800813 - bijlage 1 - Protocol Veilige Publieke taak voor bestuurders gemeente Zutphen 2024
Tekst van het document
Protocol Veilige Publieke taak voor bestuurders gemeente Zutphen 2024
1
Inhoud 1. Grensoverschrijdend gedrag waaronder agressie en geweld. ................................................................3 1.1. Aanleiding ............................................................................................................................................3 1.2. Doel Protocol Veilige Publieke Taak voor bestuurders .......................................................................3 1.3. Cyclisch proces ....................................................................................................................................3 2. Beleid en maatregelen ............................................................................................................................4 2.1. Definitie en normstelling van de organisatie.......................................................................................4 2.2. Ongewenst omgangsvormen...........................................................................................................5 2.2.1.
Intimidatie ...............................................................................................................................5
2.2.2.
Seksuele intimidatie ................................................................................................................5
2.3. Preventieve (basis)maatregelen ..........................................................................................................6 2.4. Communiceren ....................................................................................................................................6 2.5. Trainingen en opleidingen ...................................................................................................................7 2.6. Verzekering..........................................................................................................................................7 3. Reactie bij (dreiging van) incidenten met agressie en/ of geweld ..........................................................7 3.1. De-escaleren of stoppen .....................................................................................................................7 3.2. Noodgevallen (1-1-2) en alarmering ...................................................................................................8 3.3. Melden en registreren .........................................................................................................................8 3.4. Ketenafspraken met politie en Openbaar Ministerie – ELA ................................................................9 3.5.
Aangifte doen ......................................................................................................................................9 3.6. Analyse van de (be)dreiging ................................................................................................................9 3.7. Uitvoering van de maatregelen en verdeling kosten bij (be)dreiging .................................................9 3.8. Rol gemeenteraad, informatie en communicatie .............................................................................10 4. Opvang en Nazorg .................................................................................................................................12 4.1. Begeleiding burgemeester, wethouder en/ of raadslid ....................................................................12 4.2. Afbouw van de maatregelen .............................................................................................................12 4.3. Schade ...............................................................................................................................................12 4.4.
Advocaatkosten .................................................................................................................................13 Bijlage 1: Vormen van grensoverschrijdende gedrag, waaronder agressie en geweld ...............................14 Bijlage 2: Risicomatrix ..................................................................................................................................16 Bijlage 3: Stappenplan en aangifte voor politieke ambtsdragers ................................................................21
2
1. Grensoverschrijdend gedrag waaronder agressie en geweld 1.1. Aanleiding
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) willen – evenals het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), de Wethoudersvereniging en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden – dat politieke ambtsdragers op een veilige en integere wijze hun taak kunnen uitvoeren. Grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie en geweld, in welke vorm of tegen wie gericht dan ook, is onacceptabel. De verantwoordelijkheid voor beveiligingsmaatregelen van lokale politieke ambtsdragers is primair een lokale verantwoordelijkheid. Voor een veilige uitoefening van een politiek ambt of een publieke taak zijn maatregelen nodig ter preventie, ter verhoging van de aangiftebereidheid, ter verbetering van de registratie en het inzicht in incidenten en een effectieve opsporing en vervolging. Daarnaast kan een politieke ambtsdrager zich behoorlijk belast voelen als de sfeer niet goed is en als er bijvoorbeeld sprake is van grensoverschrijdend gedrag door foute grappen, seksueel getinte opmerkingen of ongewenste aanrakingen. Als bestuurlijke organisatie kennen we zero tolerance als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat betekent dat als het speelt, het belangrijk is dat het stopt en dat daders worden aangesproken.
Dit protocol heeft betrekking op grensoverschrijdend gedrag van personen buiten de organisatie richting bestuurders. Hoe bestuurders intern met elkaar omgaan, ligt vast in de Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers enerzijds en de Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders anderzijds en de in beide gedragscodes opgenomen Notitie Integriteit en omgangsvormen voor raadsleden en fractievertegenwoordigers enerzijds en voor burgemeester en wethouders anderzijds.
1.2.
Doel Protocol Veilige Publieke Taak voor bestuurders
1.3.
Cyclisch proces
De gemeente Zutphen draagt de verantwoordelijkheid voor het garanderen van de veiligheid van zowel bestuurders (burgemeester, wethouders en raadsleden)1 als medewerkers. Het doel van dit protocol is vooraf afspraken maken over hoe om te gaan met bedreigingen en het zo nodig treffen van beveiligingsmaatregelen ter bescherming en ter ondersteuning van bestuurders, zodat zij hun taak veilig en integer kunnen vervullen. Dit protocol ziet daarmee niet op medewerkers; daarvoor is het Protocol veilige publieke taak voor ambtenaren.
Aan het begin van de raadsperiode agendeert de raadsgriffier het onderwerp ‘Grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie en geweld’, al dan niet in combinatie met het onderwerp ‘Integriteit en omgangsvormen’. Besproken worden het protocol, de norm, hoe om te gaan met gevoelige dossierinformatie, waar kan men een melding doen, waar kan men terecht voor ondersteuning en persoonlijke begeleiding, et cetera. De raadsgriffier is eerste contactpersoon voor de raadsleden. Via de raadsgriffier is de beleidsmedewerker Integrale veiligheid benaderbaar. Bovendien kunnen raadsleden terecht bij de Vereniging voor raadsleden (www.raadsleden.nl) en de Vertrouwenslijn (www.devertrouwenslijn.nl).
1 Waar raadsleden staat worden ook fractievertegenwoordigers bedoeld.
3
Grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie en geweld, kunnen niet alleen grote persoonlijke gevolgen hebben, maar ook de integriteit van politieke ambtsdragers (raadsleden, wethouders of de burgemeester) aantasten. Bijvoorbeeld als een politieke ambtsdrager wordt bedreigd, kan hij eerder voor een bepaald voorstel stemmen waar hij het eigenlijk niet mee eens is. Het college agendeert dit onderwerp jaarlijks. Het doel is bewustwording van de risico’s, informeren over beleid, norm uitdragen, genomen besluiten toelichten en uitleggen en evalueren van processen.
