CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

960972 - Bijlage 3 - Beleidskader Energiesysteem provincie Gelderland

Ruimte - Beeldvormend (W) 3 april 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Regionale Energie Strategie - Opiniërende raadsronde (indicatietijd 19.30 - 21.00 uur)3.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Energie in de toekomst Beleidskader Energiesysteem

29 oktober 2024

Inhoud 1. Aanleiding

3

2. Situatie

4

3. Provinciaal Belang

6

4. Strategische doelen

7

5. Sturingsfilosofie

9

6. Leidende principes

10

7. Uitwerking

12

8. Participatie

15

9. Monitoring

15

Beleidskader energiesysteem

2/16

1. Aanleiding Gelderland is volop in ontwikkeling: er worden veel woningen gebouwd, bedrijven breiden uit en de overheid, bedrijven, burgers en maatschappelijke instellingen werken hard aan de energietransitie. Deze ontwikkelingen stuiten echter steeds meer op de grenzen van het huidige energiesysteem. De afgelopen jaren is netcongestie een steeds prangender vraagstuk geworden. Op piekmomenten ontstaat er een zogenaamde file op het elektriciteitsnetwerk, zowel voor het leveren als het terugleveren van elektriciteit. Er is een wachtrij voor bedrijven die een aansluiting nodig hebben om te kunnen ondernemen, voor woningen is een elektriciteitsaansluiting geen vanzelfsprekendheid meer, de uitrol van publieke laadinfrastructuur en verduurzaming van het openbaar vervoer staan onder druk en de realisatie van wind- en zonprojecten loopt vertraging op. In juli 2024 is het Actieplan Netcongestie Gelderland vastgesteld, met maatregelen die nodig zijn op de korte termijn (tot en met 2029) om ernstige stroomuitval en een wachtrij voor huishoudens en MKB te voorkomen. Ook voor de periode na 2030 is een integrale aanpak nodig voor de ontwikkeling van een nieuw en toekomstbestendig energiesysteem. Het huidige systeem is niet meer houdbaar, het moet anders en de provincie wil hierin meer sturen vanuit haar maatschappelijke opgaven. Dit beleidskader richt zich op de periode na 2030.

Beleidskader energiesysteem

3/16

2. Situatie Het huidige Gelderse energiesysteem is, net als in de rest van Nederland, vooral centraal ingericht. Dat maakt ons kwetsbaar en afhankelijk van netbeheerders, andere provincies, het Rijk, de markt, etc. Veel van de energie die we gebruiken, komt van fossiele brandstoffen (o.a. aardolie en aardgas) die buiten Gelderland worden gewonnen. Zeker een vijfde deel komt uit hernieuwbare bronnen, met een groeiende bijdrage van zon en wind. Het aandeel biobrandstoffen en collectieve warmtevoorzieningen is relatief laag.

Door de netcongestie zien we dat het tempo van de energietransitie vertraagt. Voorlopig zijn we nog afhankelijk van fossiele brandstoffen om de leveringszekerheid te garanderen. We zullen ook op andere energiebronnen inzetten, zoals geothermie, aquathermie en kernenergie. Het energiesysteem is met name kwetsbaar op de piek­ momenten. Dit betekent dat het systeem flexibel moet zijn en dat vermogen beschikbaar moet zijn op de momenten dat we dit nodig hebben.

Gelderland beschikt over sterke economische clusters in agrifood, gezondheid, energie en hightech maakindustrie die internationaal concurrerend zijn. Zonder energie staat de economische motor stil. De industrie moet verduurzamen en heeft van de overheid duidelijkheid nodig over beschikbare energiebronnen en netwerken. Alleen dan kunnen bedrijven grootschalig keuzes maken voor investeringen in elektrificatie of andere oplossingen.

Energie is ook een economische kans. Innovatieve clusters zoals Connectr in Arnhem, maken werk van de energietransitie en dragen bij aan innovatieve oplossingen voor vraagstukken zoals netcongestie. We zien ook dat bedrijven en burgers vanwege de huidige schaarste op het elektriciteitsnet op zoek gaan naar lokale oplossingen, zoals energy hubs.

