CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Verkennend Flora en Fauna onderzoek

Raadsvergadering 29 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Driesteek 7, Zutphen5.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van: Driesteek 7 te Zutphen projectnummer

192723

Pagina 2 van 22

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Quickscan Wet natuurbescherming Driesteek 7 te Zutphen 192723 1.0 M. Vos R.J.W. Huls

4 februari 2020 Van Kouswijk Jansen VOF Dhr. H. Kouswijk Zutphenseweg 4 b, 7382 AL Klarenbeek

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een ecologische quickscan dat is uitgevoerd ter plaatse van Driesteek 7 te Zutphen, in opdracht van Van Kouswijk Jansen VOF. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 3 van 22

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Scope............................................................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging .......................................................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 5

2.

PLANGEBIED EN NABIJE OMGEVING ............................................................................. 6

3.

NATUURWETGEVING ................................................................................................... 9

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4

Soortenbescherming ..................................................................................................................... 9 Vogels ............................................................................................................................................... 9 Overige soorten ................................................................................................................................ 9 Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 10 Natura 2000 .................................................................................................................................... 10 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................. 10 Houtopstanden ........................................................................................................................... 11 Zorgplicht .................................................................................................................................... 11

4.

METHODE EN SOORTENBESCHERMING ...................................................................... 12

4.1 4.2

Literatuurstudie .......................................................................................................................... 12 Terreininspectie .......................................................................................................................... 13

5.

RESULTATEN SOORTENBESCHERMING........................................................................ 14

5.1 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.6 5.7

Vaatplanten ................................................................................................................................ 14 Vogels ......................................................................................................................................... 14 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 15 Vleermuizen ................................................................................................................................ 15 Verblijfplaatsen .............................................................................................................................. 15 Vliegroute ....................................................................................................................................... 15 Foerageergebied ............................................................................................................................. 15 Amfibieën en reptielen ................................................................................................................ 16 Vissen ..........................................................................................................................................

16 Overige soorten ........................................................................................................................... 16

6.

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING ......................................................................... 17

6.1 6.1.1 6.1.2 6.2

Beschermde gebieden in de omgeving ........................................................................................ 17 Natura 2000 .................................................................................................................................... 17 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................. 18 Houtopstanden ........................................................................................................................... 18

7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE ................................................................................. 19

7.1 7.2 7.3 7.4 7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.5

Samenvatting .............................................................................................................................. 19 Conclusie soortenbescherming .................................................................................................... 19 Conclusie gebiedsbescherming .................................................................................................... 19 Aanbevelingen en advies ............................................................................................................. 20 Stikstof ............................................................................................................................................ 20 Broedvogels .................................................................................................................................... 20 Zorgplicht ........................................................................................................................................ 20 Verantwoording .......................................................................................................................... 20

LITERATUURLIJST........................................................................................................................ 21 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Gelderland Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 4 van 22

1. INLEIDING In opdracht van Van Kouswijk Jansen VOF is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van Driesteek 7 te Zutphen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging.

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande bebouwing en het realiseren van drie woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein en de daarmee samenhangende wijziging van het bestemmingsplan. Omdat het initiatief negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de huidige natuurwetgeving. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op aanwezige beschermde natuurwaarden als gevolg van de beoogde werkzaamheden.

1.2

Scope

In dit rapport is een quickscan Wet natuurbescherming beschreven. Hierin is onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten en zo ja, of nader soortgericht onderzoek noodzakelijk is. Bij ruimtelijke ingrepen moet vooraf worden getoetst of schade op kan treden aan bestaande Natura 2000-gebieden. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Opgemerkt wordt dat deze rapportage geen verstorings- of verslechteringstoets of AERIUS-berekening bevat. In dit rapport is beoordeeld of significante effecten op Natura 2000-gebied verwacht kunnen worden en of er nadere toetsing met betrekking tot Natura 2000-gebieden noodzakelijk is. Aangezien er geen opgaand groen wordt gekapt, blijft bescherming van houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming verder buiten beschouwing.

