CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

854635 - bijlage 1 - Ruimtelijke Onderbouwing Rietbergstraat 87 tm 141 en Rietbergstraat 143 tm 201

Raadsvergadering 27 januari 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Voorlopige verklaring van geen bedenkingen Rietbergstraat 143 tm 201 te Zutphen appartementencomplex Hackfort11.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Rietbergstraat, Zutphen

Mei 2024

Definitief

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Rietbergstraat, Zutphen

Plannaam: Plantype: Datum:

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Mei 2024 (Aangepast: Juli 2024)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 5

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ................................................... 6 2.1 2.2

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 6 TOEKOMSTIGE SITUATIE ................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 3 BELEID ..................................................................................... 14 3.1 3.2 3.3 3.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 19

HOOFDSTUK 4 RUIMTELIJK RELEVANTE ASPECTEN.................................................... 22 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

MILIEU .................................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 24 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 26 WATER .................................................................................................................................................... 28 TECHNISCHE UITVOERBAARHEID .................................................................................................................... 28

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID ...................................................................... 31 5.1 5.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 31 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 31

HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 33 6.1 6.2 6.3 6.4

HET RIJK .................................................................................................................................................. 33 PROVINCIE GELDERLAND ............................................................................................................................. 33 WATERSCHAP ........................................................................................................................................... 33 OMWONENDEN......................................................................................................................................... 33

BIJLAGE BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ........................................................... 34 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9

PROJECTBOEK ‘HACKFORT’ .................................................................................................................. 34 PROJECTBOEK ‘HEECKEREN’ ................................................................................................................. 35 AKOESTISCH ONDERZOEK WARMTEPOMPEN ............................................................................................ 36 HANDREIKING IFV ............................................................................................................................. 37 BEOORDELING GAP-ANALYSE .............................................................................................................. 38 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 39 NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................................ 40 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 41 ZONNESTUDIE RIETBERGSTRAAT ........................................................................................................... 42

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het nemen van duurzaamheidsmaatregelen ter plaatse van twee appartementencomplexen op de locatie Rietbergstraat 87 t/m 201 te Zutphen. Het voornemen ziet concreet toe op het realiseren van zonnepanelen, het plaatsen van een technische ruimte ten behoeve van de omvormers en batterijen en het plaatsen van warmtepompen op het dak van de appartementencomplexen ‘Heeckeren’ en ‘Hackfort’ aan de Rietbergstraat. Het projectgebied ligt in de bebouwde kom, ten zuiden van het centrum van Zutphen. De beoogde ontwikkeling is op basis van het geldend bestemmingsplan “Zuid Oostkwartier” niet toegestaan. De beoogde zonnepanelenconstructie past niet in het bestemmingsplan, omdat de maximale toegestane gooten bouwhoogte wordt overschreden. In de huidige situatie is er reeds sprake van een overschrijding van de goot- en bouwhoogte. In het nu geldend bestemmingsplan heeft de gemeente abusievelijk onjuiste goot- en bouwhoogtes opgenomen. In het bestemmingsplan is geregeld dat de bestaande hoogtes zijn toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling wijkt 8 m af van de bouwhoogte zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Uitgaande van de bestaande hoogte is er sprake van een overschrijding van 45 cm boven de bestaande liftschaften.

In voorliggende situatie kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het gaat hierbij om een zogenaamde uitgebreide procedure. Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het perceel, gelegen in de bebouwde kom van de gemeente Zutphen, staat kadastraal bekend als gemeente Zutphen, sectie D met perceelnummer 811 en 812. Het projectgebied ligt ten zuiden van de kern Zutphen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied nabij de kern Zutphen en ten opzichte van de direct omgeving weergegeven. Het projectgebied is middels een rode ster en een rode omlijning indicatief aangeduid.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied in Zutphen en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen: • •

“Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren” (vastgesteld op 30 januari 2023); “Zuid Oostkwartier” (op 1 oktober 2010 vastgesteld);

Het bestemmingsplan “Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren” heeft geen betrekking op de voorgenomen ontwikkeling en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. In afbeelding 1.2 is middels een uitsnede van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan “Zuid Oostkwartier” de planologische situatie weergegeven. Hierbij is het projectgebied met een rode omlijning indicatief weergegeven. Aansluitend wordt kort op de geldende bestemming ingegaan.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Zuid Oostkwartier” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemming

Op basis van het bestemmingsplan “Zuid Oostkwartier” heeft het projectgebied de enkelbestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘Gestapelde woning’. Hieronder wordt de geldende bestemming nader toegelicht. ‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduiding ‘gestapelde woningen’ en aan huis verbonden beroepen en consumentverzorgende BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing bedrijfsactiviteiten met een maximale vloeroppervlakte van 33,3 % van de vloeroppervlakte van de woning met een maximum van 50 m2. Ter plaatse van het appartementencomplex ‘Hackfort’ en ‘Heeckeren’ gelden de bestaande goot- en bouwhoogte. 1.3.3

Strijdigheid

Voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het plan is in strijd met de bouwregels. Ter plaatse van het appartementencomplex ‘Hackfort’ en ‘Heeckeren’ is vanuit het bestemmingsplan de bestaande goot- en bouwhoogte toegestaan. De ontwikkeling wijkt 8 m af van de bouwhoogte zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Door de beoogde frameconstructie met zonnepanelen wordt de bestaande goot- en bouwhoogte met 45 cm (t.a.v. de liftschaften) overschreden. Deze overschrijding is strijdig met de geldende bouwregels van het bestemmingsplan. In de huidige situatie is er reeds sprake van een overschrijding van de goot- en bouwhoogte. In het nu geldend bestemmingsplan heeft de gemeente abusievelijk onjuiste goot- en bouwhoogtes opgenomen. De bestaande goot- en bouwhoogtes zijn vanuit het bestemmingsplan toegestaan. In de beoogde situatie is er sprake van een overschrijding van 45 cm boven de bestaande liftschaften. Om de voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de ruimtelijke en functionele structuur van het projectgebied en de directe omgeving gegeven. Hoofdstuk 2 bevat ook een beschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuen omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 wordt het vooroverleg nader uitgewerkt.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE

