937298 - Bijlage 2 - Tarieventabel 2025 behorende bij de Legesverordening gemeente Zutphen 2025
Tekst van het document
1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een
omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad € 1.217,45; b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
als de bouwkosten minder dan € 500.000 bedragen 0,19% van de bouwkosten met een minimum van € 100,00, vermeerderd met: 0,12% van de bouwkosten, over de bouwkosten van € 500.000 tot € 1.000.000; 0,08% van de bouwkosten, over de bouwkosten van € 1.000.000 tot € 2.500.000; 0,05% van de bouwkosten, over de bouwkosten van € 2.500.000 tot € 5.000.000; 0,025% van de bouwkosten, over de bouwkosten vanaf € 5.000.000; c. als het te toetsen initiatief nieuwbouw woningen, niet zijnde etageof galerijwoningen en dergelijke, betreft van meer dan vijf gelijke woningen in één complex en hiervoor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 moet worden uitgebracht dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet wordt het tarief zoals vermeld in onderdeel b in rekening gebracht, met dien verstande dat voor de bepaling van de hoogte van de bouwkosten in afwijking van artikel 2.1, vijfde lid, wordt uitgegaan van:
i. als het een complex betreft van 6 tot en met 10 gelijke woningen: de bouwkosten van 5 woningen; ii. als het een complex betreft van 11 tot en met 20 gelijke woningen: de bouwkosten van 6 woningen; iii. als het een complex betreft van meer dan 20 gelijke woningen: het tarief, berekend volgens sub ii, vermeerderd met de som van de bouwkosten van 2 woningen per 10 woningen; d. als het te toetsen initiatief nieuwbouw etage- of galerijwoningen e.d. betreft, geldt het volgende: deze woningen worden als één bouwblok beschouwd. Het tarief wordt dan berekend over de totale bouwsom van het bouwblok; e. voor een advies van de brede adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 in verband met reclameobjecten, per adviesaanvraag € 100,00; f. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 dat betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet in combinatie met één extra discipline: het tarief zoals vermeld in onderdeel b, verhoogd met 80%; g.
voor een advies van de brede adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in de Verordening brede adviescommissie fysiek domein gemeente Zutphen 2021 dat betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet in combinatie met meerdere extra disciplines: het tarief zoals vermeld in onderdeel b, verhoogd met 120%; h. voor een bouwhistorisch advies, uitgebracht door de erfgoedadviseur € 960,65;
i. voor een advies in andere gevallen dan hiervoor bedoeld: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager is meegedeeld, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken Artikel 2.51 Instemming
1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg
1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede
lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt 100% van de voor het omgevingsoverleg geheven leges, met uitzondering van de leges voor een principeverzoek op grond van artikel 2.4, zoals opgenomen in artikel 2.4, eerste lid, sub c, en de leges op grond van artikel 2.4, tweede en derde lid. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen 6 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag
Gereserveerd Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, met dien verstande dat ten minste € 113,10 verschuldigd blijft. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
1. Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de teruggaaf, als de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure
1. Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de teruggaaf, als de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt 20% van de voor de activiteit waarvoor de vergunning is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
1. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt 25% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. 2. Onder een weigering bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een onherroepelijke vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag te betalen legesbedrag
Een bedrag minder dan € 104,05 wordt niet teruggegeven.
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011 (hierna: APV) € 217,25, verhoogd met: 1. als de vergunning ook een terras omvat € 54,35; 2. als de vergunning ook omvat het geopend hebben van het horecabedrijf in afwijking van het sluitingsuur op grond van artikel 2:29 van de APV € 118,65; b. tot het wijzigen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.28 van de APV € 45,85. Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet € 217,25; b. om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet € 30,80; c. om een gedoogbeschikking voor een coffeeshop € 434,55. Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijven
1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4 van de APV € 1.050,05. 2. Voor het op aanvraag laten uitvoeren van een inspectie door de GGD bedraagt het tarief € 510,70. Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf
Gereserveerd
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet€ 5,60; b. om een ontheffing in het kader van artikel 3 van de Winkeltijdenverordening gemeente Zutphen 2017: 1. voor één keer € 24,35; 2. voor een jaar of langer € 121,35; c. om toestemming om een in de vorige onderdelen bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander € 5,60; d. tot het intrekken of wijzigen van een in de vorige onderdelen bedoelde ontheffing € 5,60. Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement
1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV, met een bezoekersaantal: a. tot en met 1.000 bezoekers € 90,95; b. vanaf 1.001 tot en met 5.000 bezoekers € 181,85; c. vanaf 5.001 bezoekers € 485,00. 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een evenementenvergunning met een bezoekersaantal: a. tot en met 1.000 bezoekers € 45,55; b. vanaf 1.001 tot en met 5.000 bezoekers € 91,10; c. vanaf 5.001 bezoekers € 242,55. 3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing om op te treden als straatartiest als bedoeld in artikel 2:9 van de APV € 74,05. 4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het houden van een openbare inzameling van geld of goederen als bedoeld in artikel 5:13 van de APV € 25,65.
5. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor het stoken van vuur in de open lucht, als bedoeld in artikel 33 van de Afvalstoffenverordening Zutphen 2005: a. voor een paasvuur/vreugdevuur € 34,70; b. voor het verbranden van snoeihout € 11,60. 6. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor het venten als bedoeld in artikel 5:15 van de APV: a. geldig voor één dag € 20,25; b. geldig voor één week € 43,75; c. geldig voor één maand € 85,05; d. geldig voor zes maanden € 185,35; e. geldig voor één jaar € 295,45. 7. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing geluidhinder als bedoeld in artikel 8:4 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen: a. geldig voor één dag € 27,50; b. geldig voor één week € 45,55; c. geldig voor één maand € 88,25; d. geldig voor zes maanden € 192,45; e. geldig voor één jaar € 306,35. 8. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing recreatief nachtverblijf als bedoeld in artikel 8:6 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen € 28,80. 9.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar voor de inrichting en gebruik van niet aangewezen luchthaven, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens € 37,90. Artikel 3.7 Organiseren markt
Gereserveerd Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt
Gereserveerd
Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt
Gereserveerd Artikel 3.10 Losse standplaatsen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 2:14 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen € 64,25.
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte
Gereserveerd Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte
Gereserveerd Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte
Gereserveerd Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten
Gereserveerd Artikel 3.15 Splitsingsvergunning
Gereserveerd Artikel 3.16 Toeristische verhuur
Gereserveerd Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming
Gereserveerd Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet genoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of ander besluit € 179,40. Behoort bij de Legesverordening gemeente Zutphen 2025 de griffier,
Toelichting op de tarieventabel 2025 behorende bij de Legesverordening 2025 Leges 1 Algemeen Waar mogelijk wordt (anders dan in het VNG-model) gebruik gemaakt van verwijzingen naar wettelijke tarieven of maxima, zodat wijzigingen in hogere regelgeving automatisch doorwerken in deze tarieventabel. Grotendeels is aangesloten bij het VNG-model. Niet alle opties uit dat model worden in Zutphen toegepast. Daarom staat diverse keren (bij) een artikel(lid): “gereserveerd”. Zo blijft de structuur en volgorde van de verordening in Zutphen zoveel mogelijk gelijk aan die van het VNG-model. Dat vergemakkelijkt het bijwerken in de toekomst. In deze toelichting zijn vooral de afwijkingen en bijzonderheden ten opzichte van het VNG-model toegelicht. De toelichting op het VNG-model bevat een nadere uiteenzetting die - tenzij in Zutphen voor een afwijking is gekozen - ook voor Zutphen van toepassing is. Ten opzichte van de tarieventabel 2024 zijn er redactionele wijzigingen doorgevoerd. Sommige bepalingen bleken overbodig, waren onnodig ingewikkeld of niet helemaal correct geformuleerd. Dat is hiermee verbeterd.
2 Toelichting op de hoofdstukken Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Algemeen Dit hoofdstuk is ‘algemene dienstverlening’ genoemd ter onderscheiding van de twee andere hoofdstukken. Binnen dit hoofdstuk bestaat beleidsruimte om kruissubsidiëring of het profijtbeginsel toe te passen, ook met diensten buiten hoofdstuk 1. Zie HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:282. Wel moet rekening worden gehouden met diensten die onder Europese Dienstenrichtlijn vallen. Zie de toelichting op artikel 5 van de Legesverordening.
Kosteloze voltrekking huwelijk, registratie partnerschap en omzetting In artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand is geregeld dat gemeenten gelegenheid moeten geven tot een kosteloze huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk. De ambtenaar van de burgerlijke stand bepaalt de daarvoor bestemde dagen en uren. Sinds 1 maart 2009 is het niet meer mogelijk een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding; Stb. 2008, 500). Voor het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap is het voldoende als gelegenheid wordt gegeven tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in het gemeentehuis. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap in een bijzonder huis.
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie of omzetting partnerschap Naast de 'gewone' huwelijken met ceremonie, bestaat de mogelijkheid om tegen gereduceerd tarief te trouwen: het zogenaamde budgethuwelijk. Dit is sobere uitvoering zonder ceremonie.
Artikel 1.2 Omzetting partnerschap zonder ceremonie Op de website van Zutphen staat informatie hoe en wanneer dit kan plaatsvinden.
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente
Op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is het verplicht om ten minste twee getuigen te hebben bij de huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap (artikel 63, eerste lid, en artikel 80a, vijfde lid, Boek 1 BW). Het komt voor dat toekomstige partners aan de gemeente vragen om getuigen beschikbaar te stellen. Hiervoor is een tarief opgenomen.
Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum Het is discutabel of voor het annuleren van een voorgenomen huwelijk vanwege de wettelijke beperkingen leges voor geheven kan worden. Volgens de wet mag alleen voor het voltrekken van een huwelijk leges geheven worden.
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje In artikel 1.8 van de tarieventabel zijn tarieven opgenomen voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje. De leges genoemd in artikel 1.8 worden geheven naast de leges die op grond van de artikelen 1.1 t/m 1.7 geheven worden. Ook in het geval van een kosteloos huwelijk of registreren van een partnerschap is legesheffing voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje toegestaan. Het betreft hier een dienst van de gemeente die wordt verleend naast het voltrekken van het huwelijk of de registratie van een partnerschap zelf. Een verplichting tot het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje bestaat immers niet. Wij merken hierbij nog op dat dit dienstverlening waarvoor de gemeente btw-plichtig is. Het tarief is dus inclusief btw (artikel 38 Wet op de omzetbelasting 1968).
Verrichtingen ambtenaren van de burgerlijke stand
De mogelijkheden tot het heffen van leges voor verrichtingen van ambtenaren van de burgerlijke stand zijn geregeld in de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72). In artikel 2 van die wet is geregeld voor welke verrichtingen leges geheven kunnen worden. De hoogte van die leges is vastgesteld in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. De gemeente kan deze leges rechtstreeks heffen op basis van dat Legesbesluit. Artikel 3, tweede lid, van die wet bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de leges heft en invordert. Dat is dus een afwijking van de belastingbepalingen in de Gemeentewet. Zo heeft Hof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat het Legesbesluit akten burgerlijke stand geen belastingwet is in de zin van de AWR, dat de vergoeding geen gemeentelijke belasting is en dat de AWR niet van toepassing is (Hof 's-Hertogenbosch 27 mei 2016, nr. 15/00138 (Roermond), ECLI:NL:GHSHE:2016:2100, VNG-nummer: 6601). Voor de rechtsbescherming zijn de bepalingen over bezwaar en beroep in de Awb van toepassing. In afwijking van het VNG-model zijn nu nog tarieven opgenomen voor bepaalde handelingen (artikel 1.8, 2e lid en verder). In 2025 vindt een onderzoek van de legesverordening plaats. Mogelijk dat deze bepalingen daarna komen te vervallen.
Artikel 1.9 Paspoorten, andere reisdocumenten Zutphen hanteert de wettelijke maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05. De redactie is in afwijking van het VNG model zo vormgegeven dat wijzigingen in de rijksregelingen direct doorwerken in de tarieventabel van Zutphen, zonder dat deze hoeft te worden aangepast.
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Hiervoor geldt hetzelfde als onder 1.9 vermeld.
Artikel 1.11 Modaliteiten
Hiervoor geldt hetzelfde als onder 1.9 vermeld.
Artikel 1.12 Rijbewijzen en Artikel 1.13 Modaliteiten Zutphen hanteert de wettelijke maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05. De redactie is in afwijking van het VNG model zo vormgegeven dat wijzigingen in de rijksregelingen direct doorwerken in de tarieventabel van Zutphen, zonder dat deze hoeft te worden aangepast.
Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen De in artikel 1.18 opgenomen regeling is bedoeld voor gevallen waarin aan de gemeente wordt verzocht de basisregistratie personen door te nemen voor het verkrijgen van bepaalde inlichtingen. Deze bepaling geeft de mogelijkheid leges te heffen naar rato van de tijd die met het doornemen is gemoeid, ongeacht of dit leidt tot het daadwerkelijk verschaffen van de gevraagde inlichtingen. Naast een bedrag voor het doornemen van de basisregistratie is de aanvrager eventueel een bedrag verschuldigd op grond van artikel 1.15 als vervolgens persoonsgegevens worden verstrekt. Dit vloeit voort uit het feit dat het bepaalde in artikel 1.18 een afzonderlijk belastbaar feit vormt.
Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden Hier staan tarieven voor uitlenen door de bibliotheek. Dat is echter een zelfstandige organisatie. De vraag is of de gemeente daarvoor wel tarieven kan vaststellen. Dit wordt meegenomen bij het onderzoek naar de legesverordening dat in 2025 zal plaatsvinden. Voor het uitlenen van eigen (gemeentelijke) archiefbescheiden is geen tarief opgenomen. De Regeling tarieven rijksarchiefbescheiden voorziet evenmin in een tarief voor het uitlenen van archiefbescheiden.
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Dit hoofdstuk is daarop aangepast.
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING WAAROP DE DIENSTENRICHTLIJN VAN TOEPASSING IS Het aantal tarieven dat in Zutphen onder hoofdstuk 3 valt is beperkt. Voor dienstverlening die niet met name genoemd is, is in artikel 3.18 een vangnetbepaling opgenomen.