600808 - Bijlage 2.6 - Kerkhofweg13_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 6 Watertoets
Tekst van het document
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan
op 26-04-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR
DE
ACTIVITEIT
ANTWOORDEN
DIGITALE
1.
normale
procedure
2.
Advies
klimaatadaptie
3.
Advies
grondwaterbeheer
BASIS
VAN
OP
WATERTOETS
IS
OP
BASIS
VAN
DE
GEGEVEN
NODIG:
ONDERSTAANDE
LOCATIE
\/——--—-r
)>/À A
}/í X \
26-04-2022,
11:32
Pagina
1 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN
1.
EN
ANTWOORDEN
UIT
DE
CHECK
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? .
2.
nee
Worden -
3.
in het plan meer
dan 10 wooneenheden
nee
s er in of rondom het plangebied grondwateroverlast? .
4. .
.
-
een watergang?
een waterkering?
natte landnatuur?
nee
Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals stedenbouwkundige visie? .
8. .
gedempt of aangepast?
nee
Wordt recreatief medegebruik van watergangen waterschap mogelijk gemaakt? .
10.
een masterplan/
nee
Wordt water aangelegd,
9.
(geweest) van wateroverlast of
nee
Ligt in of nabij het plangebied
7.
sprake
nee
Ligt in of nabij het plangebied
6.
wel eens
nee
Ligt in of nabij het plangebied
5.
gerealiseerd?
of gronden
in beheer van het
nee
Neemt meer .
26-04-2022,
in het plan het verharde dan
oppervlak van bebouwing
en bestrating toe met
1500m2?
nee
11:32
Pagina
2 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
Neemt meer .
12.
in het plan het verharde dan
oppervlak van bebouwing
nee
Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? .
13. .
voor afkoppelen
.
.
kan .
gescheiden
er materialen gebruikt waardoor
.
een
beschermd
watererfgoed?
in een grondwaterbeschermingsgebied
in Overijssel
in een grondwaterbeschermingsgebied
in Gelderland
nee
ligt het plangebied .
nee
Ligt het plangebied .
21.
hemelwater verontreinigd
nee
ligt het plangebied
20.
het afstromende
raken? nee
.
19.
van het afvalwater afgevoerd?
bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd?
ligt in het plangebied
18.
oppervlak?
nee
Worden
17.
verhard
ja Worden
16.
van bestaand
nee
Wordt regenwater
15.
en de bovenzijde van de
ja Zijn er kansen
14.
en bestrating toe met
500m2?
nabij een rioolwaterzuivering?
nee
Ligt het plangebied .
26-04-2022,
nabij een rioolgemaal?
nee
11:32
Pagina
3 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 22.
Ligt in of nabij het plangebied .
23.
nee
Ligt in of nabiji het plangebied .
24.
een persleiding?
een rioolwateroverstort?
nee
Ligt in of nabij het plangebied .
26-04-2022,
een beperkingengebied
voor drainage?
nee
11:32
Pagina 4 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
1.
normale Op basis
procedure
van uw locatie en gegeven
antwoorden
blijkt dat u waters chaps belangen
raakt.
Wat
moet
ik doen?
Gebruik alstublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN'"" om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. In een startoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is. Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateraspecten. Als er overeenstemming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de tekst opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan. Onder het kopje Achtergrond hebben wij onze uitgangs punten toegevoegd. U kunt ook contact opnemen
via info@wrij.nl
of met onze adviseurs:
(geanonimiseerd) n (geanonimiseerd) N voor
Rijssen-Holten,
de gemeenten: Deventer,
Haaksbergen, ‚ Lochem, Berkelland, (geanonimiseerd) Wintersvwijk. (geanonimiseerd) voor de gemeenten: (geanonimiseerd) Doesburg, Bronckhorst, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Doetinchem, Aalten. M (geanonimiseerd) ) (geanonimiseerd) voor de gemeenten: Arnhem, Rozendaal, K Rheden,
Hof van Twente,
Westervoort,
Waar moet
Duiven,
Zevenaar,
Montferland.
ik op letten?
