstroom die je het minst graag wilt hebben: het restafval. Door aan huis (in de juiste frequentie) grondstoffen in te zamelen en de voorzieningen voor glas en textiel te optimaliseren, kan je de service voor restafval afbouwen. Dit kan dus door middel van het verlagen van de inzamelfrequentie van het restafval, of door omgekeerd inzamelen in te voeren. 5.2 Scenario’s Om de impact van deze mogelijkheden inzichtelijk te maken, zijn hieronder drie mogelijke scenario’s uitgewerkt: 1. Omgekeerd inzamelen (+gft-hoogbouw) 2. Frequentieverlaging van restafval (+gft-hoogbouw)

12

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Mogelijke scenario’s 27 oktober 2021 versie definitief

3. ‘Nul’-scenario: voortzetten van huidig beleid 5.2.1 Scenario 1: Omgekeerd inzamelen De grootste stap in de richting van de ambities kan worden gezet door het invoeren van omgekeerd inzamelen. Vergelijkbare gemeenten laten zien dat deze systematiek kan leiden tot een reductie van het restafval én de gescheiden inzameling van fors meer hoogwaardig te recyclen grondstoffen. Als dit wordt aangevuld met gescheiden GFT-inzameling bij hoogbouw en optimalisatie van de inzameling van papier, glas en textiel, dan is 70-80 kilo restafval per inwoner per jaar haalbaar. Aandachtspunten Omgekeerd Inzamelen Bij dit scenario is het, nog meer dan bij de frequentieverlaging, van belang dat er maatwerk wordt geleverd voor bepaalde doelgroepen die hinder zouden kunnen ondervinden van deze systematiek. Bijvoorbeeld mensen die slecht ter been zijn, en daardoor moeilijker gebruik kunnen maken van een verzamelcontainer, of bewoners van het buitengebied, waarvoor de dichtstbijzijnde restafvalcontainer soms kilometers ver weg zou staan. De belangrijkste aandachtspunten rondom het invoeren van omgekeerd inzamelen zijn hieronder beschreven en zullen (na vaststelling van dit plan) met de verschillende belanghebbenden en wijken (in het kader van de betrokkenheid van de bewoners) nader worden uitgewerkt.

Maatwerk voor ouderen/mensen met fysieke beperking Om bewoners niet onevenredig zwaar te belasten met de nieuwe manier van afvalinzameling, kiezen veel gemeenten ervoor om maatwerk te bieden voor inwoners die door een fysieke beperking niet in staat zijn om zelf bijvoorbeeld hun restafval of glas weg te brengen. De loopafstand tot de container De gemiddelde loopafstand tot een verzamelcontainer vormt eigenlijk de kern van het instrument omgekeerd inzamelen. Wil je bewoners stimuleren om hun grondstoffen laagdrempelig te kunnen scheiden, en het afdanken van restafval moeilijker maken, dan moet de gemiddelde afstand tot de restafvalcontainer substantieel zijn. Een te grote loopafstand zou echter weer kunnen zorgen voor vervuiling van de grondstofstromen. Veel gemeenten die deze systematiek hebben ingevoerd kiezen ervoor om de maximale loopafstand zo rond de 200-250 meter van een perceel te leggen. Belangrijker dan deze loopafstand blijkt in deze gemeenten echter de vraag of de containers op logische plekken staan: bij supermarkten, scholen, uitvalswegen, etc. Kortom: op de routes die mensen vaak afleggen. Hoe wordt omgegaan met het buitengebied?

