CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

984062 - Bijlage 12 (motivering) - Aanmeldingsnotitie m.e.r. beoordeling

Raadsvergadering 23 juni 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplanwijzigingen project verkabeling hoogspanning Zutphen7.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

®

anteagroup

Aanmeldingsnotitie m.e.rbeoordeling

Antea Group Understanding today. Improving tomorrow.

projectnummer 0490876.100

1 mei

2025

www.anteagroup.nl

o

anteagroup

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling

projectnummer 0490876.100 1 mei

2025

(geanonimiseerd) Auteurls) Opdrachtgever Girion B.V. Postbus 50 6920 AB Duiven

datum

1 mei 2025

beschrijving

Definitief

vrijgave

(geanonimise rd) _

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

anteagroup

1 mei2025

trionB.V.

Inhoudsopgave Inleiding 11

Aanleiding

12

Waarom

13

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Leeswijzer en bronnen

˓oans

Plaats en kenmerken

©

22

Locatie van de ontwikkeling Beschrijving van de activiteit

10

23

Werkzaamheden

1

24

Kenmerken

1

11

21

een m.e.r-beoordeling?

Kenmerken van het potentiële effect

13

31

Bodem

13

32

Archeologie Landschap en cultuurhistorie

13

33

34

Water

16

35

Lucht

17

36

Licht

17

37

Verkeer en transport

18

38

Geluid

18

39

Natuur

18

3.10

stikstof

19

3.11

Gezondheid

20

312

Omgevingsveiligheid

20

313

Ontplofbare oorlogsresten (0O)

20

314

Duurzaamheid

23

Conclusie

24

16

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Inleiding 1.1

Aanleiding

In 2019

is door

de

Minister

van

Economische

Zaken

en

Klimaat

een

aantal

hoogspanningsverbindingen

aangewezen die verkabeld of verplaatst mogen worden. Dit is geborgd in de Wet Voortgang Energietransitie. Bij

een verkabeling wordt de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding volledig ondergronds gerealiseerd. Het hoogspanning tracé dat door en boven Zutphen loopt i ook door de Minister aangewezen. De gemeente en TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) willen dit tracé verkabelen en daarmee volledig onder de grond realiseren.

In Zutphen heeft TenneT tussen de Wijnhofstraat en de Voorsterallee een verdeelstation voor de verdeling van de elektriciteit.

Een verdeelstation

is een

belangrijke schakel

in het energienet.

In een

verdeelstation

wordt

elektriciteit omgezet naar een lagere waarde dus bijvoorbeeld van hoogspanning naar middenspanning. Daarnaast hebben verdeelstations een essentiële functie bij de koppeling van de diverse elektriciteitsnetwerken in een

regio.

Ten noorden van het verdeelstation liggen twee tracés en ten zuiden van het verdeelstation ligt één tracé. Deze tracés worden ondergronds aangelegd. Het gaat om de volgende lijnverbindingen die in figuur 1.1 zijn weergegeven:

1. 2.

Zutphen-Woudhuis vanaf mast 43 t/m 46 (lijncode ZP-WHS150); Zutphen-Lochem vanaf mast 1 t/m 4 (lijncode ZP-LC150);

3.

Zutphen-Langerak vanaf mast 55 t/m 65 (lijncode ZP-LGK150.

Doel

De hoogspanningstracés in Zutphen bevinden zich op korte afstand van woningen en bedrijven. Daarom wil de gemeente

met TenneT de hoogspanningsverbinding ondergronds aanleggen. In figuur 1.1 is het gebied waar de

werkzaamheden betrekking op hebben globaal weergegeven. Er s gekozen om de benodigde vergunningen voor de aanleg tegelijkertijd in procedure te brengen met het ruimtelijk besluit (gecoördineerde aanvraag), zodat na een afgeronde procedure de verkabeling gerealiseerd kan worden.

blad 4 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling

brojectnummer 0430876100

)

1 mei 2025

anteagroúp

aiionBy.

Figuur 1.1:

1.2

toekomstige ondergrondse verkabeling Zutphen

Waarom een m.e.r-beoordeling?

Op grond van de Omgevingswet (artikel 16.43, lid 1 onder b, alsmede lid 2 en 3) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11 en bijlage V) dient voor verschillende soorten projecten te worden bepaald of er ten gevolge van het desbetreffende project sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Afhankelijk van deze eventuele aanzienlijke milieueffecten is een milieueffectrapportage (m.e.r, de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Ditis ter beoordeling aan het bevoegd gezag. In relatie met de voorgenomen werkzaamheden

is van belang nr. J8 van bijlage V van het Omgevingsbesluit:

“Hoogspanningsleidingen". Dit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsleiding met

een spanning van 220 kV of meer. De mer-richtlijn spreekt alleen over bovengrondse hoogspanningsleidingen. Vanwege milieu en archeologische belangen die anders moeilijk kunnen worden beschermd, zijn ondergrondse leidingen (ook onder water zoals in op of boven de zeebodem) als op de mer-richtljn gehandhaafd.

blad 5 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

De

nieuwe

hoogspanningsleiding

heeft

een

lengte van

circa

beoordeling en niet van een m.e.r plicht. De leiding is immers

3,4

kilometer

hierbij

is sprake

van

een

m.e.r

minder dan 15 kilometer lang en heeft een spanning

van minder dan 220Kv.

In relatie met de voorgenomen werkzaamheden is ook van belang nr. K1 van bijlage V Omgevingsbesluit: "Werkzaamheden voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater”.

van

het

Het totale waterbezwaar voor het project betreft 72.000 m. Er is hier sprake van m.e.r.-beoordeling (en niet van m.e.r-plicht),

omdat

overschreden.