Achtergrondinformatie Water in ruimtelijke plannen;
uitgangs punten
van waterschap
Rijn en IJssel 5-3-2021
Over dit document In 2015 is de beleids notitie Water Raakt! bestuurlijk vastgesteld. De waterschappen Vechtstromen (WWS), Drents Overijsselse Delta (WDOD) en Rijn en IJssel (WRIJ) hebben in Water Raakt! beschreven wat hun visie is ten aanzien van stedelijk waterbeheer. In deze uitgangs puntennotitie wordt dit uitgewerkt tot concrete uitgangspunten voor de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (watertoets). Ook de uitgangs punten voor waterbeheer in het landelijk gebied zijn hierin opgenomen. Doelgroep en toepassing De uitgangs punten in dit document vormen het vertrekpunt voor het overleg tussen waterschap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het watersysteem. Leeswijzer Per thema wordt beschreven welke uitgangs punten het waterschap weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (Watertoets). 1.
26-04-2022,
hanteert in de
Doel
11:32
Pagina
5 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2.
Uitgangs punten
3.
Vragen
4.
Welke ontwikkelingen
voor de bepaling van de weging
van het waterbelang
voorzien we de komende jaren ?
Ontwikkelingen / vervolg Bij het opstellen van deze notitie is waar mogelijk rekening gehouden met de aankomende invoering van de Omgevingswet. 1.
Samenwerken aan ruimte voor water In dit hoofdstuk gaan we in op de bedoeling van de weging van het waterbelang en hoe we dat vormgeven. 1.1. Doel Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water, dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Essentieel is dat het aspect water vanaf de start van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateraspecten integraal mee te nemen, zodat de doelstellingen van het plan optimaal gerealiseerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlast. De
Watertoets
is
één
van
de
instrumenten
om
dit te bereiken.
De
watertoets
is
het
middel om de afweging van waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming met elkaar in gesprek brengt. In het gezamenlijk gesprek kan ook onderzocht worden of er kansen zijn om andere maatschappelijke doelen mee te koppelen. Het waterschap wil samen met gemeenten werken aan een gezamenlijke visie op water. Ook bewoners en andere belanghebbenden kunnen meewerken aan de uitwerking hiervan. We adviseren in de omgevingsvisie en omgevingsplannen in de waterparagraaf een stapsgewijze benadering van het huidige en toekomstige watersysteem op te nemen. Deze bestaat uit de volgende stappen: 1.
Omschrijf het huidig watersysteem Omschrijf de visie op het watersysteem in het plangebied. Houdt hierbij rekening klimaatontwikkeling en benut uitkomsten uit stresstesten voor wateroverlast, droogte, hitte en overstroming.
3.
Omschrijf de gevolgen
4.
Omschrijf welke maatregelen worden genomen om met de gevolgen Hierbij geldt als uitgangspunt, dat de ontwikkeling waterneutraal en klimaatrobuust
van de voorgenomen
ontwikkeling op het watersysteem om
te gaan.
is.
1.2. MWeging van het waterbelang (watertoets) Een goed gesprek tussen initiatiefnemer, gemeente en waterschap over de kansen en aandachts punten van water in een plangebied in de startfase van de planvorming maakt een integrale aanpak mogelijk. Met behulp van de watertoets kan eenvoudig worden bepaald welke wateraspecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is, zal een uitgebreidere procedure van de watertoets moeten worden doorlopen. We maken onderscheid in de volgende drie resultaten van de watertoets: Plan raakt geen
wateraspecten:
geen wateradvies uitgangspunten
van Waterschap
nodig
2.
Korte procedure: plan past binnen omgaande positief wateradvies.
van het waterschap,
3.
Normale procedure: afstemming met initiatiefnemer om tot maatwerk Opties in beeld brengen en keuzes motiveren.
per
te komen.
1.3. Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren? De implementatie van de Omgevingswet zal veel veranderen. De gemeenten moeten de wateraspecten in hun 26-04-2022,
11:32
Pagina 6 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets omgevingsvisies opnemen, en het overleg met de waterschappen speelt hierin een belangrijke rol. Goede afstemming vanaf het begin van het planproces is belangrijk voor het stellen van lokale prioriteiten, lokale sturing en duidelijkheid voor initiatiefnemers. De waterschappen kunnen een eigen visie opstellen en de aan water gebonden waarden vastleggen. 2.
