CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 RvO raad Zutphen 2024, inclusief toelichting (concept)

Bestuur en Middelen - Oordeelsvormend (S) 13 mei 2024, gemeente ZutphenBij agendapunt: Reglement van Orde en werkinstructie BOB model (indicatietijd 19.30 - 21.00 uur)15.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reglement van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het verloop van de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zutphen (Reglement van Orde gemeenteraad Zutphen 2024) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het Presidium van 28 maart 2024; gelet op artikel(en) 16 van de Gemeentewet en 5.4a, eerste lid van de Wet open overheid; besluit: vast te stellen het: Reglement van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het verloop van de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zutphen (Reglement van Orde gemeenteraad gemeente Zutphen 2024).

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Paragraaf 1 Begripsomschrijvingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen Dit reglement verstaat onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; b. beeldvormende vergadering: vergadering waarin technische en/ of informatieve vragen worden gesteld waarmee een vraagstuk, voorstel, ontwerpverordening of ontwerpbeslissing wordt verkend en afgebakend, het maatschappelijk veld kan worden gehoord en de knelpunten en keuzes worden geïnventariseerd; c. belanghebbende: persoon, bedrijf , instelling en/ of organisatie die stelt een belang te hebben bij een vraagstuk dat of een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing die in een beeldvormende vergadering, oordeelsvormende vergadering of besluitvormende raadsvergadering aan de orde is; d. (besluitvormende) raadsvergadering: vergadering van de raad waarin beslissingen worden genomen; 1

e. burger: inwoner van de gemeente die tenminste tien jaar oud is; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. directie: de gemeentesecretaris en de drie directeuren binnen de ambtelijke organisatie; h. fractie: het lid of de leden van een politieke groepering dat/ die in de raad van de gemeente namens die groepering zitting heeft/ hebben; i.

burgerlid fractievertegenwoorder een door de raad ter ondersteuning van een fractie benoemd persoon;

j.

fractievoorzitter: de voorzitter van een politieke groepering die zitting heeft in de gemeenteraad van de gemeente;

k. fractievoorzittersoverleg: besloten vergadering van de fractievoorzitters, of zijn vervanger, en de burgemeester over het functioneren van het besluitvormingsproces in al zijn aspecten, met ondersteuning van de griffier; l.

gemeente: de gemeente Zutphen;

m. gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris/ algemeen directeur van de ambtelijke organisatie; n. griffie: het door de raad benoemde personeel, met inbegrip van de griffier, dat de raad bij de uitoefening van zijn taak terzijde staat; o. griffier: de griffier van de raad; p. initiatiefvoorstel: een voorstel ingediend door één of meer raadsleden voor een verordening of een andere beslissing; q. interpellatie: een ingelast debat in de (besluitvormende) raadsvergadering waarin het college of de burgemeester om inlichtingen kunnen worden gevraagd over een onderwerp dat niet op de agenda staat; r. motie: een korte en gemotiveerde verklaring in de (Besluitvormende) raadsvergadering over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; s. oordeelsvormende vergadering: vergadering voor debat tussen de diverse fracties, het uitwisselen en doorvragen van argumenten met als doel om tot een goede belangenafweging te komen waarbij ook de voor- en nadelen van het betreffende vraagstuk, voorstel, ontwerpverordening of ontwerpbeslissing worden afgewogen; t. petitie: een door burgers ondertekend schriftelijk verzoek van politieke of maatschappelijke aard; u. presidium: besloten vergadering van door het fractievoorzittersoverleg aangewezen fractievoorzitters die de agenda’s voorbereidt van alle vergaderingen, 2

werkbezoeken en dagelijkse activiteiten en waarin met de voorzitter van de raad en de gemeentesecretaris over de agendering van vraagstukken, voorstellen, ontwerpverordeningen en ontwerpbeslissingen en dergelijke wordt overlegd; v. raadslid: een lid van de raad, tenzij anders aangegeven; w. spreekrecht: recht van een inwoner en/ of vertegenwoordiger van een organisatie om over een onderwerp dat op de agenda van een oordeelsvormende vergadering staat, te kunnen inspreken; x. sprekersplein: mogelijkheid om voorafgaand aan of gelijktijdig met een beeldvormende vergadering als inwoner en/ of vertegenwoordiger van een bedrijf, instelling of organisatie over een onderwerp dat niet op de agenda van een oordeelsvormende vergadering staat, te kunnen inspreken; y. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; z. seniorenconvent: besloten vergadering van de fractievoorzitters en de burgemeester waarin vertrouwelijk over onder meer integriteit, personele kwesties en openbare orde en veiligheid wordt gesproken; aa. voorstel van orde: voorstel over de orde van een vergadering; bb. voorzitter: de voorzitter van een beeldvormende vergadering of oordeelsvormende vergadering of zijn plaatsvervanger; cc. voorzitter van de raad: de voorzitter van de raad of zijn plaatsvervanger.

Paragraaf 2 De raad en zijn organen Artikel 1:2 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1. Bij elke benoeming van een nieuw raadslid stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het nieuw te benoemen raadslid. 2. De commissie brengt na haar onderzoek schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit tot het al dan niet toelaten tot de raad. In het verslag wordt desgewenst melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3. Na verkiezingen voor een nieuwe gemeenteraad roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

3

4. Bij een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over zijn toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 1:3 Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één raadslid verkozen, dan wordt dit raadslid als een fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie uiterlijk in de eerste vergadering van de raad in zijn nieuwe samenstelling aan de voorzitter van de raad mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en zijn plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter van de raad. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties voortaan als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter van de raad. De voorzitter van de raad bevestigt schriftelijk de ontvangst, waarna pas de feitelijke uittreding en herintreding wordt geacht voltooid te zijn. Tot die tijd behoort het lid of behoren de leden tot de oorspronkelijke fractie. 5. De naam van degene die als fractievoorzitter optreedt wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk doorgegeven aan de voorzitter van de raad als: a.