De voorgenomen

de

drempelwaarde

van

deze

categorie

activiteit heeft namelijk geen

K1

uit

betrekking

het

Omgevingsbesluit

op een

hoeveelheid

niet

worden

water

van

10

miljoen m? of meer per jaar. De op te stellen aanmeldingsnotitie (feitelijk de mededeling zoals genoemd in de Omgevingswet (artikel 16.45 lid

1) ten behoeve van de m.e.r-beoordeling gaat in op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten. informatie zal het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dientte worden opgesteld. 1.3

Criteria voor het toetsen van

acti

Met

deze

eiten in een m.e.r-beoordeling?

Omgevingswet en m.e.r-beoordeling Volgens artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit geldt het volgende.

1.

Bijeen mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van:

a.

. c

2.

het project, met in ieder geval een beschrijving van: 1) de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; 2) de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk

aanzienlijke milieueffecten van

het project als gevolg van: 1) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en 2) het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, wateren biodiversiteit. Bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, houdt degene die voornemens is het project uit te voeren rekening met de relevante criteria van bijlage II bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten.

3.

Bij de mededeling kan een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te voorkomen.

Hierbij dient dus ook rekeningte worden gehouden met de relevante criteria van bijlage I bij de (Europese) m.e.r.-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van

gevolgen voor het milieu. Voorts kan bij de mededeling een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van de voorgenomen

activiteit en van de geplande maatregelen om aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te voorkomen. Op grond van de mededeling (het voorliggende document) neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na ontvangst een beslissing omtrent de vraag of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de

activiteit, vanwege de mogelijke aanzienlijke milieueffecten, een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 11.11 Omgevingsbesluit). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage II bij de EU Richtlijn MER aangegeven criteria. Criteria

EU Richtlijn

Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage I (genoemd in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1. Kenmerken van de projecten blad 6 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 meí 2025

ante:

Girion 8.

Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder n overweging worden genomen: 3)

de omvang en het ontwerp van het gehele project;

b) <

de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit;

d)

de productie van afvalstoffen;

e) verontreiniging en hinder; f) _ het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis;

g)

de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling)

2. Plaats van de projecten De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in

aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b)

de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteiten regeneratievermogen van natuurlijke

hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, wateren biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan;

<)

het opnamevermogen

van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende

typen gebieden: i. _ wetlands, oeverformaties, riviermondingen; iÌ

_ kustgebieden en het mariene milieu;

ii

_ berg-en bosgebieden;

iv. v.

_ natuurreservaten en -parken; _ gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden

vi.

beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; _ gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen;

vii. viii.

_ gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; _ landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

3. Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het

effect van het project op de in artikel 3, lid 1 van de EU Richtlijn, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en

11

b)

omvang van de bevolking die getroffen kan worden); de aard van het effect;

©)

het grensoverschrijdend karakter van het effe

d)

de intensiteit en de complexiteit van het effect;

e) f) g) h)

de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

Leeswijzer en bronnen

Het vervolg van het rapport i als volgt opgebouwd: © _ hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, de wijze van aanleg); * _ hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; °

hoofdstuk 4: conclusie.

blad 7 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Voor de projectinformatie zijn rapporten van Antea Group geraadpleegd evenals de door de opdrachtgever aangeleverde stukken. Daarnaast zijn waar nodig onderzoeken gebruikt die in het kader van het gehele project

zijn uitgevoerd.

blad 8 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling

o

rojecnummer 0430876 100

)

1 mei 2025

anteagroup

GrionBV.

2

Plaats en kenmerken

2.1

Locatie van de ontwikkeling

Het noordelijke deel van het plangebied is gelegen in het noorden van Zutphen in de wijk Noordveen. In de omgeving van het verdeelstation bevinden zich voornamelijk woningen, maar er zijn ook volkstuinen en een middelbare school. aanwezig. Daarnaast is er veelal groen aanwezig in de omgeving. De verbinding loopt vanuit

het verdeelstation langs de volkstuinen en de woningen naar het noorden. Ter hoogte van de splitsing van de tracés is een asielzoekerscentrum aanwezig. De tracés lopen uiteindelijk door op de agrarische percelen ten noorden van de woonwijk.

Figuur 2.1 omgeving van het plangebied ter plaatse van het verdeelstation

Het zuidelijke deel van het plangebied loopt vanaf het verdeelstation aan de Wijnhofstraat tot aan de mast die net onder de Leestense Rondweg is gelegen. Rondom het verdeelstation zijn ter plaatse van het zuidelijk dee! van het tracé volkstuinen en een woning aanwezig. Daaromheen

is voornamelijk groen aanwezig. Tussen de Kleine

Omlegging en de Rijksstraatweg zijn agrarisch gronden aanwezig zonder bebouwing. Tussen de Rijkssraatweg en de Draaiomsdreef zijn ook agrarisch gronden zonder bebouwing aanwezig. Ten oosten liggen voornamelijk woningen. Tussen de Draaiomsdreef en de Jo Spierlaan zijn volkstuinen, tennisbanen en een parkeerplaats aanwezig. Daarachter is voornamelijk groen aanwezig en een landhuis. Ten oosten zijn voornamelijk woningen aanwezig. Wanneer het tracé doorloopt richting de Leestense Rondweg, dan zijn voornamelijk woningen, wegen, groen en water te vinden.

blad 9 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling

o

projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

GrionBV.

Figuur 2.2 omgeving van het plangebied: Kleine Omleggin — Draaiomsdreef (inks), Dragiomsdreef —Jo Spierlaan (midden), Jo Spierlaan - meest zuidelijke mast (rechts}

2.2

Beschrijving van de activiteit

De voorgenomen werkzaamheden hebben betrekking op de aanleg van een nieuwe hoogspanningsleiding. Het grootste deel van het tracé zal via een horizontaal gestuurde boring (HDD) worden aangelegd. Bij de intrede- en uittredepunten en de aansluitingen van de leiding zal de leiding in open ontgraving gelegd worden. * _ Langerak-Zutphen, tussen mast 55 en 65 (lijncode LGK-2P-150); e _ Woudhuis-Zutphen, tussen mast 43 en 46 (lijncode WHS-ZP-150);

* _ Lochem-Zutphen, tussen mast 1 en 4 (lijncode LC-ZP-150). Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Langerak-Zutphen heeft een totale lengte van circa 3.410 m. Over

een lengte van circa 1.585 meter worden de kabels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd, het overige deel (circa 1.825 m) wordt in open ontgraving aangelegd. Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Woudhuis-Zutphen heeft een totale lengte van circa 780 m. Over een lengte van circa 310 meter worden de kabels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd, het overige deel (circa 470 m) wordt in open ontgraving aangelegd.

Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Lochem-Zutphen heeft een totale lengte van circa 1.060 m. Over een lengte van circa 430 meter worden de kabels door middel van horizontaal gestuurde boringen aangelegd,

het overige deel (circa 630 m} wordt in open ontgraving aangelegd.

blad 10 van 24

Aaanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling

o

projectnummer 0490876.100

t mei 2025

anteagroup

Girion 8.

£

n aaneg á gest de borng

=

T

Figuur 2.3 ligging te verkabelen tracés

2.3

Werkzaamheden

Voor de werkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen en transportmiddelen (zoals pompen, aggregaten en vrachtwagens) gebruikt. De energie daarvoor wordt geleverd door dieselolie en soms ook door elektriciteit uit

het net. Het actuele gebruik van het plangebied blijft mogelijk na afronding van de activiteiten en het karakter van het gebied waar de werkzaamheden worden uitgevoerd, wordt er niet blijvend door veranderd. De aanwezigheid van boorinstallaties (HDD), de intrede- en uittredepunten, en de open ontgraving zijn tijdelijk. Ook

de grondwateronttrekking, en dus het gebruik van de natuurlijke hulpbron water is tijdelijk. De effecten

van

de werkzaamheden

komen

in hoofdstuk

3 aan de orde.

In het kader van de werkzaamheden

is

geen sprake van specifieke risico's voor zware ongevallen of rampen n en in de omgeving van de locatie. Door de werkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van water, geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving wordt hierop nader ingegaan. 2.4

Kenmerken

Productie van

afvalstoffen

Voor het lozen van grondwater op oppervlaktewater gelden de eisen uit de waterschapsverordening van het Waterschap Rijn en Ijssel. Hierbij geldt de zorgplicht, wat inhoudt dat nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk

voorkomen

of beperkt

moeten

worden.

Biij opvallende

verandering

van

het

te lozen

grondwater

(verkleuring of geurontwikkeling) dient met het bevoegde gezag te worden overlegd over het treffen van eventuele maatregelen. In het besluit is voorgeschreven dat als gevolg van de lozing geen visuele verontreiniging mag optreden.

Gevoelige gebieden Natura 2000-gebied

Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel ligt het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ op een afstand van circa 1,2 km tot het plangebied. Op ongeveer 5,5 km vanaf het plangebied ligt het Natura 2000-gebied “Landgoederen Brummen’. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op de effecten op de Natura 2000-gebieden. Natuur Netwerk

Nederland

blad 11 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Het plangebied ligt voor een deel n Natuur Netwerk Nederland. Het gaat om een Gelders natuurnetwerk die is aangewezen

conform

de Omgevingsverordening Gelderland.

Provincie Gelderland kent geen externe werking,

waardoor effecten alleen beoordeeld dienen te worden wanneer deze binnen de grenzen van het GNN vallen. Het tracé passeert de Berkel, welke is aangewezen als GNN-gebied. De Berkel wordt gepasseerd middels een gestuurde boring, waardoor de rivier niet wordt aangetast en negatieve effecten uitgesloten zijn.

Provinciale omgevingsverordening De ontwikkeling is verder gelegen

in de Gelderse streek Achterhoek. Bij nieuwe activiteit of ontwikkeling dient

rekening te worden gehouden met de voor die streek vastgelegde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Een van de ontwikkeldoelen binnen het gebied is het bewaren, herstellen en leefbaar maken van het monumentale karakter van Doesburg en Zutphen. De beoogde ontwikkeling draagt met het ondergronds brengen

van de hoogspanningsverbinding bij aan dit ontwikkeldoel. De beeldbepalende hoogspanningsmasten zullen door deze verkabeling op termijn verdwijnen. Er zijn dan ook geen negatieve effecten op de Gelderse streek Achterhoek.

Het ondergronds verkabelen heeft verder geen bijzondere kenmerken ten aanzien van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en het risico op ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

blad 12 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

3

Kenmerken van het potentiële effect

De boringen, bemaling en ontgraving hebben

milieueffecten toepassing). 3.1

beschreven.

Daarbij

mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke

is ingegaan

op

de werkzaamheden

en de

gebruiksfase

(wanneer

van

Bodem

In opdracht van Qirion B.V. is door Antea Group in april 2022 een milieuhygiënisch vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van drie hoogspanningsverbindingen te Zutphen. In april 2023 heeft een tracéwijziging

plaatsgevonden, waardoor

het eerder uitgevoerde

milieuhygiënische vooronderzoek

niet meer

volledig toereikend was.! In opdracht van Qirion B.V. is daarom door Antea Group in augustus 2023 een revisie opgesteld van het milieuhygiënische vooronderzoek, waarin de tracéwijzigingen zijn verwerkt.

rdschtmsking HO usie Ante C 20 | Verabeling Sterke verontreiiging met Uitvoeren aanvullend Heterogene mastSSt/m6S, | koperin de bovengrond bodemonderzoek, betreft in verontreinigingsgraad/VED nabij Langerak beeid brengen en afperken EL te Zutphen koperverontreinging. 19 | tageWeide?te | Ophooglaag met kolenkruis _ | Indienhettracélangs delage _ | Heterogene Zutphen(ca.77 | enofsintels Weide 2 (oostkant van de verontreinigingsgraad/ ‚mten oosten tennsbsan) wordt aangelegd, _ | VED-HE-NL, kritsche van het tracé, 0 danzalderelocatieonderzocht | parameters kolenkruis mvande dienen te worden. en{of sintels in de tennisbaan)

