CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsnota Passende schuldhulp 2021 - 2024 def

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 202114.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Proces zonder stress Als iemand de weg naar schuldhulp eenmaal heeft gevonden, is het belangrijk dat hij niet ontmoedigd wordt tijdens het proces van schuldhulp, waardoor hij uitvalt en alsnog verstoken blijft van noodzakelijke hulp. De wetgever heeft er mede daarom bewust ervoor gekozen het aanvraagproces uit te tekenen in wetgeving. Het dwingt de gemeente tot maximale toegankelijkheid en transparantie en ontzorgt de aanvrager, vooral de minder zelfredzame aanvrager. In dit proces zit een aantal beleidskeuzes ingebouwd. 1. Tussen melding bij schuldhulp en eerste gesprek zit een periode van maximaal 4 weken. Bij het eerste gesprek wordt de hulpvraag in beeld gebracht, gekeken naar de noodzaak van schuldhulp en duidelijkheid verschaft over het proces van schuldhulp. Wij kiezen voor een maximale termijn van vier weken. Waar mogelijk proberen we het eerste gesprek sneller in te regelen, vooral daar waar de situatie vraagt om snel handelen. We zijn extra alert bij gezinnen met minderjarige kinderen. In een crisissituatie – ontruiming, afsluiting – is de gemeente verplicht binnen 3 dagen een gesprek organiseren. 20

2. Tussen het eerste gesprek en een besluit tot schuldhulp zit maximaal 8 weken. Het besluit bestaat uit een weigering of een toelating in de vorm van een plan van aanpak (beschikking). In dit plan van aanpak is in ieder geval opgenomen waaruit de schuldhulp bestaat, welke voorwaarden gelden voor het recht op schuldhulp en hoe hoog de beslagvrije voet is. Wanneer sprake is van achterliggende problematiek wordt in overleg met partners gestuurd op een integrale aanpak. Wij kiezen voor een maximale termijn van 8 weken. Een kortere termijn legt een forse druk op de uitvoeringsorganisatie en heeft als risico dat het plan van aanpak slechts in grove contouren wordt opgesteld en daardoor weinig houvast biedt voor de aanvrager. 3. Informatie die nodig is om tot een besluit te komen, wordt door de gemeente ontsloten. Een aanvraag kan zowel schriftelijk als mondeling worden gedaan. De aanvrager heeft in deze fase geen inlichtingen- en medewerkingsplicht, die is pas van toepassing na het besluit. De gemeente mag informatie die zij zelf kan ontsluiten niet opvragen bij aanvrager. De wetgever heeft vastgelegd van welke bronnen van informatie de schuldhulpverlener gebruik mag maken. Op deze wijze wordt vooral voor de minder zelfredzame personen een belangrijke drempel voor schuldhulp weggenomen. 4.

Weigering van schuldhulp kan bij verwijtbare fraude en recidive; maatwerk is uitgangspunt Er is feitelijk maar één absolute weigeringsgrond in de Wgs, namelijk als de inwoner geen verblijfsstatus heeft. De gemeente kan schuldhulp weigeren bij (uitkerings-)fraude of als er eerder schuldhulp heeft plaatsgevonden (recidive). Uitgangspunt van de schuldhulp in Zutphen is maatwerk. Wanneer iemand schuldhulp nodig heeft en gemotiveerd is om de schulden op te lossen, is fraude noch recidive een belemmering voor schuldhulp. Schuldhulp bij fraude is echter niet wenselijk wanneer sprake is geweest van kwader trouw, wanneer willens en wetens de inlichtingenplicht geschonden is. Dan is er bij de boeteoplegging vastgesteld dat sprake is van opzet of grove schuld. Gedeeltelijke kwijtschelding van de fraudeschuld is overigens niet aan de orde. Een fraudeschuld kan – mits de schuldeiser akkoord gaat – voor een deel worden meegenomen in een schuldregeling. Na afloop van de schuldregeling moet echter het resterende bedrag volledig worden afgelost. In lijn met het hierboven genoemde beleid bij fraude, kan schuldhulp geweigerd worden als sprake is geweest van een verwijtbare beëindiging van een opgestart schuldhulptraject, waarbij we niet verder terug gaan dan twee jaar. Dit beleid schept de (formele) voorwaarden voor een aanvraagproces zonder stress.

Belangrijk is vooral dat deze ‘harde waarborgen’ ook worden ondersteund door een ‘zachte’ – stress-sensitieve – dienstverlening. Neem tijd voor een persoonlijk gesprek. Maak schuldenproblematiek bespreekbaar. Toon begrip. Realiseer je dat schuldenproblematiek stress veroorzaakt in het gezin en dat dit een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van opgroeiende kinderen. Geef aan dat het geen schande is om schulden te hebben en dat stress in deze situatie heel begrijpelijk is. Geef aan wat mensen kunnen verwachten - hoe ziet het schuldhulptraject eruit? Biedt zo snel mogelijk overzicht, zodat de stress minder wordt en frustratie wordt voorkomen. Maak afspraken die mensen kunnen nakomen, herinner mensen er aan als dat nodig is. Vraag wat mensen belangrijk vinden in het leven (bijvoorbeeld dat hun kinderen het goed hebben) en stem daar je plan van aanpak op af. In het vorige beleidsplan is deze stress-sensitieve aanpak geïntroduceerd en voor een deel ook ingebouwd in de uitvoeringspraktijk. In komende jaren wordt deze aanpak verder gestimuleerd onder de medewerkers van schuldhulp. Ook in het traject na de aanvraag is het belangrijk dat mensen hun motivatie vasthouden en dat de focus bij dienstverlening ligt op het ont-stressen. De periode tussen het plan van aanpak en het tot stand komen van een schuldregeling is cruciaal. De kans op uitval is reëel. Mensen worden 21