één of meer leden van een fractie voortaan als zelfstandige fractie gaan optreden; b. twee of meer fracties voortaan als één fractie gaan optreden. 6. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, vierde lid van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Artikel 1:4 Burgerleden Fractievertegenwoordigers

4

1. Via de fractievoorzitter kan een fractie, ter ondersteuning van de werkzaamheden, niet-raadsleden woonachtig in de gemeente voordragen voor benoeming als burgerlid fractievertegenwoorder. 2. Een fractie die maximaal twee raadszetels telt, heeft recht op drie burgerleden fractievertegenwoorders. Een fractie die minimaal drie raadszetels telt, heeft recht op twee burgerleden fractievertegenwoorders. 3. Een burgerlid fractievertegenwoorder wordt benoemd door de gemeenteraad. De artikelen 10, 11, 12 ,13 en 15 van de Gemeentewet zijn op hem van overeenkomstige toepassing. 4. Een burgerlid fractievertegenwoorder wordt opgeroepen door de voorzitter van de raad voor de vergadering waarin over zijn benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. Een burgerlid fractievertegenwoorder kan slechts deelnemen aan vergaderingen als deze de eed of belofte heeft afgelegd. 6. Het zijn van burgerlid fractievertegenwoorder eindigt op verzoek van het burgerlid de fractievertegenwoorder zelf of zijn fractievoorzitter, dan wel van rechtswege aan het einde van een raadsperiode of bij overlijden. 7.

Indien en voor zover in een verordening wordt gesproken over commissieleden, zijn de betreffende bepalingen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op burgerleden fractievertegenwoorders met uitzondering van de hoogte van de vaste vergoeding voor burgerleden fractievertegenwoorders. Naast deze vaste vergoeding voor een burgerlid fractievertegenwoorder, kan een burgerlid fractievertegenwoorder alleen aanspraak maken op een vergoeding voor zware commissies als bedoeld in de geldende Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zutphen.

Artikel 1:5 De voorzitter van de raad De voorzitter van de raad heeft tot taak: a. het leiden van de raadsvergadering; b. het handhaven van de orde van de raadsvergadering; c. het doen naleven van dit reglement van orde; d. wat de Gemeentewet of dit Reglement van Orde hem verder opdraagt.

Artikel 1:6 De griffier 5

1. De griffier is in elke (besluitvormende) raadsvergadering aanwezig en kan aanwezig zijn in de beeldvormende vergadering en/ of de oordeelsvormende vergadering. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter van de raad aan beraadslagingen in de (besluitvormende) raadsvergadering deelnemen.

Artikel 1:7 Het fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad of plaatsvervangend voorzitter van de raad zit de vergadering van het fractievoorzittersoverleg voor. 3. De griffier en/of zijn door de raad aangewezen plaatsvervanger is in elke vergadering van het fractievoorzittersoverleg ter ondersteuning aanwezig. 4. Het fractievoorzittersoverleg komt zes keer per jaar bijeen of zoveel vaker als gewenst door de voorzitter of een meerderheid van de fractievoorzitters. 5. Twee keer per jaar is er een informeel overleg tussen het fractievoorzittersoverleg, het college en de directie om de onderlinge samenwerking te bespreken, terug te blikken en vooruit te kijken. 6. Het fractievoorzittersoverleg heeft tot taak: a. het bespreken van de algemene gang van zaken in de (raads)vergaderingen; b. het doen van aanbevelingen aan de raad over de organisatie en het functioneren van de raad en de werkwijze tussen raad en college; c. als klankbord te dienen voor de rekenkamer en de door de raad ingestelde commissies, zoals presidium, werkgeverscommissie en auditcommissie; d. in algemene zin als klankbord te dienen voor het college; e. het op verzoek van de raad instellen van werkgroepen; f. het vaststellen van het inwerkprogramma voor de nieuwe raad en van trainingen gedurende de raadsperiode. 7.

Het fractievoorzittersoverleg kan door de burgemeester worden geraadpleegd over andere aangelegenheden die de gemeente betreffen. 8. Het fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen aan (een deel van) de vergadering deel te nemen. 9. Bij verhindering kan een fractievoorzitter worden vervangen door een ander raadslid uit zijn fractie. 6

10. De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn niet openbaar.

Artikel 1:8 Het seniorenconvent 1. Er is een seniorenconvent dat bestaat uit de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad of plaatsvervangend voorzitter van de raad zit de vergadering van het seniorenconvent voor. 3. De griffier en/ of zijn door de raad aangewezen plaatsvervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent ter ondersteuning aanwezig. 4. Het seniorenconvent komt zes keer per jaar bijeen of zoveel vaker als gewenst door de voorzitter of een meerderheid van de fractievoorzitters. 5. De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar en kunnen alleen door fractievoorzitters worden bijgewoond. 6. In het seniorenconvent wordt vertrouwelijk over onder meer integriteit, personele kwesties en openbare orde en veiligheid gesproken. Het seniorenconvent heeft tot taak: a. het bespreken van zaken van vertrouwelijke aard; b. te beslissen wie namens de raad periodiek de jaargesprekken voert met de burgemeester; c. te beslissen over eventuele aanpassingen in de “Lijst van uitgaven te bekostigen vanuit de fractievergoedingen” als uitvloeisel van de Verordening op de fractieondersteuning gemeente Zutphen; d.

het bespreken van en adviseren over alle aangelegenheden rondom integriteit, grensoverschrijdend gedrag, belangenverstrengeling of welke andere vorm van onwenselijkheden dan ook die (potentieel) schade kunnen toebrengen aan het aanzien van het gemeentebestuur door raads- en/ of Burgerleden fractievertegenwoordigers en/of leden van het college. 7. Bij verhindering kan een fractievoorzitter niet worden vervangen. 8. De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar.

