bestuurlijke nota rekenkamerrapport versie DEF voor raad 16-09-2025
Tekst van het document
Van aanpakken naar aanpak Vroegsignalering en preventie schuldhulp Gemeente Zutphen Bestuurlijke nota rekenkameronderzoek 09-07-2025
Colofon Dit is een uitgave van de gemeente Zutphen Postbus 41 7200 AA Zutphen 's Gravenhof 2 www.zutphen.nl Rekenkamer Zutphen Versie: DEF Van aanpakken naar aanpak
2 / 24
Inhoud Voorwoord
4
1 Over dit onderzoek 1.1 Aanleiding 1.2 Achtergrond 1.3 Wat heeft de rekenkamer onderzocht 1.4 Opbouw van het rapport
5 5 5 7 8
2 Hoofdconclusie en deelconclusies 2.1 Hoofdconclusie van het onderzoek 2.2 Deelconclusie 1 2.3 Deelconclusie 2 2.4 Deelconclusie 3 2.5 Deelconclusie 4 2.6 Deelconclusie 5
9 9 9 10 12 14 15
3 Aanbevelingen
17
Ten overvloede
19
4 Bestuurlijke reactie college burgemeester en wethouders
20
Bijlage
23
Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen
24
Van aanpakken naar aanpak
3 / 24
Voorwoord U heeft lang moeten wachten op dit rekenkamerrapport ‘Van aanpakken naar aanpak. Vroegsignalering en preventie schuldhulp’ dat vertelt over preventie en vroegsignalering van schulden in en door de gemeente Zutphen. Het onderzoek kwam terecht in een nieuwe samenstelling van de rekenkamer en in de overgang van rekenkamercommissie naar rekenkamer. Bovendien besloot de nieuwe rekenkamer om bureau Unravelling te vragen aanvullend onderzoek te doen naar de uitvoeringspraktijk. Dat resulteerde in rijke gesprekken met betrokken maatschappelijke organisaties en inwoners en in het bezoeken en bijwonen van inloopspreekuren. Het is op zijn plaats om allereerst alle inwoners te danken voor het delen van hun ervaringen en (levens)verhalen die soms pittig en aangrijpend zijn. Zonder hen geen zicht op de praktijk. Om dat laatste was het de rekenkamer in dit onderzoek te doen. Immers de werking van beleid wordt pas zichtbaar in de praktijk. De gemeente Zutphen kent een rijke uitvoeringspraktijk. De titel van dit rapport verwijst daar naar wat ons betreft. En ook naar een minder stevige beleidspraktijk.
Eén van de boodschappen in dit rapport is om vanuit de ervaringen uit de uitvoeringspraktijk het beleid te verrijken zodat ook het beleid zijn werk kan doen als sturingsinstrument: wat doe je als gemeente voor wie en wat is de verwachte werking daarvan? Dit stelt ook de gemeenteraad in staat om te prioriteren, keuzes te maken en te sturen. Het stelt college en ambtelijke organisatie en maatschappelijke partners in staat om te leren en bij te sturen. Dit alles om de ambitie van de gemeente om mensen met geldzorgen en schulden vroegtijdig te bereiken nog meer waar te kunnen maken. De titel van het rapport kan ook gelezen worden als een oproep aan de gemeenteraad om bij het vaststellen van de lokale aanpak bestaanszekerheid en de uitwerking daarvan aandacht te hebben voor de beleidsvorming. Stelt het u voldoende in staat om te bediscussiëren, te prioriteren en om keuzes te maken?
M.M. (Maaike) van Elteren Plaatsvervangend voorzitter rekenkamer Zutphen
Van aanpakken naar aanpak
4 / 24
1 Over dit onderzoek In dit eerste hoofdstuk worden de aanleiding, achtergrond en focus van het onderzoek geschetst en wordt de opbouw van dit rapport weergegeven.
1.1
Aanleiding
Geldzorgen en het hebben van schulden kan iedereen overkomen. Een scheiding, ziekte, verlies van baan of inkomen kunnen bijvoorbeeld zorgen voor het ontstaan van geldzorgen en/of schulden net als bijvoorbeeld het wegvallen van toeslagen vanuit de overheid, het bereiken van de leeftijd van 18 jaar en toename van kosten voor levensonderhoud. Het hebben van geldzorgen of schulden kan diep ingrijpen in het persoonlijk leven van mensen. Gemeenten hebben hierin ook een wettelijke taak: in het kader van de integrale schuldhulpverlening zijn gemeenten verantwoordelijk voor preventie en vroegsignalering van geldzorgen en schulden. Het is voor gemeenten belangrijk om inwoners met (dreigende) problematische schulden zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen: tijdige hulp kan het oplopen van (problematische) schulden voorkomen. Daarom heeft de Rekenkamer in dit onderzoek de focus gelegd op specifiek de instrumenten die gericht zijn op het voorkomen van (problematische) schulden en op vroegsignalering.
1.2
Achtergrond
Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van gemeenten. In 2012 is deze verantwoordelijkheid verankerd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Daarmee is de gemeente verantwoordelijk voor de integrale ondersteuning van mensen met schulden; preventie en vroegsignalering zijn een onderdeel hiervan. Zie figuur 1 voor een versimpelde weergave.
Van aanpakken naar aanpak
5 / 24
Figuur 1 Integrale schuldhulpverlening, inclusief preventie en vroegsignalering
Een aantal centrale begrippen nader beschreven: • Schuldhulpverlening: Volgens de Wgs valt onder schuldhulpverlening; “Het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden, indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede nazorg.” 1 • Preventie: Schuldpreventie gaat om, zoals het woord al doet vermoeden, het voorkomen van schulden. Het Nibud hanteert de volgende definitie voor schuldpreventie: “Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop gericht zijn dat personen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden. Schuldpreventie omvat ook maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop gericht zijn mensen te ondersteunen bij hun financiën die zelf niet in staat zijn financieel vaardig te worden.” 2 • Vroegsignalering: Bij vroegsignalering draait het om tijdig signaleren van mogelijke geldproblemen en schulden. Sinds 1 januari 2021 is vroegsignalering door de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) voor gemeenten een wettelijke taak. De gewijzigde Wgs faciliteert gegevensuitwisseling tussen vastelastenpartners (huur, licht, gas, elektra en zorgverzekering) en de gemeente.
