800812 - bijlage 1 - Leeswijzer (inclusief Stroomschema diagram en overzicht procedures)
Tekst van het document
Leeswijzer Voor u liggen de volgende documenten ter vaststelling door de raad: 1. de Gedragscode Integriteit raadsleden en fractievertegenwoordigers gemeente Zutphen 2024; 2. de Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Zutphen 2024. Beide gedragscodes hebben 2 bijlagen: a. de Notitie Integriteit en omgangsvormen raadsleden en fractievertegenwoordigers respectievelijk de Notitie Integriteit en omgangsvormen burgemeester en wethouders, en b. het Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers. De raad stelt deze gedragscodes (inclusief bijlagen) vast, omdat de raad het hiertoe bevoegde bestuursorgaan is. Voor u liggen daarnaast de volgende documenten ter kennisneming door de raad: 3. de Gedragscode Integriteit ambtenaren gemeente Zutphen 2024; 4. de Klachtenregeling ongewenst gedrag gemeente Zutphen 2024 en de Regeling melding vermoeden misstand en inbreuk op het Unierecht gemeente Zutphen 2024. Het college stelt de onder 3 en 4 vermelde documenten vast, omdat het college hiertoe het bevoegde bestuursorgaan is. De onder 3 en 4 vermelde documenten zijn ook aan de Ondernemingsraad gestuurd, vanwege het overlegrecht (gedragscode) en het instemmingsrecht (beide regelingen) van de Ondernemingsraad.
Toelichting Omdat de documenten veel tekst bevatten en de materie ingewikkeld is, volgt hierna een toelichting. Dat het hier om ingewikkelde materie gaat wordt mede veroorzaakt door de vele relevante wetgeving en regelingen die landelijk gelden hierbij betrokken dienen te worden. De melder of de klager en degene over wie gemeld wordt of de beklaagde merken in de praktijk van de ingewikkeldheid van de materie overigens niets, omdat vaak slechts een beperkt deel van de wetgeving en regelingen relevant is. Een melding of klacht wordt immers volgens de daartoe meest geëigende procedure opgepakt. In dat kader is het in deze Leeswijzer opgenomen Stroomschema met bijbehorend stroomdiagram en overzicht waarin de verschillende te volgen procedures worden beschreven, opgesteld (zie vanaf pagina 8). Voor betrokkenen moet hieruit in “één oogopslag” duidelijk worden hoe een signaal/ melding/ klacht over een bestuurder of ambtenaar na ontvangst wordt afgehandeld. Inhoud Gedragscodes, Notities en Protocol De gedragscodes voor raadsleden, fractievertegenwoordigers, burgemeester en wethouders bevatten concrete bepalingen voor het voorkomen van belangenverstrengeling, omgang met vertrouwelijke informatie, geschenken en uitnodigingen en het gebruik van gemeentelijke voorzieningen.
In de (concrete) gedragscodes is een Notitie Integriteit en omgangsvormen opgenomen, waarin nader wordt ingegaan op wat integriteit en integer handelen voor bestuurders inhoudt en wat de omgangsvormen met elkaar (behoren te) zijn, in het licht van integriteit en integer handelen. De gedragscode en Notitie gaan dus over de inhoud en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het Protocol wordt de procedure beschreven voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door bestuurders. Het protocol gaat dus over de procedure van afhandeling van klacht/ melding over een integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag en niet zijnde een melding van een vermoeden van een misstand. Er zijn diverse wettelijke grondslagen en regelingen die van toepassing zijn op integriteit en omgangsvormen van bestuurders en ambtenaren. Deze vormen mede de basis voor de gedragscodes en regelingen zoals deze aan de raad en het college ter vaststelling worden voorgelegd.
1
Wettelijke grondslag gedragscodes voor bestuurders en ambtenaren - Op grond van artikel 15, derde lid van de Gemeentewet moet de raad voor zijn leden een gedragscode vaststellen. - Op grond van de artikel 41c, tweede lid en 69, tweede lid van de Gemeentewet moet de raad voor wethouders en voor de burgemeester een gedragscode vaststellen. - Op grond van artikel 4, derde lid van de Ambtenarenwet 2017 moet een overheidswerkgever zorg dragen voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen. Wettelijke grondslag regelingen over ongewenst gedrag en misstand en inbreuk op het Unierecht voor bestuurders en ambtenaren - Op grond van artikel 2 van de Wet bescherming klokkenluiders moet een werkgever bij wie in de regel ten minste vijftig werknemers werkzaam zijn, een procedure vaststellen voor het melden van een vermoeden van een misstand binnen zijn organisatie en die procedure moet voldoen aan allerlei voorwaarden die in de wet zijn omschreven. - Volgens artikel 3 van de Arbowet moet een werkgever, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid voeren gericht op voorkoming en, als dat niet mogelijk is, beperking van psychosociale arbeidsbelasting. Het hebben van een Klachtenregeling voor ongewenst gedrag van werknemers vloeit hieruit voort.
Hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht Naast deze wettelijke grondslagen is er dan ook nog hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat ziet op de afhandeling van klachten door een bestuursorgaan. Gemeentelijke bestuursorganen zijn de raad, het college van het burgemeester en wethouders en de burgemeester. Uitgangspunten voor een helder en samenhangend systeem voor het afhandelen van meldingen en klachten Er is naar gestreefd om binnen de wettelijke kaders een zo helder mogelijk systeem te maken voor het afhandelen van meldingen en klachten. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: - Zoveel als mogelijk moet duidelijk zijn welke regeling in een concrete situatie van toepassing is op de behandeling van een melding/ klacht. - Aansluiten bij algemeen gangbare modelregelingen en waar mogelijk moeten de verschillende regelingen ook op elkaar aansluiten. - Niet meer regelingen dan nodig is. - Een rol voor de burgemeester bij de afhandeling van meldingen/ klachten waar dat mogelijk en ook passend is, vanuit zijn rol van hoeder van de integriteit (artikel 170, tweede lid Gemeentewet). Om zo goed mogelijk te kunnen bepalen welke regeling van toepassing is en welke stappen dan gezet moeten worden, zijn drie vragen als uitgangspunt genomen. Hieronder staan deze vragen.
