600808 - Bijlage 2 - Kerkhofweg13_Toelichting
Tekst van het document
Kerkhofweg |3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk
|
Inleiding Aanleidng Ligeing en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
2
Planbeschrijving Huidige situatie Beoogde situatie
3
Beleid
E} 12
13 14
Hoofdstuk 21
22 Hoofdstuk 32
Inleiding Rijsbeleid
33
Provinciaal beleid
34
Regionaal beleid Beleid waterschap Gemeentelijk beleid
34
35 36 Hoofdstuk
4
Miieu-
en omgevingsaspecten
Miieu
4
42
Flora en fauna
43
Water
44
Archeologie
45 46
Verkeer en parkeren Kabels en leidingen
47
Econornische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk
5
52 Hoofdstuk 61 62 63 64
Uitvoerbaarheid
Algemeen Dit bestemmingsplan
5
6
Procedure
Resultaten omgevingsproces Resultaten ter inzage legging ontwerpbestemrningsplan Vooroverlegreactie provincie Gelderland Vooroverlegreactie waterschap Rijn en IJssel
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Toelichting Hoofdstuk LI
|
Inleiding
Aanleiding
De inititiefnemer is voomemens om de locatie aan de Kerkhofweg |3 te ontwikkelen voor woningbouw: Het plan voorziet in
de realisatie van 6én vrijstaande woning. De initiatiefnemer heeft een vooradvies aangevraagd bij de gemeente Zutphen.
De
gemeente Zutphen verleent medewerking zan het realiseren van de gewenste woning 2angezien de woning een aanvuling
geeft op de bestaande woningvoorraad. Het inftiatief past binnen de woonvisie en de kayel gt direct naast het prioriteitsgebied 'Leesten Oost’.
De nieuwe ontwikkeling moet aansluiten bij de massa en uitstraling van de omgeving. Volgens het geldende bestemrmingsplan mag een woning alleen binnen een bouwviak gebouwd worden. Een bouwvlak op de gewenste locatie ontbreekt, waardoor
woningbouw niet mogelik . De realisatie van de woning wordt juridisch-planologisch mogeijk gemaakt door midde! van het onderhavige bestemmingsplan.
12
_ Ligging en begrenzing van het plangebied
De initatiefnemer is woonachtig aan de Kerkhofweg 13, een locatie gelegen ten zuiden van de kem van Wamsyeid binnen de
gemeente Zutphen. In fguur |.1 is de locatie weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is weergegeven in fguur 12
Het plangebied is gelegen aan de Kerkhofweg 13 te Wamsweld en maakt deel uit het kadastrale perceel gemeente Wamsveld, sectie K, nummer 791
en gemeente Zutphen,
sectie O, nummer
3043.
Het totale oppervlak van de kadastrale percelen
bedraagt circa 2.375 m?. In iguur |.2 is de begrenzing van het plangebied voor de nieuwe woning weergegeven. Legenda
eangees
*
opentopo
Llycens zoawene t
3
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Legenda
lycens
aa
Figuur 1.2: Begrenzing van het plangebied
13
Vigerend
bestemmingsplan
Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemrmingsplan "Leesten’. door de gemeente Zutphen vastgesteld
4
Dit bestemmingsplan is op
17 juni 2013
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Panesed Luchtfoto 2022 Ortno 8m
RGS
Enkelbestemming Wonen
Enkelbestemming Tuin
Dubbelbestemming Waarde - Laag Bekende Archeologische Waarde Enkelbestemming Maatschappelijk
Enkelbestemming Verkeer
Enkelbestemming Woongebied-2
lycens Figuur
1.3: Uitsnede bestemmingsplan
Het
plangebied
rousnno
'Leesten®
heeft de enkelbestemming
"Wonent
en de enkelbestemming
"Tuin.
Daaraast
kent het plangebied
de
dubbelbestemming 'Waarde - Laag Bekende Archeologische Waarde". De realisatie van een nieuwe woning past niet binnen de huidige regeis. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelik.
14
_ Leeswijzer
Het
bestemmingsplan
bestaat
uit een
verbeelding,
regels
en
deze
toelichting.
De
toelichting
is opgebouwd
uit zes
hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. Hierin worden de huidige en gewenste situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond voor wat
betreft het overheidsbeleid. Hoofdstuk 4 toont de haalbaarheid ten opzichte van de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 volgt de wijze van bestemmen, waarin uiteengezet wordt hoe het in hoofdstuk 2 beschreven plan juridisch i vertaald naar de
verbeelding en de regels, Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid toegelicht.
5
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Hoofdstuk 21
2
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied lgt ten zuiden van Wamsveld en lgt ten oosten van de woning van de Kerkhofweg 13. Het plangebied i niet bebouwd en was voorheen een weide waarop enkele schapen graasden, In de loop van de jaren is deze weide in gebruik als brede zijtuin. Aan de voorkant van het plangebied grenst een 50-ilometer weg waarbij de bushalte naast de inît van het plangebied staat. Direct ten zuiden van de locati lgt een nieuwe woonwijk genaamd Leesten-Oost. plangebied.
Hieronder volgen een aantal foto's van het
Figuur 2.|: Plangebied in de huidge stuatie
6
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Figuur 2.2: Plangebied in de huidge stuatie
Fguur 2.3: Luchtfoto begrenzing plongebied
22
Beoogde
situatie
De indeling van het plangebied is gebaseerd op de wens van de inftiatiefnerner om zijn kavel te spltsen ten behoeve van de bouw van een nieuwe vristaande woning. Om een extra woning op deze plek toe te voegen is het van groot belang om deze
stedenbouwkundig zorgvuldig in te passen Het voorstel is om de kave te splitsen in twee percelen van circa 1.483m? en 883m?. Het perceel dient het groene karakter te behouden door maximaal 50% van de kavel te verharden. Qua kleur- en materiaalgebruik wordt aangesloten bij de bestaande woningen in het historische lint. De erfafscheidingen die vanaf de openbare ruimte zichtbaar zijn, worden groen uitgevoerd. Er wordt gestreefd om zo veel mogelijk de bestaande bornen aan de achterkant te behouden. De voorgevel roolln ligt net als bij de bestaande bebouwing op |O meter vanaf de voorste erfscheiding.In figuur 24 is een impressie gegeven van de beoogde inrichting van het plangebred.
7
bestemmingsplan Kerkhofweg3
iguur
2.4: Impressie kavel
langebied
Parkeren
Het plangebied wordt via de bestaande oprit ontsloten. Deze oprit s gepositioneerd aan de noordzijde van het plangebied. In
de huidige sítuatie is deze oprit l toegankelk en verhard, op deze wijze is er geen aanpassing nodig aan het huidige straatbeeid. Op het nieuwe perceel s plaats voor het parkeren van rinimaal twee motorvoertuigen.