2. Beleid en maatregelen 2.1.
Definitie en normstelling van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie
Het formuleren van een agressienorm is het meest essentiële in de aanpak van agressie en geweld en tegelijkertijd ook het moeilijkst omdat het samenhangt met zaken als de context van de gewenste omgangsvormen en normen, de publieke dienstverlening en van professioneel handelen, etc. Voor een eenduidige en effectieve aanpak hanteren we voor zowel de bestuurlijke als de ambtelijke organisatie dezelfde definitie en norm voor agressie en geweld. Duidelijk moet zijn met welke vorm van agressie we te maken hebben en wat wij hieronder verstaan.
Agressie is ‘het welbewust verbaal uiten, gebruiken van fysieke kracht of macht, of het dreigen daarmee, gericht tegen een bestuurder of werknemer, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van de publieke taak, wat resulteert of waarschijnlijk zal resulteren in een gevoel van bedreiging, materiële schade, letsel, psychische schade of dood’.
Bij het formuleren van de organisatienorm voor agressie en geweld zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: - Agressie, geweld, bedreiging en intimidatie worden niet getolereerd. - Eigen veiligheid en die van collega’s staat altijd voorop. - Begrenzen van grensoverschrijdend gedrag voorkomt escalatie. - De bestuurder voelt de vrijheid om zijn/ haar mening te verkondigen. - Derden geven de ruimte aan de bestuurder om zijn/ haar taak uit te voeren. - Bij een optreden van een bestuurder dan wel bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de orde niet verstoord. Daarom formuleren we zowel voor de bestuurlijke als de ambtelijke organisatie de volgende kaderstellende definitie als het gaat om agressie en geweld:
‘De gemeente accepteert geen agressie van inwoners, ondernemers of bezoekers tegen burgemeester, wethouders, raadsleden, fractievertegenwoordigers of medewerkers van de organisatie. De norm is: Emotie: ja; agressie: nee!
Hierbij realiseren we ons dat onze beslissingen een emotionele reactie kunnen oproepen bij inwoners/ ondernemers/ burgers. Het omgaan met een emotionele reactie zoals bijvoorbeeld teleurstelling, behoort tot onze professionaliteit en competenties. Wanneer het emotionele gedrag 4
aanhoudt en overgaat in agressief gedrag is de grens van acceptabel gedrag overschreden. De organisatie vraagt van haar bestuurders incidenten van agressie te melden. Een melding staat los van het feit of de bestuurder persoonlijk hinder van het incident heeft gehad. De melding en de daarop genomen maatregelen kunnen voor alle bestuurders een opbrengst hebben. Door het analyseren van het incident kunnen corrigerende en/ of preventieve maatregelen worden getroffen. Het is onmogelijk en onwenselijk om standaard bescherming te bieden tegen alle soorten bedreigingen en incidenten. Om een beeld te geven van mogelijke bedreigingen en incidenten is als bijlage een risicomatrix opgenomen met mogelijke bedreigingen en incidenten (bijlage 2)2.
2.2. Ongewenste omgangsvormen 2.2.1. Intimidatie
Onder intimidatie verstaan wij het gedrag van een ander proberen te beïnvloeden door hem of haar angst aan te jagen. Dit kan gaan om zowel verbaal, non-verbaal als fysiek gedrag. Er is bij intimidatie bijna altijd sprake van verschil in waarneming van dader en slachtoffer ten aanzien van het gedrag. Bij intimidatie beschrijven slachtoffers geregeld gevoelens van onrechtvaardigheid, machteloosheid en schaamte. Intimidatie kan voortkomen uit macht. Er is sprake van machtsmisbruik wanneer mensen hun positie gebruiken om anderen te kleineren, te vernederen, de mond te snoeren en tot gehoorzaamheid te dwingen. Er is ook machtsmisbruik wanneer er te veel in de doofpot wordt gestopt en “wee je gebeente die het aan de orde stelt”! Belangrijk is om intimidatie direct te melden, dit kan altijd bij de burgemeester en/ of de griffier.
2.2.2. Seksuele intimidatie
Bij ‘seksuele intimidatie’ kan het gaan om verbaal, non-verbaal en/ of fysiek gedrag met een seksuele gevoelswaarde dat als doel of gevolg heeft om iemand in zijn of haar waardigheid aan te tasten. Het is een misverstand te veronderstellen dat bij seksuele intimidatie altijd sprake zou moeten zijn van intimiteiten of fysiek contact. Bij (seksuele) intimidatie kunnen persoonlijke omstandigheden, zoals de leeftijd van de geïntimideerde, eerdere ervaringen, de mate waarin iemand er met anderen over kan praten, de opvoeding en de cultuur, een grote rol spelen. Wat voor een vrouw van twintig jaar in haar eerste werkkring zeer intimiderend kan werken, heeft soms geen enkele invloed op de ervaren werkneemster met dertig dienstjaren. Mede daarom is de beleving van het slachtoffer in hoge mate bepalend. Een vaak voorkomend probleem bij seksuele intimidatie is dat mede bestuurders geen oog hebben voor de impact die bepaald gedrag kan hebben op de geïntimideerde. Corrigerend optreden, anders dan door die mede bestuurders, blijft daardoor vaak achterwege. Een gebrek aan empathie voor de gevoelens van de geïntimideerde kan bovendien tot reacties leiden als ‘zo erg is dit toch niet’ of ‘waar maak jij je druk om’.
Een gebrek aan gewaarwording en begrip kan voor een belangrijk deel voortkomen uit het eerder vermelde misverstand dat er bij seksuele intimidatie sprake is van (pogingen tot) ‘intieme handelingen’. De term ‘seksueel’ zegt in deze context iets over de achtergrond en het doel van de intimidatie, niet over hoe de intimidatie feitelijk heeft plaatsgevonden. Voorbeelden Hierna volgen enkele praktijkvoorbeelden. Sommige ‘handelingen’ hebben gemeen dat zij op zichzelf staand niet direct kwalificeren als (seksueel) intimiderend. Maar als iemand – hoe impliciet ook – heeft aangegeven die handelingen niet op prijs te stellen, kunnen die handelingen niettemin een intimiderend karakter krijgen.
2 Bron: Handreiking Agressie en Geweld, Veilige Publieke Taak
5
• • • • •
Dubbelzinnige opmerkingen en grapjes die te maken hebben met seksualiteit en intimiteit; Vormen van overdadig contact zoeken via mobiele telefoon, sms, chat of overige social media; Opmerkingen over kleding, tv en films waarin seks voorkomt; Oneigenlijke druk uitoefenen op basis van positie, persoonskenmerken of macht, waarbij de ‘ontvanger’ geen weerwoord kan of durft te geven; Onnodig lijfelijk contact: over de schouder leunen, hand op de rug leggen bij het voor laten gaan of stevig kussen als een verjaardag wordt gevierd.