Beheer en onderhoud (en inrichting) Het waterschap beheer en onderhoud van oppervlaktewater.
is verantwoordelijk voor
2.1. Doel Het beheer en onderhoud van het watersysteem is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden of te verbeteren. Het gaat bij watergangen zowel om waterkwantiteit en -kwaliteit, als om beeldkwaliteit en waterbeleving. Het reguliere onderhoud bestaat voornamelijk uit het maaien van de water- en oevervegetatie. 2.2. Uitgangspunten Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met het reguliere onderhouds materieel van het waters chap (of zijn aannemers) mogelijk te zijn. In situaties waar de ruimte beperkt is, bijvoorbeeld bij stedelijke herontwikkeling, is vroegtijdige afstemming met het waterschap nodig om te komen tot maatwerk. In de Legger zijn kern- en beschermingszones vastgelegd, waarin de breedte van onderhoudsstroken is opgenomen. De onderhoudsstroken dienen vrij gehouden te worden van obstakels. De beheervorm en -frequentie wordt afgestemd op de functie die aan de watergang is toegekend. Hierbij wordt ook rekening gehouden met recreatief medegebruik en natuurwaarden. Dit wordt in een streefbeeld voor het onderhoud vastgelegd. Met name in stedelijk gebied wordt daarbij ook afgestemd met de gemeentelijke onderhoudsdiensten. Ook kunnen afspraken gemaakt worden over onderhoud door andere partijen. 2.3.
Vragen voor de weging van het waterbelang * Overweegt u water aan te leggen of te dempen, of aan te passen? « Ligt in of nabij het plangebied een watergang? NB. Bij wijzigingen aan het watersysteem en werkzaamheden in de kern- en beschermingszone is de Keur van het waterschap van toepassing en gelden algemene regels of een vergunningplicht. 3.
Waterveiligheid en waterkeringen
Het waterschap
beschermt zijn inwoners
tegen
overstromingen
3.1. Doel Met de aanleg en instandhouding van waterkeringen beschermen we inwoners tegen overstromingen door rivieren. Primaire en regionale waterkeringen hebben een functie voor de waterveiligheid, overige keringen en kades voor het beperken van wateroverlast. Met de benadering van meerlaagse veiligheid waarborgen we niet alleen het veiligheidsniveau van de dijken, maar bevorderen we ook het verstandig gebruik van de ruimte die beschermd wordt door waterkeringen. We willen de gevolgen van overstromingen beperken door een passende ruimtelijke inrichting en calamiteitenbestrijding. 3.2. Uitgangs punten Het winterbed van rivieren en waterkeringen met bijbehorende beschermingszones hebben als primaire functie het bieden van veiligheid tegen overstromingen. Ontwikkelingen in deze gebieden zijn enkel toegestaan, als ze het functioneren ervan niet belemmeren. Zo mag de sterkte van een waterkering niet aangetast worden en het onderhoud aan de waterkering niet belemmerd worden. Bij werkzaamheden in de keurzone van de waterkering dient in overleg met het waterschap een watervergunning aangevraagd te worden. We staan open voor robuuste 26-04-2022,
11:32
oplossingen Pagina
waarin de veiligheid is geïntegreerd
7 van 15
in
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets het ontwerp, bijvoorbeeld multifunctionele waterkeringen. verschillende ruimtelijke opgaven combineren.
Zo
kunnen
we
Het werken aan meerlaagse veiligheid is maatwerk. We adviseren gemeenten en ontwikkelaars om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat de gevolgen van een overstroming en wateroverlast beperkt blijven. Dit betekent 0.a. dat bij voorkeur niet gebouwd wordt in laaggelegen gebieden; dat kwetsbare functies en vitale infrastructuur aangelegd worden boven het niveau waarop het water kan komen in geval van een overstroming. 3.3. Vragen voor de weging van het waterbelang * Ligt in of nabij het plangebied een waterkering (primaire waterkering, regionale waterkering, overige kering of kade) ? « Ligt het plangebied in winterbed van een rivier of een overstromings gevoelig gebied? 3.4. Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren ? Primaire keringen worden in de periode 2017 - 2023 voor de eerste keer beoordeeld op basis van de nieuwe normen. We verwachten dat veel keringen niet voldoen aan de nieuwe normen en versterkt moeten worden. Dit betekent dat het profiel kan wijzigen en beschermingszones aangepast (lees verbreed) kunnen worden. 4.
