CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Behorend bij inspreker 11: Zienswijze op Ontwerp Omgevingsvisie Zutphen 2040

Ruimte - Oordeelsvormend (B) 7 april 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Omgevingsvisie gemeente Zutphen (indicatietijd 19.30 - 22.30 uur)2.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van B&W van de gemeente Zutphen Postbus 41, 7200 AA Zutphen Per e-mail info@zutphen.nl. Betreft: Zienswijze op Ontwerp Omgevingsvisie Zutphen 2040 Zutphen, 11 december 2024 Geacht college, Tot en met 11 december ligt de Ontwerp Omgevingsvisie Zutphen 2040 (hierna: OOZ) ter inzage. Een dergelijke visie heeft volgens de Omgevingswet als doel: Het behouden van een veilige en gezonde leefomgeving In deze zienswijze lichten wij toe dat dit ontwerp op meerdere onderdelen in strijd is met dat doel. I. Doel volgens de visie: In 15 jaar van 48.526 naar 60.000 inwoners. Tussen 2013 en 2023 steeg het aantal inwoners met 1247 inwoners. Geen geboorteoverschot, maar een sterfteoverschot van 923 inwoners. De opening van het AZC in 2016 is debet aan de toename wegens immigratie. De OOZ, pag. 10) (Alle citaten zijn hierna gearceerd weergegeven): De keuzes die we maken moeten aansluiten bij ambities en beslissingen op hoger schaalniveau (nationaal, provinciaal en regionaal). We moeten dus buiten onze gemeentegrenzen kijken naar de regionale, provinciale en nationale context: wat speelt er en op welke manier raakt dit de Zutphense leefomgeving? Op 15 januari 2024 verscheen het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (rapport Van Zwol)

Wij citeren:

Zutphen neigt volgens deze bron eerder naar krimp dan naar groei. De krimp van onze regio blijkt ook uit:

Ook volgens het CBS is een eventuele groei beperkt tot de Randstad en de regio Eindhoven.

En ook volgens de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland moet de regio Achterhoek rekening houden met krimp. Dus is er door B&W wel “gekeken” naar de “regionale, provinciale en nationale context “? Op pag. 33 zit de motivatie van de groei, tot 2040, van 23,6% ( 60.000-48.526) verstopt in noot 7: een rapport van Companen van december 2023: Doel van dit onderzoek Momenteel werkt de gemeente Zutphen aan haar omgevingsvisie. Hierin staan de ambities voor de fysieke leefomgeving van Zutphen voor de lange termijn centraal. Er zijn drie ontwikkelscenario’s bedacht: • Wonen in sterke wijken en dorpen • Werkstad Zutphen • Hanzestad in een groenblauwe jas De gemeente heeft ambitie om in te zetten op het versterken van Zutphen als woonstad (scenario wonen in sterke wijken en dorpen). Het trendscenario sluit het meest aan bij de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Dat is dus niet juist: zelfs als je de AZC meetelt kom je bij een correcte toepassing van het trendscenario in 2040 uit op een toename van 1,5 x 1247=1870 inwoners. En de in het rapport Van Zwol beschreven beperkte groei (van de Randstad) gaat tot 2050 uit van een groei met 8% (=ca. 5% tot 2040). Dus hoe komt Companen voor het in de Achterhoek gelegen Zutphen uit bij 23,6%?

Eenvoudig omdat B&W dat getal als uitgangspunt hanteerden bij de opdracht: Komt allen naar Zutphen, want wij willen de Woonboulevard als voorziening behouden! De meeste bezoekers van die voorziening komen al niet uit Zutphen. Dit is een voorbeeld van een gezochte motivatie. En minder scholen doordat er minder kinderen zijn? Die ontwikkeling is al jaren gaande, de scholen anticiperen daarop, fuseren, zoeken andere samenwerking. B&W doen er beter aan om de scholen niet voor te houden dat zij kunnen rekenen op een immense groei tot 2040. En het ziekenhuis? Moeten wij, zonder uiteraard enige garantie van Gelre ziekenhuizen, 12.000 nieuwe bewoners in Zutphen gaan huisvesten om hier meer IC’s operationeel te houden? In een tijd waarin ook ziekenhuisafdelingen steeds meer moeten specialiseren en dus concentreren? II. ERFGOED ALS VERTREKPUNT VOOR DE TOEKOMST: EEN ZICHTBARE, RIJKE EN BELEEFBARE GESCHIEDENIS Pag. 17 OOZ: De gemeente Zutphen ademt historie. Het erfgoed in de gemeente vertelt het verhaal van de ontwikkeling van de gemeente. Het is bepalend voor de inrichting en het gebruik in de toekomst. Zutphen is een van de oudste stedelijke nederzettingen van ons land. De bloeitijd van Zutphen lag in de late middeleeuwen, tussen 1200 en 1550.