In de bijlage 1 bij deze Leeswijzer worden deze drie vragen voor de geïnteresseerde lezer(es) verder uitgewerkt. Daarnaast is voor verdere verheldering een stroomschema met bijbehorend stroomdiagram toegevoegd, die aangeven hoe de behandeling van een melding en/ of klacht plaatsvindt. Dit stroomschema en -diagram (en overzicht waarin de verschillende te volgen procedures worden beschreven) vindt u vanaf pagina 8 in deze Leeswijzer. Vraag 1. Wat is het onderwerp van de melding/ klacht? Op grond van de wettelijke kaders moet worden beoordeeld of het gaat om: 1. Een melding van het vermoeden van een misstand (zoals omschreven in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders). Het betreft hier veelal de situatie dat een maatschappelijk belang in het geding is. 2. Een klacht over ongewenst gedrag (zoals omschreven in artikel 1, sub j. van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid). Het betreft hier gedrag van individuen of een bestuursorgaan dat valt binnen de begrippen discriminatie, (sexuele) intimidatie en/ of agressie. 3. Een klacht over een integriteitskwestie, niet zijnde een melding van het vermoeden van een misstand (zie onder 1.) en niet zijn een klacht over ongewenst gedrag (zie onder 2.). Het betreft hier met name gedrag van politieke ambtsdragers dat in strijd is met goed bestuur en goede
2
volksvertegenwoordiging, zoals die onder andere zijn opgenomen in de gedragscodes en Notities Integriteit en omgangsvormen en overige gemaakte afspraken in dit kader. 4. Overige klachten over gedragingen van een bestuursorgaan (raad, college of burgemeester) of een daarvoor werkzaam persoon. Vraag 2. Wie dient de melding/ klacht in? Hoe een melding/ klacht moet worden behandeld en wat daarvoor het wettelijke kader is, hangt ook af wie de klager of de melder is. Het kan daarbij gaan om een: 1. inwoner, ondernemer, organisatie of instelling 2. raadslid of fractievertegenwoordiger 3. wethouder of burgemeester 4. ambtenaar of een andere persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest voor de gemeente Vraag 3. Over wie gaat de melding/ klacht? Tot slot is ook van belang over welke persoon of welk bestuursorgaan (raad, college van burgemeester en wethouders of burgemeester) de melding/ klacht gaat. Het kan hierbij gaan om een melding/ klacht over: 1. een raadslid of fractievertegenwoordiger 2. een wethouder of de burgemeester 3. de raad of het college, als bestuursorgaan 4. een ambtenaar 5. een andere persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest voor de gemeente Uitgaande van de hiervoor beschreven uitgangspunten en de beantwoording van de vragen zijn de Gedragscodes met het bijbehorende Protocol en ook de twee regelingen opgesteld.
Een en ander is uitgewerkt in het Stroomschema met bijbehorend stroomdiagram en overzicht waarin de verschillende procedures worden beschreven (zie vanaf pagina 7 in deze Leeswijzer). Positie van de beklaagde/ degene over wie de melding gaat De positie van de beklaagde/ degene over wie de melding gaat lijkt er in dit alles bekaaid van af te komen, omdat het vaak over de klager/ de melder gaat. Niets is echter minder waar, met het vastleggen van de procedures is ook voor de beklaagde/ degene over wie de melding gaat duidelijk wie klachtbehandelaar is, wie er eventueel optreedt als klachtenadviseur, wie beslissingsbevoegd is, etc. Hiermee staat bij een eventuele klacht of melding niet de procedure ter discussie, maar gaat het zoveel mogelijk over de inhoud van de klacht/ melding. Daarbij is er dus ook oog en oor voor de positie van de beklaagde/ degene over wie de melding gaat, mede omdat altijd sprake is van hoor en wederhoor. Tot slot Over de door ons als college vast te stellen stukken, die ter kennisneming aan de raad gaan en ook naar de Ondernemingsraad zijn gestuurd, merken wij nog kort het volgende op. 1. Gedragscode Integriteit ambtenaren gemeente Zutphen 2024 Net als dat er een gedragscode voor raadsleden en fractievertegenwoordigers én burgemeester en wethouders moet zijn, moet er ook een gedragscode voor ambtenaren zijn.
Nieuw in deze gedragscode is opgenomen de Notitie Integriteit en omgangsvormen ambtenaren, zoals deze ook als bijlage is opgenomen bij de Gedragscode voor de bestuurders, uiteraard aangepast naar de situatie voor ambtenaren. Er is bij deze gedragscode geen afzonderlijk Protocol opgenomen, omdat ambtenaren een andere (rechts)positie hebben dan bestuurders. 2. Klachtenregeling ongewenst gedrag gemeente Zutphen 2024 en de Regeling melding vermoeden misstand en inbreuk op het Unierecht gemeente Zutphen 2024 Deze beide regelingen moet de werkgever, zijnde het college van burgemeester en wethouders, verplicht vast stellen. De beide regelingen bestonden al, maar zijn geactualiseerd. Met name het onderdeel inbreuk op het Unierecht is nu verwerkt in de Regeling melding vermoeden misstand en inbreuk op het Unierecht. Dit is een verplichting vanuit het Europese recht. Deze verplichting gold al
3
langer, maar was nog niet verwerkt in deze regeling. Bij inbreuken op Unierecht kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de Europese regels van volksgezondheid, milieu, veiligheid, aanbestedingen, staatssteun, etc. Stroomschema diagram en overzicht procedures Op de pagina’s na de bijlage 1 Nadere uitwerking van vragen 1 tot en met 3 (om te komen tot de juiste afhandeling van een melding en/ of klacht) volgt een stroomschema, diagram en overzicht van de bijbehorende procedures hoe een klacht of melding vervolgens in de praktijk moet worden behandeld. Het is daarmee een handreiking hoe te handelen bij het ontvangen van een klacht of melding. Er kan in de praktijk overigens ook in eerste instantie sprake zijn van een signaal. Pas als de betrokkene een klacht of melding in wil dienen, moet worden beoordeeld welke procedure gevolgd moet worden. Hierbij geldt als algemeen uitgangspunt nog wel dat het de voorkeur verdient om een klacht of melding zoveel mogelijk informeel af te handelen, uiteraard onder toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor.
4
Bijlage 1 Nadere uitwerking van vragen 1 tot en met 3 Hieronder zijn de drie vragen om te komen tot de juiste afhandeling van een melding en/ of klacht nader uitgewerkt. Vraag 1. Wat is het onderwerp van de melding/ klacht? Bij een ingediende melding of klacht moet - op grond van de wettelijke kaders - eerst worden bekeken of het gaat om: 1. Een melding van het vermoeden van een misstand (zoals omschreven in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders) 2. Een klacht over ongewenst gedrag (zoals omschreven in artikel 1, sub j. van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid) 3. Een klacht over een integriteitskwestie, niet zijnde een melding van het vermoeden van een misstand (zie onder 1.) en niet zijn een klacht over ongewenst gedrag (zie onder 2.) 4. Overige klachten over gedragingen van een bestuursorgaan (raad, college of burgemeester) of een daarvoor werkzaam persoon. 1. Een melding van het vermoeden van een misstand (zoals omschreven in artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders) Als dit van toepassing is, moet de Wet bescherming klokkenluiders en de daarop gebaseerde procedure gevolgd worden. Voor de melder zijn in dit geval bijzondere beschermingsbepalingen van toepassing. In de Wet bescherming klokkenluiders is omschreven wat een vermoeden van een misstand is en wat een misstand is. -
Een vermoeden van een misstand houdt in: het vermoeden van een melder dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie.
