CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJ 2 Verkennend bodem- en asbestbodemonderzoek

Raadsvergadering 25 april 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Lunette Eiland, eerste herziening23.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Lunettestraat 1-13 - Zutphen

Opdrachtgever: BJZ.NU Locatie: Lunette eiland Lunettestraat 1-13 7204 NK Zutphen Oktober 2019

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Lunettestraat 1-13 - Zutphen

Opdrachtgever: BJZ.NU Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo Locatie: Lunette eiland Lunettestraat 1-13 7204 NK Zutphen Projectcode: 19052910 Rapportagedatum: 23 oktober 2019 Auteur: ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

9 9 9 12 13 13 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

15

6

Literatuur en bronvermelding

17

2

3

4

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek De klinker, augustus 1997 Boorplan verkennend bodemonderzoek Ecopart, juni 2012 Boorplan aanvullend bodemonderzoek Ecopart, oktober 2012 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2019 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten en concentratieberekening asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU op een terrein aan de Lunettestraat 1-13 te Zutphen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande verkoop van de kavels voor nieuwbouwwoningen op het Lunette eiland. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de locatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017.

De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in september 2019 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 1 van 17

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen op Lunette eiland aan de Lunettestraat 1-13, in het Waterkwartier in de kern van Zutphen, ongeveer 1 kilometer ten zuidoosten van het oude stadscentrum, naast de nieuwbouwlocaties ‘Lunettentuin’ en ‘Hart van de Wijk’. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 211.057 en y = 461.026 en is kadastraal bekend als gemeente Zutphen sectie C, nummers 3763 en 3764. De Lunettestraat is ten westen van de onderzoekslocatie gelegen, de Vijfmorgenstraat ten zuiden en de Van ’t Hulstraat ten oosten. Bebouwing en verharding Op de locatie was een gevangenis aanwezig. Een groot gedeelte hiervan is in 2017 gesloopt en is momenteel braakliggend. De directeurswoning en 5 dienstwoningen blijven behouden in de toekomstige situatie. Momenteel is de onderzoekslocatie deels bebouwd en onverhard (zand en deels onkruid). Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van woningen. Het bodemonderzoek dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en onverhard en omvat 13000 m². De onderzoekslocatie wordt Lunette eiland genoemd. In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven, zijn de boorplannen van eerdere bodemonderzoeken en is het boorplan van Kruse Milieu BV van oktober 2019 opgenomen.

2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (de heer N. Broekhuis van BJZ.NU), de initiatiefnemer (de heer A. Pierik van BijOnt) en de gemeente Zutphen. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige bestemming. Op de onderzoekslocatie stond tot 2017 een jeugdgevangenis die in 1882-1883 is gebouwd. In 2008 werd de gevangenis gesloten. - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie nabij de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag is een ondergrondse olietank aanwezig geweest. - Er waren op het oostelijk deel van de huidige onderzoekslocatie verdachte deellocaties aanwezig (een voormalige schildersafdeling en een metaalbewerking). Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie was een werkplaats en een bestrijdingsmiddelenopslag aanwezig. Door het egaliseren van het terrein zijn deze verdachte deellocaties niet meer te onderzoeken.

- Voor zover bekend is verder het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. Bij de aanleg van de grachten om het gevangeniscomplex, die nog aanwezig zijn, is gebruik gemaakt van oude vestingsgrachten. De grachten zijn enkele jaren geleden uitgebaggerd. Na de sloop van een gedeelte van het gevangeniscomplex is de grond geëgaliseerd. - Aan de oostzijde van het pand is een gronddepot opgeslagen. Het depot valt buiten de scope van het bodemonderzoek. Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 2 van 17

- Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. Eventuele asbesthoudende materialen die zijn toegepast in de voormalige panden zijn voor de sloop in 2017 gesaneerd. Op de asbestsignaleringskaart van de provincie Gelderland is weergegeven dat er een kleine kans is op aanwezigheid van asbest in de bodem. - Er zijn eerder bodemonderzoeken uitgevoerd welke de huidige onderzoekslocatie overlappen. Deze worden hieronder nader toegelicht: De klinker Milieu Adviesbureau, Verkennend bodemonderzoek Lunettestraat 1 en 3 te Zutphen, d.d. 13 augustus 1997, rapportnummer 970304LZ.511 Het rapport is door ons bureau niet ingezien. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de gevangenis en ter plaatse van de voormalige sportvelden (ten oosten van de gevangenis). Het boorplan is opgenomen in bijlage I. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Ter plaatse van de werkplaats is de bovengrond licht verontreinigd met minerale olie en EOX is in een verhoogd gehalte aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, trichlooretheen, minerale olie en fenolindex.