Beleidskader energiesysteem

4/16

Beleidskader energiesysteem

5/16

3. Provinciaal Belang De provincie Gelderland werkt aan verschillende doelen, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, woningbouw, economie en mobiliteit. Daarbij lopen we steeds vaker aan tegen het capaciteitsgebrek op het elektriciteitsnet. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, toename van duurzame energie-opwek en de overschakeling van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie zullen de druk op het elektriciteitsnet nog meer doen toenemen. Dit betekent dat er, naast de kortetermijn­ maatregelen die al vastgesteld zijn, ook nagedacht moet worden over de lange termijn. Simpelweg de bestaande energie-infrastructuur uitbreiden om te voldoen aan de huidige en verwachte toekomstige vraag is geen optie, aangezien hiervoor niet voldoende middelen beschikbaar zijn en fysieke ruimte schaars is. Enerzijds moeten er keuzes worden gemaakt om het energiesysteem zo efficiënt en duurzaam mogelijk in te richten. Anderzijds zal het energiesysteem een belangrijk criterium worden voor waar of hoe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en bedrijvigheid, mogelijk zijn. Deze veranderingen vragen om democratische legitimatie en kunnen dus niet alleen aan netbeheerders worden overgelaten. Bovendien overstijgen de te maken keuzes gemeentegrenzen, wat vraagt om (boven)regionale regie en afstemming.

Beleidskader energiesysteem

6/16

4. Strategische doelen De provincie Gelderland ziet de urgentie om netcongestie ook op lange termijn aan te pakken en heeft hiervoor de volgende strategische doelen geformuleerd: 1 Klimaatdoelen behalen De provincie heeft in het Gelders programma Klimaat de doelen vastgelegd om in 2030 55% van de CO2 uitstoot gereduceerd te hebben ten opzichte van 1990 en klimaat­ neutraal te zijn in 2050. Één van de manieren om hieraan bij te dragen is door elektrificatie waarbij gebruik gemaakt wordt van duurzame energiebronnen. Dat zorgt echter voor extra druk op het elektriciteitsnet. De provincie wil zoveel mogelijk voorkomen dat het behalen van klimaatdoelen wordt belemmerd door netcongestie. De provincie zet daarom in op decentrale netwerken en werkt samen met netbeheerders en het Rijk om sneller netwerkversterkingen en uitbreidingen voor zowel levering als teruglevering door te voeren. Dit is essentieel om op korte termijn de groeiende vraag naar (duurzame) elektriciteit voor woningen en bedrijven op te vangen en om ervoor te zorgen dat de realisatie van duurzaamheidsdoelstellingen, zoals de transitie naar aardgasvrije woningen, niet meer dan nodig wordt vertraagd. Decentralisatie en clustering helpt om netcongestie op te lossen en draagt daardoor bij aan het behalen van de klimaatdoelen. Om ook het klimaatdoel in 2050 te halen is een visie op het energiesysteem van de toekomst nodig.

Beleidskader energiesysteem

2 Mogelijk maken van Gelderse woningbouwopgave en bedrijvigheid In Gelderland moeten er tot en met 2030 circa 100.000 woningen worden gebouwd. In de periode daarna, tot 2050, zijn er nog eens 100.000 nodig en mogelijk meer. Daarnaast streeft de provincie ernaar om de benodigde hectares aan uitbreiding van bedrijventerreinen te realiseren. Netcongestie brengt de haalbaarheid van deze doelen in gevaar. Voor de korte termijn werkt de provincie nauw samen met netbeheerders om te zorgen dat projecten die van cruciaal belang zijn voor economische en sociale ontwikkeling voorrang krijgen op het elektriciteitsnet. En dat die projecten zodanig ontworpen worden dat ze zo min mogelijk extra druk op het al overbelaste netwerk leggen. Voor de lange termijn is een visie op het energie­ systeem noodzakelijk, ook in relatie tot de verdere ontwikkeling van bedrijvigheid en woningbouw. 3 Leveringszekerheid van energie waarborgen Op dit moment kunnen bedrijven met een behoefte aan een grootverbruikers-aansluiting niet worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Ook lopen sommige woningbouwprojecten al vertraging op. Als er nu niets verandert, is vanaf 2029 ook voor kleinverbruikers zoals woningen, laadpalen en kleine bedrijven elektriciteit geen vanzelfsprekendheid meer. Via het Actieplan netcongestie proberen we een wachtlijst te voorkomen.