-
Een misstand houdt in: a. een schending of een gevaar voor schending van het Unierecht, of b. een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij: 1° een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel 2° een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu of voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is.
Belangrijk is of een melder zelf aangeeft dat hij/ zij ‘slechts’ een misstand wil melden of dat hij/ zij zich als ‘klokkenluider’ ziet. Daarnaast moet worden nagegaan of wel of niet uit de melding volgt dat er volgens hem sprake is van handelingen met een patroon of een structureel karakter dan wel dat de gemelde handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is. Als dat aan de orde lijkt te zijn, moet met de melder worden afgestemd of de melding wel of niet moet worden behandeld als een ‘klokkenluidersmelding’.
5
2. Een klacht over ongewenst gedrag, zoals omschreven in artikel 1, sub j. van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid De gemeente Zutphen is (zoals ook de meeste andere gemeenten, provincies en waterschappen) aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de Decentrale Overheid (LKOG). De specifieke klachtenregeling daarvoor gaat over ongewenst gedrag van politieke ambtsdragers of ambtenaren. Ongewenst gedrag heeft ook met integriteit te maken. Omdat er echter een specifieke regeling over het onderwerp ongewenst gedrag is, is het uitgangspunt dat die voorgaat boven andere (algemenere) regelingen. De omschrijving van ongewenst gedrag houdt volgens de begripsomschrijving van de regeling het volgende in. -
ongewenst gedrag: gedrag dat valt binnen de begrippen discriminatie, (seksuele) intimidatie zoals verwoord in artikel 1, 1a en 2 van de Algemene wet gelijke behandeling en agressie, geweld en pesten zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 jo. artikel 1 lid 3 sub e en f Arbeidsomstandighedenwet.
Uit deze omschrijving blijkt dat er allerlei vormen van gedrag onder het begrip ‘ongewenst gedrag’ vallen en dat het toepassingsbereik tamelijk ruim is. Met het LKOG kan bij twijfel worden afgestemd of een klacht volgens de LKOG voor behandeling op grond van deze regeling in aanmerking komt. 3. Een klacht over een integriteitskwestie, niet zijnde een melding van het vermoeden van een misstand en niet zijn een klacht over ongewenst gedrag Als een melding of klacht niet een melding van het vermoeden van een misstand (zie hiervoor onder 1.) en ook niet een melding over ongewenst gedrag (zie hiervoor onder 2.) is, moet worden nagegaan of het gaat om een melding of klacht over een (andere) integriteitskwestie. Dit is van belang omdat er bij het onderwerp ‘integriteit’ gedragscodes van toepassing zijn voor politieke ambtsdragers (en ook voor ambtenaren). Voor politieke ambtsdragers is er een specifiek protocol van toepassing voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen. In dit protocol is een integriteitsschendig als volgt gedefinieerd. -
Integriteitsschending: een gedraging van een politiek ambtsdrager, die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels, zoals onder meer neergelegd in de Gedragscode Integriteit en bijbehorende Notitie Integriteit en omgangsvormen;
4. Overige klachten over gedragingen van een bestuursorgaan van de gemeente Zutphen of van daarvoor werkzame personen Klachten over het handelen van het college, de raad en bestuurders (en ambtenaren) kunnen ook gaan over andere onderwerpen, waarmee niet behoorlijk wordt gehandeld. Zoals bijvoorbeeld gebrekkige communicatie, het te laat of niet reageren, wel of niet handelen, zorgvuldigheid in het handelen, een combinatie van deze, et cetera. Het juridische kader is in dat geval hoofdstuk 9 Awb en in dat hoofdstuk zijn geen beperkingen aangebracht in het onderwerp van de klacht. Vraag 2. Wie dient de melding/ klacht in? Hoe een melding/ klacht moet worden behandeld en wat daarvoor het wettelijke kader is, hangt ook af wie de klager of de melder is. Het kan daarbij gaan om een: 1. inwoner, ondernemer, organisatie of instelling 2. raadslid of fractievertegenwoordiger 3. wethouder of burgemeester 4. ambtenaar of een andere persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest voor de gemeente Het is van belang dit onderscheid te maken, met name als het gaat om een melding over het vermoeden van een misstand of een klacht over ongewenst gedrag:
6
- Een interne melding over het vermoeden van een misstand kan alleen gedaan worden door een persoon die voor de gemeente Zutphen werkzaam is of werkzaam is geweest. Andere personen kunnen alleen rechtstreeks bij het Huis voor Klokkenluiders een melding over het vermoeden van een misstand doen. - Een inwoner/ ondernemer kan geen klacht over ongewenst gedrag op grond van de Klachtenregeling ongewenst gedrag indienen over een bestuurder (of een ambtenaar), maar deze klacht kan wel behandeld worden op grond van en binnen het wettelijk kader van hoofdstuk 9 Awb. - Een klacht over ongewenst gedrag kan op grond van de Klachtenregeling ongewenst gedrag niet door een politieke ambtsdrager over een politieke ambtsdrager ingediend worden, maar deze klacht kan wel behandeld worden op grond van en binnen het kader van de geldende gedragscode en het Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers. Vraag 3. Over wie gaat de melding/ klacht? Tot slot is ook van belang over welke persoon of welk bestuursorgaan (raad, college van burgemeester en wethouders of burgemeester) de melding/ klacht gaat. Het kan hierbij gaan om een melding/ klacht over: 1. een raadslid of fractievertegenwoordiger 2. een wethouder of de burgemeester 3. de raad of het college, als bestuursorgaan 4. een ambtenaar 5.
een andere persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest voor de gemeente Het is van belang dit onderscheid te maken, met name als het gaat om een melding/ klacht over ongewenst gedrag en over een andere integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag: - Een klacht over ongewenst gedrag kan niet gaan over het handelen van het college of de raad als bestuursorgaan, maar kan alleen gaan over gedrag van personen die werkzaam zijn of geweest zijn voor de gemeente. Dus over bestuurders (en ambtenaren). - Een klacht over ongewenst gedrag kan op grond van de Klachtenregeling ongewenst gedrag niet door een politieke ambtsdrager over een politieke ambtsdrager ingediend worden; deze klacht kan wel behandeld worden op grond van en binnen het kader van de geldende gedragscode en het Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers. - Op een klacht over een integriteitskwestie die gaat over het handelen van een raadslid, een fractievertegenwoordiger, wethouder of burgemeester is de gedragscode en het Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers van toepassing.
- Op een klacht over een integriteitskwestie die gaat over het handelen van het college of de raad als bestuursorgaan is de gedragscode en het Protocol voor het behandelen van meldingen en klachten over mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers niet van toepassing; deze klacht kan wel behandeld worden op grond van en binnen het wettelijk kader van hoofdstuk 9 Awb.