Beeldkwaliteit
De nieuwe woning wordt conform het stedenbouwkundige advies van de gemeente Zuiphen en het ontwerpbureau BDP uitgewerkt en voldoen daarmee aan de nota omgevingskwaliteit Dit advies s opgenomen in Biage I Stedenbouwkundig advies
van de toelichting van dit bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Kerkhofwegl3
Hoofdstuk 31
3
Beleid
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden de worden getoetst aan het voorgenomen plan
32
Rijksbeleid
321
Structuurvisie
Infrastructuur
en
Ruimte
De Structuuvisie Infrastructuur en Ruimte bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert
n nuimtelike ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In 2012 is deze visie officeel in werking getreden.
In deze
structuurvisie schetst het Rijk ambties voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelikheden van het Rjk zijn de
ambities uitgewerkt in riksdoelen tot 2028, daarbijis aangegeven welke nationale belangen aan de orde zin. De tijdshorizon s gesteld, omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijsteling van de rijsdoelen. Voor
de ambities zijn risinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rikskaders (begroting) zin randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van
d rijsambties. De ruimtelike waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschilende belangen.
In
de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen w verwezenljken. Dit zorgt voor een duidelik overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rjk heeft opgesteld.
Doonwerking
in voorliggend
plan en conclusie
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet speciiek uit over dergelike lokale ontwikkelingen. ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie.
322
Besluit algemene
regels ruimtelijke
ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke
De voorgenomen
ordening (Bro)
Het Barro is op 30 december 201 in werking getreden. In het Barro worden een aantal projecten die van Rijksbelang zijn genoemd en met behulp van digftale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelike plannen moeten voldoen. Binnen het Barro komen de volgende onderdelen aan bod * _ Project Maînportontwikkeling °
Rotterdam:
e
Kustfundament;
*
Grote rivieren;
* _ Waddenzee en waddengebied: *
Defensie;
*
Erfgoederen van uitzonderijke universele waarde.
Doonwerking
in voorliggend
plan en conclusie
De geplande ontwikkeling i kleinschalig en is gelegen in bestaand stedelik gebied, de ontwikkeling valt hierdoor niet onder de nationale belangen waar het Barro beleid voor is opgesteld.
323
_
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedeljing geïntroduceerd. Deze ladders per I oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelike ordening (arikel 3.1.6, d 2) opgenomen. Op | juli 2017 is de Ladder n het Besluit ruimtelike ordening gewijigd. Aanleiding voor de wijiging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking i een goede ruimtelke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt
9
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelik inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelik gebied’ en 'stedelijke ontwikkeling:
In de Bro zijn in artikel |.1 definities opgenomen voor: *
bestaand
stedelij
dienstverening,
gebied:
'bestaand
stedenbouwkundig
bedrijvigheid, detailhandel
of horeca,
samenstel
van
bebouwing
alsmede de daarbij behorende
ten
behoeve
openbare
van
wonen,
of sociaal culturele
voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’
+
stedelijke
ontwikkeling
‘ruimtelijke
ontwikkeling
van
een
bedrijventerrein
of zeehaven
terrein,
of van
kantoren,
detaihandel, woringbouwiocaties of andere stedelijke voorzieningen.”
Bi het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de antoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische
besluiten, ook als het feftelijk nog niet i gerealiseerd (harde plan capaciteit). Doorwerking
in voorliggend
plan en conclusie
In het voorliggende plan wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan |1 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel |.I.I, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling blikens jurisprudentie n beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedeliking is daarmee niet noodzakelik. Het onderhavige
plan heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Bro.
324
_
Wet natuurbescherming
De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt vanaf | januari 2017 drie wetten. Dit betreffen de Natuurbeschemingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: e _ bescherming van de biodiversiteít n Nederland: * _ decentralisatie van verantwoordelijkheden; e vereenyoudiging van regels Voor beschermde Natura 2000-gebieden geldt dat er voor projecten en handelingen geen verslechtering van de kwalieit van de habitats of een verstorend effect op de soorten waarvoor het gebied s aangewezen, mag optreden. Binnen de Natura 2000-gebieden zijn de Vogelrichtljn- en Habitatrichtlngebieden te onderscheiden. De Vogelrichtijn (vastgesteld in 1979 s een regeling van de Europese Unie (EU) die tot doel heeft l in het wild levende vogelsoorten op het grondgebied van de EU te beschermen, De lidstaten van de EU zijn verplicht voor alle vogelsoorten die in hun land leven, leefgebieden van voldoende grootte en kwaliteit te beschermen. De Europese Habitatrichtlijn (vastgesteld in 1992) beoogt de biologische diversiteit te waarborgen door het in stand houden van de (hal)natuurlke leefgebieden en de wilde flora en fauna. De Habitatrichtjn is gericht op de bescherming van soorten en natuurijke habitats, Hiervoor zin eveneens speciale beschermingszones aangemeld. Doonwerking
n voorliggend
plan en conclusie
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied en deze gebieden liggen ook niet n de directe nabiheid van de plangebieden. 3.3
Provinciaal
beleid
331
Omgevingsvisie
Gelderland
2018
De Omgevingsvsie van Gelderland is op 9 juii 2014 door de Provinciale Staten vastgesteld. In de jaren na de vaststeling hebben er nog een aantal actualiatie rondes plaatsgevonden, wat heeft geresulteerd in een geconsolideerde versie van de Omgevingsvsie 2018 In de vie wordt beschreven hoe de provincie bijdraagt aan een toekomstbestendig bijdrage i vertaald in twee hoofddoelen: I
2
een
duurzame
economische
Gelderiand.
De toekomstbestendige
structuur;
_ het borgen van de kwalteit en veligheid van onze leefomgeving
De economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, hiervoor zijn een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden van belang. Maar dit betekent ook het borgen van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderiand Doonwerking
n voorliggend
plan en conclusie
De Omgevingsvsie Gaaf Gelderland beslaat het plangebied. In deze Omgevingsvsie heeft als doel het centraal zetten van een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Deze doelen worden verdiept door midde! van 7 ambities:
10
bestemmingsplan Kerkhofweg3
seuswrnOm
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer
Circulaire economie: Sluiten van kringlopen Biodiversiteit werken Bereikbaarheid:
met de natuur
duurzaam
verbonden
Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio!
Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam deze doelen toe te passen in de voorgenomen
energietransitie, beschermend
een
beschermend
klimaatbeleid,
ontwikkeling wordt
extra aandacht geschonken
voortvarend
innovatief circulair beleid,
een
beleid voor biodiversiteit, efficiënte, duurzame
en
aan een versnelde
een
stimulerend
en
en innovatieve bereikbaarheid, een duurzaam, dynarmisch en
toegankelijk economisch vestigingsklimaat en een duurzaam en divers woon- en eefklmaat. De
Omgevingsvisie
bestaat
uit meerdere
themakaarten;
het
Ruimtelij
beleid, Waterbeleid,
Miieubeleid en
Natuur-
en
landschapsbeleid. Het plangebied valt binnen het windenergie aandachtsgebied. Dit is voor de voorgenomen ontwikkeling geen relevante beleidskaart en heeft geen consequenties voor het plangebied. Windenergie aandachtsgebied J
Thems:erergie Gebiedsbegrenzing:exact
Gm
D
i
em G
e
etgen
onpstenr
e e G
engeae
Figuuwr 3.|: Plangebied in Omgevingswisie Gelderland (gelegen bij de rode marker)
In de voorgenomen ontwikkeling wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen de bestemming Wonen, deze ontwikkeling sluit daarmee aan bij de ambitie van de províncie Gelderland om een aanbod aan woningtypen en woonmiieus te hebben, dat
past bi de diversiteit van de woning vraag past: voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning.