21 | Netzuidenvan

de HDO waar de tracéwijrging heeft plaatsgevonden in2023thx. Rademakersstra at 1 te Zutphen.

| Demping

Figuur 3.1: Conclusies verdachte

Mogelijklooptereendemping

cphoogiaag

_ | Heterogene

netten zuiden van de HOOter _ | verontreinigingsgraad/VED hoogtevan Rademakersstraatt | -HE-L kritsche parameters teZutphen. Hetisonbekendof | componenten uit het de sioot is gedempt met standaardpakket en asbest gebiedseigen grond of dat de demping uit potentieel verontreinigd materiaal bestaat

deellocaties

De onderzoeksresultaten geven aanleiding tot het uitvoeren van een verkennend bodem en/of asbestonderzoek ter plaatse van de bovengenoemde verdachte deellocaties welke onvoldoende onderzocht zijn. Op basis van dit bodemonderzoek dienen de milieuhygiënische maatregelen op basis van de Wet bodembescherming en/of de CROW 400 te worden bepaald. Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat dat het voornemen niet tot aanzienlijke milieueffecten leidt betreffende het thema bodem.

3.2

Archeologie

Uit de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek is gebleken dat het circa 4,6 kilometer lange tracé in

een relatief rijk archeologische gebied ligt.? Onder invloed van de rivieren de IJssel en de Berkel is er een dynamische landschap ontstaan met lagere, natte beekdalen en hogere zandkoppen en rivierduinen. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied is er sinds de jaren negentig van de 20e eeuw veel archeologisch onderzoek

uitgevoerd.

Uit

deze

onderzoeken

blijkt

dat

op

vrijwel

alle

hogere

delen

van

het

landschap

archeologische resten te verwachten zijn. In de omgeving van zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van het tracé zijn bij opgravingen vindplaatsen aangetroffen. Zo zijn er bij de Ooyerhoek resten gevonden van een jachtkamp uit het mesolithicum. En ook zijn er sporen gevonden van nederzettingen die dateren uit de ijzertijd + Antea Group; Historisch milieukundig vooronderzoek verka

hoogspanningsverbindingen Zutphen; 19 september 2023.

? De Steekproef; Een Archeologisch Bureauonderzoek; 2022-05/07. blad 13 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

tot de middeleeuwen. In het noordelijk deel op de Wolfelerenk zijn nederzettingsresten aangetroffen uit de late ijzertijd en Romeinse tiijd. Elders in de omgeving zijn ook resten aangetroffen daterend uit het neolithicum en

bronstijd. Vanaf de nieuwe tiijd kan de historische bewoning redelijk accuraat in beeld worden gebracht door middel van historische kaarten. Zo kruist het tracé in het zuidelijk deel het buurschap Eme (nabij de Ooyerhoek) en in het noordelijk deel, nabij de Voorsterallee, kruist het wederom een boerderij erf. Ook in de nieuwe tijd bleef

de bewoning beperkt tot de hogere delen van het landschap en werden de lagere delen gebruikt als weilanden. De hogere zandgronden werden gebruikt voor de akkerbouw (bouwland). Omdat deze gronden geleidelijk aan waren uitgeput (minder vruchtbaar) werden deze bemest met plaggen. Dergelijke plaggenlagen (of eslagen/enklagen) kunnen mogelijk ook oudere archeologische resten en lagen hebben afgedekt. Meer recente resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen vrijwel overal in het tracé worden aangetroffen. Om Zutphen te bevrijden benaderende de Geallieerden de stad vanuit het zuiden (vanaf Baak) en vanuit het oosten (vanaf Warnsveld). De Duitse verdedigingsstellingen lagen hierbij net ten westen van het tracé. De recente wijzigingen (juli 2023) in het tracé hebben inhoudelijk geen grote gevolgen voor de resultaten van het

onderzoek ten opzichte van de eerste versie (april 2022). Bodemkundig gat het aangepaste tracé door dezelfde type bodems en geomorfologische entiteiten. In de nabijheid van het tracé is er in Archis één nieuwe onderzoek bijgekomen.

Dit onderzoek

s echter

nog niet afgerond

waardoor

de resultaten

nog niet bekend

zijn. Op

de

historische kaarten zijn er ook geen aanwijzingen dat de nieuwe tracédelen door historische bebouwing loopt. Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek en de laatste aanpassingen van het tracé is een nieuwe

advieskaart

voor

het

tracé

opgesteld

(zie

Figuur

3-2).

Hierbij

is gelet

op

het

geldend

beleid,

de

aanwezigheid van archeologische resten/vindplaatsen en eerder uitgevoerd veldonderzoek.

blad 14 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1mei2025

anteagroup

Grion B.V.

Figuur 3.2: Advieskaart voor het tracé (bron: De Steekproef)

Toelichting figuur 3.2 Rode delen: opgraven of archeologisch begeleiden) De rode delen liggen nabij bekende en onderzochte vindplaatsen. Oranje delen: (proefsleuven) In de oranje delen gaat het tracé door zones met een middelhoge tot hoge verwachting op de beleidskaart. Groene en Grijze delen: (geen verder onderzoek) Voor de grijze delen van het tracé wordt geen verder onderzoek geadviseerd.

blad 15 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Blauwe delen (gestuurde boringen): In de blauwe delen worden de kabels aangelegd door middel van gestuurde boringen. Verder archeologisch onderzoek is in deze delen niet nodig, omdat de gestuurde boringen op een

diepte worden aangelegd onder de potentiële archeologische lagen. Er is tevens een

Programma

van

Eisen opgesteld. Voorafgaand

aan de werkzaamheden

wordt

archeologisch

onderzoek verricht. Het onderzoek heeft als doel om eventuele aanwezige archeologische resten te documenteren en vast te leggen voordat deze door graafwerkzaamheden worden vernietigd. Na het doen van onderzoek en opgravingen kunnen de gronden worden vrijgegeven. Conclusie

Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het voornemen

niet tot aanzienlijke milieueffecten leidt betreffende

het thema archeologie.