Daarnaast zetten we ons in voor oplossingen voor de bestaande wachtlijst grootverbruikers, bijvoorbeeld via Smart Energy Hubs, gedragsverandering (spitsmijden) en innovatiekracht (nationaal kennis- en innovatiecentrum netcongestie). 7/16

Om te voorkomen dat een dergelijke situatie zich in de toekomst nog eens voordoet en de beschikbaarheid van energie te garanderen, is een langetermijnvisie op het energiesysteem van de toekomst nodig. 4 Zuinig omgaan met schaarse (fysieke) ruimte Het idee dat het energiesysteem zich volledig aanpast aan ruimtelijke ontwikkelingen is niet langer houdbaar. Daarvoor zijn niet genoeg middelen beschikbaar en is fysieke ruimte schaars. Dit betekent dat in eerste instantie gekeken moet worden naar energiebesparing en dat daarnaast gezocht moet worden naar efficiënter gebruik van het energienetwerk, dubbel ruimtegebruik en verminderen van behoefte aan transport van energie (vraag en aanbod bij elkaar brengen). Daar waar dat echt niet mogelijk is, zal bekeken moeten worden of aanleg van nieuwe netwerken of uitbreiding van bestaande netwerken noodzakelijk is. Daarbij wordt rekening gehouden met een goede en efficiënte ruimtelijke en landschappelijke inpassing.

Beleidskader energiesysteem

8/16

5. Sturingsfilosofie Hoe kan de provincie sturen? Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de goede werking van het energienet en regelen het daadwerkelijke transport van elektriciteit en gas. De overheid gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het Rijk, IPO en de netbeheerders hebben Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland gevraagd om regie te voeren op de planning van energieinfrastructuur door de netbeheerders Liander en TenneT. Dat doen we tweejaarlijks via het zogeheten provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK), waarbij we via een proces van integrale planning en afweging komen tot een select aantal (verkennings-)energieinfrastructuurprojecten die van groot provinciaal belang zijn voor woningbouw, economische impulsen en verduurzaming. Deze projecten krijgen prioriteit in de totale investerings­ plannen van de netbeheerders TenneT en Liander. Naast het sturen op investeringsplannen van de netbeheerders heeft de provincie nog een aantal manieren om te sturen op netinpassing in de fysieke ruimte. Dat kan bijvoorbeeld via de omgevingsvisie en omgevingsverordening. Op dit moment kan dit instrumentarium echter niet ingezet worden door belemmeringen vanuit andere wetgeving, zoals de Energiewet.

De nieuwe Energiewet stelt op dit moment dat provincies en gemeenten niet bevoegd zijn om in het belang van de energie­ voorziening regels te stellen over productie, transport en

Beleidskader energiesysteem

levering van elektriciteit (art. 6.12). Om de gewenste ontwikkelingen in Gelderland toch mogelijk te maken wil de provincie gebruik maken van de experimenteerruimte die de Omgevingswet biedt. We blijven er bij het Rijk op aandringen dat er landelijke regelgeving komt die het wel mogelijk maakt om energie sturend te maken bij ruimtelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door een energietoets. Daarvoor is het nodig om de nieuwe Energiewet en Omgevingswet beter op elkaar af te stemmen dan nu het geval is. Om de gewenste ontwikkelingen in Gelderland toch mogelijk te maken wil de provincie gebruik maken van de experimenteerruimte die de Omgevingswet biedt. Behalve via investeringsplannen, de omgevingsvisie of omgevingsverordening kan de provincie ook sturen op netinpassing in de fysieke ruimte via een projectbesluit, een aanbesteding bij grondverkoop, het maken van afspraken rondom ontwikkelingen, het opstellen van subsidieregelingen en leningen voor verduurzaming of energiebesparing. Daarnaast werken we aan een (inter)nationaal kennis- en innovatiecentrum netcongestie.. Naast sturen op ruimtelijke ordening is ook een verandering nodig van het huidige gedrag van inwoners ten aanzien van energie. In mindere mate geldt dit ook voor ondernemers en maatschappelijke organisaties. We willen verkennen of de provincie hierin ook een rol kan spelen.

9/16

6. Leidende principes Alle (voorgenomen) ontwikkelingen vragen veel van het energiesysteem. Daarbij is sprake van schaarste: er is een ‘maakbaarheidsgat’. Er zijn simpelweg niet voldoende materialen, middelen en fysieke ruimte beschikbaar om de infrastructuur uit te breiden naar de volledige verwachte vraag in 2030, 2040 en 2050. Deels kunnen we dit ondervangen door slimme oplossingen zoals slimme decentrale netwerken, energy hubs, energieopslag, flexibiliteit, etc. Dit helpt de impact op het elektriciteitsnet te verkleinen. Maar de schaarste dwingt ons ook om keuzes te maken, want niet alles kan overal. De beschikbaarheid van energie wordt medebepalend voor ruimtelijke ontwikkelingen. De provincie zal nu en de komende jaren richtinggevende keuzes moeten maken op het gebied van het energiesysteem om problemen na 2030 te voorkomen. Daarbij gaat het om keuzes ten aanzien van de energiemix, opwek, afname en transport van energie.