Klimaatadaptatie Het waterschap klimaatverandering
anticipeert samen
met de gemeente
op
4.1. Doel Het watersysteem zo inrichten, dat het beter bestand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden. Bevorderen om bewuste keuzes te maken om risico's te beperken of accepteren. De klimaatverandering heeft betrekking op onze taken voor waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Om inzicht te krijgen in de kwetsbaarheid voor weersextremen brengen alle gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk samen met de betrokkenen in hun gebied de kwetsbaarheid voor weersextremen in beeld met een stresstest, voor zover dat nog niet is gebeurd. De stresstesten worden vervolgens iedere zes jaar herhaald. In de gemeentelijke stresstesten worden de volgende effecten van klimaatverandering in beeld gebracht: wateroverlast (door zowel hoosbuien als langdurige regen), hittestress, droogte en overstromingen. Het waterschap adviseert en ondersteunt gemeenten bij de stresstesten. 4.2. Uitgangs punten Een ruimtelijk plan is in principe waterneutraal, dus veroorzaakt geen wijziging van waterpeilen of aan-/afvoer van water. Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Door versnelde afvoer van hemelwater wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar op benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater.
Om versnelde afvoer tegen te gaan hanteren we bij ruimtelijke plannen de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Dit betekent dat hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden op de plek waar het valt. Hiervandaan kan het infiltreren in de bodem of vertraagd worden afgevoerd naar het watersysteem. In ruimtelijke plannen met een toename van verharding zijn infiltratie- of waterbergende voorzieningen nodig om het plan waterneutraal te maken. Uitgangs punten voor het ontwerp van infiltratie- en waterbergings voorzieningen e
e 26-04-2022,
In landelijk gebied is een regenbui T=10+10% maatgevend. neerslag die valt in deze bui moet in het plangebied worden kan infiltreren of vertraagd wordt afgevoerd. In bebouwd 11:32
is een regenbui T=100+10%
maatgevend
Pagina 8 van 15
De hoeveelheid geborgen, waarna
zijn: dit
voor de dimensionering https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets van de waterhuishoudkundige voorzieningen. Hierbij mag het waterpeil vanuit het oppervlaktewater tot aan straatpeil stijgen, waarbij geen waterschade aan bouwwerken, hoofdinfrastructuur en spoorwegen mag ontstaan. Een uitgebreidere toelichting op de uitgangspunten en de berekening van de bergingsopgave is te lezen in de bijlage Uitgangs punten voor waterneutraal bouwen.
Bij ontwikkelingen met een toename van verharding groter dan 1500 m2 kan het waterschap vragen om waterhuishoudkundig plan, dat aantoont dat de wijze van berging effectief is, en dat er geen effecten zijn op het omliggende gebied. Daarnaast vraagt in stedelijk gebied ook de interactie met riolering om bijzondere aandacht. Verder adviseren we om bewust te zijn van de gevolgen van (kortdurende) extreme buien met een intensiteit van 60 - 150 mm/uur. Bij deze buien kan niet al het water verwerkt worden door de riolering en zal water op straat kunnen ontstaan. Het ontwerp van een wijk bepaalt waar het water naar toe kan stromen
en
waar
gevormd
worden
schade
ontstaat.
Door
van de robuustheid
middel
van
een
stresstest
en klimaatbestendigheid
kan
een
beeld
van het systeem.
We streven naar afkoppeling van bestaand verhard oppervlak van het rioolstelsel. Zo ontlasten we het rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringen en verminderen we de kans op vervuilende overstorten van het gemengd riool. Bij afkoppeling van bestaand verhard oppervlak moet minimaal 20 mm hemelwater in een infiltratievoorziening geborgen worden. Als de overlaat van het hemelwaterrioolstelsel op dezelfde watergang loost als voorheen de gemengde overstort, dan is geen extra berging noodzakelijk. Als de overlaat loost op een andere watergang, dan zal bui T=100+10% vertraagd afgevoerd moeten worden. Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale waterbergingsgebieden en overstromingsvlaktes niet bebouwd. In waterbergings gebieden zijn ontwikkelingen enkel toegestaan, als ze het functioneren van het waterbergings gebied niet belemmeren. 4.3. Vragen voor de weging van het waterbelang * Heeft het plan uitbreiding van het verhard oppervlak met meer dan 1500 m2 tot gevolg ? « Bevindt het plan zich in een laaggelegen gebied of beekdal ? « Is er in of rondom het gebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast? * Is het plangebied gevoelig voor hittestress? « Ontstaat schade aan bouwwerken als enkele uren 30 cm water op straat staat? 4.4.
