Bijlage 8 TOE Nader ecologisch onderzoek (vleermuizen)
Tekst van het document
NADER VLEERMUISONDERZOEK HELBERGEN FASE 2 TE ZUTPHEN
Rapportage nader vleermuisonderzoek Helbergen fase 2 te Zutphen Opdrachtgever
Gemeente Zutphen Postbus 41 7200 AA Zutphen
Rapportnummer Versienummer
11413.006 D1
Status
Eindrapportage
Datum
5 oktober 2020
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
Dhr. M.C. de Haas, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. K. Schilderman, MSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................................ 2 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen .................................................................. 2
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 5 5.1
Vleermuizen ...................................................................................................................... 5
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 7
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 8
11413.006
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van gemeente Zutphen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Helbergen fase 2 te Zutphen. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de QuickScan die SAB adviseurs in 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 190371). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 1 van 8
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 37.000 m²) betreft het nieuwbouwplan Helbergen fase 2, circa 1,2 kilometer ten zuiden van de kern van Zutphen. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 210.225, Y = 460.475.
Figuur 1. Topografische ligging onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein waar in de loop der jaren veel ruigte kruiden zijn opgekomen. Het plangebied wordt omsloten door diverse bomen en groenstructuren. Ten westen van de onderzoekslocatie stroomt de IJssel. Voor het onderzoek naar vleermuizen is de bomenrij aan de westzijde van de onderzoekslocatie onderzocht. 2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
De initiatiefnemer is voornemens om de bestemming van de onderzoekslocatie te veranderen en het gebied in te richten met nieuwbouw. 2.3
Te verwachten werkzaamheden en ingrepen
Ten behoeve van de aanleg van de nieuwbouwwijk wordt de westelijke bomenrij gekapt.
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 2 van 8
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
SAB adviseurs, rapportage: Quick scan natuur, rapportagenummer: 190371, 21-10-2019. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Uit de quick scan blijkt verder dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Nestplaatsen van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd worden niet verwacht. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Het betreft leefgebied van de ringslang en verblijfplaatsen van vleermuizen en kleine marters.
Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de quickscan rapportage van SAB (projectnummer: 190371) wordt geadviseerd naar de volgende functies en vleermuissoorten onderzoek uit te voeren:
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 3 van 8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Vleermuizen Uit de quickscan rapportage blijkt dat gedurende het veldbezoek in oktober 2019 aanwezige populieren aan de westzijde van de onderzoekslocatie niet volledig konden worden beoordeeld op de aanwezigheid van holtes of los hangende schors die kan dienen als vleermuisverblijfplaats. Door middel van een veldbezoek in de winterperiode, wanneer alle bladeren uit de populieren waren verdwenen, heeft Econsultancy uitsluitsel verkregen over de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen. Hierbij is gebruik gemaakt van een boomcamera, verrekijker en een telescoop. Hieruit is gebleken dat er één potentiële verblijfplaats aanwezig was, waarvoor soort specifiek vleermuisonderzoek is uitgevoerd in het seizoen van 2020. Het onderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.
Onderzoeksinspanning per soortgroep januari
vleermuizen
tijdstip
februari
maart
april
1 x overdag
datum
6 januari 2020
functie
verblijfplaatsen
mei
juni
juli
augustus -
september
1 x ochtend
2 x avond
2 x avond
15 juli 2020
2 juni & 28 juni 2020
1 september & 28 september 2020
zomerverblijf
kraamverblijf
paar/baltsverblijf
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen. Tabel II.
Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
2 juni 2020
21:45 - 23:50
13 oC
Bewolkt, droog, wind: 4 W
28 juni 2020
22:00 - 00:00
16 oC
Licht bewolkt, droog, wind: 2 ZW
15 juli 2020
3:30 - 5:35
13 oC
Half bewolkt, droog, wind: 0 W
1 september 2020
21:20 - 23:25
14 oC
Onbewolkt, droog, wind: 0-1 N
28 september 2020
20:15 - 22:20
13 oC
Bewolkt, droog, wind: 1 Z
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 4 van 8
5 5.1
ONDERZOEKSRESULTATEN Vleermuizen
Potentiële verblijfplaatsen Op 6 januari 2020 is door middel van een veldbezoek onderzocht of er potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig waren op de onderzoekslocatie. Door de afwezigheid van bladeren konden de bomen goed worden onderzocht. Uit dit veldbezoek is gebleken dat er één boomholte in een populier aanwezig was, welke mogelijk een verblijfplaats voor vleermuizen kan vormen (figuur 2). Andere boomholtes, spleten of andere potentiële verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. Figuur 2. Boomholte in populier.
