981428 - Bijlage 2 Toelichting kapstokartikel
Tekst van het document
PROOF Adviseurs BV. Aan
Van
Postbus 2704
Jeugdregio MIJ/OV Tav: Imke Bardoel
Jan Willem Botter
3000 CS Rotterdam
Plaats/datum
Betreft
www.proofadviseurs.nl
Rotterdam, 20 februari 2025
Toelichting kapstokartikel ontwerp-GR
Rabo NL43RABO0303425660
Zorgregio MIJ/OV
Btw NL8550.87.250.B01
info@proofadviseurs.nl (+31)850471007
KvK 63089068
1 Inleiding De Zorgregio MIJ/OV bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. Het wetsvoorstel Verbetering toegang jeugdzorg verplicht tot het aangaan van een gemeenschappelijke regeling (GR) voor een aantal door de wetgever geduide taken. Binnen de Zorgregio MIJ/OV wordt op dit moment samengewerkt op onderdelen van jeugdzorg en Wmo op basis van een samenwerkingsovereenkomst. Dit betekent dat de huidige samenwerking verplicht moet worden omgezet in een GR, in elk geval voor zover de taken op grond van het wetsvoorstel verplicht in een GR moeten worden ondergebracht. Op grond van het wetsvoorstel moet verplicht gekozen worden uit het inrichten van een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een centrumregeling. Binnen de Zorgregio is bestuurlijk uitgesproken dat de voorkeur bestaat om de verplichte samenwerking op de daartoe aangewezen jeugdtaken ondergebracht wordt in een bedrijfsvoeringsorganisatie. Naast de verplichte samenwerking op de taken zoals genoemd in het wetsvoorstel Verbetering toegang jeugdzorg, bestaat eveneens de wens om op andere taken samen te werken. Men denkt er over na deze samenwerking op andere taken dan de verplichte, eveneens onder te brengen bij de bedrijfsvoeringsorganisatie. In dat kader is een traject gestart om een GR te treffen. Er is ondertussen een ontwerp-regeling in concept opgesteld.
Daarin is een kapstokartikel opgenomen. Omdat er vragen bestaan over de werking van een dergelijk artikel en de nut en noodzaak ervan, is gevraagd een korte toelichting te geven op het kapstokartikel.
2 Verplichte taken in de GR Een GR wordt altijd getroffen in het belang dat genoemd is in de regeling zelf. Binnen dat belang, kunnen taken worden op- of overgedragen aan het bestuur van – in dit geval – de bedrijfsvoeringsorganisatie. Er wordt gekozen om geen taken over te dragen (delegatie) maar alleen taken op te dragen (mandaat). In de ontwerp-regeling is opgenomen dat de colleges die aan de GR deelnemen verplicht de in het wetsvoorstel Verbetering toegang jeugdzorg genoemde taken opdragen aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Dat zijn de zogenoemde basistaken. Elke deelnemer neemt die taken tegen vergoeding af van de bedrijfsvoeringsorganisatie, er is geen keuze om die taken niet af te nemen. Deze verplichte taken vormen de basis van de regionale samenwerking op het gebied van jeugdhulp.
proofadviseurs.nl
Pagina 1 van 3
3 Wens tot flexibele taak-toebedeling in GR Als de deelnemers flexibel willen zijn om, naast de verplichte taken, ook andere taken aan de bedrijfsvoeringsorganisatie op te dragen, dan is daarvoor nodig dat deze mogelijkheid in de regeling wordt opgenomen. Dat kan op twee manieren: 1. door in de GR te benoemen welke plustaken vrijwillig afgenomen kunnen worden door colleges (niet in de GR-genoemde plustaken kunnen alleen door een GR-wijziging worden toegevoegd); 2. door een kapstokartikel in de GR op te nemen. (dit creëert de flexibiliteit dat niet in de GR wordt vastgelegd om welke taken het gaat. De enige beperking is dat alle taken moeten passen binnen het belang zoals opgenomen in de GR.) Op beide manieren wordt een mogelijkheid gecreëerd voor de colleges om taken al dan niet af te nemen. Het is niet verplicht hiervan gebruik te maken. Dat betekent dat het ene college ervoor kan kiezen alleen de basistaken te verrichten en geen extra taken, terwijl het andere college wel gebruik maakt van de mogelijkheid om extra taken aan de bedrijfsvoeringsorganisatie op te dragen.