moedeloos, boos of gefrustreerd omdat ze onvoldoende overzicht hebben of niet weten waar ze aan toe zijn, schuldeisers zich nog steeds blijven melden en er nog geen perspectief is op een schone lei. Deze periode wordt vaak ervaren als onnodige wachttijd en zorgt voor onzekerheid en onrust. Het is zaak dat de gemeente de inwoner ondersteunt en tijdig informeert over ontwikkelingen in het traject. Communicatie die inspeelt op de beleving van mensen met schulden Schuldhulp zonder drempels vraagt om een communicatieaanpak waarin vooral rekening gehouden wordt met gedragsmatige aspecten. Welke boodschap willen we overbrengen? Wie is de boodschapper? Hoe zorgen we dat de boodschap de juiste mensen bereikt en dat zij ontvankelijk zijn voor deze boodschap? Hoe zorgen we dat ze aan de boodschap gehoor geven en actie ondernemen? En hoe houden we de aandacht vast? In de communicatie over schulden leggen we daarom de focus op beleving van de inwoner. Inspelen op de emoties van mensen met schulden zorgt er voor dat zij meer openstaan voor hulp, waardoor de kans op effectieve schuldhulp groter is. a. Aansluiten bij de landelijke overheidscampagne ‘Kom jij eruit?’ (www.komjijeruit.nl). Deze campagne is opgezet om mensen aan te sporen de financiële problematiek bespreekbaar te maken (letterlijk: praat erover) en eerder de stap naar schuldhulp te zetten.

Ervaringsdeskundigen worden als ‘ambassadeurs’ ingezet om de boodschap kracht bij te zetten (bijvoorbeeld op onze website) en voorlichting te geven. b. Hanteren van ‘klantprofielen’ Met alleen de inwoner informeren bereiken we niet het gewenste resultaat. Daar is meer voor nodig. We verdiepen ons in de inwoner, zijn of haar beleving staat centraal. Wat is zijn of haar emotie, motivatie, vaardigheid, norm en weerstand. Zo kunnen we efficiënte en effectieve communicatietechnieken en –middelen inzetten. Het juiste middel, voor de juiste persoon, op het juiste moment. De middelen bieden ook de consulenten ondersteuning bij de klantgesprekken. c. Pro-actieve informatievoorziening over de voortgang van de schuldhulp, in begrijpelijke taal. Geef aan wat de inwoner kan verwachten. Benoem daarbij ook potentiële hobbels op weg naar een schuldregeling. Zorg dat de inwoner het einddoel voor ogen blijft houden. d. Informatie over geldproblemen op plaatsen waar mensen komen: wijkcentra, winkels, bibliotheek, huisartsen, voedselbank, scholen, woningcorporaties, inlooplocaties, bedrijven etc. Daarnaast gaan we de sociale media gerichter inzetten om mensen met schulden te bereiken. e. In de communicatie houden we rekening met laaggeletterdheid, bijvoorbeeld door het gebruik van infographics en voorlichtingsvideo’s.

3.4 Inzetten passende voorzieningen In deze paragraaf kijken we naar de meest passende voorzieningen die we in het kader van schuldhulp inzetten. Uitgangspunt daarbij is: licht als het kan, zwaar als het moet en altijd aansluitend bij de situatie van de inwoner. Dat sluit aan bij de strategische visie voor het sociaal domein, waarbij de inzet van de gemeente gericht is op normaliseren en voorkomen dat er (zware) geïndiceerde hulp en ondersteuning nodig is. Voor schuldhulp betekent dit in de eerste plaats dat door het inzetten van algemene voorzieningen zo veel mogelijk wordt voorkomen dat een (dure) schuldregeling nodig is. Bij problematische schulden betekent ‘passend’ dat voor de minst ingrijpende voorziening gekozen wordt. Dat wil zeggen schuldhulp met budgetbeheer wanneer dit kan en iemand op termijn weer financiële zelfredzaamheid kan zijn. Binnen de aangeboden schuldhulp betekent ‘passend’ dat gekozen wordt voor de meest effectieve en efficiënte manier van 22

schuldregelen die perspectief biedt op een schuldenvrije toekomst. We zetten daarbij in op drie trajecten (schuldhulp voor ondernemers, saneringskredieten, intensivering nazorg) en digitaal schuldregelen. Waar mogelijk inzetten van algemene voorzieningen De gemeente maakt een beweging van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen bieden een steuntje in de rug aan inwoners die niet gemakkelijk zelf de weg weten te vinden in onze samenleving en met behulp van lichtere en laagdrempelige ondersteuning kunnen blijven meedoen. Het inzetten van algemene voorzieningen ondersteunt de missie en visie voor het sociaal domein: van zorgen naar zorgen dat. Algemene voorzieningen hebben een preventieve werking op het inzetten van duurdere specialistische ondersteuning in de vorm van (geïndiceerde) maatwerkvoorzieningen. Daardoor leveren ze ook een bijdrage in het terugdringen van kosten in het sociaal domein. Voor schuldhulp betekent dat we aansluiten bij de Nederlandse schuldhulproute (www.nederlandseschuldhulproute.nl). Dat is een digitale toeleiding naar de juiste vorm van schuldhulp aansluitend op de lokale situatie. De toeleidingroute kent een viertal afslagen, oplopend van licht naar zwaar.