3 Het uitwisselen van gegevens moet ervoor zorgen dat signalen van schuldenproblematiek eerder bij de gemeente terecht komen.
1 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, artikel 1 begripsbepaling schuldhulpverlening. 2 De definitie van schuldpreventie is gebaseerd op de oorspronkelijke definitie uit de Schuldpreven-
tiewijzer (Jungmann en Van Iperen, 2011). De definitie is een bewerking van het Nibud. 3 Vastelastenpartners zijn bedrijven en instellingen die vaste lasten zoals huur, hypotheek, energie (gas, water en licht) en zorgverzekeringen leveren en die op grond van de Wgs verplicht zijn om betalingsachterstanden van hun klanten te melden aan de gemeente. Van aanpakken naar aanpak
6 / 24
De Wgs stelt gemeenten verplicht om een beleidsplan op te stellen voor schuldhulpverlening, waar vroegsignalering en preventie een onderdeel van zijn (zie kader 1). Kader 1 Vroegsignalering en preventie als onderdelen van het beleidsplan Schuldhulp De gemeente is verplicht om een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente. Het vaststellen van het plan is voorbehouden aan de gemeenteraad. In de Wgs is opgenomen: “Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen.” (Wgs artikel 2 lid 3) Het plan bevat ten aanzien van vroegsignalering en preventie de volgende wettelijke bepalingen (Wgs artikel 2 lid 4): •
hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven, wordt vormgegeven en;
•
hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.
Ook is de gemeente verplicht om een inwoners een hulpaanbod te doen in het kader van vroegsignalering op grond van artikel 3 lid 1 sub b. In de beschrijving van het plan schrijft de wetgever dat het beleid van de gemeente ook gericht moet zijn op “voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen”. Dit is in veel gemeentelijk beleid, en ook op advies van de VNG, schuldpreventie verworden.
1.3
Wat heeft de rekenkamer onderzocht
De focus van dit onderzoek ligt op preventie en vroegsignalering van schulden. De centrale vraagt luidt: “Hoe geeft de gemeente Zutphen vorm aan preventiebeleid schuldhulp en vroegsignalering en wat is er bekend over de resultaten hiervan?” De centrale vraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen: 1. Welke doelstellingen formuleert de gemeente Zutphen op het gebied van schuldpreventie en vroegsignalering? 2. Welke maatregelen zijn gekozen om de doelstellingen te bereiken? a. Sluiten de maatregelen op elkaar aan? b. Is de keuze van maatregelen onderbouwd? 3. Welke resultaten heeft de gemeente Zutphen geboekt en hoe verhouden deze zich tot de doelstellingen van het beleid? 4. Op welke manier wordt de voortgang bijgehouden? 5. Voldoet de gemeente Zutphen aan de normen gesteld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) zover deze betrekking hebben op preventie en vroegsignalering? 6. Op welke manier wordt de raad betrokken? De rekenkamer heeft langs deze weg onderzocht op welke wijze beleid, maatregelen, werkwijze en zicht op resultaten zijn opgezet, ook in relatie tot de verplichtingen uit de Wgs zoals weergegeven in kader 1. Daarnaast is de werking van het beleid in de praktijk in dit onderzoek in beeld gebracht. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van
Van aanpakken naar aanpak
7 / 24
documentstudie, interviews en veldwerk. Een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksmethodiek is te lezen in de Nota van Bevindingen. De rekenkamer hanteert een ‘smalle’ definitie van preventie en vroegsignalering, volgend aan de wettelijke taken van de gemeente op basis van de Wgs. De rekenkamer is zich ervan bewust dat de gemeentelijke inzet op veel andere beleidsterreinen ook een preventieve werking kan hebben (zoals werk, wonen en zorg). De scope van dit onderzoek is niettemin beperkt gehouden.
1.4
Opbouw van het rapport
Het volgende hoofdstuk start met de hoofdconclusie uit ons onderzoek. In de daarop volgende paragrafen wordt deze in vijf deelconclusies uitgewerkt. Daarna volgen de aanbevelingen. De reactie van college op de conclusies en aanbevelingen is integraal opgenomen in dit rapport in hoofdstuk 4, gevolgd door een nawoord van de rekenkamer in hoofdstuk 5. De bevindingen die tot de deelconclusies hebben geleid, vindt u in de Nota van bevindingen op onze website. In bijlage 1 is de bronnenlijst opgenomen van de Bestuurlijke Nota.
Van aanpakken naar aanpak
8 / 24
2 Hoofdconclusie en deelconclusies Voor het onderzoek als geheel is de rekenkamer tot een hoofdconclusie gekomen die hieronder eerst wordt gepresenteerd. Daarna volgen afzonderlijke deelconclusies die vervolgens zijn onderbouwd.
2.1
Hoofdconclusie van het onderzoek
Hoofdconclusie De gemeente Zutphen heeft een goede aanzet gemaakt voor het beleid over preventie en vroegsignalering van schulden. Het ontbreekt echter aan samenhang tussen beleid, uitvoering en monitoring waardoor het lastig is om zicht te krijgen op wat precies met de inzet beoogd wordt en wat de inzet oplevert. Dit bemoeilijkt sturing op de realisatie van de ambities en speerpunten, zeker ook voor de gemeenteraad. De Gemeente Zutphen kent evenwel een rijke uitvoeringspraktijk die zij vormgeeft met ketenpartners (voor preventie) en signaalpartners (voor vroegsignalering). De samenwerking heeft sterke elementen in zich en kent ook een aantal kwetsbaarheden. De afgelopen jaren was er een toename van het aantal inwoners dat zich meldde met een financiële hulpvraag. Tegelijkertijd blijft het een uitdaging om mensen met geldzorgen vroegtijdig te bereiken en om de juiste doelgroepen te bereiken. De uitvoeringspraktijk kent goed werkende elementen en ook drempels voor het vroegtijdig bereiken van mensen met geldzorgen en/of schulden.
2.2
Deelconclusie 1
De Gemeente Zutphen heeft een goede aanzet gemaakt voor het beleid over preventie en vroegsignalering van schulden. De algemene ambitie van de gemeente Zutphen voor schuldhulp luidt: “Minder inwoners met schulden, meer financieel gezonde inwoners’.4 De gemeente Zutphen wil daarbij volop inzetten op preventie en vroegsignalering. De aandacht voor preventie en vroegsignalering komt voort uit een evaluatie die de gemeente uitvoerde naar de voorgaande beleidsnota. In die evaluatie constateert de gemeente dat versterking van deze beide zaken nodig is. Deze noodzaak vertaalt de gemeente door in de huidige nota (Passende Schuldhulp 20122024) waarin 2 van de 4 speerpunten expliciet zijn gericht op preventie en vroegsignalering.
