965940 - Bijlage 3 - Advies BASD Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zutphen 2025
Tekst van het document
Advies BASD inzake concept Verordening Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Zutphen Datum: 25 februari 2025 Inleiding De Gemeente Zutphen heeft de Brede Adviesraad Sociaal Domein verzocht een advies uit te brengen over de concept verordening maatschappelijke ondersteuning 2025 Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige Verordening zijn met name ingegeven door enkele nieuwe uitspraken gedaan door de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Deze uitspraken hebben betrekking op een nadere uitwerking van de begrippen 'eigen kracht' en 'gebruikelijke hulp', het opnemen van de deskundigheid die nodig is om te indiceren en een aanpassing van de wijze waarop de hoogte van de informele pgb-tarieven voor huishoudelijke hulp en begeleiding wordt bepaald. Daarnaast is de verordening aangepast aan lokale ontwikkelingen. Zo zijn aanvullende criteria voor huishoudelijke hulp toegevoegd aan de Verordening. Andere wijzigingen hebben betrekking op de werkwijze bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Op basis van de door de Gemeente ingezonden “was – wordt” lijst heeft de BASD de onderstaande opmerkingen dan wel adviezen.
Adviezen BASD ● In algemene zin constateren we dat de leesbaarheid van de Verordening op onderdelen is verbeterd door enerzijds herformulering en anderzijds door het verwijderen van duplicaten. ● Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen: Onder lid N wordt gedefinieerd wat er onder het begrip Hoofdverblijf wordt verstaan. Wij constateren dat onder de huidige formulering het zou kunnen zijn dat bijvoorbeeld bewoners die ingeschreven staan op vakantiepark de Bronsbergen niet aan deze definitie voldoen.Daar ontbreekt nl. de bestemming maar is er sprake van gedogen. De vraag is of dit ook de intentie is van de Gemeente. ● Artikel 2:1 Melding en onderzoek ondere lid 12 spreekt van “Het college kan nadere regels stellen omtrent de toegangsbeoordeling als bedoeld in dit hoofdstuk. De BASD adviseert nader te omschrijven wat wordt bedoeld met
Toegangsbeoordeling daar deze term voor het eerst gebezigd wordt zonder nadere omschrijving. De strekking daarvan is nu volstrekt onduidelijk. ● Artikel 2.2 onder e: De mantelzorgers in Zutphen worden nu ondersteund door Perspectief/Sociale wijkteams en de cliëntondersteuner. Er is in Zutphen al langer vraag naar een minder versnipperd Steunpunt, waar mantelzorgers elkaar kunnen treffen en waar je terecht kunt voor regelwerk rond PGB en voor respijtzorg. Dit zou een wenselijke stap zijn gezien in de toekomst het aantal mantelzorgers afneemt. ● Artikel 4:1 Criteria maatwerkvoorziening algemeen, lid 4 luidt:Huisgenoten van de cliënt zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek, alsmede bij heronderzoek. Ten aanzien van deze bepaling rijzen vragen ter verduidelijking ten aanzien van de strekking van deze bepaling. Wat is de definitie huisgenoot? Er wordt verwezen naar artikel 1.1.1, eerste lid van de wet, maar dit wordt dus niet duidelijk. Deze definitie zou dienen te worden toegevoegd aan de definities als gehanteerd in de Verordening.
Voor een inwoner is op basis van de huidige tekst onvoldoende duidelijk wat hier wordt bedoeld wat kan leiden tot onduidelijkheid. ● Artikel 4:2 Weigeringsgronden maatwerkvoorziening algemeen. o In dit artikel is onder i uit de oude Verordening“voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht”aangepastnaar“als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht”.Deze wijziging kan men puur tekstueel opvatten maar kan anderzijds leiden tot interpretatie en definitie discussie. Sec bezien zit er een onderscheid tussen beide termen. Daar waar in overwegende mate ruimte voor afwijken/variatie is, is die ruimte er binnen ‘hoofdzakelijk’ aanzienlijk minder. Daarmee lijkt de aanpassing beperkend te werken. Advies luidt dan derhalve ook deze wijziging niet door te voeren. o Onder g: ‘als de voorziening niet noodzakelijk wasgeweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan’.Een bepalingdie kan leiden tot interpretatieverschillen en discussie. Niet benoemd wordt ter beoordeling van wie. Geadviseerd wordt dit te verduidelijken door toe te voegen wie en op welke wijze dit beoordeelt.