7
Stroomschema signalen, klachten en meldingen Zie volgende bladzijde voor het stroomschema.
8
klacht/ melding/ signaal komt binnen bij (iemand van) de gemeente Zutpen
- bij informele klacht/ melding of signaal bij een leidinggevende of een bestuurder wordt de kwestie in beginsel informeel afgedaan mits klager/ melder/ signaalgever daarmee instemt - bij formele schriftelijke klacht of melding wordt gepoogd de kwestie in beginsel eerst informeel af te doen, mits klager/ melder daarmee instemt, anders volgt formele afdoening volgens dit schema, afhankelijk van onderwerp klacht/ melding - bij twijfel over onderwerp van klacht of melding en wijze van afdoening, wordt daarover altijd gesproken met klager/ melder; daarbij is primair het oogmerk van de klager/ melder bepalend
- ambtenaren van het Bureau klachten en integriteit worden geinformeerd over alle schriftelijk ingediende klachten en meldingen en bepalen route van afhandeling, afhankelijk van onderwerp aan de hand van dit schema
over een integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag en niet zijnde een melding van een vermoeden van een misstand
klacht kan worden ingediend door een ieder (art 9:1 Awb): - een burger - een ambtenaar - een raadslid of fractievertegenwoordiger
klacht over handelen van: - ambtenaar - het college of de raad, als bestuursorgaan gedragingen van ambtenaren worden aangemerkt als gedragingen van bestuursorgaan (art 9:1, lid 2 Awb)
interne behandeling van klacht volgens procedure klachten hoofdstuk 9 Awb (in diagram: 1a t/m 1c)
na interne behandeling is eventueel verzoekschrift bij Gemeentelijke Ombudsman mogelijk
klacht over handelen van: - wethouder - burgemeester
over ongewenst gedrag, zoals omschreven in artikel 1, sub j. van de Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid
klacht door een burger op grond van deze regeling niet mogelijk klager kan alleen een persoon zijn die werkzaam is of geweest is bij gemeente (artikel 1, sub i. regeling LKOG)
klacht kan worden ingediend door persoon werkzaam of werkzaam geweest bij gemeente - ambtenaar - uitzendkracht - bestuurder - raadslid of fractievertegenwoordiger
klacht over handelen van: - raadslid - fractievertegenwoordiger
gedragingen van wethouder en burgemeester worden ook aangemerkt als gedragingen van bestuursorgaan )art. 9:1, lid 2 Awb)
gedragingen van individuele raadsleden of fractievertegenwoordigers zijn geen gedragingen van bestuursorgaan
interne behandeling volgens protocol voor mogelijke integriteits schendingen door politieke ambtsdragers (in diagram: 2a en 2b)
interne behandeling volgens protocol mogelijke integriteits schendingen door politieke ambtsdragers (in diagram: 3a en 3b)
na interne behandeling is eventueel verzoekschrift bij Gemeentelijke Ombudsman mogelijk
over het vermoeden van een misstand of een inbreuk op het Unierecht, zoals omschreven in artikel 1 van de de Wet bescherming klokkenluiders
na interne behandeling is GEEN verzoekschrift bij Gemeentelijke Ombudsman mogelijk omdat het niet gaat om gedraging bestuursorgaan
klacht over handelen van persoon werkzaam of werkzaam geweest bij gemeente: ambtenaar uitzendkracht, bestuurder, raadslid of fractievertegenwoordiger
klacht door een politieke ambtsdrager over een politieke ambtsdrager
melding door een persoon die arbeid (heeft) verricht bij de gemeente Zutphen
LKOG is niet bevoegd in het geval van klachten tussen politieke ambtsdragers onderling (art 1a landelijke klachtenregeling)
interne behandeling interne melding volgens Regeling melding vermoeden misstand en inbreuk op het Unierecht gemeente Zutphen (in diagram 5a)
na behandeling interne melding of eventueel ook rechtstreeks is melding bij Huis voor Klokkenluiders mogelijk na interne behandeling is eventueel verzoekschrift bij Gemeentelijke Ombudsman mogelijk, tenzij het gaat om klacht over raadslid of fractievertegenwoordiger
na interne behandeling (of in overleg rechtstreeks) is behandeling klacht door LKOG mogelijk
9
interne meldregeling is niet van toepassing en daarom is alleen rechtstreekse melding bij Huis voor Klokkenluiders mogelijk (in diagram 5b)
klacht kan worden ingediend door een ieder (art 9:1 Awb) o.a.: - een burger - een ambtenaar - een raadslid of fractievertegenwoordiger
interne behandeling volgens procedure klacht hoofdstuk 9 Awb (in diagram 6a t/m 6c)
na interne behandeling is eventueel verzoekschrift bij Gemeentelijke Ombudsman mogelijk
interne behandeling volgens protocol mogelijke integriteits schendingen door politieke ambtsdragers (in diagram 4d)
interne behandeling door burgemeester of gemeentesecretaris/ algemeen directeur volgens Klachtenregeling ongewenst gedrag gemeente Zutphen (in diagram: 4a t/m 4c)
melding door andere personen
overige klachten over gedragingen van bestuursorgaan of daarvoor werkzame personen
Stroomdiagram interne behandeling klacht en melding klacht/ melding inzake
1 1a
door
adviseur bij, naar beslissingsbevoegd het oordeel van de klachtbehandelaar, zwaarwegende gevallen Integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag of melding van een vermoeden van een misstand een ieder1 ambtenaar of bij medewerker: extern college, maar inhuurkracht teammanager klachtenadviseur mandaat verleend
1b
een ieder
1c
een ieder
2
over
college (als bestuursorgaan of als werkgever) raad (als bestuursorgaan of als werkgever)
interne klachtbehandelaar
bij teammanager: directeur
bij medewerker: teammanager
bij directeur: gemeentesecretaris/ algemeen directeur
bij teammanager: directeur domein
externe klachtbehandelaar
ombudsvoorziening
-
gemeentelijke ombudsman
bij directeur: gemeentesecretaris/ algemeen directeur college -
bij gemeentesecretaris/ algemeen directeur: burgemeester
extern klachtenadviseur
burgemeester en/ of wethouder(s)
extern klachtenadviseur
college
-
gemeentelijke ombudsman
burgemeester
seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, of extern klachtenadviseur
raad
-
gemeentelijke ombudsman
Integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag of melding van een vermoeden van een misstand
