800812 - bijlage 2 - Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2024
Tekst van het document
Gedragscode van de raad van de gemeente Zutphen inhoudende bepalingen over de integriteit van raadsleden en fractievertegenwoordigers (Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2024) Ons kenmerk: 800812 De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 800812; gezien het Handboek integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden, inclusief de Modelgedragscode decentrale volksvertegenwoordiger; gelet op artikel(en) 15, derde lid van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Gedragscode van de raad van de gemeente Zutphen inhoudende bepalingen over de integriteit van raadsleden en fractievertegenwoordigers (Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2024)
Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Geldingsbereik gedragscode Deze gedragscode geldt voor de raadsleden en fractievertegenwoordigers, maar richt zich ook tot het bestuursorgaan.
Artikel 1.2 Beschikbaarheid gedragscode De gedragscode is openbaar en via de website beschikbaar.
Artikel 1.3 Ontvangst gedragscode en handelen naar de gedragscode De raadsleden en fractievertegenwoordigers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze gedragscode en tekenen voor ontvangst. Zij nemen hiermee kennis van de inhoud van de code en handelen daarnaar.
Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling Artikel 2.1 Raadslid of fractievertegenwoordiger 1. Het raadslid of de fractievertegenwoordiger levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaat- of fractievertegenwoordigerschap. Als het raadslid of de fractievertegenwoordiger gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaardt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, levert het raadslid of de fractievertegenwoordiger de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aan bij de griffier. 2. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de (neven)functie; b. de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; c. of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatof fractievertegenwoordigerschap. 3. De informatie, als bedoeld in het tweede lid, wordt in de raad gedeeld. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website beschikbaar.
Artikel 2.2 Verboden overeenkomsten/ handelingen, onverenigbaarheid van functies 1. Verboden overeenkomsten/ handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente/ het gemeentebestuur partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen op bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan (artikel 15, eerste lid Gemeentewet). Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikel 15, tweede lid Gemeentewet). 2. Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet).
Artikel 2.3 Deelnemen stemming, persoonlijk belang Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan beraadslaging en de stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet).
Paragraaf 3 Informatie Artikel 3.1 Bewaren vertrouwelijke en geheime informatie Het raadslid of de fractievertegenwoordiger zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie, als ook privacygevoelige informatie, waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
Artikel 3.2 Gebruikmaken van geheime informatie Het raadslid of de fractievertegenwoordiger maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen geheime informatie, ook niet na aftreden.
Paragraaf 4 Omgang met geschenken en uitnodigingen Artikel 4.1 Geschenken 1. Een raadslid of fractievertegenwoordiger accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan het raadslid of de fractievertegenwoordiger incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50,- hebben, accepteren. 3. Een raadslid of fractievertegenwoordiger meldt geschenken die hij uit hoofde van zijn raadslidmaat– of fractievertegenwoordigerschap ontvangt en heeft geaccepteerd bij de griffier. Geschenken die een raadslid of fractievertegenwoordiger uit hoofde van zijn raadslidmaat– of fractievertegenwoordigerschap ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- hebben, worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente.
4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50,-. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via de website beschikbaar. 5. Een geschenk wordt niet op het huisadres ontvangen. Als dit wel gebeurt, dan draagt het raadslid of de fractievertegenwoordiger er zorg voor dat het geschenk op het stadhuis wordt bezorgd. 6. Een raadslid of fractievertegenwoordiger accepteert geen aanbiedingen voor privéwerkzaamheden, kortingen op privé-goederen en andere gunsten. 7. Een raadslid of fractievertegenwoordiger accepteert geen geschenken die hem worden aangeboden door een derde die nog iets van hem ‘nodig’ heeft. 8. Een raadslid of fractievertegenwoordiger accepteert geen geldbedragen. Als afgesproken is dat een derde betaalt voor zijn verrichtingen, gebeurt dat door middel van een factuur aan de gemeente. 9. Een raadslid of fractievertegenwoordiger vraagt vanzelfsprekend nooit gunsten voor zichzelf aan derden.
Artikel 4.2 Excursies en evenementen 1. Deelname als raadslid of fractievertegenwoordiger aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid of de fractievertegenwoordiger binnen één week na deelname openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. 2. De griffier legt hiervoor een register aan. Het register is openbaar en via de website beschikbaar.
Artikel 4.3 Melding buitenlandse reizen 1. Een raadslid of fractievertegenwoordiger meldt de in de hoedanigheid van raadslid of fractievertegenwoordiger ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente binnen één week na terugkeer in Nederland aan de griffier. In ieder geval wordt gemeld wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren en wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. 2. De griffier legt hiervoor een register aan. Het register is openbaar en via de website beschikbaar.
Paragraaf 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente Artikel 5.1 Inrichting administratieve organisatie en gebruik voorzieningen 1. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de functionele uitgaven van raadsleden en fractievertegenwoordigers en hanteert heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. Het raadslid of de fractievertegenwoordiger verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgestelde regels en procedures.
Artikel 5.2 Geen declaratie van al op andere wijze vergoede kosten Een raadslid of fractievertegenwoordiger declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.3 Gebruik gemeentelijke voorzieningen en eigendommen Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan of hier andere afspraken over gemaakt zijn. Een goed en integer handelend raadslid of fractievertegenwoordiger: a. houdt privé-gebruik van e-mailsysteem, internet, (mobiele) telefoon, kopieerapparaat en dergelijke beperkt; b. laat zijn privé-gebruik van gemeentelijke apparatuur openlijk zijn, zodat hij erop kan worden aangesproken; c. neemt geen gemeentelijke eigendommen voor privé-gebruik mee naar huis; d. doet geen privé-bestellingen via de gemeente. Hij verzendt geen ongefrankeerde privé-post via de postkamer; e. declareert alleen kosten die hij heeft gemaakt. Hij maakt eerlijk gebruik van regelingen voor het bestuur.
Paragraaf 6 Integriteit en omgangsvormen Artikel 6.1 Goed raadslid en fractievertegenwoordiger Een raadslid of fractievertegenwoordiger gedraagt en toont zich te allen tijde als een goed raadslid en fractievertegenwoordiger.
Artikel 6.2 Onderlinge en externe bejegening Raadsleden en fractievertegenwoordigers bejegenen elkaar, andere bestuurders, de griffier, de gemeentesecretaris, andere ambtenaren én externen op correcte wijze, zowel mondeling, schriftelijk als ook in (sociale) media.
Artikel 6.3 Uitlatingen over individuele ambtenaren Raadsleden onthouden zich in het openbaar van uitlatingen over individuele ambtenaren.
Artikel 6.4 Kaders voor omgangsvormen in de vergadering Raadsleden en fractievertegenwoordigers houden zich tijdens de raads-, beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen aan het Reglement van Orde; zij volgen de aanwijzingen van de voorzitter op en spreken in de vergadering altijd via de voorzitter.