Belangrijk is om seksuele intimidatie direct te melden, dit kan altijd bij de burgemeester en/ of de griffier.
2.3.
Preventieve (basis)maatregelen
Voor burgemeester en wethouders wordt preventief een aantal basismaatregelen getroffen. Dit geldt zowel voor de werklocaties als het privédomein van betrokkenen. In verband met de veiligheidsrisico’s is het verstandig om geen ruchtbaarheid te geven aan de getroffen maatregelen. Preventieve basismaatregelen worden niet getroffen voor raadsleden. Meer informatie over veilig wonen is te vinden op de site www.politiekeurmerk.nl. Privédomein Een belangrijke basismaatregel is het kritisch bekijken van de woning van de burgemeester en de wethouders. Regelgeving en verzekeringen hanteren het uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid, waarbij elke individu zelf basisvoorzieningen treft. Dat betekent in de praktijk dat ieders woning veilig moet zijn en van een politiekeurmerk (PKVW) is voorzien. Aan collegeleden wordt het uitvoeren van een PKVW-woningcheck door een gecertificeerd bedrijf aangeboden. De kosten voor uitvoering van de PKV- woningcheck zijn voor de gemeente. Het uitvoeren van de maatregelen op basis van het advies van de RKVW-woningcheck is voor privérekening, maar kan worden betaald uit de functiegerichte onkostenvergoeding. Het wordt schriftelijk vastgelegd wanneer collegeleden om hen moverende redenen geen gebruik maken van de op basis van de PKVW-woningcheck geadviseerde maatregelen.
Na de installatie van het college wordt de meest recente versie van de PKVW Beveiligingsrichtlijn en de Productenlijst gehanteerd, tot het moment dat er weer een nieuw college wordt geïnstalleerd. Zie ook www.politiekeurmerk.nl. Voor raadsleden geldt dat als sprake is van dreiging er in samenspraak met de griffier contact kan worden opgenomen met de politie. Alleen op dit punt van het privédomein wordt onderscheid gemaakt tussen burgemeester en wethouders enerzijds en raadsleden anderzijds. Werklocatie Bij basismaatregelen op de werklocatie moet gedacht worden aan: wijze van alarmeringen, procedures ten aanzien van postbehandeling, e-mail en telefoongebruik, een actueel protocol te gebruiken bij incidenten, afspraken over het omgaan met gevoelige dossierinformatie, etc. Het treffen van de (basis)maatregelen op de werklocatie komt voor rekening van de gemeente.
2.4.
Communiceren
Normen en huisregels Het uitdragen van de normen, maatregelen en sancties van (on)gewenst gedrag vindt op diverse manieren plaats, namelijk via (social) media, website en een goed zichtbare plaats op de werklocaties. 6
Beleid en besluiten Het is belangrijk om besluiten, beleid en handelswijze goed uit te leggen. Wanneer er publieke bijeenkomsten of raadsvergaderingen plaatsvinden waarbij politiek gevoelige onderwerpen worden besproken (zoals een omgevingsplan of het verstrekken van een vergunning/ voorziening), is het raadzaam om voor de bijeenkomst aan alle aanwezigen kort duidelijk te maken welke normen en huisregels van toepassing zijn. Externe verwachtingen In de volksmond worden burgemeester, wethouders en raadsleden allen onder ‘de gemeente’ geschaard. De inwoner/ ondernemer/ burger heeft niet altijd een duidelijk beeld van de rol, taak en de bevoegdheden van de diverse functies. Voor veel inwoners/ ondernemers/ burgers is de burgemeester de zichtbaarste lokale bestuurder die wordt gezien als ‘de baas’ van de gemeente. Door de decentralisaties hebben raadsleden en wethouders een grotere invloed bij directe besluitvorming en uitvoering van zaken die dicht bij de inwoners/ ondernemers/ burgers staan. Dit schept hoge verwachtingen over de bevoegdheden van lokale bestuurders. Als niet aan de verwachtingen wordt voldaan kan dit uitmonden in intimidatie, agressie en geweld. Het beïnvloeden van de beeldvorming is een belangrijke maatregel ter voorkoming van agressie en geweld.
Gebruik (social) media De status van burgemeester, wethouder en raadslid maakt dat inwoners/ ondernemers/ burgers hem (of haar) veelvuldig kunnen volgen via (social) media. De wijze van communiceren en gebruik van (social) media door bestuurders kan (on)gepaste en/ of (on)gewenste reacties oproepen.
2.5.
Trainingen en opleidingen
Bij een goede voorbereiding hoort bewustwording van de risico’s en scholing. Aan het begin van elke college- en raadsperiode wordt er tijdens de introductieperiode een bijeenkomst georganiseerd en getoetst of er een opleidingsbehoefte is. Wanneer die er is, kan de Arbo-coördinator adviseren over een geschikte training.
2.6.
Verzekering
De gemeente heeft goede verzekeringen om voorbereid te zijn op mogelijke kosten (b.v. schade- en verhaalkosten en rechtsbijstand) na een incident van agressie en/ of geweld.
3. Reactie bij (dreiging van) incidenten met agressie en/ of geweld 3.1.
De-escaleren of stoppen
Uiteraard probeert de burgemeester, de wethouder of het raadslid bij een incident te zoeken naar een oplossing die ervoor zorgt dat de interactie met de inwoner/ ondernemer/ burger door kan gaan. Daarbij passen zij de technieken en vaardigheden toe die in de training zijn geleerd. Als het gaat om frustratieagressie zal het in de meeste gevallen lukken om te de-escaleren. Bij instrumentele agressie (agressie waarbij de veroorzaker iets wil bereiken) zal dat doorgaans niet lukken, omdat de ander bij weerstand van de bestuurder de druk verder zal proberen op te voeren. Zodra het de burgemeester, de wethouder of het raadslid duidelijk is dat de-escaleren niet zal lukken of wanneer deze merkt dat hij in de functie te veel wordt gehinderd, beëindigt hij het gesprek. Deze kan dan immers de publieke taak niet veilig meer uitvoeren. 7
3.2.