Op basis van een toets (Geldfit; Geldfitzakelijk voor ondernemers) worden mensen toegeleid naar zelfhulpsites (eerste afslag), digitale buddies van Geldfiks (tweede afslag) of vrijwillige budgetcoaches in de gemeente (derde afslag) en ten slotte, als laatste afslag, de gemeentelijke schuldhulp. Er is een centraal (landelijk) telefoonnummer, waar wordt doorverwezen naar passende schuldhulp op lokaal niveau. De Nederlandse schuldhulproute is een digitaal hulpmiddel dat de gewenste beweging van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening ondersteunt doordat zij mensen naar de juiste plek toeleidt. Ook voor hulpverleners in het sociaal domein is het een handig hulpmiddel. Schuldhulp als het kan, beschermingsbewind als het moet Mensen met problematische schulden kunnen twee wegen bewandelen. Melding bij de gemeentelijke schuldhulp of beschermingsbewind in verband met problematische schulden aanvragen bij de rechtbank. Beschermingsbewind is een zeer ingrijpende maatregel. De inwoner mag dan niet meer zelfstandig beschikken over geld en goederen. De bewindvoerder richt zich primair op het stabiliseren van de situatie, het zeker stellen van basisvoorzieningen als huur, water, elektra en zorgverzekering. Hij is gemachtigd om belastingaangifte te doen en inkomensvoorzieningen aan te vragen.

Hij heeft ook de mogelijkheid om een koopovereenkomst terug te laten draaien, zodat er geen nieuwe schulden ontstaan. Zodra er sprake is van stabiele financiën is het de taak van de bewindvoerder de klant naar schuldhulp toe te leiden voor een schuldregeling. Van de bewindvoerder wordt ten slotte ook verwacht dat hij financiële zelfredzaamheid van zijn klant bevordert. Het inzetten van beschermingsbewind bij problematische schulden is niet altijd nodig. Ook de gemeentelijke schuldhulp biedt mogelijkheden voor het stabiliseren van de financiën. Dat kan via een stabilisatietraject dat voorafgaat aan het feitelijke schuldregelen en tijdens de schuldregeling zelf. In beide gevallen wordt budgetbeheer ingezet, waarbij de vaste lasten en eventuele andere betalingsverplichtingen worden betaald. Omdat budgetbeheer op vrijwillige basis geschiedt en de budgetbeheerder een koopovereenkomst niet kan terugdraaien, bestaat er bij budgetbeheer een risico op nieuwe schulden. Daarnaast is er een risico dat iemand niet alle inkomensvoorzieningen aanvraagt waarop hij recht heeft. Dat kan ondervangen worden door budgetcoaching in te zetten naast het budgetbeheer. Als iemand voldoende leerbaar en gemotiveerd is om aan zijn 23

budgetvaardigheden te werken, is de route via schuldhulp meer passend en minder ingrijpend dan de route via beschermingsbewind. Bijkomend voordeel is dat er meteen een schuldregeling kan worden opgestart. Niet zelden gebeurt de toeleiding naar schuldhulp door bewindvoerders pas na ruim één jaar, waardoor de duur van schuldenbewinden langer is dan noodzakelijk. Met de invoering van het adviesrecht bij schuldenbewind heeft de gemeente een wettelijk middel in handen om beter te sturen op passende ondersteuning bij problematische schulden van haar inwoners. Doordat de gemeente via het adviesrecht invloed kan uitoefenen op de instroom in (schulden)bewind, worden de uitgaven voor bijzondere bijstand voor beschermingsbewind ook meer beheersbaar. Het is de vraag of het adviesrecht in de huidige vorm – een voorlopige instelling van het bewind - het juiste middel is. Het vraagt om een aparte, door de wetgever strak geprotocolleerde procedure binnen de schuldhulp, die door de betrokken inwoner als belastend ervaren kan worden. Mogelijk kan de keuze tussen schuldhulp en beschermingsbewind naar voren worden gehaald, vóór dat verzoek tot onderbewindstelling wordt gedaan. We willen de invoering van het adviesrecht aangrijpen om tot een betere samenwerking met kwalitatief goede bewindvoerders te komen.

Hierbij is het doel (tijdig) een passende voorziening in zetten bij problematische schulden en daar waar mogelijk de financiële zelfredzaamheid te versterken. We oriënteren ons daarbij op koploper gemeenten die hiermee al zijn gestart, zoals Tilburg en Almere, en waarbij de samenwerking in een convenant is vastgelegd. Bewindvoerders die de genoemde doelstelling onderschrijven (en voldoen aan kwaliteitswaarborgen) kunnen zich hierbij aansluiten. Het adviesrecht zien we dan vooral als een sluitstuk, voor situaties waar de samenwerkingsafspraken niet van toepassing zijn. Uit de pilot Boom blijkt dat 32% van de mensen die in Zutphen (in 2018) onder schuldenbewind staan, leerbaar zijn naar financiële zelfredzaamheid. Dat cijfer komt ongeveer overeen met de eerste bevindingen van de koplopergemeenten. In Zutphen bedraagt het aantal jaarlijks ingestelde schuldenbewinden ongeveer 70. Dat betekent dat de afname van schuldenbewinden beperkt is en dat dit in eerste instantie niet leidt tot een forse daling van uitgaven op de bijzondere bijstand. Mogelijk dat de uitgaven in een later stadium verder dalen als gevolg van een versterkte inzet op financiële zelfredzaamheid binnen alle beschermingsbewinden, waardoor de uitstroom uit bewind sneller plaatsvindt. Effectief en efficiënt schuldregelen a.