Artikel 6.5 Omgang met persoonlijk belang 1. Raadsleden mogen op grond van artikel 28, eerste lid, onder a. van de Gemeentewet niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming over een aangelegenheid die hem rechtsreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. 2. In geval van enige twijfel hierover, overleggen raadsleden met de burgemeester en de griffier over de vraag of zij wel of niet aan de stemming en de beraadslaging zullen deelnemen. 3. Raadsleden dienen zelf te bepalen wanneer zij zich van de beraadslaging en stemming onthouden.
Artikel 6.6 Geheimhouding Als ten aanzien van informatie, waarvan raadsleden en fractievertegenwoordigers kennis nemen, een plicht tot geheimhouding geldt of is opgelegd, houden de raadsleden en de fractievertegenwoordigers zich daaraan en nemen zij goede nota van de bepalingen over geheimhouding in de artikelen 87, 88 en 89 van de Gemeentewet.
Artikel 6.7 Notitie Integriteit en omgangsvormen Raadsleden en fractievertegenwoordigers nemen kennis van de Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers, die als bijlage 1 bij deze gedragscode is opgenomen, zij houden daarmee rekening in hun gedrag en hun omgangsvormen en handelen ook daarnaar.
Paragraaf 7 Uitvoering gedragscode Artikel 7.1 Bevoegdheid gemeenteraad, toezicht burgemeester 1. De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Bij leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. 2. De burgemeester ziet toe op de uitvoering van het bepaalde in deze gedragscode.
Artikel 7.2 Integriteit 1. De burgemeester en de griffier organiseren periodiek een bijeenkomst over het onderwerp integriteit in het algemeen en de gedragscode in het bijzonder. 2. De burgemeester en de griffier zijn contactpersonen of aanspreekpunten integriteit. 3. De processtappen die worden gevolgd bij een vermoeden van een integriteitsschending door een raadslid of fractievertegenwoordiger zijn vastgelegd in het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers gemeente Zutphen, dat als bijlage 2 bij deze gedragscode is opgenomen.
Paragraaf 8 Slotbepalingen Artikel 8.1 Intrekking oude gedragscode
De Gedragscode bestuurlijke integriteit raadsleden en vaste vervangers 2008, zoals vastgesteld bij besluit van 15 december 2008, wordt ingetrokken.
Artikel 8.2 Inwerkingtreding Deze gedragscode treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 8.3 Citeertitel Deze gedragscode wordt aangehaald als: Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2024.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: datum
De voorzitter,
de griffier,
Bijlage 1 Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers
Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers
Goed bestuur is integer bestuur. Zonder integer bestuur wordt het vertrouwen in de
democratische rechtsstaat ondermijnd en verdwijnt het draagvlak voor de naleving van wetten en regels.
Integriteit en omgangsvormen van raadsleden en fractievertegenwoordigers verwijzen naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de
democratische rechtsstaat. Vertrekpunt daarbij is de eed of belofte die raadsleden en
fractievertegenwoordigers bij hun benoeming afleggen. Daarin verklaren raadsleden en fractievertegenwoordigers hun plichten “naar eer en geweten” te zullen vervullen. Maar waar gaan die eer en dat geweten over?
In deze notitie wordt beschreven wat we binnen het gemeentebestuur onder eer en
geweten verstaan. Deze notitie is een bijlage bij de Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers en omvat ook elementen die niet wettelijk dan wel
regelgevend zijn dan wel juridisch kunnen worden vastgelegd. Papier is geduldig en integriteit en omgangsvormen zijn dan ook meer een kwestie van doen dan van
schrijven. Het leidmotief voor dat doen komt neer op fatsoen. Dat is dan ook wat we van elkaar mogen verwachten: een fatsoenlijke omgang met onze inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen, de gemeente en onze collegae.
Kernbegrippen en uitgangspunten Raadsleden/ fractievertegenwoordigers stellen bij hun handelen de kwaliteit van het lokale openbaar bestuur centraal. Een hoge standaard van integriteit en
omgangsvormen is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de inwoners, zijn het primaire
richtsnoer van het handelen en gaan boven persoonlijke, individuele en/ of politieke (deel)belangen.
Integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen.
Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-raadsleden/ fractievertegenwoordigers, aan de gemeenteraad als zodanig, maar ook extern aan inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen voor wie de raadsleden/
fractievertegenwoordigers hun functie vervullen en aan de burgemeester als hoeder van de gemeentelijke integriteit.
Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit in een breder perspectief:
Algemeen belang Het handelen van een raadslid/ fractievertegenwoordiger is vanuit dienstbaarheid aan de samenleving altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en de
organisaties en de inwoners die daar onderdeel van uit maken, ofwel het algemeen
belang. De gemeenteraad moet te allen tijde primair staan voor het algemeen belang
van de gemeente Zutphen en haar inwoners. Dat algemeen belang wordt bepaald door
de uitkomst van de versmelting van de (politieke) deelbelangen die in de gemeenteraad vertegenwoordigd zijn. De feitelijke totstandkoming van dat algemeen belang ontstaat bij meerderheid, met inbegrip van een stevig oog en oor voor minderheden. Het
algemeen belang is voor ieder individueel raadslid/ fractievertegenwoordiger altijd
groter dan het individuele politieke deelbelang. Dat betekent dat bij aanvaarding van het raadslidmaatschap of het fractievertegenwoordigerschap, zij altijd primair zullen
staan voor de uitkomst van het algemeen belang boven het (deel)belang van de eigen opvatting en/ of specifieke individuen. Integriteit en omgangsvormen van raadsleden
en fractievertegenwoordigers zijn in handelen en communicatie dan ook primair gericht op dat algemeen belang. Vertrouwen en respect Het is belangrijk ons constant bewust te zijn dat ons democratische systeem gebaseerd is op vertrouwen. Al is iemand het nog zo oneens met de ander, het uitgangspunt blijft dat die ander handelt in het algemeen belang van onze inwoners en de gemeente.
Alleen op basis van dat vertrouwen is een gesprek en debat mogelijk. Vertrouwen is
bovendien belangrijk om dat het ook respect voor de ander oproept. Zodra wantrouwen uitgangspunt wordt, dooft het licht en is het niet meer mogelijk het algemeen belang
na te streven. Raadsleden/ fractievertegenwoordigers handelen jegens elkaar, de leden van het college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren op basis van vertrouwen en respect.