Noodgevallen (1-1-2) en alarmering
Wanneer zich een noodgeval voordoet, belt de bedreigde altijd 112 en geeft deze aan waar hij zich bevindt en (indien mogelijk) wat de situatie is. Tijdens een noodgeval op het stadhuis kan naast 112 indien aanwezig - ook het alarmnummer worden gebeld: 0575 587 099. De piket-bode kan het interventieteam alarmeren. Opvang en begeleiding van de hulpdiensten wordt dan verzorgd door de bode. Zolang de dreiging duurt en de bedreigde niet weg kan komen, staat de eigen veiligheid van de bedreigde voorop. De bedreigde geeft de bedreiger zijn zin en laat dit via houding en gedrag blijken. Te allen tijde behoudt de bedreigde hierbij het recht op verdediging van de persoonlijke integriteit. De bedreigde probeert kalm te blijven en de bedreiger niet te provoceren (met een grapje, onverwachte beweging of iets dergelijks).
3.3.
Melden en registreren
Het is belangrijk dat elke vorm van agressie en geweld wordt gemeld: - Een wethouder meldt het incident bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris (contactpersoon) stelt de burgemeester op de hoogte van de melding. - De burgemeester zelf meldt een incident bij de gemeentesecretaris en de griffier wordt hiervan op de hoogte gebracht. - Een raadslid meldt het incident bij de griffier. De griffier (contactpersoon) stelt de burgemeester op de hoogte van de melding. Na iedere interne melding wordt door de betrokkenen (en politie) besproken welke maatregelen tegen de veroorzaker worden genomen. Daarbij is de Arbo-coördinator beschikbaar voor advies en ondersteuning. Situaties van agressie of geweld kunnen tot verschillende maatregelen leiden: a) Als de grens van het toelaatbare niet is overschreden, kan de uitkomst van het gesprek tussen betrokkenen zijn dat het wenselijk is een waarschuwingsbrief te sturen naar de veroorzaker, al of niet in combinatie met een gesprek. b) Als de grens van het toelaatbare wel is overschreden, kan de uitkomst van het gesprek tussen betrokkenen zijn dat een waarschuwingsbrief wordt gestuurd, liefst in combinatie met een gesprek met de veroorzaker. Daarnaast kan de burgemeester iemand de toegang tot een pand (bijvoorbeeld stadhuis) ontzeggen of op basis van de Algemene plaatselijke verordening een gebiedsontzegging opleggen.
De officier van justitie kan een contactverbod opleggen. Dit kan bijvoorbeeld als er aangifte is gedaan van stalking, waarbij de bestuurder zich bedreigd heeft gevoeld. c) Als sprake is van strafbare feiten, wordt er aangifte gedaan bij de politie. Hiervan wordt melding gemaakt bij de beleidsmedewerker Integrale veiligheid. d) Incidenten die niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, worden bij de beleidsmedewerker Integrale veiligheid gemeld. In de waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de veroorzaker een grens heeft overschreden en dat dit niet wordt getolereerd. En dat bij een volgende misdraging zwaardere maatregelen worden getroffen. De burgemeester en/ of gemeentesecretaris en/ of griffier kan samen met de politie een gesprek aangaan met de veroorzaker. De veroorzaker wordt gevraagd excuses aan te bieden. Vervolgens kunnen er samenwerkingsafspraken worden gemaakt om herhaling te voorkomen. Dit gesprek kan worden gecombineerd met andere maatregelen. Voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag dat strafbaar kan zijn: 8
• • • •
Schelden, (doods)bedreigingen uiten, Dreigen met represailles, bedreigen (van familieleden) en uitvoeren van dreigementen, Schoppen, spugen en andere fysieke agressie, Letsel (geestelijk of lichamelijk) toebrengen of materiële schade veroorzaken en gedrag dat anderen in gevaar brengt.
3.4.
Ketenafspraken met politie en Openbaar Ministerie – ELA
3.5.
Aangifte doen
Voor de aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak zijn er Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) gemaakt. Het doel van deze specifieke afspraken is een eenduidige, effectieve en snelle afhandeling door de politie, van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak.
De aangifte is het startsein voor het in werking treden van de ELA. Bovendien voert de bestuurder met het doen van aangifte zichtbaar de door hem gestelde norm uit en vervult hij een voorbeeldrol voor andere bestuurders. Bij het doen van aangifte kiest de aangever domicilie op het vestigingsadres van de gemeente Zutphen: ’s Gravenhof 2, en nooit op het privéadres. De aangever(s) laat zich bij de aangifte zo nodig bijstaan door een jurist van de gemeente. Melden en aangifte moeten zo volledig mogelijk gebeuren: wat is er gebeurd, waar en wanneer, wie heeft het gedaan of gezien? Als er een vermoeden bestaat dat er een verband bestaat tussen agressie en een door de aangever(s) of door zijn partij ingenomen standpunt of besluit, wordt dit gemeld. Als er sprake is van brieven, email, boodschappen op een voicemail of dreigtweets, dan worden deze bewaard en een kopie bij de melding gevoegd. Kenmerken van de veroorzaker en zaken als kentekens, worden zo mogelijk doorgegeven. Fotograferen van de veroorzaker of zijn voertuig is alleen aan te raden als dat de eigen veiligheid of die van anderen niet in gevaar brengt. Daarnaast is het advies om het incident (vertrouwelijk) te melden aan de betreffende belangenverenigingen (NGB, Wethoudersvereniging of Vereniging voor raadsleden).
3.6.
Analyse van de (be)dreiging
Naast het starten van een opsporingsonderzoek, bekijkt de politie of bewakings- en beveiligingsmaatregelen nodig zijn. De politie stelt eerst een dreigingsinschatting op, om op basis van deze inschatting van dreiging en risico (beveiligings)maatregelen voor te stellen. Het is aan het lokaal bevoegd gezag om de dreigingsinschatting te evalueren en te wegen. Op basis van een zo compleet mogelijk beeld stelt het lokaal bevoegd gezag het niveau van de dreiging vast. Afhankelijk van de dreiging en of het gaat om personen, objecten of diensten, zijn verschillende partijen betrokken en bevoegd: burgemeester, Openbaar Ministerie (OM), hoofdofficier van Justitie (HOvJ). Bij een dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over beveiligingsmaatregelen in het domein van de strafrechtelijke handhaving (HOvJ) . Op advies van de politie bepaalt de HOvJ of en zo ja, welke (spoed)maatregelen genomen moeten worden. De HOvJ draagt er zorg voor dat de betrokkene over dreigingsinschatting en de maatregelen wordt geïnformeerd. Indien mogelijk informeert de HOvJ hem of haar ook over de achtergronden.