Artikel 1:9 Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf fractievoorzitters. 2. Het presidium wordt voorgezeten door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. 3. Het presidium wordt geadviseerd door de burgemeester en de gemeentesecretaris en wordt inhoudelijk en procedureel ondersteund door de griffie. 7

4. Het presidium heeft tot taak: a. het opstellen van de agenda voor de beeldvormende vergaderingen en de oordeelsvormende vergaderingen en de concept agenda voor de raadsvergadering; b. het wegen van de adviezen van de voorzitter(s) over de geadviseerde vervolgbehandeling van in beeldvormende vergaderingen en oordeelsvormende vergaderingen besproken stukken. Afwijkingen daarvan worden uit eigen beweging of op verzoek gemotiveerd; c. het doen van voorstellen voor besluitvorming aan de raad, voor zover dit niet op voorstel van het college wordt gedaan; d. het bespreken van actuele ontwikkelingen bij de door de raad vastgestelde Bestuurlijke Lange Termijn Agenda (BLTA) en waar nodig bijsturen; e. het gevraagd en ongevraagd adviseren van het fractievoorzittersoverleg; f. het beoordelen van stukken op hun geschiktheid om te worden geagendeerd; g. het bevorderen van het op de juiste momenten betrekken van de raad, waarbij onder meer wordt gekeken naar: i.

(wettelijke) termijnen;

ii. voldoende tijd voor fracties (en eventueel externen) ter voorbereiding; iii. voortgang van processen; iv. logische volgordelijkheid/ samenloop van stukken; h. het bevorderen van transparantie van behandelprocessen; i.

het adviseren over de kwaliteit van de aangeleverde stukken om te worden geagendeerd met daarbij de bevoegdheid om stukken in uiterste gevallen gemotiveerd terug te verwijzen;

j.

het uitnodigen van ambtenaren, na afstemming met de directie, om zaken technisch te verhelderen of om feitelijke informatie te delen;

k. het jaarlijks opstellen van de procedure voor de behandeling van de vergaderstukken die betrekking hebben op de Planning en Control (P&C) cyclus; l.

het afspreken van contactmomenten met een inwoner, bedrijf, instelling of organisatie (werkbezoeken), en

m. het toezicht houden op bedrijfsvoeringstechnische en huishoudelijke zaken die nodig zijn voor een goede ondersteuning van de raad. 5. Het presidium kan op te stellen agenda’s digitaal of schriftelijk afstemmen, tenzij een van de leden hiertegen bezwaar heeft. 8

6. Het presidium streeft naar consensus bij de uitoefening van zijn taak. In voorkomende gevallen waarin geen consensus wordt bereikt, stuurt de griffie namens het presidium een bericht aan alle fractievoorzitters met de bij meerderheid gekozen oplossing. Wanneer fractievoorzitters deze oplossing willen corrigeren kunnen ze tot 12:00 uur op de dag na de bijeenkomst van het Presidium schriftelijk reageren. Wanneer daarbij een meerderheid in de raad voor aanpassing blijkt, wordt deze doorgevoerd. 7. Nadat de oproep voor de vergadering is verzonden, kan alleen het fractievoorzittersoverleg nog aanpassingen doorvoeren. 8. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.

Paragraaf 3 Collegevorming Artikel 1:10 Ondersteuning bij vorming nieuw college Na verkiezingen voor een nieuwe gemeenteraad krijgt de grootste partij, naast ondersteuning door de griffie, desgewenst door de gemeentesecretaris hiertoe beschikbaar gestelde ambtelijke ondersteuning bij de vorming van een nieuw college. Deze ondersteuning eindigt als: a. het nieuwe college is gevormd; b. de grootste partij kenbaar heeft gemaakt dat haar pogingen tot het vormen van een nieuw college worden gestaakt, of c. het fractievoorzittersoverleg heeft besloten dat een ander proces tot collegevorming moet worden ondersteund.

Artikel 1:11 Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid van de Gemeentewet. Van de kandidaat-wethouder wordt een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens geëist. 2. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

9

3. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over de benoembaarheid van de kandidaat-wethouders verslag uit aan de raad. Het rapport van de risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Paragraaf 4 Beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen en (besluitvormende) raadsvergadering Artikel 1:12 Beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen en (besluitvormende) raadsvergadering 1. Beslissingen van de raad worden in de regel voorbereid in zogeheten beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen. In oordeelsvormende vergaderingen kan de raad overleggen met het college. 2. De raad is te allen tijde bevoegd om de voorbereiding van beslissingen in de (besluitvormende) raadsvergadering te doen plaatsvinden. 3. Beslissingen van de raad worden genomen in een (besluitvormende) raadsvergadering.

Artikel 1:13 Vergaderfrequentie en -plaats 1. Beeldvormende vergaderingen kunnen in het oude stadhuis plaatsvinden maar ook op een externe locatie binnen de gemeente. Oordeelsvormende vergaderingen en de (besluitvormende) raadsvergaderingen worden in de regel gehouden in het oude stadhuis. Het presidium kan bepalen dat op een andere locatie binnen de gemeente een beeldvormende vergadering wordt gehouden. 2. Beeldvormende vergaderingen worden in de regel gehouden op een donderdagavond. Oordeelsvormende vergaderingen in de regel op de maandagavond minimaal een maand na de beeldvormende vergaderingen over hetzelfde onderwerp. De besluitvormende raadsvergaderingen worden in de regel gehouden op de maandagavond twee weken na de oordeelsvormende vergaderingen. 3. Het presidium stelt voorafgaand aan een nieuw jaar het vergaderschema vast, waarbij in ieder geval gedurende de zomermaanden, rond de kerst en de jaarwisseling periodes van reces in acht worden genomen. 10

Artikel 1:14 Organisatie van beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen en (besluitvormende) raadsvergadering 1. De griffie is, onder verantwoordelijkheid van de raad, belast met de voorbereiding en organisatie van de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen en de (besluitvormende) raadsvergaderingen. 2. De beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen worden ingedeeld rondom de volgende vier thema’s: a. bestuur en middelen; b. economie en cultuur; c. ruimte, en d. sociaal. 3. Er worden maximaal twee thema’s parallel naast elkaar behandeld.

