Behorend bij inspreker 17: Speech over de Bronsbergen en de Omgevingsvisie_20250407docx
Tekst van het document
Speech over de Bronsbergen en de Omgevingsvisie Plooij _ Bronsbergen 6 B 0624122212 7 april 2025
Dames en heren, Ik nodig u uit … om even stil te staan bij de potentiële bouwlocatie Bronsbergen bij de kern van de kwestie hierin. Zutphen wil een groene stad zijn, zegt de omgevingsvisie, met groenblauwe longen die bijdragen aan biodiversiteit en klimaatadaptatie. Waarin het fijn is om te recreëren. Een prachtige ambitie, een die we allemaal zouden moeten omarmen. Het is belangrijk dat we met elkaar werken aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Maar als we het daarover eens zijn, waarom wordt dan niet erkend dat de Bronsbergen juist al zo’n biodiverse, klimaatadaptieve plek is? Het voelt alsof we een oerbos willen kappen om vervolgens uit te leggen dat het nieuwe bos óók biodivers zal zijn. Maar waarom iets vervangen dat nu al perfect aansluit bij onze omgevingsvisie? Waarom iets opofferen dat al precies doet wat we willen bereiken? Ik nodig u uit om daar eens over na te denken. Als u daar wandelt, kijkt u dan eens goed. Luister naar de geluiden, zie de variatie in flora en fauna. Is dit geen voorbeeld van het fraaie buitengebied dat Zutphen karakteriseert? Is dit niet al de groene long die we nastreven? Moeten we hier echt ingrijpen? Is dat niet juist een stap achteruit in plaats van vooruit? Ja, er zullen best vogels in nestkastjes komen, maar de steenuil en de ooievaar? Die zullen hun heil elders zoeken. En dat zou zonde zijn.
Want met natuur is het zoals met oude gebouwen: je kunt ze wel nabouwen, maar je krijgt nooit meer precies dezelfde ziel, dezelfde waarde, dezelfde authenticiteit terug. Moeten we dan echt kostbaar vervolgonderzoek doen om te bevestigen wat we al weten? Dit is een waardevol landschap en dat mag onaangetast blijven. “Het spreekwoordelijke oerbos mag oer blijven”. Want als we blijven uitleggen dat wat verdwijnt net zo goed terug zal komen, houden we onszelf misschien een illusie voor.
Ik begrijp de noodzaak van woningbouw, absoluut. Er moéten huizen komen, mensen hebben woonruimte nodig. Maar iets koste wat kost doordrijven, zonder oog voor de gevolgen? Dat is geen vooruitgang, dat is verlies. Het vraagt moed om te zeggen: hier niet. Dit is goed zoals het is. Ik wil ook mijn waardering uitspreken voor de ambtenaren die hard gewerkt hebben aan de reacties op de vele zienswijzen. Dat is geen eenvoudige klus en verdient erkenning. Maar als er 42 zienswijzen zijn ingediend over dit gebied, en in 42 gevallen wordt gezegd dat er geen aanleiding is om de visie te wijzigen – dan bekruipt mij toch het gevoel van een zekere Oost-Indische doofheid. 42 huishoudens komen in beweging: Dat is betrokkenheid op het hoogste niveau! En dat zou serieus genomen moeten worden. We moeten oppassen dat we geen dure fouten maken. Het zou niet de eerste keer zijn dat we een prachtig stuk natuur vervangen en later concluderen: “We hebben hier met volle overtuiging het dak eraf gehaald… en nu regent het binnen.” Ik vraag u vanuit uw volk vertegenwoordigende rol kritisch na te blijven denken. Laten we het waardevolle herkennen voordat het verdwijnt. Wat we beogen, is hier al. Laten we dat erkennen, en behouden wat goed is. Dank u.