1.3

Kwaliteitsborging

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 5 van 22

Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en maakt gebruik van een overkoepelende ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 9 van de Flora- en faunawet voor zover dit betreft het vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van beschermde inheemse soorten (ontheffing FF/75A/2014/061, geldig tot 16 maart 2020).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de locatie, omgeving en het ontwikkelingsplan beschreven. In dit hoofdstuk wordt tevens aangegeven welke beschermde gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de regelgeving uit de Wet natuurbescherming die hier relevant is. In hoofdstuk 4 worden de gebruikte onderzoeksmethoden beschreven. De resultaten van de toets aan de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten worden beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies weergegeven en aanbevelingen gedaan. Besloten wordt met een overzicht van geraadpleegde bronnen.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 6 van 22

2. PLANGEBIED EN NABIJE OMGEVING In dit hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven en wordt een overzicht gegeven van de beschermde gebieden in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is gelegen aan de Driesteek 7 te Zutphen. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 31.050 m² en bestaat voor circa 2/3e uit weiland en 1/3e uit (voormalig) agrarisch erf. In de omgeving is sprake van met name agrarisch terrein, weide en (mais) akkers. Daarnaast is er sprake van bos ten oosten van de locatie en verder woongebruik. In onderstaande figuur 2.1 is het plangebied aangegeven.

Figuur 2.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).

Figuur 2.2 tot en met 2.5 zijn overzicht foto’s opgenomen van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 7 van 22

Figuur 2.2. Te slopen kapschuur ter plaatse van het plangebied.

Figuur 2.3. Te slopen loods ter plaatse van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 8 van 22

Figuur 2.4. Te slopen vervallen boerderij met aanbouw.

De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bebouwing te slopen en drie nieuwe woningen te realiseren ter plaatse van het plangebied. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt er geen groen verwijderd.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 9 van 22

3. NATUURWETGEVING In Nederland is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Wet natuurbescherming. De provincies zijn bevoegd gezag met betrekking tot het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor soortenbescherming en vergunningen ten behoeve van gebiedsbescherming.

3.1

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. Binnen de Wet natuurbescherming wordt bij ruimtelijke ingrepen onderscheid gemaakt tussen Europees beschermde soorten (artikel 3.5 soorten) en nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 soorten). De lijst Europees beschermde soorten bestaat uit soorten die genoemd zijn in:   

Habitat Richtlijn bijlage IV onderdeel a Bijlage 2 verdrag van Bern Bijlage 1 verdrag van Bonn

3.1.1 Vogels Ten aanzien van vogels is in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het volgende opgenomen:    

Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen.

Verstoren mag wel indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Bovenstaande houdt in dat de nesten van alle inheemse soorten zijn beschermd indien deze in gebruik zijn. Voor het verstoren van broedende vogels is een ontheffing nodig. Net als onder de Flora- en faunawet, zijn nestplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd (mits niet definitief verlaten). Het betreft nesten van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.

3.1.2 Overige soorten Voor overige Europees beschermde soorten (uit bijlage IV, onderdeel a van de Habitatrichtlijn) is artikel 3.5 van toepassing. Volgens dit artikel is het verboden Europees beschermde soorten:     

opzettelijk te doden of te vangen; opzettelijk te verstoren; eieren opzettelijk te vernielen of te rapen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 10 van 22

In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming houdt in dat het verboden is nationaal beschermde soorten:  opzettelijk te doden of te vangen;  voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen;  planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies beslissen zelf voor welke soorten van deze lijst een vrijstelling geldt.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1 Natura 2000

Met de Wet natuurbescherming is de gebiedsbescherming van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De beschermde gebieden uit de beide richtlijnen worden aangeduid als Natura 2000-gebieden. In het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied zijn zowel de te beschermen waarden van de Vogelrichtlijn- als het Habitatrichtlijngebied opgenomen. Dit zijn habitattypen of soorten die typerend zijn voor een bepaald gebied. Deze kwalificerende habitattypen en soorten zijn in het aanwijzingsbesluit opgenomen als zogenaamde instandhoudingsdoelen. Elk gebied is specifiek voor een of meer van deze instandhoudingsdoelen aangewezen. Met deze nationale deelverplichtingen wordt bijgedragen aan de Europese verplichting die beoogt het goede voortbestaan van deze natuurwaarden zeker te stellen. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Deze wordt aangevraagd bij de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De effecten op de beschermde waarden kunnen zowel direct als indirect (externe werking) zijn. “Extern” betekent zowel dat instandhoudingsdoelen beschermd moeten zijn tegen invloed van buiten het gebied als dat soorten die een levensfunctie buiten het gebied hebben, daar ook volledige bescherming genieten.