Hierbij worden vragen gesteld zoals: Welke energiebronnen zijn beschikbaar en geschikt voor welke toepassingen? Waar willen we nieuwe energie-intensieve bedrijvigheid vestigen (papier, keramiek, glastuinbouw)? Op welke plekken gaan we het netwerk juist uitbreiden en waar dus niet, bijvoorbeeld alleen in knooppunt Arnhem-Nijmegen? En wat betekent dit dan voor de regio? En hoe sturen we hiermee op onze woningbouw en bedrijventerreinen? Om deze keuzes te maken hanteren we zogeheten leidende principes voor de inrichting van het energiesysteem. Deze leidende principes, oftewel ‘spelregels’, geven richting aan de keuzes die gemaakt moeten worden voor het Gelderse energiesysteem.

Beleidskader energiesysteem

Hoofdprincipe • Energie wordt medesturend voor de inrichting van Gelderland. Inrichtingsprincipes • We besparen zo veel mogelijk energie. • We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel mogelijk decentraal. • We zetten in op een diverse energiemix. Hoofdprincipe: Energie wordt medesturend voor de inrichting van Gelderland. In Gelderland positioneren we energie als één van de sturende elementen voor de ruimtelijke ordening. Dit betekent dat energie, net als water en bodem, een belangrijke rol speelt in het maken van ruimtelijke keuzes en dat de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst een plek krijgt in het omgevingsbeleid. Dit kan ertoe leiden dat ruimtelijke ontwikkelingen op een locatie niet mogelijk zijn of alleen onder voorwaarden. De beschikbaarheid van energie is immers niet altijd meer vanzelfsprekend, keuzes maken is noodzakelijk. Inrichtingsprincipe: We besparen zo veel mogelijk energie. Door energie te besparen is er minder energie nodig. Minder energie betekent minder energie-infrastructuur. En dat zorgt ervoor dat er minder investeringen en fysieke ruimte nodig zijn.

10/16

Inrichtingsprincipe: We richten het Gelderse energiesysteem zo veel mogelijk decentraal in. Een decentraal energiesysteem is een systeem waarbij energie op lokale schaal wordt geproduceerd en verbruikt, in plaats van dat alles van een centrale energiebron komt. We kunnen beter gebruik maken van de energie-infrastructuur door energievraag en –aanbod ook technisch, ruimtelijk en qua tijdshorizon dichter bij elkaar te brengen, en te zorgen voor flexibiliteit. Door het energiesysteem zo veel mogelijk decentraal te organiseren, verkleinen we onze afhankelijkheid van grootschalige infrastructuur en van fossiele brandstoffen. Inrichtingsprincipe: We zetten in op een diverse energiemix. In de toekomst zullen meer duurzame energiebronnen, energievormen en energiedragers een rol gaan spelen in het energiesysteem: bijvoorbeeld zonne-energie, windenergie, kernenergie, duurzame warmte uit bijvoorbeeld geothermie en aquathermie, groen gas, etcetera. Het kiezen van de best passende energiebronnen, energiedragers en opslagoplossingen voor verschillende energieverbruikers zorgt ervoor dat we beter kunnen inspelen op lokale omstandigheden en behoeften, zoals de beschikbare infrastructuur, beschikbare bronnen, omvang vraag en type vraag (bijvoorbeeld industrie en mobiliteit). Een voorbeeld is dat we waterstof en groen gas bij voorkeur voor hoge temperatuur-vragers benutten.

