984062 - Bijlage 9 (motivering) - Geohydrologisch rapport
Tekst van het document
®
anteagroup
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
Antea Group Understanding today. Improving tomorrow.
projectnummer 0486826.100
concept revisie OC 2 mei
2025
www.anteagroup.nl
o
anteagroup
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen projectnummer 0486826.100 documentnummer
0486826.100-GHR-01
concept revisie 0C 2 mei
2025
Auteurisi
(geanonimiseerd) Opdrachtgever Girion B.V. Postbus 50 6920 AB
Duiven
Gecontroleerd
(geanonimiseerd)
NOGEN
datum
beschrijving
2 mei 2025
definitief revisie OC
(geanonimise rd)
anteagroup
Inhoudsopgave Samenvatting 1
Projectomschrijving
11
Algemeen
12
Doel en status rapport
13 14
Basisdocumenten voor dit rapport Leeswijzer
15
Afkortingen en begrippen
no
2
Inventarisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater
10
21
Algemeen
10
22
Veld- en
23
Maaiveldhoogten
10
24 241
11
_
Bodemgesteldheid Regionale bodemopbouw op basis van REGIS I! (TNO)
242
_
Lokale bodemopbouw
12
Oppervlaktewater Freatische grondwaterstanden en stijghoogten dieper grondwater
14
25 26
laboratoriumonderzoek
10
11
14
26.1
_
Freatische grondwaterstanden
14
26.2
_
Conclusie freatische grondwaterstanden
15
27
Grondwaterkwaliteit
16
3.
Bemaling
17
31
Werkmethode
17
32 33
Risico's opbarsten putboden en noodzaak spanningsbemaling Bemalingswijze
17
34
Berekeningen grondwateronttrekking
18
341
_
342 343
17
Modelschematisatie
18
Uitganspunten
20
Resultaten
20
Grondwaterstandsverlagingen
22
4.
Effecten grondwateronttrekking en -lozing
23
41
Algemeen
23
42
Zettingen
23
43
Bodem- en grondwaterverontreinigingen
23
44
Landbouw
24
45
Monumentale
46
Natuur en groenvoorzieningen
26
47
Archeologie
27
48
Aardkundige waarden
28
49
Zoet/zoutgrensvlak grondwater
28
410
Grondwaterbeschermingsgebieden en overige onttrekkingen
28
5.
Vergunning/melding onttrekking en lozing
30
51
Onttrekking grondwater
30
52
Lozing op oppervlaktewater
30
53
Conclusie
30
6.
Conclusies en aanbevelingen
31
61
Algemeen
31
62 63
Onttrekking grondwater Lozing op oppervlaktewater
31
344
INOGEN
_
bomen
25
31
O
anteagroúp 64
Effecten
31
65
Monitoringsaspecten
32
66
Aanbevelingen
32
Bijlage 1 Gegevens opdracht gever Bijlage 2 Boorpunten en profielbeschrijvingen Bijlage 3 Analysecertificaten Bijlage 4 Checklist gegevens conform BRL12010 Bijlage 5 Checklist risico's conform BRL12010
Bijlage 6 Tekeningen
0486826.100-I50-01 0486826.100-IS0-02
INeGEN
_
Verlagingslijnenkaart GHG situatie Verlagingslijnenkaart GLG situatie
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Samenvatting Locatie en adres
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
Rijksdriehoek coördinaten
beinde egin tracé tracé
212.:505 212332
begin tracé einde tracé
Zutphen Zutphen NAP +6,7 m a NAP +8,0 m
463254 459.591
!
Kadastrale gegevens
Maaiveldniveau Grondwaterstanden en
! !
N IJ
! !
4306 4823
stijghoogten
NAP
+5,82+7,0
!
+4,63+60
Globale bodemopbouw
De bodemopbouw langs de tracés bestaat tot 10 m -mv. overwegend uit zand met plaatselijk enkele dunne klei- of leemlagen in de onverzadigde zone. Vanaf 10 à 15 m -mv zijn circa 5 meters dikke kleilagen aanwezig met daaronder met zandlagen.
Ontgravingswijze
Open ontgraving en HDD.
Aantal werkputten
15
Beheergebied Bemalingswijze Filterdiepte
Waterschap Rijn en IJssel Freatische bemaling middels verticale fiters. 5,0 m -mv
Totaal waterbezwaar
berekend: 315.900 m*
aanbevolen voor vergunning: 320.000 m>
Maximaal debiet
berekend: 245 m? per uur
aanbevolen voor vergunning: 250 m per uur
Bemalingsduur
169 dagen
Vergunning of melding?
Vergunning grondwateronttrekking en vergunning lozing oppervlaktewater.
Lozingsparameters freatisch grondwater Wijze
van lozing bemalingswater
66-7,8
O
310-1060
00516
5049
/Op nabijgelegen oppervlaktewater.
e _ Meer-aanmeldnotitie opstellen; Meten actuele grondwaterstand t.b.v. bepalen noodzaak bemali De natuurgebieden, landbouwgebieden en groenvoorzieningen binnen de 0,5 m verlagingscontour moeten gemonitord worden op ontstaan van droogteschade en er moet mogelijk mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld beregenen) toegepast worden.
blad 5 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
Projectomschrijving 11
Algemeen In opdracht van Girion B.V. heeft Antea Group een geohydrologisch rapport opgesteld ten behoeve van het
project ‘verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen'. De opdrachtgever is voornemens drie hoogspanningsverbindingen ondergronds te verkabelen (ondergronds brengen kabels) te weten: * _ Langerak-Zutphen, tussen mast 55 en 65 (lijncode LGK-2P-150); e _ Woudhuis-Zutphen, tussen mast 43 en 46 (lijncode WHS-ZP-150);
* _ Lochem-Zutphen, tussen mast 1 en 4 (lijncode LC-ZP-150). Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Langerak-Zutphen heeft een totale lengte van circa 3.410 m. Over
een lengte van circa 1.585 meter worden de kabels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd, het overige deel (circa 1.825 m) wordt in open ontgraving aangelegd. Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Woudhuis-Zutphen heeft een totale lengte van circa 780 m. Over een lengte van circa 310 meter worden de kabels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd, het overige deel (circa 470 m) wordt in open ontgraving aangelegd.
Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Lochem-Zutphen heeft een totale lengte van circa 1.060 m. Over een lengte van circa 430 meter worden de kabels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd,
het overige deel (circa 630 m} wordt in open ontgraving aangelegd. De ligging van de te verkabelen tracés zijn in figuur 1.1. weergegeven.
blad 6 van 32
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
{
te verkabelen verbinding, aanleg in open ontgraving
n 5
Om constructietechnische en cultuurtechnische redenen dienen de uit te voeren werkzaamheden in een droge
sleuf plaats te vinden. In verband met de heersende grondwaterstanden op de locatie moet daartoe bemaling worden geïnstalleerd. 12
Doel en status rapport Doel van dit rapport is inzicht te verkrijgen in het te verwachten waterbezwaar en mogelijke effecten van de bemaling. Dit rapport dient als basis voor de vergunning- of melding aanvraag van de grondwateronttrekking en de verwerking van het onttrokken grondwater. Het rapport kan door de opdrachtgever tevens informatief aan de aannemer van de bemaling worden verstrekt voor het opstellen van zijn bemalingsplan.
13
Basisdocumenten voor dit rapport Het rapport is opgesteld met inachtneming van de bepalingen, voorwaarden en voorschriften als aangegeven in het ‘Onderzoeksprotocol veld- en bodemonderzoeken’, revisie 1.0, d.d. 4 mei 2017 door TenneT TSO B.V. Tevens is de BRL 12010 toegepast.
blad 7 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
anteagroúp
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
revisie 0C
Girion B.V.
14
Leeswijzer
De tracés Woudhuis-Zutphen en Lochem-Zutphen worden grotendeels parallel, in é&n werkgang/sleuf aangelegd. Op basis van de bodemopbouw (zie hoofdstuk 2} zijn de tracés in verschillende secties onderscheiden. De volgende sectie-aanduidingen voor de deellocaties worden aangehouden:
Tracé Zutphen-Langerak Sectie 1- van hoogspanningsstation Zutphen tot HDD Berkel Sectie 2 - van HDD Berkel tot HDD Warnsveldseweg Sectie 3 - van HDD Warnveldseweg tot HDD Spikerpad/Draaimomsdreef Sectie 4 - van HDD Spikerpad/Draaimomsdreef tot HDD tennisvelden Sectie 5 - van HDD tennisvelden tot HDD Ooyerbrug Sectie 6 - van HDD Ooyerbrug tot HDD Ooyershoek/N314 Sectie 7 - van HDD Ooyershoek/N314 tot einde verkabeling (mast 55) Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem
Sectie 8 van hoogspanningsstation Zutphen tot HDD Voorsteralleekwartier Sectie 9 van HDD Voorsteralleekwartier tot HDD's Oostveensepad
Tracé Zutphen-Woudhuis Sectie 10- van HDD Oostveensepad tot einde verkabeling (mast 43)
Tracé Zutphen-Lochem Sectie 11 van HDD Oostveensepad tot einde verkabeling (mast 4) De bovengenoemde secties zijn in figuur 1.2 weergegeven sectie 11 sectie;10
/
|
sectie 9
sectie8 secte Î
Zutphen Warnsveld
Fi
ur 1.2: Indeling met secties
blad 8 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
15
Afkortingen en begrippen Afkortingen AG
actuele grondwaterstand
AS
actuele stijghoogte
cwaarde
_ weerstand van de bodemlaag in dagen
EC
Elektrisch geleidingsvermogen
GHG
gemiddeld hoogste grondwaterstand
GHS
gemiddeld hoogste stijghoogte
GLG
gemiddeld laagste grondwaterstand
GLs
gemiddeld laagste stijghoogte
kD-waarde
_ doorlaatvermogen van de bodem in m?/dag
krwaarde k-waarde
_ horizontale doorlatendheid in m/dag _ verticale doorlatendheid in m/dag
m-mv
meters
beneden
NAP
Normaal
pH
Zuurgraad
maaiveld
Amsterdams
Peil
Begrippen Actuele grondwaterstand (AG) De hoogte van een punt waar het grondwater een drukhoogte gelijk aan nul heeft ten opzichte van een referentieniveau op het moment van waarneming.