Welke ontwikkelingen voorzien we? Wanneer met de stresstesten de kwetsbare plekken voor weersextremen in kaart zijn gebracht, zal gewerkt gaan worden aan een aanpak om te komen tot een meer waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting. Hiervoor zal een samenwerking tussen de verschillende overheden en betrokkenen in het gebied nodig zijn. 5.
Vaterkwaliteit (Schoon water) Waterschappen kwaliteit van het oppervlaktewater
zijn verantwoordelijk voor de
5.1. Doel De kwaliteit van het oppervlaktewater op orde brengen en houden. Hiervoor zijn afspraken vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW). De waterschappen hebben voor alle wateren in hun beheersgebied aangegeven wat de ecologische doelstellingen zijn. Voor de chemische kwaliteit zijn normen vastgelegd door de EU. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg hebben en de doelstellingen vanuit de KRW niet belemmeren.
De oppervlaktewaterkwaliteit kan een risico vormen voor de volks gezondheid. Bij ontwikkelingen in stedelijk gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke kwetsbaarheid van de waterkwaliteit voor droge perioden. Met name ondiepe, 26-04-2022,
11:32
Pagina 9 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets kleine, stagnante en geïsoleerde wateren, zoals retentievijvers, en moerasachtige watersystemen, kunnen gevoelig zijn voor blauwalg en botulisme. 5.2. Uitgangs punten Schoon hemelwater wordt, waar mogelijk, binnen het plangebied in de bodem geïnfiltreerd. Wanneer vanuit het plangebied hemelwater op het oppervlaktewater wordt geloosd, mag de waterkwaliteit van het ontvangende water niet verslechteren. Wanneer functies mogelijk gemaakt worden die een negatieve invloed op de waterkwaliteit kunnen hebben, worden deze benoemd. Ook wordt beschreven welke maatregelen worden genomen om de kwaliteit van het water te waarborgen en mogelijk in de toekomst te verbeteren. Voorbeelden van maatregelen die getroffen kunnen worden, zijn: een bodempassage in een berm of wadi of filtering d.m.v. een helofytenfilter, chemisch filter of mechanisch filter. In stedelijk gebied streven we naar een inrichting van het watersysteem waarbij ook in droge perioden de waterkwaliteit op orde blijft. Bij voorkeur wordt hemelwater geborgen in droogvallende voorzieningen, zoals wadi’s. Wanneer toch gekozen wordt voor aanleg van oppervlaktewater, zoals retentievijvers, dient in het ontwerp rekening gehouden te worden met voldoende volume, waterdiepte en verversing van het water, zodat de kans op blauwalg en botulisme zo klein mogelijk is.
Bij een recreatieve bestemming moet de waterkwaliteit te waarborgen zijn. 5.3. Vragen voor de weging van het waterbelang * Is in of nabij het plangebied oppervlaktewater aanwezig of gepland ? « Bevindt het plan zich in een gebied met speciale functie (zoals KRW, EVZ, N2000, natte landnatuur, zwemwater) ? 6.
Afvalwaterketen Waterschappen en gemeenten het goed functioneren van de afvalwaterketen.
zijn samen
verantwoordelijk voor
6.1. Doel Wij streven naar een doelmatige werking van de gehele afvalwaterketen. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, zodat de efficiëntie van de waterzuivering wordt vergroot en het aantal riooloverstorten op het oppervlaktewater wordt teruggedrongen. Een toename van afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de rioolgemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) dienen de toename te kunnen verwerken, zonder
daarmee
het
milieu
zwaarder
te
belasten.
6.2. Uitgangs punten Bij nieuwe ontwikkelingen wordt hemelwater in het plangebied geïnfiltreerd of geborgen en vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bestaande verharding wordt waar mogelijk afgekoppeld van de riolering. De gemeente communiceert over afgekoppelde gebieden en hieraan verbonden beperkingen voor particulieren. Bij een toename van het afvalwater controleert het waterschap of deze mogelijk is binnen de bestaande capaciteit van de rwai. Persleidingen blijven bereikbaar voor beheer en onderhoud en in calamiteitenfase. Bebouwing en/of beplanting binnen de belangenstrook van de persleiding is daarom niet toegestaan. In de milieuzonering van de rwzi's en rioolgemalen worden geen hindergevoelige functies mogelijk gemaakt. Andere geldende voorwaarden zijn beschreven in de Beleidsregels zuiveringstechnische werken. 6.3. Vragen voor de weging van het waterbelang « Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? * Ligt in of nabij het plangebied een rwzi/ rioolgemaal/ persleiding/ gemengde overstort? « Wordt regenwater afgevoerd naar de afvalwaterzuivering? * Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd? « Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 6.4. Welke ontwikkelingen voorzien we? Er ontstaan juridisch mogelijkheden voor decentrale zuivering.