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Mogelijke scenario’s 27 oktober 2021 versie definitief

13

Bewoners van het buitengebied (die niet in een kern wonen) zouden onevenredig hard kunnen worden geraakt door het omgekeerd inzamelen door de grote afstand naar een verzamelcontainer. Sommige gemeenten kiezen ervoor om de inzameling van minicontainers in het buitengebied daarom te handhaven (bijvoorbeeld op afroep om de efficiëntie van de inzameling te handhaven). Inwerpopening verkleinen Om bewoners niet te lang te laten zitten met een grote zak restafval (die zwaar kan worden), kan ervoor worden gekozen om de inwerpopening te verkleinen, zodat bewoners (tegen een half tarief) een half zo grote hoeveelheid restafval kwijt kunnen. Er zijn ook containers op de markt waarbij kan worden gekozen voor een 30- of een 60-liter opening, zodat bewoner zelf kunnen kiezen of ze wat vaker een kleine zak willen brengen, of minder vaak een grote. Bij het plaatsen van nieuwe containers wordt er al voor een dubbele inworpmogelijkheid gekozen. Wat te doen met de hoogbouw? Omgekeerd inzamelen stimuleert bewoners tot scheiden, omdat er een drempel wordt opgeworpen voor de productie van restafval. Dit geldt echter alleen voor bewoners van de laagbouw (ca. 70% in Zutphen). Bewoners van de hoogbouw maken altijd al gebruik van een verzamelcontainer voor restafval, waardoor deze drempel hier niet geldt (de moeite voor het ontdoen van grondstoffen is namelijk even groot als voor restafval).

Bij hoogbouw is het daarom van extra groot belang dat de mogelijkheden voor het scheiden van grondstoffen als gft, papier, PMD en glas, goed worden gefaciliteerd. Dit betekent concreet dat moet worden bekeken of de voorzieningen toereikend zijn, en bewoners door middel van intensieve communicatie moeten worden aangespoord hun waardevolle grondstoffen (nog) beter te scheiden. 5.2.2 Scenario 2: Frequentieverlaging restafval Door het verlagen van de inzamelfrequentie van het restafval, wordt een eerste stap gezet in het reduceren van de huidige hoeveelheid restafval. Naar verwachting zal 4-wekelijkse inzameling van restafval een reductie van circa 20-30 kilo restafval per inwoner kunnen opleveren. Aangevuld met de uitrol van GFT-inzameling bij alle hoogbouw, en een optimalisatie van de gescheiden stromen papier, glas en textiel, kan de hoeveelheid restafval waarschijnlijk dalen tot ca. 100-110 kilo. Hiermee worden de ambities van de gemeente en de regionale afspraken op het vlak van circulariteit en duurzaamheid dus niet gerealiseerd. Uiteraard is het bij het invoeren van een dergelijke frequentieverlaging van restafval belangrijk om goed te bekijken welke huishoudens hierdoor in de problemen zouden kunnen komen doordat ze door omstandigheden onevenredig veel restafval produceren, en maatwerk te bieden waar nodig.

14

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Mogelijke scenario’s 27 oktober 2021 versie definitief

5.2.3 ‘Nul’-scenario: Voortzetten van het huidige beleid Dit referentiescenario gaat ervan uit dat er niks wordt veranderd aan de het grondstoffenbeleid van Zutphen. De huidige inzamelfrequenties voor restafval worden in stand gehouden, en ook aan het beleid rondom de inzameling van de verschillende grondstoffen wordt niks veranderd. Gevolg hiervan is dat de hoeveelheid restafval de komende jaren niet zal dalen, en ook de hoeveelheid gescheiden grondstoffen niet zal stijgen. Dit betekent dat er zo’n 140-150 kilo restafval zal blijven per inwoner, en het scheidingspercentage niet boven de 65% zal stijgen. Bovendien is de verwachting dat de kosten voor het afvalbeheer zullen stijgen door toenemende kosten voor restafvalverwerking (CO2-belasting?!), dalende grondstoffenprijzen en dalende vergoeding voor PMD. Dit scenario is dus in het licht van zowel duurzaamheid als kostenontwikkeling geen optie.

