A 220523 collegebesluit vermoeden misstand wethouder (Woo)
Tekst van het document
GEHEIMHOUDING OPGELEGD DOOR HET COLLEGE
Onderwerp Rapportage onderzoek signalen/ meldingen gedrag wethouder Zaaknummer 315119 Niet openbaar Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit kennis te nemen van de rapportage d.d. 11 mei 2022 van bureau Hoffmann inzake het onderzoek naar de interne signalen/ meldingen over het gedrag van wethouder L. Werger. Besluitpunt 2 Het college besluit als werkgever het standpunt in te nemen dat er met betrekking tot het gedrag van de wethouder sprake is van een misstand in de zin van de Regeling melding vermoeden misstand. Besluitpunt 3 Het college besluit de melders en de wethouder van het standpunt op de hoogte te stellen. Besluitpunt 4 Het college besluit de leden van de raad door middel van de bijgaande memo met bijbehorende bijlagen te informeren over het ingenomen standpunt. Besluitpunt 5 Het college besluit op dit besluit en op alle stukken met betrekking tot het onderzoek naar de interne signalen/ meldingen geheimhouding op te leggen op grond van artikelen 55, eerste lid en 25, tweede lid en vierde lid van de Gemeentewet (vanwege het belang vermeld in artikel 5.1, tweede lid, onder e. van de Wet Open Overheid (eerbiediging persoonlijke levenssfeer)).
Motivering Inleiding Er zijn signalen/ meldingen ontvangen over het gedrag van wethouder L. Werger. Naar aanleiding daarvan heeft het college op 8 maart 2022 besloten bureau Hoffmann opdracht te geven een onderzoek in te stellen naar deze ontvangen signalen/ meldingen. De signalen/ meldingen zijn afkomstig van (oud-)medewerkers. De rapportage van het onderzoek is op 11 mei 2022 gereed gekomen. Diezelfde dag is de rapportage (via haar advocaat) aan de wethouder gestuurd. De wethouder is de gelegenheid geboden op 23 mei 2022 mondeling haar reactie op de rapportage te geven bij de burgemeester en de gemeentesecretaris. De wethouder is daartoe met haar advocaat verschenen. Zij heeft aangegeven geen mondelinge zienswijze te willen geven, maar tijd te willen krijgen om schriftelijk een zienswijze in te kunnen dienen, onder overlegging van een in opdracht van haar op te stellen contra-expertise. Aan haar is daarop tot 17.00 uur diezelfde dag de tijd gegeven voor het geven van haar schriftelijke reactie op de rapportage, nu verder uitstel niet opportuun is. De wethouder heeft tijdig een concept reflectie op het onderzoeksproces en het –rapport aangeleverd. Ter toelichting van de rapportage heeft de gemeentesecretaris/ algemeen directeur een oplegger (bijlage 1) bij de rapportage (bijlage 2) opgesteld.
Gelet op de Regeling melding vermoeden misstand (de zogeheten Klokkenluidersregeling) moet het college als werkgever op basis van de rapportage een standpunt innemen over de gemelde vermoedens van een misstand. Beoogd effect Het als werkgever instaan voor en borgen van een veilige werkomgeving voor de medewerkers van de gemeente. Argumenten 1.1 Op basis van deze rapportage kan het college als werkgever tot een standpunt komen. Bureau Hoffmann heeft in de periode van 8 maart 2022 tot en met 25 april 2022 een onderzoek uitgevoerd naar de signalen/ meldingen over het gedrag van de wethouder. Dit rapport is op 11 mei 2022 gereed gekomen, zodat het college op basis daarvan tot een standpunt kan komen over de gemelde vermoedens van een misstand. 2.1 Er is sprake van een misstand. In artikel 11.3.1, eerste lid, onder e. III van de Regeling melding vermoeden misstand wordt als vermoeden van een misstand omschreven: een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Na lezing van de rapportage van bureau Hoffmann die is gebaseerd op gesprekken met (oud-) medewerkers en de wethouder zelf, kan het oordeel niet anders zijn dan dat er sprake is van een misstand.
Uit de rapportage blijkt immers dat diverse (oud-)medewerkers in de periode mei 2018 tot en met heden kwetsende en/ of intimiderende gebeurtenissen en sociale onveiligheid hebben ervaren in de samenwerking met de wethouder, door haar wijze van optreden en bejegening. Deze wijze van handelen wordt op onderdelen als kwetsend, intimiderend of kwetsend én intimiderend ervaren, met onder meer tot gevolg medewerkers die handelingsverlegenheid ervaren en niet meer professioneel durven te adviseren, zich dermate geïntimideerd voelen dat medewerkers angst ervaren om aan te sluiten bij het portefeuillehoudersoverleg, het ervaren van een onveilig gevoel op de werkvloer, geen werkplezier meer hebben, het ervaren van een angstcultuur, medewerkers die ontslag hebben genomen naar aanleiding van het gedrag van de wethouder, medewerkers die aangeven ontslag te nemen als de wethouder wethouder blijft op dezelfde portefeuilles, medewerkers die zich eerst voorbereiden al dan niet met steun van collega’s en/ of teamleiders als zij een afspraak/ overleg hebben met de wethouder en medewerkers die bang zijn voor een gesprek met de wethouder en door mede-teamleden ‘uit de wind worden gehouden’. De wethouder geeft aan niemand bewust gekwetst en/ of geïntimideerd te hebben en ook nimmer de intentie daartoe te hebben gehad.
