CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

604362- bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente ZutphenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Strawinskystraat 2 Zutphen (22:25 uur)12.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien beplanting wordt gerooid worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rust- en/ of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/ vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten).

Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het onderzoeksgebied als 24

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

foerageergebied voor de voorkomende soorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Bomen effect analyse Pius Floris Boomverzorging Deventer op 11 april 2023 een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd en opgesteld. De BEA heeft plaatsgevonden op en rondom het terrein aan de Strawinskystraat 2 te Zutphen. Het doel van een BEA is, inzichtelijk te krijgen welke invloeden de (civiele) werkzaamheden hebben, op de aanwezige bomen. Tevens wordt bepaald hoe om te gaan met de bomen, zodat deze gehandhaafd kunnen blijven. Het voornemen is om het perceel aan de Strawinskystraat 2 her in te richten. De huidige bebouwing wordt gesloopt en er wordt nieuwbouw gerealiseerd. Het perceel ligt in een woonwijk en er staan verschillende bomen. Hierdoor kunnen bij de herinrichting conflicten optreden met de bomen die op en rond het perceel staan. Deze BEA geeft inzicht in de (on-)mogelijkheden rondom de herinrichting en het behoud van de aanwezige bomen. In samenspraak met de gemeente Zutphen is ook de locatie van de Strawinskystraat 2a meegenomen in de BEA. In de rapportage is daarom onderscheid gemaakt tussen Fase I en Fase II van de ontwikkeling. Onderhavige omgevingsvergunning heeft enkel betrekking op Fase I van de BEA en beperkt zich tot het perceel behorende tot Strawinskystraat 2. Het deel van de rapportage voor Fase II wordt daarom buiten beschouwing gelaten.

Hieronder staan de belangrijkste conclusies voor Fase I uit de BEA opgesomt, voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 5. Slopen huidige bebouwing Zoals beschreven kan de sloop van de huidige bebouwing van (zeer) belemmerende invloed zijn op een aantal bomen binnen het projectgebied. Om schade aan boom 13, 23 en 24 te voorkomen wordt aanbevolen om boombescherming volgens de bomenposter ‘Werken rond bomen’ aan te brengen en takken te snoeien die binnen 2 meter van de te slopen bebouwing groeien. De bebouwing dient van binnenuit gesloopt te worden om de negatieve invloed op deze bomen te beperken. Dit zodat vallend puin niet naar de bomen valt en daar schade kan toebrengen. Opbreken verhardingen Zoals beschreven is het opbreken van de verhardingen van invloed op het behoud van boom 13 en 23. Bij behoud van deze bomen, dient het volgende uitgevoerd te worden: De bestrating dient voorzichtig/ handmatig opgebroken te worden om wortelschade te voorkomen binnen de gehele kroonprojectie van de te behouden bomen. Nieuwbouw appartementencomplex Zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven, is het realiseren van nieuwbouw van (zeer) belemmerende invloed op het behoud van een aantal bomen binnen het projectgebied in deze fase. Op de plek van boom 23 en 24 wordt nieuwbouw gerealiseerd.

Alleen grootschalige wijzigingen in het ontwerp leiden tot mogelijkheden voor het behoud van enkele bomen in het projectgebied. De benoemde bomen dienen dan ook als niet te behouden beschouwd te worden. Nieuwbouw bergingen Op de plaats van boom 16 worden gemeenschappelijke (fiets)bergingen gebouwd. Alleen grootschalige wijzigingen in het ontwerp leiden tot mogelijkheden voor het behoud van enkele bomen in het projectgebied. De benoemde boom dient dan ook als niet te behouden gezien te worden. Parkeren & inrit Zoals beschreven worden op de plaats van boom 13 parkeervakken gerealiseerd. Alleen grootschalige wijzigingen in het ontwerp, zoals het opofferen van parkeervakken leiden tot mogelijkheden voor het behoud van enkele bomen in het projectgebied. De benoemde boom dient dan ook als niet te behouden gezien te worden. 25