1 Een ieder is – onder andere – een burger, inwoner, ambtenaar, raadslid of fractievertegenwoordiger.
10
gemeentelijke ombudsman
klacht/ melding inzake
door
over
interne klachtbehandelaar
2a
een ieder
wethouder
burgemeester
2b
een ieder
burgemeester
(deel) seniorenconvent, bijgestaan door griffier of Commissaris van de Koning (CdK) * seniorenconvent stelt cdK op de hoogte van de kwestie
adviseur bij, naar het oordeel van de klachtbehandelaar, zwaarwegende gevallen seniorenconvent, bijgestaan door de griffier seniorenconvent, bijgestaan door de griffier * seniorenconvent kan desgewenst Commissaris van de Koning raadplegen
3 3a
Integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag of melding van een vermoeden van een misstand een ieder raadslid burgemeester seniorenconvent, bijgestaan door de griffier 3b een ieder fractievertegen- burgemeester seniorenconvent, woordiger bijgestaan door de griffier 4 4a
Ongewenst gedrag, als bedoeld in klachtenregeling ongewenst gedrag persoon ambtenaar of gemeentesecretaris/ extern werkzaam inhuurkracht, algemeen directeur klachtenadviseur (geweest) bij de niet zijnde gemeente gemeentesecretaris/ algemeen directeur 11
beslissingsbevoegd
externe klachtbehandelaar
ombudsvoorziening
burgemeester
-
gemeentelijke ombudsman
burgemeester (als
-
gemeentelijke ombudsman
burgemeester
-
-
burgemeester
-
-
gedraging is toe te rekenen aan burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan)
of college (als gedraging is toe te rekenen aan burgemeester als lid van het college)
gemeentesecretaris/ LKOG algemeen directeur (namens college)
-
klacht/ melding inzake
door
over
interne klachtbehandelaar
persoon werkzaam (geweest) bij de gemeente2, op politieke ambtsdrager na bij wethouder, raadslid of fractievertegen woordiger (zie hiervoor 4d)
- gemeentesecretaris/ algemeen directeur - wethouder
burgemeester
- raadslid - fractievertegenwoordiger
burgemeester
4c
persoon werkzaam (geweest) bij de gemeente, op politieke ambtsdrager na (zie hiervoor 4d)
burgemeester
niet van toepassing → geen interne klachtbehandelaar, omdat LKOG direct de externe klachtbehandelaar is
4d
politieke ambtsdrager
politieke ambtsdrager
zie hiervoor 2a, 2b, 3a of 3b
4b
adviseur bij, naar beslissingsbevoegd het oordeel van de klachtbehandelaar, zwaarwegende gevallen bij gemeenteburgemeester secretaris/ (namens college) algemeen directeur: extern klachtenadviseur
externe klachtbehandelaar
ombudsvoorziening
LKOG
-
burgemeester (namens raad)
LKOG
-
niet van toepassing (zie kolom hiervoor)
burgemeester (als
LKOG
-
zie hiervoor 2a, 2b, 3a of 3b
zie hiervoor 2a, 2b, 3a of 3b
-
zie hiervoor 2a, 2b, 3a of 3b
bij wethouder: seniorenconvent, bijgestaan door de griffier seniorenconvent, bijgestaan door de griffier
gedraging is toe te rekenen aan burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan) of college (als gedraging is toe te rekenen aan burgemeester als lid van het college)
2 Persoon werkzaam of werkzaam geweest bij de gemeente is een ambtenaar, inhuurkracht, wethouder, burgemeester, raadslid of fractievertegenwoordiger.
12
klacht/ melding inzake
door
over
interne klachtbehandelaar
5 5a
Vermoeden van een misstand of een inbreuk op het Unierecht persoon die niet persé onafhankelijke en arbeid (heeft) gebonden aan onpartijdige verricht bij de een persoon onderzoeker(s) gemeente3 5b andere persoon niet persé niet mogelijk → gebonden aan rechtstreeks melden een persoon bij Huis voor Klokkenluiders 6 6a
adviseur bij, naar beslissingsbevoegd het oordeel van de klachtbehandelaar, zwaarwegende gevallen
externe klachtbehandelaar
ombudsvoorziening
zo nodig te bepalen door onderzoeker(s)
werkgever
Huis voor Klokkenluiders
-
-
Huis voor Klokkenluiders
Overige klachten een ieder
ambtenaar of inhuurkracht
zie 1a
zie 1a
zie 1a
-
zie 1a
6b
een ieder
zie 1b
zie 1b
zie 1b
-
zie 1b
6c
een ieder
college (als bestuursorgaan of als werkgever) raad (als bestuursorgaan of als werkgever)
zie 1c
zie 1c
zie 1c
-
zie 1c
3 Persoon werkzaam of werkzaam geweest bij de gemeente is een ambtenaar, inhuurkracht, wethouder, burgemeester, raadslid of fractievertegenwoordiger.
13
Overzicht procedures interne behandeling klacht en melding 1. t/m 3. Integriteitskwestie, niet zijnde ongewenst gedrag of melding van een misstand 1. Interne behandeling van klacht volgens procedure klachten hoofdstuk 9 Awb (klacht door een ieder over ambtenaar of het college of de raad, als bestuursorgaan of als werkgever) 1a: klacht over ambtenaar of inhuurkracht: intern werkproces Klachtenbehandeling op basis van procedure klachten hoofdstuk 9 Awb. Bij zwaarwegende gevallen kan, naar het oordeel van de klachtbehandelaar, een extern klachtenadviseur worden ingeschakeld. Beslissingsbevoegd is het college, waarbij mandaat is verleend aan ambtelijke functionarissen. 1b: klacht over college: procedure klachten hoofdstuk 9 Awb, waarbij de burgemeester en/ of wethouder(s) klachtbehandelaar is/ zijn. Bij zwaarwegende gevallen kan, naar het oordeel van de klachtbehandelaar, een extern klachtenadviseur worden ingeschakeld. Beslissingsbevoegd is het college. 1c: klacht over raad: procedure klachten hoofdstuk 9 Awb, waarbij de burgemeester klachtbehandelaar is. Bij zwaarwegende gevallen kan, naar het oordeel van de klachtbehandelaar, het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, worden ingeschakeld of een extern klachtenadviseur. Beslissingsbevoegd is de raad. 2.
Interne behandeling volgens Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers (klacht door een ieder over wethouder of burgemeester) 2a: klacht over een wethouder 1. Er komt een klacht inzake integriteit over een wethouder binnen bij de gemeente. 2. De medewerker intern klachtenbureau verstuurt een bericht van ontvangst aan de klager. De burgemeester gaat samen met de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau in gesprek met de klager voor eventuele toelichting. De burgemeester geeft eventueel advies over de klacht (elders indienen, nader onderbouwen, terugtrekken, etc.). Van het gesprek wordt een verslag gemaakt en toegestuurd aan de klager. 3. De burgemeester stelt vast dat de klacht volledig is en registreert deze officieel in samenspraak met de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau. 4. De burgemeester gaat samen met de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau over de klacht het gesprek aan met de wethouder over wie de integriteitsklacht is ingediend. Hiervan wordt een verslag opgesteld en toegestuurd aan de wethouder over wie de integriteitsklacht is gedaan. 5. De burgemeester neemt, met in achtneming adviezen gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau, een besluit over de klacht. Dit besluit kan zijn a.