4
Beleidsnota Passende Schuldhulp, beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024, vastgesteld door de raad van de Gemeente Zutphen op 31 mei 2021. Van aanpakken naar aanpak
9 / 24
Daarnaast formuleert de gemeente voor de uitvoering van preventieve schuldhulp duidelijke uitgangspunten zoals “de mens centraal” en “schuldhulp zonder drempels”. Hiermee geeft de gemeente aan dat niet langer de schulden en het proces centraal staan. Ook heeft de gemeente aandacht voor de werking van terminologie waarmee de gemeente communiceert. Zo wil de gemeente het voor inwoners makkelijker maken om geldzorgen en schuldenproblematiek eerder bespreekbaar te maken door onder andere de term ‘schuldhulp’ te gebruiken in plaats van zoals eerder schuldhulpverlening. De gemeente wil hiermee de omslag markeren naar een mensgerichte aanpak.
2.3
Deelconclusie 2
Het ontbreekt aan samenhang tussen beleid, uitvoering en monitoring waardoor het lastig is om zicht te krijgen op wat precies met de inzet (maatregelen, activiteiten) wordt beoogd en wat deze oplevert (resultaten). Dit bemoeilijkt sturing op de realisatie van ambities en speerpunten, zeker ook voor de gemeenteraad. Bij het uitvoeren van het onderzoek is de rekenkamer op zoek gegaan naar een zogenaamde beleidstheorie voor de specifieke situatie van Zutphen. Het beschrijven van het geheel aan ambities, doelen en maatregelen is voor een onderzoek vaak het startpunt om van daaruit te onderzoeken wat de stand van zaken is van de uitvoering en wat de resultaten zijn van het beleid. Kader 2 Wat is een beleidstheorie? Met een beleidstheorie maak je inzichtelijk wat de lokale situatie is (opgave: problemen en oorzaken) en wat de verwachte werking is (resultaat: output en outcome) van dat wat je uitvoert of laat uitvoeren (maatregelen: input). Een beleidstheorie bevat aannames over de werking van de maatregelen die je als gemeente inzet, waarbij onderscheid gemaakt kan worden naar verschillende groepen inwoners (doelgroepen). Een beleidstheorie geeft handvatten voor sturing omdat op basis van informatie uit de uitvoeringspraktijk (zowel cijfers, maar ook ervaringsverhalen van professionals en inwoners) inzichtelijk wordt wat wel werkt en wat niet.
De afbeelding is ontleend aan het Ministerie van Financiën: Stap 2 Beleidstheorie en vraagstelling | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (geraadpleegd op 28 mei 2025)
De rekenkamer had in dit onderzoek moeite om te komen tot een beschrijving van die beleidstheorie omdat zo’n systematisch geheel van ambities, doelen en maatregelen niet Van aanpakken naar aanpak
10 / 24
konden worden gereconstrueerd op basis van de documenten en interviews. Voorbeelden hiervan zijn: • De gemeente Zutphen formuleert bij de uitvoering van preventieve schuldhulp duidelijke uitgangspunten zoals “de mens centraal” en “schuldhulp zonder drempels”, maar wat dit voor de professionals en de werkprocessen in de uitvoeringspraktijk betekent, is niet uitgewerkt. • Schuldhulp als nieuwe term markeert een door de Gemeente Zutphen gewenste omslag naar een proactieve, outreachende en mensgerichte aanpak voor gemeentelijke schuldhulp. De gemeente heeft in uitvoeringsdocumenten niet uitgewerkt wat deze termen concreet betekenen en hoe proactief, outreachend en mensgericht expliciet vorm wordt gegeven in bepaalde maatregelen, werkwijzen of gedrag. • De speerpunten preventie en vroegsignalering zijn ten dele uitgewerkt in concrete maatregelen. • Gezinnen met inwonende minderjarigen zijn een specifieke doelgroep in het gemeentelijke schuldhulpbeleid, waaraan de gemeente in de uitvoering extra aandacht zegt te willen besteden, maar de rekenkamer heeft daarvan geen nadere uitwerking aangetroffen in de beleidsnota. De gemeente geeft aan wel aandacht te hebben voor deze specifieke doelgroep, maar formuleert geen aanpak of specifieke maatregelen.
• Omgekeerd constateert de rekenkamer dat de gemeente in de uitvoering specifieke aandacht voor de doelgroep ondernemers heeft in de preventieve aanpak, terwijl in het gemeentelijke beleidsplan geen specifieke doelen zijn gesteld voor ondernemers of is opgenomen wat de aanleiding is om gericht op ondernemers in te zetten (bijvoorbeeld omdat het een politieke prioriteit is, ondernemers ondervertegenwoordigd, er een toename is van ondernemers met schulden in de groep mensen met (beginnende) schulden die zich bij de gemeente meldt etc.) Het ontbreken van dit systematische geheel van ambities, doelen en maatregelen belemmert de mogelijkheden voor de gemeente om te kunnen (bij)sturen. Immers als je niet helder hebt waar je naar toe wilt en hoe je daar wilt komen, weet je ook niet of je nog op de goede weg zit. Hier komt bij dat de monitoring van sturingsinformatie beperkt is vormgegeven door de gemeente Zutphen: het ontbreekt aan structurele kwantitatieve en kwalitatieve informatie over preventie en vroegsignalering en de uitgangspunten die de gemeente daarbij wil hanteren. Voorbeelden hiervan zijn: • De gemeente formuleert twee prestatie-indicatoren die aan preventie en vroegsignalering te relateren zijn.