Ter plaatse van de schildersafdeling met spuitcabine is de bovengrond sterk verontreinigd met kwik en is EOX en kwik in een licht verhoogd gehalte aangetroffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd met chroom en tolueen. Ter plaatse van de metaalbewerking is in de bovengrond geen verontreiniging aangetroffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd met chroom en tetrachlooretheen. Ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse olietank nabij de bestrijdingsmiddelen opslag bleek de ondergrond sterk verontreinigd met minerale olie. Ter plaatse van het terrein ten oosten van de huidige onderzoekslocatie is de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, koper, lood, zink, kwik, PAK en EOX. In de ondergrond zijn plaatselijk koper, lood en zink in sterk verhoogde gehalten gemeten, arseen is matig verhoogd en cadmium, chroom, nikkel, kwik en EOX zijn licht verhoogd. Ter plaatse van de voormalige sportvelden is stortmateriaal aangetroffen Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met arseen, zink, chroom, cadmium, nikkel, benzeen en fenolindex. De klinker Milieu Adviesbureau, Nader bodemonderzoek Lunettestraat 1 en 3 te Zutphen, d.d. 26 januari 1998, projectcode 970304LZ.310 Het rapport is door ons bureau niet ingezien. Het nader onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de voormalige sportvelden en ter plaatse van de schildersafdeling met spuitcabine.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Ter plaatse van de schildersafdeling met spuitcabine is in één bovengrondmonster een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Geconcludeerd werd dat het sterk verhoogd loodgehalte van augustus 1997 mogelijk veroorzaakt is door inhomogeniteiten. Ter plaatse van de sportvelden blijkt een voormalige sloot gedempt en een lager gelegen terreindeel opgehoogd te zijn met stortmateriaal. Ter plaatse van de voormalige tank nabij de bestrijdingsmiddelenopslag is gesteld dat de minerale olie verontreiniging als niet-ernstig kan worden beschouwd. De hoeveelheid verontreinigde grond wordt geschat op 15 m3. Ecopart B.V., Verkennend bodemonderzoek Lunettestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11 en 13 te Zutphen, d.d. 25 juni 2012, projectnummer 15601, versie 1.0 De aanleiding van het onderzoek is voorgenomen herziening van het bestemmingsplan. Het boorplan is opgenomen in bijlage I. Uit de resultaten van het onderzoek bleek het volgende: In de bovengrond is een lichte verontreiniging aangetroffen met lood, zink, kwik, kobalt en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK. Ter plaatse van boring B18 (1.7 - 2.0 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte aan koper en zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, lood en zink aangetroffen. Mogelijk is het sterk verhoogde gehalte te relateren aan de sterke bijmenging met kooltjes. Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 3 van 17

Ecopart B.V., Aanvullend bodemonderzoek Lunettestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11 en 13 te Zutphen, d.d. 8 oktober 2012, kenmerk 15662 De aanleiding van het aanvullende onderzoek is het bepalen van de omvang van de sterke verontreiniging met koper ter plaatse van boring B18 (Rapport Ecopart van 25 juni 2012). Het boorplan is opgenomen in bijlage I. Uit de resultaten van het onderzoek bleek het volgende: In de ondergrond ter plaatse van voormalige boring B18 (1.7 - 2.0 m-mv) is boring NA1.4 (1.4 - 1.9 m-mv) koper in een licht verhoogd gehalte aangetoond. Het sterk verhoogde kopergehalte van juni 2012 wordt niet bevestigd. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