Huidige situatie

Het projectgebied betreft de gronden ten westen van de Rietbergstraat, gesitueerd in de bebouwde kom van Zutphen. Ter plaatse van het projectgebied zijn de gronden bestemd als wonen. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van het projectgebied en de directe omgeving. Ten noorden van het projectgebied zijn de Badhuisweg en de Henri Dunantweg gesitueerd met aangrenzend vrijstaande woningen en een school. Ten oosten van het projectgebied is aan de Rietbergstraat zijn rijwoningen gevestigd. Ten zuiden ligt het ‘Gemaal Helbergen’. Tot slot ligt het projectgebied aan de westzijde aan de rivier ‘IJssel’. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. Het projectgebied is hierin aangegeven met de rode contour. In afbeelding 2.2 is de huidige situatie van het appartementencomplex ‘Hackfort’ opgenomen. In afbeelding 2.3 is de huidige situatie van het appartementencomplex ‘Heeckeren’ opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto projectgebied en de directe omgeving (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

Huidige situatie appartementencomplex ‘Hackfort’ (Bron: Architect Direct)

Afbeelding 2.3

Huidige situatie appartementencomplex ‘Heeckeren’ (Bron: Architect Direct)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen betreft het nemen van verschillende duurzaamheidsmaatregelen op twee appartementencomplexen in Zutphen. De beoogde duurzaamheidsmaatregelen bestaan onder andere uit gevel- en dakisolatie, nieuw glas, nieuwe druk gestuurde ventilatie, centrale aansturing, zonnepanelen, warmtepompen en accu’s. In bijlage 1 en 2 zijn de projectboeken ‘Hackfort’ en ‘Heeckeren’ opgenomen met daarin analyses, doorsnedes,impressies en uitgebreide informatie van de genoemde flatgebouwen. Duurzaamheid De volgende inspanningen worden geleverd om de duurzaamheidsdoelstelling zoals opgenomen in het Rijks-, provinciaal en regionaal beleid te behalen: • • • • • • • • • • • •

gevelisolatie (reductie warmtevraag); nieuw glas (reductie warmtevraag); nieuwe druk gestuurde ventilatie (reductie warmteverlies en gezondere lucht); leiding isolatie (reductie warmteverlies); waterzijdig inregelen (verhoging rendement warmtebron); Paneel isolatie in kozijnen (reductie warmtevraag); CO2 warmtepompen (eigen groene warmte opwekking); warmte buffervaten (verhoging rendement warmtebron); Zonnepanelen (eigen stroom opwek voor bewoners en centrale aansluiting inclusief de warmtepomp); accu's (verhoging efficiëntie energieopwekking); centrale aansturing (verhoging efficiëntie en verhoging veiligheid); dakisolatie en milieuvriendelijke dakbedekking.

Warmtepompen Het voornemen ziet toe op de realisatie van een warmtepomp per trappenhuis in elk appartementencomplex. Dit betekent dat de flat ‘Heeckeren’ 2 warmtepompen krijgt en de flat ‘Hackfort’ 3 warmtepompen. In totaal worden vijf warmtepompen geplaatst. De warmtepompen betreffen CO2 warmtepompen (lucht/water) in combinatie met een thermisch buffervat. De warmtepomp werkt als een boiler of gasketel. Het verhoogt de temperatuur van het ‘koude’ retourwater naar de gewenste temperatuur zonder te hoeven wachten. Ongeacht de buitentemperatuur presteert de warmtepomp optimaal. De warmtepomp houdt 1 of meerdere buffertanks warm. Door middel van temperatuursensoren in de buffer tanks kan de warmtepomp constant een reserve aan warm water leveren op de gewenste temperatuur.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.4

Situatietekening situering technische ruimte, warmtepompen en buffertank

Zonnepanelen De elektriciteitsvraag bedraagt na voltooiing van het verduurzamingsplan circa 80.350 kWh voor Heeckeren en circa 90.000 kWh voor Hackfort. Op het bestaand dak Heeckeren kunnen maximaal 146 zonnepanelen (45.917 kWh) en Hackfort 216 zonnepanelen (67.932 kWh). Gezien er ook installaties op dak komen en een technische ruimte zal er ook veel schaduw zijn op deze panelen waardoor het rendement nog lager zal zijn. In de omgeving is er geen ruimte voor het plaatsen van zonnepanelen die het resterende elektriciteit behoefte kan dekken om energieneutraal te kunnen zijn. De enige oplossing dat die het wel mogelijk maakt is het realiseren van een overkapping op de daken van de flats waar de zonnepanelen op kunnen komen.

Afbeelding 2.5

Impressie zonnepanelen op bestaand dak met schaduw erop

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Het realiseren van een zonneoverkapping levert 220 zonnepalen (81.400 kWh) op voor Heeckeren en 320 zonnepalen (100.640 kWh) op voor Hackfort. Hiermee wordt de elektriciteitsvraag volledig gedekt en is het energieneutraal maken van de flats hierdoor mogelijk.