Paragraaf 5 Aanwezigen en pers Artikel 1:15 Toehoorders en pers in vergaderingen 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare (raads)vergaderingen bij uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De voorzitter van de beeldvormende of oordeelsvormende vergadering dan wel de (besluitvormende) raadsvergadering is bevoegd om personen die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren te doen vertrekken. 4. De voorzitter kan personen die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de beeldvormende vergaderingen, de oordeelsvormende vergaderingen respectievelijk (besluitvormende) raadsvergaderingen ontzeggen.

Artikel 1:16 Geluid- en beeldregistraties Degenen die tijdens de beeldvormende of oordeelsvormende vergaderingen dan wel een (besluitvormende) raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, vragen hiervoor toestemming aan de voorzitter respectievelijk de voorzitter van de raad en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. 11

Artikel 1:17 Gebruik mobiele apparatuur Als gebruik wordt gemaakt van mobiele communicatiemiddelen tijdens de beeldvormende of oordeelsvormende vergaderingen dan wel (besluitvormende) raadsvergaderingen, mogen deze naar het oordeel van de voorzitter respectievelijk de voorzitter van de raad de orde niet verstoren.

Hoofdstuk 2 Beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Paragraaf 1 Aard, samenstelling en taken beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Artikel 2:1 Beeldvormende vergadering Vergadering waarin technische en/ of informatieve vragen kunnen worden gesteld waarmee een vraagstuk wordt verkend en afgebakend, het maatschappelijk veld kan worden gehoord en de knelpunten en keuzes worden geïnventariseerd. In een beeldvormende vergadering kunnen door de leden aan de vergadertafel alle technische en verhelderende vragen worden gesteld, behalve vragen van politieke aard. Het college, ambtenaren en belanghebbenden kunnen antwoorden en reacties geven. Nagekomen technische vragen kunnen schriftelijk worden gesteld en ambtelijk worden afgehandeld. De antwoorden op de technische en/of informatieve vragen zijn nodig om het vervolg (de oordeelsvormende vergadering) goed voor te bereiden. Op basis van de beeldvormende vergadering kan de oordeelsvormende vergadering worden voorbereid. Tijdens een beeldvormende vergadering kunnen ook werkbezoeken worden georganiseerd of speciale onderwerpen worden geagendeerd.

Artikel 2:2 Oordeelsvormende vergadering Vergadering waarin de diverse fracties het onderlinge debat kunnen voeren, argumenten kunnen uitwisselen en politieke vragen kunnen stellen met als doel tot een goede belangenafweging te komen waarbij ook de voor- en nadelen van het betreffende vraagstuk of de ontwerpverordening of de ontwerpbeslissing worden 12

afgewogen. De fracties gaan onderling het gesprek met elkaar aan. Er wordt gereageerd op de alternatieven die worden aangedragen vanuit het college en vanuit de andere fracties. In de oordeelsvormende vergadering is geen ruimte voor het stellen van technische en/of informatieve vragen meer gesteld. Op basis van de oordeelsvormende vergadering kan het onderwerp worden behandeld in de besluitvormende raadsvergadering.

Artikel 2:3 De voorzitters van de beeldvormende en de oordeelsvormende vergaderingen 1. De raad benoemt de voorzitters van de beeldvormende en de oordeelsvormende vergaderingen 2. Een raadslid, Burgerlid fractievertegenwoordiger of een externe en onafhankelijke technisch voorzitter kan tot voorzitter worden benoemd. 3. De voorzitter van een beeldvormende vergadering en een oordeelsvormende vergadering neemt niet aan de beraadslagingen en stemmingen deel. 4. De voorzitter van een beeldvormende vergadering en een oordeelsvormende vergadering heeft tot taak: a. het leiden van de vergadering en het daarbij bewaken van de beschikbaar gestelde vergadertijd; b. alle deelnemers aan de vergadering zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen binnen de mogelijkheden van dit Reglement van Orde; c. het, gehoord de vergadering, afsluiten van de beeldvormende vergadering respectievelijk de oordeelsvormende vergadering met een advies aan het presidium over het gewenste vervolgproces voor het besproken onderwerp; d. het handhaven van de orde; e. het doen naleven van dit Reglement van Orde.

Artikel 2:4 Aanwezigheid van de raadsadviseur en de griffier Ter ondersteuning van een beeldvormende en/of een oordeelsvormende vergadering fungeert een raadsadviseur en/of de griffier. De griffier en zijn door de raad aangewezen plaatsvervanger(s) kunnen in iedere beeldvormende en oordeelsvormende vergadering aanwezig zijn.

Artikel 2:5 Deelneming van de fracties aan de beeldvormende en oordeelsvormende vergadering 13

1. Een deelnemer aan een beeldvormende en/of een oordeelsvormende vergadering kan zowel een raadslid als een Burgerlid fractievertegenwoordiger zijn. 2. Iedere fractie is bevoegd om met één raadslid of Burgerlid fractievertegenwoordiger aan een beeldvormende en/of een oordeelsvormende vergadering deel te nemen. Hij wordt geacht namens zijn fractie het woord te voeren. 3. In bijzondere gevallen kunnen het presidium of het fractievoorzittersoverleg besluiten tot het houden van een beeldvormende en/of een oordeelsvormende vergadering waaraan meer dan één raadslid of Burgerlid fractievertegenwoordiger per fractie kunnen deelnemen.