Actuele stijghoogte (AS) ij ‘Actuele grondwaterstand' maar voor het watervoerende pakket.
Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) Gemiddelde van de 3 hoogste waarnemingen van de freatische grondwaterstand per jaar over een
periode van
minimaal 8 jaar, bij een waarnemingsfrequentie van 2x per maand. Alternatief: 85% overschrijding van een langjarige meetreeks. Gemiddeld hoogste stijghoogte (GHS) Zie bij 'Gemiddeld hoogste grondwaterstand’ maar voor het watervoerende pakket. Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) Gemiddelde van de 3 laagste waarnemingen van de freatische grondwaterstand per jaar over een periode van minimaal 8 jaar, bij een waarnemingsfreguentie van 2x per maand.
Alternatief: 15% onderschrijding van een langjarige meetreeks. Gemiddeld laagste stijghoogte (GLS)
Zie bij 'Gemiddeld laagste grondwaterstand’ maar voor het watervoerende pakket.
blad 9 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
Inventarisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater 21
Algemeen Voor het opstellen van dit geohydrologisch rapport zijn de bodemopbouw en de geohydrologische situatie geïnventariseerd. De lokale bodemopbouw en de grondwaterkwaliteit zijn bepaald op basis van gegevens uit de
volgende bronnen: « Veldonderzoek Antea Group (april-mei 2022); *
Bodemkaart van
*
REGIS II v2.2, TNO (www-dinoloket.nl};
Nederland;
*
GeoTOP v1.3, TNO (www.dinoloket.nl);
* e
Boringen en grondwaterputten van het DINOloket, TNO; Grondwatertools, TNO.
De benodigde en beschikbare gegevens zijn bij het opstellen beoordeeld conform een checklist welke
is
opgenomen in bijlage 4. 22
Veld- en laboratoriumonderzoek Veldonderzoek
Ten behoeve van het geohydrologisch onderzoek zijn in de periode van 25 april t/m 9 mei 2022 de volgende werkzaamheden
e
verricht:
11 handboringen met een maximale diepte van 1,85 m -mv.
e 67 boringen met een maximale diepte van 2,50 m -mv. * _ 8 handboringen met een maximale diepte van 6 m -mv. * 8 peilbuizen met filters variërend van 1,50 m -mv. (bovenkant) tot 4,0 m -mv. (onderkant). De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 2. Van de uitgevoerde boringen zijn de te onderscheiden bodemlagen beschreven conform NEN 5104. Aan de
hand van de hydromorfe kenmerken n het bodemprofiel zijn, voor zover mogelijk, de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) geschat. De hydromorfe kenmerken zijn niet altijd maatgevend, plaatselijk kunnen deze ten gevolge van recente veranderingen in de
waterhuishoudkundige omstandigheden afwijken van het huidige grondwaterregime. Tevens is de actuele grondwaterstand (AG) gemeten ten tijde van boring.
De peilbuizen zijn in de periode van 4 t/m 13 mei 2022 bemonsterd voor analyse in het laboratorium. De zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) zijn in het veld bepaald. De actuele grondwaterstand in de peilbuizen is voorafgaand aan de bemonstering gemeten. Laboratoriumonderzoek
Het grondwater uit peilbuizen L02, LOS, L11, LAO3, LA2, LA16, LA31, LA42 en WOS zijn onderzocht op de lozingsparameters ijzer, onopgeloste bestanddelen en chloride. De resultaten zijn opgenomen in paragraaf 2.7. Tevens is milieukundig onderzoek uitgevoerd op de locatie. De resultaten zijn eveneens opgenomen in paragraaf 2.7. 23
Maaiveldhoogten De gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van de tracés is ter plaatse van de boorpunten ingemeten met een GPS toestel. Daarnaast is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) geraadpleegd. De gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van de tracédelen welke in open ontgraving worden aangelegd s als volgt:
blad 10 van 32
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbi
anteagroup
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
revisie 0C
Girion BV.
Tracé Zutphen-Langerak 1. Sectie 1 (boring LAO1 t/m LAO3) 2. Sectie 2 (boring LAO4 t/m LA12)
NAP +7,80 m NAP +6,80 m
3.
Sectie 3 (boring LA13 t/m LA21)
NAP +7,00 m
4. 5.
Sectie 4 (boring LA22 t/m LA24) Sectie 5 (boring LA25 t/m LA29)
NAP +6,70 m NAP+7,50 m
6.
Sectie 6 (boring LA30 t/m LA36)
NAP+7,40 m
7.
Sectie 7 (boring LA40 t/m LA42)
NAP +7,00 m
Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem 8.
Sectie 8 (boring LO1, LO2 en WO1)
NAP +7,90 m
9.
Sectie 9 (boring L03 t/m LO7)
NAP +8,00 m
10. Sectie 10 (boring LO8 t/m L14) 11. Sectie 11 (boring WO2 t/m WO5)
NAP +7,80 m NAP +7,10 m
24
Bodemgesteldheid
241
Regionale bodemopbouw op basis van REGIS I! (TNO) De diepere bodemopbouw is in figuur 2.1 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS I v2.2. In dit profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan.
Voor de holocene deklaag zi
n REGIS geen parameterwaarden (c-waarden, k-waarden, kD waarden) aanwezig.
Voor de verschillende zandige formaties zijn in REGIS kn waarden en kD waarden opgenomen. Voor de kleiige
formaties zijn k, waarden en c-waarden vermeld.
himtNoe.nAt0e.gPrvts.e afstand
°
_
n kilometers
Verklaringcodes
‚
Hc- holocene deklaag, complexe eenheid °
_
BXz- Formatie van Boxtel zandige eenheid
KRz- Formatie van Kreftenheye, zandige eenheid KRZUk- Formatie van Kreftenheye, laagpakket van Zutphen, kleiige eenheid KRTWk - Formatie van Kreftenheye, laagpakket van Twello, kleïige eenheid DRGIk - Formatie van Drenthe, laagpakket van Gieten, kleiige eenheid DRz — Formatie van Drenthe, zandige een PZWAz - Formatie van Peize en Waalre, zandige eenheid
‚
_
MSz- Formatie van Maassluis, zandige eenheid
Figuur 2.1: Geohydrologische bodemopbouw gehele tracé
blad 11 van 32
Geohydrologisch rapport
o
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
I figuur 2.1 is te zien dat de maaiveldhoogte overal circa NAP +7,5 m bedraagt. Op het noordelijk dee! van het
tracé, grofweg ten noorden van de rivier ‘De Berkel is een holocene deklaag van enkele meters dik aanwezi Zeer lokaal is op het zuidelijk deel van het tracé een zeer dunne zandige afzetting behorende tot de Formatie
van Boxtel aanwezig. Vanaf het maaiveld of onderde holocene deklaag/Formatie van Boxtel tot een diepte van NAP -3 m à NAP -4 m is een (derde) zandige afzetting behorende tot de Formatie van Kreftenheye aanwezig. Vervolgens is een kleiige afzetting (Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Zutphen) tot NAP -6 m à NAP -7 m aanwezig. Onder de kleiige afzetting komt een (vierde) zandige afzetting tot ca. NAP -35 m voor welke behoortot de Formatie van Kreftenheye. Vervolgens is een tweede kleiige laag tot NAP-60 m aanwezig welke behoort tot de Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Twello en de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Vanaf NAP -60 m komen zandige afzetting behorende tot de Formatie van Peize en Waalre en/of Maassluis voor.