332
_ Omgevingsverordening
Gelderland
De Omgevingwerordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvsie te realiseren. Om samen een Gaaf
Gelderland te bereiken, wordt de focus bij het uitvoeren van de taken op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderiand gelegd. In de verordening zin alleen regels opgenomen als dít nodig is om de provinciale ambties waar te maken of
wettelike plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regeis op het gebied van ruimteljke ordening, mileu, natuur, water, verkeer en
bodem in deze verordening opgenomen. Doorwerking
in voorliggend
plan en conclusie
De ontwikkeling is getoetst aan de regels uit de Omgevingsverordening Gelderiand.
De volgende relevante thema's hebben
‚een doonwerking op de voorgenomen ontwikkeling.
t
bestemmingsplan Kerkhofweg3
glastuinbouwbedrijf buiten een
glastuinbouwontwikkelingsgebied Thema:
andbouw
Gebiedsbegrenzing:exact
Figuur 3.2: Plangebied in Omgewingsverordening
Gelderland
(gelegen bij de rode marker)
Voor het plangebied gelden de regels voor een glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied. Echter heeft deze regel geen betrekking op de voorgenomen ontwikkeling. Een verdere toetsing aan de Omgevingsverordening Gelderland is daarmee niet noodzakelik.
333
_ Afsprakenkader Woningbouwprogrammering
Stedendriehoek
20152024
De 8 gemeenten (Deventer, Apeldoom, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) van de Clean Tech Regio hebben gezamenlijk en in afstemming met de provincies Gelderand en Overissel een Regionale Woonagenda 20/8-2026 opgesteld, Deze Woonagenda i in november 2018 door de betrokken gemeenten vastgesteld en vervangt daamee het vorige Afsprakenkader Woningbouwprogramrmering Stedendriehoek 2015-2024. Uitgangspunt voor de Woonagenda is om recht te doen aan de variëteit aan kwalieiten in de Clean Tech regio, De Woonagenda past binnen de kaders van de koers van de provincie Gelderland zoals vastgelegd in 'Ruimte voor goed wonen’.In de Woonagenda 2015 tot en met 2024 was voor de gemeente Zuiphen een netto woningbouw aantal voor |.100 woningen vastgelegd. Netto houdt in dat bij het woningbouw aantal al rekening is gehouden met sloop en administratieve onttrekkingen van woningen. In de nieuwe Woonagenda 2018 kan worden gebouwd binnen een maximale bandbreedte en is er meer aandacht voor maatwerk. Hierbij gaat het om wat Ís kwalitatief goed voor Zutphen i alshet om bouwen en wonen gaat. Voor de gemeente Zutphen betekent dat op basis van de bevolkingsprognose (Primos 2016), actuele migratiecijfers en de noodzaak om de zwakke socieal economische positie te versterken netto 225 woningen meer dan de vorige 1100 woningen mogen worden gebouwd.
Het gaat in de Woonagenda 2018-2026 om mamaal 1325 woningen netto. Aan de hand van deze nieuwe maximale bandbreedte zin keuzes gemaakt. De kwalitatieve afspraken in de nieuwe regionale woonagenda mbt. Sterke steden, Verduurzamen, Wonen en Zorg, maar ook beleidsmatige, ruimtelike, uridische en financiële aspecten van onze lokale woningbouwplannen zijn integraal afgewogen. De ontwikkeling aan de Kerkhofweg 13 past binnen de gemaakte afspraken. Doonwerking
n voorliggend
plan en conclusie
Ten aanzien van de Omgevingsverordening Gelderland zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'wonen' relevant. In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zjn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelik de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio, Er i bij de planvoming aan de Kerkhofweg 13 sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelik gebied. Het initiatief voorziet in de realisatie van 6én nieuwe woring.
Deze woning past bij de woningbehoefte in Zutphen. Het plan is overeenstemming met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Woonagenda Clean Tech regio 2018 en daarmee ook met de provinciale Ômgevingsverordening.
12
bestemmingsplan Kerkhofweg3
34
_ Regionaal beleid
341
_
Regionale
Structuurvisie
Stedendriehoek
2030
De Regionale Structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek 2030 is vastgesteld in mei 2007 door de gemeenteraden van Apeldoom, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen. De structuurvisie bevat de gemeenschappelike ambities voor de lange termijn tot 2030. De gemeenten streven naar een hoogwaardige ruimtelke ontwikkeling van de Stedendriehoek als geheel Behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon- werk- en recreatiegebieden, met een geliktjdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw staat centraal. Om deze centrale doefsteling concreet te maken, zijn de volgende vijf strategische keuzen geformuleerd: © _ duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelike ontwikeling; © natuur landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; « _ stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen: * _ toevoegen van centrumstedelik en landelijke woonmilieus De structuurvisie omvat een duurzaam ruimtelik structuurbeeld voor de lange termijn 2030. Dit beeld laat zien hoe de betrokken partners van de Stedendriehoek wilen omgaan met de ruimteljke ontwikkeling van het bundelingsgebied Stedendriehoek.
Doonwerking
n voorliggend
plan en conclusie
Voorliggend plan betreft een dusdanig kleine lokale ontwikkeling die niet in strijd is met het ruimtelij beleid van de Stedendriehoek. Een nieuwe woning wordt gerealiseerd in een bestaand bebouwingslnt. Dit past binnen de geformuleerde doesteling.
35
Beleid waterschap
351
_ Waterbeheerprogamma
2022-2027
Dit Waterbeheerprogramma is een actualiatie van het Waterbeheerplan 2016-202I. Het Waterschap Rijn en Issel heeft in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 haar beleid vermeld. Dit programma is opgesteld met alle wateroverheden en met nauwe samenwerking met alle gebiedspartners. De opdracht van het Waterschap s te zorgen voor bescheming tegen overstromingen, het gebied kiimaatrobuust maken, het verhogen van de kwaliteit van het water en de omgeving en het inzetten voor het beperken van de klmaatverandering door circuairte werken en zo min mogelk grijze energie te gebruiken. Aandachtspunten zijn het op orde brengen en houden van het watersysteem, een betere balans ontwikkelen tussen te nat en te droog (het voorraadbeheer van grond- en oppervaktewater), gebruik maken van een gebiedsgerichte aanpak en het vergroten van de kennis over water en klmaat.