3.7.
Uitvoering van de maatregelen en verdeling kosten bij (be)dreiging
Als er besloten is tot het treffen van aanvullende (boven op de basismaatregelen) beveiligingsmaatregelen, moeten deze in goed overleg met alle betrokkenen worden uitgevoerd. 9
Voorop staat dat de bedreigde persoon zoveel mogelijk in staat wordt gesteld te kunnen blijven functioneren. De afspraken over de uitvoering van de maatregelen, de kosten en voor wiens rekening deze komen, worden schriftelijk vastgelegd. In het Stelsel bewaken en beveiligen geldt de volgende verantwoordelijkheidsverdeling: - De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen aan de woning (anders dan in het kader van PKVW), het vervoer en de werkplek. - De politie is verantwoordelijk voor de uitvoering van maatregelen in de openbare ruimte, zoals surveillance of cameratoezicht. - Als persoonsbeveiliging noodzakelijk is, dan is de Dienst Bewaken en Beveiligen (DBB) verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen. Het stelsel staat beschreven in de geldende Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten. De kostenverdeling volgt in principe de verantwoordelijkheidsverdeling: - De kosten voor de uitvoering van de (basis)maatregelen aan de woning, op basis van de risicoanalyse, (anders dan in het kader van PKVW-woningcheck), het vervoer en de werkplek zijn voor de gemeente. - De kosten voor uitvoering van maatregelen in de openbare ruimte, zoals surveillance of cameratoezicht zijn voor de politie. - De kosten in geval van noodzakelijke persoonsbeveiliging zijn voor de DBB.
Aanvaarden van een risico Beveiligingsmaatregelen zijn onderwerp van onderhandeling en medewerking is vereist. Het is onmogelijk om absolute veiligheid te garanderen. Er worden dan altijd afwegingen gemaakt tussen het belang van het zoveel mogelijk ongestuurd functioneren en het belang van veilig functioneren. Het aanvaarden van het risico dient wel een overwogen keuze te zijn, gemaakt door het bevoegde gezag.
3.8.
Rol gemeenteraad, informatie en communicatie
Communicatie Als er zich een incident voordoet en er is sprake van (be)dreiging, is het wenselijk om ook tijdig te bespreken op welke wijze de gemeenteraad hierbij betrokken wordt en afspraken te maken over de contacten met de pers. Een openbaar debat is in dergelijke situaties vanzelfsprekend niet gewenst. De burgemeester is ten overstaan van de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om bedreiging van één of meer wethouders. De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de (hoofd)officier van Justitie, die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de dreigingsanalyse en de te nemen maatregelen. Is de burgemeester de direct betrokkene dan zal – in overleg met de burgemeester – bekeken moeten worden of de loco-burgemeester deze taak kan overnemen of dat de Commissaris van de Koning hierin een rol vervult. De (hoofd)officier van Justitie zal altijd bereid zijn tot (vertrouwelijke) uitleg aan de gemeenteraad. De gemeentesecretaris zorgt voor terugkoppeling aan de betrokkene(n) over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan.
10
Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan de communicatieadviseur van de gemeente. Deze stemt een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging af met de communicatieadviseur van het Openbaar Ministerie. Getroffen maatregelen (vanuit de politie) in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Afspraken over woordvoering worden altijd in acht genomen. Van belang daarbij is geen uitspraken te doen die mogelijk kunnen leiden tot veiligheidsrisico’s. Hierbij gaat het om de aard van de dreiging, de maatregelen die zijn getroffen en de kosten voor de maatregelen. Raadsleden In geval van (be)dreiging van een raadslid, dan geeft de griffier de terugkoppeling aan betrokkene(n). Uitzondering besluitvorming beveiliging burgemeester Als een burgemeester zelf onderwerp is van dreiging, vindt de besluitvorming over de te treffen maatregelen plaats in overleg met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hiermee wordt voorkomen dat de burgemeester betrokken raakt bij de besluitvorming over zijn of haar eigen maatregelen. Dit betekent niet dat de betrokkene daarmee wordt toegevoegd aan het Rijksdomein. De verantwoordelijkheid voor het monitoren en analyseren van dreiging en risico blijft dus decentraal: in casu de HOvJ.
In de praktijk zal de politie leidend zijn en onder gezag van de HOvJ voorstellen doen over het maatregelenpakket. De NCTV beoordeelt en beslist uiteindelijk over de te nemen maatregelen. Hiermee wordt tevens bereikt, dat bij vergelijkbare dreiging, vergelijkbare maatregelen worden genomen. Waarschuwen Arbeidsinspectie De Arbeidsinspectie wordt binnen 24 uur gewaarschuwd door de burgemeester als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen. De Arbo-coördinator is beschikbaar voor advies en ondersteuning. Burgemeester, wethouders en raadsleden De burgemeester, wethouders en raadsleden kunnen een beroep doen op voorzieningen in het kader van bewaken en beveiligen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid beschikt over bijzondere materiële voorzieningen ten behoeve van de Nederlandse politie in het kader van bewaken en beveiligen. Denk daarbij aan voertuigen ten behoeve van Verscherpt Rijdend Toezicht, gepantserde bewakingscontainers en gepantserde persoonsvoertuigen (zonder chauffeur). De coördinatie en prioriteitstelling van de operationele inzet van de hier bedoelde voorzieningen is een taak van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.
Een verzoek tot beschikbaarstelling moet – door tussenkomst van de HOvJ – bij de NCTV worden ingediend. Maakt het lokaal bevoegd gezag geen gebruik van deze voorzieningen en past zij een andere aanpak toe bij de uitvoering van de besluiten van de NCTV/ CBB, dan komen de kosten van deze voorzieningen voor rekening van het lokaal bevoegd gezag.