De parameterwaarden voor de overige Formaties zijn in tabel 2.1 samengevat. Tabel 2.1: Doorlatendheden
242
REGIS I
Boxtel (BXz2i/m BXz4)
+7,5tot+6,5
Kreftenheye (KRz3)
+6,5tot-3,5
Kreftenheye, laagpakket Zutphen (KRZUKI)
-3,5tot-6,5
Kreftenheye (KRz4)
-6,5tot-35
Kreftenheye, Laagpakket Twello (KRTWKIJ
35
001-0,05
50-500
tot-55
0,001 -0,005
1000-10.000
Drenthe, Laagpakket van Gieten (DRGIKIJ
-55 tot-60
0,001 -0,001
Peize en Waalre (PZWA22 t/m PZWAz4)
-60 tot-65
5-50
Maassluis (MSz1 t/m MSz4)
-60 tot-80
100-250
100-1000
Lokale bodemopbouw Op basis van de geraadpleegde bronnen (zie paragraaf 2.1) is de bodemopbouw in de directe omgeving van het tracé vastgesteld. De gebruikte profielbeschrijvingen zijn in bijlage 2 opgenomen. De bodemopbouw is per sectie (deellocatie) in onderstaande tabellen beschreven. Tabel 2.2: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 1 en mantelbuis Wijnhofstraat +7,80 tot #6,00
Zand, matig grof tot matig fijn (k0,2 tot 1}
+6,00 tot +4,00
Klei met zandlagen (gelaagd)
+4,00 tot -4,00
Zand, matig fjn tot uiterst grof(k 5 tot 35}
-4,00 tot-8,00
Klei
-8,00 tot -32,00
Zand, matig fijn tot uiterst grof
Tabel 2.3:
boring LAO1 t/m LAO3 DINOloket boring:
B33F0156,
833F0030, 8330284
Geschematiseerde bodemopbouw sectie 2
+6,80 tot +6,00
Klei (sterk zandig) of leem
+6,00 tot +3,50
Zand, matig fjn tot matig grof
+3,50 tot +3,00
Klei of zand
+3,00 t0t-2,00
Zand, matig o
-2,00 tot-7,00
Kleiof leem
-7,00 tot-25,00
Zand, matig tot uiterst grof
boring LAO4 /m LA12 DINOloket boring:
B33H0196,
833H1207, B33H1271, 833H1276, uiterst grof
833H0050
blad 12 van 32
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
D
anteagroup
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
revisie 0C
Girion BV.
Tabel 2.4: Geschematiseerde b«lemnibouw sectie 3 en moflocatie 1 +7,00 tot +5,00
Zand, matigfijn tot matig grof (k 0,1 tot 4}
+5,00 tot +4,00
Zand, plaatselijk laagjes klei
+4,00 tot-4,50
Zand, matig fijn tot uiterst grof (k 0,1 tot 7}
-4,50 tot-10,00
Klei
-10,00 tot-22,00
Zand, matig tot uiterst grof, plaatselijk grind
boring LA13 t/m LA21 DINOloket boring:
B33H0216,
833HO051, B33H0052, B33H1209
Tabel 2.5: Geschematiseer rde bodemopbouw sectie 4
+6,70 tot +6,00
Klei, matig zandig
+6,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot zeer grof, laagjes klet
-4,50
Klei
tot-10,00
-10,00 tot-24,00
boring LA22 t/m LA29, 107 /m 111 DINOloket boring: B33H1203, B33H1474,
B33H1461
Zand, matig tot uiterst grof
Tabel 2.6: Geschematiseerde hnd.mnihouw sectie 5, mantelbuis inrit1 en mantelbuis inrit 2 +7,50 tot +6,00
Zand, matig tot zeer ijn, plaatselijk klei
+6,00 tot-4,50
Zand, matig fijn tot zeer grof, laagjes klei
-4,50 tot-10,00
Klei
-10,00 tot-24,00
Zand, matig tot uiterst grof
boring LA25 t/m LA29, 110, 111 DINOloket boring: B33H1203, B33H1474, B33H1461
Tabel 2.7: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 6 mantelbuis inrit 3 en moflocatie 2 +7,40 tot +6,00
Klei of zand met laagjes klei
+6,00 tot +3,00
Zand, matig fijn tot grof(k 2 tot 8}
+3,00 tot +2,50
Klei, zwak zandig
+2,50 tot-15,00
Zand, matig tot zeer grof (k 7)
-15,00 tot-16,00
Klei
boring LA30 1/m LA36, 112 1/m 117 DINOloket boring: B33H0015, B33H1135, B33H1143
Tabel 2.8: Geschematiseerde hnd.mnihouw sectie 7 +7,00 tot +5,00
Klei of zand
+5,00 tot-15,00
Zand, matig fijn tot zeer grof
-15,00 tot-22,00
Klei of leem
-22,00 tot-30,00
Zand, zeer grof, matig grindig
boring LA40 t/m LA42, 121 1/m 123 DINOloket boring: B33H0013, 833H0014, B33H0015, B33H0007, 8330206
Tabel 2.9: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 8 +7,90 tot +5,20
Zand, matig fijn (k0,3 tot 6}
+5,20 tot +5,00
Klei, matig zandig
+5,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot matig grof (k 0,7 tot 10)
-4,50 tot-8,00
Klei
-8,00 tot-25,00
Zand, matig tot uiterst grof
boring L01, 102 en WOI DINOloket boring: B35F030, B3SFO61, B35062,
B33F0156
Tabel 2.10: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 9 +8,00 tot-4,50
Zand, matig fijn tot matig grof (k 0,1 tot 7}
-4,50 tot-8,00
Klei
-8,00 tot-25,00
Zand, matig tot uiterst grof
boring L03 /m 107 DINOloket boring: B35F030, B3SFOS1, B35062, B33F0156
blad 13 van 32
Geohydrologisch rapport
o
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Tabel 2.11:
Geschematiseerde bodemopbouw sectie 10
+7,80 tot -4,50
Zand, matig fin tot matig grof (k0,1 tot 25)
-8,00 tot-25,00
Zand, matig tot uiterst grof
-4,50 tot-8,00 Tabel 2.12:
25
boring L08 /m 14
Klei
DINOloket boring: B35F030,
835F061, B35067, B33F0156
Geschematiseerde bodemopbouw sectie 11
+7,10t0t-4,50
_ Zand, matig ijn tot matig grof (k0,3 tot 10)
_
boring WO2 t/m WOS
-4,50 tot-8,00
‚ Klei
|
DINOloket boring: B35F030,
-8,00 tot-25,00
‚ Zand, matig tot uiterst grof
‚ B3SFO61, B35062, B33F0156
Oppervlaktewater Tracé Zutphen-Langerak (sectie 1/m 7) Langs de werklocaties zijn op korte afstanden meerdere waterpartijen aanwezig binnen de bebouwde kom (openbaar groen) en in het landelijk gebied (kavelsloten). Op het noordelijk deel van het tracé, nabij het 150 kVstation, is de rivier ‘De Berkel’ gelegen.
Uit het peilbesluit van het Waterschap Riijn en IJssel blijkt dat het tracé n stedelijk gebied ligt. Voor zover bekend is hier geen peilbesluit vastgesteld. Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem (sectie 8 t/m 11) Ter plaatse van de werklocaties
zijn geen stadswateren gelegen. Er zijn wel enkele kavelslootjes aanwezig. Op
circa 200 meter ten zuiden van de werklocatie (150 KV-station) is de rivier ‘De Berkel!’ gelegen. Op circa 300 meter ten noorden van de werklocatie is het Twentekanaal gelegen. Uit het peilbesluit van het Waterschap Rijn en IJssel blijkt dat het tracé
in het peilvak ‘Houtwal Hoofdgracht
Zutphen’ ligt met een peil (GOR) van +6,90 m NAP. Oppervlaktewaterkwaliteit
Er zijn in onderhavig onderzoek geen oppervlaktewatermonsters genomen. 26
Freatische grondwaterstanden en stijghoogten dieper grondwater
26.1
Freatische grondwaterstanden Veldonderzoek
De grondwaterstanden ter plaatse van de open ontgravingen zijn in mei 2022 gemeten. Tevens zijn de GHG en
GLG bij het veldwerk ingeschat. De gemeten grondwaterstanden en de geschatte GHG en GLG zijn in tabel 2.13 samengevat.
blad 14 van 32
Geohydrologisch rapport
o
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Tabel 2.13: Gemeten grondwaterstanden en geschatte GHG/GLG
LA02(sectiel) _ +7,80
2642022 +6,80
47,20
+6,00
04052022
LAl6sectie4)
_ +6,92
1,50-2,50
2842022
4587
4622
4542
09052022
U3l(sectie6)
_ 4762
250-3,50
552022
45,72
4637
4502
13052022
4591
LAa2(sectie7)
_ +6,97
150-2,50
652022
4607
4647
4547
13052022
+5,99
102 (sectie8)
_ +7,90
2,50-3,50
2542022
45,84
46,79
+4,89
04052022
+5,81
LOS(sectie9)
_ +8,05
3,00-4,00
2542022
46,75
46,75
+4,75
04052022
4550
Uil(sectie10)
_ +7,80
300-4,00
2642022
+5,40
4620
445
09052022
+535
+7,09
270370
2542022 4509
489
+459
09052022
4501
WOS(setieli)
_ 150-2,50
_
4682 _
+590
Uit de gemeten grondwaterstanden blijkt dat ten tijde van het bemonsteren het grondwater op het tracé Zutphen-Langerak (sectie 1 t/m 8) zich gemiddeld tussen de 1,0 en 1,5 m -mv. diep bevindt. Op het tracé Zutphen-Lochem en Zutphen-Woudhuis (sectie 9 t/m 12) bevindt het grondwater zich gemiddeld tussen de 1,5 en 2,0 m-mv. De grondwaterstanden zijn gemeten in de periode mei 2022. Verwacht wordt dat de gemeten grondwaterstanden zich tussen de GHG en GLG bevinden.
