Bijlage 7 TOE Nader ecologisch onderzoek
Tekst van het document
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK HELBERGEN FASE 2 TE ZUTPHEN
Rapportage nader ecologisch onderzoek Helbergen fase 2 te Zutphen Opdrachtgever
Gemeente Zutphen Postbus 41 7200 AA Zutphen
Rapportnummer Versienummer
11413.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
7 september 2020
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
Dhr. ing. E.R. Witter
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. J.G. Boogaard, BSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ................................................................ 2
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 6
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 8
11413.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van de gemeente Zutphen opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Helbergen fase 2 te Zutphen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het onderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de Quick scan natuur, die SAB-adviseurs in oktober 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 190371). Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd. SAB-adviseurs heeft aangegeven dat het hierbij gaat om ringslang en kleine marterachtigen. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 1 van 8
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 37.000 m²) betreft fase 2 van het plangebied Helbergen. Het is gelegen circa 1,2 kilometer ten zuiden van de kern van Zutphen. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 210.225, Y = 460.475.
Figuur 1. Ligging onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein waar in de loop der jaren veel ruigte kruiden zijn opgekomen. Het plangebied wordt omsloten door diverse bomen en groenstructuren. Ten westen van de onderzoekslocatie stroomt de IJssel. De onderzoekslocatie betreft een terrein gelegen ten oosten langs de IJssel. Het terrein betreft een voormalig voetbalcomplex. Nadat de vereniging van locatie veranderd is heeft het gebied een tijd braakgelegen, waarna er volkstuintjes gekomen zijn. Door de jaren heen zijn er veel ruigte kruiden opgekomen. Het plangebied wordt omsloten door diverse bomen en groenstructuren. Ten noorden is reeds nieuwbouw komen te staan met daarachter de schouwlaak die overgaat in de Berkel en IJssel. Ten oosten ligt het Emerpark met waterpartijen en een kinderboerderij. 2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
De initiatiefnemer is voornemens om de bestemming van de onderzoekslocatie te veranderen en het gebied in te richten met nieuwbouw.
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 2 van 8
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd: SAB adviseurs, rapportage: Quick scan natuur, rapportagenummer: 190371, 21-10-2019. In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Uit de quick scan blijkt verder dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Nestplaatsen van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd worden niet verwacht. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg.
Daarnaast zijn mogelijk enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Het betreft leefgebied van de ringslang en verblijfplaatsen van vleermuizen en kleine marters. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 3 van 8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek naar kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel) is uitgevoerd met twee ‘losse’ wildcamera’s en twee Mostela’s (Bouwens, 2017). De camera’s zijn in de periode 12 mei t/m 24 juni 2020 op de locatie aanwezig geweest (voorgeschreven periode 6 weken). De Mostella’s zijn geplaatst op de plekken met de hoogste verwachting op aanwezigheid van marterachtigen. Dit betreft de randen van het terrein waarlangs verwacht werd waar ze zich zouden kunnen verplaatsen. Aan de zuidwestzijde van het terrein bevindt zich een noord-zuid gerichte structuur (wal). De tweede Mostella is geplaatst in een greppel aan de noordzijde van het terrein. Deze greppel is oost-west gericht en sluit aan op het nabijgelegen park. In het open terrein en de groentetuinen zijn geen Mostella’s geplaatst. De losse wildcamera’s zijn gedurende de onderzoeksperiode verplaatst. In Figuur 2. Mostella. eerste instantie is er een camera geplaatst in het open terrein, om een groot “blikveld” te hebben. Een tweede camera is geplaatst op het systeemplafond van het gebouw van de houtwerkplaats. Hier werden door de gebruikers geluiden gehoord die mogelijk op aanwezigheid van een steenmarter duiden. De camera’s zijn na een week verplaatst naar de randen van het terrein, langs de wal aan de westzijde en bij een “rommelhoekje” aan de zuidwestzijde, nabij de Mostella.
