C1 Bijlage 1 Rapport onderzoek (Woo)
Tekst van het document
1 van 4
https://www.mijnrap.nl/gemeente%20zutphen/medewerker/Gemeente_pe...
11.3 Regeling melding vermoeden misstand Inhoudsopgave 1 Algemeen Artikel 11.3.1 Begripsomschrijvingen 1. Deze regeling verstaat onder: a. afdeling onderzoek HvK: de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, derde lid van de Wet Huis voor klokkenluiders; b. extern meldpunt: de instantie die naar redelijk oordeel van de melder het meest in aanmerking komt om de externe melding van het vermoeden van een misstand te onderzoeken. Dit kan de afdeling onderzoek van Huis van Klokkenluiders zijn; c. melder: de (voormalig)werknemer die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig de artikelen van deze regeling. Ook personen die anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn voor of binnen de gemeente Zutphen kunnen melder zijn; d. melding: de mondelinge of schriftelijke melding van een vermoeden van een misstand door de melder op grond van deze regeling; e. vermoeden van een misstand: een vermoeden van I. (dreigende)schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; II. een (dreigend)gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; III. een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten f. vertrouwenspersoon: de functionaris als zodanig benoemd door de werkgever. 2.
Deze regeling is ook van toepassing op degene die anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is binnen de gemeente Zutphen; diegene wordt gelijkgesteld met een werknemer. Artikel 11.3.2 Bescherming van de melder 1. Een ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming, dat zijn in ieder geval de (direct) leidinggevende, de vertrouwenspersoon en het externe meldpunt. 2. De werknemer zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan: a. het verlenen van ongevraagd ontslag; b. het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; c. het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een vaste aanstelling; d. de opgelegde benoeming in een andere functie; e. het treffen van disciplinaire maatregelen; f. het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; g. het onthouden van promotiekansen; h. het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit redelijkerwijs verband houdt met de door de melder gedane melding van een vermoeden van een misstand. 3. De werkgever draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding ondervindt.
4. Het bepaalde in lid 2 en 3 van dit artikel geldt ook voor de werknemer die te goeder trouw een vermoeden van een misstand in een andere organisatie dan die van de gemeente Zutphen, volgens de in die organisatie geldende regels, bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt alleen als de werknemer: a. uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt; b. uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de vermoede misstand; c. het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn direct leidinggevende heeft gemeld; d. zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze melding met hem of haar zijn gemaakt door de werkgever. 5. De werknemer heeft recht op juridische bijstand als hij als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/ of na het volgen van deze regeling. De gemeente Zutphen financiert deze juridische bijstand. Artikel 11.3.3 De vertrouwenspersoon 1. De werkgever wijst een of meer vertrouwenspersonen aan. 2. De vertrouwenspersoon heeft tot taak de melder te adviseren. 3. De vertrouwenspersoon maakt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de aard en de omvang van het
1-3-2022 09:45
2 van 4
https://www.mijnrap.nl/gemeente%20zutphen/medewerker/Gemeente_pe... aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan de werkgever en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. 4. De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 11.3.2, lid 2 tot en met 5, tegen benadeling van zijn rechtspositie als gevolg van de hem bij deze regeling toebedeelde taken. Artikel 11.3.4 Het externe meldpunt 1. De werkgever wijst als extern meldpunt aan het Huis voor Klokkenluiders. 2. Het huis voor Klokkenluiders heeft tot taak een door de melder gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en de werkgever daarover te adviseren. 2 Interne meldingsprocedure Artikel 11.3.5 Melding 1. De werknemer doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij de vertrouwenspersoon of, als daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij het externe meldpunt. 2. Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van een strafbaar feit onverlet. Artikel 11.3.6 Melding door een ex-werknemer De ex-werknemer die een vermoeden van een misstand wil melden doet dit binnen een periode van twaalf maanden na zijn ontslag of beëindiging van zijn werkzaamheden voor de gemeente Zutphen bij een vertrouwenspersoon. Hij kan alleen een melding van een vermoeden van een misstand doen als hij in de hoedanigheid van werknemer kennis heeft gekregen van het vermoeden.
Artikel 11.3.7 Informeren van de werkgever De direct leidinggevende of de vertrouwenspersoon bij wie een melding is gedaan draagt er zorg voor dat de werkgever onverwijld op de hoogte wordt gesteld van de melding en van de datum waarop de melding ontvangen is. Artikel 11.3.8 Ontvangstbevestiging door de werkgever 1. De werkgever stuurt aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie het vermoeden van een misstand is gemeld een ontvangstbevestiging. In het laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld. 2. De werkgever informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad. 3. De werkgever zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die overeenkomstig artikel 11.3.5 of 11.3.6 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding. Artikel 11.3.9 Onderzoek door de werkgever 1. De werkgever stelt na ontvangst van de melding onverwijld een onderzoek in. 2. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand. 3. De werkgever kan een deskundige raadplegen. Artikel 11.3.10 Standpunt en kennisgeving door de werkgever 1.