De zaak is voldoende besproken; de burgemeester acht een verder traject niet nodig. b. Er dienen nadere gesprekken en mogelijk een bemiddelingsgesprek te volgen. c. De burgemeester acht de klacht van dien aard dat hierover vertrouwelijk met het seniorenconvent gesproken dient te worden, waarbij de burgemeester het seniorenconvent een vertrouwelijk advies geeft. Het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, besluit over een vervolg. Dat vervolg kan de volgende mogelijkheden omvatten: i. Besluit tot afdoening zonder nadere (vervolg) stappen. ii. De burgemeester krijgt opdracht nader onderzoek te doen eventueel met behulp van een onderzoeksbureau. iii. Besluit om de kwestie - al dan niet openbaar - aan de raad voor te leggen. De burgemeester voert het besluit van het seniorenconvent uit. 6. Bij het geval onder 5, a. is de kwestie in beginsel afgedaan. Hierover worden klager en beklaagde door de burgemeester geïnformeerd met een met redenen omklede toelichting. De klager kan bij de burgemeester aangeven het hier niet mee eens te zijn, waarna een gesprek met de klager door de burgemeester in bijzijn van de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau volgt.
Daarna wordt beklaagde uitgenodigd voor een gesprek met de burgemeester in bijzijn van de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau, waarin wordt aangegeven dat de klager niet kan instemmen met de afdoening. De beklaagde wordt om een nadere toelichting gevraagd. 14
7. De burgemeester neemt vervolgens opnieuw een besluit als vermeld onder 5. 8. Klager en beklaagde worden op de hoogte gesteld door de burgemeester van het besluit over de klacht. 9. Als de klager volhardt in het niet eens zijn met het besluit van de burgemeester, brengt de burgemeester de kwestie inclusief het advies van de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau naar het seniorenconvent en handelt vervolgens conform het geval onder 5, c. 10. In alle gevallen worden zowel klager als beklaagde van de genomen stappen op de hoogte gehouden. 11. Als de klager zich ook met een besluit van het seniorenconvent tot afdoening zonder nadere (vervolg)stappen niet kan verenigen, staat de weg naar de gemeentelijke ombudsman open. 12. Ongeacht de verschillende stappen staat het de burgemeester te allen tijde vrij aangifte te doen, als de burgemeester van opvatting is dat sprake is (geweest) van een strafbaar feit. 13. Alle klachten, verslagen en rapportages over een klacht worden in het dossier van de betreffende wethouder bewaard bij de gemeentesecretaris. 2b: klacht over de burgemeester 1. Er komt een klacht inzake integriteit over de burgemeester binnen bij de gemeente. 2. De medewerker intern klachtenbureau verstuurt een bericht van ontvangst aan de klager. 3.
(Een of meer leden van) Het seniorenconvent gaat samen met de griffier en/ of de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau in gesprek met klager voor eventuele toelichting. Het (ene lid of meer leden van het) seniorenconvent geeft eventueel advies over de klacht (elders indienen, nader onderbouwen, terugtrekken, etc.). Van het gesprek wordt een verslag gemaakt en toegestuurd aan de klager. 4. (Een of meer leden van) Het seniorenconvent stelt vast dat de klacht volledig is en registreert deze officieel in samenspraak met de griffier en/ of de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau. 5. (Een of meer leden van) Het seniorenconvent stelt de Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland in kennis van de klacht, als dit gelet op de feiten en omstandigheden van het geval voor de hand ligt. De Commissaris van de Koning (CdK) kan, zo nodig, de behandeling van de klacht overnemen. Bij het overnemen van de behandeling van de klacht, bepaalt de CdK de verdere te volgen procedure. 6. (Een of meer leden van) Het seniorenconvent gaat samen met de griffier en/ of gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau over de klacht het gesprek aan met de burgemeester. Hiervan wordt een verslag opgesteld en toegestuurd aan de burgemeester. 7.
Het voltallig seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, neemt met in achtneming van adviezen van de griffier, de gemeentesecretaris en medewerker intern klachtenbureau een besluit over de klacht. Dit besluit kan zijn a. De zaak is voldoende besproken; het voltallig seniorenconvent acht een verder traject niet nodig. b. Er dienen nadere gesprekken en mogelijk een bemiddelingsgesprek te volgen. c. Een of meer leden van het seniorenconvent achten de klacht van dien aard dat hierover vertrouwelijk met het voltallige seniorenconvent gesproken dient te worden, waarbij het ene of de leden van het seniorenconvent het voltallig seniorenconvent een vertrouwelijk advies geeft. Het voltallig seniorenconvent besluit over een vervolg. Dat vervolg kan de volgende mogelijkheden omvatten: i. Besluit tot afdoening zonder nadere (vervolg) stappen. ii. Het seniorenconvent besluit de CdK in te lichten. iii. Een of meer leden van het seniorenconvent krijgt opdracht nader onderzoek te doen eventueel met behulp van een onderzoeksbureau. iv. Besluit om de kwestie - al dan niet openbaar - aan de raad voor te leggen. Het lid of de leden van het seniorenconvent voert het besluit van het voltallige seniorenconvent uit. 8. Bij het geval onder 7, a. is de kwestie in beginsel afgedaan.
Hierover worden klager en beklaagde door (een of meer leden van) het seniorenconvent geïnformeerd met een met redenen omklede toelichting. Klager kan bij het (lid of de leden van het) seniorenconvent aangeven het hier niet mee eens te zijn, waarna een gesprek met de klager door het (lid of de leden van het) seniorenconvent in het bijzijn van de griffier en/ of gemeentesecretaris en/of medewerker intern klachtenbureau volgt. Daarna wordt beklaagde uitgenodigd voor een gesprek met het (lid of de leden van het) seniorenconvent in bijzijn van de griffier en/ of de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau waarin wordt aangegeven dat de klager niet kan instemmen met de afdoening. De beklaagde wordt om een nadere toelichting gevraagd. 9. Het (lid of meer leden van) seniorenconvent neemt vervolgens opnieuw een besluit als vermeld onder 7. 15
10. Klager en beklaagde worden op de hoogte gesteld door het (lid of meer leden van het) seniorenconvent van het besluit over de klacht. 11. Als de klager volhardt in het niet eens zijn met het besluit van het (lid of meer leden van het) seniorenconvent, brengt het (lid of de leden van het) seniorenconvent de kwestie inclusief adviezen van de griffier en/ of de gemeentesecretaris en/ of medewerker intern klachtenbureau naar het voltallige seniorenconvent en handelt vervolgens conform het geval onder 7, c. 12. In alle gevallen worden zowel klager als beklaagde van de genomen stappen op de hoogte gehouden. 13. Als de klager zich ook met een besluit van het voltallige seniorenconvent tot afdoening zonder nadere (vervolg)stappen niet kan verenigen, staat de weg naar de gemeentelijke ombudsman open. 14. Ongeacht de verschillende stappen staat het het seniorenconvent te allen tijde vrij aangifte te doen, als het seniorenconvent van opvatting is dat sprake is (geweest) van een strafbaar feit. 15. Alle meldingen, verslagen en rapportages over een melding worden in het dossier van de betreffende bestuurder bewaard bij de griffier. De Commissaris van de Koning wordt hiervan op de hoogte gesteld. 3.