Gezamenlijkheid en dienstbaarheid De gemeenteraad is het hoogste orgaan van de gemeente en draagt de primaire
verantwoordelijkheid voor de verdeling van de schaarse middelen van de gemeente
Zutphen. Die verantwoordelijkheid vraagt om een groot gevoel van gezamenlijkheid, hetgeen iets anders is dan eenvormigheid. Onze lokale democratie kan alleen
functioneren op basis van gezamenlijkheid. Individualiteit tast het gezag en het
aanzien van het hoogste orgaan aan en vormt daarmee een bedreiging voor onze democratische grondslag. Daarnaast is de gemeenteraad dienstbaar naar de
samenleving. Dat wil zeggen dat de raad zich te allen tijde de vraag stelt hoe de
Zutphense samenleving het best gebaat is bij de inzet van de publieke taken en
middelen. Nadat besluitvorming in de raad heeft plaatsgevonden, wordt de legitimiteit van die besluitvorming in het kader van de gezamenlijkheid en dienstbaarheid aan de samenleving door raadsleden/ fractievertegenwoordigers niet meer in twijfel
getrokken. Dienstbaarheid en gezamenlijkheid vormen een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen dat inwoners in de overheid hebben. De rol van het hoogste orgaan vullen we dan ook gezamenlijk en dienstbaar in. Onafhankelijk en betrouwbaar Het handelen van de raad wordt gekenmerkt door onafhankelijkheid. Dat geldt dus ook voor ieder raadslid/ fractievertegenwoordiger individueel. Dat wil zeggen dat geen
vermenging optreedt met oneigenlijke (deel)belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Het gaat daarbij niet alleen om de feiten van het handelen, maar ook om het voorkomen van beeldvorming rond het handelen.
Het handelen van een raadslid/ fractievertegenwoordiger is zodanig dat alle inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Het
handelen van een raadslid/ fractievertegenwoordiger is transparant, opdat optimale
verantwoording mogelijk is aan de raad en het publiek en er optimaal inzicht is in het handelen van het raadslid/ fractievertegenwoordiger en zijn beweegredenen daarbij.
Op een raadslid/ fractievertegenwoordiger moet men kunnen rekenen. Deze houdt zich aan afspraken. Kennis en informatie waarover een raadslid/ fractievertegenwoordiger uit hoofde van zijn functie beschikt, wordt uitsluitend aangewend voor het doel
waarvoor deze is gegeven. Dat betekent ook dat raadsleden/ fractievertegenwoordigers altijd onafhankelijk en betrouwbaar handelen.
Omgangsvormen Deze Notitie Integriteit en omgangsvormen bevat ook afspraken over gewenste
onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang tussen raadsleden, leden van het college van burgemeester en wethouders en ambtenaren, met behoud van eigen
politieke inhoud en stijl, is immers niet alleen gewenst op individueel niveau, maar ook een voorwaarde voor het optimaal functioneren van de raad als democratisch orgaan. Daarnaast is het van groot belang voor het vertrouwen van inwoners in de Zutphense
democratie. Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in de raad van betekenis voor de vraag hoe inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen naar het
gemeentebestuur kijken. De manier waarop de raad en het college onderling en met
elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, overigens ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar
mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
Omgangsvormen algemeen Raadsleden/ fractievertegenwoordigers gaan binnen en buiten de vergadering op respectvolle wijze om met elkaar, met de burgemeester en de wethouders, met ambtenaren en met inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van
gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente.
Omgang met elkaar Raadsleden en fractievertegenwoordigers bejegenen elkaar, de burgemeester, de
wethouders, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij blijven ver weg van
pestgedrag, (seksuele) intimidatie, discriminatie, (verbale) agressie en geweld. Ook ‘op
de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van (strafbaar) gedrag aan het adres van andere raadsleden of fractievertegenwoordigers en anderen zijn ongewenste omgangsvormen.
Het college is te allen tijde verantwoordelijk voor het doen en laten van de ambtelijke organisatie en haar individuele ambtenaren. Raadsleden/ fractievertegenwoordigers spreken indien noodzakelijk het college aan en onthouden zich van uitlatingen over individuele ambtenaren. Het is niet toegestaan ambtenaren in welke vorm dan ook direct en/ of indirect publiekelijk bij naam te noemen.
Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen raadsleden/
fractievertegenwoordigers actief de sociale veiligheid. Dat doen zij door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collegaraadsleden/ fractievertegenwoordigers kunnen elkaar hierbij ondersteunen.
Als raadsleden/ fractievertegenwoordigers zelf ongewenst gedrag van collega-
raadsleden/ fractievertegenwoordigers, collegeleden of ambtenaren ervaren (hebben), kunnen zij zich wenden tot de burgemeester, de griffier en/ of de externe
integriteitsdeskundige voor advisering en ondersteuning. In geval van ongewenst
gedrag van de burgemeester kan men zich ook tot de Commissaris van de Koning wenden.
Omgangsvormen in vergadering Raadsleden/ fractievertegenwoordigers houden zich tijdens de raads-, beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen aan het Reglement van Orde van de
gemeenteraad; zij volgen de aanwijzingen van de voorzitter op en spreken in de vergadering altijd via de voorzitter.
Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de raadsleden/
fractievertegenwoordigers. De raad(svergadering) wordt geacht in eerste instantie een zogenaamd zelfreinigend vermogen te hebben en elkaar dus direct op ongewenst gedrag aan te spreken en hiervoor geen andere kanalen te zoeken dan (in) de
raad(svergadering) zelf. Raadsleden/ fractievertegenwoordigers kunnen de voorzitter wijzen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde of een persoonlijk feit.
De voorzitter kan een raadslid/ fractievertegenwoordiger vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. Het raadslid/ fractievertegenwoordiger wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Als de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord (voor de rest van het debat of de vergadering)
ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of zelfs sluiten. In een uiterst geval kunnen nadere maatregelen genomen worden zoals onder het kopje Consequenties beschreven.
Omgang met elkaar buiten de vergadering Buiten de raadsvergadering geldt dat als een collega-raadslid/
fractievertegenwoordiger iemands grens overschrijdt, deze daarop moet worden
aangesproken, op het moment zelf of achteraf. Samen is immers vastgesteld dat een directe aanspreekcultuur binnen het gemeentebestuur nodig is en dat deze verder
ontwikkeld kan worden. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de persoon die een ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij collega-raadsleden/
fractievertegenwoordigers. Raadsleden en fractievertegenwoordigers spreken dus een
ieder aan die ongewenst gedrag vertoont, of doen daarvan melding bij de griffier en/ of
de burgemeester. Hierbij geldt dat ingrijpen ook gewenst is als iemand ervaart dat een ander zich onveilig voelt. Ook wordt het gewaardeerd als bij twijfel navraag wordt gedaan of iemands grens gerespecteerd is. Dat heeft de voorkeur boven het
onbesproken laten en mogelijk ongewenst gedrag stilzwijgend goedkeuren. Ingrijpen wordt overigens uitsluitend intern en direct, niet via (sociale) media gedaan. Als het lastig is die directe confrontatie aan te gaan, dan kan de griffier en/ of de
burgemeester en/ of de externe integriteitsdeskundige worden benaderd. Omgangsvormen op (sociale) media, e-mail en dergelijke Raadsleden/ fractievertegenwoordigers houden zich bij het gebruik van (sociale) media, e-mail en dergelijke aan de etiquette en algemene fatsoensnormen, zoals die ook geldt voor de omgang binnen en buiten de gemeente. Dat wil zeggen dat wordt afgezien van grof taalgebruik en dat bij berichtgeving nooit op de man, maar altijd op de bal wordt gespeeld. Raadsleden/ fractievertegenwoordigers gebruiken (sociale) media nooit
speculatief en de informatie die wordt gedeeld is feitelijk en binnen de afspraken die
gelden rond vertrouwelijkheid en privacy. Raadsleden/ fractievertegenwoordigers zijn
zich bewust dat uitingen op (sociale) media niet alleen iets doen met de beeldvorming van henzelf maar ook met de beeldvorming van de gemeente in het algemeen.