Uit die tijd is zeer veel bewaard gebleven: Zoals het middeleeuwse stratenplan, dat deels teruggaat tot de tijd van de Vikingen (rond 900 na Chr. de ringwalburg), de stadsommuring, poorten en torens. Maar ook kerken, hofjes en honderden middeleeuwse huizen, een uniek ensemble binnen een beschermd stadsgezicht. De periode van Zutphen als vestingstad (1600-1874) liet sporen na in de vorm van grachten en parken rond het centrum Zutphen staat bekend als ‘torenstad aan de IJssel’. De stad is al vanuit de verte en alle windrichtingen te herkennen aanhet unieke silhouet van de Walburgiskerk, de Broederenkerk, de Nieuwstadskerk, de Wijnhuistoren en de Drogenapstoren. Het historische stadssilhouet is vanuit het zuidwesten en westen vrijwel onaangetast. Inwoners waarderen de historische kenmerken en sfeervolle binnenstad zeer. Ook op bezoekers vanuit de regio en daarbuiten hebben deze kenmerken een grote aantrekkingskracht. Pag. 25 OOZ De binnenstad van Zutphen is een bijzonder en aantrekkelijk gebied waar zorgvuldig voortgebouwd is op de cultuurhistorische waarden. Het beschermde stadsgezicht met vele monumenten biedt ruimte aan moderne stedelijke dynamiek, afgewisseld met rust en bezinning in de hofjes, pleintjes en verborgen straatjes.

26 Wie in 2040 in de gemeente Zutphen rondloopt, ziet dat we de afgelopen jaren ons erfgoed en de historische structuren hebben ontwikkeld en zichtbaar gemaakt. Ze zijn ingezet als basis voor logische ruimtelijke ontwikkelingen. Zo hebben we voor monumentale gebouwen en de groenblauwe verdedigingswerken steeds gezocht naar de meest optimale manier om de historie zichtbaar te houden en tegelijk - door

modernisering en verduurzaming - zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de gebruikerswensen van de 21e eeuw. 27 Ook zetten we in op het versterken van de monumentale Hanzestad. 46 DEZE KERNAMBITIE IN HET KORT → Cultuurhistorische kwaliteiten en erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken en inzetten als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen. Inwoners van Zutphen waarderen de aanwezigheid van de historische elementen in de leefomgeving. Ons erfgoed en de historische structuren vertellen het verhaal van onze gemeente. We maken deze zo veel mogelijk zichtbaar en benutten ze als basis voor nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen. De rijke historie van de binnenstad en het ommeland, samen met zichtbare kwaliteiten zoals de Berkel en de IJssel, de stadsmuren, de verschillende torens en de landgoederen hebben een aantrekkingskracht op bezoekers uit de regio en daarbuiten. We kiezen voor het benutten van deze recreatieve potentie als economisch verdienmodel voor dag- en verblijfstoerisme. Je zou met deze lofzang op het (niet door dit B&W, maar gedurende tien eeuwen) ontwikkelde erfgoed van monumentaal Zutphen verwachten dat dit wordt benadrukt in de kaart van pag. 29

Niet dus: er ontbreekt een ster die aanduidt dat vanaf de middeleeuwse straat de Polsbroek sprake is van een beschermd stadsgezicht, het blijvend zicht op de oude stad, inclusief alle torens. Ook met de op pag. 31 beschreven uitgangspunten zijn wij het hartstikke eens. We benutten ons erfgoed als uitgangspunt en inspiratie voor toekomstige ontwikkelingen en bouwen voort op onze zorgzame samenleving. Daarnaast zetten we ons cultuurhistorisch erfgoed in als inspiratie en houvast voor toekomstige ontwikkelingen. De keuzes die we maken beschrijven we in onze drie integrale kernambities. Deze vormen het fundament voor de omgevingsvisie van de gemeente Zutphen: 3. Beleven in Zutphen: historische Hanzestad van de 21e eeuw in een groen-blauwe jas. III. Participatie? Pag. 18 OOZ

Inwoners zijn over het algemeen betrokken bij maatschappelijke opgaven en herkenbaar als gastvrije, creatieve en initiatiefrijke mensen. De gemeente kent dan ook een lange traditie van inwonersparticipatie. Pag. 33 Dankzij dit netwerk kunnen inwoners participeren in sociale verbanden op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert. De gemeente Zutphen kent een lange traditie van inwonersparticipatie. Initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving waarderen we en faciliteren en stimuleren we daarom graag. Dream on, B&W! Op 9 september 2024 heeft de gemeenteraad zich uitgesproken over uw aanpak bij de totstandkoming bij de visie over de Polsbroek. Wij hebben over uw aanpak, en de wijze waarop de burgemeester invulling gaf aan de hem in art. 170 Gemeentewet opgelegde taak, een klacht ingediend. Klacht is gegrond, maar B&W vinden het in hun besluit van 7 november 2024 : “niet opportuun” om te reageren op alle inbreng van de bewoners van de Boompjeswal inzake de plannen van B&W om twee torens van twaalf lagen pal tegen het historische park te projecteren. Eén zin heeft een wethouder als reactie gegeven, maar vanwege zijn grove taalgebruik laten wij het hierbij. 35 We kiezen voor een torenstad 2.0 met hoogbouw die past bij de Zutphense schaal , de cultuurhistorische uitstraling en het stadssilhouet.