Voor vroegsignalering is de streefnorm dat 15% van de ontvangen signalen van betalingsachterstanden tot een eerste gesprek leidt en voor preventie dat 80% van de trajecten budgetcoaching leidt tot financiële zelfredzaamheid. Over beide prestatie-indicatoren houdt de gemeente in kwartaal- en jaaroverzichten geen gegevens bij. • De gegevens die de gemeente wel bijhoudt over preventie is het aantal gerealiseerde campagnes. Dit heeft betrekking op slechts een deel van de gemeentelijke aanpak. • In de bestudeerde beleidsdocumenten is niet expliciet benoemd welke effecten de gemeente met preventie en vroegsignalering beoogt. Uit convenantafspraken met signaalpartners maakt de rekenkamer op dat vroegsignalering ertoe moet leiden
Van aanpakken naar aanpak
11 / 24
dat er “(bijna) geen huisuitzettingen plaatsvinden vanwege huurschulden.” De gemeente houdt hierover geen structurele gegevens bij. Hier speelt mee dat het logischerwijs lastig is om monitoring goed vorm te geven als er geen heldere doelen zijn vastgesteld. Als je geen heldere richting hebt bepaald, is het ook niet eenvoudig om te bepalen welke gegevens je wilt hebben om te bepalen of je nog op de goede weg zit en hoe ver je al gevorderd bent. De bovenstaande deelconclusie geldt voor de ambtelijke organisatie, het college en ook de gemeenteraad. Specifiek voor de gemeenteraad geldt dat het enerzijds ontbrak aan goede handvatten om te kunnen sturen en anderzijds dat de gemeenteraad hier het college ook niet op heeft aangesproken: • De gemeenteraad heeft met het vaststellen van de beleidsnota Passende Schuldhulp de kaders vastgesteld van het schuldhulpbeleid in den brede en preventie en vroegsignalering in het bijzonder. Het college heeft voor de raad niet inzichtelijk gemaakt hoe het beleid wordt uitgevoerd. Dit is deels gelegen in het feit dat in de beleidsnota niet alle speerpunten zijn voorzien van concrete maatregelen en deels in het feit dat het college geen uitvoeringsplan heeft opgesteld waar de gemeenteraad mee op de hoogte gesteld zou kunnen worden van de voorgenomen uitvoering.
• Het college heeft bij het vaststellen van de nota Passende Schuldhulp toegezegd de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de stand van zaken van de uitvoering van het beleid, inclusief vroegsignalering en preventie en tussentijds over de resultaten van het beleid. Dat laatste is niet gebeurd. • Doelen en indicatoren wisselen per jaar in de jaarstukken en geven geen specifieke informatie over de stand van zaken van de realisatie van de doelen voor preventie en vroegsignalering. Voor 2023 is het doel “vroegtijdig schulden te signaleren zodat het oplopen van schulden voorkomen wordt”. De ambitie is dat tenminste 25% van het aantal inwoners dat wordt bereikt met de aanpak vroegsignalering een vorm van financiële hulp accepteert. Uit de verantwoording bij de jaarstukken is niet op te maken in hoeverre dit doel is behaald. • De gemeenteraad heeft zelf het college niet gevraagd naar de stand van zaken van de uitvoering van het beleid, ook niet specifiek op de onderdelen preventie en vroegsignalering, met uitzondering van 1 raadsfractie die 1 keer schriftelijke vragen heeft gesteld.
2.4
Deelconclusie 3
De Gemeente Zutphen kent een rijke uitvoeringspraktijk die zij vormgeeft met ketenpartners (voor preventie) en signaalpartners (voor vroegsignalering). De samenwerking heeft sterke elementen in zich en kent ook een aantal kwetsbaarheden. Een goede samenwerking tussen de gemeente en samenwerkingspartners is essentieel voor een goede werking van preventie en vroegsignalering van schulden. Zo is vroegsignalering gestoeld op het idee dat het vroegtijdig delen van informatie tussen verschillende vastelastenpartners op het gebied van huur, zorgverzekering, water, gas en elektra en de gemeente bijdraagt aan het eerder hulp aan kunnen bieden aan inwoners met betalingsachterstanden. Van iedere vastelastenpartner op zich is het krijgen van een
Van aanpakken naar aanpak
12 / 24
signaal van belang omdat het een adequate indicatie kan zijn dat bij een inwoner een eerste levensbehoefte in het gedrang is. En ook voor preventie is samenwerking van belang. De gemeente voert de preventieve activiteiten immers niet allemaal zelf uit, maar subsidieert hier een aantal organisaties voor. Die organisaties hebben naast het verzorgen van aanbod, zoals financiële educatie en hulp bij het invullen van formulieren, ook een belangrijke signaalfunctie. Juist ook omdat mensen met geldzorgen vaak niet als eerste aan de bel trekken voor hulp bij geldzorgen, maar voor hulp op andere leefgebieden. De samenwerking van de gemeente Zutphen met keten- en signaalpartners kent zowel sterke kanten als kwetsbaarheden. Toegespitst op enerzijds preventie en anderzijds vroegsignalering betekent dit: • Preventie: Organisaties zoals Budget Buddy en Perspectief spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van inwoners. De samenwerking tussen de gemeente en maatschappelijke organisaties zoals Perspectief en BudgetBuddy verloopt grotendeels goed. Er zijn vaste, structurele overleggen van gemeente met een aantal ketenpartners, ook naar behoefte van de ketenpartners zelf. De overleggen worden gewaardeerd en de wens bestaat om met een hogere frequentie te overleggen om de samenwerking over de beleidsvelden heen te faciliteren.
De korte lijntjes met deze organisaties bevorderen makkelijke informatie-uitwisseling op casus- en beleidsniveau. Ook experimenteert de gemeente samen met de bestaande organisaties met nieuwe mogelijkheden op het gebied van preventie en het bereiken van inwoners. Tegelijkertijd is de samenwerking niet altijd optimaal. In sommige gevallen sluiten hulptrajecten niet goed op elkaar aan, waardoor inwoners tussen instanties worden doorgestuurd zonder concrete hulp te krijgen. Ook is er een risico dat niet alle organisaties over dezelfde informatie beschikken, waardoor inwoners soms afhankelijk zijn van toevallige ontmoetingen om de juiste hulp te vinden. Daarnaast is er veelvuldig contact tussen de (gemeentelijke) consulenten Wmo, Schuldhulp en Werk en Inkomen en Perspectief, maar minder tussen de consulenten Jeugdhulp en Perspectief. In het kader van afstemming en integrale aanpak is dit een verbeterpunt, ook in het licht van gezinnen met minderjarigen als specifieke doelgroep. • Vroegsignalering: De gemeente Zutphen werkt samen met woningcorporaties (en een aantal particuliere verhuurders), zorgverzekeraars en energiebedrijven om betalingsachterstanden vroegtijdig te signaleren. De gemeente kiest ervoor om in het geval dat een inwoner thuis wordt bezocht (huisbezoek) dit samen met Perspectief te doen.