Bovendien hebben zij een voorbeeldfunctie in de samenleving. Die voorbeeldfunctie geldt ook voor het gebruik van (sociale) media, e-mail en dergelijke. Op grond van gedrag op (sociale) media kan de voorzitter het raadslid/ fractievertegenwoordiger
vermanen en terugroepen tot het afgesproken gedrag en zo nodig verlangen de op
(sociale) media gebezigde uiting terug te roepen dan wel te corrigeren. De voorzitter van de raad kan in een ultiem geval maatregelen nemen zoals beschreven onder het kopje Consequenties.
Omgang met bejegening vanuit (sociale) media Raadsleden/ fractievertegenwoordigers hebben in toenemende mate te maken met
agressie, belediging of persoonlijke bedreiging op (sociale) media. Dit kan van grote invloed zijn op de gevoelens van veiligheid, de ervaren werkdruk en daarmee het
functioneren van de raad als geheel. Ook ministerie en provincie roepen gemeenten op aandacht te hebben voor het belang dat raadsleden en fractievertegenwoordigers op
een veilige en integere wijze hun taak kunnen uitvoeren. Om deze reden is hiervoor een handreiking opgenomen in het “Protocol Veilige Publieke taak voor bestuurders”. Het gemeentebestuur stimuleert dat ongewenste bejegening van raadsleden en
fractievertegenwoordigers altijd gemeld wordt. De burgemeester ondersteunt bij
ernstig en/ of terugkerend ongepaste bejegening jegens raadsleden/ fractievertegenwoordigers het doen van aangifte bij de politie.
Uiteraard is het belangrijk dat een raadslid/ fractievertegenwoordiger zelf ver van dit
gedrag jegens collega raadsleden/ fractievertegenwoordigers en/ of burgemeester en wethouders blijft. Het is belangrijk, collegiaal en noodzakelijk om voor elkaar op te
komen in situaties waarin een collega (via (sociale) media) bedreigend of intimiderend wordt bejegend. Als een raadslid/ fractievertegenwoordiger iets dergelijks bij een
collega bestuurder ziet gebeuren (ook al is diegene de grootste politieke opponent), bijvoorbeeld onder het account van een ander, dan wordt daar samen tegen
opgetreden en wordt dit direct bij de burgemeester gemeld. Gestimuleerd wordt dat
ongewenste bejegening van raadsleden en/ of fractievertegenwoordigers altijd gemeld wordt bij de griffier en/ of de burgemeester.
Belangenverstrengeling Bij veel besluiten die de gemeenteraad neemt, kan direct of indirect een persoonlijk belang van raadsleden en/ of fractievertegenwoordigers in het geding zijn. Dat is
inherent aan wonen in de gemeente waar men raadslid/ fractievertegenwoordiger is.
Dat is ook inherent aan een actieve opstelling in de lokale samenleving. Het is van het grootste belang dat die persoonlijke betrokkenheid nooit gevolgen heeft die anders zouden uitvallen dan wanneer dat belang er niet zou zijn. Met andere woorden: het algemeen belang dient altijd en onomstotelijk los te staan van die persoonlijke betrokkenheid. In toenemende mate zien we ook dat de schijn van
belangenverstrengeling en bevoordeling van invloed is op de publieke opinie en het
vertrouwen in het gemeentebestuur. Dat alles vraagt om een bewuste en zorgvuldige omgang met het thema van (vermeende) belangenverstrengeling. Daarbij moeten we
ons niet alleen bewust zijn van de zuiverheid daar waar het onze eigen betrokkenheid
aangaat, maar die zuiverheid ook betrachten daar waar het de vertegenwoordiging van individuen of groepen aangaat.
Omgang met persoonlijk belang Een persoonlijk belang hebben bij besluiten is op zichzelf niet doorslaggevend bij de
vraag of sprake is van belangenverstrengeling. Een raadslid/ fractievertegenwoordiger
dient zich volgens de wet alleen van beraadslaging en stemming te onthouden als hij naast een persoonlijk belang - ook een onmiddellijk of actueel belang bij een
aangelegenheid heeft. Of daar sprake van is, hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een
grote kring van betrokkenen, dan staat het raadsleden/ fractievertegenwoordigers vrij om daarover mee te praten en te stemmen, zolang daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijft.
Naast de juridische kaders uit de gedragscode, waarbinnen zoals hierboven
beschreven, niet snel sprake is van belangenverstrengeling, speelt ook de buitenwereld een rol. Die kijkt vaak kritisch mee. Het is belangrijk dat raadsleden/
fractievertegenwoordigers aan inwoners en media kunnen uitleggen dat hun
persoonlijk belang geen invloed heeft op de besluitvorming. Publieke discussie hierover doet immers altijd afbreuk aan het vertrouwen in een raadslid/ fractievertegenwoordiger, in het bestuur én de gemeente.
In de bestuurspraktijk van de gemeente Zutphen blijkt dat raadsleden vaak betrokken
zijn bij andere (maatschappelijke) organisaties. Daarom kan snel de neiging ontstaan je te onthouden van beraadslaging over onderwerpen waar je in je persoonlijk leven mee te maken hebt, om zo elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.
Daartegenover staat dat juíst als raadsleden midden in de maatschappij staan en veel weten van een onderwerp, zij hun rol en plicht als volksvertegenwoordiger goed kunnen vervullen. Met andere woorden “wat formeel mag kan tegelijkertijd
onverstandig zijn”. Handel daarom enerzijds eerder naar de geest dan naar de letter als het gaat om belangenverstrengeling, maar weet dat te voorzichtig zijn met het oog op betrokkenheid bij de samenleving ook weer niet wenselijk is.
Uiteindelijk maakt het raadslid/ fractievertegenwoordiger zelf altijd de afweging of het zich dient te onthouden van een stemming en/ of beraadslaging. Bij twijfel, is het
advies om dit met de griffier en/ of de burgemeester te bespreken en hen om advies te vragen. Op dit punt wordt ook verwezen naar de Circulaire – toelichting wijzigingen
Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (staatsblad 2022, 444)
van 13 december 2022, waar in onderdeel 3 onder meer staat vermeld: “In situaties dat een raadslid zich dient te onthouden van beraadslaging of stemming dient dit begrip
strikt te worden geïnterpreteerd vanwege de inperking van het fundamentele recht van het raadslid om te beraadslagen en te stemmen. Om bovengenoemde redenen is in
artikel 28 Gemeentewet expliciet opgenomen dat artikel 2:4 Awb niet van toepassing is.”