Vooruitlopend op nieuwe regels is decentrale zuivering in de vorm van pilots bespreekbaar. Voor lozing op de bodem moet initiatiefnemer 26-04-2022,
11:32
Pagina
10 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets afspraken maken waterschap. 7.
met gemeente.
Grondwaterbeheer en
veroorzaken
Nieuwe
dit ook
Voor lozing op oppervlaktewater
ontwikkelingen
ondervinden
met het
geen grondwateroverlast
niet.
7.1. Doel We streven naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik ondersteunt. Nieuwe functies sluiten aan bij het gewenst grond- en oppervlaktewaterregime. Hiermee willen we structurele overlast door te hoog grondwater voorkómen en verdroging door te laag grondwater tegengaan. 7.2. Uitgangs punten Bij grondwaterbeheer in stedelijk gebied zijn particulieren, gemeente, provincie en waterschap betrokken, met elk hun eigen verantwoordelijkheden. Het van van een
peilbeheer en onderhoud van het watersysteem is gericht op het handhaven het gewenst grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR). Voor het grootste deel het beheergebied is deze gewenste situatie gelijk aan de actuele situatie. In aantal gebieden is er een doelstelling bijvoorbeeld om de verdroging van
natuur
te verminderen.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn ten minste grondwaterneutraal. Dit betekent dat ze niet mogen leiden tot wijziging van de grondwaterstand. We adviseren niet te bouwen in gebieden met een hoge grondwaterstand of kwel, of de bouwwijze hierop aan te passen. In zettingsgevoelige gebieden wordt rekening gehouden met de bodemgesteldheid en de relatief hoge grondwaterstanden. Ook als slecht doorlatende lagen in het plangebied voorkomen, worden maatregelen genomen om grondwateroverlast te voorkomen. Aangepaste bouwwijzen zijn 0.a. extra ophogen of kruipruimteloos en waterdicht bouwen. Om de bestaande grondwaterstanden op peil te houden worden in nieuwe ruimtelijke plannen voldoende maatregelen genomen om neerslag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vast te houden of te bergen. Als ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling bestaande watergangen moeten worden gedempt worden maatregelen genomen om wateroverlast als gevolg van de demping tegen te gaan.
Nieuwe functies mogen geen negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater. We adviseren in nieuwe bebouwing en verharding geen uitlogende en milieubelastende materialen te gebruiken. 7.3. Vragen voor de weging van het waterbelang Zie ook vragen in 5.3 * Bevindt het plan zich in een kwelgebied ? « Is afstand tussen GHG en bovenkant vloer kleiner dan 100 cm? « Ligt het plan in beschermings zone of intrekgebied van een (drink)wateronttrekking? * Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 8.
Recreatie en beleving Water beïnvloedt de beleving van de openbare
ruimte.
8.1. Doel Zichtbaar en beleefbaar water draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. We streven naar een aantrekkelijk, herkenbaar en leefbaar watersysteem. Recreanten gebruiken het oppervlaktewater en de waterkeringen te wandelen,
te varen,
te zwemmen,
te vissen
en te schaatsen.
We
stimuleren
gebruik waar mogelijk en stemmen het waar nodig af op de belangen We beschermen cultuurhistorische objecten die een link hebben met water(beheersing) door behoud en ontwikkeling.
om dit
van anderen.