Afbeelding 2.6

Impressie energieverdieping op bestaand dak (geen schaduw aanwezig)

De zonnepanelen worden in kleine hoek in oost-west opstelling met ruimte tussen de panelen gerealiseerd. Op deze wijze waait de wind door de constructie heen. Door deze opstelling wordt geluidsoverlast door de wind voorkomen. Voor het opslaan van accu’s wordt er een technische ruimte op het bestaand dak, onder de overkapping geplaatst. De technische ruimte bestaat uit Elektriciteit Opslag Systemen (hierna: EOS), omvormers en aansturing. Door de combinatie van de genoemde duurzaamheidsmaatregelen is er sprake van een complete verduurzaming voor beide appartementencomplexen waarbij het resultaat een nul op de meter complex is die voldoet aan de eisen van 2050. Ruimtelijke kwaliteit In de huidige situatie steken de liftschaften boven het dak uit. In de beoogde situatie worden de technische ruimte en de warmtepompen op het dak geplaatst. De technische ruimte wordt gecentreerd en zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst zodat de symmetrie van het gebouw niet verstoord wordt. De hoogte van de technische ruimte en warmtepompen is maximaal de hoogte van de bestaande liftschaften.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Inpassing van de energieverdieping In de omgeving zijn er geen vergelijkbare energieverdiepingen aanwezig. Hierdoor is een inpassing van deze verdieping van grootbelang. Er is gekozen voor een smalle stalenframe met terughoudende kolomrastering en kleuren. De buitenste kolomrijen worden ten opzichte van de gevellijn 1,7 meter naar binnen geplaatst. Ook worden de installaties en de technische ruimte in het midden vlak van het dak geplaatst, zo ver mogelijk van het zicht. Met deze inpassing wordt de vorm en de architectonische elementen van de flats het minst beïnvloedt. Verder wordt het stalen frame voorzien van een lichte kleur om het goed aan te sluiten bij de bestaande uitstraling van de flats en toch op een terughoudende manier.

Afbeelding 2.7

Impressie flatgebouwen zonder de energieverdieping

Afbeelding 2.8

Impressie flatgebouwen met de enerigieverdieping

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Voor de uitstraling van de flats kan de ‘energieverdieping’ juist een toegevoegde waarde hebben gezien elk flat een soort ‘zonnepet’ op het hoofd krijgen. Deze ‘zonnepet’ zorgt voor een vernieuwde look met behoud van de stedenbouwkundige en architectonische waarde van de flats. Zo wordt de energetische verdieping een unieke toevoeging voor de omgeving waarbij energieneutraal wonen mogelijk wordt gemaakt voor deze flats. In de Welstandsnota van het centrum van Zutphen onder Thema 6 artikel 6f staat het volgende geschreven: ‘’De aanwezige hogere bebouwing bestaat uit een duidelijke verticale geleding van de opbouw van de massa's door de geel gemetselde trappenhuizen en de terugliggende puien achter de balkons. De entrees zijn prominent aanwezig in dezelfde stijl. De puien en de plaatmaterialen zijn in wit, geel en grijs geschilderd. Accenten zijn aangegeven door een rode kleur. Door de aanwezigheid van de puien, de betonnen balkons en de betonnen balken onder de balkons, krijgt het geheel een meer industrieel karakter.’’ Het industriële karakter wordt behouden door de open stalen constructie. Deze aanpak voldoet niet alleen aan de welstandscriteria, maar kan ook bijdragen aan het verbeteren van de beeldkwaliteit van vele flats in de omgeving.

De uitstekende trappenhuizen belemmeren het rustgevende beeld van de glazengevel en smalle penanten. Met de zonnepet (zonneoverkapping) wordt de rust versterkt en de gevel krijgt beter de focus in plaats van afleiding. Hierdoor wordt de uitstraling vanuit de IJssel een stuk strakker en rustgevender. Los van de noodzaak van de overkapping is bij de inpassing van het ontwerp zoveel mogelijk rekening gehouden met de kenmerken van de flats en de passende uitwerking van de overkapping. In afbeelding 2.9 is een zichtlijn getekend vanaf de IJssel. Vanaf het middenpunt van de IJssel bedraagt de afstand tot aan de flats circa 150 meter. In afbeelding 2.10 en 2.11 zijn respectievelijk impressies van de bestaand- en gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 2.9

Afstand zicht vanaf de IJssel

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.10

Impressie flatgebouwen situatie vanaf de IJssel (bestaande situatie)

Afbeelding 2.11

Impressie flatgebouwen situatie vanaf de IJssel (nieuwe situatie)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEID

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij wordt ingespeeld om ruimte te creëren voor de energietransitie. Het streven is om Nederland in 2050 klimaatbestendig te krijgen waarbij de energieconsumptie is aangepast aan de klimaatverandering. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het nemen van meerdere duurzaamheidsmaatregelen waaronder gevel- en dakisolatie, nieuw glas, warmtepompen, accu’s en zonnepanelen. Hierbij wordt ingespeeld op meerdere prioriteiten die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn opgenomen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Nationale Omgevingsvisie en de gebouwen na verduurzaming al voldoen aan de eisen van 2050. 3.1.1.4 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de voorloper van NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan uitgangspunten in het Rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Wat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het realiseren van zonnepanelen op bestaande bebouwing wordt niet gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder 1, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. 3.1.3

Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met de Rijksdoelen en regionale opgaven opgenomen in het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

3.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: • •

een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.

Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: ‘de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel’. In voorliggend geval is met name het beleid ten aanzien van het woon- en leefomgeving van belang. 3.2.1.2 Energietransitie Om de overstap naar alternatieve, duurzame energiebronnen voor elkaar te krijgen zijn forse ingrepen in de gebouwde omgeving nodig. De provincie zet in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huize en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie en in de landbouw. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht; ze zijn allemaal van belang en nodig. Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales etc. moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de provincie haar ambitie halen. De provincie Gelderland heeft de volgende ambitie: •

•

In 2050 klimaatneutraal zijn. Dit willen ze bereiken door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Daarnaast stimuleert de provincie innovatie en het uitrollen van bewezen technieken; Als tussendoel realiseert de provincie in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie ruimtelijke ordening Met het planvoornemen wordt ingespeeld op de energietransitie. Hierbij worden diverse duurzaamheidsmaatregelen getroffen zoals gevelisolatie, nieuw glas, leidingisolatie, waterzijdig inregelen, verbetering ventilatie en dakisolatie. Daarnaast worden zonnepanelen, warmtepompen en accu’s op het dak van bestaande appartementencomplexen in Zutphen gerealiseerd. Door de isolatiereductie (reduceren van verbruik) en het volledige warmteopwekken en eigen stroomopwekking wordt er zowel bespaart alsook opgewekt. Geconcludeerd wordt dat het voornemen aansluit bij de ambitie van de provincie Gelderland zoals opgenomen in de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ en tevens al voldoet aan de eisen van 2050. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.2.2.1 Algemeen Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De laatste versie van de verordening is op 1 februari 2022 in werking getreden. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. 3.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een technische ruimte en een zonnepanelenconstructie op het dak van twee appartementencomplexen in Zutphen. De bestaande bebouwing en bestemming wijzigt niet.

In het provinciale beleid zijn geen regels opgenomen ten aanzien van de realisatie van zonnepanelen op bestaande gebouwen. Onderhavig voornemen betreft een kleinschalige ontwikkeling in de provincie Gelderland. Het voornemen is niet strijdig met de ‘Omgevingsverordening Gelderland’. 3.2.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

De voorliggende ontwikkeling is in overeenstemming met het relevante ruimtelijke beleid van de provincie Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Energie Strategie Stedendriehoek

3.3.1.1 Algemeen Nederland is opgedeeld in energie-regio’s. Iedere gemeente, provincie en waterschap schrijft samen aan een Regionale Energiestrategie (RES). Zij werken regionaal aan de doelen van het Klimaatakkoord. In februari 2021 presenteerde de regio Stedendriehoek haar Regionale Energiestrategie (RES 1.0) met duurzame energieambities tot 2030.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Deelnemers aan de RES zijn de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen, de waterschappen Rijk en IJssel en Vallei en Veluwe en de provincie Gelderland. In de RES staat hoeveel opwek zon- en windenergie de RES-regio Stedendriehoek in de periode tot 2030 wil realiseren en welke mogelijkheden we zien voor zon- en windenergie na 2030. 3.3.1.2 Uitgangspunten zonne-energie Voor zonne-energie zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: •

•

De gemeenten in onze regio zorgen ervoor dat zonne-energie zo in het landschap wordt ingepast, dat het aansluit op de kwaliteiten en gebiedswaarden van het landschap. Daarvoor stelt elke gemeente criteria op voor de ruimtelijke inpassing; We gebruiken de zonneladder van de gezamenlijke Natuur en Milieufederaties als afwegingskader bij het realiseren van zonne-energie. Dat betekent dat we per gebied kijken naar wat de mogelijkheden zijn op vier onderdelen: o daken en gevels (deze tellen niet mee voor de RES); o bebouwd gebied; o landelijk gebied met slimme functiecombinaties; o landelijk gebied algemeen. We gaan met de eerste treden intensief aan de slag. Ook de lagere treden pakken we op. We stellen hier strengere voorwaarden aan.

•

We gebruiken bij voorkeur kansen voor zonne-energie op land in en op bebouwd gebied, infrastructuur, stortplaatsen, zandwinplassen en recreatieparken. We vragen hierbij om hulp van Provincie en Rijk omdat zonne-energie op zo een kleine schaal ingewikkeld is, om veel investering vraagt, en verzekering en eigendom een grote uitdaging zijn.

3.3.1.3 Zon-op-dak Het opwekken van elektriciteit door zonnepanelen op daken door burgers en bedrijven is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het is een belangrijke pijler in de energiemix. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het NPRES en de provincie Gelderland verwachten dat het de komende jaren blijft groeien. In ieder geval tot 2030. Dit wordt de autonome groei genoemd. Zon-op-dak is optioneel Zon-op-dak is een optie bij de afwegingen voor de RES. We kiezen ervoor om zon-op-dak niet op te nemen in ons concept bod. Toch willen we er wat over zeggen. De netbeheerder heeft de informatie nodig om de doorrekening te maken. En we hebben een ambitie die hoger is dan de landelijke ambitie van 49% CO2reductie. Bovendien maakt zon op dak onderdeel uit van de zonneladder. Bij de afwegingen voor de RES wordt onderscheid gemaakt in een kwalitatief en een kwantitatief deel. •