Voor het onderzoek naar de ringslang zijn door BIJ12 geen richtlijnen of voorwaarden opgesteld. De gebruikte methode voor het verrichten van ringslangonderzoek is het neerleggen van negen platen. De platen warmen snel op in de zon en vormen een geschikt microklimaat voor reptielen om zich op te warmen. Door het oplichten van de platen tijdens de periode van opwarmen, kan gecontroleerd worden of hieronder reptielen aanwezig zijn. De platen zijn aan de randen van het terrein geplaatst.
Figuur 3. Situering camera’s en platen.
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 4 van 8
Overzicht veldbezoeken Het onderzoek heeft bestaan uit diverse controlerondes. Onderstaande tabel bevat uitgevoerde werkzaamheden. Tabel I.
2020
Onderzoeksinspanning per soortgroep
december
maart
april
mei
juni
Kleine mar- tijdstip terachtig (bunzing, hermelijm en datum wezel) functie
6 weken onderzoek verdeeld over 3 veldbezoeken + plaatsing camera’s
Ringslang
tijdstip
6 weken onderzoek verdeeld over 6 veldbezoeken + plaatsing camera’s
datum
12 mei t/m 24 juni
functie
Aanwezigheid aantonen
Tabel II.
12 mei t/m 24 juni Aanwezigheid aantonen
Omstandigheden tijdens controlerondes ringslang
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
14-05-2020
11:30
12 oC
zonnig
20-05-2020
11:00
18 oC
bewolkt
27-05-2020
14:13
22 oC
half bewolkt
3-06-2020
12:00
18 oC
Half bewolkt
16-06-2020
11:05
18 oC
bewolkt
24-06-2020
11:19
26 oC
zonnig
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 5 van 8
5
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1
Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel)
In het onderzoeksgebied zijn geen kleine martachtigen waargenomen. Uit het wildcamera onderzoek is wel naar voor gekomen dat soorten als de steenmarter, haas en egel gebruik maken van het gebied. In de Mostella’s zijn alleen opnames van spitsmuizen gemaakt. 30-05-2020 Haas
Camera 1
31-05-2020 Egels
Camera 2 27-05-2020 Kat
Dier
31-05-2020 Kat
12-05-2020 Haas
31-05-2020 Haas
13-05-2020 Steenmarter
01-06-2020 Steenmarter
13-05-2020 Haas
01-06-2020 Egel
15-05-2020 Egel
01-06-2020 Kat
18-05-2020 Haas
01-06-2020 Haas
19-05-2020 Haas
02-06-2020 Haas
19-05-2020 Kat
02-06-2020 Kat
20-05-2020 Haas
03-06-2020 Egel
20-05-2020 Egel
03-06-2020 Kat
20-05-2020 Steenmarter
08-06-2020 Haas
Mostella 1
21-05-2020 Haas
09-06-2020 Haas
08-06-2020 Spitsmuis
21-05-2020 Kat
11-06-2020 Kat
09-06-2020 Spitsmuis
21-05-2020 Egel
12-06-2020 Kat
11-06-2020 Spitsmuis
22-05-2020 Kat
14-06-2020 Kat
19-06-2020 Spitsmuis
23-05-2020 kat
14-06-2020 Haas
22-06-2020 Spitsmuis
23-05-2020 Steenmarter
15-06-2020 Haas
23-05-2020 Haas
16-06-2020 Kat
Mostella 2
24-05-2020 Kat
18-06-2020 Haas
21-06-2020 Spitsmuis
25-05-2020 Kat
19-06-2020 Kat
27-05-2020 Egel
19-06-2020
27-05-2020 Haas
20-06-2020 Haas
28-05-2020 Egel
20-06-2020 Kat
28-05-2020 Kat
21-06-2020 Haas
29-05-2020 Egel
22-06-2020 Hazen
30-05-2020 Kat
22-06-2020 Kat
Datum
12-06-2020 Haas 12-06-2020 Kat 16-06-2020 Egels 18-06-2020 Muis (Soort onb) 18-06-2020 Haas 18-06-2020 Kat 21-06-2020 Kat 21-06-2020 Haas 22-06-2020 Haas
Haas
23-06-2020 Haas 5.2
Ringslang
In het onderzoeksgebied zijn geen ringslangen of andere reptielen aangetroffen.