Het is wenselijk dat deze thematiek minimaal eens per jaar binnen de raad en de
fracties wordt besproken. Dit is des te belangijker omdat de normen en waarden rond
belangenverstrengeling of de schijn daarvan vaak per persoon en fractie verschillen en
in de loop van de tijd ook veranderen. Om dergelijke gesprekken te faciliteren is een gespreksmodel en casuïstiek voor handen.
Omgang met financieel en bestuurlijk (juridisch) belang Raadsleden/ fractievertegenwoordigers die tevens bestuurslid en/ of vrijwilliger (niet zijnde werkgever of werknemer) zijn van een organisatie en/ of instelling die
structurele (al dan niet meerjarige) financiële ondersteuning vanuit de gemeente
Zutphen geniet, al dan niet in de vorm van subsidie, onthouden zich van financiële
beloning voor die betrokkenheid. Uiteraard worden dergelijke nevenfuncties alsook financiële en/ of bestuurlijk (juridische) belangen altijd per omgaande bij de griffie gemeld.
Ieder raadslid/ fractievertegenwoordiger heeft het recht om in (gerechtelijke) procedures op te komen voor het persoonlijke belang, maar vermenging van
persoonlijke belangen en belangen van de gemeente moet door een raadslid/ fractievertegenwoordiger vermeden en voorkomen worden. Een raadslid/
fractievertegenwoordiger betrekt zijn persoonlijke situatie niet in zijn werkzaamheden, noch beroept hij zich in zijn privé aangelegenheden op het zijn van raadslid/ fractievertegenwoordiger.
Een raadslid/ fractievertegenwoordiger slaat alle geschenken, in welke vorm dan ook, zoveel als mogelijk beleefd af, uiteraard onder vriendelijke dankzegging. Als er echt niet onder het aannemen van het geschenk uit gekomen kan worden, dan mag een
raadslid/ fractievertegenwoordiger het geschenk accepteren, waarbij het bepaalde in deze gedragscode wordt gevolgd. Een raadslid/ fractievertegenwoordiger gaat na waarom een geschenk wordt gegeven. Als dat het karakter heeft om de
onafhankelijkheid te beïnvloeden, dan wordt het geschenk niet aangenomen. Omgang met (geheime) informatie Geheime informatie is informatie waarover formeel de verplichting tot geheimhouding is opgelegd (op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). Raadsleden/ fractievertegenwoordigers zijn dan wettelijk verplicht tot geheimhouding.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Van raadsleden/
fractievertegenwoordigers wordt sowieso verwacht dat zij niet bewust onjuiste informatie verspreiden en ook hun bronnen controleren.
Het raadswerk brengt met zich dat soms over informatie wordt beschikt van individuele
personen en/ of individuele casus. Het is niet toegestaan welke informatie dan ook over individuen en/ of individuele situaties te delen zonder dat hier vooraf expliciet
toestemming is gegeven door betrokkene(n). Een raadslid/ fractievertegenwoordiger praat dus ook niet met familie, vrienden en/ of derden, op een feestje of in de
werksfeer over individueel herleidbare personen, gevallen en/ of casus die hem uit hoofde van het raadswerk bekend zijn geworden.
Daarnaast zijn er situaties waarin een raadslid/ fractievertegenwoordiger redelijkerwijs
moet begrijpen dat de informatie waarover deze beschikt, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover het college van
burgemeester en wethouders nog tot geheimhouding kan besluiten, maar dat nog niet
gedaan heeft. Of informatie die onder embargo is ontvangen en die op een later tijdstip openbaar wordt gemaakt. Informatie die kan leiden tot aanzienlijke onrust en waarop (vooralsnog) geen wettelijke verplichting tot geheimhouding is opgelegd, verspreidt een raadslid/ fractievertegenwoordiger niet zonder dat hierover afspraken zijn gemaakt.
Bij vragen over specifieke informatieverspreiding, kan men zich altijd tot de griffier en/ of de burgemeester wenden.
Integriteit- en gedragsincidenten Ondanks alles kan het toch voorkomen dat er gehandeld wordt in strijd met de regels. Dan moet duidelijk zijn welke stappen ondernomen kunnen of moeten worden.
Controle op naleving van de regels door collegeleden moet worden gewaarborgd.
Bijvoorbeeld door structurele registratie van gegevens en monitoring, maar ook door
het bespreken van integriteit en omgangsvormen in overleggen of workshops. Controle op en het bespreken van gedrag en integriteit is geen kwestie van wantrouwen, maar van zorgvuldig handelen van het gemeentebestuur.
Als zich een incident voordoet moet helder en navolgbaar worden gemonitord.
Monitoren van integriteitsincidenten omvat het registreren, kwalificeren, rapporteren, escaleren en evalueren van integriteits- en beveiligingsincidenten die eventueel gepaard gaan met het nemen van disciplinaire maatregelen. De burgemeester
informeert de raad jaarlijks op hoofdlijnen over de stand van zaken, inclusief het aantal klachten rond integriteit en omgangsvormen. Er wordt daarin geen melding gemaakt
van individuele klachten/ meldingen op persoonsniveau. Eventuele klachten/ meldingen zijn geanonimiseerd en gecategoriseerd.
Externe integriteitsdeskundige De gemeente heeft de beschikking over een externe integriteitsdeskundige voor
bestuurders van de gemeente (raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders). In eerste instantie worden integriteits- en gedragskwesties bij voorkeur met de
burgemeester en/ of de griffier besproken, maar ze kunnen uiteraard ook worden gemeld bij de externe integriteitsdeskundige. Deze vervult een klankbordfunctie,
waarbij een luisterend oor wordt geboden en de klager/ melder wordt geïnformeerd
over de regels, procedures en afspraken. Tevens kan de externe integriteitsdeskundige
aanspreekpunt zijn voor ongewenst gedrag en kan deze bemiddelen bij een conflict. De externe integriteitsdeskundige meldt de klacht/ melding niet tenzij dat door de klager/ melder gewenst wordt. Zo mogelijk, geeft de externe integriteitsdeskundige het aantal klachten en de aard en omvang aan de burgemeester op. Uitgangspunten Om integriteit te bevorderen is zowel preventief als repressief beleid belangrijk.
Ondanks inspanningen om integriteitsschendingen te voorkomen, kan er sprake zijn van een vermeende integriteitsschending. Bij een vermeende integriteitsschending
beslist de burgemeester of er voldoende aanleiding is om een onderzoek in te stellen.
Het is daarbij essentieel dat er zorgvuldig onderzoek wordt gedaan en dat een dergelijk onderzoek altijd gesteund wordt door degene(n) die (rechtspositioneel) in de positie
zijn daaraan eventuele consequenties te verbinden. Als nader onderzoek gewenst is,
neemt de burgemeester contact op met het seniorenconvent dat onder geheimhouding wordt geïnformeerd en een voorstel voor onderzoek krijgt voorgelegd. Pas na een inhoudelijk advies van het seniorenconvent volgt een onderzoek.