352
_
Watervisie
2030 waterschap
Rjn en IJssel
In de toekomst zal hoogwater vaker en in grotere omvang gaan voorkomen. om daarop voorbereid te zijn wekt het Waterschap met een risicobenadering, die inhoudt dat de gevolgen van een doorbraak binnen een dijkring meewegen in het bepalen van het gewenste beschemingsniveau. in het landeljke denken over waterveiligheid is het principe van meeriaagsveiigheid gemeengoed geworden. dit principe gaat uit van drie manieren van risicobeheersing:dijken op orde hebben
‚en houden, bescherming door ruimtelijke (her)inrichting achter de diijken en een effectieve regionale rampenbestrijding. Dit wordt gereaiseerd door een hoog niveau van beheer en onderhoud van het Waterschap. Het beheer van het water in stedelijk gebied vergt eigen accenten vanwege de grote bewoningsdichtheid en bedrijvigheid. Het Waterschap verzorgt het beheer en onderhoud van de watergangen in het stedelik gebied. Bij aanpassing of aanleg van stedelik gebied wordt geadviseerd door het Waterschap het stedelijk water zo in te richten dat dit minder kwetsbaar wordt voor de belasting met voedingsstoffen. Ook wordt gestimuleerd dat regenwater niet meer voorkomt bij het afvalwater door het afkoppelen van het riool en het laten beleven door burgers. Doorwerking
in voorliggend
plan en conclusie
In paragraaf 43 wordt 2andacht besteed aan de watertoets op grond van het Besluit ruimtelike ordening waarin concreet wordt ingegaan op de relevante waterthema's en het effect van het plan daarop.
13
bestemmingsplan Kerkhofweg3
36
361
Gemeentelijk
_
Woonyisie
beleid
gemeente
Zuiphen
2019-2024
Deze woonvisie is een actualisatie van de woonvisie 2013-2017. Er is bewust gekozen voor actualiseren in plaats van een geheel nieuwe woonvisie op te stellen: de zes thema's uit de vorige woonvisie zijn nog steeds actueel en behoeven nadere verdieping en uitwerking. Gemeente Zutphen identifceert een aantal opgaven waar ze, as het om het wonen in de gemeente gaat, echt mee aan de slag moet. Op basis daarvan formuleert ze drie woonambities en beschrijft ze strategische acties hoe ze ambities wi realiseren.
Het is in Zutphen en Wamsveld goed wonen. Gemeente Zutphen gaat aan de slag met een aantal woonopgaven: Demografische ontwikkeling: Kwaliteitsslag n de bestaande woningvoorzad: Doorgaan met werken aan een beter woonevenwicht; Doorstroming en toegankelijkheid van de woningmarkt; Bljvende aandacht voor wonen en zorg en ondersteuning in de woning: Nieuwe samenwerkingsverbanden.
Snswn-
Aan de hand van deze opgaven is de volgende gemeentelijke visie 2019-2024 op het wonen gemaakt: "Zutphen, daar wil i wonen!. Zutphen geat uit van drie woonambities die onderling sterk met elkaar samenhangen, elkaar ondersteunen en/of versterken, Deze ambities dragen allemaal b aan de vier doelen van het gemeentelijke Focustraject om ook met wonen de sociaal economische kracht van de gemeente en haar inwoners te versterken. Voor de uitvoering van de ambities zijn een aantal strategische acties benoemd. * _ Ambitie |: Sterke positie als centrumgemeente + _ Ambitie 2: Ambitieus n energietransitie en verlagng van woonlasten + _ Ambitie 3: Sociaal-economisch evenwicht in woonwijken Doonwerking
in voorliggend
plan en conclusie
Met de toeyoeging van een nieuwe woning draagt voorliggend plan bij aan een kwaliteitslag in de bestaande woningvoorraad. Daamaast draagt deze ontwikkeling bij aan de doorstroming en toegankelikheid van de woningmarkt Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kaders van de woonsie van Gemeente Zutphen.
362
_
Groenatlas
Samenwerken
aan een duurzame groenstructuur
In 2012 is de Groenatlas 'Samenwerken aan een duurzame groenstructuur’ vastgesteld. Hierin is de visie verwoord op de groenstructuur vanuit natuur, milieu en ruimte met daarin een heldere beschrijving van eindbeelden, beheerkaders en ontwikkelingsstrategieën. De groenatlas omvat een uitwerking voor het groen in kemen van Zutphen en Wamsveld, de wijken Noordveen, Centrum, De Hoven, Mars, Waterkwartier, Zuidwijken, Wamsveld en Leesten. Daamaast bevat het een uitwerking voor het groen langs randen en de overgangszone van de kernen naar het buitengebied en de belangrijkste hoofdstructuren van wegen water- en landschapsstructuren in het buitengebied. De doefsteling s het behoud en de uitbreiding van bestaande boom. en groenstructuren ter behoeve van veilg ecologisch waardeyol en vitaal groenbestand Doonwerking
n voorliggend
plan en conclusie
Met het voorliggende plan bliven belangrjke groenstructuren behouden. Tevens worden nieuwe groenstructuren toegevoegd, in de vorm van groen uitgevoerde erfafscheidingen in de voortuin aan de voor- en zijkanten. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kaders van het groenbeleid.
363
_
Westandsnota
Bouwplannen kunnen pas uitgevoerd worden als daarover een positief welstandsadvies is gegeven. Het westandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Het welstandstoezicht is vastgelegd in de welstandsnota van de gemeente. In deze nota zijn uitgangspunten en criteria opgenomen voor het welstandsoordeel. Het oordeel van de welstandscommissie ís volgens de Woningwet gericht op het uiterlijk en op de plaatsing van het bouwwerk. Elk gebied heeft een westandsniveau. Dit geeft zan in welke mate de
gemeente welstand inzet in een bepaald gebied. Het welstandsbeleid kent 3 niveaus. Op
de kaart met verschilende westandsriveaus
heeft het plangebied
niveau
2 toebedeeld
gekregen.
Hieronder vallen
gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente geen topprioriteit hebben, maar waar wel aanleiding is om alert te blven op de ontwikkeling van de ruimteljke kwaliteit Bij deze beoordeling wordt gelet op de relatie met de omgeving, het
bouwwerk op zichzelf alsmede de detaillering, voor zover van essentieel belang voor het totaalbeeld.
14
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Doonwerking
in voorliggend
plan en conclusie
Voor realisatie van de voorgenomen ontwikkeling is een advies opgesteld welke is bijgevoegd in Biage |. Om het karakter van de omgeving te behouden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden, wordt de woning aansluitend op de bestaande bebouwing van het aanliggende perceel gerealiseerd. Het perceel behoud haar open karakter door middel van een
erfafscheiding van maximaal | meter hoogte aan de voorzijde en een verharding van maximaal 50% van de kavel. Met het opstellen van de stedenbouwkundige kaders past de voorgenomen ontwikkeling binnen de gemeentelike welstandsnota.
15
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Hoofdstuk 41
Milieu
411
Bodem
4
Milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van de voorgenomen
ontwikkeling
i het veldwerk uitgevoerd
op
17 mei 2022
door Lycens
BV.
