Bijlage 4_Bp Noorderhaven veld 21B_Toelichting
Tekst van het document
Krakeend
Voorwaarden
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een
De gebruikte verlichting
populatie van gemiddeld 16.700 vogels
straalt niet uit naar de
(seizoensgemiddelde)
uiterwaarden.
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied
Werkzaamheden buiten
met een draagkracht voor een
broedseizoen en
populatie van gemiddeld 2.600 vogels
werkzaamheden met een
(seizoensgemiddelde).
geluidbelasting (> 42 dBA
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied
ter hoogte van het Natura
met een draagkracht voor een
2000-gebied) buiten
populatie van gemiddeld 8.300 vogels
overwinteringsperiode
(seizoensgemiddelde).
uitvoeren.
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 100 vogels (seizoensgemiddelde)
A052
Wintertaling
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 380 vogels (seizoensgemiddelde).
A053
Wilde eend
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 2.600 vogels (seizoensgemiddelde)
A056
Slobeend
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 450 vogels (seizoensgemiddelde)
A061
Kuifeend
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 690 vogels (seizoensgemiddelde)
A125
Meerkoet
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 3.600 vogels (seizoensgemiddelde)
A130
Scholekster
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 210 vogels (seizoensgemiddelde)
A142
Kievit
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 3.400 vogels (seizoensgemiddelde)
A156
Grutto
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 490 vogels (seizoensgemiddelde)
A160
Wulp
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 230 vogels (seizoensgemiddelde)
074897562:0.4!
ARCADIS
30
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN
A162
Tureluur
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 30 vogels (seizoensgemiddelde)
Toelichting effecten habitatsoorten Effecten op de aangewezen vissen zijn niet aan de orde. Er zijn geen watergangen aanwezig binnen het plangebied.
Toelichting effecten niet- broedvogels Over het algemeen kan worden opgemerkt dat weliswaar veel soorten maar slechts een beperkt aantal vogels gebruikt maakt van het smalle deel van de uiterwaarden direct grenzend aan De Mars. De westzijde van de IJssel (ter hoogte van het plangebied) is van groter belang (Bureau Waardenburg, 2006).
5.3.4
CUMULATIEVE EFFECTEN De effecten als gevolg van het plan Noorderhaven op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel zijn zeer minimaal wanneer het gaat om de aanlegfase en de gebruikersfase van Noorderhaven, indien wordt voldaan aan de randvoorwaarden zoals genoemd in paragraaf 5.3.1. Dit komt omdat het beïnvloede deel van de uiterwaarden buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied valt en zelf geringe natuurwaarden heeft. Projecten / plannen die kunnen leiden tot cumulatieve effecten zijn de wijzigingen in de zonegrens voor industrielawaai, ten behoeve van de ontwikkeling van Noorderhaven en de komst van nieuwe industrie in het noorden van het plangebied De Mars. Voor beide geplande wijzigingen van de geluidzone is/wordt een separate natuurtoets uitgevoerd.
5.4
INRICHTING EN ACTIVITEITEN IN DE UITERWAARDEN Het stedenbouwkundig plan bevat enkele uitspraken over de inrichting van het uiterwaardengebied, voor zover gelegen buiten het Natura 2000-gebied. De inrichting en het gebruik van dit gebied mogen niet in strijd zijn met de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied in de uiterwaarden aan.
074897562:0.4!
ARCADIS
31
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN
Afbeelding 5.5 In te richten deel van de uiterwaarden ten behoeve van plan Noorderhaven
Onderstaand is de toetsing van de plannen voor de inrichting opgenomen. Daarnaast geven wij richtlijnen voor het gebruik welke ervoor zorg dragen dat de instandhoudingdoelstellingen niet in het geding komen.
5.4.1
HUIDIG GEBRUIK VAN DE UITERWAARDEN Dit deel van de uiterwaarden bestaat uit grasland dat met enige regelmaat wordt gemaaid. Daarnaast staan er enkele bomen. De uiterwaarden worden in de huidige situatie gebruikt als wandelgebied door zowel individuele wandelaars als mensen die hun hond uitlaten. Af en toe wordt er gevliegerd. Van verdere activiteiten is geen sprake. Door het wandelen (in het bijzonder met honden) is sprake van enige verstoring van het gebied.
5.4.2
BEOORDELING PLANNEN Momenteel geeft het recreatief gebruik in de uiterwaarden al een zekere mate van verstoring. Dit geldt onder andere voor het gebruik van de jachthavens en de grote plas als zwemwater. De mate van verstoring is afhankelijk van weer en het seizoen. Er is sprake van een aantal mogelijke ontwikkelingen in dit gebied:
Aanleg paden in uiterwaarden Door de komst van Noorderhaven zal een toename in het aantal wandelaars te zien zijn omdat het aantal bewoners van het gebied toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De spreiding van wandelingen over de dag zal niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie, alleen het aantal bewegingen neemt toe. Het extensieve gebruik van de uiterwaarden zal geen negatieve effecten met zich meebrengen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zie paragraaf 5.4.3).
074897562:0.4!
ARCADIS
32
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN
Uiterwaarden als platform voor evenementen In het stedenbouwkundig plan wordt het idee geopperd om de uiterwaarden ’s zomers te gebruiken voor bijzondere evenementen. Afhankelijk van het type evenementen, waarover nog geen concrete informatie beschikbaar is, kan sprake zijn van verstoring van het aanliggende Natura 2000-gebied. Voor evenementen die kunnen leiden tot verstoring geldt een vergunningplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet. Omdat op dit moment nog geen concrete informatie beschikbaar is over het type evenementen, kunnen er bij voorbaat geen maatregelen worden aangegeven waardoor negatieve effecten voorkomen of beperkt kunnen worden.