Schuldhulpverlening voor ondernemers (SHVO) In de nieuwe Wgs is door de wetgever expliciet benadrukt dat ondernemers, voor zover er sprake is van natuurlijke personen, recht hebben op toegang tot de schuldhulp. Voor het grootste gedeelte zijn dit ZZP-ers. Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) is een voorliggende voorziening voor de schuldhulp, maar de Bbz schiet regelmatig tekort als vangnet. Om te beginnen zijn er ondernemers die geen beroep op de Bbz kunnen doen omdat hun partner inkomen boven bijstandsniveau heeft of omdat zij niet voldoen aan het urencriterium. Wanneer men wel voldoet aan de criteria van de Bbz, is het – als het bedrijf levensvatbaar is - mogelijk en rentedragende lening (Bedrijfskrediet Bbz) af te sluiten voor het afbetalen van schulden. Die lening moet echter volledig worden terugbetaald. Dat is lang niet altijd een haalbare optie. Dan rest voor de ondernemer met schulden feitelijk niets anders dan het bedrijf te beëindigen. Wij gaan Schuldhulpverlening voor ondernemers (SHVO) organiseren, waarbij een minnelijk schuldregeling wordt getroffen voor de totale schuldenlast van een ondernemer met een levensvatbaar bedrijf, zodanig dat dit bedrijf kan blijven voortbestaan. Daarmee creëren we een vangnet voor ondernemers met schulden. We zorgen er voor dat er korte termijn de noodzakelijke kennis, vaardigheden en vergunningen aanwezig zijn bij 24

schuldhulp voor het uitvoeren van SHVO-trajecten en werken hierbij nauw samen met het team Bbz. Gezien de verwachte sterke toeloop bij schuldhulp van met name ondernemers als gevolg van de Coronacrisis, is dit een zinvolle investering in de huidige schuldhulp. We gaan er van uit dat we in 2021 tien trajecten SHVO opstarten. Op basis van de bevindingen stellen we vast wat hiervoor structureel benodigd is. b. Saneringskredieten We zijn in 2020 gestart met het verstrekken van saneringskredieten als alternatief voor schuldbemiddeling. Wij willen hier in de periode 2021-2024 versterkt op inzetten omdat het voor alle betrokken partijen voordelen oplevert en het financiële risico voor de gemeente beperkt is. Een saneringskrediet is een door een stadsbank verstrekt krediet om in één keer een percentage van de totale schuldenlast af te lossen tegen finale kwijting. Wat rest is een aflossingsverplichting van de lening, die een looptijd kent van drie jaar. 

De persoon met schulden is in één keer van al zijn schuldeisers af en houdt één schuldeiser (de kredietbank) over. Dat neemt direct veel stress weg en hij kan werken aan de toekomst. Extra inkomsten uit werk mag hij behouden en worden niet aangewend voor (een verhoogde) aflossing, wat wel het geval is bij schuldbemiddeling. Voor schuldeisers is een saneringskrediet prettig, omdat het meteen duidelijkheid verschaft en zij geen drie jaar moetenwachten voor dat zij het afgesproken bedrag hebben ontvangen. Tegenover een beperkte kans op een (vaak geringe) tussentijdse verhoging van het aflossingsbedrag vanwege hogere inkomsten, staat het voordeel dat zij meteen de boeken kunnen sluiten. De gemeente (schuldhulp) bespaart veel tijd en administratieve lasten omdat er geen mutaties verwerkt moeten worden en geen verplichte jaarlijkse heronderzoeken plaatsvinden. Met deze lagere uitvoeringskosten wordt ruimte gecreëerd voor de uitvoering van andere ambities en verplichtingen in het kader van Wgs, zoals vroegsignalering en schuldhulp voor ondernemers.

Een saneringskrediet maakt het schuldregelen veel effectiever en efficiënter. Het financiële risico voor de gemeente is beperkt. De gemeente staat borg voor het niet nakomen van de betalingsverplichtingen. De praktijk leert dat in 95% van de gevallen het krediet volledig wordt afgelost. Bovendien is een maximum gesteld aan de hoogte van het saneringskrediet van € 10.000,-. Bij schuldregelen is het uitgangspunt dat een saneringskrediet wordt ingezet, tenzij:    

het vrijwel zeker is dat het inkomen wijzigt én dit aanzienlijke gevolgen heeft voor de afloscapaciteit; de situatie van de persoon met schulden niet stabiel genoeg is; de persoon met schulden niet handelingsbekwaam of handelingsbevoegd is en er geen toestemming is van de curator of bewindvoerder; het te verstrekken saneringskrediet boven de € 10.000,- uitkomt

De verwachting is dat we 50%-75% van de schuldregelingen met een saneringskrediet kunnen regelen. c. Nazorg Onze ambitie is om mensen duurzaam schuldenvrij te houden. Daarom kijken we al tijdens het schuldregelen of mensen voldoende financieel zelfredzaam zijn. Zo niet, dan maken we afspraken over (een vorm van) budgetcoaching. Via nazorg houden we gedurende een half jaar nadat iemand 25

een schone lei heeft gekregen, de vinger aan de pols. Met het oog het duurzame effect en preventie, intensiveren we de nazorg:   

verlenging van een half jaar naar een jaar; uitbreiding nazorg naar de (beëindigde) WSNP; mogelijkheid om budgetbeheer in te zetten.

d. Slim digitaal schuldregelen We sluiten aan bij een aantal landelijke ontwikkelingen dat het schuldregelen makkelijker en efficiënter maakt. Het bespaart uitvoeringskosten (m.n. administratiekosten) en versnelt het schuldregelen aanzienlijk, waardoor mensen met schulden sneller weten waar ze aan toe zijn en de kans op uitval kleiner wordt. 

Schuldenknooppunt (NVVK). Digitale communicatie tussen schuldhulp en schuldeisers. Partijen die zich hierbij aansluiten communiceren snel en efficiënt over schuldregelingen. Wanneer daar afspraken over gemaakt zijn, schorten deelnemende partijen in de tussentijd ook incassomaatregelen op. Dat betekent voor de inwoner dat er sneller ‘schuldenrust’ is. Collectief schuldregelen Aan schuldeisers wordt gevraagd op gestandaardiseerde wijze lijsten van klanten af te handelen, in plaats van een geïndividualiseerde beoordeling per klant, en vooraf akkoord te gaan met aangeboden regelingen.