DINOloket/Grondwatertools In het DINOloket zijn in de omgeving van de tracés diverse representatieve peilbuizen aanwezig. De
meetresultaten zijn in tabel 2.14 samengevat. Tabel 2.14: Grondwaterstanden
oH
grondwatermeetputten DINOloket/Grondwatertools
V77L
sss
STT
833H1477
_ 200 m oostelijk
aommeelik _
+167
20132020
__ +4,32t0t43,92
16288
B33H0216
200 m oostelijk
+8,59
_
1992-2019
_ -14,69tot-17,69
1625
833H0349
_ 200 m oostelijk
+8,56
19972019
_
+5,87t0t+4,87
+635
585
B33H1478
400 m westelijk
+7,14
_
20132020
_ +3,00t0t+2,00
1600
555
833H1476
_ 400 m westelijk
+878
20132020
_
+5,88t0t+4,88
1685
B33H0052 250 m oostelijk B33F1200 _ 150 m westelijk
+8,79 +7,92
_ 1950-1992 _ 20132020
_ -13,71tot-18,71 _ +4,42 tot+3,42
+6,60 +615
833F0223
+8,62
_
_
455
_ 1.000 m westelijk
19662003
+6,12t0t45,62
6200 SE
i
+5,75
1600
i Ì
+5,80 +45,15 685
Uit de geraadpleegde monitoringspeilbuizen uit het DINOloket blijkt dat de fluctuatie van de GHG en de GLG over het algemeen circa 0,8 m bedraagt. Verder blijkt uit DINOloket dat de GHS nagenoeg gelijk is met de GHG van het vrije freatische grondwater.
2.6.2
_ Conclusie freatische grondwaterstanden Op basis van de gemeten grondwaterstanden in onderhavig onderzoek en de meerjarige grondwaterstanden uit
het DINOloket is per sectie de gemiddelde GHG en GLG bepaald. De gehanteerde grondwaterstanden per sectie zijn in tabel 2.15 weergegeven.
blad 15 van 32
Geohydrologisch rapport
fo)
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Tabel 2.15:
freatische
+7,80 +6,80 +7,00
+6,70 +7,50 +7,40 +7,00 +7,90
+8,00 +7,80 +7,10
27
Grondwaterkwaliteit Lozingsparameters De grondwaterkwaliteit langs het tracé is onderzocht. De analyseresultaten zijn in tabel 2.16 samengevat. De
analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 2.16: Analyseresultaten lozingsparameters grondwater
LA02(sectiel)
452022
150-250
LAl6sectie4)
952022
150-250
LA3l(sectie6)
1352022
250-350
LA42{sectie7)
1352022
102
(sectie8)
703
880
14
4960
660
900
16
016
85
750
810
04
14
20
150-250
710
1060
<005
<50
25
452022
2,50-350
719
410
012
0
0
LO5 (sectie9)
45-2022
3,00-4,00
751
310
R!
-
-
Uii(sectie10)
9-5-2022
_ 300-4,00
820
051
55
EN
WOS (sectie11)
952022
2,70-370
740
054
0
51
-7
_ _
_
640 680
_
0
Geen meting
Op basis van de gemeten concentraties ijzer is er een beperkt risico op verkleuring van het oppervlaktewater bij lozing van bemalingswater. De gemeten concentraties aan chloride duidt op zoet grondwater. De gemeten concentraties aan onopgeloste bestandsdelen zijn lager dan de lozingseis van 50 mg/l uit de waterschapsverordening (Waterschap Rijn en IJssel). Milieukundig onderzoek Het grondwater is onderzocht op parameters uit het standaardpakket grondwater NEN 5740. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater uit diverse peilbuizen maximaal licht verhoogde concentraties aan barium zijn aangetoond.
blad 16 van 32
Geohydrologisch rapport
fo)
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Bemaling 31
Werkmethode
De afmetingen en bemalingsduur van de kabelsleuven en werkputten zijn is in tabel 3.1 weergegeven. Uitgangspunt is dat het tracé Zutphen-Langerak per trek van circa 1 kilometer wordt aangelegd. Dit betekent dat circa 1 km tracé (uitgezonderd de HDD's) gelijktijdig in bemaling staat (van hoogspanningsstation naar moflocatie 1, van moflocatie 1 tot moflcatie 2 en van moflocatie 2 naar einde tracé). De overige twee tracés worden in 1 keer aangelegd. Tabel 3
: Uitgangspunten kabelsleuven en werkputten
Tracé Zutphen-Langerak
Sectie 1
+180
106
500
210
70
14
sectie 21
+6,80
108
500
210
+4,70
20
Sectie 22
+80
120500
210
1470
25
sectie 23
+6,80
145
500
210
+4,70
31
Sectie 3.1
+700
240
500
2410
490
39
Moflocatie 1
+30
15600
210
20
14
Sectie 32
+7,00
180
500
210
+4,90
14
Sectie 4
170
SS
500
210
1460
2
Sectie 5
+7,50
205
500
210
+5,40
27
Sectie 6.1
+740
130
500
2410
530
29
Moflocatie 2
470
S
600
210
560
14
sectie 62
+820
145
500
210
+6,10
A
Sectie 63
+140
170
500
210
530
x
Sectie 7
+7,00
s
500
210
+4,90
24
Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem
32
Sectie 8 [2x]
+90
85500
210
80
49
sectie 9
+8,00
225
500
210
+5,90
a
Sectie 10
+80
190
500
210
70
28
Sectie 11
440
320500
210
500
2
Risico’s opbarsten putboden en noodzaak spanningsbemaling Ter plaatse van alle deellocaties blijkt dat de bodemopbouw hoofdzakelijk uit zandlagen bestaat. De deels aanwezige slecht doorlatende (klei]lagen bovenin het profiel worden volledig doorgegraven. In enkele boringen is ondiep een dun klei of leemlaagje aangetroffen rond de putbodem. Uitgangspunt is dat deze laag geen aaneengesloten slecht doorlatende laag vormt. Tevens lijkt er geen sprake te zijn van een stijghoogte uit het eerste watervoerend pakket. Er is daarom geen risico voor opbarsten van de werkputten vanuit de diepere zandlagen. Onder deze zandlaag is
op grote diepte circa 10 à 15 meter klei aanwezig. Ook deze zal niet opbarsten. 33
Bemalingswijze Voor het drooghouden van de werkputten en leidingsleuven worden verticale filters tot maximaal 5,0 m -mv.
geadviseerd. Zo nodig kan aanvullend een open bemaling worden toegepast. blad 17 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeing hoogspanningsverbindingen Zutphen
K
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
De toe te passen bemalingswijze is ter keuze van de aannemer met als uitgangspunt een zo efficiënt mogelijke
bemaling (beperking van debieten, waterbezwaren en invloedsgebieden). 34
Berekeningen grondwateronttrekking
341
Modelschematisatie
De te onttrekken hoeveelheden water zijn
berekend met het grondwatermodel MWell van
Deltares. MWell is een analytisch rekenmodel waarmee tijdsafhankelijk de effecten van een
bronbemaling bepaald kunnen worden. Op basis van de beschikbare informatie is een goed beeld verkregen van de bodemopbouw ter plaatse van de
open ontgravingen. Er is daarom geen onderscheid gemaakt in een worst case en best guess schematisatie van de bodemopbouw.