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Mogelijke scenario’s 27 oktober 2021 versie definitief

15

6 Aanvullend beleid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de aanvullende beleidsmaatregelen beschreven die, naast de invoering van omgekeerd inzamelen, een bijdrage kunnen leveren aan het behalen van de doelstellingen. Ook hiervoor geldt dat deze maatregelen na vaststelling van dit plan samen met de wijken nader zullen worden uitgewerkt. 6.2 Aanvullende beleidsmaatregelen 4. Uitgebreide communicatie Om de frequentieverlaging of omgekeerd inzamelen in te voeren is het van groot belang dat bewoners worden meegenomen in de veranderingen die hen te wachten staan. Informatievoorziening rondom de wijkcentra is hier een belangrijk instrument in, maar daarnaast zal er ook moeten worden voorzien in brede communicatie over nut en noodzaak van afvalscheiding, scheidingsregels, systeemveranderingen, etc. Per doelgroep zal, uiteraard in nauwe in samenspraak mét deze bewoners, moeten worden bekeken welke communicatiemiddelen en -inzet het beste werkt. Om de kwaliteit van de gescheiden stromen(en de hoogwaardige recycling ervan) te waarborgen, zal de communicatie structureel moeten worden geïntensiveerd. 5. Uitrol GF-inzameling bij hoogbouw Om de doelstelling van 70 kilo restafval te halen, zal de focus moeten komen te liggen op de grootste grondstofstroom die nu nog vaak in het restafval belandt: GFT. Uit analyses van het restafval blijkt dat het hierbij met name gaat om keukenafval.

Tuinafval wordt al redelijk goed gescheiden. Om bewoners te stimuleren om meer gft te scheiden, moeten hiervoor natuurlijk wel de voorzieningen aanwezig zijn. Bij hoogbouw is dit nu nog niet het geval. Voorstel is om gf-zuilen (metalen behuizing om een 240-liter container) met toegangscontrole (voor behoud van de kwaliteit van het GFT) te plaatsen bij de hoogbouw. Aandachtspunt hier is de inzamelfrequentie en het schoon houden van deze inzamelvoorzieningen. Enerzijds om draagvlak te vergroten, en anderzijds om de kwaliteit van het gft te borgen. Voor alle huishoudens (laag- en hoogbouw) zou kunnen worden gedacht aan het verstrekken van kleine aanrechtbakjes voor het keukenafval, om de drempel te verlagen om dit gescheiden te houden. 6. Optimalisatie inzameling oud papier Momenteel wordt het oud papier ingezameld door verenigingen, die hiervoor een vergoeding per kilo ontvangen. Uitgangspunt bij een optimalisatie van de inzameling van papier is dat deze door Circulus-Berkel uitgevoerd zal gaan worden, en niet langer door verenigingen, maar dat de revenuen die door hen hieruit worden gehaald wel bij de verenigingen terecht blijven komen. Na het vaststellen van dit grondstoffenplan zullen (verdere) gesprekken

16

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Aanvullend beleid 27 oktober 2021 versie definitief

worden gevoerd met de verenigingen om te bekijken welke activiteiten hiertoe kunnen worden aangewend. Momenteel vinden er al gesprekken plaats en worden alternatieven met de betrokkenen verkend. 7. Brengvoorzieningen (wijkcontainers) voor glas en textiel Uitgangspunt is dat de inzameling van glas aan huis door middel van het ‘zwarte kratje’ wordt afgeschaft. Ter vervanging zijn er verzamelcontainers voor glas geplaatst in de wijken. De BEST-tas wordt op afroep ingezameld. Dit maakt de inzameling hiervan een stuk efficiënter. 8. Inrichten van (integrale) wijkcentra Het voorstel is om wijkcentra te gaan inrichten waar (onder andere) de volgende zaken invulling krijgen: 

Acties die inzetten op reparatie en producthergebruik

Afvalcoaches1 die de wijk kennen

Informatievoorziening over (o.a.) afvalscheiding

Sortering BEST-tassen

Kringloopactiviteiten

Medewerkers van Delta die nu de zwarte kratjes inzamelen, zouden bijvoorbeeld in kunnen worden gezet bij het uitvoeren van deze activiteiten. Uitgangspunt is uiteraard dat deze sociale werkgelegenheid behouden blijft. 6. Gescheiden inzameling op scholen en verenigingen (verder) stimuleren Beleid rondom afvalscheiding is het meest effectief als van bewoners overal hetzelfde gedrag wordt gevraagd. Scheiden van afval zou op school en op de sportclub net zo vanzelfsprekend moeten zijn als thuis. Daarom is het voorstel om naast scholen ook bij verenigingen in te gaan zetten op het inrichten van mogelijkheden om ook daar afval te gaan scheiden, via het gebruikelijke CleanWise programma.