3.3

Landschap en cultuurhistorie

Het opstijgpunt zal binnen de invloedssfeer van een rijks- beschermd landsgoed liggen en staat in een zichtas van

de historische tuinaanleg. Echter, van alle zichtassen lijkt deze het minst behoudenswaardig. Het opstijgtalud wordt goed gecamoufleerd door aanwezige bosschages. De gemeente schat in dat er mogelijkheden zijn voor een ruimtelijk tuinontwerp

waarin

het nieuwe

element wordt opgenomen,

meegewogen

dan

wel gecamoufleerd

wordt, dat zowel recht doet aan het historisch tuinontwerp als aan de nieuwe/ toekomstige situatie. Om aantasting van de erfgoedwaarden te beperken/ minimaliseren kan een oplossing worden gezocht in compensatie binnen het tuinontwerp hier denkt de gemeente dan ook in mee. In het gebied zijn verder geen cultuurhistorische waarde waarvoor bescherming moet plaatsvinden aanwezig.

De nieuwe verbinding ligt volledig onderde grond en tast op geen enkele manier cultuurhistorische waarden aan.

Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat de werkzaamheden niet tot aanzienlijke milieueffecten leiden betreffende de thema's landschap en cultuurhistorie. 3.4

Water

In het Geohydrologische rapport van Antea Group zijn de lokale geohydrologische situatie, het te verwachten

waterbezwaar en de effecten en mogelijke risico's van de bemalingen beschouwd.? De bodemopbouw langs de tracés bestaat tot 10 m -mv. overwegend uit zand met plaatselijk enkele dunne kleiof leemlagen in de onverzadigde zone. Vanaf10 à 15 m -my zijn circa 5 meters dikke kleilagen aanwezig met

daaronder met zandlagen. De GHG langs de tracés varieert van NAP +5,8 m tot NAP +7,0 m. De GLG varieert van NAP +4,6 m tot NAP +6,0 m. Er is geen sprake van een stijghoogte. Onttrekking Voor de bemaling worden verticale filters tot maximaal 5,0 m -mv geadviseerd. Het maximaal te verwachten waterbezwaar voor het gehele tracé bedraagt circa 315.900 m3 en het maximale debiet bedraagt circa 245 m?/uur (GHG situatie). Voor de GLG situatie i het maximaal te verwachten waterbezwaar voor het gehele tracé bedraagt circa 121.300 m3 en het maximale debiet bedraagt circa 109

m?/uur. Op basis van het berekende maximale waterbezwaar per 30 dagen (105.000 m3 voor het tracé vanaf het hoogspanningsstation tot moflocatie 1} is de onttrekking vergunningsplichtig. Er dient daarom tevens een m.e.raanmeldnotitie gemaakt te worden. Daarnaast dient te allen tiijde de zorgplicht zoals beschreven in de Waterschapsverordening opgevolgd te worden.

+ Antea Group; Geohydrologisch rapport, Verkabeling hoogspanningsverbindingen Zutphen; 2 mei 2025. blad 16 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Lozing op oppervlaktewater Voorgesteld wordt om het onttrokken grondwater te lozen op nabijgelegen oppervlaktewater. Op basis van het

maximaal berekende debiet is de lozing op het oppervlaktewater meldplichtig. Op basis van de gemeten concentraties ijzer is er een beperkt isico op verkleuring van het oppervlaktewater bij lozing van bemalingswater. De gemeten

concentraties aan chloride duidt op zoet grondwater.

De gemeten

concentraties aan onopgeloste

bestandsdelen zijn lager dan de lozingseis van 50 mg/ uit de waterschapsverordening. Effecten omgeving

Als gevolg van de bemalingen is droogteschade aan landbouw, natuur en groenvoorzieningen niet geheel uit te sluiten. Wanneer droogteschade dreigt te ontstaan dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen (bijvoorbeeld beregenen). Monitoringsaspecten De volgende aspecten verdienen aandacht:

*

De natuurgebieden, landbouwgebieden en groenvoorzieningen binnen de 0,5 m verlagingscontour monitoren op ontstaan van droogteschade en toepassen van mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld beregenen) Registratie van debieten en waterbezwaren;

Registratie van grondwaterstanden; Analyses bemalingswaterop ijzer-totaal, onopgeloste bestanddelen en chloride; Beoordelen wel/geen visuele verkleuring of vertroebeling van het ontvangend lozing op oppervlaktewater).

oppervlaktewater (bij

Conclusie

Op basis van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot aanzienlijke milieueffecten leidt betreffende het thema water wanneer bovengenoemde monitoringsaspecten in acht worden genomen

en

wanneer

de

vergunning

wordt

verleend

door

Waterschap

Riijn

en

IJssel

met

een

maximaal

waterbezwaar van 320.000 m3 (110.000 m3 per 30 dagen) en een maximaal debiet van 245 m?/uur . 3.5

Lucht

Het in te zetten materieel tijdens de aanlegwerkzaamheden hebben een tijdelijke emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. Gezien het feit dat de werkzaamheden plaatsvinden in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de aanlegwerkzaamheden (en

daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Verder leidt de verkabeling van de hoogspanningsverbinding niet tot een verkeerstoename en derhalve niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie

Derhalve wordt geconcludeerd thema

luchtkwaliteit.

3.6

Licht

dat het voornemen

niet tot aanzienlijke

milieueffecten

leidt betreffende

het

Uitgangspunt is dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook 's avonds of ’s nachts te werken. Ten behoeve van bemalingen zullen ook s nachts bemalingspompen

werkzaam

zijn.

Echter

behoeven

deze

geen

verlichting voor

het functioneren.