•

Als het gaat om kwaliteit heeft gebruik van zon-op-dak de voorkeur, ook als je kijkt naar de zonneladder. Zon-op-dak heeft een aantal voordelen: o Het sluit goed aan bij de ruimtelijke RES-principes; o Het biedt kansen voor burgers en bedrijven; o Het helpt mee aan een efficiënt elektriciteitsnetwerk; o Het helpt mee om de doelen voor klimaat en energie te halen. Als het gaat om kwantiteit wordt een verschil gemaakt tussen o Kleinschalig zon-op-dak Hierbij gaat het om minder dan 50 zonnepanelen. o Grootschalig zon-op-dak Hierbij gaat het om meer dan 50 zonnepanelen. De opbrengst kan dan worden opgenomen in de RES.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing 3.3.1.4 Onderzoek naar meer zon-op-dak De regio wil dat in 2030 energieneutraal is. Zon-op-dak kan daar veel aan bijdragen. Daarom wenst de regio de groei van zon-op-dak groter dan 40% te maken. Dat geldt voor kleinschalige en grootschalige zon-op-dak. Er wordt onderzoek gedaan om te weten of dat haalbaar is voor de partners. 3.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan het Regionale Energie Strategie Stedendriehoek Onderhavig voornemen ziet onder andere op het realiseren van (300+400) totaal 700 zonnepanelen op het dak van twee appartementencomplexen in Zutphen. De regio Stedendriehoek heeft in de RES haar duurzame energie ambitie tot 2030 opgenomen. De zon-op-dak is een belangrijke pijler van de regionale ambitie ten aanzien van duurzaamheid. Als er wordt gekeken naar de zonneladder heeft de zon-op-dak de voorkeur. De opbrengst van grootschalig zon-op-dak (vanaf 50 zonnepanelen) wordt opgenomen in de RES. Geconcludeerd wordt dat onderhavig voornemen aansluit bij de ‘Regionale Energie Strategie Stedendriehoek’. 3.3.2

Conclusie toetsing van het initiatief aan het regionaal beleid

Onderhavig voornemen is niet in strijd met het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Transitievisie Warmte

3.4.1.1 Algemeen Op 13 december 2021 is de Transitievisie Warmte door de gemeenteraad van de gemeente Zutphen vastgesteld. De Transitievisie Warmte gaat specifiek over de verduurzaming van alle woningen en gebouwen in Zutphen. Met de visie geeft de gemeente richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In de visie zijn de belangrijkste uitgangspunten en kaders van de gemeente Zutphen opgenomen. 3.4.1.2 Vier pijlers De strategie om de warmtevoorziening van Zutphen in de toekomst volledig aardgasvrij te maken is gebaseerd op vier pijlers: 1. 2. 3. 4.

Warmtevraag beperken door goede isolatie en zuinige apparaten; Hybride warmtepomp als mogelijke tussenstap; Overstap van aardgas naar een duurzaam warmtealternatief; Innovaties blijven volgen.

3.4.1.3 Voorkeursalternatief per wijk Voor de wijk ‘Zuidwijken’ geldt als voorkeursalternatief het Collectief Warmtenet met Aquathermie op basis van grote plassen en Geothermie als voedingsbron. De betreffende ‘Zuidwijken’ is niet gekozen als startbuurt. Wel geldt dat in alle gevallen en voor bijna alle woningen het isoleren van de woning en het installeren van een hybride warmtepomp een belangrijke geen spijt maatregel is die vandaag al genomen kan worden. 3.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Transitievisie Warmte In de beoogde situatie worden meerdere duurzaamheidsmaatregelen getroffen. De bestaande appartementencomplexen worden op diverse aspecten verduurzaamd. Beide gebouwen worden onder andere voorzien van gevelisolatie, leidingisolatie, waterzijdig inregelen, verbetering ventilatie, nieuw glas, dakisolatie, 700 zonnepanelen, warmtepompen en accu’s. Zoals ook in de Transitievisie Warmte is opgenomen kan er altijd geïsoleerd worden, ook als het projectgebied niet ligt in een startbuurt. Gezien de verschillende BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing duurzaamheidsmaatregelen die getroffen worden, waaronder het nieuwe hr++ glas en dakisolatie, sluit het voornemen aan bij de ‘Transitievisie Warmte’ van de gemeente Zutphen. 3.4.2

De Welstandsnota

3.4.2.1 Algemeen In het verlengde van het bestemmingsplan ligt het welstandstoezicht. Bouwplannen kunnen pas uitgevoerd worden als daarover een positief welstandsadvies is gegeven. Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Het aanzicht van gebouwen en andere bouwwerken vormt de dagelijkse leefomgeving van de mensen in Zutphen. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving draagt bij aan de belevingswaarde. Bovendien heeft dit een gunstige invloed op de waarde van het onroerend goed en het vestigingsklimaat. Voor het plangebied geldt themagebied ‘Centrum’. Het centrum is onderverdeeld in verschillende thema’s. Ter plaatse is het ‘Thema 6 Woonwijken in traditionele blokverkaveling’ en specifiek ‘6e’ van toepassing. 3.4.2.2. Thema 6 Woonwijken in traditionele blokverkaveling Het welstandsbeleid richt zich op het handhaven van de basiskwaliteit en rust, die uitgaat van het straatbeeld. Het groene karakter van de (zij)erven wordt zo veel mogelijk gehandhaafd en, waar mogelijk, in zijn oorspronkelijke maat en inrichting teruggebracht.