Artikel 2:6 Aanwezigheid van het college 1. Voor de leden van het college en de burgemeester geldt een doorlopende uitnodiging voor alle beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen om daarin aanwezig te zijn, en om in de oordeelsvormende vergaderingen informatie te verstrekken en aan de beraadslagingen deel te nemen, tenzij expliciet anders is aangegeven. 2. De leden van het college en de burgemeester kunnen in een oordeelsvormende vergadering aan de beraadslagingen deelnemen als het voorstel of onderwerp van het college afkomstig is. Op uitnodiging van het fractievoorzittersoverleg, het presidium of de voorzitter kan een lid van het college of de burgemeester ook aan andere beraadslagingen deelnemen. 3. Het fractievoorzittersoverleg, het presidium of de voorzitter van de vergadering kunnen leden van het college, de burgemeester of anderen uitdrukkelijk uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn om informatie te verstrekken en aan de beraadslagingen deel te nemen.

Paragraaf 2 Voorbereiding en orde van de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Artikel 2:7 Oproep en agenda De griffie stuurt namens het presidium ten minste vijf dagen voor een beeldvormende en een oordeelsvormende vergadering een oproep aan alle raadsleden en Burgerleden fractievertegenwoordigers onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de beeldvormende en/of de oordeelsvormende vergadering. 14

Artikel 2:8 Beschikbaarheid vergaderstukken 1. Vergaderstukken behorend bij de agenda worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor een ieder via de raadswebsite ontsloten. 2. Als op de stukken de verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffie en verleent deze inzage aan de personen die de besloten vergadering mogen bijwonen.

Artikel 2:9 Openbare kennisgeving De beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen en de agenda met bijbehorende stukken worden door plaatsing op de raadswebsite ter openbare kennis gebracht. Op de raadswebsite wordt ook de mogelijkheid tot inspreken toegelicht.

Artikel 2:10 Opening beeldvormende of oordeelsvormende vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de beeldvormende of oordeelsvormende vergadering op het vastgestelde uur, als van meer dan de helft van de raadsfracties een vertegenwoordiger aanwezig is. 2. Als een kwartier na het vastgestelde aanvangstijdstip niet het vereiste aantal fracties vertegenwoordigd is, vervalt de beeldvormende of oordeelsvormende vergadering en wordt het geagendeerde onderwerp aangehouden tot een volgende beeldvormende of oordeelsvormende vergadering. 3. De griffier of raadsadviseur legt de namen van de wel aanwezige deelnemers vast als verslaglegging van de vervallen beeldvormende of oordeelsvormende vergadering.

Artikel 2:11 Spreekregels in beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Een deelnemer, de burgemeester en leden van het college of ambtelijke ondersteuners die namens hen het woord voeren spreken vanaf hun zitplaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.

Artikel 2:12 Vergaderprocedure Voorafgaand aan de bespreking vormt de voorzitter zich een beeld van de door de deelnemers te leveren inbreng en geeft hij aan hoe hij de bespreking wil laten verlopen. 15

Artikel 2:13 Voorstellen van orde in beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen 1. De voorzitter en iedere deelnemer kan tijdens een beeldvormende of een oordeelsvormende vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend betrekking hebben op de orde van de betreffende beeldvormende of oordeelsvormende vergadering. 3. Over een voorstel van orde beslist de beeldvormende of oordeelsvormende vergadering terstond.

Artikel 2:14 Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement van orde te herinneren; b. een raadslid hem interrumpeert, waarbij de voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Als lid 1 zich voordoet, dan kan de voorzitter de vergadering schorsen. Benoem hierbij duidelijk de reden van de schorsing. Verzoek, indien nodig, de raadsleden de zaal te verlaten tot de verstoring is beëindigd. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor de veiligheid van de aanwezige raadsleden. 3. Als een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering waarin dit gebeurt over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 4. Spreek de persoon of de personen, die de vergadering verstoren, duidelijk aan op de ongewenste gedraging. a. Scenario A: kort statement / vreedzame-, relatief rustige verstoring.

Indien de situatie dit toelaat, kunt u kort de ruimte geven aan de uiting met de afspraak dat de verstoorders daarna weer rustig plaatsnemen of het pand verlaten.

16

b. Scenario B: agressieve en of onophoudelijke verstoring. Benoem dat het verstoren van de vergadering strafbaar is en dat de verstorende gedraging onmiddellijk beëindigd moet worden.

5. De integriteit van anderen wordt in een raadsvergadering niet in twijfel getrokken.

1. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsvergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de raadsvergadering sluiten.

2. Indien de verstoring - eventueel na het opnieuw aanspreken van de verstoorder(s) aanhoudt, a. vordert u (of een andere bevoegde ambtenaar, bijvoorbeeld de griffier1) de verstoorder(s) te vertrekken (art. 26 lid 1 Gemeentewet): “Ik vorder dat u per direct het pand verlaat!”; en b. maakt u (of iemand namens u) direct hiervan melding bij de politie. Bij de melding geeft u aan dat de vergadering van de gemeenteraad wordt verstoord, dat u wenst dat de politie deze verstoring direct komt beëindigen en de verstoorder(s), al dan niet door middel van aanhouding, uit het pand verwijdert.

Artikel 2:15 Spreekrecht burgers en belanghebbenden in oordeelsvormende vergadering 1. Burgers en belanghebbenden kunnen in een Oordeelsvormende vergadering: a. hun zienswijze geven, en/ of b. informatie verschaffen over onderwerpen waarover het gemeentebestuur zeggenschap heeft. 2. Het geven van de zienswijze of het verschaffen van informatie heeft plaats in de oordeelsvormende vergadering waar het onderwerp geagendeerd is. 3. De voorzitter verleent burgers en belanghebbenden in beginsel aan het begin van de oordeelsvormende vergadering het woord.