Eventuele

lichthinder is naar verwachting niet aan de orde. Op lichthinder voor verschillende diersoorten wordt in paragraaf 3.9 verder ingegaan. Conclusie

Op

basis

van

milieueffecten

bovenstaande

gegevens

wordt

leidt betreffende

het thema

licht.

geconcludeerd

dat

het

voornemen

niet

tot

aanzienlijke

blad 17 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

3.7

Verkeer en transport

Er worden

geen

ontwikkelingen

mogelijk gemaakt

die tot substantiële toename

van het verkeer en parkeren

leiden. De ondergrondse verkabeling heeft geen impact op de parkeercapciteit dan wel op de verkeersintensiteit. Het aantal verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase is beperkt, aangezien een deel van de aanleg middels gestuurde boringen gaat. Voor het aspect verkeer en parkeren worden derhalve geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Conclusie

Daarom wordt geconcludeerd dat de bemaling niet tot aanzienlijke milieueffecten leidt betreffende het thema verkeer.

3.8

Geluid

Gedurende de werkzaamheden kan tijdelijk geluidhinder optreden in verband met wegverkeer en het opzetten en gebruiken van installaties. Ten behoeve van bemalingen zullen ook 's nachts bemalingspompen (diesel dan wel elektrisch) werkzaam zijn. Het streven is om hinder zoveel mogelijk te beperken. De locatie ligt niet n een

Stiltegebied. De afstand tot aan het dichtstbijzijnde stiltegebied bedraagt circa 11 km. De ondergrondse hoogspanningsverbinding zorgt niet voor een toename van de geluidbelasting. Hierdoor al er geen geluidhinder ontstaan op omliggende geluidsgevoelige objecten. Conclusie

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat de bemalingswerkzaamheden niet tot aanzienlijke milieueffecten leiden betreffende het thema geluid. 3.9

Natuur

Door Antea Group is een natuurtoets opgesteld ten behoeve van het ondergronds brengen van de hoogspanningsverbinding * Gebiedsbescherming Natura2000 gebieden De voorgenomen ontwikkeling ligt op circa 1,2 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Gezien de

relatief kleine

en

kortdurende

ingreep,

de afstand

en

tussenliggende

afschermende

elementen

kunnen

effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen

niet op voorhand

uitgesloten

worden.

verzuring en vermesting door stikstofdepositie dient een AERIUS-berekening te worden 3.10). Gelders

Voor effecten

door

uitgevoerd (paragraaf

Natuurnetwerken

Het tracé passeert

de watergang

de Berkel, welke

is aangewezen

als GNN-gebied.

De Berkel wordt gekruist

middels een gestuurde boring. De provincie Gelderland kent geen externe werking als het gaat om de beoordeling van effecten op het Gelderse Natuurnetwerk. Dat wil zeggen dat maatregelen op de plek zelf beoordeeld moeten worden. Die negatieve effecten zijn niet aanwezig en er zijn dus geen negatieve effecten op dit GNN-gebied.

Monumentale bomen en overige groenvoorzieningen Het algemene beeld van het bomenbestand is goed. Gezien de conditie, toekomstverwachting, is de kwaliteit van

het bomenbestand in de huidige staat als goed beoordeeld. Dit geldt voor de individuele bomen alsook de heestervakken. De individuele bomen en heesters kunnen wel een grote ecologische waarde hebben en veel ecosysteemdiensten aan de omgeving bieden.

* Antea Group; Natuurtoets, Verkabeling Zutphen; 5 oktober 2023. blad 18 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Wanneer graafwerkzaamheden heesters niet te behouden.

op de locatie van de bomen

Mogelijkheden

en heesters

plaatsvinden, zijn deze

om een deel van het groen te behouden

bomen

en

bestaan uit het eventueel

tijdelijk verplanten van het aanwezige groen. Aanbevolen wordt om dit alleen buiten het groeiseizoen te doen, wanneer de bomen en heesters ‘i rust zijn”. Wanneer binnen de kroonprojectie van bomen werkzaamheden plaats moeten vinden, kan dit tot grote wortelschade leiden

Soortenbescherming Vleermuizen

Zoals aangegeven in paragraaf 3.6 kan licht effect hebben op verschillende diersoorten waaronder vleermuizen. Indien er in de actieve periode (april-november) wordt gewerkt dient verstrooiing van het licht te worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Ten behoeve van bemalingen zullen ook 's nachts bemalingspompen

werkzaam

zijn. Echter, deze

bemalingspompen

behoeven

geen

verlichting voor het

functioneren. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde. Jaarrond

beschermde

nesten

Jaarrond beschermde nesten (actieve roekenkolonie, mogelijk nesten buizerd, slechtvalk en boomvalk, huismus, gierzwaluw, en spechten). Hier zijn geen direct aanvullende stappen voor nodig. Wanneer het verwijderen van de hoogspanningsmasten plaatsvindt wel.

Algemene broedvogels De werkzaamheden hebben geen effect, mits er wordt gewerkt buiten het broedseizoen en/öf voorafgaand aan de werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels. Bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter

De geschikte locatie voor de steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing bevindt zich in de bosschages bij de start van het tracé, bij mastlocatie 55 aan de Boggelderenk. Deze locatie is gelegen op bedrijventerrein ‘De Revelhorst’.

Aangezien niet uitgesloten kon worden dat er geen negatief effect optreedt voor deze beschermde soorten is

aanvullend onderzoek

uitgevoerd door Antea Group.° Uit dat onderzoek blijkt dat voor de steenmarter een

omgevingsvergunning

voor een flora- en-fauna

activiteit moet

aangevraagd.

Er is tevens een activiteitenplan

opgesteld voor de steenmarter.® Das

Essentieel leefgebied van de is niet uitgesloten. Wel dient rekening gehouden te worden met de das door werkzaamheden niet uit te voeren tussen zonsondergang (of later dan 19.00 uur als de zon later onder gaat) en zonsopgang.

