CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

C2 Bijlage 2 Rapport onderzoek (Woo)

Raadsvergadering 4 juli 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Rapportages gedrag oud-wethouder L. Werger11.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd met betrekking tot het bevel, bedoeld in het tweede lid, de nodige maatregelen te treffen, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen. Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel als bedoeld in het tweede lid en een maatregel of aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Artikel 28b Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter zake van de naleving van de artikelen 24, negende lid, 28, eerste lid, en 28a, tweede lid, en de daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bepalingen krachtens deze wet. Artikel 24, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Werkonderbreking Artikel 29 1 Een werknemer is bevoegd het werk te onderbreken en de onderbreking voort te zetten, indien en zolang naar zijn redelijk oordeel ernstig gevaar voor personen als bedoeld in artikel 28 aanwezig is en naar zijn redelijk oordeel het gevaar zo onmiddellijk dreigt dat een toezichthouder niet tijdig kan optreden. Voor de duur van de onderbreking behoudt de werknemer zijn aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon. De werknemer mag als gevolg van de werkonderbreking niet worden benadeeld in zijn positie in het bedrijf of in de inrichting. 2 Degene die stelt dat de werknemer de aanwezigheid van onmiddellijk dreigend gevaar als bedoeld in het eerste lid op grond van de feiten waarop hij zich beroept, niet naar zijn redelijk oordeel mocht aannemen, moet dit bewijzen. 3 Indien de onderbreking van het werk geschiedt buiten weten van de werkgever onderscheidenlijk de bij de arbeid betrokken leidinggevende persoon, moet de werknemer de onderbreking terstond bij deze melden.

4 De onderbreking van het werk wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de daartoe aangewezen toezichthouder, die een bevel geeft krachtens artikel 28, eerste lid, of verklaart, zo nodig onder het stellen van een eis als bedoeld in artikel 27, dat de arbeid kan worden verricht. Door de beschikking van de daartoe aangewezen toezichthouder eindigt de bevoegdheid van de werknemer de werkonderbreking voort te zetten. Artikel 29a. Gegevensuitwisseling 1 Bestuursorganen en een instelling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd aan Onze Minister en de toezichthouder kosteloos alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en dit noodzakelijk is ten behoeve van een samenwerkingsverband tussen twee of meer van de voornoemde instanties. 2 Onze Minister en de toezichthouder verstrekken andere bestuursorganen en een instelling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, kosteloos alle gegevens en inlichtingen, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taak en dit noodzakelijk is ten behoeve van een samenwerkingsverband tussen twee of meer van de voornoemde instanties.

3 Onze Minister, bestuursorganen, de toezichthouder en een instelling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, kunnen bij het verwerken van persoonsgegevens gebruik maken van het burgerservicenummer. 4 De gegevensverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop in ieder geval gegevens worden verstrekt. Artikel 29b. Openbaarmaking van door toezicht op de naleving verkregen gegevens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip] Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/2021-07-01/0/afdrukken

13/17

26-04-2022 11:41

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenwet - BWBR0010346

Hoofdstuk 6. Vrijstellingen, ontheffingen en beroep Vrijstelling en ontheffing Artikel 30 1 Onze Minister kan met betrekking tot categorieën van bedrijven, inrichtingen, of arbeidsverhoudingen vrijstelling verlenen van de voorschriften zoals die bij of krachtens de artikelen 5, 12 tot en met 18 en 20 zijn vastgesteld. 2 Een daartoe aangewezen toezichthouder kan met betrekking tot een individueel bedrijf of inrichting ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde voorschriften, tenzij met betrekking tot een dergelijk voorschrift een eis is gesteld. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld inzake het verlenen van vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid. 4 Een vrijstelling of een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. 5 Aan een vrijstelling of een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 6 Een vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing kan worden ingetrokken wanneer: a. b. c.

een of meer der redenen waarom zij is verleend is of zijn vervallen; een of meer van de daaraan verbonden voorschriften niet wordt of worden nageleefd; zich na de verlening zodanige feiten of omstandigheden voordoen dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.

Beroep Artikel 31 1 Tegen een beschikking op grond van deze wet van een ambtenaar als bedoeld in artikel 24, tweede lid, kan door een belanghebbende administratief beroep worden ingesteld bij Onze Minister. 2 Een beschikking op grond van deze wet van een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, 28a, eerste lid, 28b, en 34, eerste lid, wordt gegeven namens Onze Minister. Hoofdstuk 7. Sancties Strafbepaling Artikel 32 Het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is. Overtredingen Artikel 33 1 Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 3, 4, eerste lid, 5, 6, eerste lid, eerste volzin, 8, 9, eerste en tweede lid, 10, 11, 13, eerste lid, eerste volzin, en tweede tot en met vierde lid, zevende lid, onder b, negende en tiende lid, 14, eerste lid, tweede lid, onder a tot en met f, derde lid, tweede zin, vierde en vijfde lid, 14a, tweede en derde lid, 15, eerste en derde lid, 18 en 19.