In tabel 3.2 t/m 312 zijn de modelschematisaties weergegeven. Tabel 3.2:
Modelschematisatie Sectie 1 en mantelbuis
LAO1
+7,80tot+6,80
_
+6,80tot+3,00
_ Zand, mati fijn tot uiterst grof, Kleiig/ Kleilaagjes
+3,00tot-4,00
_ Zand, matig fijn tot uiterstgrof
-4,00t0t-8,00
_
-8,00tot-32,00
_ Zand, matig ijn tot uiterst grof
Tabel
3.3:
onverzadigde zone
Klei
Modelschematisatie
Sectie 2
LAO4
4/m
+6,80tot+5,90
_
+5,90tot+2,00
_ zand, matig fijn tot uiterst grof, kliig
onverzadigde zone en klei
#2.00tot-2,00
_ Zand, matig grof tot uiterst grof
-2,00tot-7,00
_
-7.00tot-25,00
Kleiof leem _ Zand, matig grof tot uiterst grof
Tabel 3.4: Modelschematisatie Sectie 3 en moflocatie 1
+7,00tot+5,80
_ onverzadigde zone
+5,80tot+4,00
_ Zand, plaatselijk aagjes klei
+4,00tot-4,50
_ Zand, matig ijn tot uiterst grof
-4,50tot-10,00
_ Klei
-10,00tot-22,00
_ Zand, matig grof tot uiterst grof, plaatselijk grind
Tabel 3.5: Modelschematisatie Sectie 4 (boring LA22 t/m LA24)
+6,70tot+5,90
-
-
-
250
-
+5,90tot+1,50
_ Zand, mati fjn tot zeer grof, laagjes klei
_ onverzadigde zone en klei
15
65
-
-
01
+150tot-4,50
__ Zand, matig fijn tot zeer grof, laagjes klei
E
o
75
IJ
001
-
-
001
5500
-4,50t0t-10,00 _
Klei
_
001 blad 18 van 32
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
-10,00tot-24,00
Tabel 3.6:
_ Zand, matig grof tot uiterst grof
Modelschematisatie
+7,50tot+6,50
28
125
1
0001
Sectie 5, mantelbuis inrit 1 en mantelbuis inrit 2
_ onverzadigde zone
+6,50tot+2,50
_ zand, matig fijn tot zeer grof, laagjes kle
#2,50tot-4,50
_ Zand, matig ijn tot zeer grof, aagjes klei
-4,50tot-10,00
_ Klei
-10,00tot-24,00
_ Zand, matig grof tot uiterst grof
Tabel 3.7: Modelschematisatie Sectie 6, moflocatie
+7,40 tot +6,30
onverzadigde zone
+6,30 tot +3,00
zand, matig f
2 en mantelbui
tot matig grof, laagjes klei
+3,00 tot +2,50
Klei, zwak zandig
+2,50 tot-15,00
Zand, matig grof tot zeer grof
-15,00 tot-16,00
Klei
Tabel 3.8: Modelschematisatie Sectie
001
0,001
7
+7,00tot+6,10
_ onverzadigde zone
+6,10tot+2,00
_ zand, matig fijn tot zeer grof, kleilaagjes
+2,00tot-15,00
_ Zand, matig fijn tot zeer grof
-15,00tot-22,00
Klei of leem
-22,00tot-30,00
_ Zand, zeer grof, matig grindig
Tabel 3.9: Modelschematisatie Sectie
+7,90tot+6,50
350
8
_ onverzadigde zone
+6,50tot+3,00
_ Zand, matig fjn tot matig grof
+3,00tot-4,50
_ Zand, matig fijn tot matig grof
-450t0t-8,00
_
-8,00tot-25,00
Klei
_ Zand, matig grof tot uiterst grof
Tabel 3.10: Modelschematisatie Sectie 9
103m
18,00tot+6,30
_ onverzadigde zone
+6,30tot+3,00
_ Zand, matig fijn tot matig grof
+3,00tot-4,50
_
-4,50tot-8,00
_
-8,00tot-25,00
_ Zand, matig grof tot uiterst grof
Zand, matig fijn tot matig grof Klei
blad 19 van 32
Geohydrologisch rapport
Vertabin hoogspaingserbindingen Zuzhen
D
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
Tabel 3.11: Modelschematisatie Sectie 10
#7,80tot+6,00
_ onverzadigde zone
+6,00tot+2,80
_ Zand, matig fijn tot matig grof
+2,80tot-4,50
_ Zand, matig fijn tot matig grof
-4,50 tot-8,00
-8,00tot-25,00
_ Zand, matig grof tot uiterst grof
Tabel 3.12: Modelschematisatie Sectie 11
342
wo2
+7,10 tot +5,90
onverzadigde zone
+5,90 tot +2,00
Zand, matig fijn tot matig grof
+2,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot matig grof
-4,50 tot-8,00
Klei
-8,00 tot -25,00
Zand, matig grof tot uiterst grof
001
Uitganspunten Voor de berekening van de benodigde pompcapaciteit en de te onttrekken hoeveelheid water zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De putafmetingen, ontgravingsdiepte, bemalingsduur en de wijze van uitvoering zijn in paragraaf 3.1 en tabel 3.1 weergegeven.
De freatische grondwaterstand wordt tot 0,3 m beneden de sleufbodem verlaagd. Voor de berekeningen is uitgegaan van oneindig uitgestrekte, homogene watervoerende pakketten. Eris geen rekening gehouden met nalevering uit neerslag.
3.43
Resultaten
De resultaten van de berekeningen zijn opgenomen in tabel 3.13 (GHG-situatie) en tabel 3.14 (GLG-situatie).
blad 20 van 32
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
anteagroup
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
revisie 0C
Girion BV.
Tabel 3.13:
Debieten en waterbezwaren
GHG
situatie
Tracé Zutphen-Langerak
Sectie 1 (1,60)
2120
E
1050
44
17.700
Sectie 2.1 (1,50)
1.380
57
720
30
16.300
Sectie 2.2 (1,50)
2.080
87
730
30
23.700
Sectie 2.3 (1,50)
2.130
89
970
a
34.700
Sectie 3.1 (1,20) Moflocatie 1 (0,90) Sectie 3.2 (1,20) Sectie 4 (1,60) Sectie 5 (1,40) Sectie 6.1 (1,30)
2.320 460 2000 1990 2.200 370
97 19 83 83 9216
1030 270 1000 930 930190
43 m 42 39 39
43900 4300 17000 21600 28800 6100
Moflocatie 2 (1,00)
230
10
E
Sectie 6.2 (0,50)
330
14
140
Sectie 6.3 (1,30)
720
30
370
15
8500
Sectie 7 (1,50)
1.470
61
390
37
23400
1.160 700 310
48 2934
360 300 280
15 1212
20.400 13.400 9.100
2420
101
830
34
1600 3500
Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem
Sectie 8 [2x] (1,00) Sectie 9 (0,70) Sectie 10 (0,60) Sectie 11 (1,20} Totaal waterbezwaar
21.900
GHG
Tabel 3.14: Debieten en waterbezwaren
315.900
GLG situatie
Tracé Zutphen-Langerak Sectie 1 (1,60)
350
35
390
16
6900
Sectie 2.1 (1,50) Sectie 2.2 (1,50)
640 970
2740
340340
1414
11.000
Sectie 23 (1,50) Sectie 3.1 (1,20)
990 1.160
a48
450510
1921
22.000
Moflocatie 1 (0,90)
7600 16.200
150
6
30
3
1.300
Sectie 3.2 (1,20)
1.000
42
500
21
8.500
Sectie 4 (1,60)
870
36
410
17
9.500
1.100 200E]
46
460 10040
19 4
14.400 3.200 600
Sectie 5 (1,40) Sectie 6.1 (1,30) Moflocatie 2 (1,00) Sectie 6.2 (0,50)
:
Sectie 6.3 (130) Sectie 7 (1,50)
390 920
:
16
-
200 590
38
-
:
8
4.600
25
15.500
Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem Sectie 8 [2x] (1,00)
-
-
-
-
-
Sectie 9 (0,70)
-
-
-
-
-
Sectie 10 (0,60)
-
-
-
-
-
Sectie 11 (1,20)
-
-
-
-
Totaal waterbezwaar
GHG
121.300
Omdat de kabels per circa 1 kilometer worden aangelegd staan meerdere secties gelijktijdig in bemaling (per kabeltrek). In tabel 3.16 zijn de maximale debieten en het waterbezwaar per kabeltrek samengevat.
blad 21 van 32
Geohydrologisch rapport Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
D
projectnummer 0486826.100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Tabel 3.15: Maximale debieten en waterbezwaar per kabeltrek
344
hoogspanningsstation - moflocatie 1
39
245
188
109
84
moflocatie
29
177
128
86
R
43
1- moflocatie 2
moflocatie 2 einde tracé
24
85
58
Woudhuis-Zutphen + Zutphen-Lochem
49
142
3
3 -
-
Grondwaterstandsverlagingen Het invloedsgebied van een onttrekking wordt gedefinieerd als het gebied waarin de grondwaterstand met 0,05 ‚m of meer wordt verlaagd. Het maximale invloedsgebied en de afstand tot de 0,5 m verlagingscontour zijn voor de GHG en GLG in Tabel 3.16 per deellocatie samengevat. Tabel 3.16: Maximale invloedsgebied (0,05 m verlaging) en de afstand tot de 0,5 m verlagingscontour
Tracé Zutphen-Langerak Sectie
1
110
330
25
240
Sectie 2.1
120
430
35
320
Sectie 22
190
525
70
410
Sectie 23
170
520
0
400
115
450
20
15
190
Sectie 3.2
EA
400
30
280
Sectie 4
110
340
30
250
Sectie S
105
370
30
285
Sectie 6.1
30
140
15
EA
2
85
-
80
B
Sectie 3.1 Moflocatie
Moflocatie
1
2
Sectie 6.2
B
Sectie 63
30
Sectie 7
85
!
335 -
0
50 B
175
15
110
400
45
330
‘Tracé Zutphen-Woudhuis en tracé Zutphen-Lochem sectie 8
65
270
-
-
Sectie 9
40
250
-
-
Sectie
10
30
215
B
B
Sectie 11
o
275
-
-
De verlagingscontouren voor de GHG- en GLG-situatie zijn op de tekeningen 0486826.100-1S0-01 en 0486826.100-1S0-02 weergegeven.
blad 22 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
Effecten grondwateronttrekking en -lozing 41
Algemeen In dit hoofdstuk staan effecten van de grondwateronttrekking en -lozing beschreven. Het beoordelen van
mogelijke (omgevings)risico's is gedaan aan de hand van een checklist welke is opgenomen in bijlage 4. 42
Zettingen Ten gevolge van bemalingen kunnen zettingen optreden. Bemaling kan leiden tot een toename van de belasting
van de ondergrond, doordat de waterspanning afneemt en de aanwezige spanningen volledig door de grond dienen te worden gedragen (toename korrelspanningen). Zettingen treden op in zettingsgevoelige bodemlagen wanneer deze zwaarder worden belast dan deze in het verleden reeds zijn geweest. Bij belastingen beneden de
belasting die de grond eerder heeft ervaren (de grensspanning) reageert de grond stijf op de belastingverhoging. Zettingen in dat belastingtraject zijn zeer gering. Als de grensspanning wordt overschreden reageert de grond slap en kunnen grotere zettingen optreden.