De werkgever stelt de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan binnen tien weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. 2. Als niet binnen tien weken een standpunt kan worden gegeven, worden de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. De werkgever kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen. 3 Externe meldingsprocedure Artikel 11.3.11 Melding bij het externe meldpunt 1. De melder kan zijn vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het externe meldpunt, als: a. hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 11.3.10; b. hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld in artikel 11.3.10. 2. Als zwaarwegende belangen de toepassing van de interne meldingsprocedure in de weg staan, kan de melder het vermoeden van een misstand rechtstreeks melden bij het externe meldpunt. 3. De melding bij het externe meldpunt bevat ten minste:
1-3-2022 09:45
3 van 4
https://www.mijnrap.nl/gemeente%20zutphen/medewerker/Gemeente_pe... a. naam en adres van de melder; b. de organisatie waar de betrokkene werkzaam is of is geweest; c. de organisatie waarop de melding betrekking heeft; d. de omschrijving van de misstand die wordt vermoed; e. de reden van melding aan het externe meldpunt. Artikel 11.3.12 Ontvangstbevestiging 1. Het externe meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden van een misstand aan de melder. 2. Het externe meldpunt draagt er zorg voor dat de werkgever op de hoogte wordt gesteld van de melding bij het meldpunt. 3. Het externe meldpunt informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding bij het externe meldpunt, tenzij het onderzoeksbelang hierdoor kan worden geschaad. Artikel 11.3.13 Niet ontvankelijkheid 1.
Het externe meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien: • er geen sprake is van een misstand of van een misstand van voldoende gewicht; • de ambtenaar niet aantoont dat hij het vermoeden eerst intern aan de orde heeft gesteld volgens deze regeling, tenzij zwaarwegende belangen toepassing van de interne procedure in de weg staan; • de ambtenaar het vermoeden intern aan de orde heeft gesteld volgens deze regeling, maar de termijn waarbinnen de werkgever een inhoudelijk standpunt omtrent het vermoeden van een misstand dient te geven, nog niet verstreken is; • geen sprake is van een ambtenaar zoals bedoeld in deze regeling; • de melding niet binnen redelijke termijn is ontvangen nadat de ambtenaar op de hoogte is gesteld van het standpunt van de werkgever. 2. Indien de melding niet ontvankelijk is, stelt het externe meldpunt de melder of vertrouwenspersoon en de werkgever hiervan binnen vier weken op de hoogte. Artikel 11.3.14 Onderzoek door het externe meldpunt 1. Wanneer de melding ontvankelijk is, kan het meldpunt indien dit voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk is een onderzoek instellen. 2. Ten behoeve van het onderzoek genoemd in het eerste lid is het externe meldpunt gerechtigd bij de werkgever alle inlichtingen in te winnen die het voor de vorming van zijn advies nodig acht. De werkgever verschaft het externe meldpunt alle inlichtingen. 3.
Het externe meldpunt kan een deskundige raadplegen. 4. Wanneer de inhoud van bepaalde door de werkgever verstrekte informatie vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van het externe meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het externe meldpunt meegedeeld. Het externe meldpunt beveiligt informatie met een vertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden. Artikel 11.3.15 Advies en kennisgeving door het externe meldpunt 1. Het externe meldpunt legt binnen acht weken na ontvangst van de melding zijn bevindingen neer in een advies aan de werkgever. Het externe meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan. 2. Indien niet binnen acht weken een advies kan worden gegeven worden de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan alsmede de werkgever voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het externe meldpunt kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen. 3.
Het advies wordt, in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het externe meldpunt verstrekte informatie en de ter zake geldende wettelijke bepalingen, door het externe meldpunt openbaar gemaakt op een wijze die het externe meldpunt geëigend acht, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen verzetten. 4. Het externe meldpunt maakt zijn advies niet openbaar voordat het standpunt van de werkgever, bedoeld in artikel 16 van deze regeling, is ontvangen, of er twee weken zijn verstreken sinds het advies is gegeven. Artikel 11.3.16 Standpunt bevoegd gezag naar aanleiding van het advies van het externe meldpunt 1. De werkgever stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies het externe meldpunt schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. 2. Het externe meldpunt zal het standpunt van de werkgever aan de melder doen toekomen. 3. Een van het advies afwijkend standpunt wordt gemotiveerd.
1-3-2022 09:45
4 van 4
https://www.mijnrap.nl/gemeente%20zutphen/medewerker/Gemeente_pe... Artikel 11.3.17 Jaarverslag 1. Jaarlijks wordt door de werkgever een verslag opgemaakt. 2. In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de ter zake wettelijke bepalingen gemeld: a. het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand; b. het aantal meldingen dat niet heeft geleid tot een onderzoek; c. het aantal onderzoeken dat het externe meldpunt heeft verricht; d. het aantal adviezen en de aard van de adviezen dat het externe meldpunt heeft uitgebracht. 3. Dit jaarverslag wordt aan de werkgever en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt.
1-3-2022 09:45