Aanleggen van struinroutes in de uiterwaard en aanverwante activiteiten Het gebied kan gebruikt worden voor extensieve activiteiten, bijvoorbeeld wandeltochten onder begeleiding van een gids of realisatie van struinroutes. Deze vorm van gebruik van de uiterwaarden zal geen significant negatieve effecten met zich meebrengen mits er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zie paragraaf 5.4.3). Indien aan al deze randvoorwaarden kan worden voldaan, is geen sprake van negatieve effecten.
Aanleg waterberging Mogelijk zal de uiterwaard ingericht worden ten behoeve van waterberging. De aanleg van een waterberging zal mogelijk negatieve effecten met zich meebrengen. Deze effecten zijn echter niet te kwantificeren zonder nadere gegevens over inrichtingsplan. Daarom is deze ontwikkeling niet nader beoordeeld.
5.4.3
RANDVOORWAARDEN Realisatie van voorzieningen en activiteiten vinden uitsluitend plaats buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied, in het deel zoals aangegeven in Afbeelding 5.5. De uiterwaard vormt geen vertrekpunt voor vormen van waterrecreatie Er vinden enkel extensieve vormen van landrecreatie plaats op het aangegeven deel van de uiterwaarden Er wordt geen verlichting op de uiterwaard geplaatst, of extra verlichting gebruikt De extensieve activiteiten die in de uiterwaarden georganiseerd worden, vinden tijdens daglichtperiode plaats Geen aanleg van verharde wandelpaden Grootschalige activiteiten (met groepen groter dan +/- 50 personen) vinden niet plaats tijdens broed- en overwinteringsperiode
5.5
CONCLUSIE De aanleg en het gebruik van plangebied Noorderhaven leiden niet tot negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel, mits wordt voldaan aan een aantal randvoorwaarden. Het gebruik van de uiterwaard voor evenementen kan voor negatieve effecten zorgen. Het houden van evenementen is daarom vergunningplichtig. Er kunnen bij voorbaat geen (algemene) maatregelen aangedragen worden om negatieve effecten volledig te voorkomen. Extensief recreatief gebruik kan onder voorwaarden zonder vergunning plaatsvinden.
074897562:0.4!
ARCADIS
33
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN
HOOFDSTUK
6
Toetsing Ecologische Hoofdstructuur 6.1
KENMERKEN EN WAARDE VAN DE EHS De voor het plangebied relevante kernkwaliteiten (bron: Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderland, 2006) van de IJsseluiterwaarden zijn de volgende: De grote variatie en de hoge kwaliteit van de aanwezige natte natuurterreinen en wateren (beken en sprengen), die samenhangen met de toevoer van grondwater uit de Veluwe. Het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei waarin soorten als amfibieën en vleermuizen voorkomen. Het goed bewaard gebleven reliëf en de daarmee samenhangende variatie en hoge kwaliteit van de natuur in de IJsseluiterwaarden. Met in deze uiterwaarden zowel gave kronkelwaarden met stroomdalgraslanden, hagen en hardhoutooibosjes, als goede kansen voor een grootschalige, weinig gestuurde natuurontwikkeling.
6.2
TOETSING De uiterwaard grenzend aan De Mars behoort tot zogenaamd verwevingsgebied. Hier is beleidsruimte voor extensieve recreatievoorzieningen (zie ook Risicoscan de Mars, 2008). Wanneer bij de inrichting van de uiterwaard wordt voldaan aan de maatregelen zoals genoemd in paragraaf 5.4.3, worden de waarden en kenmerken van de Ecologische Hoofdstructuur niet bedreigd. Wanneer bij inrichting van Noorderhaven niet aan deze maatregelen kan worden voldaan, zal in overleg met de provincie Gelderland (Bevoegd Gezag) naar een oplossing gezocht moeten worden.
074897562:0.4!
ARCADIS
34
NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN
HOOFDSTUK
7
Conclusies en aanbevelingen 7.1
FLORA- EN FAUNAWET In het gebied is een aantal waardevolle soorten aanwezig. Voor al deze soorten (beschermd of niet) geldt de zorgplicht. Voor een aantal soorten is het aanvragen van een ontheffing / positieve afwijzing noodzakelijk. Het gaat hierbij om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en steenmarter. Daarnaast is er een aantal broedvogels aanwezig met een vaste verblijfplaats. Deze soorten zijn voldoende flexibel om zich elders te vestigen.
7.2
NATUURBESCHERMINGSWET De aanleg- en gebruiksfase van het plangebied Noorderhaven leidt niet tot negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel, mits wordt voldaan aan de genoemde randvoorwaarden. Het mogelijke gebruik van de uiterwaard voor evenementen kan voor negatieve effecten zorgen. Het houden van activiteiten in de uiterwaard is daarom vergunningplichtig. Extensieve recreatief gebruik kan onder voorwaarden plaatsvinden.
7.3
ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR Wanneer bij de inrichting van de uiterwaard wordt voldaan aan de genoemde randvoorwaarden zijn de waarden en kenmerken van de Ecologische Hoofdstructuur niet in het geding. Wanneer niet aan deze maatregelen kan worden voldaan, zal in overleg met de provincie Gelderland (Bevoegd Gezag) naar een oplossingsrichting gezocht moeten worden.
074897562:0.4!
ARCADIS
35