Het beleid is vooral gericht op het behoud van het eenduidige en eenvoudige architectonische karakter van de buurt. Per woningblok is enige variatie in architectonische detaillering wenselijk, mits deze variatie per woningblok wordt doorgevoerd. Bij renovatie of nieuwbouw zijn moderne interpretaties van het architectonische karakter, mogelijk. Ingrepen als hekjes, luifels, naamborden e.d. mogen de rust in het straatbeeld niet verstoren. Differentiatie welstandsniveaus Waar de buurt grenst aan het centrum, zoals de Van der Vegtestraat (6f), wordt welstandsniveau 1 toegepast. Vanwege de kwetsbaarheid van het architectonische karakter van de buurten uit de jaren vijftig, wordt welstandsniveau 2 toegepast. Dit geldt met name voor de Schildersbuurt en de Hoven (6c, 6g). De overige gebieden (6a, 6b, 6d, 6e) vallen in welstandsniveau 3, met uitzondering daar waar de buurten grenzen aan doorgaande en belangrijke wegen, daar is welstandsniveau 2 van toepassing. 3.4.2.3 Welstandsniveau 3 Soepele toetsing De gemeente kan besluiten in bepaalde gebieden bouwplannen alleen op hoofdlijnen te laten toetsen door de welstandscommissie en de verantwoordelijkheid voor kleinschalige invullingen en detailleringen hoofdzakelijk bij bewoners en eigenaren te leggen. Een stimuleringsbeleid kan dan gevoerd worden om burgers aan te sporen mee te bouwen aan de ruimtelijke kwaliteit van hun woonomgeving.

Ook gebieden die beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen, kunnen onder niveau 3 vallen. Beleid Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. De basiskwaliteiten worden per type gebied benoemd en vertaald in welstandscriteria. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Streven is zoveel mogelijk plannen onder mandaat van de welstandscommissie af te handelen. Wel wordt de welstandscommissie altijd geconsulteerd bij negatieve adviezen over ingrijpende plannen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing In de regel zal een gemeenteambtenaar dit mandaat uitoefenen bij licht vergunningplichtige bouwplannen aan de hand van de sneltoetscriteria. Bij twijfel kan een plan worden doorgeschoven naar de rayonarchitect van de welstandscommissie.

Bij deze beoordeling gaat het vooral om de relatie met de omgeving. Alleen indien van belang voor behoud van de basiskwaliteit van het omgevingsbeeld gaat de beoordeling in op het bouwwerk op zichzelf of de detaillering. 3.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan De Welstandsnota Het plangebied ligt in welstandsniveau 3 (6e). Voor dit welstandsniveau geldt een soepele toetsing. Een beoordeling door de welstandscommissie is niet noodzakelijk. 3.4.3

Commissie Ruimtelijke kwaliteit

Op 14 maart 2023 heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit haar advies afgegeven inzake het aspect welstand voor het planvoornemen aan de Rietbergstraat. Vooropgesteld juicht de commissie verduurzaming toe. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is het volgende geadviseerd: - De technische ruimte gecentreerd en zoveel mogelijk uit het zicht plaatsen op het dak zodat deze symmetrie van het gebouw niet of minimaal mogelijk verstoord; - Het gehele stalen frame en onderzijde van de panelen in een witte kleur uitvoeren. Beide adviezen zijn verwerkt en worden in de beoogde situatie opgevolgd. De plannen voor de locatie Rietbergstraat 87 t/m 201 zijn reeds beoordeeld in het voortraject waar de gemeente positief op heeft gereageerd. Op 21 juni 2023 (vergunningaanvraag) is het advies uitgebracht waarin naar voren komt dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. Het technische frame ziet de commissie niet als bezwaar. Het schilderen van het frame in een lichte kleur geeft de opbouw een hoogwaardigere uitstraling. De commissie adviseert positief over het voorliggende plan en zij ziet geen reden om af te wijken van het eerdere advies zoals genomen d.d. 14 maart 2023 (voortraject). 3.4.4

Conclusie toetsing van het gemeentelijk beleid

De voorliggende ontwikkeling is in overeenstemming met het relevante gemeentelijke beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

RUIMTELIJK RELEVANTE ASPECTEN

In een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de aanvraag van een omgevingsvergunning moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening worden gehouden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In voorliggend geval zijn de thema’s geluid (Wet geluidhinder), bodem, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur (Wet geurhinder en veehouderij), archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage niet van belang, dit vanwege het feit dat: -

-

-

-

het voorgenomen initiatief geen geluidsgevoelige ontwikkeling betreft in het kader van de Wet geluidhinder (inwaartse zonering), in paragraaf 4.1.2 wordt ingegaan op het geluid van warmtepompen op de omgeving (uitwaartse zonering); de gronden op locatie niet worden geroerd en het huidige gebruik ongewijzigd blijft (bodem); voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging en er geen sprake is van een gevoelige bestemming. De meeste/doorsnee warmtepompen gebruiken koelmiddelen welke milieubelastend zijn. In onderhavige situatie worden warmtepompen op basis van CO2 beoogd, waardoor er juist sprake van een verbetering van de luchtkwaliteit. (luchtkwaliteit); de personendichtheid door onderhavig voornemen niet toeneemt (externe veiligheid); zonnepanelen geen milieugevoelige functie betreft en de functie eveneens geen milieubelasting met zich mee brengt en er daarom geen sprake is van aantasting van de omgeving (milieuzonering); het voorgenomen initiatief niet geurgevoelig is in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij (geur); er in de desbetreffende gronden niet wordt geroerd en daarom worden geen mogelijke archeologische waarden aangetast (archeologie); de desbetreffende appartementencomplexen en de directe omgeving geen cultuurhistorische waarde hebben.

In de omgeving van het projectgebied is tevens geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden (cultuurhistorie); gelet op de andere in de hoofdstuk behandelde milieuaspecten, er geen sprake is van een verslechtering van de milieukwaliteit ter plaatse en er geen sprake is van een overschrijding van de drempelwaarden uit het besluit MER (besluit milieueffectrapportage).

In onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan op de aspecten energieopslag, geluid, externe veiligheid, flora en fauna, duurzaamheid, economische uitvoerbaarheid, technische uitvoerbaarheid en participatie.