11
4. Opvang en Nazorg 4.1.
Begeleiding burgemeester, wethouder en/ of raadslid
In voorkomende gevallen kan de burgemeester, de wethouder of een raadslid behoefte hebben aan ondersteuning, zoals een gesprekspartner en/ of wellicht professionele ondersteuning. Speciaal voor bestuurders is er een vertrouwenslijn in het leven geroepen. Deze biedt zowel mentale ondersteuning na een incident, als hulp bij het afwegen van de noodzaak tot melden en aangifte. Zie voor verdere informatie www.devertrouwenslijn.nl. Deze lijn is ook beschikbaar voor raadsleden en naasten van bestuurders. Vertrouwelijkheid staat hierbij voorop. De burgemeester kan daarnaast 24 uur per dag contact opnemen met de crisislijn van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (www.burgemeesters.nl). De Wethoudersvereniging ondersteunt wethouders. Contact kan worden opgenomen via www.wethoudersvereniging.nl. De Wethoudersvereniging werkt samen met de Vertrouwenslijn. De raadsleden mogen ondersteuning verwachten bij de vereniging raadsleden via www.raadsleden.nl. Uiteraard kan men ook altijd contact opnemen met Slachtofferhulp Nederland (0900-0101, www.slachtofferhulp.nl). Deze organisatie biedt praktische en juridische adviezen en emotionele steun na een misdrijf (geweld, stalking, et cetera) of een verkeersongeluk. Dit geldt ook voor een raadslid.
4.2.
Afbouw van de maatregelen
Aanvullende beveiligingsmaatregelen zijn op basis van dreiging en risico en dus zelden van permanente aard. Periodiek wordt getoetst of voortzetting van de beveiligingsmaatregelen nog noodzakelijk is. De HOvJ bepaalt de afbouw, voortzetting en eventuele vervanging van de maatregelen. Bij het afbouwen van de maatregelen wordt altijd rekening gehouden met de impact die de dreiging en de beveiliging hebben gehad op de betrokken persoon. Het beëindigen of wijzigen van maatregelen gebeurt daarom vaak gefaseerd. De aanvullende voorzieningen die aan het privéhuis van de betrokkene zijn getroffen, moeten op kosten van de gemeente worden verwijderd wanneer de beveiligingsmaatregelen niet langer noodzakelijk zijn. Eventueel kan in overleg met betrokkene worden afgesproken de beveiligingsmaatregelen over te nemen. De vervolgkosten zijn dan vanzelfsprekend voor de betrokken persoon. Bovenstaande is ook aan de orde wanneer het ambt of het zijn van raadslid wordt beëindigd.
4.3.
Schade
Het uitgangspunt is dat schade altijd wordt verhaald op de veroorzaker/ dader. Het gaat hier om het verhalen van materiële schade, zoals de kosten van medische behandeling en re-integratie, of immateriële schade. Enkele voorbeelden zijn inbreuk op privacy, gederfde levensvreugde, psychische schade zoals slapeloosheid et cetera. Hierover voert de gemeentesecretaris overleg met het Openbaar Ministerie en het Slachtofferloket.
12
Voor informatie over het verhalen van schade op de dader is er een speciale landelijke helpdesk (030-2631 404). Ook is informatie te vinden via internet op www.helpdeskvpt.nl. Het is in dit geval ook raadzaam de eigen verzekeraar te raadplegen.
4.4.
Advocaatkosten
Als het nodig lijkt een advocaat in te schakelen om schade te verhalen of om een maatregel bij de rechtbank te verzoeken, moet men dit bij de gemeentesecretaris melden, die hierop adequaat actie laat ondernemen, al dan niet na consultatie van een jurist van de gemeente. Deze kan daarbij adviseren over de betreffende claim of vordering en het al dan niet inschakelen van een advocaat. Als het een raadslid betreft, dan moet het raadslid dit bij de griffier melden. De griffier onderneemt hierop adequaat actie, in afstemming met de gemeentesecretaris. Het raadslid kan een verzoek tot vergoeding van de kosten indienen bij de gemeente, via de burgemeester. Naar aanleiding van een concreet verzoek kan het college, al dan niet na consultatie van een jurist van de gemeente, beslissen dat de advocaatkosten naar redelijkheid en billijkheid door de gemeente Zutphen wel of niet worden betaald.
13
Bijlage 1: Vormen van grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie en geweld Vormen van grensoverschrijdend gedrag worden als volgt ingedeeld: Vormen
Uitingen
Verbaal geweld
Zowel van persoon naar persoon als telefonisch zoals: -
Fysiek geweld
schreeuwen schelden vernederen treiteren pesten vals beschuldigen
Escalatie van agressie, die zich uit in geweld tegen voorwerpen dan wel personen zoals: -
schoppen, slaan, knijpen duwen en vastpakken gericht gooien van voorwerpen vernieling van voorwerpen fysiek hinderen bijten geven van een kopstoot spugen verwonden roofoverval
Discriminatie
-
naar huidskleur naar sekse naar leeftijd naar geloofsovertuiging naar seksuele geaardheid of voorkeur
Seksuele intimidatie
-
seksueel getinte opmerkingen seksueel getinte blikken nafluiten exhibitionisme aanranding seksueel getinte email of sms seksuele chantage
14
Overige intimidatie
-
hijgers verkrachting seksuele handtastelijkheden
-
dreigen bedreigen onder druk zetten bedreigende gebaren maken chanteren bekladden dreigbrief, social media, website of e-mail, gezinsleden bedreigen stalken achtervolgen bommelding wapengebruik
De overeenkomst van al deze vormen van gedrag is dat ze onacceptabel zijn. E-mail, sociale media en internet bieden legio kansen voor het uiten van agressie. Ook voor deze uitingen geldt de hierboven geformuleerde norm: het eigen veiligheidsgevoel van betrokkene. Het bijzondere van internet/ sociale media is dat de drempel om forse uitlatingen te doen lager is dan in het dagelijkse leven, doordat allerlei remmende factoren en correctiemechanismen ontbreken. Je zou kunnen denken dat agressieve uitingen dan minder serieus hoeven te worden genomen, maar dat is maar de vraag. Uiteindelijk gaat toch om het gevoel van veiligheid van de betrokkene.
15
Bijlage 2: Risicomatrix Hieronder staan voor acht benoemde risico’s de te treffen fysieke en/ of organisatorische maatregelen vermeld. Risico
Kans voordoen
Standaardmaatregelen
Grensoverschrijdend gedrag in stadhuis
Realistisch bij zowel burgemeester als wethouders.
Fysiek: -
-
de persoon verwijderen uit een gebouw/ van een terrein; mondeling of schriftelijk waarschuwen; (tijdelijk) beperken van de toegang tot de gemeentelijke gebouwen of van de dienstverlening. De burgemeester is, als daartoe aanleiding bestaat, altijd bevoegd om een inwoner te verzoeken een gebouw te verlaten en mondeling de toegang tot een gebouw te ontzeggen. In de praktijk geschiedt de ontzegging door de bodes. oproepen voor een (orde- of herstel) gesprek met de desbetreffende bestuurder en/ of de gemeentesecretaris en/ of de beleidsmedewerker Integrale veiligheid, over het ongewenste gedrag.