Beleidskader energiesysteem

11/16

7. Uitwerking Het Beleidskader geeft richting aan het Gelderse energiesysteem op provinciaal niveau, vanuit het energiesysteem geredeneerd. Sommige zaken vragen echter om een integrale afweging met andere belangen die in dezelfde ruimte landen of afhankelijk zijn van hetzelfde energiesysteem. Om de keuzes provinciaal, regionaal en lokaal effect te laten hebben is het van belang dat de inhoud van dit beleidskader vertaald wordt naar ruimtelijke instrumenten en sectoraal beleid. Dit gebeurt op verschillende manieren: Doorvertaling naar omgevingsbeleid Het is cruciaal dat het beleidskader wordt doorvertaald naar het omgevingsbeleid van provincie en gemeenten in Gelderland. Het helpt bij het maken van integrale keuzes over de inrichting van gebieden. Dit gebeurt op de volgende manieren: • Het beleidskader Energiesysteem nemen we mee in de lopende vernieuwing van de Gelderse Omgevingsvisie, waarin integrale afwegingen worden gemaakt met andere opgaven. De vernieuwde Omgevingsvisie vervangt dan dit beleidskader. Mogelijk leidt de integrale afweging van principes voor energie en andere domeinen tot een aanpassing of regio-specifieke prioritering van principes of (te maken) keuzes. • Bovenregionale keuzes afwegen: De leidende principes zijn input voor de provinciale omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt.

Die keuzes kunnen bijvoorbeeld gaan over waar het hoogspanningsnet na 2032 wordt versterkt, waar mobiliteitshubs worden geplaatst en waar waterstof als belangrijke energiedrager beschikbaar

Beleidskader energiesysteem

moet komen. We verkennen of bovenregionale vraagstukken nog in de Omgevingseffectrapportage (OER) van de lopende vernieuwing van de Omgevingsvisie kunnen worden meegenomen. De OER brengt de effecten van alternatieven in kaart zodat een goede integrale afweging kan worden gemaakt. Als dat niet lukt onderzoeken we dat separaat en laten we het in de volgende actualisatie van de Omgevingsvisie landen. In dit proces betrekken we de regio’s om de effecten op regionale opgaven in beeld te brengen. Doel is om een goede onderbouwing te hebben van alle mogelijke consequenties van deze grote structurerende keuzes. • In de Regioarrangementen hebben gemeenten (in regionaal verband), provincie en waterschappen de grote ruimtelijke opgaven tot 2040 in beeld gebracht. Deze worden nu uitgewerkt in gebiedsprogramma’s. In deze programma’s wordt inzichtelijk waar belangen botsen of waar juist kansen liggen. De energieopgave is hier onderdeel van. Deze inzichten, daar waar relevant voor het bovenregionale energiesysteem, zijn input voor de te maken bovenregionale afwegingen en kunnen leiden tot sturingskeuzes. • Energietoets in de omgevingsverordening: De provincie verkent mogelijkheden om in de omgevingsverordening een ‘energietoets’ op te nemen, die de impact van beslissingen op het elektriciteitsnet analyseert. De ‘energietoets’ is vergelijkbaar met de bestaande watertoets.

Dit wordt in samenwerking met het Rijk, gemeenten, netbeheerders en andere provincies verder uitgewerkt. Hiervoor is in ieder geval een wettelijk kader van het Rijk nodig.

12/16

• Energie integreren in plannen: Energie moet vroegtijdig worden meegenomen in ruimtelijke plannen om een optimaal energiesysteem te creëren, zowel voor de provincie als gemeenten. Bijvoorbeeld door een ruimtelijke ontwikkeling niet of alleen onder voorwaarden toe te staan. Ook hiervoor is in ieder geval een wettelijk kader van het Rijk nodig. Doorvertaling naar provinciaal MIEK en investeringsplannen Het beleidskader en het landelijke afwegingskader vormen de basis voor het pMIEK. De eerste stap is het opstellen van een groslijst van mogelijke projecten. Deze lijst wordt verfijnd met een landelijk afwegingskader dat de maatschappelijke effecten inzichtelijk maakt, waarna een definitieve pMIEK 2.0-projectenlijst ontstaat. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om de pMIEK 2.0 vast te stellen. Het pMIEK 2.0 wordt gebruikt door netbeheerders voor hun investeringsplannen. Netbeheerders stellen elke twee jaar investeringsplannen op, gebaseerd op scenario’s uit regionaal programmeren en gesprekken met stakeholders. De huidige plannen, die projecten tot 2033 omvatten, zijn al voldoende voor ontwikkelingen tot 2050 in veel delen van Gelderland. Overheden kunnen invloed uitoefenen op nieuwe ontwikkelingen en afwijkingen van prognoses. In sommige regio’s, zijn mogelijk nog uitbreidingen nodig tussen 2035 en 2050.

