600423 - Bijlage 6 - Bijlage 1 bestemmingsplan Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Fort de Pol, Zutphen
Gemeente Zutphen
Datum: 25 januari 2023 Projectnummer: 220325
1
Inleiding De projectlocatie Fort de Pol ligt ten noorden van bedrijventerrein De Mars te Zutphen en bestaat uit een voormalige vuilstort. De locatie Fort de Pol wordt getransformeerd naar een zonnepark. Het meest westelijk gedeelte en de zuidelijke rand zijn reeds voorzien van zonnepanelen welke gerealiseerd zijn met een omgevingsvergunning. Naast de zonnepanelen biedt de locatie ook plaats aan twee windturbines waarvan er een reeds is gerealiseerd. De oprichting van het zonnepark is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende juridisch-planologisch regime, zodoende wordt er een bestemmingsplanwijzing doorlopen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden.
Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan. Het bevoegde gezag (het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) moet voorafgaande aan het besluit inzake het plan formeel de beslissing nemen of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag kan dit besluit nemen aan de hand van een ‘aanmeldingsnotitie’. Het uiteindelijke besluit dient als bijlage bij de stukken van het ruimtelijke plan worden gevoegd.
2
2
Toetsing Onderhavig project (de realisatie van het zonnepark, de toetsing en het besluit voor de tweede windturbine heeft namelijk reeds plaatsgevonden in het inpassingsplan ‘Windpark IJsselwind Zutphen’1.) past binnen een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.9 betreft namelijk ‘een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of, 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer.” Onderhavig project betreft zoals gesteld kortweg de realisatie van een zonnepark. Het projectgebied is in totaal circa 9 ha groot. Er is geen sprake van glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ver onder de drempelwaarde en is uitsluitend een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling.
Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: − de kenmerken van het project; − de plaats waar de activiteit plaatsvindt; − de kenmerken van het potentiële effect.
2.1
Kenmerken van het project Kenmerken van het project Algemeen Het project betreft de realisatie van een zonnepark op de locatie Fort de Pol, een voormalige vuilstort ten noorden van bedrijventerrein De Mars te Zutphen. Omvang van het project Het projectgebied is ca. 9 ha groot. Cumulatie met andere projecten Er is sprake van cumulatie met het plan ‘Windpark IJsselwind Zutphen’. Dit plan maakt de realisatie van windturbines mogelijk, waaronder één zich bevindt in onderhavig projectgebied. De Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft reeds een m.e.r. besluit 1 genomen voor dit plan. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De nieuwe functie binnen het project maakt gebruik van een natuurlijke hulpbron in de vorm van de inkomende straling van de zon. De zon wordt echter gezien als onuitputtelijke hulpbron.
1
Gedeputeerde Staten van Gelderland. Besluit, Windpark IJsselwind Zutphen – m.e.r. besluit. 2022-001684, 20 april 2022 3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen Afgezien van de tijdelijke aanlegfase is geen sprake van een betekenisvolle productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook brengt het project geen bijzondere risico’s voor ongevallen met zich mee en er is geen sprake van een verkeersaantrekkende functie.
2.2
Plaats waar de activiteit plaatsvindt Plaats van het project Het bestaande grondgebruik In het projectgebied bestaat uit een voormalige vuilstort. Het meest westelijk gedeelte en de zuidelijke rand zijn reeds voorzien van zonnepanelen welke gerealiseerd zijn met een omgevingsvergunning. Naast de zonnepanelen biedt de locatie ook plaats aan twee windturbines waarvan er een reeds is gerealiseerd. Het plangebied is ten noorden gelegen van bedrijventerrein De Mars, verder wordt het aan de noordelijke zijde begrenst door het Twentekanaal en aan de westzijde door de uiterwaarde van de IJssel. Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen. Hieruit ontstaat het volgende beeld: •
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn): In de omgeving van het plangebied liggen Natura 2000-gebieden die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn.
•
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid: Het projectgebied is niet gelegen in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
•
Landschappen van archeologisch of cultureel belang (Verdrag van Valetta, Erfgoedwet): Voor het projectgebied geldt een archeologische verwachtingswaarde. Binnen het projectgebied heeft Fort de Pol gestaan.
•
Ecologische Hoofdstructuur / Natuurnetwerk Nederland (Provinciale verordening): Onderhavig projectgebied ligt niet binnen de EHS/NNN dan wel de provinciale GNN of GO.
•
Gebied geschikt voor beschermde soorten (Wet natuurbescherming): Het is denkbaar dat zich binnen het projectgebied beschermde soorten hebben ontwikkeld.
2.3
Kenmerken van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Algemeen Het project betreft de realisatie van een zonnepark op de locatie Fort de Pol, een voormalige vuilstort ten noorden van bedrijventerrein De Mars te Zutphen. De omgeving van het project-
4
gebied kent een beperkt aantal kwetsbaarheden. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: •
archeologie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op de archeologische waarden in het projectgebied.