Organisatorisch: -
het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel grensoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie). aangifte bij de politie. de bestuurlijke maatregelen (zoals ontzegging gebouw) worden bij voorkeur binnen 48 uur na het incident getroffen en schriftelijk door de burgemeester meegedeeld aan de veroorzaker. maatregelen kunnen, naar gelang de ernst van het incident, worden toegepast na iedere (interne) melding en ook als wordt besloten dat van 16
een incident melding of aangifte wordt gedaan bij de politie. De maatregelen die door de gemeente worden genomen jegens de veroorzaker worden zo mogelijk meteen bij het doen van aangifte of bij de melding aan politie (en Openbaar Ministerie) aan hen doorgegeven en anders zo spoedig mogelijk na het nemen van deze maatregelen (afschrift besluit naar politie/ justitie).
vreedzame actie bij de woning (demonstraties, sit down actie, een optocht; kan vervelend zijn, maar niet bedoeld als bedreiging.)
Realistisch bij zowel burgemeester als wethouders en raadsleden.
Fysiek: redelijkerwijs voorkomen dat personen de woning of tuin kunnen binnendringen. Privé-auto moet zijn voorzien van centrale portiervergrendeling (eigen kosten) en handsfree telefoon (kosten gemeente). Organisatorisch: -
niet-vreedzame actie bij de woning of tuin (blokkades, nachtrust verstoren, buren hinderen etc.)
Realistisch bij zowel burgemeester als wethouders en raadsleden.
afspraken met de politie hoe te handelen. Periodiek overleg tussen burgemeester en politie. afspraken binnen de gemeente om altijd aangifte te doen bij strafbare dreigingen.
Fysiek: redelijkerwijs voorkomen dat personen de woning of tuin kunnen binnendringen. Organisatorisch:
17
-
verdacht gedrag in de omgeving van de woning (rondrijden, langslopen, rondhangen, etc.)
Realistisch bij zowel burgemeester als wethouders en raadsleden.
Fysiek: -
(diefstal, dronken persoon, persoon die verhaal komt halen, intimidatie van bestuurder of gezinsleden)
redelijkerwijs voorkomen dat personen de woning of tuin kunnen binnendringen.
Organisatorisch: -
binnendringen van de woning en/ of tuin zonder geweld
afspraken met de politie hoe te handelen (bijvoorbeeld voorrang bij melding via 112). afspraken binnen de gemeente om altijd aangifte te doen bij strafbare dreigingen.
Realistisch bij zowel burgemeester als wethouders.
afspraken met de politie hoe te handelen (bijvoorbeeld voorrang bij melding via 112) .
Fysiek: -
redelijkerwijs voorkomen dat personen de woning of tuin binnendringen.
Organisatorisch: -
afspraken met de politie hoe te handelen (bijvoorbeeld voorrang bij melding via 112). afspraken binnen de gemeente om altijd aangifte te doen bij strafbare dreigingen.
18
binnendringen van de woning of tuin met geweld/ bedreiging
Beperkt realistisch bij de burgemeester.
(gewapende overval, gijzeling, intimidatie bestuurder of gezin met geweld)
Minder realistisch bij een wethouder en raadsleden.
Fysiek: -
Organisatorisch: -
voorwerpen gooien tegen ruiten/ deuren van de woning
Realistisch bij de burgemeester.
((bak)stenen, zwaardere voorwerpen, etc.)
Minder realistisch bij een wethouder en raadsleden.
De woning en tuin worden voorzien van extra maatregelen tegen binnendringen met zwaar geweld/ bedreiging. Woning zal door gemeente worden voorzien van alarmsysteem voorzien van noodknop.
afspraken met de politie hoe te handelen (bijvoorbeeld voorrang bij melding via 112). afspraken binnen de gemeente om altijd aangifte te doen bij strafbare dreigingen.
Fysiek: -
Begane grond en bovenetages voor zover aangooibaar van de straatzijde worden door de gemeente voorzien van slagvast glas.
Organisatorisch: -
afspraken met de politie hoe te handelen. afspraken binnen de gemeente om altijd aangifte te doen bij strafbare dreigingen.
19
grof geweld tegen de woning (beschieten, met voertuig binnenrijden)
Onwaarschijnlijk bij burgemeester of wethouders en raadsleden.
Fysiek: -
Geen standaard maatregelen.
Organisatorisch: -
afspraken met de politie hoe te handelen.
Bron; A&O fonds gemeenten, Veilige Publieke Taak, gemeente Nuenen
20
Bijlage 3: Stappenplan en aangifte voor politieke ambtsdragers Praktisch stappenplan Na een melding van een incident kan de aangewezen vertegenwoordiger namens de organisatie een melding of aangifte doen bij de politie. Hier lees je in 9 stappen hoe je een interne melding kunt begeleiden, hoe je een melding of aangifte doet bij de politie en wat daarbij goed is om rekening mee te houden. Stap 1 Meld het incident intern Een politieke ambtsdrager of diens familie krijgt vanwege de uitoefening van het politieke ambt te maken met agressie en intimidatie. 1. Zorg dat zij volgens de interne meldingsprocedure intern melding doen van het incident. 2. Bespreek met andere aangewezen personen, zoals de griffier, burgemeester of gemeentesecretaris, wie de melding verder begeleidt. 3. Overleg met de melder over het doen van een melding of aangifte bij de politie. 4. De organisatie doet melding of aangifte namens het slachtoffer bij de politie. Neem ook contact op met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur, zij staan klaar voor advies en ondersteuning en kunnen collegaambtsdragers koppelen aan het slachtoffer. De politie kan de organisatie daarnaast ook in contact brengen met Slachtofferhulp. Wordt iemand bedreigd vanuit het criminele circuit? Doe een melding en neem altijd contact op met de politie.