De regionale geohydrologische situatie rond de locatie is als volgt: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 9 meter boven NAP. - De bodem bestaat overwegend uit ooivaag- en poldervaaggronden op zand welke zijn opgebouwd uit zware zavel en lichte klei. - Het watervoerende pakker wordt gevormd door siltig, matig grof zand. - De grondwaterspiegel bevond zich ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 3.0 meter onder het maaiveld. - Het freatische grondwater stroomt in westelijke richting. - De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsbied. - Aan de noord-, west- en zuidzijde ligt een gracht direct om de onderzoekslocatie. Op circa 600 meter ten oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich een vijver. Op circa 1 kilometer ten westen bevindt zich de IJssel. De richting van de grondwaterstromen kunnen plaatselijk worden beïnvloed door een drainerende werking van deze wateren.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 4 van 17

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Het boorplan is op 5 september 2019 goedgekeurd door de heer N. ten Bokkel van gemeente Zutphen. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Tevens dient te worden vermeld dat in overleg met de opdrachtgever is besloten geen inpandige boringen te verrichten, aangezien het pand nog in gebruik is of blijft. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit.

In de norm NEN 5740 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Tevens blijkt uit het vooronderzoek dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten. Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. In het kader van de mogelijke afvoer van vrijkomende grond is in het kader van het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” inzicht gewenst in de aanwezigheid van PFAS. In overleg met de gemeente Zutphen wordt de bovengrond onderzocht op PFAS. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem.

Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 5 van 17

Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.

Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van het oppervlakte van 13000 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie worden afgeleid dat er 23 boringen dienen te worden verricht, waarvan 16 tot 0.5 meter en 7 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er worden 2 boringen overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt met peilbuizen ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. In het kader van het onderzoek op de aanwezigheid van PFAS, worden van de bovengrond grepen genomen. Hiervan wordt 1 mengmonster samengesteld voor de PFAS-analyse. Van elke boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA Testing in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 6 (meng)monsters (waarvan 1 mengmonster op PFAS) samengesteld en er worden 2 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. Op verzoek van de gemeente Zutphen worden de grond- en grondwatermonsters extra onderzocht op arseen. Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 6 van 17

De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (3x) Ondergrond (2x)

Zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (1x)

PFAS en droge stof

Grondwater (2x)

Zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Indien visueel asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. De eventuele monsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA Testing in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 7 van 17

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de PFAS analyse worden getoetst aan de achtergrondwaarden uit het ”Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie”. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De eventuele resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 8 van 17

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en in paragraaf 4.6 besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in september 2019 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en J. Hartman, beide zijn veldwerkers conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08), en de heer N. Pepping. Er zijn op 17 september 2019, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuizen, 2 boringen verricht. Deze boringen (1 en 2) zijn vervolgens met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond, waarna deze zijn afgewerkt tot peilbuizen. Er zijn geen grondmonsters genomen uit de boringen 1 en 2 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. De boringen 1 en 2 zijn op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A en 2A). Op 30 september 2019 zijn de geplande boringen vervangen door inspectiegaten, vanwege het aangetroffen puin bij het plaatsen van de peilbuizen. Er zijn in totaal 26 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop): De inspectiegaten 1A, 2A en 3 t/m 7 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van puin en onkruid, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag).

Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal matig fijn tot matig grof zand. Rond 1.50 meter diepte is een sterk zandige leemlaag aanwezig. In de ondergrond zijn roesten oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen, die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 9 van 17

Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv)

1

0 - 1.0 1.0 - 1.5

Zwak puin Sporen kolengruis

1A

0 - 1.0 1.0 - 1.5

Zwak puin Sporen kolengruis

3

0 - 0.3 0.3 - 1.2 1.55 - 1.75

Sporen puin en sporen kolengruis Sporen puin Sporen baksteen en sporen kolengruis