•
cultuurhistorie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op cultuurhistorische waarden in het projectgebied.
•
natuur: flora en fauna: het project kan voor wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna en voor wat betreft gebiedsbescherming tot negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden.
Voor de overige milieuaspecten geldt dat op voorhand geen negatieve effecten hoeven te worden verwacht. Hierover kan heel kort het volgende worden gesteld: •
externe veiligheid: onderhavig plan brengt geen activiteiten met zich mee die leiden tot externe veiligheidsrisico’s op de omgeving.
•
bodem: bij onderhavig plan zal realisatie van zonnevelden plaatsvinden. Er hoeft niet te worden verwacht dat deze bouwactiviteiten bodemverontreiniging met zich meebrengen.
•
water: bij onderhavig plan neemt de verhardingsoppervlakte niet toe en ook is geen sprake van activiteiten die mogelijk bedreigend zijn voor de waterhuishouding; er zijn hiermee geen negatieve effecten op water.
•
verkeer: het project leidt niet tot negatieve milieueffecten op de verkeerssituatie.
•
geluid: er kan sprake zijn van milieueffecten op de omgeving als gevolg van geluid veroorzaakt door onderhavig project door de omvormers bij de zonnepanelen, echter zijn er geen gevoelige objecten gelegen in de nabijheid van de projectlocatie;
•
lucht: het project leidt niet tot milieueffecten op de omgeving als gevolg van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen.
Archeologie De gronden van het besluitgebied zijn mede bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. In paragraaf 4.10 van de toelichting wordt hier verder op ingegaan. Aan de westelijke zijde zijn geldt een lage verwachtingswaarde en de zuidwestelijke hoek een klein gedeelte een hoge verwachtingswaarde. Voor het midden gedeelte, het oostelijke gedeelte en de locatie van het voormalige fort de Pol is geconstateerd dat de grond ernstig verstoord is. Daarnaast ligt vrijwel het gehele plangebied in een voormalige IJsselbedding. Hiervoor gelden bijzondere regels en is een specifiek dubbelbestemming opgenomen. Bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 5,5 m +NAP dienen voorafgegaan te worden door archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek. Het meest westelijke deel en de zuidelijke rand zijn reeds voorzien van zonnepanelen. De nog te realiseren zonnepanelen worden gerealiseerd binnen de ernstig verstoorde gebieden. Er zullen geen bodemingrepen dieper dan 5,5 m +NAP plaats vinden. Wat betreft archeologie is hierdoor geen sprake van een negatief milieueffect. Cultuurhistorie Met de aanleg van het Twentekanaal in de jaren dertig en de ontwikkeling van industrieterrein De Mars is er van de oorspronkelijke landschappelijke structuur weinig intact.
Het aspect cultuurhistorie wordt verder onderbouwd in paragraaf 4.11 van de toelichting. Het fort de Pol is gesloopt en is niet meer aanwezig binnen het plangebied. In het plandeel
5
zijn verder geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Wat betreft cultuurhistorie is hierdoor geen sprake van een negatief milieueffect. Natuur Algemeen Er is onderzoek gedaan inzake flora en fauna. Hier is zowel ingegaan op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing is hier nader op ingegaan. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Rijntakken en Landgoederen Brummen ligt in de buurt van het plangebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van beide Natura2000gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Ook andere verstoringen zijn niet op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een voortoets Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk, dit komt terug in de paragraaf stikstof. Verder blijkt uit de quick scan dat in de omgeving van het plangebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk.
Stikstof Uit de uitgevoerde berekeningen voor de aanlegfase blijkt een grootste toename van 0,01 mol stikstof/ha/j op 0,36 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet Natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Een overschrijding betekent in dit geval niet dat vaststaat dat er sprake is van een aantasting van de kwaliteit van een habitattype, maar uitsluitend dat de mogelijkheid van een aantasting niet zonder meer afwezig is. Uit een ecologische voortoets welke is uitgevoerd en verwerkt is in het stikstofonderzoek is gebleken dat er bij een toename van stikstofdepositie op deze hexagonen geen sprake is van significante effecten op instandhoudingsdoelen voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten. Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn.
Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling
6
niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Ten slotte lopen er mogelijk vliegroutes langs het plangebied over de IJssel en het Twentekanaal. Daarom moet bij de ontwikkeling in het plangebied voorkomen worden dat een mogelijke vliegroute wordt verstoord. Dit dient te worden gedaan door: −
het terrein tijdens de bouwfase ’s avonds en ’s nachts niet te verlichten.
−
bij de inrichting van het terrein in de nieuwe situatie geen gebruik te maken van verlichting die verstoring van in de omgeving levende dieren minimaliseert.
Wanneer deze maatregelen worden toegepast, is verstoring van eventuele vliegroutes niet te verwachten. Wanneer deze maatregelen niet of onvolledig kunnen worden genomen dient de potentiële vliegroute eerst nader onderzocht te worden. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
7