Een zorgvuldig onderzoek betekent onder andere dat de belangen van alle betrokkenen (in ieder geval klager en beklaagde) op de juiste manier worden gewogen. Het is
belangrijk dat het onderzoek op een professionele manier wordt uitgevoerd en dat
daarvoor indien noodzakelijk of gewenst externe hulp wordt gezocht. Een onderzoek
moet altijd een zo volledig mogelijk beeld geven van een incident. Daarom dient zowel belastend als ontlastend materiaal verzameld en vastgelegd te worden. Dat betekent ook dat altijd sprake moet zijn van hoor en wederhoor en dat dit hoor en wederhoor
ook nadrukkelijk terugkomt in de rapportage. Het doel van het onderzoek is immers
niet zozeer het aanwijzen van een schuldige; het onderzoek gaat om waarheidsvinding: is sprake van een integriteitsschending? Binnen welke context? En wie hebben daarbij een rol (gespeeld)?
Het gemeentebestuur staat voor consistentie. Dat betekent dat het gemeentebestuur altijd op alle meldingen over integriteitsschendingen reageert, zonder aanzien des
persoons. Dat betekent niet dat op elke melding een onderzoek volgt. Allereerst dient
bekeken te worden in hoeverre een incident met behulp van een goed gesprek dan wel mediation kan worden opgelost.
Bij integriteitsonderzoeken spelen twee begrippen een rol: proportionaliteit en
subsidiariteit. Proportioneel betekent dat het onderzoek en de gebruikte methoden in verhouding moeten staan tot de norm die is of zou zijn geschonden. Bovendien moet
ook worden afgewogen of het uiteindelijke doel met het onderzoeksmiddel kan worden bereikt (subsidiariteit). Een onderzoek moet met open vizier worden uitgevoerd, dat wil zeggen zonder vooringenomenheid. Daarbij gaan we uit van het principe van onschuld totdat het tegendeel is bewezen.
Dat laatste betekent ook grote terughoudendheid in mededelingen of commentaren in de (sociale) media. Iedereen dient zich vanaf het moment van melding tot en met het
onderzoek afzijdig te houden van mededelingen omtrent een (vermeend) incident. Als externe communicatie onontkoombaar is, doet uitsluitend de burgemeester een
eventuele mededeling. Verder geldt het mantra: “Hangende het onderzoek worden er geen mededelingen gedaan.”. Consequenties Wie niet integer werkt en/ of zich niet houdt aan de omgangsvormen zoals we die binnen het gemeentebestuur hebben afgesproken, pleegt “plichtsverzuim”.
Raadsleden/ fractievertegenwoordigers worden direct op hun gedrag aangesproken. In eerste instantie is dat de taak van de fractie waartoe het raadslid/
fractievertegenwoordiger behoort. Verder spreekt ook de gemeenteraad in het kader
van zelfreinigend vermogen het raadslid/ fractievertegenwoordiger aan. Tot slot is ook
de burgemeester verantwoordelijk voor het aanspreken van bestuurders die ongewenst gedrag vertonen, hetzij in het kader van integriteit, hetzij in het kader van
omgangsvormen. Dat gebeurt op het moment dat de integriteitsschending zich voordoet en bij voorkeur ook in een persoonlijk gesprek.
Als het direct aanspreken onvoldoende uitwerking heeft kan de burgemeester bij incidenten of terugkerend ongewenst gedrag een officiële waarschuwing aan het
raadslid/ fractievertegenwoordiger geven. Een dergelijke waarschuwing wordt niet
publiek gemaakt, maar wel altijd per omgaande gedeeld met het seniorenconvent. Een ernstige overtreding van de integriteit en/ of omgangsvorm dan wel persisterend gedrag in dat kader kan voor raadsleden en fractievertegenwoordigers leiden tot een berisping door de gemeenteraad in de vorm van een motie van afkeuring eventueel
gecombineerd met een oproep tot schorsing voor beraadslagingen. Bij een oproep tot schorsing kan de voorzitter van de raad het betreffende raadslid/
fractievertegenwoordiger in een uiterste geval voor een periode van maximaal drie
maanden schorsen voor deelname aan raadsdebatten. Voor andere vergaderingen dan de raadsvergadering kan in een ultiem geval de toegang voor een periode van maximaal 3 maanden worden ontzegd.
Een raadslid/ fractievertegenwoordiger die door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid/ de
fractievertegenwoordiger voor ten hoogste drie maanden het woord worden ontzegd en worden uitgesloten van de beraadslagingen.
In geval van onacceptabele omgangsvormen jegens personen die onder
verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur werkzaam zijn kan de burgemeester het betreffende raadslid/ fractievertegenwoordiger een contactverbod met ambtenaren
opleggen en de toegang tot het stadhuis (niet zijnde de raadszaal) ontzeggen, voor maximaal 3 maanden.
Als het ongewenste gedrag persisteert kunnen bovenstaande maatregelen telkens voor drie maanden herhaald worden.
Conclusie Integriteit en goede omgangsvormen zijn een kwestie van doen, ofwel zoals de
schrijver C.S. Lewis het ooit schreef: “doing the right thing, even when no one is
watching”. Integriteit en omgangsvormen zijn uiteindelijk niet in regels te vangen.
Binnen de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de gemeente Zutphen gaan we ervan uit dat iedereen beschikt over een adequaat afgesteld moreel kompas en de bereidheid heeft dat kompas regelmatig te toetsen en zo nodig bij te stellen.
Bijlage 2 Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers, behorende bij de Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2024 Inleiding en juridisch kader Dit protocol moet mede worden bezien in het kader van artikel 170, tweede lid van de Gemeentewet. Hierin ligt de zorgplicht vast van de burgemeester tot het bevorderen van de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente. Het geldt ook als een uitwerking van de ‘Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen’ en de ‘Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen’.
Als collega-raadsleden, collega-fractievertegenwoordigers, collega-bestuurders, ambtenaren, inwoners, ondernemers, organisaties of instellingen een redelijk vermoeden hebben van schending van bestuurlijke integriteit door een raadslid, fractievertegenwoordiger of een wethouder van de gemeente Zutphen, dan kunnen zij altijd een melding doen bij de burgemeester van de gemeente Zutphen. Als het de burgemeester betreft, kunnen zij een melding doen bij de gemeentesecretaris of de griffier.
Van belang is dat er diverse (andere) bestaande regelingen zijn op grond waarvan klachten en meldingen gedaan kunnen worden over het handelen van personen die werkzaam zijn voor of bij de gemeente:
1. De mogelijkheid om een klacht in te dienen op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan (artikel 9:1, tweede lid Awb).
2. De mogelijkheid om een melding te doen over ongewenst gedrag op grond van de klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid. 3. De mogelijkheid om een melding te doen van een vermoeden van een misstand op grond van de Wet bescherming klokkenluiders en de gemeentelijke meldregeling.
De hiervoor vermelde regelingen hebben een zekere overlap met het onderwerp van de gedragscode en dit protocol:
•
Klachten of meldingen in het kader van de hiervoor vermelde regelingen kunnen over integriteit gaan, maar ook over andere onderwerpen.