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Binnen de kroonprojectie van boom 11, 12, 14 en 15 worden parkeervakken aangelegd. De minimale graafafstand vanuit het hart van de stamvoet is >1,50m. Daarnaast dienen boom 14 en 15 voorafgaand aan de werkzaamheden gesnoeid te worden. Het boombeeld van beide bomen is verwaarloosd. Dit betekent dat de snoeimaatregelen in twee etappes uitgevoerd dienen te worden om de minimale vrije doorgangshoogte te bereiken. Conclusie Bomen effect analyse Op basis van de uitgevoerde BEA zijn diverse wijzigingen in het erfinrichtingsplan doorgevoerd, waarbij rekening gehouden is met het behoud van bomen. Zo is het woongebouw verschoven, zijn de bergingen op een andere plek gesitueerd en is het parkeren anders in het plangebied gelegd. Het totaal aantal te kappen bomen kan daardoor worden teruggebracht tot 8 stuks. Het beleid van de gemeente Zutphen is erop gericht dat er volledige compensatie voor de te kappen bomen plaatsvindt in de vorm van herplant. In het erfinrichtingsplan zijn daarom 8 nieuwe bomen opgenomen ter compensatie van de te kappen bomen. Voor de kapvergunning en herplant van de 8 bomen wordt een separate procedure doorlopen. Conclusie Gelet op voorgaande kan worden geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling geen negatieve consequenties heeft voor de ecologische waarden in en rondom het projectgebied zoals beschreven in de Wet Natuurbescherming.

5.9 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG- tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 26

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Er zijn geen stationaire risicobronnen in de nabijheid van de planlocatie die een belemmering kunnen vormen voor het initiatief. Wel is er sprake van mobiele risicobronnen. De planlocatie ligt nabij de spoorlijn 62S.2 (Dieren – Zutphen), de Provincialeweg N348 en de Corridor Rijn Oost-Nederland. De planlocatie ligt op ca. 1,2 - 1,5 km van de 62S.2 (Dieren – Zutphen), de Provincialeweg N348 en de Corridor Rijn OostNederland, maar niet in het invloedsgebieden. Een nadere beschouwing van deze risicobronnen is daarmee niet noodzakelijk. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb).

Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Selectie risicobronnen Er zijn geen stationaire risicobronnen in de nabijheid van de planlocatie die een belemmering kunnen vormen voor het initiatief. Beleidsvisie gemeente Zutphen Met de Beleidsvisie Externe Veiligheid zet de gemeente in op een duurzame en veilige ontwikkeling van de gemeente Zutphen. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. Deze visie gaat in op de samenhang tussen ruimtelijke ordening enerzijds en beheersing en verantwoording van risico’s anderzijds. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Zutphen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. Het toetsingskader voorkomt afwegingen en besluiten op ad hoc basis en brengt consistentie door heldere uitgangspunten en reële ambities. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het in dit document weergegeven externe veiligheidsbeleid in acht.

De uitgangspunten uit deze visie worden verder toegepast bij alle gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbinnen externe veiligheid een rol speelt (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie). Conclusie Voorgenomen ontwikkeling richt zich op de realisatie van 24 zelfstandige wooneenheden in een bestaande woonwijk. Voorgenomen ontwikkeling brengt geen externe veiligheidsfactoren met zich mee. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving van het projectgebied geen risicobronnen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. 27

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

5.10 Cultuurhistorie en Archeologie 5.10.1 Wettelijk kader Artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Om die reden is in deze ruimtelijke onderbouwing een paragraaf cultuurhistorie opgenomen. 5.10.2 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In paragraaf 2.2 is nader ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het projectgebied. Er zijn geen cultuurhistorische waarden in het projectgebied aanwezig. 5.10.3 Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek.

Als blijkt dat in het projectgebied behoudens waardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Conclusie Het projectgebied heeft op de kaart ‘Zuid-Ooostkwartier Archeologie’ van de gemeente Zutphen geen aanduiding voor een archeologische verwachting gekregen. Daarnaast betreft voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een woongebouw grotendeels op de plek van de voormalige (maatschappelijke) bebouwing. Geconcludeerd wordt daarom dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling.

5.11 Verkeer en parkeren Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die hierdoor ontstaat. Hierbij geldt dat voor de parkeersituatie op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Een bouwplan of ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, dient te worden getoetst aan het ‘Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren’. In dit bestemmingsplan is het projectgebied aangeduid als onderdeel van gebiedsaanduiding ‘Overige zone parkeernormen rest bebouwde kom’ wordt normering van CROW publicatie 381 gehanteerd. Het beoogde plan gaat uit van zelfstandige wooneenheden voor starters en senioren van ca. 30 m2. Dit type woning valt onder de categorie Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten). Binnen het gebied ‘Overige zone - parkeernormen centrum’ geldt voor Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten) een parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per wooneenheid. Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 24 zelfstandige eenheden. In het erfinrichtingsplan zijn daarom in totaal 14 parkeerplaatsen opgenomen. De ontwikkeling voldoet hiermee aan de parkeernorm van de gemeente Zutphen voor het beoogde type woningen. Voor het fietsparkeren wordt een gemeenschappelijke fietsenberging gerealiseerd.