4.1

Milieu

4.1.1

Elektriciteit Opslag Systemen (EOS)

4.1.1.1 Algemeen Elektriciteit Opslag Systemen (EOS) zorgt voor het opslaan van overtollige energie zodat dit op een ander moment gebruikt kan worden. Elektriciteit Opslag Systemen wordt ook vaak ‘buurtbatterijen’ of ‘gebouwbatterijen’ genoemd. In de beoogde situatie is er sprake van een energieopslag in combinatie met zonnepanelen. Het gaat daarbij om een installatie die voorziet in een stroomopslag/opwekking voor de aanwezige appartementen en niet alleen voor de noodverlichting. Deze opwekking gaat als volgt: De zonnepanelen leveren energie, vanaf de panelen gaat de stroom naar de (off-grid) omvormer. Per woning is een omvormer. Er wordt alleen stroom omgevormd die ook gebruikt wordt; de overige stroom gaat direct naar de batterij/accu totdat er vraag naar is. Indien er vanuit de accu’s geen vraag is naar energie dan wordt de stroom geleverd aan het net. De installatie wordt centraal aangestuurd en zorgt tevens voor een ontlasting van het nationale stroomnet omdat er op momenten van veel opwek eerst de overtollige stroom naar de batterij gaat en pas later wanneer het stroomnet het ook wenst weer naar het net. Ook kan er in de winter met het stroomnet rekening worden

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing gehouden omdat dan de extra energie die nodig is op de momenten van het stroomnet wordt gehaald als er te veel stroom op het stroomnet staat en juist niet op de momenten dat er een tekort is. Hiermee lossen beide VvE’s niet alleen het energievraagstuk voor zichzelf op maar helpen ze ook actief om de netcongestie problemen op te lossen. Als een EOS op het dak van een appartementencomplex wordt geplaatst dient het ten minste te voldoen aan de technische eisen van het Bouwbesluit 2012 op het gebied van meer constructieve veiligheid en brandveiligheid als ook de veiligheidsrichtlijn voor EOS systemen bij collectieve woongebouwen. In paragraaf 4.2 en 4.5 wordt hier nader op ingegaan. 4.1.1.2 Situatie projectgebied Voor het functioneren van de beoogde warmtepompen is energie benodigd. Door de energie zelf op te wekken wordt het stroomnet niet/minder belast en is bijna alle stroom groene stroom. Om het stroomnet niet/minder te belasten en volledig klaar te zijn voor het einde van de salderingsregeling slaan de EOS niet alleen stroom op in de vorm van warm verwarmingswater en tapwater maar ook in de accu’s. De accu’s zijn er om de stroomoverschotten en tekorten gedurende 24 uur te egaliseren zodat het stroomnet niet wordt belast maar ook om op jaarbasis meer dan 65% van alle opgewekte stroom in het gebouw te houden.

Het voornemen draagt bij aan netstabiliteit en netcongestie (maximale belasting op het net) problemen. Er wordt ruimte op het net gemaakt waardoor een ander huishouden/bedrijf zich op het net kan aansluiten. De milieu impact van de EOS/batterijen is zeer gering om de volgende redenen: • • •

•

In een gemiddelde situatie is per woning ongeveer 12 kwh per dag nodig; in de beoogde situatie/opstelling betreft dit maar 2,5 kwh per woning; De EOS/batterijen staan op het dak in één gecontroleerde veilige ruimte die voldoet aan de strengste veiligheidseisen; De uitloop en vermenging van chemische stoffen met grondwater bij brand is volgens de brandweer en de veiligheidsrichtlijn acceptabel en nog steeds minder dan bijvoorbeeld bij het afbranden van 1 Tesla; Er is sprake van een continue monitoring van meer dan 2500 gegevens per minuut waarmee het risico op brand zeer klein is. Bij de kleinste afwijking of risico zal het systeem zichzelf al uitschakelen totdat het probleem is opgelost.

Geconcludeerd wordt dat het milieuaspect ten aanzien van de Elektriciteit Opslag Systemen geen belemmering vormt voor onderhavig voornemen. 4.1.2

Geluid

4.1.2.1 Algemeen Vanuit het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan de geluidsbelasting van een buiten opgestelde warmtepomp-installatie. De eis voor een aangrenzende percelen met een woonfunctie luidt als volgt: “Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.” Ook worden eisen gesteld aan de geluidsbelasting ter plaatse van woonfuncties op hetzelfde perceel zoals bij een appartementengebouw het geval is: “Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.”

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing Daarnaast wordt uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening voorgesteld rekening te houden met cumulatie van de verschillende warmtepomp-installaties. Ook wordt voorgesteld de geluidsbelasting te berekenen ter plaatse van de perceelsgrens en gevel van alle omliggende woonfuncties, ook al grenst het perceel niet rechtstreeks aan het perceel van het nieuwe appartementengebouw. 4.1.2.2 Situatie plangebied Om de geluidsbelasting op de omgeving te bepalen is door Adviesburo van der Boom een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is in bijlage 3 van deze ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT t.g.v. alle units bedraagt in de immissiepunten bij de woningen in de omgeving hooguit 13 dB(A) overdag, 18 dB(A) in de avond en 12 dB(A) in de nacht. Daarmee worden de richtwaarden niet overschreden. Het geluid van de units zal worden gemaskeerd door omgevingsgeluid. Op de gevel van de hoogste woonlaag van het gebouw waarvoor de units zijn bedoeld ligt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT t.g.v. alle units op hooguit 34 dB(A) overdag, 37 dB(A) in de avond en 31 dB(A) in de nacht. Ook daarmee kan aan de richtwaarden worden voldaan.