•
Klachten of meldingen in het kader van deze regelingen kunnen soms over het handelen van raadsleden, fractievertegenwoordigers, wethouders of de burgemeester gaan, maar ook over het handelen van het college of de raad, als bestuursorgaan (of ambtenaren).
•
Klachten of meldingen in het kader van deze regelingen kunnen soms door raadsleden, fractievertegenwoordigers, wethouders of de burgemeester zelf ingediend worden, maar in de meeste gevallen zal dat niet zo zijn en gaat het bijvoorbeeld om klachten of meldingen door inwoners, ondernemers, organisaties en/ of instellingen (of ambtenaren).
Onderwerpen van mogelijke klachten en meldingen Hoewel niet voorkomen kan worden dat er een zekere overlap bestaat tussen de verschillende klachten- en meldingsregelingen, is van belang dat zoveel mogelijk wordt onderscheiden welke regeling in welke situatie van toepassing is en wat het kader is voor het behandelen van een melding of klacht. De onderwerpen van mogelijke klachten en meldingen kunnen in vier categorieën worden ingedeeld: 1. een integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag en niet zijnde de melding van een vermoeden van een misstand;
2. ongewenst gedrag, zoals omschreven in artikel 1, sub j. van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid; 3. het vermoeden van een misstand, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders; 4. overige klachten.
Categorieën klagers/ melders Voor de vraag hoe een klacht of melding moet worden behandeld en wat daarvoor het kader is, maakt het voor sommige van de hiervoor genoemde regelingen verschil door wie de klacht/ melding is ingediend: •
door een inwoner, ondernemer, organisatie of instelling
•
door een ambtenaar of een andere persoon die werkzaam is bij de gemeente
•
door een raadslid of fractievertegenwoordiger
•
door een wethouder of burgemeester
Categorieën ‘beklaagden’ Niet alleen de vraag door wat voor persoon een klacht is ingediend, maar ook de vraag
over wat voor soort persoon of orgaan de klacht gaat, kan verschil maken. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een klacht/ melding over: •
een raadslid of fractievertegenwoordiger
•
een wethouder of de burgemeester
•
het college of de raad, als bestuursorgaan of als werkgever
NB Er kunnen ook klachten over een ambtenaar of een andere persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest voor de gemeente worden ingediend. Daar heeft dit protocol geen betrekking op.
Artikel 1 Reikwijdte protocol Zoals uit de titel van dit protocol blijkt, ziet dit protocol alleen op gedragingen van politieke ambtsdragers en dat zijn dus alleen de eerste twee van de hiervoor genoemde categorieën ‘beklaagden’. Daarnaast ziet het protocol ook enkel op integriteitskwesties.
Integriteit is een breed begrip en dat betekent dat ook ongewenst gedrag en zaken die als een (mogelijke) ‘misstand’ aangemerkt kunnen worden, onder het begrip integriteit kunnen vallen. Om zoveel mogelijk verwarring te voorkomen met de regelingen en instanties die over die specifieke onderwerpen gaan, heeft dit protocol specifiek betrekking op integriteitskwesties, niet zijnde ongewenst gedrag én niet zijnde de melding van een vermoeden van een misstand. Het protocol ziet wel op meldingen/ klachten van politieke bestuurders onderling over ongewenst gedrag, omdat de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag (hierna ook: LKOG) die meldingen volgens artikel 1a van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid niet behandelt (terwijl bijvoorbeeld een klacht van een ambtenaar over een politieke ambtsdrager weer wel onder deze regeling valt).
Aansluiting bij de behandeling van klachten en meldingen die onder de reikwijdte van andere regeling vallen Om ervoor te zorgen dat het voor de behandeling in de praktijk zo min mogelijk verschil uitmaakt, welke regeling van toepassing is, zijn de regels over de interne behandeling van meldingen van een vermoeden van een misstand en van de interne behandeling van een klacht over ongewenst gedrag van politieke ambtsdragers zoveel mogelijk gelijkgeschakeld met de behandeling van meldingen volgens dit protocol.
Erkend wordt dat elk vermoeden van integriteitsschending een eigen aard en achtergrond heeft en de burgemeester derhalve gemotiveerd en in overleg met of op advies van het seniorenconvent en/ of het college van burgemeester en wethouders kan besluiten af te wijken van dit Protocol.
Als er sprake is van een redelijk vermoeden van schending van bestuurlijke integriteit door de burgemeester, kunnen collega-bestuurders of politieke ambtsdragers zich via de griffier melden bij het seniorenconvent. Het seniorenconvent wijst in dat geval één of meer van zijn leden aan die in de plaats treedt van de burgemeester bij het behandelen van de melding. Het seniorenconvent stelt de Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland in kennis van de aanhangige melding. De Commissaris van de Koning kan de behandeling van een dergelijke melding ook overnemen van het seniorenconvent.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen a. externe integriteitsdeskundige: deskundige die door de burgemeester kan worden ingehuurd om advies te geven over integriteitsvraagstukken en die kan dienen als klankbord voor raad, college van burgemeester en wethouders en individuele leden van deze organen. Deze deskundige is het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers, dat door de minister van Binnenlandse Zaken per 1 januari 2015 in het leven is geroepen. Dit steunpunt is onderdeel van Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP); b. integriteitsschending: een gedraging van een politiek ambtsdrager, die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels, zoals onder meer neergelegd in de Gedragscode Integriteit en bijbehorende Notitie Integriteit en omgangsvormen; c. melding: het afgeven van een in behandeling te nemen, als zodanig bedoeld, signaal over een mogelijke integriteitsschending; d. politiek ambtsdrager: de burgemeester, de wethouder, het raadslid en/ of de fractievertegenwoordiger.
Artikel 3 Klankbord Raadsleden, fractievertegenwoordigers en leden van het college van burgemeester en wethouders zoeken, alvorens een melding over een raadslid, fractievertegenwoordiger of een wethouder in te dienen, actief een klankbord op als zij geconfronteerd worden met integriteitsvraagstukken. Dit klankbord kan men vinden bij de burgemeester, de
griffier of de gemeentesecretaris of de externe integriteitsdeskundige. Deze personen verifiëren of sprake is van het raadplegen als klankbord of van een melding.
Artikel 4 Klacht of melding na signaal Een mogelijke integriteitsschending door een raadslid, fractievertegenwoordiger of een wethouder kan gesignaleerd worden door collega-bestuurders, ambtenaren, inwoners, ondernemers, organisaties of instellingen, die hier melding van kunnen doen bij de burgemeester. Een mogelijke integriteitsschending door de burgemeester kan worden gemeld bij de griffier. Een melding hoeft niet noodzakelijkerwijs te gaan over een vaststaand feit. Er kan ook sprake zijn van een vermoeden. Als de persoon in kwestie een melding doet, moet het echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan, gebaseerd op eigen kennis of eigen waarneming. Alleen dan worden de meldingen door de burgemeester of het seniorenconvent, als de melding over de burgemeester gaat, in behandeling genomen.