17

4. Wanneer de voorzitter het in het belang van de orde van de oordeelsvormende vergadering acht, kan hij besluiten burgers en belanghebbenden het woord te verlenen op een door hem te bepalen moment in de vergadering. 5. De voorzitter verleent burgers en belanghebbenden het woord in de volgorde die hij in het belang van de orde van de oordeelsvormende vergadering acht. 6. Het woord kan door burgers of belanghebbenden niet gevoerd worden over a. een al door het gemeentebestuur genomen besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 7. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk om 12:00 uur op de dag van de vergadering aan de griffie. Naast het onderwerp waarover hij het woord wil voeren, vermeldt hij zijn naam en contactgegevens als e-mailadres of telefoonnummer. 8. Maximaal vijf burgers en belanghebbenden die zich tijdig hebben aangemeld voor het spreekrecht en ook bij aanvang van de oordeelsvormende vergadering aanwezig zijn, worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld maximaal vier minuten het woord te voeren. 9. Burgers en belanghebbenden zich die namens een zelfde organisatie of groepering hebben aangemeld voor het spreekrecht, dienen één vertegenwoordiger naar voren te brengen die namens de gehele organisatie of groepering het woord voert; 10.

Als een onderwerp in de drie maanden voorafgaand aan een oordeelsvormende vergadering al eerder in een oordeelsvormende vergadering aan de orde is geweest, is inspreken niet mogelijk.

2:16 Sprekersplein 1. Bij het sprekersplein, voorafgaand aan een beeldvormende vergadering, kunnen burgers en belanghebbenden inspreken over een onderwerp dat niet is geagendeerd voor een oordeelsvormende vergadering. Bij het sprekersplein kunnen zij: a. hun zienswijze, en/ of b. informatie verschaffen over onderwerpen waarover het gemeentebestuur zeggenschap heeft. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk om 12:00 uur op de dag van de vergadering aan de griffie. Naast het onderwerp waarover 18

hij het woord wil voeren, vermeldt hij zijn naam en contactgegevens als emailadres of telefoonnummer. 3. Maximaal vier burgers en belanghebbenden die zich tijdig hebben aangemeld voor het spreekrecht en ook bij aanvang van het Sprekersplein aanwezig zijn, worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld maximaal vier minuten het woord te voeren. 4. Burgers en belanghebbenden zich die namens een zelfde organisatie of groepering hebben aangemeld voor het spreekrecht, dienen één vertegenwoordiger naar voren te brengen die namens de gehele organisatie of groepering het woord voert;

Artikel 2:17 Verslaglegging van beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Verslaglegging van beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen die plaatsvinden in het oude stadhuis gebeurt door (het beschikbaar stellen van een) videoregistratie van de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen.

Paragraaf 3 Besloten beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen Artikel 2:18 Algemeen 1. Het presidium kan besluiten tot het agenderen van een besloten beeldvormende en/of oordeelsvormende vergadering. De voorzitter kan besluiten een openbare beeldvormende of oordeelsvormende vergadering in beslotenheid te vervolgen. 2. Bij een besloten beeldvormende en/of oordeelsvormende vergadering kunnen slechts aanwezig zijn de voorzitter, de griffier en/of zijn door de raad aangewezen plaatsvervanger, de raadsadviseur, raadsleden, Burgerleden fractievertegenwoordigers, de burgemeester, de leden van het college, de gemeentesecretaris alsmede ambtenaren, voor zover de voorzitter hun daartoe toestemming geeft. 3. Op besloten vergaderingen is dit Reglement van Orde van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 2:19 Verslag 19

1. Van een besloten vergadering kan een afzonderlijk verslag gemaakt worden. Indien voornoemde verslag wordt gemaakt, wordt dit niet verspreid, maar berust dit verslag bij de griffie. 2. Wanneer er sprake is van verslaglegging van een besloten vergadering, wordt dit verlag zo spoedig mogelijk in een beeldvormende respectievelijk oordeelsvormende vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de beeldvormende respectievelijk oordeelsvormende vergadering een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. Als iemand hierover het woord wenst te voeren, dan gebeurt dit in een besloten beeldvormende of besloten oordeelsvormende vergadering. 3. Wanneer er sprake is van verslaglegging van een besloten vergadering, wordt het vastgestelde verslag door de voorzitter ondertekend en door de griffier van de vergadering medeondertekend.

Artikel 2:20 Opheffen geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet van plan is de verplichting tot geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, gaat hij daartoe niet over dan nadat de beeldvormende vergadering respectievelijk de oordeelsvormende vergadering dat de verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd in de gelegenheid is gesteld in een besloten vergadering zijn gevoelen over dit voornemen aan de raad ter kennis te brengen.

Hoofdstuk 3 Raadsvergaderingen Paragraaf 1 Voorbereiding Artikel 3:1 Oproep 1. De voorzitter stuurt tenminste vijf dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een oproep onder vermelding van de vergaderdag en verdere verwijzing naar de raadswebsite voor tijdstip, plaats, voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken. 2. De agenda en de bijbehorende stukken, met uitzondering van die informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, worden via de raadswebsite ontsloten. 20

Artikel 3:2 Afwijkende vergaderdag en -plaats De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of plaats aanwijzen om te vergaderen. Hij voert hierover, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het Fractievoorzittersoverleg.

Artikel 3:3 Agenda 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het Presidium de voorlopige agenda van de raadsvergadering vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken via de raadswebsite ontsloten, met uitzondering van die informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust.

Artikel 3:4 De portefeuillehouder 1. Voor de leden van het college en de gemeentesecretaris geldt een doorlopende uitnodiging om in de raadsvergadering aanwezig te zijn. Op uitnodiging van de voorzitter – al dan niet op verzoek van een raadslid – kunnen zij aan de beraadslagingen deelnemen. 2. Als een lid van het college wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter.

Artikel 3:5 Publicatie van stukken 1. Vergaderstukken behorend bij de agenda worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor een ieder via de raadswebsite ontsloten. Als na het verzenden van de oproep aanvullende stukken via de raadswebsite worden ontsloten, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raadsleden en wordt dit zo mogelijk ter openbare kennis gebracht. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waarop de verplichting tot geheimhouding rust, blijft in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffie.