8.2. Uitgangs punten Het waterschap stelt zich positief op bij initiatieven van anderen voor inrichting en gebruik en denkt mee over kansen en mogelijkheden. We stellen waar mogelijk onze eigendommen open voor recreatief medegebruik, zoals 26-04-2022,
11:32
Pagina
11 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets wandelen, vissen en kanoën. We verlenen medewerking aan evenementen op en langs het water, zolang dit veilig is en niet ten koste gaat van het functioneren van het watersysteem. Ook wegen we de belangen van aanliggende functies zoals natuur, landbouw, wonen zorgvuldig af. We stimuleren om vooral in de aangewezen provinciale zwemwateren te zwemmen. Zwemmen in ander oppervlaktewater is, op eigen risico, wel toegestaan, maar er is geen toezicht op zwemwaterkwaliteit en veiligheid. Op de website www.zwemwater.nl is informatie te vinden over de waterkwaliteit en veiligheid van zwemwater. 8.3. Vragen voor de bepaling van de Watertoets procedure Zie ook vragen in 5.3 * Wordt recreatief medegebruik van wateren en oevers mogelijk gemaakt? « Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig? Financiering
9.
realisatie
van
Het waterschap financiert waar een
bijdrage wordt geleverd
aan
waterdoelen
9.1. Doel Waterbeheer in de stad is een gezamenlijk maatschappelijk belang; en samenwerking is een voorwaarde. Wij nodigen onze partners en inwoners daarom uit tot samenwerken. Waar waterdoelen met extra maats chappelijk rendement gerealiseerd kunnen worden, maken wij een bestuurlijke afweging over een eventuele financiële bijdrage. 9.2. Uitgangs punten Voor ruimtelijke plannen is in Nederland het kostenveroorzakingsbeginsel van toepassing. Dit betekent dat de kosten voor waterhuishoudkundige maatregelen als gevolg van een ruimtelijk plan, voor rekening komen van de initiatiefnemer van dat plan. Wij vragen initiatiefnemers om bij ruimtelijke plannen en initiatieven aandacht te hebben voor de mogelijkheden tot (bijdragen aan) de realisatie van waterdoelstellingen zoals die in de vorige hoofdstukken zijn beschreven. In het bijzonder vraagt het anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering aandacht in ruimtelijke plannen. Biedt het initiatief kansen voor het oplossen van bestaande knelpunten in de waterhuishouding? Voor het realiseren van waterdoelen met extra maatschappelijk rendement is mogelijk medefinanciering vanuit het waterschap beschikbaar. We overwegen herziening van ons investeringsprogramma en exploitatieprogramma, als dit interessant of noodzakelijk is om aan te sluiten op externe initiatieven.
Hierbij is het van belang voor een gezamenlijke aanpak te kiezen (gezamenlijk = gemeente, waterschap en belanghebbenden). Deze gezamenlijke aanpak kan bestaan uit: Op elkaar afstemmen van agenda's en programma's, momentum, formuleren van gezamenlijk doelen;
vrwn
Opstellen van integrale onderzoeken,
analyses
benutten van elkaars
en plannen;
gezamenlijke financiering; .
gezamenlijke
realisatie van (her)inrichting;
gezamenlijke
afspraken
over beheer en onderhoud.
Bijlage Richtlijnen stedelijke waterberging van drie waterschappen: Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta
Rijn en IJssel,
De waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta hebben een aantal gezamenlijke richtlijnen opgesteld hoe we met stedelijke waterberging om willen gaan en in het bijzonder voor nieuwe stedelijke gebieden, waar onverhard gebied (deels) verhard gebied wordt. Voor het bepalen van de hoeveelheid stedelijke waterberging voor nieuw stedelijk gebied, wordt uitgegaan van onderstaande ontwerpuitgangspunten: * De T=100 26-04-20
22,
11:32
Pagina
12 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets neerslaggebeurtenis is maatgevend voor de toetsing van een (nieuw) stedelijk gebied. We hebben hierbij afgesproken dat het waterpeil vanuit het oppervlaktewater bij deze gebeurtenis tot aan straatpeil mag stijgen; « We hanteren de laatst beschikbare klimaatstatistiek. En bij nieuwe gegevens passen we de nieuwe statistiek toe (dit geldt voor elke KNMI-update en/of afgeleide publicaties van de Stowa); * De maatgevende afvoer die we hanteren voor stedelijk gebied is 0,8
I/s/ha. Dit is de afvoer die gemiddeld
1 à 2 dagen
per jaar optreedt.