Als blijkt dat een inwoner ook tegen andere problemen aanloopt dan financiële problemen, is het ook Perspectief die een inwoner ondersteuning kan bieden. De vroege betrokkenheid van Perspectief bij de gemeentelijke vroegsignalering - en een vervolg daarop - is een belangrijke kracht in de samenwerking omdat Perspectief vanuit een breder aanbod een inwoners kan ondersteunen vanuit de brede taak als sociaal werkers in de sociale wijkteams. Ook binnen de gemeentelijke organisatie is samenwerking belangrijk. Een voorbeeld van goede samenwerking is daarbij het veelvuldige contact tussen gemeentelijke consulenten die werkzaam zijn op verschillende werkvelden: Wmo, Schuldhulp en Werk en Inkomen. Een tweede voorbeeld is de samenwerking tussen de zogeheten aandachtsfunctionaris Schuldhulp voor Ondernemers met de consulent Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), met medewerkers van team Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) en de
Van aanpakken naar aanpak
13 / 24
Stichting Binnenstadsmanagement als vertegenwoordiger van de ondernemers in Zutphen. Dat onderlinge afstemming en samenwerking van belang zijn komt ook uit de gesprekken die wij voerden met inwoners. Zij gaven aan dat als afdelingen niet samenwerken dit tot verwarring en ontmoediging kan leiden.
2.5
Deelconclusie 4
De afgelopen jaren was er een toename van het aantal inwoners dat zich meldde met een financiële hulpvraag. Tegelijkertijd blijft het een uitdaging om mensen met geldzorgen vroegtijdig te bereiken en om de juiste doelgroepen te bereiken. De gemeente zet in op het vroegtijdig bereiken van mensen met geldzorgen en/of schulden. De concrete doelen die de gemeente hierbij stelde waren: • Het aantal meldingen van inwoners met een financiële hulpvraag stijgt naar 300; • 15% van de ontvangen signalen van betalingsachterstanden leidt tot een eerste gesprek; • 80% van de trajecten budgetcoaching leidt tot financiële zelfredzaamheid. De eerstgenoemde doelstelling heeft de gemeente ruimschoots behaald. In de afgelopen jaren is er sprake van een stijging van het aantal mensen dat zich meldt met een financiële hulpvraag.5 Dat is een belangrijk en positief resultaat. Vroegtijdige ondersteuning vanuit de gemeente en haar partners kan immers pas nadat een inwoner een hulpvraag adresseert. Bovendien ligt het resultaat op dit punt hoger dan de ambitie die de gemeente had geformuleerd. De stap van signalen vanuit de vroegsignalering met vastelastenpartners naar een eerste gesprek met de gemeente, bleek voor de gemeente lastiger in beeld te brengen.6 Daarom beschikt de gemeente geen informatie over de mate waarin dit is gelukt. Datzelfde geldt voor de laatste doelstelling.
Naast het aantal mensen dat zich meldt met een financiële hulpvraag, heeft de gemeente ook zicht op een aantal andere (tussen)resultaten die met name betrekking hebben op vroegsignalering: • het aantal ontvangen signalen; • de herkomst van signalen (signaalpartner); • aantallen en percentages van opvolging van signalen; • de wijze van opvolging van signalen, en • de termijn waarbinnen signalen worden opgevolgd.
5 Dat is een stijging van 17,5 procent in de periode 2022-2024. 6 Dit geldt overigens voor heel veel gemeenten in Nederland. In de onlangs verschenen Wetsevalu-
atie Vroegsignalering in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (2 juni 2025) wordt aangegeven dat voor veel gemeenten geldt dat zij hulpacceptatie registreren als een inwoner zich na meer dan vier weken alsnog meldt. Daarnaast kan het zo zijn dat inwoners zelf contact opnemen met de gemeente, bijvoorbeeld met een klantcontactcentrum dat geen toegang heeft tot het registratiesysteem. Ook kunnen inwoners zelf actie ondernemen zonder contact op te nemen met de gemeente.
Van aanpakken naar aanpak
14 / 24
De gemeente gebruikt deze gegevens niet om systematisch de werking van de aanpak te analyseren en aan te passen. Op het gebied van preventie monitort de gemeente summier, enkel het aantal uitgevoerde communicatiecampagnes wordt bijgehouden. Bovenstaande betekent ook dat de gemeente op dit moment zelf niet systematisch inzichtelijk maakt in welke mate het lukt om mensen vroegtijdig te bereiken. Dat is een gemiste kans in termen van sturing en bijsturing. Los van dat het ook echt een uitdagende opdracht is om mensen vroegtijdig te bereiken en mensen niet altijd ‘de deur willen openen voor de gemeente’ of een hulpaanbod willen accepteren, komt de rekenkamer op basis van het onderzoek tot het beeld dat een deel van de inwoners minder goed wordt bereikt, zoals jongeren, statushouders of alleenstaande moeders met een migratieachtergrond. Dit zijn groepen inwoners die mede vanwege voorspelbare life-events in een kwetsbare positie terecht kunnen komen. Ook is er weinig bekend bij de gemeente over het aantal mensen dat na een schuldhulp traject opnieuw in de schulden komt. Uit de interviews komt het beeld naar voren dat het voorkomt dat inwoners opnieuw voor hulp aankloppen. Het is niet duidelijk hoe vaak dit gebeurt, waarom iemand opnieuw in de schulden komt en hoe dit beter voorkomen kan worden door gemeentelijke interventies hierop af te stemmen.
Dit onderdeel heeft de rekenkamer met dit onderzoek niet in beeld gebracht.