4

0 - 0.65 1.35 - 1.55

Sporen puin Sporen baksteen en sporen kolengruis

5, 15, 17, 18 en 20

0 - 0.5

Waarneming

Sporen puin

6

0 - 0.5 0.5 - 1.0 1.0 - 2.0

Resten puin Matig puin Sporen puin

7

0.25 - 1.25

Sporen sintels en sporen puin

8

0.08 - 1.0

Sporen sintels en sporen puin

9, 10, 11, 14, 24, 0 - 0.5 25 en 26

Resten puin

12

0 - 0.5

Matig puin

13

0.25 - 0.5

Sporen sintels, sporen metaal en sporen puin

16

0 - 0.5

Matig puin en veel puin op het maaiveld

19

0 - 0.5

Resten puin en sporen slakken

21

0 - 0.5

Sporen puin en gestaakt op puin

22

0 - 0.5

Sporen baksteen

23

0.12 - 1.0

Sporen sintels en sporen puin

24, 25 en 26

0 - 0.5

Resten puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Vanwege de aanwezigheid van puin in de bovengrond zijn aanvullende asbestanalyses uitgevoerd. Conform NEN 5707 worden voor een oppervlakte van circa 13000 m2 5 mengmonsters van de fijne fractie geanalyseerd op asbest. In het kader van het onderzoek op PFAS is één mengmonster van de bovengrond samengesteld.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 10 van 17

Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG I

3 7 8 13 23

0 - 0.3 0.25 - 0.75 0.08 - 0.5 0.25 - 0.5 0.12 - 0.5

Standaard pakket + As

BG II

6, 9, 10, 11, 12, 14, 16 en 19

0 - 0.5

Standaard pakket + As

BG III

4, 5, 15, 17, 18, 20, 21 en 22

0 - 0.5

Standaard pakket + As

OG I

2A 3 4 4 5 5 6

1.1 - 1.6 1.2 - 1.55 0.65 - 1.15 1.55 - 2.0 0.5 - 1.0 1.5 - 2.0 2.0 - 2.2

Standaard pakket + As

OG II

1A 3 4

1.0 - 1.5 1.55 - 1.75 1.35 - 1.55

Standaard pakket + As

MM FF - A

7 8 13 22 23

0.25 - 0.75 0.08 - 0.5 0.25 - 0.5 0 - 0.5 0.12 - 0.5

Asbest

MM FF - B

5, 6, 15, 20 en 21

0 - 0.5

Asbest

MM FF - C

1A, 16 t/m 19

0 - 0.5

Asbest

MM FF - D

2A, 10, 12, 24 en 25

0 - 0.5

Asbest

MM FF - E

3 4, 9, 11, 14 en 26

0 - 0.3 0 - 0.5

Asbest

BG - MM1

1A, 2A, 3 t/m 6, 8 t/m 12 en 19 t/m 22

0 - 0.5

PFAS

De inspectiegaten 1 en 2 zijn doorgezet tot circa 4.70 en 5.00 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filter-kous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 30 september 2019 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 11 van 17

Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Filterstelling Grondwaterstand (m-mv) (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

3.70 - 4.70

3.00

6.8

620

9.8

Goed

PB 2

4.00 - 5.00

3.42

6.8

575

7.5

Goed

Peilbuis

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden normaal geacht. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de boven- en ondergrond en in het grondwater zijn enkele van de onderzochte stoffen in verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de grond- en grondwatermonsters zijn geen verhoogde gehalten aan arseen aangetoond. In het monster BG - MM1 zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden uit het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie”. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster

1

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

Bovengrond (BG I)

Kwik Lood PAK

0.174 59 3.0

0.2333 * 88.14 * 3.035 *

0.15 50 1.5

36 530 40

Bovengrond (BG II)

Kwik Lood Zink

0.12 46 91

0.1665 * 69.57 * 194.2 *

0.15 50 140

36 530 720

Bovengrond (BG III)

Kwik Lood

0.17 47

0.2344 * 70.58 *

0.15 50

36 530

Ondergrond (OG I)

Zink

68

149.2 *

140

720

Ondergrond (OG II)

Koper Kwik lood

29 0.4 89

47.41 * 0.511 * 122.6 *

40 0.15 50

190 36 530

PB 1

Barium

100

100 *

50

625

PB 2

Barium

110

110 *

50

625

AW2000

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 12 van 17

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Boven- en ondergrond - Kwik, lood, zink, koper en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin, baksteen en kolengruis). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Barium De (zeer) licht verhoogde bariumgehalten in het grondwater zijn mogelijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten en is de concentratieberekening van het asbestonderzoek opgenomen. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - B is asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - A, MM FF - C, MM FF - D en MM FF - E is geen asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Mengmonster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Achtergrondwaarde

Interventiewaarde

MM FF - A

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - B

Asbest

2.6

-

100

MM FF - C

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - D

Asbest

n.a.