1 Dit zijn bewoners die worden opgeleid en hun medebewoners kunnen helpen bij vraagstukken

rondom afvalscheiding en duurzaamheid.

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Aanvullend beleid 27 oktober 2021 versie definitief

17

7 Financiële consequenties 7.1 Kosteneffecten van de scenario’s Om inzicht te verschaffen in de te verwachten kosten van de verschillende onderdelen van dit grondstoffenplan, is een onderscheid gemaakt tussen de ‘hoofd’-maatregelen (scenario 1 en 2, aangevuld met de uitrol van gft-scheiding bij hoogbouw), en de kosten van de verschillende aanvullende maatregelen. Maatregel

Eenmalige

Structurele

Verschil met

kosten

kosten DVO

huidige DVO

1. Omgekeerd inzamelen

€ 144.000,-

€ 3.810.000,-

- € 200.000,-

2. Frequentieverlaging restafval

€ 30.000,-

€ 3.890.000,-

- € 115.000,-

3. ‘nul’-scenario

€ 0,-

€ 4.005.348,-

€ 0,-2

7.2 Kosteneffecten van de aanvullende maatregelen De kosten van de verschillende aanvullende maatregelen zijn globaal begroot. De daadwerkelijke kosten zullen namelijk sterk afhankelijk zijn van de nadere uitwerking en implementatie die in samenspraak met de wijken wordt vormgegeven na vaststelling van dit plan. Om toch wat gevoel te krijgen bij de verwachtte kosten van elke maatregel, is deze begroting opgesteld. Maatregel

Eenmalige

Structurele

kosten 2022

kosten DVO

1. Communicatie

€0

€ 10.000,-

2. Gft-hoogbouw

€ 14.000,-

€ 130.000,-

3. Optimalisatie oud papier

€ 15.000,-

€ 70.000,-

4. Voorzieningen glas

€ 39.000,-

- € 140.000

5. Wijkcentra

pm

€ 40.000-,

6. Scholen en verenigingen

pm

€ 20.000,-

€ 68.000,-

€ 130.000,-

Totaal

2 Hier is geen rekening gehouden met stijgende kosten de komende jaren (verwerking, CO2,

etc.) en (evt.) dalende opbrengsten van grondstoffen. De cijfers hier geven puur de verandering van de DVO weer door toedoen van de maatregelen.

18

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Financiële consequenties 27 oktober 2021 versie definitief

8 Implementatie en fasering 8.1 Nadere uitwerking met de inwoners Uit de gesprekken met de raad en de vertegenwoordigers uit de wijken kwam steeds naar voren dat de nadere uitwerking en invulling van de maatregelen die in het grondstoffenplan zijn uitgewerkt, in samenspraak met de bewoners moet plaatsvinden. Dit zorgt niet alleen voor draagvlak van het nieuwe beleid in de wijken, maar ook effectieve invoering van de maatregelen, toegespitst op de specifieke wensen en gewoontes van de bewoners van elke wijk. Na vaststelling van dit grondstoffenplan zal het nieuwe door middel van bewonersavonden uitgebreid worden besproken met de inwoners van Zutphen, en zal hen worden gevraagd actief mee te denken bij het invullen van het maatwerk (zoals beschreven in hoofdstuk 5) en het aanvullend beleid (hoofdstuk 6). Op deze manier wordt gezocht naar de beste aanpak per wijk. 8.2 Fasering invoering De uitrol van nieuw afvalbeleid vergt tijd. Niet alleen doordat er containers moeten worden aangeschaft en geplaatst, maar ook omdat de inwoners uitgebreid bij de implementatie worden betrokken. Onderstaand een voorstel om tot implementatie te komen in beide scenario’s. Scenario 1: Omgekeerd Inzamelen Q4 2021 Vaststelling Grondstoffenplan Zutphen Q1 en Q2 2022