Door natuurlijke fluctuatie van de grondwaterstanden hebben de gronden in ieder geval eerder belastingen ervaren die overeenkomen met de korrelspanningen gedurende een droge periode (GLG-situatie). Indien de
grondwaterstand verder dan de GL wordt verlaagd kunnen er zettingen optreden in zettingsgevoelige lagen. Aangezien er hoofdzakelijk zand en plaatselijk leem aanwezig is (niet zettingsgevoelig), worden geen risico's
verwacht op het optreden van zettingen. Eventuele kleilagen zijn of permanent boven de grondwaterstand aanwezig (waardoor eventuele zettingen door een grondwaterstandsverlaging hierin reeds
zijn opgetreden) of
op grote diepte aanwezig. 43
Bodem- en grondwaterverontreinigingen Door
Antea Group is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn
beschreven in het rapport ‘verkennend bodemonderzoek verkabeling van de drie lijnverbindingen te Zutphen, projectnummer 0476896.100, d.d. 22-06-2022, Antea Group’. Uit het vooronderzoek blijkt dat er binnen het invloedsgebied geen grondwaterverontreiniging bekend zijn.
Het grondwater i onderzocht op parameters uit het standaardpakket grondwater NEN 5740. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater maximaal een licht verhoogde concentratie aan barium is
aangetoond. De concentraties van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. Er wordt niet verwacht dat de licht verhoogde concentraties belemmeringen vormen voor de lozing op het opperviaktewater. Tevens zijn de bekende grondwaterverontreinigingen binnen het invloedsgebied van de bemalingen geïnventariseerd met behulp van de digitale kaart ‘Bodemverontreinigingen’ van Provincie Gelderland.
In deze
digitale kaart zijn de contouren van de grondwaterverontreinigingen opgenomen. Met behulp van digitale
‘Omgevingsrapportage’ van Provincie Gelderland zijn de beschikbare rapporten van de locaties met een grondwaterverontreiniging beoordeeld. Bij de inventarisatie zijn twee locaties naar voren gekomen, de verontreinigingssituatie i onderstaand samengevat.
Berkenlaan 123 t/m 223 te Zutphen Uit het evaluatierapport bodemsanering, rapportnummer stn.zp.05031.103, versie 1, Hofstede cs
Milieuadviseurs, 15 juli 2009 blijkt dat op de locatie een bodemverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten aanwezig was. Omdat boven op de verontreinigde grond een appartementencomplex is gebouwd
kon
de verontreinigde grond niet volledig worden ontgraven. Voor zover mogelij is de verontreinigde grond tot aan de streefwaarde ontgraven. Tevens is verontreinigd grondwater onttrokken. Uit controle bemonsteringen is gebleken dat na de sanering in het grondwater de streefwaarden waren bereikt, aanvullende
grondwatersanering was niet noodzakelijk. Onder het appartementencomplex s plaatselijk een licht tot sterke
restverontreiniging (omvang circa 120 m;) achtergebleven. Aan de bovenzijde is de verontreiniging afgeschermd
blad 23 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
door de betonvloer en aan de onderzijde door een kleilaag en aan de zijkanten door folie. Het grondwater is nog 3 jaar gemonitord (2007 - 2009). Hierbij zijn geen verhoogde concentraties gemeten. Het grondwater is niet verontreinigd, aanvullende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Bonendaal
2 te Warnsveld
Uit het bodemonderzoek van Econsultancy (rapportnummer 14015115.01, d.d. 31 maart 2014 blijkt dat het grondwater ter hoogte van Bonendaal 2 te Warnsveld is verontreinigd met xyleen. De concentratie xyleen overschrijdt de interventiewaarde. Deze verontreiniging ligt binnen het invloedsgebied van sectie 2.3 en sectie 3.1. Deze worden tegelijkertijd bemalen.
Om inzichtte krijgen in de verplaatsing van de verontreiniging is een verplaatsingsberekening uitgevoerd. De verplaatsingsberekeningen zijn gebaseerd op de formule van Darcy. Hierbij wordt op basis van het maximale verhang dat uit de modelberekeningen volgt de stromingssnelheid van het grondwater berekend. Afgeleide van de formule van Darcy:
dh dl Waarin:
v
: verplaatsing in m : doorlatendheid in m/dag orositeit van het doorstromingsmedium (grond) radiënt in het grondwater tijdens de bemaling :tijdsduur bemaling
(dagen)
Het maximale verhang in grondwaterpotentiaal ter hoogte van de verontreiniging blijkt circa 0,0008te zijn. Met een bemalingsduur van 39 dagen wordt daarmee een maximale verplaatsing van circa 0,15 m berekend. Gezien
deze geringe verplaatsing ten opzichte van de omvang van de verontreiniging (circa 10 m), kan gesteld worden dat de bemaling geen wezenlijk risico op verplaatsing of verspreiding van de verontreiniging vormt. Warnveldseweg 170 te Zutphen Uit gegevens van provincie Gelderland blijkt dat het grondwater ter hoogte van het tankstation op Warnveldseweg 170 vervuild was met olie, benzeen en naftaleen in 1999. Hierna zijn de bodem en het
grondwater jarenlang gemonitord en waren er geen extra maatregelen nodig. Er vanuit gaande dat het grondwater hier nog steeds vervuild is met deze stoffen wordt de mogelijke
verplaatsing van het vervuilde grondwater berekend. De verontreiniging ligt binnen het invloedsgebied van sectie 2.3 en sectie 3.1. Deze worden tegelijkertijd bemalen. Om inzichte krijgen in de verplaatsing van de verontreiniging is een verplaatsingsberekening uitgevoerd. De verplaatsingsberekeningen zijn gebaseerd op de formule van Darcy. Het maximale verhang in grondwaterpotentiaal ter hoogte van de verontreiniging blijkt circa 0,0025 te zijn. De
berekening is gedaan voor benzeen, gezien deze de laagste retardatiefactor heeft van de drie stoffen. Met een bemalingsduur van 39 dagen wordt daarmee een maximale verplaatsing van circa 1,44 m berekend. Gezien deze geringe verplaatsing ten opzichte van de omvang van de verontreiniging (circa 20 m), kan gesteld worden
dat de bemaling geen wezenlijk risico op verplaatsing of verspreiding van de verontreiniging vormt. 44
Landbouw Door tijdelijke verlaging van de grondwaterstand kan mogelijk droogteschade optreden aan de
landbouwgewassen, in natuurgebieden of groenvoorzieningen. Droogteschade aan gewassen zou hoofdzakelijk op kunnen treden in de maanden maart tot en met oktober (het groeiseizoen).
blad 24 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
anteagroúp
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
revisie 0C
Girion B.V.
Binnen de GLG contouren zijn ter plaatse van secties 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11 landbouwgebieden aanwezig. Door tjdelijke verlaging van de grondwaterstand kan mogelijke droogteschade optreden aan de gewassen binnen het
invloedsgebied. Droogteschade aan gewassen zou op kunnen treden in de maanden april tot en met september (groeiseizoen).
De bodem bestaat tot minimaal 20 m -mv hoofdzakelijk uit zand, plaatselijk komt een kleilaagje voor. Door het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand is het optreden van droogteschade niet uit te sluiten.
Aanbevolen wordt om gedurende de bemalingsperiode de gewassen te monitoren. Indien in de gewassen droogteschade optreedt dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen (bijvoorbeeld beregenen). Mocht er desondanks toch schade optreden en er is een causaal verband tussen de schade en de bemaling dan is de initiatiefnemer schadeplichtig op basis van de Waterwet. 45
Monumentale
bomen
Door tijdelijke verlaging van de grondwaterstand kan mogelijk droogteschade optreden aan monumentale bomen binnen het invloedsgebied. Droogteschade hangt sterk af van de periode van de werkzaamheden en de voorkomende
soorten.
De monumentale bomen zijn geïnventariseerd met behulp van het digitale Landelijk Register Monumentale Bomen van de Bomenstichting. Er bevindt zich één monumentale boom binnen de 0,5 m verlagingscontour (GHG situatie). Er bevinden zich ook monumentale bomen binnen het maximale invloedsgebied. Omdat de
verlaging beperkt is, wordt droogteschade aan de bomen niet verwacht. Tevens zal door de capillaire werking van de grond (fijn zand of klei), de bodem niet geheel uitdrogen als gevolg van de bemaling. De monumentale bomen binnen het GLG-invloedsgebied van de bemalingen zijn in figuur 4.1 weergegeven.
htpher
*_ w
Legenda ©
-
s
|
_
monumentale
bomen
==
--
isoverlagingslijn bij GLG
==
>
tsoverlagingslijn bij GHG
Figuur 4.1: Monumentale bomen binnen en verlagingscontouren (0,5 en 0,05 m} GHG (zwart) en GLG (rood] situatie blad 25 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
46
Natuur en groenvoorzieningen Door tijdelijke verlaging van de grondwaterstand kan mogelijk droogteschade optreden aan de natuurgebieden binnen het invloedsgebied. Droogteschade hangt sterk af van de periode van de werkzaamheden en de voorkomende soorten. In het groeiseizoen zal de invloed van de bemaling op de natuur het grootst zijn. De
aanwezige natuurgebieden binnen het invloedsgebied zijn geïnventariseerd met behulp van de digitaal beschikbare kaartlagen van de Provincie Gelderland en in figuur 4.2 weergegeven. Aan de hand van deze kaarten blijkt dat binnen de invloedsgebieden (GHG situatie) van de bemalingen geen Natura 2000 gebieden aanwezig zijn. Wel zijn enkele gebieden aanwezig welke behoren tot het Gelders Natuurnetwerk en/of het Natuurbeheerplan 2024. De gebieden behorende tot het Gelders Natuurnetwerk zijn ten noorden van de projectlocatie gelegen. Uit het Natuurbeheerplan 2024 blijkt dat voor de terreinen de beheertypen ‘Poel en klein historische wateren’, ‘Droog bos met productie’, ‘Park- of stinzenbos’ of ‘Houtwal en houtsingel’ van toepassing zijn. In een GHG situatie wordt de grondwaterstand met circa 0,1 m verlaagd. In een
GLG situatie wordt de grondwaterstand ter plaatse van de gebieden niet beïnvloed. Negatieve effecten worden daarom
niet verwacht.