Als er sprake is van een klacht over het handelen van een wethouder of burgemeester, is dat een klacht, in de zin van hoofdstuk 9 Awb en is dat hoofdstuk van toepassing op de behandeling van de klacht. Volgens artikel 9:1, tweede lid Awb wordt een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. Gedragingen van leden van bestuurscolleges vallen daaronder. Een raadslid of fractievertegenwoordiger is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de raad, zodat op een klacht over een raadslid of fractievertegenwoordiger, hoofdstuk 9 Awb niet van toepassing is.
Een melding kan anoniem gedaan worden, hoewel dit niet de voorkeur verdient. Een klacht, in de zin van hoofdstuk 9 Awb, moet van een naam en adres van indiener worden voorzien (artikel 9:4, tweede lid Awb). Het is niet verplicht een anonieme melding of klacht te behandelen; er kan wel besloten worden om een anonieme melding of klacht in behandeling te nemen.
Raadsleden, fractievertegenwoordigers en leden van het college van burgemeester en wethouders zijn niet wettelijk verplicht om een integriteitsschending door een raadslid of een wethouder te melden. Op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering zijn leden van de gemeenteraad, leden van het college van burgemeester en wethouders en ambtenaren alleen verplicht om (bij de politie) aangifte te doen van (ambts)misdrijven. Bij twijfel of sprake is van een integriteitsschending of van een ambts(misdrijf) kan een raadslid, fractievertegenwoordiger of lid van het college van burgemeester en wethouders in een vertrouwelijk gesprek advies inwinnen bij de burgemeester, de griffier, de gemeentesecretaris of de externe integriteitsdeskundige.
Artikel 5 Meldpunt De ontvangst van een integriteitmelding loopt via de burgemeester. Hij is het (vertrouwelijke) meldpunt voor alle signalen van (mogelijke) integriteitsschendingen door raadsleden, fractievertegenwoordigers of wethouders. De burgemeester bevestigt (schriftelijk) de ontvangst van het signaal aan de melder. De burgemeester houdt na een melding regie op het administratieve proces en zorgt in alle fases voor verslaglegging. De burgemeester laat zich hierin bijstaan door de griffier en/ of gemeentesecretaris en/ of de externe integriteitsdeskundige.
Wanneer een integriteitsmelding de burgemeester zelf betreft, dan treedt het seniorenconvent op als (vertrouwelijk) meldpunt. De melding wordt gedaan aan de griffier. Het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, informeert en overlegt met de Commissaris van de Koning over de behandeling van een integriteitsmelding over de burgemeester.
Als er sprake is van een klacht over het handelen van de burgemeester, in zijn hoedanigheid als bestuursorgaan, dient de burgemeester zelf die klacht te behandelen en op die klacht te beslissen op grond van hoofdstuk 9 Awb.
Artikel 6 Duiding en beoordeling melding
Beoordeling integriteitsmeldingen
De burgemeester bespreekt een integriteitsmelding over een raadslid of fractievertegenwoordiger met de griffier en, als het een melding betreft over een wethouder, met de gemeentesecretaris. De griffier en/ of de gemeentesecretaris bespreken een melding over de burgemeester met het seniorenconvent. Het seniorenconvent wijst in dat geval één of meer van zijn leden aan die in de plaats treden van de burgemeester bij het behandelen van de melding en stelt de Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland in kennis van de aanhangige melding. De Commissaris van de Koning kan de verdere behandeling van een dergelijke melding overnemen, zoals onderstaand verwoord.
De melding wordt, als de melding duidelijk over een persoon gaat, tevens besproken met de persoon waarover wordt gemeld, mits de aard van de melding zich daartegen niet verzet. Soms kan de melding betrekking hebben op een vermoeden van een integriteitsschending zonder dat duidelijk is welke persoon het betreft. Denk bijvoorbeeld aan het lekken van informatie. Daarnaast kan het vooraf bespreken van een melding een nader onderzoek ook in de weg staan, denk hierbij bijvoorbeeld aan diefstal. De burgemeester en het seniorenconvent streven evenwel bij de afdoening altijd naar hoor en wederhoor.
In de gesprekken wordt de melding gewogen en beoordeeld.
Een integriteitsmelding wordt getoetst op:
de aard van het feit en de overige omstandigheden van het geval;
de ontvankelijkheid van de melding;
de ernst van de zaak;
de valideerbaarheid van feiten en omstandigheden;
de positie of persoon van de bron en de persoon van het raadslid, de fractievertegenwoordiger, de wethouder of de burgemeester in kwestie;
de geloofwaardigheid/ waarschijnlijkheid van signalen;
de spoedeisendheid/ actualiteit van de melding.
De beoordeling wordt voorzien van een deugdelijke motivering en kan leiden tot één van de volgende conclusies: 1. De schending betreft een te gering feit om een verder onderzoek te rechtvaardigen. Als er sprake is van een dergelijke lichte schending bespreekt de burgemeester* dit (vertrouwelijk) met het betrokken raadslid, fractievertegenwoordiger of wethouder. 2. Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor een verder onderzoek. Als er onvoldoende aanwijzingen zijn om te constateren dat er sprake is van een integriteitsschending, bespreekt de burgemeester* dit (vertrouwelijk) met het betrokken raadslid, fractievertegenwoordiger of wethouder. 3. Er is aanvullende informatie nodig. Als er niet genoeg informatie is om de eventuele schending te kunnen beoordelen is er vooronderzoek nodig. Dit vooronderzoek vindt plaats in opdracht van de burgemeester*. 4. Er is een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Als er (tevens) een redelijk vermoeden van een strafbaar feit bestaat, moet de burgemeester* aangifte doen bij het Openbaar Ministerie. Na overleg met de Officier van Justitie worden alle beschikbare gegevens door de burgemeester* ter beschikking gesteld aan het Openbaar Ministerie. Na aangifte bepaalt de Officier van Justitie of nader onderzoek nodig is.
Overheden mogen de resultaten van het onderzoek na verkrijging van de Officier van Justitie, gebruiken om het eigen onderzoek af te ronden. Een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk onderzoek sluiten elkaar niet uit. Wel moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat de onderzoekers onnodig in elkaars vaarwater komen of dat betrokkenen dubbel belast worden. Aan het strafrechtelijk onderzoek wordt veelal voorrang gegeven. 5. Er is een onderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingen noodzakelijk. Dit integriteitsonderzoek is nodig om te beoordelen of signalen en/ of vermoedens over schendingen van integriteit op waarheden en derhalve op redelijke gronden berusten. In overleg met de externe integriteitsdeskundige en met de griffier en, als de melding een wethouder betreft, met de gemeentesecretaris, geeft de burgemeester* opdracht tot het instellen van een integriteitsonderzoek. De burgemeester betrekt hierbij altijd het seniorenconvent. Zie ook hierna bij artikel 8. 6. Er dreigt een schending. Wanneer er geen sprake is van schending, maar bijvoorbeeld een schending dreigt, dan wordt geen verder onderzoek verricht, maar bespreekt de burgemeester* dit (vertrouwelijk) met het raadslid, de fractievertegenwoordiger of de wethouder.