Daarnaast dienen graafgeulen altijdte worden afgedicht zodatde das niet in de graafgeul kan vallen.

Indien deze werkwijzen worden opgevolgd zijn negatieve effecten op de das uitgesloten. Conclusie

Op basis van hiervoor beschreven onderzoeken wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot aanzienlijke milieueffecten

3.10

leidt betreffende

het thema

natuur.

Stikstof

In de omgevingsonderzoeken bij het wijzigingsbesluit is onderzocht wat de gevolgen zijn van de aanlegfase voor het aspect stikstofdepositie. In de rapportage van Waardenburg ecology is beoordeeld dat significant negatieve

gevolgen van additionele stikstofdepositie als gevolg van het voorgenomen verkabelingsproject op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Landgoederen Brummen op voorhand zijn uit te sluiten. De gebruiksfase leidt niet tot een additionele depositie. Effecten n de gebruiksfase zijn daarom op

voorhand uitgesloten. Met deze ecologische beoordeling is invulling gegeven aan de specifieke zorgplicht, zoals vermeld in Artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, Omgevingswet.

3 Antea Group; Nader ecologisch onderzoek (marters) mast 55; 19 december 2023. * Antea Group; Activiteitenplan steenmarter mast 55, Verkabeling Zutphen; 2 mei 2025 blad 19 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Deze voortoets en bijbehorende berekeningen zijn onderdeel van de regels waarin is bepaald dat wanneer afgeweken

wordt van de uitgangspunten en inzet van materiaal er opnieuw een beoordeling gedaan moet

worden. Bij een negatieve afwijking op de Aerius-berekening vindt een nadere ecologische beoordeling met indien nodig een passende beoordeling en een mogelijke natuurvergunning vanuit bevoegd gezag. Ditis geborgd in de regels. Conclusie

Conclusie van het onderzoek is dat: significant negatieve gevolgen op de stikstofgevoelige habitattypen en

leefgebiedtypen in de Natura 2000-gebieden met een projectbijdrage zijn daarmee op voorhand op basis van objectieve gegevens uitgesloten. Op basis van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot aanzienlijke milieueffecten leidt betreffende het thema stikstof. 3.11

Gezondheid

In het kader van de hoogspanningsverbinding verbindingen

(zoals

de

aan

te

leggen

heeft TenneT

ondergrondse

de magneetvelden

verbinding

in

voor ondergrondse

Zutphen)

onderzocht.

Daarbij

150 kV is

de

magneetveldsterkte van de kabelverbinding berekend. Uit de berekeningen blijkt dat wordt voldaan aan de aanbeveling voor de magneetveldsterkte van maximaal 100 T uit de Europese Richtlijn 1999/519/EC. Conclusie is dan

ook

dat

magneetvelden.

wordt

voldaan

Er worden

aan

de

aanbevelingen

op

Europees

en

nationaal

niveau

voor

wat

betreft

geen milieueffecten verwacht voor het aspect gezondheid. Mede op basis van de

beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico's door voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.

3.12

het

Omgevingsveiligheid

Eigendommen en gebruiksinstallaties van TenneT vallen zelf niet onderde werkingssfeer van wet- en regelgeving

ten aanzien van externe veiligheid. De realisatie van de ondergrondse 150KV kabelverbinding heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de hiervoor vermelde risicobron. Er is geen sprake van vaststelling van een ruimtelijk besluit, dat betrekking heeft op de gronden

in de omgeving van een

(niet) basisnetroute en die de bouw, vestiging of aanleg van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toelaat. Er worden met dit plan geen nieuwe kwetsbare activiteiten mogelijk gemaakt. Een nadere verantwoording hoeft dan ook niet te worden opgesteld. Conclusie

Er kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten leiden betreffende het

thema externe veiligheid.

3.13

Ontplofbare oorlogsresten (OO)

Door AVG is een explosieven onderzoek verricht ten behoeve van de verkabeling te Zutphen.” Uit het onderzoek is gebleken dat het projectgebied verdacht is verklaard op afwerpmunitie, geschutmunitie, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, ontstekingsinrichtingen, klein kaliber munitie, toebehoren van munitie en mijnen. In het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende deelgebieden:

7 AVG Explosieven Opsporing NL; Verkabeling Zutphen, Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten; 1 september 2023 blad 20 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

DEELGEBIEDEN

Figuur 3.3: Deelgebieden (Bron: AVG)

Uit het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken alle werkzaamheden in niet verdacht gebied kunnen onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd.

in deelgebied zuid vallen in de praktijk bodemroeringen buiten verdacht gebied. Hier kan onder reguliere omstandigheden ontgaven worden. In deelgebied midden ter hoogte van de Wijnhofstraat, kunnen de werkzaamheden (tot een diepte van

2,3 m -mv) onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd. De grond is hier met 3,0 m opgehoogd. In de verdachte gebieden waar naoorlogse bodemroeringen zijn uitgevoerd, kan er tot de aangegeven

diepte (bijlage 9.4 van het explosievenonderzoek) onder reguliere omstandigheden worden ontgraven. Vanaf de naoorlogse ongeroerde laag in de verdachte gebieden, dient er opsporing van ontplofbare oorlogsresten plaats te vinden. In de verdachte gebieden waar geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden dient, ter

hoogte van de open opgravingen, oppervlaktedetectie plaats te vinden, daar de uit te voeren werkzaamheden ter hoogte van de open ontgravingen niet dieper gaan dan 2,3 m -mv. Met oppervlakte detectie kan er tot 4,5 m -mv gemeten worden.

In de op afwerpmunitie verdachte gebieden waar geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden en waar de in- en uittredepunten van de HDD-boringen worden aangebracht, dient diepte detectie plaats te vinden. De verticale afbakening van het op afwerpmunitie verdachte gebied

ligt tussen mv WO.II t/m de 10 MPa laag. De 10 MPa laag ligt, afgaande op nabije sonderingen, gemiddeld op 10,3 m -mv. De betreffende werkzaamheden zullen zeker tot een diepte van 10 m -mv worden uitgevoerd.