De
veldwerkzaamheden zin onder certifcaat (K46918/11) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek! en de daarbij behorende protocolien. Dit verkennend bodemonderzoek, samen met de resuitaten zijn te lezen in Bilage 4 Onderzoek
Op basis van dît onderzoek wordt gesteld dat er een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond is in de baksteen- en kolengruis houdende bovengrond. Op basis van de rekenregels voldoen beide mengmonsters echter aan de achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Daamaast Ís een grondwateronderzoek
uitgevoerd en i de peilbuis na plaatsing op |7 mei 2022 en voor bemonstering conform NENS5744:201 | op 24 mei 2022 door Lycens BV. doorgepompt.In het grondwater z licht verhoogde concentraties aan barium en nikkel aangetoond. Aangezien met betrekking tot de licht verhoogde concentraties aan barium en nikkel geen antropogene bron bekend is zijn barium en nikkel vermoedelij van nature in verhoogde concentraties in het grondwater aanwezig
De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, ons inziens, milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van het plangebied. De gestelde hypothese dat het plangebied als "onverdacht” beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters Ís niet juist gebleken op basi van de aangetoonde licht verhoogde gehaften aan lood en PAK in grond en de icht verhoogde concentraties 2an barium en nikkel in het grondwater. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied. Bovendien vormen de gemeten gehalten (grond) en concentraties (grondwater) geen belemmering voor het toekomstige gebruik van het plangebied Conclusie
De bodernkwaliteit ter plekke van het plangebied is geschikt voor het gebruik als wonen en vorrnt geen belemmering voor de beoogde bestemmingsplanwijziging.
412
Lucht
Het wettelik kader met betrekking tot de luchtkwaliteit s sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) n in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NBM
(Regeling NIBM). programma aangepakt
In titel 5:2 van de Wm
is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld: In dt
staat onder andere beschreven
wanneer
en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen
moet
worden
In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten de niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit Voor een
woningbouwiocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan woningen omvat (met de bijvehorende verkeersbewegingen).
1500
Ter plaatse van de woning is geen sprake van een feitelijke of
dreigende overschrijding van een grenswaarde van de luchtkwaliteít uit biage 2 van de Wet mileubeheer. Het woon- en leefklmaat is daarom aanvaardbaar. Onderzoek
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van één woring, ditis ruimschoots minder dan 1.500 woningen. Er is ‘daarom sprake van een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan een versiechtering van de luchtkwaliteit. Er is een
aanvaardbaar woon-
en leefklimaat.
Conclusie
Gezien het vorenstaande, vormt het aspect luchtkwaliteit n voorliggend plan geen belemmering.
16
bestemmingsplan Kerkhofweg3
413
_
Geluid
Een nieuw te realiseren woning betreft. conform de Wet geluidshinder (Weh), een geluidsgevoelig object. De Wh heeft als doel het terugdingen van hinder als gevolg van geluid, De wet stelt bepaalde eisen aan de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Op baris van deze wet dient bi de vaststeling van een bestemmingsplan aandacht e worden besteed aan het aspect geluid door de akoestische situatie te beoordelen, De geluidsbronnen die de Wet geluidhinder behandett zjn industrielawaai, verkeerslawaai en railverkeerslawaai. Industrielawaai en railverkeerslawaai zijn bij dit plangebied niet van toepassing, omdat er geen spoorwegen en industriegebieden in de nabije omgeving gelegen zin Onderzoek
De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer enof door inrichtingen, het woonrmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dt in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Omdat de nieuwe woning in de geluidszone van de Kerhofweg ligt is onderzoek gedaan. Het onderzoek is opgenomen n Bijage 2 Akoestisch onderzoek behorend bij de toslichting. De resultaten worden hierna beschreven. In artiel 1 Oa d 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere waarde alleen kan worden verleend als de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidgevoeige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeftreffend zal zn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelike of financiële aa'
Om de geluidbelasting op deze enkele woning terug te dringen zijn maatregelen aan deze weg zoals het aanbrengen van stil asfat fnancieel niet haalbaar. Maatregelen in het tussengebied zouden kunnen bestaan uit een geluidscherm. Om voldoende effect te hebben zou de zichtln tussen de woning en de weg moeten worden doorbroken hetgeen resulteert in een hoogte van het scherm van minimaal 3 meter en een lengte die verder gaat dan het perceel dat n eigendom is. Een dergelj scherm in het tussengebied is vanuit andschappelij stedenbouwkundig en financiee! oogpunt niet wensclik. Voor de realisatie van deze woning wordt een hogere waarde vastgesteld. Het betreft een bestaande weg waar een nieuwe woning wordt gesîtueerd, De uiterste grenswaarde bedraagt 58 d8, De geluidbelasting van 54 dB is lager dan de waarde tot waaraan volgens het geluidbeleid vaststeling van een hogere waarde mogelijk i Conclusie
Als voorwaarde voor het vaststellen van een hogere waarde wordt in het geluidbeleid de eis gesteld dat er minstens 6&n geluidslawe gevel aanwezig moet zijn. 30 km/uur wegen moeten op grond van het gemeentelik geluidbeleid worden beschouwd als gezoneerde wegen. Gelet op de afstand tot 30 km/uur wegen, de afstand tot deze wegen en de tussenliggende bebouwing wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting is bepaald op de achtergeve! op maxómaal 22 dB Daarmee kan de achtergevel van de nieuwe woning worden beschouwd als geluidluwe gevel Als voorwaarde voor het vaststellen van een hogere waarde geldt dat een maximaal toelaatbaar binnenniveau in de woning is toegestaan van 33 dB, De benodigde gevelisolatie moet gelijk zijn aan het verschi tussen de werkelijke geluidbelasting en het niveau van 33 d8.
Er wordt een hogere waarde voor het perceel vastgesteld van 54 dB De benodigde gevelisolatie moet gelik zijn aan het verschil ussen de werkelike geluidbelasting van maximaal 59 en het niveau van 33 d8 De geluidbelasting op de grens van het bouwplan bedraagt maximaal 54 dB na aftrek van 5 dB op grond van art. | [Og van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is daarmee hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB De uiterste grenswaarde bedraagt 58 dB. Hieraan wordt voldaan. Het vaststellen van deze hogere waarde stuit niet op bezwaren uit het geluidbeleid of de Wet
414
_
Geluidhinder.
Bedrijven
en miieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het miieubeleid stellen zich ten doel een goede kwalteit van het leefimileu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door mileuzonering. Onder mieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende uimteljke scheiding tussen mileybelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en mileugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds, De ruimtelke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen miieubelastende en miieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zin naamate de mileubelastende functie het miieu sterker belast. Miieuzonering heeft twee doelen: + _ het voorkomen of zoveel mogelik beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies: * het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zi hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden
17
bestemmingsplan Kerkhofweg3
kunnen
4141
uitoefenen.