Daarnaast wordt er voor het gebouw ruimte gereserveerd voor een fietsenstalling voor bezoekers en gasten, die mee-ontworpen zal worden in de buitenruimte

28

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Conclusie Voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals door de gemeente Zutphen wordt voorgeschreven. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.12 Milieueffectrapportage Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben, kan een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald voor welke ontwikkelingen een m.e.r. verplicht is. Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage 1994 gewijzigd. Met deze wijziging kan niet langer worden volstaan met toetsing van m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten aan de drempelwaarden. Indien een activiteit onder de drempelwaarde ligt zal alsnog moeten worden getoetst aan de Europese richtlijn. Gezien de activiteiten die het zogenoemde ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ mogelijk maakt en de activiteiten die worden genoemd in de C-lijst in de bijlage bij het Besluit m.e.r., is geen sprake van een m.e.r.-plicht. Wel is in de D-lijst de volgende categorie opgenomen:

Afbeelding 5.1: Categorieën waarvoor de vormvrije mer-beoordeling van toepassing is (Bron: Besluit m.e.r.) In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van een m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: ■ een oppervlakte van 100 hectare of meer, ■ een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of ■ een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Voornoemde drempel wordt met de realisatie van 24 zelfstandige wooneenheden ruim onderschreden (12 woningen ten opzichte van 2.000 woningen). Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit plan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook eerder wordt aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich ervan te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.

29

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Conclusie projectgebied Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de beschreven milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken.

30

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet ruimtelijke ordening. De verwezenlijking van het initiatief is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft planschade sluit de gemeente met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst af. Het initiatief wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inloopbijeenkomst Op 22 juni 2023 is een inloopbijeenkomst georganiseerd voor omwonenden van het projectgebied. Bewoners van de Bartokstraat en Strawinskystraat hebben hiervan een uitnodiging ontvangen. Tijdens de bijeenkomst zijn de ontwerptekeningen getoond en is er informatie over de plannen gedeeld. Daarbij is er de gelegenheid geweest om vragen te stellen over de ontwikkeling aan de initiatiefnemer en adviseur. Voor de verslaglegging van de inloopbijeenkomst wordt verwezen naar bijlage 6 van deze ruimtelijke onderbouwing. Op basis van de reacties is de breedte van de inrit naar de parkeerplaats met 1 meter verruimd, middels het inkorten van de hagen aan weerszijde van de inrit. Dit om een ruimere bochtstraal te realiseren om het in- en uitrijden van de parkeerplaats te vergemakkelijken, onder meer voor wanneer er auto’s op Strawinskystraat geparkeerd staan. Procedure Voor onderhavig ontwerpbesluit wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bevoegd gezag stuurt de aanvraag en het ontwerpbesluit toe aan de betreffende instanties in het kader van het vooroverleg. De ontwerpbeschikking wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens de ter inzage is het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen.

Tegen het definitieve besluit kunnen alleen belanghebbenden bezwaar maken en in beroep gaan.

31

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

7. Conclusie en afweging Voorliggend initiatief inzake de realisatie van een kleinschalig woongebouw met 24 zelfstandige wooneenheden van ca. 30 m2 voldoet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening. Er is geen sprake van strijdigheid met de belangen van het Rijk of de provincie Gelderland. Daarnaast levert de voorgenomen realisatie van het woongebouw geen onevenredige overlast op voor haar omgeving. Het initiatief leidt niet tot onevenredige toename van verkeer. Omliggende bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. Het woongebouw voorziet in 24 zelfstandige wooneenheden voor starters waaraan grote behoefte is. Ook zijn er geen overtredingen van de flora en faunawetgeving. Het voornemen is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het initiatief past binnen het beleid van de gemeente Zutphen en voorziet in een kwalitatieve verbetering van de bestaande woonwijk.

32

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bijlagen Bijlage 1. Akoestisch onderzoek

33

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bijlage 2. Bodemonderzoek

34

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bijlage 3. Quickscan natuurwaarden

35

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bijlage 4. Aerius-calculatie

36

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bijlage 5. Bomen effect analyse

37

Ruimtelijke onderbouwing Strawinskystraat 2 Zutphen

B+O Architectuur en Stedenbouw

Bijlage 6. Verslaglegging inloopbijeenkomst omwonenden 22 juni 2023

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=f92b4d2e-561d-4438-9357-ef4540cdf9e4