De toegestane
afvoer voor een T=100 situatie bedraagt 2 x de maatgevende afvoer (1,6 I/s/sha); * We houden rekening met 3 mm berging op straat/dak/etc. * We houden rekening met klimaatverandering. Hierbij is er voor gekozen om te rekenen met 10 % toeslag in de neerslaghoeveelheid t.0.v. de huidige geldende neerslagstatistiek (Stowa rapport 2015 -10a). Deze scenario's laten een toename in de hoeveelheden zien die gemiddeld tussen 0% en 17% ligt. Het aantal mm (of m3) benodigde waterberging wordt als volgt berekend: * De gebruikte bui voor het bepalen van de compensatie heeft een herhalingstijd van 1 keer per 100 jaar, met 10% toeslag voor klimaatverandering. De landelijke afvoer vanaf onverhard gebied waar bij de berekening voor het bepalen van de compensatie wordt uitgegaan, is 20,8 //s/ha; « De maatgevende buiduur is afhankelijk van de landelijke afvoer (berekend via de regenduurlijn). Met de regenduurlijn is bepaald hoe lang het duurt tot de hoeveelheid water in de bergings voorziening weer afneemt (op dat moment is de maximale capaciteit van de waterberging nodig).
Bij een gebeurtenis van T100+10% en een landelijke afvoer van 20,8 l/s/ha is de maatgevende buiduur 48 uur; * De totale neerslaghoeveelheid bij de maatgevende buiduur van de bui is 111 mm (zie Tabel 1); * De toegestane afvoer vanaf het toegenomen verhard gebied naar het oppervlaktewater bij de maatgevende bui van T=100+10% is 1,6 I/s/ha. Dit is 28 mm bij de maatgevende buiduur van 48 uur; * Dit komt neer op 80 mm waterberging voor het gebied dat toegenomen is in verhard oppervlak; * Het aantal mm x oppervlak toename verharding = aantal m3 berging. De benodigde compensatie d.m.v. waterberging neemt dus evenredig toe met een toename in het oppervlak extra verharding. In Tabel 1 zijn de bovenstaande
uitgangspunten
op een rij gezet.
Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Neerslagstatistiek Nieuwe statistiek (Stowa rapport 2015 - 10a) Klimaatscenario Huidig klimaat +10% Afvoer (l/s/ha) T=1 0,8 Afvoer (l/s/ha) T=100 1,6 Maatgevende buiduur (uur) 48 Totale neerslaghoeveelheid (mm) 111 Afvoer via oppervlaktewater (mm) 28 Berging dak/straat/etc (mm) 3 Benodigde berging (mm) 80 Hiernaast vinden wij dat er een hydraulische studie van het oppervlaktewatersysteem uitgevoerd dient te worden om hiermee aan te tonen dat de wijze van berging effectief is en geen (negatieve) neveneffecten heeft op het omliggende gebied. Ook vraagt de interactie met riolering om bijzondere aandacht. Bij het ontwerp van de riolering is het van belang om rekening te houden met peilstijging in de berging (oppervlaktewater). Verder is het van belang om ook in het ontwerp rekening te houden met (kortdurende) extreme gebeurtenissen (in de range van 60 - 150 mm/uur). Het ontwerp van een wijk bepaalt of en waar het water naar toe kan stromen en waar schade ontstaat, omdat dergelijke intensiteiten niet (volledig) verwerkt kunnen worden door de riolering. Wij schrijven deze toets niet voor, maar bevelen aan om hier aandacht aan te besteden. Dit geeft een beeld van de robuustheid en klimaatbestendigheid van het systeem.
Een combinatie van voldoende ruimte voor water en een toetsing hoe het water zich verdeelt in een gebied, geeft een beeld van de robuustheid van het ontwerp. "
26-04-2022,
11:32
Pagina
13 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
2
Advies klimaatadaptie We willen watersysteem zo inrichten, dat het beter bestand is tegen de effecten van de verwachte klimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden.
Wat
moet
Waar moet
ik doen?
ik op letten?
Achtergrondinformatie
26-04-2022,
11:32
Pagina
14 van 15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
3
Advies grondwaterbeheer We streven naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik ondersteunt. Nieuwe functies sluiten aan bij het gewenst grond- en oppervlaktewaterregime. Hiermee willen we structurele overlast door te hoog grondwater voorkómen en verdroging door te laag grondwater tegengaan.
Wat
moet
ik doen?
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
26-04-2022,
11:32
Pagina
15 van 15
https://dewatertoets.nl