Onderzoek
Geluidbeleid
De gemeente Zuiphen heeft het geluidbeleid vastgelegd in het geluidsplan Zutphen 2015-2025. Dit plan is vastgesteld door het college en niet doorde gemeenteraad, zodat het niet bindend is voor door de gemeenteraad te nemen besluiten (zoals de vaststeling van een bestemmingsplan). De inrichting en omiggende geluidgevoelige gebouwen liggen in het gebiedstype “Woonkwartieren”.
Gebiedstypering Binnerstad
Centrum
Binnenstad 7 Tuinen
[Woonkwarteren Tandelik gebied
Streef
_
[Steef
Rallverkeer Grens
_
Industrie/Bedrijven Grens
[Streef
48B
SB
|5
EB
sEA
|06A
EE
53
|50
63
45dB(A)
[50dB(A)
45dB(A)
|508 (A)
48 d8 48B 58B
Bedrverterenen Industrieterrein Bronsbergen [GGNet Redeliknst
Wegverkeer Grens
48B 48 dB 48B 48B
ieda 53B d 63dB 53ds
|558 |558 |5 55 dB |558 |558
d8 BEs EE 68 dB 554B 55 d8
|68 (A) |6(A [50d8 (A} 08A 50dB(A) nVt. 5A 50dB(A)
[60dB(A) DVt 50A [50dB(A
1 Aan de rand van de woonkwarteren s tot maximaal 63 dB toegestaan, vonwege verkeer Tabel I Gebiedstypering en geluidskdassen in etmaalwaarde (indusief afrek voor wegverkeer) In de nieuwe gevallen (bouw van woningen) fungeert tabel | als referentiekader voor het nemen van maatregelen. Het college van burgemeester en wethouders behoudt de mogelijkheid om na een bestuurljke afweging; af te wijken van de streef en grenswaarden (wel met toepassing van de wetteljke bepalingen). Het geluidbeleid hanteert geen afwikende systematiek voor het beoordelen van maximale geluidniveaus, anders dan de huidige systematiek van de Handreiking industrielawaai zen vergunningverlening en het Activiteitenbesluit. Wegverkeerslawaai De geluidbelasting op de grens van het bouwplan bedraagt maximaal 54 dB a aftrek van $ dB op grond van art. | 0g van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is daarmee hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De uiterste grenswaarde van het gemeentelijk geluidbeleid bedraagt 58 dB. Hieraan wordt voldaan 30 km/uur wegen moeten op grond van het gemeentelik geluidbeleid worden beschouwd als gezoneerde wegen.
Gelet op de afstand tot 30 km/uur wegen, de afstand tot deze wegen en de tussenliegende bebouwing wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB Daarmee kan de achtergevel van de nieuwe woning worden beschouwd als geluidluwe gevel Als voorwaarde voor het vaststellen van een hogere waarde geldt dat een maximaal toelaatbaar binnenniveau in de woning is toegestaan van 33 dB De benodigde gevelisolatie moet gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke geluidbelasting en het niveau van 33 dB
Het vaststellen van deze hogere waarde stuit niet op bezwaren uit het geluidbeleid of de Wet Geluidhinder Industrielawaai
Kerkhofweg 11 Om te voldoen aan de streefwaarde voor het binnenriveau van 35 dB (A), moet de benodigde gevelisolatie gelik zjn aan het verschil tussen de werkelijke geluidbelasting van maximaal 59 en het niveau van 33 dB. Voor nieuwe woningen geldt dat voldoen moet aan een binnenwaarde van 33 dB voor wegverkeer, zoals hierboven beschreyen. Een binnenniveau van 33dB voldoet hiermee aan de regel dat het binnenniveau 35 dB moet zijn. Vordenseweg 12 Gelet op de aard van de inrichting en de afstand zal voldaan worden aan de streefwaarde en i er geen belemrmering. VNG-uitgave
Bedrijven
en Miieuzonering
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Miieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelik relevante mileuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zjn opgenomen. Aan de hand van de richtafstanden is onderzoek verricht naar de feitelke situatie n en rondom het betreffende projectgebied. Het gaat hierbij dus enerzijds om de vaag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd Ís te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling, Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning n
18
bestemmingsplan Kerkhofweg3
emstige mate wordt aangetast Anderzijds gaat het om de vraag of de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling geen beperkende invloed heeft op de bedrijsvoering van bestaande inrichtingen gaan hebben. Mileucategone (bron: VNG 2009) | Richtastanden tot omgewngstype ustge | Richtafstanden tot omgevingstype gemengd woonwijk'
T
of !
buitengebied'
ied'
10m
ôm
2
30m
IOm
31
50m
IÜm
32
100m
50m
EN 42 51 52 53 6
200 m 300m 500m 700 m 1.000 m 1.500 m
100m 200m 300m 500m 700m 1000m
Tobel 2: Richtafstanden voor bedrifsactinteiten conform bijage | uit de VNG uitgave 'Bedijven en Miieuzonerng' t 2009.
Belemmering bedrijfsvoering De omgeving van het plangebied kan omschreven worden als een rustige woonwijk. Het gebied ligt direct langs een drukke, doorgaande weg. In de omgeving van de 2angevraagde ontwikkeling bevinden zich de in onderstaande tabel genoemde bedrijven. De tabel toont per bedrijf de richtafstand per onderdeel (geur, stof, geluid en gevaar) en de bijbehorende
milieucategorie. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de gevel van de woning. De werkeljke afstand in onderstaande tabel s ook op de manier gemeten
Toatie Kerkhofweg
11_
VordensewegI2 _
[Omschrijving
Geur
[Stor
[Geluid [Gevaar [Categorie [Wereljke
[Buurt- en dubhuzen
0
0
E
|10
|0
30
0
0
o
[Verpleeghuizen (GGNet
Wamsweld)
Artsenprakiiken, Klnieken en
afstand
z
4
|O
2
28
|o
T
dagverblijven
Tobel 3:In de omgeving aanwezige bedrijven metricht- en werkeljke afstanden. Door een nimtelike ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bedrijven toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven kan een beperking voor de bedrijven betekenen. Uit tabel 3 blijkt dat de werkeljke afstand tot het buurthuis aan de Kerkhofweg
| kleiner is dan de richtafstand aangeeft n tabel
2. Dit geldt ook voor de richtafstand tot het terrein van GGNet aan de Vordenseweg 12. Kerkhofweg 1J
Volgens de informatie in het zaaksysteem van de Omgevingsdienst Achterhoek s er geen melding Activiteitenbesluit ngediend en is e bij een controle in 2019 aangegeven dat het een kiein gebouw betreft waar | à 2 keer per wesk een vereniging samen komt. De beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit zijn van toepassing. Het is aanneneli dat voldaan wordt aan deze beoordelingsniveaus mits er geen muziek te gehore wordt gebracht.