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 6 van 8
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
De ringslang en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel zijn niet aangetroffen in het plangebied en zodoende zijn er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming voor deze soorten te verwachten bij de voorgenomen herinrichting. De steenmarter valt onder het beschermingsregime van paragraaf 3.3. van de Wet natuurbescherming. Volgens artikel 3.10 lid 1b is het verboden om de vaste rust-of voortplantingsplaatsen van de steenmarter opzettelijk te beschadigen of te vernielen. De steenmarter gebruikt het terrein om te foerageren. Deze soort heeft zich in de loop de tijd aangepast aan het leven in een stedelijke omgeving. De afname van leefgebied voor deze soort door de herinrichting is gering en zal niet van wezenlijke invloed zijn op de staat van instandhouding. De steenmarter kan een vaste voortplantings- of rustplaats hebben in de bebouwing op de onderzoekslocatie. Dit is kort onderzocht door een camera te plaatsen boven het systeemplafond. Hoewel er geen opnames zijn van een steenmarter op dat moment, kan dit de aanwezigheid niet uitsluiten. Aanbevolen wordt om ruim voor de sloop van de bebouwing een intensieve inspectie op sporen van de soort uit te voeren. Voor het verstoren van een steenmarter is geen ontheffing benodigd, voor het vernielen van een verblijfplaats echter wel.
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 7 van 8
7
CONCLUSIES EN CONCLUSIE
Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Zutphen een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied Helbergen fase 2, te Zutphen. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van nieuwbouw. De initiatiefnemers is voornemens om de bestemming gebied te veranderen naar een woonbestemming. In het gebied is het plan om ruimte te geven voor nieuwbouw. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de ringslang en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet aanwezig zijn in het onderzoeksgebied. De steenmarter is wel aangetoond. Ten aanzien van ringslang en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel zijn geen overtredingen van de Wet natuurbescherming te verwachten bij de voorgenomen herinrichting. De steenmarter gebruikt het terrein om te foerageren. Deze soort heeft zich in de loop de tijd aangepast aan het leven in een stedelijke omgeving. De afname van leefgebied voor deze soort door de herinrichting is gering en zal niet van wezenlijke invloed zijn op de staat van instandhouding. De steenmarter kan een vaste voortplantings- of rustplaats hebben in de bebouwing op de onderzoekslocatie. Dit is kort onderzocht door een camera te plaatsen boven het systeemplafond. Hoewel er geen opnames zijn van een steenmarter op dat moment, kan dit de aanwezigheid niet uitsluiten.
Aanbevolen wordt om ruim voor de sloop van de bebouwing een intensieve inspectie op sporen van de soort uit te voeren. Voor het verstoren van een steenmarter is geen ontheffing benodigd, voor het vernielen van een verblijfplaats echter wel. Hoewel er geen kleine marterachtigen zijn aangetoond middels het onderzoek is het vanuit waarnemingen in de omgeving bekend dat de bunzing, evenals de steenmarter, gebruik maakt van de groene elementen binnen de bebouwde kom van Zutphen. Aanbevolen wordt om in de te ontwikkelen parkzone tussen fase 1 en fase 2 van de nieuwbouw voldoende elementen aan te leggen die dekking bieden voor deze soorten. Dit kan door greppels en ruigteranden te voorzien van takkenhopen of houtstobben en dergelijke.
Econsultancy Doetinchem, 7 september 2020
Rapport 11413.001 versie D1
Pagina 8 van 8
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.
Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.