2.6
Deelconclusie 5
De uitvoeringspraktijk kent goed werkende elementen en ook drempels voor het vroegtijdig bereiken van mensen met geldzorgen en/of schulden. De uitvoeringspraktijk van de gemeente Zutphen kent een aantal goed werkende elementen die samenhangen met een nabije, gerichte en persoonlijke aanpak: • Aanbod dat plaatsvindt op vertrouwde plekken in de wijk (nabij) draagt bij aan laagdrempeligheid voor inwoners en vergroot de kans op vroegtijdige ondersteuning. Dat geldt bijvoorbeeld voor de inloopspreekuren. De inloopspreekuren vinden plaats in de ontmoetingsplekken in de wijken. Dit maakt het makkelijker voor inwoners om binnen te lopen, ook als zij in eerste instantie voor ander aanbod de wijkontmoetingsplek binnenlopen. Ook de gezamenlijke fysiek aanwezigheid van gemeente en ketenpartners versterkt de nabijheid en daarmee de laagdrempeligheid van het aanbod. Overigens vroegen zowel inwoners als de maatschappelijke partners aandacht voor de fysieke en sociale toegankelijkheid van de vaste locatie van het gemeentelijk schuldhulpverleningspunt aan de Henri Dunantweg. En ook werd de oproep gedaan om het wijkgericht werken verder verbeteren door nog meer aanwezigheid van gemeenteambtenaren in laagdrempelige ontmoetingsplekken. • Persoonlijk contact bij het opvolgen van een signaal van vroegsignalering is belangrijk.
Met name vanuit face-face contact lijkt een grotere slagingskans op het aanvaarden van het hulpaanbod door inwoners uit te gaan. Ook dan kan pas vaak meer duidelijkheid over de schuldsituatie en een beter (totaal) overzicht worden verkregen. Dit beeld komt ook naar voren uit landelijk onderzoek, evenals het positieve effect dat van meerdere (persoonlijke contactpogingen uitgaat. Daarbij zijn
Van aanpakken naar aanpak
15 / 24
•
overigens wel de toon van en houding bij communiceren (empathisch en mensgericht) van belang en ook de reactiesnelheid vanuit de gemeente. Een gerichte aanpak, zoals bij ondernemers. Ondernemers zijn gewend hun eigen boontjes te doppen. Voor deze groep inwoners is de stap naar het vragen of aanvaarden van hulp groot. Een gerichte aanpak op deze groep werkt goed, bijvoorbeeld dat de specifieke situatie wordt meegenomen (aandacht voor de vraag of de onderneming levensvatbaar is en of de ondernemer verder kan en wil met de onderneming). Een tweede voorbeeld is de preventieve educatie voor statushouders.
De uitvoeringspraktijk kent ook een aantal drempels. Deze liggen niet allemaal binnen de invloedsfeer van de gemeente zoals schaamtegevoelens bij mensen met geldzorgen of schulden, de begrijpelijke behoefte om zaken zelf op te lossen of wantrouwen richting instanties. Wel zijn dit factoren waar gemeente en partners rekening mee kunnen, door bijvoorbeeld aandacht te hebben voor een empathische van wijze van communiceren. De aantal concrete drempels die de rekenkamer hieronder benoemt, liggen binnen de invloedssfeer van de gemeente. Onbekendheid met het aanbod Ondanks de voorlichtingscampagnes en het feit dat een deel van het aanbod in de wijk plaatsvindt, zijn inwoners vaak toch niet bekend met de beschikbaarheid van hulp en regelingen. In de gesprekken die de rekenkamer voerden met inwoners is dit de meest genoemde drempel. Zij wisten niet waar ze recht op hadden of welke hulp er bestaat, of konden formulieren niet eenvoudig vinden op bijvoorbeeld de gemeentelijke website. Dit maakt dat ze laat of helemaal geen hulp zochten. Complex aanbod Het aanbod voor mensen met geldzorgen is groot. Er zijn veel verschillende organisaties die iets willen betekenen op dit vlak. En veelal werken ze met een eigen route voor aanmelden, indienen van gegevens en beoordeling.
Het vraagt veel van een inwoner met geldzorgen en/of schulden om de weg te vinden en in sommige gevallen ook complexe procedures te doorlopen. Zeker als dat in een situatie moet gebeuren waarin mensen stress hebben door geldzorgen en/of schulden. Dat geldt nog sterker voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn en /of laaggeletterd. Beperkt aanbod Op een aantal elementen kent de gemeente Zutphen een beperkt aanbod. Dat geldt voor financiële educatie in het algemeen en voor jongeren in het bijzonder. Ook komt het beeld naar voren dat voor een deel van de inwoners het huidige aanbod beperkt is. Voor hen is tijdelijke hulp niet voldoende. Zij hebben. Zij hebben langduriger begeleiding nodig om niet opnieuw in financiële problemen te komen. En tenslotte kennen niet alle wijken in Zutphen een laagdrempelig aanbod in de wijk. Dit kan overigens ook een bewuste afweging geweest zijn in een wijkgerichte aanpak, maar het ontbreekt aan zicht op en onderbouwing van eventuele keuzes op dit vlak.
Van aanpakken naar aanpak
16 / 24
3 Aanbevelingen In dit hoofdstuk licht de rekenkamer de aanbevelingen toe die zij doet aan de gemeenteraad van Zutphen.
Aanbevelingen aan de gemeenteraad over sturing 1. Versterk de sturing op ambities door: a. in een beleidskader vast te leggen wat de samenhang is aan opgaven, ambities, doelen en (de verwachte werking van) maatregelen en; b. op basis hiervan te bepalen welke kwalitatieve en kwantitatieve informatie handvatten geven om zicht te ontwikkelen op de werking van de inzet. Toelichting Het is behulpzaam om de samenhang aan opgaven, ambities, doelen en maatregelen (aanpak) helder te verwoorden en vast te leggen. Dit geldt ‘voor de voorkant’ (bij het bespreken en vaststellen van een nieuw beleidskader) zodat het politieke gesprek hierover kan worden gevoerd en er keuzes gemaakt kunnen worden door de gemeenteraad. Ook als het soms moeilijk meetbaar is wat de effecten zijn van preventie en vroegsignalering, ontslaat het de gemeenteraad niet van de verantwoordelijkheid zo helder mogelijk te formuleren wat de beoogde werking, resultaten en effecten zijn. Beleid ontstaat hierbij overigens niet los van de uitvoeringspraktijk. De gemeente Zutphen kent een hele rijke uitvoeringspraktijk die nog sterker kan worden als deze explicieter wordt opgenomen in dat samenhangende geheel (een beleidstheorie). Bovenstaande geldt ook om ‘tijdens de rit’ te kunnen leren, ontwikkelen en bijsturen.