Het ten gehore brengen van versterkte muziek vanaf het clubgebouw met een geluidniveau hoger dan 80 dB(A) i niet gemeld ‚en daarmee niet toegestzan. Tot een geluidniveau van 80 dB(A) in het clubgebouw zal de bestaande woning aan de linkerzijde
gelegen aan de Kerkhofweg 9 maatgevend zijn voor de geluidemissie van dît ciubhuis. Immers aan de zijde van het plan s de entree van het clubhuis gesitueerd. Aan de zijde van de linkerwoning i het zaalje gelegen ‚en aan deze zijde is het hoogste geluid vanaf het clybhuis te verwachten. Vanwege de bestaande woning aan de linkerzijde gelegen aan de Kerkhofweg 9 zorgt de ontwikkeling van de woning op
Kerkhofweg |3 niet voor extra belemmering voor het cubgebouw: Omdat aan de nkerzide van het clubhuis moet worden voldaan aan de etmaalwaarde van L is 50 dB(A) etmaalwaarde zal dt zeker het geval zijn aan de rechterzijde op dt plan. Ter plaatse van de woning is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklmaat ten opzichte van het cubgebouw.
Vordenseweg 12 Binnen de richtafstand van 30 meter tot GGnet zin al verschillende woningen gelegen, De te realiseren woning op Kerkhofweg
13 zorgt daarom niet voor extra belemmeringen voor dît bedrijf (GGnet). grens van de bedrijfsbestemming van GGnet.
De te realiseren woning ligt op 28 meter van de
De dichtstbijzijnde bebouwing van GGnet is echter op ruim 60 meter van de te
realiseren woning gelegen. Ter plaatse van de woning is daarom ten opzichte van GGnet sprake van een aanvaardbaar woon-
19
bestemmingsplan Kerkhofweg3
n
leefklimaat
Aanvaardbaar woon-
en leefklimaat
Afgewogen moet worden of er n en om de geluidgevoelige objecten een goed woon- en leefkimaat blijft geparandeerd. Dit aspect speelt wanneer geluidgevoelige objecten en geluid producerende objecten als bedrijven en wegen in elkaars nabijheid
worden gerealiseerd. Om hierover een goed oordeel te kunnen vormen dient te worden bepaald wanneer sprake s van een goed woon- en leefklimaat. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat bij ruimtelijke plannen verder moet worden gekeken dan de normen uit de diverse wetten. De VNG-publicatie "bedrijven en milieuzonering” is hiervoor een hulpmiddel, Wanneer aan de richtafstanden van deze publicatie wordt voldaan is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wordt niet voldaan aan de richtafstanden dan dient de situatie akoestisch te worden bepaald en afgewogen.
Bi de afweging of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ook in een ieuwe sîtuatie aanwezig blift kan de VNG publicatie Bedriven en mileuzonering worden betrokken Kerkhofweg 11 Volgens de informatie in het zaaksysteem van de Omgevingsdienst Achterhoek i er geen melding Actiiteitenbesluit ngediend
en is er bij een controle
in 2019 aangegeven dat het een klein gebouw betreft waar | à 2 keer per week een vereniging samen
komt. Daarmee kan worden zangenomen dat de geluidsbelasting zeer beperkt Ís en daarmee kan worden volstaan met een kleiner afstand en is het woon-en
leefklimaat aanvaardbaar.
Vordenseweg 12
Gelet op andere woningen in de omgeving zal de nieuwe woning geen belemmering voor de inrichting zijn
4142
Condsie
Een goed woon- en leefklmaat wordt gegarandeerd. Vanuit bedriven en mileuzonering bestaan er geen belemrmeringen voor de uitvoerbaarheid van dît bestemmingsplan.
415
_
Exteme
veiligheid
Exteme veiigheid richt zich op het beheersen van risico's bij onder meer productie, opsag, transport en gebruik van gevaarljke stoffen. Dergelike activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door maatregelen kunnen de afstanden worden verkdeind, Er wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde, voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De grenswaarde mag niet worden overschreden. Voor de oriënterende waarde en richtwaarde geldt dat afwijken alleen met een dergelike motivering s toegestaan, Het aspect exteme veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij gevaarljke stoffen aanwezig zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee soorten risicobronnen, namelijk stationaire risicobronnen en risicobronnen als gevolg van transport. Bij stationaire risicobronnen gaat het bijvoorbeeld om LPG tankstations, ammoniak koelinstalaties of grote opslagen van gevaarijke stoffen. Bij risicobromnen als gevolg van transport gaat het om bijvoorbeeld tankauto's, schepen of spoorwagons met gevaarijke stoffen maar ook transport van gevaarlke stoffen door buileidingen. Onderzoek
Eris getoetst aan de volgende wet- en regelgeving: e Voor inrichtingen (bedrijven) wordt in dit acies getoetst aan het besluit Exteme veiligheid inrichtingen (BEVI) en de bijbehorende regeling, e Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit exteme veigheid transportroutes (GEVT). e Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit exteme veiligheid buiseidingen (BEVB) e
Actiiteitenbesluit Miieubeheer
* _ Door de gemeente Zutphen i lokaal externe veilgheidsbeleid vastgesteld. Het externe vellgheidsbeleid van de gemeente Zutphen is vastgesteld op |8 mei 2015 vaststelling. e
Circulire effectafstanden en LPG-tankstations
*
Vuurwerkbesluit
In het Activiteitenbesluit Mieubeheer zin veilgheidsafstanden en risiconomen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiigheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. De Beleidsvisie Externe Veligheid (vastgesteld op 19 mei 2015) beschrijt hoe de gemeente Zutphen omgaat met exteme veilgheid. Externe veilgheidsbeleid is gericht op het beperken van rsico's de ontstaan door vervoer, opslag en verwerking van
20
bestemmingsplan Kerkhofweg3
gevaarlike stoffen. De gemeente Zutphen heeft in deze beleidsvisie haar ambities vastgelegd. De gemeente Zutphen streeft ruimtelik en economisch naar duurzame groei. Ambities dienen binnen de gestelde mileukaders te bliven. Binnen Zutphen
speelt exteme veiigheid bij een aantal risicovolle inrichtingen en transportaders waarover vervoer van gevaarlke stoffen plaatsvindt. B deze risicovolle activiteiten bestaat een spanningsveld tussen veilgheid en de (toekomstige) ruimtelike situatie
Deze beleidsvisie exteme veiligheid geeft voor dit spanningsveld richting aan een integrale aanpak tussen ruimtelike ordening, economische ontwikkelingen en hulpverlening. In de beleidsvísie is een ambitie voor nieuwe ontwikkelingen in het landelik
gebied (waarin de planlocaties zijn gelegen) geformuleerd:
de oriëntatiewaarde voor risicobronnen geldt als grenswaarde en
‚een toename van het groepsrisico dient verantwoord te worden,
In de Circulaire i de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van |60 meter toegestaan.