4 Werking kapstokartikel In de ontwerp-GR is een kapstokartikel opgenomen om het mogelijk te maken dat de colleges, binnen de bandbreedte die het belang van de regeling biedt, taken op te dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie. Het initiatief voor het opdragen van taken ligt altijd bij de colleges die deelnemen aan de regeling. Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie kan dus niet zelfstandig besluiten tot vermeerdering van taken. Alleen op verzoek van de colleges kan het bestuur besluiten tot het uitvoeren van extra taken door de bedrijfsvoeringsorganisatie. Het is geen verplichting om gebruik te maken van het kapstokartikel. In het geval geen van de colleges andere taken aan de bedrijfsvoeringsorganisatie wil opdragen dan de verplichte, dan is dat geen probleem. Het kapstokartikel creëert alleen de mogelijkheid hiervan gebruik te maken. In het geval geen kapstokartikel wordt opgenomen, kunnen extra taken alleen door middel van een GR-wijziging (met bijbehorende ‘zware’ besluitvormingsprocedure zoals opgenomen in de Wgr 1) aan de bedrijfsvoeringsorganisatie opgedragen worden. Voor flexibiliteit van gezamenlijke taakuitvoering door de bedrijfsvoeringsorganisatie is het dus zeer gewenst daarin alvast te voorzien door het in de GR opnemen van een kapstokartikel.
Als de wens bestaat bij één of meer colleges om gebruik te maken van het kapstokartikel, dan wendt dit college (of deze colleges) zich tot het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie met de vraag of het bestuur bereidt is om de bedrijfsvoeringsorganisatie de betreffende taken voor het college of de colleges uit te laten voeren. Het is vervolgens aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie om te bepalen of de bedrijfsvoeringsorganisatie in staat is om en bereid is tot het uitvoeren van de door de colleges gewenste taken. Ook is het aan de bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie om te besluiten tegen welke voorwaarden de uitvoering van deze taken gedaan kan worden. Op de besluitvorming van het bestuur over het al dan niet uitvoeren van extra taken en tegen welke voorwaarden, is de in de GR vastgelegde besluitvormingsprocedure van toepassing. Omdat het uitvoeren van één of meer nieuwe taken iets vragen van een organisatie, kan het bestuur besluiten dat uitbreiding van de taakuitvoering alleen kan tegen bepaalde voorwaarden 1 Een wijziging van een collegeregeling wordt verplicht voorafgegaan door een zienswijze van de raden op de
voorgenomen wijziging en een toestemming van de raden aan de colleges om te mogen besluiten tot wijziging van de regeling, zie artikel 1, tweede, derde en vierde lid Wgr.
proofadviseurs.nl
Pagina 2 van 3
die de bedrijfsvoeringsorganisatie in de gelegenheid stellen om de organisatie klaar te maken de taken ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Bijvoorbeeld door het regelen van menskracht, of door het regelen van benodigde (digitale) infrastructuur die voor de betreffende taken nodig zijn. Het bestuur kan bepalen dat bijvoorbeeld alleen de colleges die de betreffende extra taken willen opdragen en afnemen, ook verantwoordelijk zijn voor de investeringskosten die de bedrijfsvoeringsorganisatie daarvoor dient te maken of voor de extra overhead die de taakuitvoering tot gevolg heeft. Ook kan bijvoorbeeld de voorwaarde gesteld worden dat door de colleges die de taken opdragen, een minimum aantal jaren de betreffende taak opgedragen moet worden aan de bedrijfsvoeringsorganisatie zodat niet voor niets investeringen worden gedaan door de bedrijfsvoeringsorganisatie om de taakuitvoering mogelijk te maken. Ook bepaalt het bestuur onder welke voorwaarden een college kan besluiten de betreffende taken weer zelfstandig uit te voeren, bijvoorbeeld dat de daardoor de ontstane frictiekosten en desintegratiekosten altijd voor het opzeggende college zijn, zodat de ‘blijvende’ colleges niet geconfronteerd worden met extra kosten.
Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie is dus ‘in control’ voor wat betreft de vraag of en zo ja hoe extra taken bij de bedrijfsvoeringsorganisatie worden belegd. Hierbij is altijd van belang dat de bedrijfsvoeringsorganisatie in staat moet worden gesteld de taak naar behoren uit te voeren en moet daarnaast worden gegarandeerd dat colleges die bepaalde taken niet afnemen, daarvan geen hinder of kosten ervaren.
proofadviseurs.nl
Pagina 3 van 3