Dat bijsturen vindt plaats op verschillende niveaus: in de uitvoeringspraktijk van alledag van professionals, in de ambtelijke aansturing van de gemeente naar maatschappelijke organisaties, in de (team)overleggen binnen de gemeentelijke organisatie, de portefeuillehoudersoverleggen, de collegevergaderingen en de raadsvergaderingen. Om leren en bijsturen mogelijk te maken op al deze niveaus helpt het om te formuleren welke informatie (zowel kwantitatief als kwalitatief) inzicht geeft in de gewenste ontwikkelingen (monitoring). Informatie uit de praktijk is daarbij een belangrijk onderdeel. Immers de praktijk laat steeds zien of de beleidstheorie klopt, of dat er aanpassing nodig is van bijvoorbeeld de ingezette maatregelen. Die informatievraag kan op de werkvloer van ander abstractieniveau zijn dan voor de gemeenteraad. De rekenkamer doet de gemeenteraad de suggestie om expliciet te verwoorden welke informatie de raad wenst en op welke momenten. Vaak is het best lastig om dit te verwoorden. Het kan dan ook een ontwikkeltraject zijn waarin de gemeenteraad, ondersteund door de griffie, leert van andere raden, experts en de betrokken Zutphense professionals. Ook het BOB-model (vergadermodel) van de gemeenteraad) en de lange termijn agenda van de raad bieden veel mogelijkheden om informatievoorziening en
Van aanpakken naar aanpak
17 / 24
bespreking daarvan periodiek terug te laten komen. Hierdoor kan sturing onderdeel worden van de werkwijze van de gemeenteraad.
Aanbeveling aan de gemeenteraad over samenwerking 2. Verzoek het college de samenwerking met partners te versterken door in gezamenlijkheid met de externe partners te bekijken wat er nodig is om de onderlinge afstemming nog vruchtbaarder te laten verlopen. Toelichting Hoewel wij in dit onderzoek hebben gekozen voor een beperkte focus, kwam ook steeds weer in beeld hoe belangrijk het is een integraal te werken. Met integraal werken wordt in het kader van dit onderzoek bedoeld: over de beleidsvelden heen. Dat gebeurt al en het kan nog verder versterkt worden. Het is aan de gemeente en de partners zelf om te bekijken welke concrete versterking wenselijk is. Een concrete suggestie die de rekenkamer hierbij meegeeft op basis van het onderzoek is: • Het uitbouwen van het bestaande overleg met ketenpartners naar aard en frequentie. Ook onderwerpen als aansluiting van hulpaanbod, zicht op doelgroepen, zichtbaarheid van aanbod, vereenvoudiging van aanbod en tussentijdse resultaten kunnen onderwerp van gesprek zijn;
Aanbevelingen aan de gemeenteraad over de uitvoeringspraktijk 3. Verzoek het college om de uitvoeringspraktijk te versterken door: a. het aanbod voor inwoners met geldzorgen beter zichtbaar te maken en te vereenvoudigen; b. het aanbod op gebied van preventie op het niveau te brengen van de gestelde ambities. Toelichting Om te zorgen dat het aanbod voor preventie van geldzorgen en schulden inwoners beter bereikt geeft de rekenkamer een aantal suggesties voor communicatie richting inwoners. Deze suggesties komen uit de interviews met inwoners en de gesprekken met samenwerkingspartners: • Zorg voor een overzichtelijk en vindbaar informatieaanbod – zowel digitaal (online) als fysiek (offline); • Investeer in huis-aan-huis communicatie; • Zorg voor herhaling van boodschappen; • Aandacht voor minder geletterden en/of verstandelijk beperkte inwoners. Naast het beter zichtbaar maken van het aanbod, is het ook belangrijk om het aanbod te vereenvoudigen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de informatie op de gemeentelijke website en ook voor de veelheid aan verschillende plekken en routes voor inwoners met een hulpvraag. In de praktijk zijn de preventie-activiteiten achtergebleven op de gestelde ambities. Dit geldt zowel voor de meer algemene educatieve activiteiten als voor specifieke educatieve activiteiten.
In vervolg op aanbeveling 1 is het van belang om op het gebied van preventie niet alleen te verwoorden welke doelen en activiteiten nodig worden geacht, maar ook om
Van aanpakken naar aanpak
18 / 24
deze uitvoering te geven. Uit het onderzoek komen verschillende groepen naar voren die zich in een meer kwetsbare positie kunnen bevinden en waar de gemeente de afweging in kan maken om hier gericht aanbod in te ontwikkelen. Dat gaat bijvoorbeeld over jongeren.
Ten overvloede
Uit de gesprekken die de rekenkamer heeft gevoerd met inwoners kwam naar voren dat de manier van communiceren er toe doet. Een luisterend oor en meedenkende hulpverleners maken wezenlijk verschil of mensen hun complete hulpvraag/-vragen delen en later (opnieuw) hulp durven te vragen. De rekenkamer ziet veel aandacht voor vertrouwen, empathie en inlevingsvermogen terugkomen in zowel het huidige beleidsplan als in de voorgestelde nieuwe lokale aanpak bestaanszekerheid 7. En toch neemt de rekenkamer de ruimte om hier nog te keer erop te wijzen hoe belangrijk het is dat de inwoners zich gehoord voelen.
7 Startnotitie Lokale Aanpak bestaanszekerheid Gemeente Zutphen maart 2025 en Lokale Aanpak
bestaanszekerheid Gemeente Zutphen mei 2025. De laatste is nog niet vastgesteld door de Gemeente Zutphen (beoogd oktober 2025). Van aanpakken naar aanpak
19 / 24
4 Bestuurlijke reactie college burgemeester en wethouders Rekenkamer Zutphen t.a.v. Dhr. A. de Boer 's Gravenhof 2 7201 DB Zutphen Inlichtingen bij: Frederique Slot
Telefoon: 14 0575 Bijlage(n): -Inkomen Zaaknummer: Uw bericht van:09-07-2025 Onderwerp: Bestuurlijke reactie Onderzoek vroegsignalering en preventie schuldhulp Team:
Geachte heer De Boer, Hartelijk dank voor uw brief van 9 juli waarin u de bestuurlijke nota, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek naar vroegsignalering en preventie schuldhulp aanbiedt. Wij waarderen de uitgebreide analyse en de duidelijke aanbevelingen die u geeft. Graag bieden wij u hierbij onze bestuurlijke reactie aan, die u kunt opnemen in de eindversie van het rapport aan de gemeenteraad. Hoewel er enige tijd is verstreken sinds de start van het onderzoek, waardoor een aantal bevindingen inmiddels zijn opgepakt, herkennen wij ons zeker in de genoemde richting. We zijn de afgelopen maanden samen met vele partners volop bezig geweest met het ontwikkelen van een lokale aanpak bestaanszekerheid met als visie dat over 20 jaar iedere inwoner in Zutphen in bestaanszekerheid leeft. Een voldoende en voorspelbaar inkomen, begeleiding en (vooral) ondersteuning bij geldzorgen zijn hierin twee voorgestelde ambities die in lijn liggen met uw onderzoek. Tevens zijn onze eigen bevindingen vanuit onze evaluatie schuldhulp meegenomen. De lokale aanpak is in mei door ons vastgesteld en wordt naar verwachting in oktober (besluitvormend) door de raad behandeld. Uw conclusies en aanbevelingen sluiten ons inziens zeer goed aan bij onze evaluatie en versterken de voorgestelde doelen en acties in de lokale aanpak. Ook bieden zij waardevolle ondersteuning voor de verdere uitwerking.