HOOFDSTUK 5 RESULTATEN Meten is weten. Hoe meten we of ons beleid succesvol is? We maken hieronder onderscheid tussen maatschappelijke effecten die we met het schuldenbeleid beogen en prestatie-indicatoren binnen de schuldhulp. Niet alles is uit te drukken in cijfers of meetbare resultaten. Het is ook goed om te vertellen over de voortgang bij de beleidsvoornemens onder de diverse speerpunten. Dit beleidsplan heeft een looptijd van vier jaar. Op het eind van deze periode maken we de balans op. Tussentijds wordt gerapporteerd over de behaalde resultaten en de ontwikkelingen op de beleidsvoornemens. Deze voortgangsrapportage wordt jaarlijks door het college aangeboden aan de raad en kan zo nodig tot tussentijdse bijstelling van het beleidsplan leiden. 5.1 Maatschappelijke effecten 1. Aandeel huishoudens met problematische schulden neemt af van 8,9% naar 6%. Het totaal aan de in deze beleidsnota genoemde maatregelen moet er toe leiden dat er uiteindelijk minder huishoudens zijn met problematische schulden. Daarbij nemen we de CBS-statistiek als uitgangspunt, dat is een objectief referentiepunt. Een schuldenvrije gemeente is vooralsnog geen realistische ambitie voor de komende jaren. Een daling van 8,9% naar 6% lijkt meer realistisch. 2. Het aantal schuldenbewinden neemt met 30% af.

Door betere samenwerking met bewindvoerders en de rechtbank willen we voorkomen dat mensen met problematische schulden in bewind komen als dat niet nodig is en het inzetten van een lichtere voorziening passend is en minder ingrijpend. Waar mogelijk willen we dit doen zonder gebruik te maken van het gemeentelijk adviesrecht bij schuldenbewind. Met kwalitatief goede bewindvoerders maken we hierover afspraken. 26

3. Er vinden (bijna) geen huisuitzettingen plaats vanwege huurschulden Als gevolg van de samenwerking van Ieder1 met Perspectief bij huurschulden is het aantal huisuitzettingen vanwege schulden de afgelopen jaren fors gedaald. In 2020 waren er geen huisuitzettingen vanwege schulden bij Ieder1. In het kader van de vroegsignalering maken we hierover ook afspraken met andere woningbouwverenigingen en particuliere verhuurders, zodat er er in Zutphen (bijna) geen huisuitzettingen vanwege schulden plaatsvinden. 4. De instroom in het wanbetalersregime neemt elk jaar met 50% af. Onze inzet is om via vroegsignalering instroom in het wanbetalersregeling te voorkomen. Wij vinden het belangrijk dat mensen goed verzekerd zijn tegen zorgkosten en willen zorgmijding voorkomen. 5.2 Prestatie-indicatoren schuldhulp 1. 15 % van de ontvangen signalen van betalingsachterstanden leidt tot een eerste gesprek. Op jaarbasis zijn er naar verwachting ruim 3000 signalen van betalingsachterstanden op het gebied van huur, energie, water en zorgverzekering. Aan al deze huishoudens doen we aanbod voor een gesprek over schuld hulp. Dit leidt niet noodzakelijk tot een aanvraag schuld hulpverlening. Naar verwachting is in veel gevallen advisering of doorverwijzing naar bijvoorbeeld Schuld hulp maatje voldoende (en waar nodig beschermingsbewind). 2. 80% van de plannen van aanpak wordt succesvol afgesloten. 3.

90% van de beëindigde schuldregelingen wordt succesvol afgesloten. Geringe uitval als gevolg van ontzorgen in de intakefase, een duidelijk plan van aanpak (afspraken en verwachtingen zijn helder), inzetten saneringskredieten (snellere sanering), betere ondersteuning tijdens het traject en een snellere schuldhulp door collectief schuldregelen en het Schuldenknooppunt. We meten dit op twee momenten. Ten eerste kijken we naar het al of niet succesvol afsluiten van de plannen van aanpak. Dat zegt vooral of de fase voorafgaand aan de totstandkoming van een schuldregeling succesvol doorlopen is en verschaft inzicht in mogelijke redenen van uitval. Ten tweede kijken we naar de jaarlijks beëindigde schuldregelingen en saneringskredieten. Dat geeft aan of tot de schuldregeling ook tot een schone lei heeft geleid. 4. 80% van de trajecten budgetcoaching leidt tot financiële zelfredzaamheid. In alle fasen van financiële problematiek zetten we wanneer dat nodig is (een vorm van) budgetcoaching in. Van deze trajecten is 80% succesvol. Dat wil zeggen dat de deelnemers na afloop in staat zijn hun financiën (weer) zelf te regelen. Op deze manier krijgen we ook beter inzicht in de succes- en faalfactoren en kunnen we de budgetcoaching optimaliseren. 5. Klanttevredenheid. Bij een mensgerichte schuldhulp is een ‘klantvredenheidsonderzoek’ een onmisbare prestatieindicator.

Dit onderzoek geeft inzicht in de kwaliteit van de aangeboden dienstverlening en levert belangrijke input op om deze zo nodig te verbeteren. Belangrijker dan hier een streefcijfer aan te hangen, vinden we het om de bevindingen van het onderzoek inhoudelijk te bespreken en eventueel aanbevelingen tot verbetering te doen.