De maximale diepteligging van de HDD-boringen bedraagt meer dan 10 meter. De boringen die onder de 10 MPa laag worden uitgevoerd zullen in onverdacht gebied worden uitgevoerd. HDD-boringen die onder deze verdachte laag worden uitgevoerd, kunnen onder reguliere omstandigheden worden

uitgevoerd. Er kan voor gekozen worden om bepaalde ontgravingen niet dieper uit te voeren dan de naoorlogse geroerde bodem. Als er enkel in naoorlogs geroerde bodem wordt gegraven, kunnen de

werkzaamheden onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd. Daarbij is de volgende Risicoanalyse Bodembelastingkaart gemaakt:

blad 21 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling

o

projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Grion B.V.

Werkzaamheden

Bodempentrerende _ plosievenonderzoek noodzakelijk? Ja, indien de objecten m verdschte bodem z

Verwijderen objecten (. vergdijbare

hekwerken en andere

»

cbjecten)

Verwderen verhardengen n fetspaden, wegen df paheerplaatsen Verwijderen groen (bovengronds) Verwijderen groen (ondergronds, di noodzskelijk) LE

” Hee »

Nee,inden de chjecten verticaalhuren worden verwijderd, £ geheelIn orwerdachte grond zijn geplaatst.

Nee, de verhardeng n de verdactte gebeeden & nooorkogs zongebracht. Nee, groen bovengronds mag reguier worden verwijderd. vekening te wordenkunnengebwnden d de watle n ‘bomen metmoemunite zijn vergroeid. Voorafgaand Ja, hoewel de bomen nacorlogs ‚aan het verwijderen

Bodempentrerende

werkzaamheden?

zijn

geplant, dient

van het wortelpakket

dent het terrein

Explosievenonderzoek noodzakelijk? dat wordt geroerd (door trekking of door afgraving) te

morden gedetecteerd. Ja,indien de sleuven worden gegraven ter plaatse van

g

n

verdacht gebied waarbij de bodem naoorlogs niet geroerd

K ot ii de prond w enedeg oewed i meer

Nee, inden de sleuven worden aangebracht ter laatse van

onverdacht gebied, c n nooerlogs geroerde gond.

Ja,indien de putten worden aangebracht in verdachte bodem. De bodem

Aanbrengen puttenten behoeve van

e i n uitredepunt van de HOO'

f

dient te worden onderzocht

middels

oppervaktedetectie tot de onderzijde van de putten

(indien de onderzijde niet deper is dan de maximale Septe wawep oppervtedecie moglijk 40 m ps

Nee, ndien bet mogelij i de 1 verdacte gebieden e gnstsen.

A waar bomeing loestis gondtert piutse cen van belemenering vorrt

»

HOD-boringtpering

»

e uttedepanten Baten de

Nee, 4 d bemalng wert aangebract nadt t dn n paaten zij gegwen.

gebied, n naoorogs geroerde grond, f Geper platsndt dan de verdacte bodemisag. 38, mecht bljken uit de eventueel ongetroffen ontplofbare

Oichten van de dewen

wee Noe, de sieuf wordk gedicht met geroerde grond. a indien de objecten dieper worden geplaatst dan naooriogs geroerde bodem, of op een andere plaats in

Terugplaatsen objecten

»

verdachte

bodem.

Nee, indien de objecten exact op dezelfde plaats kunnen

worden terwggezet vanwaar zij ook zijn verwijderd, o indien de cbjecten niet deper warden gepiaatst dan de naoerlogs geroerde bodem.

Figuur 3.4: Risicoanalyse (bron: AVG)

Er is verder een detectieonderzoek uitgevoerd in verband met de mogelijke aanwezigheid van afwerp

_ munitie

(vliegtuigbommen) met een gewicht vanaf 250 Ib.® Bij grondroerende werkzaamheden in de nabijheid van verdachte objecten wordt in verband met de noodzakelijke veiligheidsmarge het volgende geadviseerd: * _ Geen werkzaamheden binnen 2 meter in horizontale richting rondom verdacht object;

e _ Geen trillingsveroorzakende werkzaamheden binnen 10 meter n horizontale richting rondom een verdacht object, gelegen binnen op afwerpmunitie verdacht gebied.

* Antea Group; Memo Proces-Verbaal van Oplevering, Verkabeling Zutphen; 31 juli 2024. blad 22 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

Indien grondroerende werkzaamheden plaatsvinden binnen niet ingemeten gebied, nader

onderzoek

uit te laten

wordt geadviseerd om

voeren.

Conclusie

Geletop het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet tot aanzienlijke milieueffecten leiden betreffende het thema (00). 3.14

Duurzaamheid

Dit plan draagt in zijn algemeenheid bij aan de duurzaamheid.

Doordat er een veilige en betrouwbare

ondergrondse verbinding wordt aangelegd kunnen maatregelen voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie in het werkingsgebied verder ontwikkeld worden. Er worden geen milieueffecten verwacht voor het aspect duurzaamheid.

Conclusie

De ontwikkeling draagt bij aan duurzaamheid en leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten met betrekking tot duurzaamheid.

blad 23 van 24

Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling projectnummer 0490876.100

1 mei 2025

anteagroup

Girion 8.

4

Conclusie

Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten zoals bedoeld in artikel 16.43 lid 2 van de Omgevingswet en dat er daarom geen reden is om een om een milieueffectrapport

te

maken

voor

de

besluitvorming

over

de

werkzaamheden

voor

de

aanleg

van

een

hoogspanningsleiding.

blad 24 van 24

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse Ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve

oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wijbij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de Juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste

resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=2ca82ed2-49b1-4eb2-ad44-8d42828bd4dc