Zomer- en kraamverblijfplaatsen Door middel van één veldbezoek in de ochtend en twee veldbezoeken in de avond, in de periode half april tot half juli, is onderzocht of de boomholte in gebruik is als zomer- of kraamverblijf. Gedurende de veldbezoeken zijn geen uit- of invliegende vleermuizen in de boomholte waargenomen. Hiermee kan worden gesteld dat de boomholte niet wordt gebruikt als zomer- of kraamverblijfplaats voor vleermuizen. Paarverblijfplaats In het najaar van 2020 zijn twee veldbezoeken in de avond uitgevoerd om de onderzoekslocatie te onderzoeken op paarverblijfplaatsen van vleermuizen. Ook gedurende deze rondes werden geen uitof invliegende vleermuizen bij de boomholte waargenomen. Het gebruik van de boomholte als paarverblijfplaats voor vleermuizen kan hierdoor worden uitgesloten. Losse waarnemingen In figuur 4 zijn de losse waarnemingen van vleermuizen gedurende de vijf veldbezoeken weergegeven. In totaal zijn er vijf soorten vleermuizen vastgesteld. Gewone dwergvleermuis Gedurende 2 avondrondes werden 5-8 foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen op de onderzoekslocatie. De lijn in figuur 4 geeft ongeveer de foerageerroute weer. Laatvlieger Gedurende één avondronde werden 8 laatvliegers foeragerend en langs vliegend waargenomen. De lijn in figuur 4 geeft ongeveer de foerageer/vliegroute weer.
Watervleermuis Gedurende één veldbezoek is een langsvliegende en foeragerende watervleermuis aangetroffen. Gewone grootoorvleermuis Eén gewone grootoorvleermuis werd op één avond gedurende 25 minuten op de onderzoekslocatie vastgesteld. Het individu foerageerde en liet enkele sociale geluiden horen.
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 5 van 8
Rosse vleermuis Er zijn twee waarnemingen van een overvliegende en foeragerende rosse vleermuis op de onderzoekslocatie.
Figuur 3. Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2020.
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 6 van 8
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
6.1 Vleermuizen Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. In het onderzoeksgebied zijn op basis van het vleermuisonderzoek in 2020 geen beschermde functies voor vleermuizen aangetroffen. Aangezien het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens het vleermuisprotocol 2017 mag daarom worden aangenomen dat de onderzoekslocatie geen vaste rust- of voortplantingsplaats, of essentiële vliegroute bevat. Het is aannemelijk dat vleermuizen de bomen langs de Laan naar Eme als vliegroute gebruiken, daar deze een langere, aaneengesloten, verbinding vormt. Bij de kap van de bomen worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden met betrekking op vleermuizen. Er is zodoende geen ontheffing nodig.
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 7 van 8
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Zutphen een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Helbergen fase 2 te Zutphen. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens om de bestemming van de onderzoekslocatie te veranderen en het gebied in te richten met nieuwbouw. Functie onderzoekslocatie voor vleermuizen In 2020 heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar vleermuizen. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd conform de voorgeschreven protocollen. Aangezien er gedurende de onderzoeken geen beschermde functies zijn aangetroffen mag daarom worden aangenomen dat de onderzoekslocatie niet gebruikt wordt als vaste rust- of voortplantingsplaats, of vaste, essentiële vliegroute. Conclusie Aangezien er geen beschermde functies voor vleermuizen aangetroffen zijn, mag worden aangenomen dat de onderzoekslocatie geen vaste rust- of voortplantingsplaats vormt voor vleermuizen. Bij de kap van de bomen en het bebouwen van de onderzoekslocatie zal daarom geen overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming plaatsvinden. De kap kan daarom worden uitgevoerd zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van vleermuizen.
Econsultancy Doetinchem, 5 oktober 2020
Rapport 11413.006 versie D1
Pagina 8 van 8
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing
De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.
Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.