Concept verordening rekenkamer Zutphen versie DEF
Tekst van het document
Besluit van de raad van de gemeente Zutphen tot vaststelling van de Verordening gemeentelijke rekenkamer Zutphen 2024 (Verordening gemeentelijke rekenkamer Zutphen 2024) De raad van de gemeente Zutphen; gelet op de artikelen 81k en 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de Oordeelsvormende vergadering 27-11-2023; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening gemeentelijke rekenkamer Zutphen 2024 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders; - rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet; - voorzitter: voorzitter van de rekenkamer; - klankbordgroep rekenkamer: twee, maximaal drie leden van de raad en/of burgerleden die namens de raad de contacten onderhouden met de rekenkamer. Artikel 2. Rekenkamer 1. Er is een rekenkamer. 2. De rekenkamer bestaat uit tenminste 3 leden en maximaal 5, waaronder een voorzitter. 3. De leden hebben voor het rekenkamerlidmaatschap relevante en bij voorkeur complementaire profielen en expertise. Er bestaat binnen de rekenkamer in elk geval kennis op het gebied van beleidsevaluatie en ervaring met het Nederlandse lokaal bestuur. Artikel 3. Voorzitterschap 1. De raad benoemt een van de leden van de rekenkamer tot voorzitter. 2.
De rekenkamer benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. Artikel 4. Benoeming en herbenoeming 1. De raad benoemt de leden van de rekenkamer voor de wettelijke termijn van 6 jaar. 2. De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal één keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd. 3. De rekenkamer hanteert een rooster van aftreden, bedoeld om te zorgen voor continuïteit in de rekenkamer. 4. Er vindt geen automatische herbenoeming plaats; aan het eind van een periode wordt getoetst of leden nog voldoen aan het opgestelde profiel. Artikel 5. Ontslag en non-activiteit 1. De raad ontslaat de leden. 2. De raad kan de voorzitter of een lid van de rekenkamer ontslaan op gronden van artikel 81c lid 1 en lid 2 van de Gemeentewet. 3. De raad kan de voorzitter of een lid van de rekenkamer op non-actief stellen op gronden van artikel 81d lid 1 en lid 2 van de Gemeentewet.
1
Artikel 6. Afstemming met de raad 1. De rekenkamer gaat jaarlijks in overleg met de raadsfracties. T Artikel 7. Beslotenheid, openbaarheid en verslag 1. De rekenkamer vergadert in beslotenheid. De rekenkamer kan daarnaast openbare, informatieve vergaderingen beleggen. Artikel 8. Ambtelijke ondersteuning 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris wordt op voordracht van de rekenkamer benoemd en ontslagen door de raad en wordt formatief ondergebracht bij de griffie. 3. De secretaris legt verantwoording af over zijn of haar werkzaamheden aan de rekenkamer. 4. De secretaris wordt arbeidsrechtelijk aangestuurd door de griffier. Artikel 9. Budget 1. De voorzitter van de rekenkamer is bevoegd binnen het budget uitgaven te doen voor de uitvoering van de werkzaamheden van de rekenkamer. 2. Ingeval de raad voornemens is een korting door te voeren op het onderzoeksbudget voor het komend begrotingsjaar wordt hierover tijdig, maar tenminste drie maanden voor aanvang van het betreffende begrotingsjaar, overleg gevoerd met de rekenkamer. 3. Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de prijs- en loonindexatie zoals door het Centraal Plan Bureau (CPB) afgegeven. Artikel 10. Vergoeding 1. De leden van de rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een maandelijkse vergoeding. 2.
De vergoeding bedraagt voor de voorzitter 45% van klasse 10 van de tabel behorende bij artikel 2, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden per maand en voor gewone leden 40% per maand 3. De vergoeding voor leden die deelnemen aan de uitvoering van onderzoek bedraag € 75,-- per onderzoeksuur waarbij een vast aantal uren per onderzoek van tevoren wordt vastgesteld rekening houdend met het beschikbare budget. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de prijs- en loonindexatie van het CPB. 4. De leden] van de rekenkamer ontvangen daarnaast een vergoeding voor hun reiskosten. Dit is maximaal de belastingvrije kilometervergoeding. Kosten van openbaar vervoer worden geheel vergoed. Artikel 11. Onderzoeksprogrammering en onderwerpselectie 1. De rekenkamer biedt de fracties in de raad jaarlijks gelegenheid om suggesties in te dienen voor onderwerpen van onderzoek. 2. Mede op basis van de suggesties stelt de rekenkamer tweejaarlijks een onderzoeksprogramma op en informeert de raad en het college hierover. Artikel 12. Werkwijze 1. De rekenkamer heeft als taak het uitvoeren van onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid en beheer. De uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek vindt plaats volgens een door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2
2. De rekenkamer kan, met inachtneming van het beschikbare budget, één of meer leden mede belasten met het uitvoeren van onderzoek dan wel het onderzoek (deels) uitbesteden aan een extern bureau. 3. De rekenkamer stelt een Reglement van Orde vast en brengt dit ter kennis van de raad en het college. Het Reglement wordt openbaar gemaakt op de webpagina van de rekenkamer op de raadswebsite. 4. De rekenkamer stelt een Onderzoeksprotocol vast en brengt deze ter kennis van de raad en het college. Deze wordt ook openbaar gemaakt op de webpagina van de rekenkamer op de raadswebsite. 5. De rekenkamer formuleert voor elk onderzoek een onderzoeksopzet en stuurt deze ter kennisname naar de raad. 6. De raad kan een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht ná de vergadering volgend op het verzoek of en in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, wordt dit gemotiveerd kenbaar gemaakt. 7. De rekenkamer stelt jaarlijks voor één april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Dit verslag bevat: a. Een verantwoording over verrichtingen met toetsing aan het onderzoeksplan; b. Een overzicht van het beschikbare budget en de gemaakte kosten minimaal gesplitst in salariskosten ondersteuning, kosten leden, externe onderzoeken en overige kosten; c.