Gesprekken met wijken over maatwerk en flankerend beleid

Q3 en Q4 2022

Fysieke voorbereidingen omgekeerd inzamelen in 1e wijk(en)

2023 en 2024

Gefaseerde uitrol omgekeerd inzamelen per wijk

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Implementatie en fasering 27 oktober 2021 versie definitief

19

Bijlagen Bijlage 1: uitkomsten onderzoek nascheiding en diftar Bronscheiding of nascheiding van PMD? In april 2020 zijn de resultaten van het onderzoek naar de gevolgen van een eventuele inzet van het nascheiden van PMD opgeleverd3. De discussie over bron- en nascheiden spitst zich uitsluitend toe op de stroom PMD. De overige grondstoffen zoals gft, oud papier en karton, glas en textiel blijven aan de bron gescheiden. Dit is een wettelijke verplichting en staat niet ter discussie. Per inwoner is in 2019 in Zutphen circa 28 kg PMD gescheiden ingezameld (in vergelijkbare gemeenten is dit circa 25 kg). In het restafval bevindt zich nog ruim 9 kg PMD. Qua de te verwachten milieubijdrage kunnen we stellen dat PMD al heel goed gescheiden wordt en heeft een overgang naar nascheiding dus relatief weinig toegevoegde waarde. De verkenning geeft aan dat het nascheiden van PMD tegen de (huidige) bronscheiding van de andere grondstofstromen ingaat, waardoor je feitelijk een conflicterende scheidingsboodschap in de inzameling krijgt: we scheiden grondstoffen aan de bron; behalve PMD. Wij verwachten dan ook dat het huidige beleidsinstrumentarium door deze conflicterende boodschap minder effectief zal worden. Dit kan erin resulteren dat het aan de bron scheiden van alle overige grondstoffen terug zal lopen. Algemene conclusies uit de verkenning: 1.

Voor wat betreft de milieuwinst heeft het nascheiden van PMD geen toegevoegde waarde. PMD wordt al (zeer) goed gescheiden in de gemeente Zutphen. 2.

Op dit moment is er nog maar een beperkt aanbod van vrij beschikbare nascheidingscapaciteit in Nederland. De overstap naar nascheiding is dus zeker niet altijd mogelijk.

3.

Een overgang op het nascheiden van PMD verstoort de huidige zuivere werking van het gemeentelijk beleidsinstrumentarium en daarmee de effectiviteit van het gemeentelijk beleid.

Milieutechnisch en kostentechnisch levert het nascheiden van PMD in de huidige situatie van de gemeente geen voordelen. Qua service verstoort het de huidige afvalscheidingsboodschap. Het belang van bronscheiden, ook voor de stroom PMD, is hiermee herbevestigd.

3 Rapport Verkenning nascheiding PMD huishoudelijk restafval gemeente Lochem, van IPR-Normag.

20

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Bijlagen 27 oktober 2021 versie definitief

Wel of geen Diftar? Diftar-gemeenten hebben gemiddeld bezien minder afval en een lagere afvalstoffenheffing. Dit wordt keer-op-keer bevestigd in de jaarlijkse Coelo Atlas van de lokale lasten. COELO is het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. In de Atlas van 2019 4 zien we het volgende: 1.

De afvalstoffenheffing is in 2019 gemiddeld met 5,7% gestegen en komt daarmee gemiddeld uit op € 263,- per huishouden.

2.

In 2019 zijn er 5 Diftar-gemeenten bijgekomen. Totaal heeft nu 31% van Nederland een vorm van Diftar, te opzichte van 9,7% in het jaar 2000.

3.

Diftar-gemeenten hebben gemiddeld bezien minder afval en een lagere afvalstoffenheffing.

4.

In Diftar-gemeenten betalen meerpersoonshuishoudens gemiddeld 18 procent minder dan in andere (niet-Diftar) gemeenten.