Hierbij zetten we in op een zorgvuldige afweging in ruimtelijke kwaliteit en onderzoeken we plekken waar hoogteaccenten mogelijk zijn en tot zijn recht komen. We betrekken inwoners hierbij en stellen de kwaliteit van de woon- en leefomgeving centraal. Met het oog op klimaatverandering, gezondheid en het versterken van de biodiversiteit kiezen we voor het toevoegen van groen in bebouwd gebied. Wat kwam hiervan terecht in het plan voor de Polsbroek? Twee woontorens (inderdaad, eufemistisch accenten genoemd) komen volgens B&W tot hun recht binnen het beschermde stadsgezicht en onttrekken dan het stadssilhouet volledig aan het zicht. Verder sneuvelen 32 volgroeide en gezonde bomen, een hoop beplanting en een honderd meter lange tot 15 meter hoge bosschage. En hoewel de wethouder dat later heeft ontkend, is zijn naam ook volgens de via een Woo-verzoek vrijgegeven documenten verbonden aan een plan om ook alle platanen en een aantal andere bomen in Boompjeswalpark te vervangen door volgens B&W meer inheemse bomen. IV. Klimaatadaptatie, gezond leefmilieu, hittestress. De feiten negerend vervolgen B&W: We werken aan een sterke en gezonde natuur en vangen de gevolgen van klimaatverandering op. In de hele gemeente investeren we in ruimte voor water en groen.

Bestaande en nieuwe groenstructuren (zoals parken, bermen, bomen en groene erven) en watergangen (zoals rivieren, sloten en greppels) vormen hierbij een netwerk van ‘groen-blauwe longen’. Pag. 24 OOZ

De parken, het water van de IJssel en de Berkel en brede groenstructuren zijn onze ‘groen-blauwe longen’. Ze bieden een plek voor inwoners en bezoekers om te ontspannen, te spelen en bewegen, elkaar te ontmoeten en vooral in de buitenlucht te zijn. Verder bieden ze ruimte voor klimaatadaptatie, verbeteren van waterkwaliteit en het vergroten van de biodiversiteit. GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040: 12. De binnenstad moet een aantrekkelijke plek zijn voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Door vergroening werken we aan het versterken van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en het verminderen van hittestress. In het bijzonder hebben we aandacht voor het benutten en versterken van de kwaliteiten van de oude vesting (de grens van de oude binnenstad) op het gebied van groen - en waterbeleving, beweging, ontspanning en ontmoeting. Hier zijn de bewoners helemaal voor. Maar wij zien in het plan Polsbroek dat nu kennelijk niet meer opportuun is, alleen sloop van veel groen, de bouw van honderden woningen en andere verstening, zonder enige compensatie in de directe omgeving. Het parkeerterrein wordt niet deels vervangen door uitbreiding van het park, maar door de bouw van honderden woningen. De rest van Nederland is wel doordrongen van de noodzaak om een gezond leefmilieu te waarborgen door aanbreng van meer groen. Zie ook rapport van Van Zwol pag.

186 Een punt dat hier, tot slot, aan raakt is de inzet op klimaatadaptatie in stedelijke gebieden. Om beter om te kunnen gaan met, onder andere, hitte, droogte of juist wateroverlast, zijn er steeds meer lokale initiatieven om de gebouwde omgeving groener en leefbaarder te maken. Dit raakt ook aan de eerder beschreven ontwikkeling, dat groen in en rond steden ook vanuit het oogpunt van recreatie en zorgpreventie zinvol is. U schrijft, als hiervoor geciteerd, dat u zult aansluiten bij de ambities op nationaal niveau: Dus concreet, waar in de Nota Ruimte (2006) een ondergrens is aangehouden voor het minimale oppervlak groen per woning: 75 m², zie wij die norm graag terug in de visie die u aan de raad voorlegt. V. Terug naar de Polsbroek: Hoogbouw als “waardevolle bijdrage aan de woonomgeving”? Pag. 25 OOZ Tegelijk met de schaalsprong wilden we ook die compacte stad blijven die Zutphen al decennialang is. We keken daarom naar verdichting op plekken als de binnenstad, de stationsomgeving en het Waterkwartier en uitbreiding met woningbouw aan de stadsranden, zoals Noordveen en De Hoven. De verdichting is uitgevoerd met architectuur en hoogbouw op doordachte plekken, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en het unieke stadssilhouet van Zutphen. Ook keken we naar gestapelde bouw op plekken waar dit een waardevolle bijdrage aan de woonomgeving kon bieden.