-

100

MM FF - E

Asbest

n.a.

-

100

In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 13 van 17

4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is in het mengmonster van de fijne fractie MM FF - B asbest aangetoond, maar is het gewogen asbestgehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - A, MM FF - C, MM FF - D en MM FF - E is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 14 van 17

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van BJZ.NU is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 13000 m² aan de Lunettenstraat 1-13 te Zutphen. De onderzoekslocatie is deels en onverhard. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande verkoop van de kavels voor nieuwbouwwoningen op het Lunette eiland. Resultaten veldwerk Het terrein is beschouwd als niet verdacht. Er zijn 2 boringen verricht tot circa 4.70 en 5.00 meter diepte, welke zijn afgewerkt tot peilbuizen. Er zijn 26 inspectiegaten gegraven, waarvan er 8 zijn doorgeboord tot de ondergrond. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. Rond 1.50 meter diepte is een sterk zandige leemlaag aanwezig. In de ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (puin, kolengruis en sintels). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is in de peilbuizen 1 en 2 aangetroffen op respectievelijk 3.00 en 3.42 meter min maaiveld.

Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met kwik, lood en PAK; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd kwik, lood en zink; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd kwik en lood; - de ondergrond (OG I) is zeer licht verontreinigd met zink; - de ondergrond (OG II) is zeer licht verontreinigd met koper, kwik en lood; - het grondwater (PB 1 is zeer licht verontreinigd met barium; - het grondwater (PB 2) is licht verontreinigd met barium; - de bovengrond (BG - MM1) is niet verontreinigd met PFAS. Resultaten asbestanalyses - MM FF - A bevat geen asbest; - MM FF - B bevat asbest, maar is het gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - MM FF - C bevat geen asbest - MM FF - D bevat geen asbest. - MM FF - E bevat geen asbest. Hypothese De hypothese “onverdachte locatie” dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “onverdacht van aanwezigheid van asbest” dient te worden verworpen aangezien in één mengmonster (MM FF - B) asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de boven-, ondergrond en in het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond.

Voor een beschrijving en mogelijke verklaring wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 15 van 17

In het mengmonster BG - MM1 zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijzigingen, verkoop van kavels en de nieuwbouwwoningen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 16 van 17

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Zutphen Ecopart B.V., Verkennend bodemonderzoek Lunettestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11 en 13 te Zutphen, d.d. 25 juni 2012, projectnummer 15601, versie 1.0 Ecopart B.V., Aanvullend bodemonderzoek Lunettestraat 1, 3, 5, 7, 9, 11 en 13 te Zutphen, d.d. 8 oktober 2012, kenmerk 15662 NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, kaartblad 33 H, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Atlas van Gelderland www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 19052910

Pagina 17 van 17

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek De klinker, augustus 1997 Boorplan verkennend bodemonderzoek Ecopart, juni 2012 Boorplan aanvullend bodemonderzoek Ecopart, oktober 2012 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2019

Lunettenstraat 1-13 te Zutphen

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 19052910 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 33 H

BJZ.NU Lunettestraat 1-13 7204 NK Zutphen Verkennend bodemonderzoek

19 21 5

18

22 1A 1-3

braak

1

20 17

Lunettestraat

braak

15

6 16 23

2-22 14

26-46

24

4

12

Van 't Hulstraat

13

2 5

2A

11

26

7 7

braak 9

10

11

25 9

13 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

8

3

0

25

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 19052910 : 1:500 (A3-formaat) : Oktober 2019

Bijlage II Boorstaten

1

1

braak, m aaiveld

0

2

1 0

braak, m aaiveld

0

0

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, grijs, zwak puin

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, grijs

50

50 -60

zand, uit erst grof, zwak silt ig, m at ig grindig, licht grijs 100

-100

100

-150

150

leem , st erk zandig, donker grijs, sporen kolengruis 150

zand, zeer fijn, st erk silt ig, licht beige, rood, m at ig roest 200

200

250

250 -260

zand, zeer fijn, st erk silt ig, licht beige, rood, m at ig roest

270 300 320

300

300

350

350

-320

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs

350

-350

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs

370 400

400

450

400

450

470

-470 500

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 7 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