Bij het bepalen of de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben, moet ook rekening gehouden worden met de overige ontwikkelingen in de omgeving van het beschermde gebied. Door een combinatie (cumulatie) van activiteiten kunnen namelijk ook negatieve effecten optreden. Hierbij wordt als richtlijn gehanteerd dat alleen plannen en projecten, waarover een definitief besluit is genomen, bij deze beoordeling worden betrokken.

3.2.2 Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van gebieden met veel natuurwaarden. Het NNN moet voorkomen dat planten en dieren door isolatie van gebieden uitsterven en dat de Nederlandse biodiversiteit afneemt. In het NNN zijn opgenomen:   

Natura 2000-gebieden, bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden en (robuuste) verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden); grote wateren.

Voor het NNN geldt het toetsingskader van het Structuurschema Groene Ruimte 1995 (SGR). Dit is overgenomen in de Nota Ruimte. Deze nota stelt dat ruimtelijke ingrepen moeten worden getoetst op mogelijk negatieve effecten voor de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Voor het hele Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 11 van 22

NNN geldt een ‘nee, tenzij beginsel’. Op grond hiervan dient directe of indirecte aantasting van bosen natuurgebied waar mogelijk te worden voorkomen. Er is vrijwel altijd een compensatieverplichting in het provinciaal beleid opgenomen.

3.3

Houtopstanden

Artikelen 4.1 t/m 4.5 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van houtopstanden. Hiervoor zijn in de meeste gevallen provincies verantwoordelijk, voor enkele Rijkseigendommen, zoals terreinen van RWS en het Koninklijk huis is het Rijk verantwoordelijk. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).

3.4

Zorgplicht

In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze geldt voor zowel soorten als gebieden. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In artikel 1.11 is het als volgt verwoord: De zorg houdt in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt (…); a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 12 van 22

4. METHODE EN SOORTENBESCHERMING 4.1

Literatuurstudie

Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Deze bureaustudie heeft bestaan uit het opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar. Hierin is een overzicht gegeven van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van ongeveer een kilometer rond het plangebied. Deze staan weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1. Beschermde soorten binnen een kilometer van het onderzoeksgebied.

Soort

Bescherming Vleermuizen

Laatvlieger

Bern II, HR IV Grondgebonden zoogdieren

Das Eekhoorn Dagvlinders Kleine ijsvogelvlinder Vogels Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Buizerd Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Kleine bonte specht Koolmees Middelste bonte specht Pimpelmees Sperwer Steenuil Zwarte kraai Zwarte roodstaart

Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Wnb art. 3.10 Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 4* Bern II, Categorie 5** Categorie 2* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 4* Categorie 2* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 3* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 4* Bern II, Categorie 1* Bern II, Categorie 5** Bern II, Categorie 5**

*Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. **Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 13 van 22

Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuur (verspreidingsatlassen en dergelijke). Er zijn geen gegevens aangekocht van bijvoorbeeld PGO’s (Particuliere Gegevensbeherende Organisaties).

4.2

Terreininspectie

De uitvoering van het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 5 december 2019 en is uitgevoerd door de heer J.R.W. Staal van Eco Reest. Het veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden. Tijdens de inventarisatie waren de weersomstandigheden als volgt: droog, half bewolkt, windkracht 1 Bft, temperatuur 1 graden Celsius. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of het plangebied geschikte biotopen bevat voor beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor zijn het plangebied en de nabije omgeving onderzocht op potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 14 van 22

5. RESULTATEN SOORTENBESCHERMING Onderstaand zijn de resultaten van zowel het literatuuronderzoek als het veldbezoek weergegeven.

5.1

Vaatplanten

De NDFF maakt geen melding van beschermde vaatplanten binnen een straal van een kilometer rond het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie geen beschermde vaatplantsoorten aangetroffen en wordt tevens niet verwacht. Het onderzoeksgebied bestaat voornamelijk uit cultivarsoorten, gras, kleine brandnetel en struikgewas.