Interne behandeling volgens Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers (klacht door een ieder over raadslid of fractievertegenwoordiger) 3a en 3b: klacht over een raadslid of fractievertegenwoordiger 1. Er komt een klacht inzake integriteit over een raadslid/ fractievertegenwoordiger binnen bij de gemeente. 2. De medewerker intern klachtenbureau verstuurt een bericht van ontvangst aan de klager. De burgemeester gaat samen met de griffier en/ of medewerker intern klachtenbureau in gesprek met klager voor eventuele toelichting. De burgemeester geeft eventueel advies over de klacht (elders indienen, nader onderbouwen, terugtrekken, etc.). Van het gesprek wordt een verslag gemaakt en toegestuurd aan de klager. 3. De burgemeester stelt vast dat de klacht volledig is en registreert deze officieel in samenspraak met de griffier en medewerker intern klachtenbureau. 4. De burgemeester gaat samen met de griffier en/ of medewerker intern klachtenbureau over de klacht het gesprek aan met degene(n) over wie de integriteitsklacht is ingediend. Hiervan wordt een verslag opgesteld en toegestuurd aan degene(n) over wie de integriteitsklacht is gedaan. 5. De burgemeester neemt, met inachtneming advies griffier en/ of medewerker intern klachtenbureau, een besluit over de klacht. Dit besluit kan zijn a.
De zaak is voldoende besproken; de burgemeester acht een verder traject niet nodig. b. Er dienen nadere gesprekken en mogelijk een bemiddelingsgesprek te volgen. c. De burgemeester acht de klacht van dien aard dat hierover vertrouwelijk met het seniorenconvent gesproken dient te worden, waarbij de burgemeester het seniorenconvent een vertrouwelijk advies geeft. Het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier, besluit over een vervolg. Dat vervolg kan de volgende mogelijkheden omvatten: i. Besluit tot afdoening zonder nadere (vervolg) stappen. ii. De burgemeester krijgt opdracht nader onderzoek te doen eventueel met behulp van een onderzoeksbureau. iii. Besluit om de kwestie - al dan niet openbaar - aan de raad voor te leggen. De burgemeester voert het besluit van het seniorenconvent uit. 6. Bij het geval onder 5, a. is de kwestie in beginsel afgedaan. Hierover worden klager en beklaagde door de burgemeester geïnformeerd met een met redenen omklede toelichting. Klager kan bij de burgemeester aangeven het hier niet mee eens te zijn, waarna een gesprek met de klager door de burgemeester, de griffier en/of medewerker intern klachtenbureau volgt. Daarna wordt beklaagde uitgenodigd voor een gesprek met de burgemeester, de griffier en/ of medewerker intern klachtenbureau waarin wordt aangegeven dat klager niet kan instemmen met de afdoening.
Beklaagde wordt om een nadere toelichting gevraagd. 7. De burgemeester neemt vervolgens opnieuw een besluit als vermeld onder 5. 8. Klager en beklaagde worden op de hoogte gesteld door de burgemeester van het besluit over de klacht. 9. Als klager volhardt in het niet eens zijn met het besluit van de burgemeester, brengt de burgemeester de kwestie inclusief het advies van de griffier en of medewerker intern klachtenbureau naar het seniorenconvent en handelt vervolgens conform het geval onder 5, c. 10. In alle gevallen worden zowel klager als beklaagde van de genomen stappen op de hoogte gehouden. 16
11. Als de klager zich ook met een besluit van het seniorenconvent tot afdoening zonder nadere (vervolg)stappen niet kan verenigen, staat de weg naar de civiele rechter open. 12. Ongeacht de verschillende stappen staat het de burgemeester te allen tijde vrij aangifte te doen, als de burgemeester van opvatting is dat sprake is (geweest) van een strafbaar feit. 13. Alle meldingen, verslagen en rapportages over een melding worden in het dossier van het betreffende raadslid/ fractievertegenwoordiger bewaard bij de griffier. 4. Ongewenst gedrag, als bedoeld in klachtenregeling ongewenst gedrag 4. Interne behandeling volgens Klachtenregeling ongewenst gedrag (klacht door ambtenaar, uitzendkracht, wethouder, burgemeester, raadslid of fractievertegenwoordiger over ambtenaar, uitzendkracht, wethouder, burgemeester, raadslid of fractievertegenwoordiger) 4a: klacht over een persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest bij de gemeente Zutphen, niet zijnde een raadslid, fractievertegenwoordiger, wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris 1. Er komt een klacht binnen bij de gemeente. De gemeentesecretaris is klachtbehandelaar. Het college is beslissingsbevoegd, waarbij aan de gemeentesecretaris mandaat is verleend om te beslissen over de klacht namens het college. 2. De medewerker intern klachtenbureau verstuurt een bericht van ontvangst aan de klager.
De gemeentesecretaris gaat samen met de medewerker intern klachtenbureau in gesprek met klager voor eventuele toelichting en over de vraag of de klacht eerst intern behandeld wordt. De gemeentesecretaris geeft eventueel advies over de klacht (elders indienen, nader onderbouwen, terugtrekken, etc.). Van het gesprek wordt een verslag gemaakt en toegestuurd aan de klager. 3. De gemeentesecretaris stelt vast dat de klacht volledig is en registreert deze officieel in samenspraak met de medewerker intern klachtenbureau. 4. De gemeentesecretaris gaat samen met de medewerker intern klachtenbureau over de klacht het gesprek aan met degene(n) over wie de klacht is ingediend. Hiervan wordt een verslag opgesteld en toegestuurd aan degene(n) over wie de klacht is ingediend. 5. Bij zwaarwegende gevallen kan de klachtbehandelaar besluiten om een extern klachtenadviseur in te schakelen. 6. De klager wordt schriftelijk en gemotiveerd door de gemeentesecretaris in kennis gesteld van de bevindingen van het interne onderzoek en van eventuele conclusies die daaraan worden verbonden. Ook de beklaagde wordt daarover geïnformeerd. Bij de kennisgeving wordt vermeld dat klager zich tot de LKOG kan wenden. 7. NB De gemeentesecretaris en de klager hebben het recht om af te zien van interne behandeling. Als één van beide dit schriftelijk kenbaar maakt, wordt de klacht doorgezonden aan de LKOG.