500

-500

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 7 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

1A

braak, m aaiveld

0

0 1

31x32cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, grijs, zwak puin

2A

braak, m aaiveld

0

50

0 1

2

33x32cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, grijs

50 -60

100

-100 3

leem , st erk zandig, donker grijs, sporen kolengruis, sporen bakst een

150

2

zand, uit erst grof, zwak silt ig, m at ig grindig, licht grijs

100 -150

4

zand, zeer fijn, st erk silt ig, licht beige, rood, m at ig roest

200

3 150 -200 4 200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Lu n e t t e e ila n d - Z u t p h e n 19052910 1 0 -1 0 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 5

-200

3

6

braak, m aaiveld

0

0 1

50

2

32x33cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 24.3%, neut raal bruin, geel, sporen puin, sporen sint els, ophoogzand

0

3

5

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, ophoogzand

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, m at ig puin, sporen t eelaarde

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, beige, sporen puin, sporen t eelaarde, rest en leem , geroerd

-50

-100

150

leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, sporen kolengruis

4 -175

200

2 100

-155 4

32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, rest en puin, gf/ff : 0,5/84,7 kg.

50

-120 150

1

-30

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin, sporen puin, sporen t eelaarde, ophoogzand geroerd

100

braak, m aaiveld

0

leem , st erk zandig, neut raal bruin, rest en oer

200

-200 5

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-220

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

4

braak, m aaiveld

0

7

0 1

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, geel, sporen puin, ophoogzand

50

klinker, m aaiveld

0

0 1

-50

2 100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, geel, sporen puin, sporen t eelaarde

50

2

100

3

-135 3

leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een, sporen kolengruis

150

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, rest en zand

200

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 17.1%, donker beige, bruin, sporen sint els, sporen puin -125

-155

4

-8

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 16.9%, licht grijs, ophoogzand -25

-65

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, ophoogzand

150

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, sporen t eelaarde, geroerd

5

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel

-175 -200 200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

5

braak, m aaiveld

0

8

0 1

31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 21.9%, donker beige, bruin, sporen puin

50

0 1

-50 2

klinker, m aaiveld

0

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige

50 2

100 100

3

-8

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 14.5%, donker beige, bruin, sporen sint els, sporen puin

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, sporen sint els, sporen puin -100

150

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

4 200

-200

9

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

braak, m aaiveld

0

0 1

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Lu n e t t e e ila n d - Z u t p h e n 19052910 1 0 -1 0 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 5

32x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 23.5%, donker beige, bruin, rest en puin, gf/ ff : 0,8/81,5 kg.

-50

10

15

braak, m aaiveld

0

0 1

0

32x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 24.3%, donker beige, bruin, rest en puin

50

braak, m aaiveld

0 1

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, sporen puin, sporen t eelaarde

50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

11

16

braak, m aaiveld

0

0 1

50

31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 24.1%, donker beige, bruin, rest en puin, rest en leem , gf/ff : 0,4/84,2 kg.

braak, m aaiveld

0

0 1

-50

50

32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 37.9%, donker bruin, beige, m at ig puin, gf/ff : 2,5/79,7kg.

-50

veel puin op m aaiveld. t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

12

17

braak, m aaiveld

0

0 1

50

31x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 27.5%, donker beige, bruin, m at ig puin, gf/ ff : 0,6/81,3 kg.

braak, m aaiveld

0

0 1

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, beige, sporen puin, sporen t eelaarde

50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

13

18

klinker, m aaiveld

0

0 1 2

50

0

-8

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 16.2%, licht beige, ophoogzand

braak, m aaiveld

0 1 50

-50

veel puin op m aaiveld.

-25

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 15.9%, donker beige, bruin, sporen sint els, sporen m et aal, sporen puin

100

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, sporen sint els, sporen puin

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin

19

-100

braak, m aaiveld

0

14

braak, m aaiveld

0

0 1

50

0 1

32x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 26.9%, donker bruin, beige, rest en puin, rest en leem , gf/ff : 1,7/80,6 kg.