27

BIJLAGE 1 FINANCIËN EN PLANNING Voor 2021 is er voldoende dekking voor het nieuwe beleid vanuit de beschikbare budgetten in de programmabegroting: loonsom, (werk)budget SDV, intensiveringsgelden armoede en schulden, de subsidies Thematafel Armoede en schulden en het minimabeleid. Het nieuwe schuldenbeleid wordt in stappen uitgevoerd, met prioriteit voor vroegsignalering en de schuldhulp voor ondernemers. Daardoor is het beschikbare budget vanuit de intensiveringsgelden en het minimabeleid toereikend om het nieuwe beleid Schuldhulp te implementeren (€ 193.000). Voor de jaren 2022-2024 is aanvullende dekking nodig. Op basis van het verwachte aantal signalen en meldingen als gevolg van de vroegsignalering (zie hoofdstuk 3.3). Er is dan extra formatie nodig ter hoogte van ongeveer € 300.000,-. Hiervan kan maximaal € 137.000,- uit de intensiveringsgelden gefinancierd worden. Het werkbudget SDV is (structureel) toereikend om nieuwe abonnementen voor digitale ondersteuning bij het slimmer schuldregelen en het inzetten van algemene voorzieningen te financieren. Speerpunt 1 1.1

1.2 1.3 2 2.1 2.2 2.3 3 3.1 3.2

3.3 4 4.1 4.2 4.3

Omschrijving Schuldpreventie Preventie-aanpak -preventieaanpak(1) -materialen preventie Budgetcoaching (SHM) (3) Financiële educatie jongeren Vroegsignalering Vroegsignalering Wgs (2021) Signalering door partners Versterken integrale aanpak Schuldhulp zonder drempels Laagdrempelige toegang -investering vindplaatsen Aanvraagproces -ontsluiting brongegevens -stress-sensitief werken Communicatie impuls (4) Passende voorziening Algemene voorzieningen -Schuldhulproute Schuldhulp als het kan -adviesrecht/budgetbeheer Effectief schuldregelen -pilot Sh ondernemers -borgstelling saneringkrediet -collectief schuldregelen -Schuldenknooppunt -brongegevens gebruiken -RIS vroegsignalering

Kosten

Structureel

Dekking 2021

Planning

p.m. € 10.000,€ 50.000,€ 10.000,-

Ja Ja Ja ja

Intensivering Budget SDV Thematafel Budget SDV

2021 Q3 2021-24 2021 Q3

p.m. p.m. p.m.

Nee Ja Ja

Intensivering Loonsom Loonsom

2021 Q1 2021 Q2 2021 Q3

€ 11.000,-

Nee

Intensivering

2021 Q3

€ 10.000,p.m. € 10.000

Nee Ja Nee

Intensivering Loonsom Intensivering

2021 Q1 2021-24 2021 Q2

€ 4.000,-

Ja

Budget SDV

2021-24

p.m.

Ja

Intensivering

2021 Q2

10.000 p.m. € 4.000 € 4.000 € 4.000 € 12.000

Nee Ja Ja Ja Ja Ja

Intensivering (5) Budget SDV Budget SDV Budget SDV Budget SDV

2021 Q1 2021-24 2021-24 2021-24 2021-24 2021-24

(1) Preventiemedewerker: o.a coördinatie op preventieaanpak, vroegsignalering, adviesrecht (2) Werkbudget preventie: inclusief materialen tbv financiële educatie jongeren. (3) Binnen de financiële kaders van de thematafel Armoede en schulden kunnen eventueel nieuwe subsidieafspraken gemaakt worden over de verhoging van het aantal trajecten budgetcoaching (4) In 2021 wordt extra geïnvesteerd in communicatie. Vanaf 2022 vanuit bedrijfsvoering communicatie. (5) In de jaarrekening wordt conform artikel 50 en 57 van het BBV de borgstellingen opgenomen als niet uit de balans blijkende verplichtingen. Dit houdt in dat er geen middelen gereserveerd worden, maar mocht er in 2021 een beroep gedaan worden op de borgstelling dan nemen we dit mee in de budget en rapporteren we hierover in de Burap.

28

BIJLAGE 2 KWALITEITSBORGING Artikel 2 lid 4 van de Wgs schrijft voor dat in het beleidsplan is opgenomen welke maatregelen worden genomen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd. Wij geven aan de kwaliteitsborging de volgende invulling: Lidmaatschap van de branchevereniging NVVK Dit lidmaatschap betekent onder andere dat gedragscodes van de NVVK worden nageleefd en sprake is van organisatiecertificering NEN 8048. Driejaarlijks vindt een audit plaats, waarin wordt gekeken of de schuldhulp aan de eisen van het lidmaatschap voldoet. Daarbij wordt ook gekeken naar de inrichting van de werkprocessen en de klanttevredenheid. Werkprocessen op orde Naar aanleiding van de nieuwe Wgs en de nieuwe schuldenwetten zijn de werkprocessen schuldhulp geactualiseerd en AVG-proof ingericht. Het intakeproces en het proces vroegsignalering is ingericht conform de Wgs en het Landelijks Convenant Vroegsignalering. De gegevensuitwisseling geschiedt op basis van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening van 6 juli 2020. Monitoring De monitoring van de processen, producten en resultaten is in overeenstemming met de benchmark Armoede en schulden van Divosa/Stimulansz en de uitvraag van de NVVK. Vakkundigheid van de schuldhulpverleners Alle medewerkers schuldhulp zijn ervaren, goed geschoolde medewerkers.

Er vindt regelmatig bijscholing plaats, bijvoorbeeld in verband met schuldhulp voor ondernemers of preventie. Naast het actualiseren van kennis is er aandacht voor gespreksvaardigheden die passen bij een stresssensitieve dienstverlening. Ook is er aandacht voor het (herkennen van) laaggeletterdheid en verstandelijke beperkingen. De plannen van aanpak worden getoetst op basis van het vier-ogenprincipe en zijn transparant opgesteld, zodanig dat zij de aanvragers houvast geven om het schuldhulptraject succesvol te doorlopen. Vakmanschap van vrijwilligers Alle vrijwilligers van SchuldHulpMaatje hebben een driedaagse (landelijke) opleiding gevolgd, waarin aandacht wordt besteed aan zowel kennis van schulden(problematiek) als gedragsmatige aspecten. Er vindt regelmatig bijscholing plaats en er zijn maandelijks intervisiebijeenkomsten. Klanttevredenheid We voeren in de beleidsperiode 2021-2024 minimaal één keer een klanttevredenheidonderzoek uit. Naast de gemeentelijke schuldhulp betrekken we daarbij ook de activiteiten van (keten)partners die mede uitvoering geven aan dit beleidsplan. Voortgangsrapportage aan de raad Dit beleidsplan vormt de basis voor de inrichting en uitvoering van schuldhulp in Zutphen voor de periode 2021-2024. Er wordt tussentijds - jaarlijks - aan de raad gerapporteerd over de voortgang van de beleidsvoornemens en relevante ontwikkelingen.

