624116 - Bijlage 1 - Belangrijkste wijzigingen Gemeenschappelijke regeling PlusOV
Tekst van het document
Belangrijkste wijzigingen Gemeenschappelijke regeling PlusOV December 2023 Uittreding en beëindiging dienstverleningsovereenkomsten De huidige regeling bevat al een uittredingsregeling voor een gemeente die de samenwerking wil beëindigen. Het uitgangspunt van de uittredingsregeling is niet veranderd (de uittredende gemeente draagt de kosten die het gevolg zijn van de uittreding). De bepalingen over dit onderwerp zijn geactualiseerd en verder uitgewerkt, wat op grond van de gewijzigde Wgr moet. Uittreding is in de nieuwe GR Plus OV als volgt geregeld. Een deelnemende gemeente heeft altijd één of meer dienstverleningsovereenkomsten met PlusOV. Zegt een gemeente alle dienstverleningsovereenkomsten op, dan treedt deze gemeente uit de GR PlusOV (artikel 23). Een gemeente kan ook één dienstverleningsovereenkomst opzeggen, maar nog wel deelnemer blijven (omdat er nog een dienstverleningsovereenkomst voor een ander onderdeel van de dienstverlening is). Er is dan geen sprake van uittreding. Een gemeente die een dienstverleningsovereenkomst wil beëindigen (artikel 22), meldt dit twee jaar voor de beoogde beëindigingsdatum. Het opzeggen van een dienstverleningsovereenkomst is een besluit van de betreffende gemeente (hiervoor is geen instemming van andere gemeenten nodig).
De gemeente die een dienstverleningsovereenkomst opzegt, is echter wel verantwoordelijk voor de financiële consequenties, zoals de kosten van het opstellen van een beëindigingsplan door een onafhankelijke accountant, frictiekosten, schaalnadelen, etc. Zienswijze gemeenteraad bij begroting PlusOV De huidige regeling bevat enkele bepalingen over de manier waarop de begroting van PlusOV wordt vastgesteld. Deze bepalingen worden aangepast. In de nieuwe GR PlusOV staat dat de ontwerpbegroting jaarlijks voor 31 maart aan de raden van deelnemende gemeenten wordt aangeboden. De raden kunnen een zienswijze geven. Bij het vaststellen van de begroting moet het bestuur van de GR PlusOV inhoudelijk reageren op de zienswijzen. Hiermee krijgen de raden een expliciete rol in de begrotingscyclus van de GR (artikel 12). Naamswijziging De naam van de GR wordt aangepast naar Gemeenschappelijke Regeling PlusOV. Daarmee verdwijnt de term ‘basismobiliteit’ uit de naam van de GR. Met ‘basismobiliteit’ werd gedoeld op de ontwikkeling van een breder pakket aan diensten op het gebied van mobiliteit. In de praktijk is hier echter geen sprake van. De nieuwe naam sluit beter aan op het beleidsarme karakter van deze GR. Participatie, evaluatie en informatieplicht De nieuwe Wgr verplicht een GR om in de regeling aandacht te geven aan participatie, evaluatie en actieve informatieplicht.
- Participatie: er wordt een Reizigersplatform PlusOV opgericht (artikel 28). Per gemeente kunnen drie inwoners lid zijn van het platform. Het platform geeft advies aan de directeur van PlusOV. - Evaluatie: het functioneren van de GR wordt elke vier jaar geëvalueerd (artikel 29). Het bestuur bepaalt het doel en de wijze van evalueren. De deelnemende gemeenten krijgen de gelegenheid om hun zienswijze te geven op de uitkomsten van de evaluatie. - Informatieplicht: de GR geeft de deelnemende gemeenten alle gevraagde informatie (artikel 12). Overige wijzigingen Naast de hierboven beschreven wijzigingen, zijn er nog enkele wijzigingen in de nieuwe GR opgenomen: - In de huidige GR zijn de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie in groter detail uitgewerkt dan in de nieuwe GR (artikel 7 is uit de GR verdwenen). Doel hiervan is om de deelnemende
-
gemeenten (per Dienstverleningsovereenkomst) grotere vrijheid te geven in het verdelen van de taken (tussen de BVO en de te contracteren uitvoeringspartners) die samenhangen met de organisatie en uitvoering van het doelgroepenvervoer; Het onderscheid tussen enerzijds het vraagafhankelijk vervoer en anderzijds het routegebonden vervoer dat in de praktijk al bestaat sinds de gedeeltelijke uittreding van de DAZ-gemeenten, is in de nieuwe GR ingebed; De reservepositie van de bedrijfsvoeringorganisatie is verkleind. Er is in de nieuwe GR slechts een (beperkte) algemene reserve opgenomen om risico’s die samenhangen met de organisatiekosten op te vangen; De bestaande regels over de bijdrage die de deelnemers moeten betalen om deel te nemen zijn uitgeschreven en als bijlage bij de GR gevoegd.