De Berkel is eveneens onderdeel van zowel het Gelders Natuurnetwerk als het Natuurbeheerplan 2024. Als
gevolg van de bemaling wordt het waterpeilin de Berkel niet beïnvloed. Negatieve effecten zijn daarom uit te sluiten.
Binnen het invloedsgebied (GLG situatie) komen twee gebieden voor welke behoren tot het Natuurbeheerplan 2024 en waarvoor het natuurbeertype 'Rivier en beekbegeleidend bos’ van toepassing is. Het gebied ter hoogte van sectie 3.2 ligt binnen de 0,5 m verlagingscontour. Aanbevolen wordt om dit bosgebied te monitoren op
droogteschade gedurende de werkzaamheden. Bij het optreden van droogteverschijnselen dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen. Ter plaatse van het gebied ten oosten van sectie 7 is de grondwaterstandsverlaging in een GLG situatie kleiner
dan 0,5 m. Aanvullende maatregelen worden hier niet noodzakelijk geacht. Binnen het invloedsgebied van de bemalingen zijn tevens diverse groenvoorzieningen met gras, struiken en bomen aanwezig. Aanbevolen wordt om alleen de bomen in de groenvoorzieningen binnen de 0,5 m verlagingscontour (GLG-situatie) te monitoren en mitigerende maatregelen te treffen indien droogteschade dreigt op te treden.
blad 26 van
32
Geohydrologisch rapport
fo)
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
|
htphek
Legenda
EE
gebied behorende tot Geders Natuurnetwerk
Beheergebied Natuurbeheerplan 2024
x
TE
to101 Poeten ieine historische wateren
B
N03.01 Beek en Bron
TE
Na01 Riieren beetbegelidend bos
Z
Na6.03 Droog
B
N17.03 Park of stinzenbos
bos met productie
10102 Houtwal en houtsingel
Figuur 4.2: Gebieden behorende tot het Gelders Natuurnetwerk en het Natuurbeheerplan 2024 en verlagingscontouren 10,5 en 0,05 m) GHG (zwart} en GLG (rood) situatie
47
Archeologie Wanneer eventueel aanwezige archeologische resten droog komen te liggen, kunnen organische vondsten {zoals hout, bot, leer, pollen en zaden etc.) oxideren en dus vergaan. Hierbij is de GLG maatgevend, omdat de
bodem boven het niveau van de GLG regelmatig onverzadigd is. Op basis van de archeologische monumentenkaart blijkt dat er 4 archeologische monumenten
zijn geregistreerd
binnen het maximale invloedsgebied van de bemaling in de GLG-situatie. Gezien de beperkte verlaging in een GLG-situatie en omdat oxidatie aan de atmosfeer een langzaam proces is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten niet noemenswaardig worden aangetast als gevolg van de bemaling.
blad 27 van 32
Geohydrologisch rapport
fo)
Verkabeling hoogspanringsverbindingen Zutphen
)
projectnummer 0486826100 2 mei 2025
anteagroup
revisie 0C
Girion 8.
Legenda AMK-terreinen
IE
Terrein van archeologische waarde
IE
Terrein van hoge archeologische waarde +
r
M
Isoverlagingslijn bij GLG
cortert
Figuur 4.3: AMK-terreinen binnen het invloedsgebied van de bemalingen
48
Aardkundige waarden Volgens de digitale Kaartbank van de Provincie Gelderland zijn er binnen het invloedsgebied van de bemaling
geen aardkundig waardevolle gebieden aanwezig. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.
49
Zoet/zoutgrensvlak grondwater Als gevolg van het onttrekken van grondwater kunnen de grensvlakken van zoet naar brak en van brak naar zout
grondwater omhoog komen. Uit gegevens van TNO blijkt dat het zoet-brak grensvlak (1.000 mg/!) binnen het invloedsgebied zich op een diepte van circa NAP 100 à 200 m bevindt. Uit analyses (paragraaf 2.7) blijkt dat het grondwater in de laag waarin de bemalingsfilters worden geplaatst zoet is. Gezien de diepe ligging van het zoet-
zoutgrensvlak en de korte bemalingsduur is verplaatsing van dit grensvlak niet aan de orde.
4.10
_ Grondwaterbeschermingsgebieden en overige onttrekkingen Grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden Volgens de digitale Kaartbank van de Provincie Gelderland zijn binnen het invloedsgebied van de bemalingen geen grondwaterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig.
blad 28 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroúp
revisie 0C
Girion B.V.
Overige onttrekkingen De overige onttrekkingen binnen het invloedsgebied van de bemalingen zijn geïnventariseerd met behulp van
de wfs-service van het LGR. Uit de gegevens blijkt dat binnen het invloedsgebied van de bemalingen geen bodemenergiesystemen of grondwateronttrekkingen in gebruik aanwezig zijn. Negatieve effecten zijn daarom uit te sluiten.
blad 29 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
Vergunning/melding onttrekking en lozing Waterschap Rijn en IJssel is vergunningverlener voor grondwateronttrekkingen en lozingen in het kader van de Waterwet
51
en
is beheerder
van de waterkwantiteit
en waterkwaliteit.
Onttrekking grondwater In de algemene regels bij de waterschapsverordening van het waterschap staan omschreven dat grondwateronttrekkingen ten behoeve van bronbemaling zijn vrijgesteld van vergunningplicht indien:
e e
de hoeveelheid te onttrekken grondwater niet meer bedraagt dan 100.000 m? per aaneengesloten periode van 30 dagen en; de onttrekking niet langer duurt dan een aaneengesloten periode van 180 dagen;
Voor onttrekkingen met een pompcapaciteit van meer dan 10 m? per uur geldt een meldplicht. Daarnaast dient te allen tijde aan de zorgplicht uit de waterschapsverordening voldaan te worden 52
Lozing op oppervlaktewater In de waterschapsverordening van Waterschap Rijn en IJssel is opgenomen dat het [ozen op oppervlaktewater
vergunningsplichtig is wanneer:
e de hoeveelheid water meer dan 250 m? per uur bedraagt; e
de hoeveelheid water meer dan 25% bedraagt van de ontwerpcapaciteit van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, met dien verstande dag een vergunning is vereist, indien de hoeveelheid water
minder bedraagt dan 10 m? per uur; e
Het grondwater afkomstig is van een bodemsanering, grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand
e
aan een bodemsanering of grondwatersanering; Het grondwater drainagewater is van filters bij grondgebonden teelt in een kas.
Verder geldt dat er geloosd mag worden op oppervlakte water als concentratie onopgeloste bestanddelen in
het bemalingswater kleiner is dan 50 mg/I. Niet vergunningsplichtige lozingen groter dan 1 m? per uur dienen te worden gemeld bij het waterschap. Daarnaast dient te allen tijde de zorgplicht zoals beschreven in de waterschapsverordening. 53
Conclusie
Op basis van het berekende maximale waterbezwaar per 30 dagen (104.846 m? voor het tracé vanaf het hoogspanningsstation tot moflocatie 1} is de onttrekking vergunningsplichtig. Er dient dus ook een m.e.raanmeldnotitie gemaakt te worden.
Op basis van de berekende maximale debieten is de lozing op het oppervlaktewater meldplichtig. Op basis van de gemeten concentraties ijzer is er een beperkt risico op verkleuring van het oppervlaktewater bij lozing van bemalingswater. De gemeten concentraties aan chloride duidt op zoet grondwater. De gemeten
concentraties aan onopgeloste bestandsdelen zijn lager dan de lozingseis van 50 mg/l uit de waterschapsverordening. Voorgesteld wordt om de volgende kengetallen aan te houden voor het bemalen van het tracé:
* _ Maximaal debiet: 250 m°/uur (berekend 245 m°/uur); « _ Maximaal waterbezwaar: 320.000 m? (berekend: 315900 m?); * _ Maximaal waterbezwaar per 30 dagen: 105000 m?; Bemalingsduur: 169 dagen.
blad 30 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
Conclusies en aanbevelingen 61
Algemeen In het onderhavige rapport zijn de lokale geohydrologische situatie, het te verwachten waterbezwaar en de
effecten en mogelijke risico's van de bemalingen beschouwd. De bodemopbouw langs de tracés bestaat tot 10 m -my. overwegend uit zand met plaatselijk enkele dunne klei-
of leemlagen in de onverzadigde zone. Vanaf 10 à 15 m -mv zijn circa 5 meters dikke kleilagen aanwezig met daaronder met zandlagen. De GHG langs de tracés varieert van NAP +5,8 m tot NAP +7,0 m. De GLG varieert van NAP +4,6 m tot NAP +6,0 m. Er is geen sprake van een stijghoogte.
6.2
Onttrekking grondwater Voor de bemaling worden verticale filters tot maximaal 5,0 m -mv geadviseerd.