21

Artikel 3:6 Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden door aankondiging en plaatsing op de raadswebsite ter openbare kennis gebracht. 2. De raadswebsite bevat: a. de agenda met de te bespreken onderwerpen en de daarbij behorende stukken; b. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waarop de verplichting tot geheimhouding rust, blijft in afwijking van het tweede lid, onder a. onder berusting van de griffie.

Paragraaf 2 Orde van de vergadering Artikel 3:7 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder raadslid de presentielijst waarop de raadsleden in genummerde volgorde zijn vermeld. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 3:8 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de raadsleden, de griffier, de raadsadviseurs, en de leden van het college hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het Fractievoorzittersoverleg bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Als daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het Fractievoorzittersoverleg. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 3:9 Opening van de vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het tijdstip als vermeld op de agenda, als het daarvoor door de Gemeentewet vereiste aantal raadsleden blijkens de presentielijst aanwezig is. 22

2. Wanneer een kwartier na het tijdstip als vermeld op de agenda niet het vereiste aantal raadsleden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en tijdstip van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

Artikel 3:10 Vaststelling van de agenda 1. De raad stelt na de opening de agenda van de raadsvergadering vast. Op voorstel van een raadslid of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of afvoeren en de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 2. Als de raad een onderwerp onvoldoende voorbereid acht voor beraadslaging, kan hij het onderwerp terugverwijzen naar het college of de Oordeelsvormende vergadering. 3. Voorafgaand aan de beraadslaging rond het eerste agendapunt waarmee na 23:00 uur een aanvang wordt gemaakt, doet de voorzitter een ordevoorstel over de verdere afhandeling van de agenda van de betreffende raadsvergadering.

Artikel 3:11 Primus bij hoofdelijke stemming Voorafgaand aan de raadsvergadering trekt de voorzitter via loting een volgnummer. Bij het raadslid met het corresponderende nummer op de presentielijst begint een eventuele hoofdelijke stemming. De voorzitter deelt bij de opening van de vergadering mee welk volgnummer is geloot en met welk raadslid dit nummer correspondeert.

Artikel 3:12 Vragen over de actualiteit 1. Op de agenda van iedere raadsvergadering wordt, direct na de opening, een agendapunt “Vragen over de actualiteit” opgenomen. Bij dit agendapunt kunnen raadsleden vragen stellen over de actualiteit die voor de gemeente van belang is. 2. Bij dit agendapunt gelden de volgende regels: a. de voorzitter inventariseert bij aanvang van het agendapunt welke fracties welke vraag wil stellen over welk onderwerp (één vraag per fractie); b. de vragen moeten kort en duidelijk geformuleerd worden; c. de vragen worden terstond beantwoord. Als dit niet mogelijk is, wordt de vraag uiterlijk binnen een week schriftelijk beantwoord; 23

d. na de beantwoording kan de vragensteller het woord worden verleend om een verhelderende vraag te stellen; e. tijdens dit agendapunt worden geen interrupties toegestaan, kan geen verlof worden gevraagd tot het houden van een interpellatie en kunnen geen moties worden ingediend. 3. In afwijking van deze bepaling kan het Presidium of Fractievoorzittersoverleg bepalen om vragen over de actualiteit te verplaatsen naar een Oordeelsvormende vergadering.

Artikel 3:13 Verslaglegging 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een besluitenlijst. 2. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering op de raadswebsite geplaatst. 3. Verslaglegging van de raadsvergadering gebeurt door het beschikbaar stellen van een videoregistratie van de raadsvergadering.

Artikel 3:14 Hamerstukken, stemverklaring 1. Als de voorzitter vaststelt dat geen van de raadsleden over een geagendeerd voorstel het woord wenst te voeren, wordt het voorstel geacht zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming te zijn aangenomen. 2. Voorstellen die als vermoedelijk hamerstuk zijn behandeld in de Oordeelsvormende vergadering, worden in de raad als hamerstuk geagendeerd, tenzij tenminste één fractie in de Oordeelsvormende vergadering anders verzoekt. 3. Voordat in de raadsvergadering de hamer valt, kan een raadslid over een hamerstuk nog het woord vragen voor het afleggen van een stemverklaring.

Artikel 3:15 Brieven aan de raad, memo’s en collegevoorstellen ter informatie aan de raad, Lijst Toezeggingen, Moties en Schriftelijke Vragen en de Bestuurlijke Lange Termijn Agenda Bij de raad ingekomen Brieven aan de raad, memo’s en collegevoorstellen ter informatie aan de raad, Lijst Toezeggingen, Moties en Schriftelijke Vragen en de Bestuurlijke Lange Termijn Agenda worden door het Presidium voorzien van een afdoeningsadvies en op lijsten geplaatst die ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. 24

Artikel 3:16 Spreekregels 1. De voorzitter spreekt vanaf zijn zitplaats. 2. Sprekers die het woord vragen en verleend krijgen richten zich tot de voorzitter. 3. De raadsleden spreken vanaf het spreekgestoelte. 4. De leden van het college spreken vanaf het spreekgestoelte. 5. Overige aanwezigen spreken vanaf het spreekgestoelte. 6. Als een raadslid een spreker wil interrumperen, stelt hij zich op achter een interruptiemicrofoon. 7. De voorzitter kan bepalen dat de raadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 3:17 Aantal spreektermijnen 3. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in beginsel in één termijn, tenzij de voorzitter anders beslist. 4. De spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 5. Een raadslid voert in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 6. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. een raadslid dat een amendement, subamendent, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 7. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 3:18 Spreektijd De voorzitter kan na overleg met het Fractievoorzittersoverleg spreektijden bepalen.