Naast de circulaïre blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Het vuurwerkbesluit geeft veilgheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk Risicobronnen in de nabijheid In de directe omgeving van het plangebied liggen volgens de Risicokaart van Nederland vrij weinig rsicobronnen. Onderstaande
afbeelding geeft aan waar buisleidingen lopen (de rode stippelljnen). Het gaat hier om een ondergrondse gasieiding. Deze bevind zich op circa 440 meter ten oosten van het plangebied. Verder loopt ten oosten van het plangebied op úrca 520 meter
‚een bovengrondse hoogspanningslijn met indicatieve magneetveldzone. De veiligheidszone hiervoor beslaat 120 meter en s ‘daarmee op ruime afstand van het plangebied gelegen. Ook is ten westen van het plan gebied een hoogspanningslijn met
indicatieve magneetveldzone gelegen. De veiligheidszone voor deze hoogspanningslijn is 60 meter, met een afstand van een kleine 2 kilometer ligt dit op ruim voldoende afstand van het plangebied. Ôp circa 4 kilometer loopt een binnenvaartroute va
waar gevaarlijke stoffen vervoerd kunnen worden. Ten slotte is op circa 3900 meter van het plangebied de spoorroute 62 (Ressen Noord - Zutphen Twentekanaal aansl) gelegen.
Plangebied
SoE
/ Figuur 4.2: Risicobronnen in de nabijheid van het plangebied (bron: wwwrisicokaartn
Hogedruk aardgasleidingen A-5| I & A-522 Op circa 400 meter van het plangebied iggen twee hogedruk aardgasleidingen. Deze leidingen hebben de volgende kenmerken
e _ Aardgasleiding A-5| | (66 bar, 42 inch, 100%-letaliteitsafstand 190 meter, |%-letaliteitsafstand 485 meter) ©
Aardgasleiding A-522 (66 bar, 48 inch, I00%-letaliteitsafstand 205 meter, [%-Ietalteitsafstand 545 meter)
Het plangebied ligt binnen de verantwoordingszone van deze aardgasleidingen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschilende hogedruk aardgastransportleidingen. Hiervoor gelden de volgende aspecten: * ° Een belemmeringenstrook van vif meter aan weerszijden van iedere hogedruk zardgastransportleiding dient conform het Besluit exteme veligheid buisleidingen aangehouden te worden waarbinnen geen bebouwing mag worden geprojecteerd. Deze belemmeringenstrook reikt niet tot het plangebied:
De hogedruk aardgastransportleidingen hebben geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op. De hoogte van het groepsrisico van de verschillende hogedruk aardgastransportleidingen bevindt zich in zowel de huidige als de toekomstige situatie ruim onder de oriëntatiewaarde (lager dan 0,l keerde oriëntatiewaarde).
° _ Het groepsrisico neemt niet of zeer beperkt toe. 'Op grond van artikel 13, lid 3 van het Bevi, artikel 9 van het Bevt, artiel
21
12, lid 2 van het Bevb en artikel
|O van de Wet
bestemmingsplan Kerkhofweg3
veiligheidsregio's (Wvr) wordt geadviseerd om: l De zelfredzaamheid van de aanwezige personen zo groot mogelik te laten zijn, door de mogelijkheid tot alamering van de bewoners gebruikte maken van NL-alert. 2 De gebouwen dusdanig te situeren dat aanwezigen bij een (dreigende) brand bij een risicobron gelegenheid hebben te
vluchten. Hierbij dient minimaal één (nood)uitgang van de risicobron af gericht te zijn. 3
4 5.
Zorg te dragen dat het ventilatiesysteem goed functioneert Om te kunnen schuilen voor een toxisch en/of brandscenario in de omgeving,is het noodzakelijk dat bewoners in zo'n situatie naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten en dat de eventueel zanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruikers kan worden uitgezet. Deze maatregel kunt u borgen in de vergunningverleningsprocedures van diverse objecten. Zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. U kunt hierbij denken aan publieke voorlichtingscampagnes als ‘Denk vooruit/ 'Wees Voorbereid. Burgers te attenderen op deelname aan ‘Stan the CPR-network!. Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwiligers opgeroepen
kunnen worden CPR-network
om
iemand te reanimeren
(met AED), in afwachting van een ambulance.
Deelname aan Stan the
kan levens redden
Hieronder volgt een beschouwing van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestijdbaarheid
Bi een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident met toxische stoffen te beperken. Deze inzet zal voornamelik plaatsinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in
of nabijet plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwíng genomen. Zelfedzoamheid
B een calamiteit i het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS palen) of NL-alert. B een
scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogeljkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende.
Spoorlijn Ressen Noord - Zutphen Twentekanaal aansl Op circa 3900 meter van het plangebied is spoorroute 62 (Ressen Noord — Zuiphen Twentekanaal aans!) gelegen. Deze
route is aangewezen als basisnetroute valt daarmee onder de werkingssfeer van het Bevt en de Regeling basisnet. Gelet op de afstand tot aan het plangebied zijn eventuele PRI0-6
contouren
en het PAG
(plasbrandaandachtsgebied)
niet relevant.
Conform de Regeling Basisnet worden over deze route zeer toxische vloeistoffen (stofcategorie D4) getransporteerd.
Het
plangebied Iigt binnen het huidig gehanteerde maximale invoedsgebied van een toxische stof (4.000 meter). Met de komst van
de Omgevingswet wordt die afstand 1.500 meter. Conclusie
Op basis van voorgaande bevindingen wordt gesteld dat een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform artikel 2 van het Besluit externe veligheid buisleidingen van toepassing is. Gelet op de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling, wordt gesteld dat een beperkte verantwoording van het groepsrsico niet noodzakelijk is. Daarmee is de ontwikkeling op het gebied van externe veiligheid uitvoerbaar.
416
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wey) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige vechouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit
De Wy stelt 6en landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelike vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diereategorieën waarvoor in de Wgy een geuremissie per dier s vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur uníts per. kubieke meter
lucht
Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgy) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremisie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: e ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom i gelegen, en e _ ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op een komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Way.
22
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Conclusie
Het plangebied lgt in de bebouwde kom van Wamsveld, er liggen in de directe omgeving geen agrarische bedrijven die geuroverlast kunnen veroorzaken. Hiermee is het plan uitvoerbaar op het gebied van geur.
417
_
Mer-beoordeling
Op I apnil 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden n onderdeel D (betreft de m.e-beoordeling) van de bilage bij het Beslut milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke mileugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewiplicht. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de DIjst, deze geeft aan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een meer: gemaakt moet worden. Voor projecten of actiiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrike nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten Voor deze toets wordt de term vormvrije m.er:-beoordeling gehanteerd, Deze vomvrije me-beoordeling kan tot twee condlusies
leiden:
* _ belangrijke nadelige miieugevolgen zijn uitgesloten: eris geen m. beoordeling noodzakelijk; * _ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor meer. De toetsing in het kader van de vormvrije m.er-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijage II van de EEG:richtln milieueffectbeoordeling.In deze bilage staan drie hoofdriteria centraal + _ de kenmerken van het project; © _ de plaats van het project: e _ de kenmerken van de potentiële effecten Onderzoek