2 Als overtreding wordt tevens aangemerkt het niet naleven van de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in die artikelleden bedoelde voorschriften en verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als overtreding. 3 Geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten of ter zake van deze wet in de Wet op de economische delicten strafbaar gestelde feiten, met uitzondering van de strafbare feiten, bedoeld in artikel 6, derde lid, van deze wet en artikel 1, onder 1°, van de Wet op de economische delicten ten aanzien van artikel 6, eerste lid, eerste volzin. Artikel 33a [Vervallen per 01-07-2009] Hoogte bestuurlijke boete en recidive Artikel 34 1 Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de bestuurlijke boete op aan de overtreder op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding. 2 De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is niet reeds aangewezen als toezichthouder. 3 De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

4 De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 6, eerste lid, of voor het niet naleven van een voorschrift of verbod bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 6, eerste lid, voor zover aangemerkt als overtreding, kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 5 Onverminderd het derde en vierde lid verhoogt de op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het tiende lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/2021-07-01/0/afdrukken

14/17

26-04-2022 11:41

6 7

8 9 10

11

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenwet - BWBR0010346

verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. De verhoging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het vijfde lid, bedraagt 200 procent indien zowel de overtreding als de eerdere overtreding, bedoeld in dat lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als ernstige overtredingen. Onverminderd het derde en vierde lid verhoogt de op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 200 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het tiende lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding twee maal een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boeten wegens de eerdere overtredingen onherroepelijk zijn geworden. Voor de toepassing van het vijfde en zevende lid wordt met een onherroepelijke bestuurlijke boete gelijkgesteld een onherroepelijke strafrechtelijke sanctie wegens een overtreding als bedoeld in artikel 6, derde lid.

In afwijking van het vijfde en zevende lid is het tijdvak van vijf jaar in die leden tien jaar indien de onherroepelijke boetes, bedoeld in die leden, zijn opgelegd wegens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige overtredingen. Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd. In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.

Artikel 35 [Vervallen per 01-07-2009] Boeterapport Artikel 36 1 Onverminderd artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het rapport naast de overtreder in ieder geval de andere bij de overtreding betrokken persoon of personen. 2 Het rapport wordt toegezonden aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar. 3 Een afschrift van het rapport wordt toegezonden of uitgereikt aan de andere bij de overtreding betrokken persoon of personen, bedoeld in het eerste lid. Boetebeschikking Artikel 37 Een afschrift van de boetebeschikking wordt toegezonden of uitgereikt aan de andere bij de overtreding betrokken persoon of personen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, en in voorkomend geval, desgevraagd aan zijn of hun nabestaande of nabestaanden. Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger Artikel 38 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de daartoe op grond van artikel 34, eerste lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.

Artikel 39 [Vervallen per 01-07-2009] Invordering Artikel 40 [Vervallen per 01-04-2011] Artikel 41 [Vervallen per 01-07-2009] Wijziging boetebedrag Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2013] Terugbetaling Artikel 43 Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald. Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen Kosten https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/2021-07-01/0/afdrukken

15/17

26-04-2022 11:41

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenwet - BWBR0010346

Artikel 44 De kosten die zijn verbonden aan de naleving van de regels die bij of krachtens deze wet zijn gesteld, worden niet ten laste van de werknemers gebracht. Evaluatie Artikel 45. Overgangsbepaling Op schriftelijke afspraken die zijn gemaakt overeenkomstig artikel 14, vierde lid, zoals dat artikellid luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 25 januari 2017 tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met de versterking van de betrokkenheid van de werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, de preventie in het bedrijf of de inrichting van de werkgever, en de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts (Stb. 2017, 22), blijft artikel 14, vierde lid, zoals dat artikellid luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van die wet, van toepassing tot de datum waarop die afspraken expireren, doch uiterlijk tot een jaar na inwerkingtreding van die wet. Tot dat tijdstip is artikel 14, vijfde lid, niet van toepassing. Citeertitel Artikel 46 Deze wet wordt aangehaald als: Arbeidsomstandighedenwet.

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 53 [Vervallen per 01-05-2004] Artikel 54 [Vervallen per 29-12-2000] Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2007] Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2007] Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te 's-Gravenhage, 18 maart 1999 Beatrix De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/2021-07-01/0/afdrukken

16/17

26-04-2022 11:41

wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenwet - BWBR0010346

Uitgegeven de negenentwintigste april 1999 De Minister van Justitie, A. H. Korthals

https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/2021-07-01/0/afdrukken

17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=98188c18-8c0b-4ac8-82a7-1b1fb2bd6c04