Figuur. 5.1. Haagbeuk ter plaatse achter de te slopen kapschuur.

5.2

Vogels

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten bekend (NDFF): buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, sperwer en steenuil . De soorten die uit het literatuuronderzoek naar voren kwamen zijn niet binnen het plangebied aangetroffen. Door het ontbreken van geschikt habitat, worden deze soorten niet verwacht binnen het plangebied. Uit de NDFF kwam naar voren dat er een aantal vogels van categorie 5 in of in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Er zijn in (de omgeving van) het plangebied voldoende alternatieven aanwezig voor categorie 5 soorten. De nesten van deze vogels zijn dan ook niet jaarrond beschermd. Opgemerkt wordt dat de locatie in het broedseizoen geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 15 van 22

5.3

Grondgebonden zoogdieren

De NDFF maakt melding van das en eekhoorn binnen een straal van een kilometer rond het plangebied. De soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht binnen de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat sporen van kleine zoogdieren in vegetatie lastig zichtbaar zijn. Gelet op het habitattype zou het plangebied en directe omgeving, onderdeel kunnen uitmaken van het leefgebied van algemene zoogdieren zoals diverse algemene muizensoorten. De in de bovenstaande alinea verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten of soorten die alleen onder de zorgplicht vallen waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

5.4

Vleermuizen

In de omgeving van het plangebied is de volgende vleermuis bekend uit de NDFF: laatvlieger. De laatvlieger is een soort die voornamelijk in gebouwen wordt aangetroffen, in de spouwmuur, achter de betimmering, onder daklijsten of onder het lood rondom de schoorsteen. Laatvliegers worden zelden in vleermuiskasten aangetroffen. Kraamkolonies van de laatvlieger worden voor zover bekend alleen in gebouwen waargenomen. Over het algemeen zijn laatvliegers erg plaats- en gebiedstrouw (Dietz et al., 2011).

5.4.1 Verblijfplaatsen

De aanwezige gebouwen zijn niet geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen, zoals de laatvlieger en dwergvleermuizen (spec.). De loods is strak afgewerkt, waardoor toegang tot het gebouw niet mogelijk is voor vleermuizen. Het dak van de woning bestaat uit een rieten dak en het bijgebouw uit golfplaten. Onder het dak is er geen sprake van mogelijkheid voor verblijfplaatsen van vleermuizen, vanwege ontbreken van gunstige microklimaat. Om deze redenen worden verblijfplaatsen van vleermuizen niet binnen het plangebied verwacht.

5.4.2 Vliegroute Door het ontbreken van lijnvormige elementen binnen het plangebied, worden essentiële vliegroutes voor vleermuizen niet verwacht. Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden is verder onderzoek naar het voorkomen van vliegroutes van vleermuizen niet noodzakelijk.

5.4.3 Foerageergebied

Mogelijk maakt het plangebied deel uit van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt zullen blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 16 van 22

5.5

Amfibieën en reptielen

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen ter plaatse van het plangebied. Gelet op de aard van het plangebied wordt het voorkomen van reptielen ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Mogelijk is er in de plantvakken met ondergroei onder de bomen sprake van incidentele verblijfplaatsen (landhabitat) van algemeen voorkomende amfibieën (bijvoorbeeld bruine kikker, gewone pad, kleine water salamander). De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

5.6

Vissen

Omdat er op het plangebied geen permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van vissen worden uitgesloten.

5.7

Overige soorten

Door het ontbreken van sleutelfactoren zoals waardplanten speelt onderhavig onderzoekslocatie geen cruciale rol voor plaatselijke beschermde vlinderpopulaties. Omdat er op het plangebied geen geschikte permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van beschermde libellen worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene diersoorten uit de overige soortgroepen aangetroffen. Zeldzame, beschermde of Rode Lijstsoorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Belangrijke reden hiervoor is dat ter plaatse geen geschikt habitat aanwezig is voor deze soorten. De overige in de Wet natuurbescherming opgenomen ontheffingsplichtige soorten zijn dusdanig zeldzaam en grotendeels gebonden aan specifieke biotopen zoals heide, hoogveen, laagveen en beken, dat het onwaarschijnlijk is dat het plangebied voor deze soorten een functie vervult.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 17 van 22

6. RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING 6.1

Beschermde gebieden in de omgeving

6.1.1 Natura 2000

Het plangebied ligt ten noordoosten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Rijntakken (zie figuur 6.1). De afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa twee kilometer. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot het meest nabij gelegen Natura 2000gebied (> 2 km), de potentiële effecten en bekende dosis-effectrelaties (Vegte et al. 2014, Krijgsveld et al. 2008, Broekmeijer 2006) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten. Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor het betreffende project wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019) te berekenen of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Afhankelijk van de uitkomsten van de berekening(en) zijn vervolgstappen aan de orde. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr), is geen vergunning nodig.

In dat geval kan het project worden uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen zoals een nadere ecologische beoordeling, saldering en/of een vergunning nodig (Min. van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties, 2019).

Figuur 6.1 Afstand tussen het plangebied en dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: Rijksoverheid). Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 18 van 22

6.1.2 Natuurnetwerk Nederland Op de kaart in figuur 6.2 is te zien dat in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een gebied uit de het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde beschermde gebied betreft Vorden-Zutphen. Dit is aangemerkt als NNN natuurgebied. Daar er geen sprake is van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing.

Figuur 6.2 Ligging plangebied ten opzichte van het NNN (bron: provincie Gelderland).

6.2

Houtopstanden

Binnen het plangebied worden ten behoeve van het plan geen houtopstanden verwijderd. Er is daarom geen sprake van een meldings- of herplantplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 19 van 22

7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE 7.1

Samenvatting

In opdracht van Van Kouswijk Jansen VOF is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van Driesteek 7 te Zutphen. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande bebouwing en het realiseren van drie woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein en de daarmee samenhangende wijziging van het bestemmingsplan. Omdat het initiatief negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de huidige natuurwetgeving. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op aanwezige beschermde natuurwaarden als gevolg van de beoogde werkzaamheden.

7.2

Conclusie soortenbescherming

Bij de voorgenomen werkzaamheden wordt er geen overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming verwacht. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als beschreven in de Wet natuurbescherming aangetroffen. Daarnaast zijn er geen beschermde soorten of potentiële nest- of verblijfplaatsen voor beschermde, ontheffingsplichtige soorten aangetroffen. De overige te verwachten diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen. In de omgeving kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Alle in gebruik zijnde vogelnesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.

7.3

Conclusie gebiedsbescherming

Het plangebied ligt ten noordoosten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. De afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa twee kilometer. Gelet op de afstand tot het gebied, de kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep is er geen onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Voor het betreffende project wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019) te berekenen of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Daarnaast is de locatie gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland. Daar er geen sprake is van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing.

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 20 van 22

7.4

Aanbevelingen en advies

7.4.1 Stikstof

Voor het betreffende project wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019) te berekenen of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000gebied(en). Afhankelijk van de uitkomsten van de berekening(en) zijn vervolgstappen aan de orde. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr), is geen vergunning nodig.

7.4.2 Broedvogels

Opgemerkt wordt dat de locatie in het broedseizoen tevens geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Indien er geen werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen wordt er geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht wat betreft nestlocaties voor vogels. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Aangeraden wordt om geen werkzaamheden uit te voeren binnen het broedseizoen.

7.4.3 Zorgplicht

Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

7.5

Verantwoording

De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies, indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Eco Reest BV M. Vos

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 21 van 22

LITERATUURLIJST Boeken / documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017 Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Soortenstandaard Gierzwaluw, versie 2.0, december 2014 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Soortenstandaard Huismus, versie 2.0., december 2014 Wortelboer, R. 2015. Gierzwaluwen nader bekeken: tien jaar waarnemingen met camera’s bij nesten.

Limosa 88 (2015): 57-73 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 Websites www.BIJ12.nl www.libellennet.nl www.NDFF.nl1 www.natuurloket.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.ravon.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdierenatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

Pagina 22 van 22

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE GELDERLAND Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Drenthe Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Quickscan Wet natuurbescherming t.p.v. Driesteek 7 te Zutphen (kenmerk: 192723)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=7a26129b-5b38-42f2-8dab-bcb8693b865f