Eventuele voorstellen voor aanpassingen in de werkwijze. Artikel 13. Rapportage en raadsbehandeling 1. De rekenkamer rapporteert, in overeenstemming met artikel 185 Gemeentewet, schriftelijk over de uitgevoerde onderzoeken, inclusief aanbevelingen aan raad, college en of eventuele partijen binnen en buiten het gemeentebestuur. 2. De definitieve rapporten worden door de rekenkamer voor behandeling aangeboden aan de raad en openbaar gemaakt. 3. De raad agendeert het rapport voor behandeling. Artikel 14. Monitoring aanbevelingen 1. De griffie verstrekt de raad jaarlijks voor 1 april een overzicht van de aan de raad gedane aanbevelingen van de rekenkamer die door de raad zijn overgenomen. De griffier verstrekt daarbij de informatie over de uitvoering van die aanbevelingen. 2. Op grond van artikel 185a Gemeentewet zendt het college de raad jaarlijks voor 1 april een overzicht van de aan het college gedane aanbevelingen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de aanbevelingen uitvoering is gegeven. Artikel 15. Slotbepalingen 1. Besluiten, genomen krachtens de Verordening op de rekenkamercommissie Gemeente Zutphen 2016, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2.
De Verordening op de rekenkamercommissie Gemeente Zutphen 2016 wordt ingetrokken. 3. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 3
4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke rekenkamer Zutphen 2024. Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 11 december 2023. De voorzitter, De griffier,
4
Toelichting Algemeen Deze modelverordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Zie de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer). De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2023, met een overgangstermijn van een jaar, dus uiterlijk 1 januari 2024 moet de raad een rekenkamer hebben ingesteld. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regels stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet. De rekenkamer moet een reglement van orde voor haar werkzaamheden vaststellen (artikel 81i van de Gemeentewet). Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 2. Rekenkamer In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet).
Artikel 4 Herbenoeming De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door twee verschillend samengestelde raden wordt beslist. Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede. Zie Kamerstukken 27 751, nr. 3, p. 68. Artikel 8. Ambtelijke ondersteuning Art. 8 van de modelverordening toont niet alle mogelijke varianten voor ondersteuning van de rekenkamer. Daar staat dat het college die ondersteuning benoemt. Er zijn echter 3 varianten voor het regelen van de ondersteuning.
Gekozen is voor de volgende variant: Ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer die op de griffie werkt of gaat werken, wordt benoemd door de raad. (Artikel 107e lid 2 Gemeentewet stelt dat de raad de op de griffie werkzame ambtenaren benoemt). De rekenkamer kan dus ook een secretaris werven en afspraken maken met de griffie dat deze op de griffie werkzaam wordt. Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid). 5
Dit artikel voorziet in het benoemen van een secretaris en plaatsvervangend secretaris(sen) voor de rekenkamer. Artikel 9. Budget De raad moet de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking stellen voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j van de Gemeentewet). Dit omvat de totale kosten van de rekenkamer en alle overige kosten voor de uitvoering van de taken. Artikel 10. Vergoeding De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten (artikel 81k van de Gemeentewet). Artikel 14. Monitoring aanbevelingen Volgens artikel 185a van de Gemeentewet moet het college jaarlijks aan de raad een overzicht sturen van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. Niet alle voorstellen, of meestal aanbevelingen genoemd, zijn voor wat betreft de uitvoering de verantwoordelijkheid van het college. Er zijn ook aanbevelingen die de raad zelf moet uitvoeren.
Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de status van alle aanbevelingen uit de rekenkamerrapporten, kan de raad ervoor kiezen om de griffie jaarlijks ook een overzicht op te laten stellen met de status van de aanbevelingen die aan de raad zijn gericht, door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd. Dit kan de raad helpen om een overzicht te behouden van de overgenomen aanbevelingen en de status hiervan. Artikel 15. Slotbepalingen Het eerste lid is facultatief, omdat dit alleen voor gemeenten geldt die voor de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers al een rekenkamer hadden. En dus niet voor rekenkamercommissies, daarvoor is geen overgangsrecht mogelijk omdat vanaf 1 januari 2023 de wettelijke plicht geldt om een onafhankelijke rekenkamer in te stellen. Het eerste lid zorgt ervoor dat besluiten genomen vóór de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers hun rechtskracht behouden als de constructie van rekenkamers wijzigt als gevolg van deze wet. Dit is voor de rekenkamer van Zutphen niet van toepassing.
6