Dit deden we zo veel mogelijk vanuit de randvoorwaarden die horen bij klimaatadaptief (bodem en water sturend), natuurinclusief en energieneutraal bouwen. 52 GEBIEDSSPECIFIEKE KEUZES NAAR 2040:

2. Op locaties in en aan de randen van de binnenstad (zoals Houtwal, Klein Vaticaan en Polsbroek) verkennen we de mogelijkheden voor het toevoegen van extra woningen door verdichting en transformatie. In de ruimtelijke ontwikkeling van de binnenstad houden we rekening met de uitgangspunten van het beschermd stadsgezicht om zo de cultuurhistorische identiteit te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen. Nu B&W kennelijk blijven uitgaan van, zelfs, hoogbouw op de Polsbroek: waarom is een reactie op onze inbreng volgens uw besluit van 7 november 2024 niet meer opportuun? Samen met onze ketenpartners werken we aan een leefomgeving die bijdraagt aan een goede kwaliteit van leven. Wij zijn die ketenpartners? De ontwikkelaars met wie B&W al ontwikkelingsovereenkomsten hebben gesloten? Voor een reactie op deze toch wat naïeve stelling verwijzen wij naar al onze brieven en op onze inbreng bij raadsvergaderingen. Vi, Gezond leefmilieu, hittestress Bij die inbreng zijn wij ook ingegaan op het aspect “hittestress”. Uw OOZ: Bij de inrichting van onze leefomgeving kiezen we voor ontwikkelingen die een gezonde en veilige leefomgeving versterken en gezondheidsschade en veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk voorkomen.

Ook houden we rekening met aanvullende (lokale) regelgeving op het gebied van gezondheidsbescherming en omgevingsveiligheid, als nieuwe landelijke juridische mogelijkheden en/of wetenschappelijke inzichten daartoe aanleiding geven. Die wetenschappelijke inzichten zijn al dwars door de hele samenleving gemeen goed. Wij citeren uit het Wot rapport 136 Pag 55 en 56

De huidige situatie in de binnenstad is opgetekend in de Klimaatatlas:

Op de kaart is de verkoeling die de 32 bomen en het groen tussen de kippenbrug en het Vispaleis opleveren duidelijk te zien. Die wordt, bij realisatie van welk plan voor (hoog)bouw dan ook, gewijzigd in een hogere hittestress. Dat is in strijd met de doelen van de Omgevingswet. 37 OOZ Met het oog op verkoeling en wateropvang vergroten we het aantal bomen in onze gemeente. We faciliteren inwoners en bedrijven om op particulier terrein klimaatadaptieve maatregelen toe te passen, zoals het ontstenen en vergroenen van tuinen. Dit doen we waar mogelijk ook in de (herinrichting van de) openbare ruimte: groen is de norm en alleen functionele verharding wordt toegepast. In de volgorde van aanpak ligt de prioriteit bij gebieden waar het stedelijk hitte-eilandeffect en/of de wateroverlast momenteel het grootst is. Bomen planten “in onze gemeente” is niet de norm. Die bomen moeten in een gebied met hittestress worden toegevoegd aan het bestaande bestand. En bij herinrichting van de openbare ruimte is niet “waar mogelijk” de norm. Dus haal een streep door die twee woorden. VII Circulair bouwen? 36 OOZ Waar mogelijk kiezen we voor herbestemming boven sloop. Dit met het oog op het benutten en doorontwikkelen van aanwezige erfgoedwaarden.

De voormalige ABN is een degelijk gebouw, is al herbestemd als kantoor en in die functie gehuurd door Ieder1, en kan in die functie nog jaren mee. Dus waar u stelt: herbestemming “waar mogelijk”, had een onderzoek naar die mogelijkheid in de rede gelegen. Uit de via het Woo-verzoek verkregen stukken blijkt niet dat B&W onderzoek hebben gedaan naar de mogelijkheid van een herbestemming. Dat is ook niet meer nodig omdat het gebouw al is herbestemd. Wij verzoeken u, indien u overgaat tot vaststelling van een omgevingsvisie, daarbij de hiervoor toegelichte kritiek ter harte te nemen.

Met vriendelijke groet, Zwaan Hofmeijer

Ab van Zwieten de Blom

Boompjeswal 12 7201CL Zutphen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=fdeeb47b-cb35-4abb-ac6b-582af2165fb9