29

BIJLAGE 3 SCHULDHULP ZUTPHEN 2017-2020 IN CIJFERS Tabel 1 Producten schuldhulp 2017

2018

2019

2020

Aantal aanmeldingen (1)

241

291

192

168

Aantal aanvragen (2)

142

180

97

83

Aantal klanten DFD(3)

14

47

28

9

Klanten stabilisatie (4)

32

35

10

14

Klanten budgetbeheer (5)

78

98

102

66

Schuldregeling (6)

224

327

327

250

Aantal klanten Wsnp (7)

9

6

6

6

Aantal klanten nazorg (8)

70

105

112

129

(1) De schuldhulp start als een inwoner zich meldt voor ondersteuning bij het vinden van een oplossing voor zijn of haar schuldenproblematiek. Bij de aanmelding wordt de hulpvraag van de inwoner en de informatie die noodzakelijk is voor het vervolg van de hulpverlening geregistreerd. Het gaat om het aantal unieke personen dat zich in dat jaar gemeld heeft. (2) Bij een aanvraag doet een inwoner een formele aanvraag tot toelating in de schuldhulp. Dat gebeurt bij de intake. Een aanvraag leidt in principe tot een toekenning (plan van aanpak) of een afwijzing. (3) De schuldhulp kan Duurzame Financiële Dienstverlening (DFD) inzetten als het door omstandigheden (nog) niet mogelijk is om een adequate en duurzame oplossing voor de schuldenproblematiek te vinden. Het doel van DFD is het in evenwicht brengen en houden van de inkomsten en uitgaven van de inwoner. Anders dan het product stabilisatie leidt DFD niet expliciet tot een schuldregeling. (4) Stabilisatie is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar. Hierbij is het van belang dat inkomsten worden gemaximaliseerd, de uitgaven tot het minimum worden beperkt, er geen crisis is en de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. Als dit is bereikt kan een betalingsregeling of een schuldregeling (zie onder 7) worden opgezet. Het stabilisatietraject kent in beginsel een maximale tijdsduur van vier maanden.

(5) Budgetbeheer: het garanderen dat betalingen tijdig gedaan worden en dat er geen (nieuwe) schulden of achterstanden ontstaan. Dit heeft minimaal betrekking op huur/hypotheek, nutsvoorzieningen en wettelijk verplichte verzekeringen. (6) Een (minnelijke) schuldregeling bestaat uit een saneringskrediet of schuldbemiddeling. Een saneringskrediet is het ineens afkopen van de totale schuldenlast tegen finale kwijting, op basis van betaling van een percentage van de totale schuldenlast. Een schuldbemiddeling is een gedeeltelijk terugbetalen van de totale schuldenlast naar draagkracht tegen finale kwijting en/of ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. De cijfers in de tabel betreffen schuldbemiddelingen. (7) Als het de klant met behulp van de schuldhulp niet lukt om een adequate en duurzame oplossing te vinden voor de schuldenproblematiek, kan de schuldhulp de klant doorverwijzen naar de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). (8) De schuldhulp zet nazorg in om te voorkomen dat klanten na afloop van de schuldhulp opnieuw met (problematische) schulden te maken krijgen. Het doel van nazorg is het voorkomen van recidive.

Tabel 2 Bijzondere bijstand voor beschermingsbewind in Zutphen 2018

2019

2020

Dossiers bijz. bijstand

878

894

850

Uitgaven bijz.bijstand

1.148.431

1.184.364

1.173.788

Wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft om de kosten van beschermingsbewind te betalen kan voor deze kosten bijzondere bijstand worden verstrekt. In Zutphen bedraagt het percentage schuldenbewinden op het totaal aantal beschermingsbewinden waarvoor bijzondere bijstand wordt verstrekt ongeveer 8-9%.

30

BIJLAGE 4 OVERZICHT WETTELIJKE VERPLICHTINGEN EN KEUZEMOGELIJKHEDEN Wat moeten we doen? [wet] Aanbieden integrale schuldhulp aan inwoners van de gemeente met problematische schulden. In Wgs 2021 is expliciet benoemd dat ondernemers niet uitgesloten worden. Preventie

Wat mogen we doen Optie binnen wet Niet toelaten tot schuldhulp bij fraude en recidive

Beleidsplan schuldhulp minimaal 1x 4 jaar, vastgesteld door raad

Tussentijds aanpassen

Optimalisering schuldenbeleid

Aanbieden gesprek schuldhulp bij signalen betalingsachterstanden huur, energie etc.

Vorm is vrij

Voorkomen escalatie naar problematische schulden, eerder bereiken

Tussen melding en eerste gesprek is maximaal 4 weken. Crisisinterventie binnen 3 dagen Tussen aanvraag en plan van aanpak maximaal 8 weken Toelating, beperkt aantal weigeringsgronden

Mag korter, vastleggen in beleidsplan

Een effectieve schuldhulp

Beleid m.b.t gezinnen met kinderen

Zelf invullen

Niet nader omschreven

Wat willen we?

Wat gaan we doen?

-Laagdrempelige schuldhulp aanbieden aan mensen die gemotiveerd zijn om hun schulden op te lossen. Maatwerk bieden. -Schuldhulp voor ondernemers. Meer inzet op het voorkomen van schulden

-Individueel plan van aanpak opstellen (sociaal domein breed) -Schuldhulp voor ondernemers -Beleidsvoorschriften aanpassen.