Het maximaal te verwachten waterbezwaar voor het gehele tracé bedraagt circa 315.900 m? en het maximale debiet bedraagt circa 245 m?/uur (GHG situatie). Voor de GLG situatie is het maximaal te verwachten
waterbezwaar voor het gehele tracé bedraagt circa 121.300 m} en het maximale debiet bedraagt circa 109 m*/uur.
Op basis van het berekende maximale waterbezwaar per 30 dagen (105.000 m? voor het tracé vanaf het hoogspanningsstation tot moflocatie 1} is de onttrekking vergunningsplichtig. Er dient daarom tevens een m.e.r.-aanmeldnotitie gemaakt te worden.
Daarnaast dient te allen tijde de zorgplicht zoals beschreven in de Waterschapsverordening opgevolgd te worden.
63
Lozing op oppervlaktewater Voorgesteld
wordt om het onttrokken grondwater te lozen op nabijgelegen oppervlaktewater. Op basis van het
maximaal berekende debiet is de lozing op het oppervlaktewater meldplichtig,
Op basis van de gemeten concentraties ijzer is er een beperkt risico op verkleuring van het oppervlaktewater bij lozing van bemalingswater. De gemeten concentraties aan chloride duidt op zoet grondwater. De gemeten
concentraties aan onopgeloste bestandsdelen zijn lager dan de lozingseis van 50 mg/l uit de waterschapsverordening. 64
Effecten Als gevolg van de bemalingen is droogteschade aan landbouw, natuur en groenvoorzieningen niet geheel uit te sluiten. Wanneer droogteschade dreigt te ontstaan dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen
(bijvoorbeeld beregenen).
blad 31 van 32
Geohydrologisch rapport
Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen
projectnummer 0486826.100 2 mei
2025
anteagroup
revisie 0C
Girion BV.
6.5
Monitoringsaspecten De volgende aspecten verdienen aandacht: e De natuurgebieden, landbouwgebieden en groenvoorzieningen binnen de 0,5 m verlagingscontour monitoren op ontstaan van droogteschade en toepassen van mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld beregenen);
e _ Registratie van debieten en waterbezwaren; e _ Registratie van grondwaterstanden; « _ Analyses bemalingswater op ijzer-totaal, onopgeloste bestanddelen en chloride;
e _ Beoordelen wel/geen visuele verkleuring of vertroebeling van het ontvangend oppervlaktewater (bij lozing op oppervlaktewater).
66
__ Aanbevelingen De volgende aanbeveling wordt gedaan: e _ Aanvragen vergunning grondwateronttrekking bij Waterschap Riijn en IJssel met een maximaal
waterbezwaar van 320.000 m? (110.000 m? per 30 dagen) en een maximaal debiet van 245 m?/uur; e
M.e.r-aanmeldnotitie
opstellen;
e _ Aanvragen vergunning voor ozen op oppervlaktewater bij Waterschap Rijn en IJssel met een maximaal debiet van 245 m?/uur; e _ Meten actuele grondwaterstand t.b.v. bepalen noodzaak bemaling;
e _ Opvolgen monitoringsaspecten.
Heerenveen,
maart 2025
Antea Group
blad 32 van 32
Langerak- Zutphen
Kabelsectie
|Bemalingssectie
|Lengte
[Graafwerk
|Kabeltrek
|Grond-
\verbetering
Aanvullen
|Werkdagen in
bemaling
|Kalender
dagen in bemali
1
e
28
39
1140m
E
22
31
18
25
14
20
10
14
hdd 400 m
21
29
1140m
2
z
19
27
hdd 530 m
14
20
10
14
[Moflocactie 1/
1140m hdd
665
m
[moflocactie
2|
[Woudhuis - Zutphen
800m
hdd 305 m
- Lochem
8 dubbel
breed
9 dubbel
breed
10 WHS 11
LC
hofstraat
=
&
Esectie'2:2 &
‘0
Meters
Legenda kabeltracé Zutphen aanleg in open ontgraving ——
aanleg d.mx. HDD
©
mantelbuis met naam
©
moflocatie met nummer
Esr Nederland, ESmmunity Map Contributors
Girion
BV.
Veing hoogspanningsertiningen Zutphen Verlagingsljnenkaart GHG stuatie 0486826.100-150-01
TFdeVries
_
1:5:000
LdelongvanTuisk
43
o
DEENme
00
e
D
antea‘group
LA28]
LA13
114
Legenda
LA29
LA14 LA15
©
Handmatige boring
LA16+pb
4
Peilbuis
L11+pb
LA17
HDD boring
LA18
N348
LA30C
LA19 LA20
Open ontgraving
LA30B
LA21 LA30A Ooyerhoek
LA31+pb
LA33 L-02+pb
LA34 wot LA
\A03
LAOG
LA25 LA26 LA27 LA28
LA40
LA13
LA41
LA14 LA1S
LA42+pb
LA16+pb
0
LA17 LA18 LA19
LA02-2
LA31+pb
LA20
Gidon B,
LA02:3
LA32
LA33 114A
Verkennend bodemonderzoektbvverkabelingZutphen
LA34 LA35
Siuatietekening meetpunten
0476896.100-S2
2
_
Hoopmans
16000
H Koopmans
a3
32:6-2022
Vivani
DEANITIEF ‘=2 o
mms
__
anteagroup
Soeamaan: Proetn
vrareie
zuopen
@}
0476895100
anteagroup
Boring:
101
102
Om
seam
2422
Soormeeter
_
W
H
Keobrdras:
2119846
vestdrast
63108
in 7 Velt
Wesal
H1
Ves
21215480
Voobrdnaat:
46308020
7
7
Z.
j
A ( _
n
g
TUm
n
z
,
|
zoak
poren basten sporen
Koengr reuraa dr Eemger
d,
Mm
atg
k
,
e
R
T
Eeer
g
n
z
o
oom
e
e
HE
vk
100
a
H
s e n
T
Z
natg
v
e
z
|
T
p
e
|
TT
ipoen W SE H
S
20
Z
a g
EE
B
g
e B
2o
k
Boring:
104
om
2542022
Veld
Goormeester:
Keodrdnaat:
21217288
Keodrdnaat
Veodrnast
46204441
Veodrdnaat:
i
|
k
om
Z. mH
t
S. z
0
\ ereoueen
aa
g
a
_
W
otea wsteen,
\Em
_
|
200
l+
ii
Z. oo
Sm
60
t
Elemerteer a
g
. e
roeshodend
g e
EEI\
g z S gijege
d. maig got z teiagrs
Emereer
Z.
g
a
o
aa
bigeori
150
eA
roesmouwerd
zporen
a
H
i
a
a i
B
a , RT
Edemerteer
m go, let e
z
g age Eaelarboor
Veld
am
A Ie
b
|e s
a s 2
O
Z aas n peen a o9 Spoen e e o
ore
T _
k
e
aa
z. matg j. n
stg e
hamede
or
n
Seerge
n
r
gibein
\Emtboor Z.
a
ee
n
z
. z
oo
r
r
z. g r m a o rm t aa de Eenentoor d
z
l
G
wercozei
p
Eolmorboor
e
ropetnnrer
Woreasend:
Zird, mag1
r
Serin:
a
10
Emanoesr
46290286
h
raig
00
r
t
Gratoor
20
e
k
oren s
r
e nesradongosie. Blmorbeor
M
hm
2o spren
21214762
o
AE
hm
a
E
103 n
S
Eksteen,
«\
2
2542022 H
Pl
teoapr
Boring:
_ W
n sore
o
l
oatn Goormeester:
n
A
22
GR
Ensreer
r
g
tumeus
! oo Z g , g E 2 ! e Pumeds Grker i. a
g oo
a EN G Z
n
Z.
B
t
f
z
g
Edelmarnor
t peeen
Edlrteer
lebertusk Getier vlgens EN
S10E
ET
Soeamaan: Proetn
vrareie
zuopen
@}
0476895100
anteagroup
Boring:
105
Oatum
2542022
Boormeester:
_ Wesse
H
Koobrdinaat:
21214677
Voobrdnaat:
46297892
106 2542022 n
Verd
WesstHuis
i
t Veld
zieiases
Voobrdnaat:
46297538
m
°
IÛ
“
A
IJ
e
L
Z
g n
az
ToE
porn OE
TUm poren asteon sperer DIT
\
PPP
n
25
Z
aS
a
z
\Ecemarboor matgn
a
E
\ Ee:
Z.
Emertoor
IJs
7S
e
atg n
t
s
r neaa
aioog.
Ecemenboor
i
g
t
_
matgH
tumeus
o |
Zar
E
| aeen
a
g ET
n
sore
Sg z
Eksteen,
spren
matg worenodend,
\ eural
r a
E
W
a &
Egemarboor
i
g
e
rgtra,
\|icemargoor
-.
teesthoudena sprenWel
m
l
7\
z
z
A ‚ | Pumeos open olrgr pore
k
i. atg n atS 2 2E ersreeees rtroeshouoend a \ Pelralgeelane Eeirrbeor
s
Z
a
go,
hm oren roest oren Kolergr, porn bakten,lent
om
A ET
matgn
um
| .
2
e
l
Erotoor
d,
a
,
a
S
Z
\perrertes t oathoudend. T eerene Etenantoer
l
d,
atg j. z
m
|
Edemreer
t S
seren v
e
t
g,
zoak
r
Eeimaneoon e i.
zee i
l
teethouderd.
|o
Tat
zoren Mel oetar
Eaemenboor