Aanbeveling 1: Sturing op het beleidskader We onderschrijven het belang van een beter samenhangend beleidskader en kunnen ons vinden in uw aanbeveling om hierop sterker te sturen. In onze ‘Lokale aanpak Bestaanszekerheid’ maken wij hier al een slag in door verbinding te leggen tussen lange termijnambities en concrete doelen met acties. Ambitie 2 (begeleiding en ondersteuning bij geldzorgen) omvat de doelen en acties voor schuldhulp. Na vaststelling van de Lokale aanpak wordt een uitvoeringsagenda opgesteld.
Van aanpakken naar aanpak
20 / 24
Daarin benoemen wij per doel zowel de kwalitatieve als kwantitatieve indicatoren, waarmee we onze sturingsmogelijkheden versterken. Uw aanbevelingen nemen we hierin mee. Aanbeveling 2: Samenwerking Een effectieve aanpak schuldhulp vraagt om een goede samenwerking, zowel intern binnen de gemeente als extern met maatschappelijke partners. Wij werken – zoals uw onderzoek ook aangeeft- al veel samen. Dit willen we over de beleidsvelden heen en met ketenpartners verder versterken. De ‘Lokale aanpak Bestaanszekerheid’ zien wij als een waardevolle stap in deze versterking, aangezien we deze samen met inwoners, maatschappelijke partners en collega’s hebben ontwikkeld. De aanpak gaat verder dan alleen financiële bestaanszekerheid; het raakt vrijwel alle domeinen. Waarmee we stap voor stap steeds integraler gaan werken en we het voor onze inwoners eenvoudiger maken. Veel acties zijn samen met maatschappelijke partners opgesteld. Ook bij de uitvoeringsagenda worden de partners betrokken, waarmee wij met gezamenlijke commitment de verbinding blijven opzoeken en de samenwerking versterken. Aanbeveling 3: Uitvoeringspraktijk Wij erkennen het belang van toegankelijke en begrijpelijke communicatie als randvoorwaarde om de bestaanszekerheid van onze inwoners te vergroten.
We hebben vanuit de ontvangen input van inwoners en partners bevestigd gekregen dat veel inwoners (en ook partners) niet altijd goed weten wat er mogelijk is en waar ze terecht kunnen. Ook zijn procedures niet altijd eenvoudig. We hebben hier nadrukkelijk aandacht voor. Zo werken we toe naar – waar mogelijk – één aanvraag en het bundelen van inkomensregelingen. Daarnaast zijn we stappen aan het zetten om met team Communicatie een communicatieplan te ontwikkelen met gebruik van diverse middelen en kanalen, afgestemd op de behoeften van onze inwoners. Een ervaringsdeskundige adviseert ons hierbij, zodat informatie over schuldhulp en geldzorgen eenvoudig vindbaar en begrijpelijk is voor iedereen. Uw suggesties nemen we hierin mee. Daarnaast willen wij onze inzet op preventie vergroten. Binnen het uitvoeringsplan schuldhulp en aansluitend op de lokale aanpak- ontwikkelen wij een gerichte aanpak voor jongeren, een doelgroep die specifieke ondersteuning nodig heeft, zoals uw onderzoek ook aangeeft. Zo willen we bijvoorbeeld specifieke trainingen financiële zelfredzaamheid aan gaan bieden. Ook breiden wij nazorg binnen onze trajecten uit, zodat wij inwoners duurzaam helpen en nieuwe schulden zoveel mogelijk worden voorkomen. Tot slot Wij sluiten ons aan bij uw oproep om oog te houden voor de praktijk en de ervaringen van inwoners.
Wij zijn op de goede weg, maar hebben nog een aantal stappen te zetten. Met de lokale aanpak maken we hier al een stevige aanzet voor. Wij delen uw standpunt dat een effectieve aanpak begint bij persoonlijk contact met de inwoner. Dit is ook één van de uitgangspunten in het project Inwoner in beeld en de lokale aanpak. Werken vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid, met een open houding en een luisterend oor is hierbij essentieel. De inwoner houdt zelf de regie: wij nemen niet over, maar staan ernaast. Zo kijken wij samen wat nodig en wat mogelijk is. Door te blijven leren van wat inwoners ons vertellen, blijven wij onze aanpak verbeteren. Vragen Als u nog vragen heeft over deze brief, neemt u dan contact op met Frederique Slot, team Inkomen. Dit kan via telefoonnummer 14 0575 (zonder kengetal) of info@zutphen.nl. Wilt u als u een bericht stuurt het zaaknummer vermelden?
Van aanpakken naar aanpak
21 / 24
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zutphen, de burgemeester, de secretaris,
Van aanpakken naar aanpak
22 / 24
Bijlage
Van aanpakken naar aanpak
23 / 24
Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen
Bronnen buiten gemeente Zutphen Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Schuldpreventiewijzer, Jungmann en Van Iperen, 2011 Stap 2 Beleidstheorie en vraagstelling | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid Monitor vroegsignalering schulden 2023, Divosa Lokale bronnen: Beleidsnota Passende Schuldhulp, beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024, vastgesteld door de raad van de Gemeente Zutphen op 31 mei 2021 Startnotitie Lokale Aanpak bestaanszekerheid Gemeente Zutphen maart 2025 en Lokale Aanpak bestaanszekerheid Gemeente Zutphen mei 2025. De laatste is nog niet vastgesteld door de Gemeente Zutphen (beoogd oktober 2025)
Van aanpakken naar aanpak
24 / 24