Dergelijke resultaten zien we ook terug in rapporten van het Centraal planbureau (CPB). Het rapport ‘Diftar in Nederland: verschillen tussen oost en west’ 5 van september 2019 beschrijft dat Diftar veelal in Oost Nederland is ingevoerd. Onderzoekers geven aan dat dit komt doordat de omvang van gemeenten in Oost Nederland zich daarvoor leent (minder hoogbouw) en doordat in Oost Nederland samengewerkt wordt op het gebied van Diftar (techniek en kosten delen). Ook in de benchmark huishoudelijk afval, de landelijke prestatiemeting waarbij gemeenten en inzamelbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren hun prestaties vergelijken, zien we dat Diftar-gemeenten betere prestaties leveren gemiddeld bezien ten opzichte van nietDiftar-gemeenten. Recent heeft Rijkswaterstaat een rapport opgeleverd over de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing in 20206. Dit rapport geeft aan dat: 1. De gemiddelde afvalstoffenheffing in 2020 stijgt met 8,0 procent. 2.

Gemiddeld betaalt een huishouden 263 euro per jaar, een eenpersoonshuishouden betaalt 224 euro en een meerpersoonshuishouden 284 euro per jaar.

3.

Gemeenten met lage afvalbeheerkosten hebben over het algemeen tariefdifferentiatie op afvalaanbod (Diftar) ingevoerd.

4.

In 2020 bedragen de kosten in gemeenten met Diftar gemiddeld 237 euro per huishouden, een stijging van 26,14 euro ten opzichte van 2019. In gemeenten waar een vast tarief wordt geheven ongeacht de grootte van het huishouden bedragen de kosten 309 euro per huishouden, een verhoging van 20,05 euro ten opzichte van 2019.

4 https://www.coelo.nl/index.php/nieuws/nieuws-2019/393-atlas-van-de-lokale-lasten-2019 5 https://www.cpb.nl/diftar-nederland-verschillen-tussen-oost-en-west

6 https://www.afvalcirculair.nl/onderwerpen/monitoring-cijfers/afvalcijfers/afvalcijfers/afvalstoffenheffing-

2020/

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Bijlagen 27 oktober 2021 versie definitief

21

5.

In gemeenten met tariefdifferentiatie op het afvalaanbod wordt over het algemeen meer afval gescheiden aangeboden, waardoor er minder restafval ontstaat.

Uit een peiling van I&O Research7 blijkt dat steeds meer gemeenten voor Diftar kiezen om de VANG-doelen te bereiken. Tot slot is het niet zo dat het stoppen met Diftar een kostenbesparing oplevert. Het containermanagementsysteem, de basis van de Diftar-registratie, is ook bij een normale efficiënte en effectieve inzameling nodig. Door datagericht te werken kan je immers sneller bijsturen op het gedrag van de inwoners (denk aan de digitale, automatische volmeldingen van ondergrondse systemen). Met de afweging van resultaten uit bovenstaande onderzoeken is ook de keuze voor voortzetting van Diftar herbevestigd.

7 https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2020/gemeenten-maken-werk-van-kwaliteit-ingezamelde-

grondstoffen-en-helft-kiest-voor-diftar

22

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Bijlagen 27 oktober 2021 versie definitief

27 oktober 2021 Overzicht huidige inzamelsysteem: Zutphen Basiskenmerken Aantal aansluitingen Aantal inwoners Percentage hoogbouw

22.126 47.609 30%

Inzamelfrequentie (minicontainer) Restafval GFT PMD in zak Papier Glas in krat en BEST-tas

1 * per 2 weken 1 * per 2 weken 1 * per 2 weken 1 * per 4 weken 1 * per 2 weken

Inzameling hoogbouw

Boven en ondergrondse verzamelcontainers

Wijkinzameling

Nabij supermarkten

Recyclepleinen

Zutphen, of één van de andere 8 pleinen van CB

Grondstofrijk Zutphen 2022 - 2026, Bijlagen 27 oktober 2021 versie definitief

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=61213e94-f374-491b-ab05-a5996ff2ecbd