Daarbij nemen wij aan dat dit primair gebaseerd zal zijn op medische adviezen. o Onder j: zie eerder inzake definitie hoofdverblijf. ● Artikel 4:3 Aanvullende criteria woonvoorziening Lid c:het college beoordeelt allereerst of het resultaat‘normale gebruik van de woning’ ook te bereiken is via een verhuizing naar een geschikte woning of gemakkelijker geschikt te maken woning (het zogeheten ‘primaat van verhuizen). De gemeente past het primaat van verhuizen alleen toe als de aanpassing naar verwachting meer dan €7500,- bedraagt. Wij begrijpen de strekking van dit artikel. Vraag die wel opkomt is hoe de gemeente dit in de praktijk ziet werken in de huidige woningmarkt? Star hanteren
van deze bepaling kan leiden tot situaties waarin mensen onacceptabel / onnodig lang moeten wachten zonder dat er daadwerkelijk iets beschikbaar is of komt binnen een acceptabele termijn. Het advies is derhalve om aan het artikel toe te voegen dat bij de primaat bepaling de daadwerkelijke haalbaarheid van verhuizen wordt meegewogen in de motivering van het besluit, en dat dit eveneens kenbaar wordt gemaakt aan de inwoner.
● Artikel 4:8 Aanvullende criteria voor huishoudelijke hulp. Toevoeging is gebaseerd op het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van bureau HHM. Waarom wordt er verwezen naar 2019 terwijl er inmiddels een Normenkader 2025 is? Daarnaast zou het aan te bevelen zijn in de Verordening, gelet het belang en impact van de regeling omtrent huishoudelijke hulp, meer inhoudelijke elementen op te nemen. Het doel van de aanpassingen in de Verordening was mede het verhogen van de duidelijkheid. Door alleen te verwijzen wordt daar onvoldoende invulling aan gegeven. Daarbij is nu in onvoldoende mate te duiden wat de impact voor inwoners is van deze bepaling. ● Artikel 5:2 lid 2 inzake Aanvullende criteria persoonsgebonden budget luidt: Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. De BASD onderschrijft dat frauduleus handelen dient te worden bestreden om misbruik van maatschappelijke gelden te voorkomen. Wel adviseren wij aan dit artikel toe te voegen dat het verzoek proportioneel dient te zijn in verhouding tot de mogelijke verdenking. De impact c.q.
financiële consequenties voor de betrokken inwoner kunnen significant zijn en moeten derhalve wel in verhouding staan. ● Artikel 5:3 Afwijzingsgronden persoonsgebonden budget In de verordening is toegevoegd dat een PGB afgewezen kan worden wanneer de cliënt met het persoonsgebonden budget een aanbieder wil inzetten waarvan de overeenkomst met de gemeente, voor het leveren van zorg in natura, eerder is ontbonden. Uit de ontvangen toelichting blijkt dat het doel hiervan is te voorkomen dat aanbieders die niet aan hunkwaliteit verplichtingenhebben voldaan, actief blijven als aanbieder via een pgb. De BASD snapt en ondersteunt enerzijds deze afweging op basis van kwaliteit, maar anderzijds lijkt dit haaks te staan op de essentie van een PGB, nl dat de inwoner de regie heeft over zijn eigen zorginkoop. Eveneens staat in het artikel dat er sprake moet zijn van een ‘aan de aanbieder toe te rekenen omstandigheden’en wordt er niet gesproken over het feit dat deze betrekking dient te hebben opkwaliteit verplichtingen. De BASD adviseert derhalve deze bepaling te verduidelijken dat het hier louter aanbieders betreft die vanwege het niet naleven van kwaliteits verplichtingen worden geweerd.
● Artikel 7:1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen Lid 8 betreft een opsomming omtrent situaties waarin er geen sprake is van een bijdrage in de kosten door de inwoner bij maatwerkvoorzieningen: o een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming o aanpassingen in een gemeenschappelijke ruimte o een maatwerkvoorziening in het kader van Werkt Mee o sportvoorzieningen In de toelichting bij de wijziging staat omschreven:Voor rolstoelen mag geen bijdrage worden geïnd. We trekken hierin een lijn voor alle sportvoorzieningen. Dit uitgangspunt onderschrijft de BASD uiteraard, echter staat dit niet in de Verordening zelf als zodanig beschreven in de voornoemde opsomming. Advies derhalve om in de Verordening de specifieke zinsnede datVoor rolstoelen geen bijdrage wordt geïndop te nemen bij deze bepaling. ● Artikel 7:2 Ritbijdrage Plus OV (vraagafhankelijk vervoer) Inzake deze vergoeding is veel te doen geweest ten aanzien van vervoer naar o.a. Gelre Ziekenhuis te Apeldoorn daar deze buiten de Plus OV kilometrage kan vallen voor inwoners van de Gemeente Zutphen. Op basis van de voorliggende tekst zou in voorkomende gevallen de inwoner het hogere tarief dienen te betalen voor deze verplaatsing. Dit is ongewenst.
De BASD adviseert dit nadrukkelijk te verduidelijken in de voorliggende Verordening dat voor dergelijke verplaatsingen het goedkopere tarief als benoemd onder 2a van toepassing zal zijn.
Graag ontvangen wij van de Gemeente een inhoudelijke reactie en terugkoppeling. Met vriendelijke groet, Brede Adviesraad Sociaal Domein