Samen met de politie wordt bekeken hoe een passend veiligheidsplan gemaakt kan worden voor het slachtoffer, het gezin en de nazorg. Stap 2 Verzamel zoveel mogelijk feiten Adviseer het slachtoffer om zo veel mogelijk feiten te verzamelen. Gebruik
Melding of aangifte Elk geval van intimidatie en agressie moet worden gemeld (intern en soms ook bij de politie). Een interne melding wordt meegenomen in het politiedossier van de dader. Bij een combinatie van handelingen of opstapeling van incidenten, kan eventueel toch worden overgegaan tot aangifte. Een aangifte heef tot doel om te komen tot strafrechtelijke vervolging. De politie helpt met kijken of er sprake is van een strafbaar feit dat vervolgd kan worden. Het is uiteindelijk aan de officier van justitie om dat te beoordelen. De politie kan eventueel ook helpen met een incidentgesprek zonder dat een strafrechtelijk traject nodig is. Dat kan bijvoorbeeld als de dader een verward persoon is. De dader wordt aangesproken op zijn of haar gedrag, in een poging het gedrag te stoppen. Maak tijdens het gesprek wel goede afspraken over de consequentie als het gedrag niet stopt. daarvoor de 7 W’s: wie, wat, waar, waarmee, op welke wijze, wanneer en waarom? Maak foto’s (van de situatie, schade of verwoningen) en vraag camerabeelden op. Bewaar eventuele video-opnames, printscreens of berichten van de dader (op sociale media). Betrek hier een informatiedeskundige/CISO bij, om zo snel mogelijk eventuele metadata (zoals IP-adres afzender/dader) veilig te stellen. Verwijder deze bewijzen niet na het doen van de aangifte.
Politie, officier van justitie en rechter moeten zich een goed beeld kunnen vormen van wat er precies is gebeurd. Laat zo nodig een arts of een getuige een verklaring opstellen. Stap 3 Maak een afspraak met de politie Om lange wachttijden te voorkomen, helpt het vaak een afspraak met de politie te maken. De organisatie doet namens het slachtoffer melding of aangifte bij de politie. Zo ontzorgt ze het slachtoffer en geeft ze een signaal af aan de samenleving dat zij agressie tegen haar ambtsdragers onder geen beding 21
tolereert. Dit is de taak van de gerechtigd vertegenwoordiger. Het slachtoffer zelf wordt gehoord als getuige. Een getuige kan altijd opgeroepen worden om de verklaring toe te lichten. Stap 4 Doe een melding of aangifte bij de politie Laat de politieke ambtsdrager de politiefunctionaris vertellen wat er feitelijk is gebeurd: welke impact het heeft gehad (zoals angst of stress), welke gebeurtenissen zijn voorafgegaan en de gevolgen en impact voor de organisatie. Tip Zorg ervoor dat de schade die al bekend is op het moment van het doen van aangifte, in de aangifte wordt opgenomen. De organisatie kan namens het slachtoffer een vordering voor vergoeding van de schade indienen. Verhaal de materiële en immateriële schade altijd als de dader bekend is. Voor het verhalen van de schade kun je je voegen in het strafproces. De strafrechter kan ook besluiten de aangever voor het vergoeden van de schade door te verwijzen naar de civiele rechter. Dit is van belang voor het vervolg van de zaak. Lever bewijsmateriaal aan als dat er is (zie stap 2). Neem een voorbeeld proces-verbaal mee en eventueel een kopie van de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA), zie kader. Als er sprake is van getuige(n), neem dan gegevens zoals naam en telefoonnummer mee.
Stap 5 Bescherm privégegevens Bij aangifte door de organisatie is het aan te raden dat de aangewezen vertegenwoordiger samen met het slachtoffer een schriftelijke, ondertekende verklaring opneemt over het incident en deze meeneemt naar de politie. Het slachtoffer en de aangewezen vertegenwoordiger kunnen ook samen aangifte doen. Geef bij de aangifte het adres van de organisatie op als
woonadres (het domicilie-adres), zodat het adres van het slachtoffer geheim blijf. Alle correspondentie loopt dan via het werkadres. Stap 6 Meld dat je een publieke taak hebt De politie en het openbaar ministerie geven agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak hoge prioriteit. Ook worden er hogere straffen geëist. De politie moet aan de aangifte de VPT-code (VPT = Veilige Publieke Taak) toekennen. Vraag hierom tijdens de aangifte. Stap 7 Controleer de melding of aangifte Gebruik hiervoor de volgende checklist: • Controleer de inhoud voordat deze ondertekend wordt. • Ga na of het juiste adres is vermeld en of de VPT-code is toegekend. • Vraag hoe je op de hoogte wordt gehouden van het vervolg. • Loopt de correspondentie via de organisatie? Regel dan intern dat alle post op de juiste plek terecht komt en de post niet voor het slachtoffer wordt geopend. Het slachtoffer heef recht op informatie over het strafproces. Stap 8 Vervolg van de melding of aangifte Een melding wordt opgenomen in het dossier en wordt niet doorgestuurd naar de officier van justitie. Een aangifte wordt wel naar de officier van justitie gestuurd. Eerdere meldingen kunnen hierbij gevoegd worden. De officier van justitie beslist of hij tot vervolging overgaat en laat weten als in de zaak een verdachte is gevonden. Als dat zo is, wordt de zaak voorgelegd aan de rechter.
De officier kan ook beslissen de zaak niet verder te vervolgen (te seponeren), bijvoorbeeld vanwege onvoldoende bewijs, de gezondheidstoestand van de verdachte, de verhouding tot het slachtoffer is langs andere weg geregeld of anders ingrijpen dan strafrechtelijk heef de voorkeur. Als het slachtoffer wordt opgeroepen om zijn/ haar verklaring toe te lichten, wordt eerst overlegd met de officier van justitie op welke wijze het verhoor kan plaatsvinden. 22
Stap 9 Nazorg (gefaciliteerd) vanuit de organisatie De eerste stap na confrontatie met agressie is directe steun en opvang waar nodig. De organisatie speelt daarin een belangrijke rol. Stress is een normale reactie op een abnormale situatie. In veel gevallen gaat stress vanzelf weer weg. Gebeurt dat niet, dan is hulp nodig. Hoe eerder aanhoudende stressklachten herkend worden, hoe sneller een slachtoffer kan worden geholpen. Houd de vinger aan de pols door regelmatig gesprekken te voeren met het personeel en een buddysysteem in te stellen, waarbij collega’s bij elkaar letten op tekenen van stress en trauma. Bied bij een trauma professionele psychosociale hulp aan en vergoed deze. Onderken dat het ook voor directe familie een grote impact kan hebben en biedt ook steun aan hen. Politieke ambtsdragers die te maken krijgen met intimidatie of agressie kunnen terecht bij het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Bron: Publicatie Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Veiligheid en Justitie November 2021
23