Eis Bouwbesluit erfgrens De meest nabijgelegen erfgrens is die van Rietbergstraat 71-85; daar is het immissieniveau Li 18 dB(A) t.g.v. alle units en 13 dB(A) t.g.v. de meest nabijgelegen unit, waarmee ruimschoots aan de eisen kan worden voldaan.

4.2

Externe veiligheid

4.2.1

Algemeen

De energietransitie betekent onder meer een intensivering van het batterijgebruik. Vooral het gebruik van de efficiënte, oplaadbare lithium-ion energiedragers heeft een stevige vlucht genomen. De verwachting is dat het gebruik van deze energiedragers exponentieel zal toenemen in veelsoortige toepassingen: in huishoudens, voertuigen en energiesopslagsystemen (EOS’en). Hoewel lithium-ion energiedragers niet een heel groot risico vormen bij juist gebruik, zijn er risico’s aan verbonden. Zo kan bijvoorbeeld door oververhitting een zogeheten thermal runaway ontstaan die leidt tot een felle, lastig te bestrijden brand en het vrijkomen van giftige stoffen. Bij incidenten waarbij dit type energiedrager betrokken raakt, zijn ook risico’s voor de omgeving niet uitgesloten. Dit speelt vooral als het om grotere hoeveelheden energiedragers gaat, die in elkaars nabijheid geplaatst zijn. 4.2.2

Beleid

Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van Energie Opslag Systemen met lithium batterijen. Om dit op een verantwoorde manier te doen, is de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen PGS 37-1 ontwikkeld door een team van experts vanuit bedrijfsleven en overheden. Na een uitgebreid en zorgvuldig proces en goedkeuring door de PGS-stuurgroep, is het document per 31 juli 2023 als definitief concept gereed voor publicatie. PGS 37-1 richt zich specifiek op de veiligheid van lithiumhoudende energiedragers en de juiste toepassing ervan in een Energie Opslag Systeem (EOS). Nu de PGS-richtlijn is vastgesteld door de PGS-stuurgroep en gepubliceerd is, kan deze vervolgens worden goedgekeurd door het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOb). Verwachting is dat dit in het najaar van 2023 zal plaatsvinden. Het voornemen bestaat om PGS 37-1 vervolgens aan te wijzen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De PGS-richtlijn kent de volgende onderwerpen en doelstellingen:

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Rietbergstraat, Zutphen Ruimtelijke onderbouwing • • •

4.2.3

Omgevingsveiligheid: Het voorkomen van ongewone voorvallen en het beperken van de gevolgen daarvan voor de omgeving met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving; Arbeidsveiligheid: Het voorkomen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en het beperken van de gevolgen daarvan en het voorkomen van blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen; Brand- en rampenbestrijding: Het beperken van de gevolgen van een brand of ramp en het borgen van een doelmatige rampenbestrijding. Risico’s EOS

In de Handreiking Elektriciteit Opslag Systemen (EOS > 25 kWh Li-ION) zijn twee (brand)scenario’s beschreven voor incidenten met een EOS. In het eerste scenario is er sprake van een lithium-ion accu die te veel opwarmt en in een ‘thermal runaway’ raakt, met als gevolg een zichzelf in stand houdende brand. In geval van monitoring van het EOS als geheel en in het bijzonder het accugedeelte, kan er bijtijds worden ingegrepen door de betrokken accu te verwijderen. Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden dan kan brand worden voorkomen door gebruik te maken van een doeltreffend (automatisch) blussysteem. Het tweede scenario dat in de bovengenoemde handreiking wordt beschreven, is het ‘worst case’ scenario. Wanneer één van de accu’s tot ontbranding komt (thermal runaway) is het lastig om een dergelijke brand te blussen. Als gevolg van de duur van de brand of van de constructie en montage van de accu’s kunnen andere accu’s ook betrokken raken of tot een thermal runaway overgaan. Een dergelijke brand kan gedurende lange tijd (meerdere uren tot dagen) woeden en herontsteken. Bij dergelijke branden komen naast hitte ook giftige stoffen vrij (onder andere waterstoffluoride, lithiumoxide en zoutzuur). Het effectgebied is afhankelijk van de meteorologische omstandigheden, de grootte van de brand en de bereikbaarheid van het EOS voor hulpdiensten.

Het kan tot enkele kilometers ver reiken. 4.2.4

Risico’s van EOS op een dak

Een EOS op een dak van een collectief woongebouw brengt ten opzichte van een EOS op de grond extra risico’s met zich mee, omdat bij plaatsing op een dak de beheers- en bestrijdbaarheid van brand verslechteren. Als het EOS zich op een dak bevindt, wordt de bereikbaarheid van het incident aanzienlijk bemoeilijkt en neemt de lengte van de aanvalsweg van de brandweer toe. Ook nemen de complexiteit van de aanvalsweg en de logistiek toe, omdat het EOS zich op hoogte bevindt en de brandweer zich toegang moet verschaffen tot het dak. Daarnaast loopt brandpersoneel het risico te vallen door het werken op hoogte. Naast deze extra risico’s brengt het plaatsen van een EOS op het dak van een collectief woongebouw vanuit risico-oogpunt ook een tweetal voordelen met zich mee. 1. Doordat het EOS zich op het dak bevindt, is de kans op vernieling aanzienlijk lager dan wanneer het ‘buiten op de stoep’ is geplaatst. 2. Door de hoge plaatsing van het EOS zal - in geval van een brand - de rookwolk zich boven leefniveau bevinden. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat er - afhankelijk van de weersomstandigheden - minder hinder van de rook wordt ondervonden in de directe omgeving en de bewoners van het wooncomplex. 4.2.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=087914de-9c3c-44cd-b630-aa51a7170e47