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, rest en puin

50

-50

veel puin op m aaiveld.

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

20

braak, m aaiveld

0

0 1

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Lu n e t t e e ila n d - Z u t p h e n 19052910 1 0 -1 0 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 3 va n 5

31x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, sporen puin, sporen t eelaarde -50

21

26

braak, m aaiveld

0

0 1

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin

50

-50

50

gest aakt op puin -51

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

22

gras, m aaiveld

0

0 1

50

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 24.6%, donker bruin, sporen bakst een, rest en wort els

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

23

klinker, m aaiveld

0

0 -8 1

50

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 18.1%, licht beige, ophoogzand -12

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, bv: 15.9%, donker bruin, sporen sint els, sporen puin

100

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, sporen sint els, sporen puin -100

24

braak, m aaiveld

0

0

31x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 27.5%, donker beige, bruin, rest en puin, gf/ ff : 0,5/82,4 kg.

50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

25

braak, m aaiveld

0

0

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 35.6%, donker beige, bruin, rest en puin 50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 9 -2 0 1 9 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

Lu n e t t e e ila n d - Z u t p h e n 19052910 1 0 -1 0 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 4 va n 5

braak, m aaiveld

0

0

31x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, bv: 27.5%, donker beige, bruin, rest en puin, rest en leem

-50

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h)

Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = phot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 08-Oct-2019

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2019144721/1 19052910 Lunette eiland - Zutphen 30-Sep-2019

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

19052910 Lunette eiland - Zutphen

Monsternemer Monstermatrix

Riemer Veltmaat Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

2019144721/1 03-Oct-2019 08-Oct-2019/10:22 A,B,C 1/2

1

2

3

4

5

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

88.9

79.3

89.8

92.4

87.6

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

1.0

<0.7

1.1

<0.7

1.7

Gloeirest

% (m/m) ds

98.7

99.1

98.6

99.1

97.6

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

4.9

4.2

4.6

3.6

9.7

5.4

7.4

6.0

6.7

7.2

S

% (m/m)

Metalen

S

Arseen (As)

mg/kg ds

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

39

52

47

41

74

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

<0.20

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

5.1

4.9

4.5

4.2

5.6

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

12

10

11

5.4

29

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.17

0.12

0.17

<0.050

0.40

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

8.4

11

9.4

10

14

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

59

46

47

16

89

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

59

91

64

68

40

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

<11

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

5.8

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

<35

<35

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

1

BG I

2

BG II

3

BG III

4

OG I

5

OG II Q: door RvA geaccrediteerde verrichting

Datum monstername

Monster nr.

30-Sep-2019 30-Sep-2019

10964546 10964547 10964548

30-Sep-2019 30-Sep-2019

10964549

30-Sep-2019

10964550

A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

19052910 Lunette eiland - Zutphen

Monsternemer Monstermatrix

Riemer Veltmaat Grond (AS3000)

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

2019144721/1 03-Oct-2019 08-Oct-2019/10:22 A,B,C 2/2

Analyse

Eenheid

1

2

3

4

5

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 138

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 180

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

0.33

0.094

<0.050

<0.050

<0.050

S

Anthraceen

mg/kg ds

0.12

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

0.73

0.32

0.14

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

0.41

0.16

0.090

<0.050

<0.050

S

Chryseen

mg/kg ds

0.40

0.18

0.093

<0.050

<0.050

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

0.18

0.077

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.35

0.15

0.085

<0.050

<0.050

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.21

0.11

0.058

<0.050

<0.050

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

0.27

0.12

0.068

<0.050

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

3.0

1.3

Nr. Monsteromschrijving

1

BG I

2

BG II

3

BG III

4

OG I

5

OG II Q: door RvA geaccrediteerde verrichting

0.68

0.35

<0.050 1)

Monster nr.

30-Sep-2019 30-Sep-2019

10964546 10964548 10964549

30-Sep-2019

10964550

V: VLAREL erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

10964547

30-Sep-2019 30-Sep-2019

S: AS SIKB erkende verrichting

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

1)

Datum monstername

A: AP04 erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

0.35

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=8bfed0d2-a551-4a51-ad59-fe266d8b1dc5