Wijzigingen in verduurzaming of extra woningbouw kunnen de vraag naar elektriciteit verhogen en de in de investeringsplannen geplande capaciteit overschrijden. Het beleidskader kan, na integratie in het omgevingsbeleid, richtlijnen bieden voor het omgaan met deze overschrijdingen, wat zowel initiatiefnemers als netbeheerders handelingsperspectief biedt.

Beleidskader energiesysteem

Doorvertaling naar programma’s Na vaststelling van het beleidskader zal toegewerkt worden naar een Gelders programma Energiesysteem, waarin een vertaalslag wordt gemaakt van leidende principes naar (te maken) keuzes. Hiervoor brengen we samen met de regio’s in kaart wat de effecten zijn van de (te maken) keuzes voor regionale opgaven. Dit heeft uiteindelijk doorwerking op twee manieren, namelijk: 1. Gebiedsgerichte uitwerking: De Gelderse regio’s werken hard aan duurzame energie­ opwekking en verduurzaming, met ondersteuning van het provinciale beleidskader. Dit kader is gericht op provinciaal niveau, maar moet regionaal verder worden uitgewerkt. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende manieren: • Regio’s en gemeenten, samen met de provincie en Liander, ontwikkelen het provinciale beleidskader verder in zes unieke gebieden: Achterhoek, Foodvalley, Fruitdelta Rivierenland, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, Noord-Veluwe (Kop van de Veluwe en regio Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde) en de Stedendriehoek. Elke regio heeft specifieke kenmerken en behoeftes voor het energiesysteem. • Samen met de regio werken we verder uit wat de effecten zijn van de leidende principes en (te maken) keuzes voor regionale opgaven (bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, recreëren, mobiliteit), gekoppeld aan het proces van regionaal programmeren.

Dit doen we als onderdeel van de uitwerking in het Gelders programma Energiesysteem. • Regio’s kunnen een regioprogramma of regionale energievisie opstellen waarin het provinciale beleidskader en Gelders programma Energiesysteem worden vertaald naar lokale situaties, gekoppeld aan het regionaal programmeren. Inclusief ontwikkelpaden voor noodzakelijke lokale 13/16

infrastructuurprojecten (zoals elektriciteit, warmte, groen gas en waterstof ). • De provincie maakt afspraken met het Rijk in de Ruimtelijke Arrangementen die worden opgesteld. Vanwege de centrale rol van Energie in het omgevingsgericht werken vormt het een belangrijk thema in de ruimtelijke-arrangementen. 2. Doorvertaling naar sectoraal beleid en andere programma’s De leidende principes uit het beleidskader en (te maken) keuzes uit het Gelders programma Energiesysteem vertalen we naar (provinciaal) beleid en andere programma’s. Bijvoorbeeld de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (RAL), Regionale Energiestrategie (RES), Regionaal Programma Werklocaties (RPW) en de woonagenda. Sommige zaken worden verwerkt als het beleidskader is opgenomen in de omgevingsvisie, terwijl andere al eerder in het sectoraal beleid worden opgenomen vanuit het beleidskader of Gelders programma Energiesysteem.

Beleidskader energiesysteem

14/16

8. Participatie

9. Monitoring

Na vaststelling van het beleidskader werken we samen met partners, waaronder netbeheerders, door aan de ontwikkeling van een programma. Te zijner tijd zal het programma voor advies besproken worden in de Energy Board en via de regio’s worden gedeeld met de colleges van burgemeester en wethouders in de provincie.

We vinden het van belang dat Provinciale Staten haar controlerende taak kan uitvoeren. Daartoe komt er in het Gelders programma Energiesysteem een monitorings­ systematiek en leggen we daarover jaarlijks verantwoording af. We monitoren zowel de resultaten van de projecten als de impact (op de strategische doelen) van de maatregelen in Gelderland. Aan de hand daarvan weten we of we op koers liggen of dat bijsturing nodig is. De strategische doelen vertalen we daarvoor in meetbare resultaten, bijvoorbeeld hoe de woningbouw vordert en wat de omvang van de wachtlijst elektriciteitsaansluiting is. We actualiseren het Gelders Programma Energiesysteem als er ontwikkelingen of andere inzichten zijn die hierom vragen. Als in de toekomst blijkt dat er aanleiding is om de kaders aan te passen, dan leggen we dat aan Provinciale Staten voor.

Beleidskader energiesysteem

15/16

24 400 308 - 10-24

Provincie Gelderland Markt 11 6811 CG Arnhem Postbus 9090 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 provincieloket@gelderland.nl www.gelderland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=e93783a0-38c3-4cca-9076-e04a59515d59