Zij herkent zich niet in de gevolgen van haar gedrag, noch kan zij deze gevolgen plaatsen. Zij vindt dat de sociale onveiligheid die wordt ervaren, over de volle breedte van de organisatie gaat en niet alleen over haar. De angstcultuur die medewerkers ervaren is ook niet aan haar te wijten, volgens haar. De wethouder heeft op 23 mei 2022 een concept reflectie op het onderzoeksproces en -rapport ingediend (bijlage 3). Uit de gesprekken met de (oud-)medewerkers is het algemene en consistente beeld ontstaan dat medewerkers kwetsende en/ of intimiderende gebeurtenissen en sociale onveiligheid hebben ervaren in de samenwerking met de wethouder. Als gevolg van deze onbehoorlijke wijze van handelen van de wethouder is er gevaar voor het goed functioneren van de organisatie. Het gedrag van de wethouder is niet passend in een werkomgeving die op alle aspecten sociaal veilig behoort te zijn. Daarom is het oordeel en het standpunt dat er sprake is van een misstand. De concept reflectie op het onderzoeksproces en -rapport van de wethouder leidt niet tot een ander standpunt. 3.1 Dit volgt uit de Regeling melding vermoeden misstand en het zorgvuldigheidsbeginsel.
De werkgever moet de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan schriftelijk op de hoogte stellen van zijn standpunt over het gemelde vermoeden van een misstand. Ook de wethouder moet op de hoogte worden gesteld van dit standpunt. Dit gebeurt zo spoedig als mogelijk. 4.1 Het college heeft een actieve informatieplicht. Door middel van dit besluit neemt het college een standpunt in over de gemelde vermoedens van een misstand. Omdat de wethouder aan de raad verantwoording over zijn handelen en nalaten heeft af te leggen, moet de raad over dit collegebesluit geïnformeerd worden. Het is aan de raad om zich een oordeel te vormen over eventuele vervolgstappen. Zo is het ook de bevoegdheid van de raad om deze kwestie in een raadsvergadering te laten agenderen, nadat de leden van de raad kennis hebben genomen van deze memo met bijlage. Daarom is het nodig dat de raad over de rapportage en het standpunt van het college geïnformeerd wordt door middel van bijgaande memo (bijlage 4). 5.1 Geheimhouding is nodig gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van alle betrokkenen. Geheimhouding is geboden nu het om de persoonlijke levenssfeer van alle betrokkenen gaat, niet alleen die van de melders, maar ook die van de wethouder. Het gaat aldus om het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zoals opgenomen in artikel 5.1, tweede lid, onder e.
van de Wet Open Overheid. Ook is geheimhouding geboden omdat deze kwestie in de verhouding werknemer-werkgever speelt. Het college is immers werkgever. De wethouder die het betreft is - als lid van het college - mede werkgever en vult daarmee mede het werkgeverschap in. Als de raad deze kwestie wil bespreken, dan moet dit in een besloten raadsvergadering. Eventueel beraadslagen en besluiten tot ontslag van de wethouder moet in een openbare raadsvergadering. De stemming over een eventueel ontslag is daarentegen geheim (artikelen 31 en 24 Gemeentewet). Kanttekeningen Uit contact met één persoon die gesproken is, is gebleken dat deze het gespreksverslag (nog) niet heeft ondertekend, ondanks dat Hoffmann verschillende pogingen daartoe heeft gedaan. Hoffmann doet alsnog een poging om dit verslag te laten ondertekenen. Gelet op de inhoud van het gevoerde gesprek, heeft wel of niet ondertekenen geen consequenties voor de uitkomst van het onderzoek. Communicatie/ uitvoering De wethouder en de melders, die hebben meegewerkt aan het onderzoek door bureau Hoffmann, worden schriftelijk op de hoogte gesteld van het standpunt van het college. De leden van de raad worden – onder geheimhouding – door middel van een memo geïnformeerd over het standpunt van het college als werkgever over de gemelde vermoedens van een misstand.
De ambtelijke organisatie wordt ook - kort en op hoofdlijnen - via Sjaak geïnformeerd. Rapportage/ evaluatie Niet van toepassing. Financiën Niet van toepassing. Risico’s Niet van toepassing.
Personele consequenties Niet van toepassing.
Bijlagen 1. Oplegger d.d. 23 mei 2022 van de gemeentesecretaris/ algemeen directeur GEHEIM 2. Rapportage d.d. 11 mei 2022 van bureau Hoffmann GEHEIM 3. Concept reflectie op het onderzoeksproces en -rapport van de wethouder d.d. 23 mei 2022 GEHEIM 4. Memo d.d. 23 mei 2022 aan de leden van de raad GEHEIM