Mag korter, vastleggen in verordening

Helder plan van aanpak

Niet toelaten tot schuldhulp mogelijk bij fraude en recidive

Maatwerk . Toelaten bij fraude en recidive bij geringe verwijtbaarheid en goede motivatie Extra aandacht voor kinderen die opgroeien in armoede en schulden

Kwaliteitsborging

Vereenvoudigde beslagvrije voet hanteren Adviesrecht schuldenbewind (

Minder (kosten voor) schuldenbewind Passende voorziening

-Coördinatie op preventie -Budgetcoaching -Communicatie met nadruk op klantbeleving -Schuldhulproute Speerpunten: preventie, vroegsignalering, geen drempels, passende voorziening inzetten. -Er op af (huisbezoek) -Vergroten signalerend vermogen partners -Integrale aanpak sociaal domein Maximale termijn hanteren Crisisinterventie binnen 3 dagen Maximale termijn hanteren Beleidsvoorschriften conform aanpassen

-Geen huisuitzettingen bij kinderen vanwege schuldenproblematiek -Kindpakket bij eerste gesprek bespreken. Lidmaatschap NVVK Kwaliteitsmedewerker Schuldhulp voor ondernemers Klanttevredenheid Vereenvoudigde beslagvrije voet in plan van aanpak Convenant met bewindvoerders Adviesrecht als sluitstuk

31

BIJLAGE 5 PUBLICATIES

Beleid Rijksoverheid -Actieplan Brede schuldenaanpak (Ministerie SZW, 2018). -Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening, 6-7-2020 (Staatsblad 2020, 240). -Memorie van toelichting bij Wijziging van Boek 1 Burgerlijk Wetboek teneinde te voorzien in een adviesrecht voor gemeenten bij de procedure rond beschermingsbewind wegens problematische schulden (Handelingen Tweede Kamer, 2019-2020, 35428, nr. 3). -Memorie van toelichting bij Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ten behoeve van de uitwisseling van persoonsgegevens (Handelingen Tweede Kamer, 2019-2020, 14-10-20). -www.komuitjeschulden.nl (overheidscampagne schulden). Beleid Zutphen -Afwegingskader algemene voorzieningen sociaal domein (B&W Zutphen, 15-9-2020). -Beleidsplan Armoede en schulden 2017-2020 (Gemeenteraad Zutphen, 3-7-2017). -Evaluatie Pilot Budgetondersteuning op maat (B&W 2-4-2019, = bijlage bij Memo Beschermingsbewind). -Memo Gemeenteraad Motie Beschermingsbewind. Onderzoek n.a.v. de motie M38 (B&W Zutphen, 2-4-2019). -Strategische visie sociaal domein Zutphen ‘een sterke inclusieve samenleving’ B&W Zutphen, 24-32020). -Ëcht doen wat nodig is. Aan de slag met preventie (Jeugdpreventieplan Zutphen, 2019). Onderzoeksrapporten -Aanpak problematische schulden (rapport Algemene Rekenkamer, 2017). -Burgerperspectief op schuldhulpverlening.

Een onderzoek naar de ervaringen van burgers met gemeentelijke schuldhulpverlening (Nationale ombudsman, 2016). -Duurzame verbetering van gezond financieel gedrag. Droom of werkelijkheid? (WRR, 2016). -Effectiviteit van vrijwilligers in de schuldhulpverlening (Saxion Hogeschool). -Gemeenten zetten de schouders eronder. Transitie naar effectieve stabilisatie vraagt om vergelijkbare data en sturing op klantbeleving (Purpose, Schouders Eronder, 2019). -Hindernisbaan zonder finish. Een onderzoek naar knelpunten in de toegang tot de Wet schudsanering natuurlijke personen (Nationale Ombudsman, 2020). -Mobility Mentoring. Hoe inzichten uit hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden (Platform 31/Hogeschool Utrecht, 2017). -Monitor financieel gedrag 2019 (Nibud 2020). -Onoplosbare schuldsituaties (N. Jungmann e.a., Hogeschool Utrecht, NVVK, 2017).

32

-Een open deur? Onderzoek naar de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening onder 251 Nederlandse gemeenten (Nationale ombudsman, 2018). -Op weg naar financiële zelfredzaamheid. Rode draden inspectieonderzoeken schuldhulpverlening en aandachtspunten vervolgonderzoek (Inspectie SZW, 2020). -Preventiebundel. Acht werkwijzers voor effectieve schuldpreventie (Hogeschool Utrecht, 2017). -Saneren versus bemiddelen. Onderzoek naar de meerwaarde van schuldsaneren en een Borgfonds (M. Schut, 2018). -Toegankelijheid schuldhulpverlening 2017, Inspectie SZW, 2018). -Vroegsignalering problematische schulden door gemeenten. Verkennende studie (Inspectie SZW, 2016). -Vroegsignalering schulden, lessen uit de praktijk (rapport voor Schouders Eronder, 2018). -Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op raadzaamheid (WRR, 2017). Handleidingen VNG, DIvosa, Stimulansz, NVVK, Schouders Eronder -Aandachtspunten beleid. Beleidsruimte bij de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (VNG, 2020). -De eindjes aan elkaar knopen. Cruciale vragen bij financiële problematiek in de wijk (Platform 31, 2017). -Leidraad prioriteren en opvolgen vroegsignalen. Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening(VNG, 2020). -De regierol van gemeenten bij schuldenbewind (VNG, 2019). -Vroegsignalering schulden.

Lessen uit de praktijk (rapport voor Schouders Eronder, 2018). -Wat werkt bij schuldhulpverlening? (Movisie). -Werkwijzer Ondernemers en schulden (Schouders Eronder, 2019). -Wetswijzigingen in het schuldendomein (VNG, 2020).

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=5d7126fa-05ef-400c-b442-69841d4e09de