4b: klacht over een raadslid, fractievertegenwoordiger, wethouder of de gemeentesecretaris 1. Er komt een klacht binnen bij de gemeente. De burgemeester is klachtbehandelaar. Het college is beslissingsbevoegd waar het een wethouder of gemeentesecretaris aangaat; de raad is bevoegd waar het een raadslid of fractievertegenwoordiger aangaat. In alle gevallen is aan de burgemeester mandaat verleend om te beslissen over de klacht namens het college respectievelijk de raad. 2. De medewerker intern klachtenbureau verstuurt een bericht van ontvangst aan de klager. De burgemeester gaat samen met de griffier, als de klacht een raadslid of fractievertegenwoordiger betreft, of de gemeentesecretaris, als de klacht een wethouder betreft, en/ of medewerker intern klachtenbureau in gesprek met klager voor eventuele toelichting en over de vraag of de klacht eerst intern behandeld wordt. 3. De burgemeester stelt vast dat de klacht volledig is en registreert deze officieel in samenspraak met de medewerker intern klachtenbureau. 4. De burgemeester gaat samen met de medewerker intern klachtenbureau over de klacht het gesprek aan met degene(n) over wie de klacht is ingediend. Hiervan wordt een verslag opgesteld en toegestuurd aan degene(n) over wie de klacht is ingediend. 5. Bij zwaarwegende gevallen kan de klachtbehandelaar besluiten om een extern klachtenadviseur in te schakelen.
Bij een klacht over een raadslid, fractievertegenwoordiger of wethouder is de externe 17
klachtenadviseur het seniorenconvent, bijgestaan door de griffier. Bij een klacht over de gemeentesecretaris is dit aan de klachtbehandelaar om te bepalen. 6. De klager wordt schriftelijk en gemotiveerd door de burgemeester in kennis gesteld van de bevindingen van het interne onderzoek en van eventuele conclusies die daaraan worden verbonden. Ook de beklaagde wordt daarover geïnformeerd. Bij de kennisgeving wordt vermeld dat klager zich tot de LKOG kan wenden. 7. NB De burgemeester en de klager hebben het recht om af te zien van interne behandeling. Als één van beide dit schriftelijk kenbaar maakt, wordt de klacht doorgezonden aan de LKOG. 4c: klacht over de burgemeester 1. Er komt een klacht binnen bij de gemeente. Er is geen (interne) klachtbehandelaar, omdat er geen interne klachtbehandeling plaats vindt. Het college is wel beslissingsbevoegd. 2. De klacht wordt doorgezonden naar het LKOG. 4d: klacht over politieke ambtsdrager door andere politieke ambtsdrager bij klacht over wethouder: zie 2a bij klacht over burgemeester: zie 2b bij klacht over raadslid: zie 3a bij klacht over fractievertegenwoordiger: zie 3b 5. Vermoeden van een misstand of een inbreuk op het Unierecht 5. Interne behandeling volgens Regeling melding vermoeden misstand of inbreuk op het Unierecht 5a: melding door persoon die arbeid (heeft) verricht bij de gemeente 1.
Er komt een melding binnen bij de gemeente. 2. Medewerker intern klachtenbureau verstuurt een bericht van ontvangst aan de melder binnen zeven dagen na ontvangst. 3. De werkgever (het college), in de persoon van de burgemeester en na overleg met de gemeentesecretaris, stelt direct na de melding een onderzoek in naar de vermoede misstand, tenzij: a. het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of b. op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand. 4. De werkgever, in de persoon van de burgemeester en na een daartoe strekkend besluit van het college als werkgever, draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn. 5. De werkgever, in de persoon van de burgemeester, informeert de melder schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd; direct nadat het onderzoek ingesteld is. Als de werkgever besluit geen onderzoek in te stellen, informeert de burgemeester de melder schriftelijk binnen twee weken na de melding. Daarbij geeft de werkgever, in de persoon van de burgemeester, aan waarom geen onderzoek wordt ingesteld. 6.
De werkgever (het college), na advies van de gemeentesecretaris, beoordeelt of de afdeling Onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van de melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Als de werkgever, in de persoon van de burgemeester, de afdeling Onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. 7. De werkgever, in de persoon van de burgemeester, informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. 8. De onderzoekers stellen de melder in de gelegenheid te worden gehoord. De onderzoekers zorgen voor een verslag, en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de melder. De melder ontvangt het vastgestelde verslag. 9. De onderzoekers kunnen ook anderen horen. De onderzoekers zorgen voor een verslag en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de persoon die gehoord is. De persoon die gehoord is ontvangt het vastgestelde verslag. 18
10. De onderzoekers kunnen binnen de organisatie van de werkgever alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten. 11. Melders mogen de onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen. 12. De onderzoekers stellen een concept onderzoeksrapport op en stellen de melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. De melder is tot geheimhouding van het conceptrapport verplicht. 13. De onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast. Zij sturen de werkgever en de melder hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. 14. De werkgever informeert de melder uiterlijk binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding schriftelijk over het standpunt met betrekking tot het gemelde vermoeden van een misstand en tot welke opvolging de melding en eventueel het interne onderzoek hebben geleid. 15. Als duidelijk is dat de werkgever het standpunt niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van de melding kan geven, informeert hij de melder daar schriftelijk over. Daarnaast geeft de werkgever feedback over de stappen die al zijn gezet en de procedure die de melder kan verwachten. 16.
Na afronding van het interne onderzoek beoordeelt de werkgever of de afdeling Onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van de melding, van het onderzoeksrapport en/ of van het standpunt van de werkgever op de hoogte moet worden gebracht. Als de werkgever de afdeling Onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift. 17. De werkgever informeert de personen op wie de melding betrekking heeft op dezelfde manier als de melder, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. NB De melder is niet verplicht de melding van een vermoeden van een misstand eerst intern te melden. Hij kan daarvoor ook direct een externe melding doen bij het Huis voor Klokkenluiders. De melder kan ook kiezen voor een externe melding als hij: a. het niet eens is met het standpunt van de werkgever of van oordeel is dat de melding ten onrechte terzijde is gelegd of onvoldoende onderzocht is, of b. niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van zijn melding een standpunt heeft ontvangen over zijn interne melding. NB Als de melding betrekking heeft op een politieke ambtsdrager, neemt de werkgever hierbij voor zover en zoveel mogelijk het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers in acht.
Externe behandeling volgens Regeling LKOG 5b: melding door andere persoon dan die arbeid (heeft) verricht voor de gemeente Geen intern proces, maar externe behandeling volgens Regeling LKOG. 6. Overige klachten 6. Interne behandeling van klacht volgens procedure klachten hoofdstuk 9 Awb (klacht door een ieder over ambtenaar, wethouder, burgemeester of het college of de voltallige raad, als bestuursorgaan of als werkgever) 6a: bij klacht over ambtenaar of inhuurkracht: zie 1a 6b: bij klacht het college (als bestuursorgaan of werkgever): zie 1b 6c: bij klacht over voltallige raad 9 (als bestuursorgaan of werkgever): zie 1c
19