Artikel 3:19 Handhaving orde; schorsing 5. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: c. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement van orde te herinneren; 25

d. een raadslid hem interrumpeert, waarbij de voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 6. Als lid 1 zich voordoet, dan kan de voorzitter de vergadering schorsen. Benoem hierbij duidelijk de reden van de schorsing. Verzoek, indien nodig, de raadsleden de zaal te verlaten tot de verstoring is beëindigd. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor de veiligheid van de aanwezige raadsleden. 7. Als een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering waarin dit gebeurt over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 8. Spreek de persoon of de personen, die de vergadering verstoren, duidelijk aan op de ongewenste gedraging. a. Scenario A: kort statement / vreedzame-, relatief rustige verstoring. Indien de situatie dit toelaat, kunt u kort de ruimte geven aan de uiting met de afspraak dat de verstoorders daarna weer rustig plaatsnemen of het pand verlaten.

b. Scenario B: agressieve en of onophoudelijke verstoring. Benoem dat het verstoren van de vergadering strafbaar is en dat de verstorende gedraging onmiddellijk beëindigd moet worden.

5. De integriteit van anderen wordt in een raadsvergadering niet in twijfel getrokken.

8. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsvergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de raadsvergadering sluiten.

9. Indien de verstoring - eventueel na het opnieuw aanspreken van de verstoorder(s) aanhoudt,

26

a. vordert u (of een andere bevoegde ambtenaar, bijvoorbeeld de griffier1) de verstoorder(s) te vertrekken (art. 26 lid 1 Gemeentewet): “Ik vorder dat u per direct het pand verlaat!”; en b. maakt u (of iemand namens u) direct hiervan melding bij de politie. Bij de melding geeft u aan dat de vergadering van de gemeenteraad wordt verstoord, dat u wenst dat de politie deze verstoring direct komt beëindigen en de verstoorder(s), al dan niet door middel van aanhouding, uit het pand verwijdert.

Artikel 3:20 Beraadslaging 1. De raad kan, op voorstel van de voorzitter of een raadslid, besluiten om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslagingen voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen, om de raadsleden of de leden van het college de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken.

Artikel 3:21 Deelneming aan de beraadslaging door overige aanwezigen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige raadsleden, de burgemeester, leden van het college en de griffier deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter genomen voordat met de beraadslaging van het betreffende agendapunt wordt begonnen.

Paragraaf 3 Stemmingen Artikel 3:22 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 3:23 Beslissing 27

1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslagingen zijn gesloten formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing, waarna de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt.

Artikel 3:24 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden opmerken dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd, of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren, zonder enige toevoeging. 5. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot de stemming is gesloten. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas nadat de stemming is gesloten, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 6. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 3:25 Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel een amendement is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

28

3. Als twee of meer amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en het tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 3:26 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Bij twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau. 6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes zo spoedig mogelijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 3:27 Herstemming over personen 1. Als bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, volgt een tweede stemming. 2. Als ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, volgt een derde stemming. 3. De derde stemming is tussen de twee personen, op wie bij de tweede stemming de meeste stemmen zijn uitgebracht. Wanneer bij de tweede stemming op meer dan twee personen de meeste stemmen zijn uitgebracht, dan volgt een tussenstemming. 29

4. Bij een eventuele tussenstemming wordt uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming plaatsheeft. 5. Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 3:28 Beslissing door het lot bij stemming over personen 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en geschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Paragraaf 4 Bevoegdheden, instrumenten van de raadsleden Artikel 3:29 Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging over het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Intrekking door de indiener van het amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 3:30 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 3. Over een motie vreemd aan de orde van de dag wordt een besluit genomen in de vergadering waarin zij is ingediend. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. 5. Wanneer een motie van wantrouwen is aangenomen kan een extra agendapunt aan de agenda worden toegevoegd om een raadsbesluit tot het verlenen van ontslag te 30

behandelen, tenzij de wethouder(s) uit eigen beweging direct ontslag heeft (hebben) genomen.

Artikel 3:31 Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde over de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Artikel 3:32 Initiatiefvoorstellen 1. Raadsleden kunnen een initiatiefvoorstel indienen in het gebruikelijke format voor raadsvoorstellen. 2. Een initiatiefvoorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, om in behandeling genomen te kunnen worden. 3. Het voorstel wordt na indiening toegestuurd aan het college om de gelegenheid te bieden richting de raad wensen en bedenkingen kenbaar te maken alvorens de raad erover besluit. 4. Het Presidium plaatst het voorstel pas op een agenda, nadat het college zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt of ten minste drie (of vier?) weken daartoe de gelegenheid heeft gehad. 5. Intrekking door de indiener van een initiatiefvoorstel is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 3:33 Collegevoorstellen 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de agenda van een Oordeelsvormende vergadering of op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet door het college worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. De raad kan van oordeel zijn dat een voorstel niet verder wordt behandeld of voor aanpassing, aanvulling of advies terug aan het college moet worden gezonden. Daarbij kan een termijn worden gesteld waarbinnen dit moet gebeuren. 3. De raad kan bepalen óf, en zo ja, in welke vergadering een aangepast, aangevuld of van advies voorzien voorstel opnieuw wordt geagendeerd.

Artikel 3:34 Interpellaties 31

1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie wordt gehouden. 3. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 3:35 Schriftelijke vragen aan het college en de burgemeester 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden schriftelijk beantwoord, tenzij daarin is aangegeven dat mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2. De vragen worden via de griffier bij de voorzitter van de raad ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk via de raadswebsite worden ontsloten en ter kennis van het college worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt zo mogelijk plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Als beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller en griffier hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4. De antwoorden van het college worden door de griffier zo spoedig mogelijk via de raadswebsite ontsloten voor de raad, tenzij er sprake is van mondelinge beantwoording, zoals bedoeld in het eerste lid. 5. De gestelde vragen en de antwoorden worden opgenomen in de lijst van ingekomen stukken van de raad en via de raadswebsite ontsloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=69a4efff-95ff-4cb2-8bf4-6a556824d684