572027 - Bijlage 2 - Kerkhofweg13_Toelichting.pdf
Tekst van het document
In het voorliggende geval s geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit mileueffectrapportage merplichtig zjn. Wel i sprake van een actvíteit die s opgenomen in onderdeel D van het Besluit m. nameli: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e-r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempeiwaarden uit onderdeel D overschrijden: e ° een oppervlakte van 100 hectare of meer; e een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of e een bedrijsvoeroppervakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake s van een mer. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden bljven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlke milieugevolgen kunnen hebben.
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling i het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in onderdeel D |.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRYS |5 maart 2017, ECLINL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedeli ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlke negatieve gevolgen voor het mileu kunnen
ontstaan.
Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergeljking met de drempelwaarden uit het Besluit mer, de verwachte miieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrike nadelige milieugevolgen optreden. E&n en ander i tevens bevestigd n de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet mer-plichtig. Tevens zijn geen nadelige miieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststeling van dit bestemmingsplan.
23
bestemmingsplan Kerkhofweg3
42
Flora en
Bescherming
in het
fauna kader
van
de
natuunwet-
en
regelgeving
is op
te
delen
in gebieds-
en
soortenbescherming.
Bj
soortenbescherming heeft men per | januari 2017 te maken met de nieuwe Wet natuurbescherming dt was de Flora en faunawet). B gebiedsbescheming heeft men ook te maken met de Wet natuurbeschermming (was de Natuurbeschermingswet)
en met de Ecologische
Hoofdstructuur/
Natuumetwerk
Nederland
(EHS/NNN).
Het
Flora en
Fauna
onderzoek
dat
uitgevoerd is door Lycens BV.iste vinden in Biage 5
Gebiedsbescherming Het
onderzoeksgebied
behoort
niet tot het Gelders
Natuumetwerk
de Groene
ontwikkelingszone,
natte
landnatuur,
Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied. De bescherming van het Gelders Natuumetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen exteme werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een lokale invloedssfeer en geen
negatieve effecten op de wezenljke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. Voorgenomen
activiteiten
leiden
niet
tot
consequenties
ten
aanzien
van
provinciaal
beleid,
Een
negatief
effect
van
voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen
activiteiten leiden niet tot wettelike consequenties in het kader van gebiedsbescherming.
Vanuit ecologisch
oogpunt hoeft er geen stikstofberekening te worden uitgevoerd Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten
benutten het onderzoeksgebied
hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelik bezet een
beschermd
grondgebonden
zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfîbieën er een (winter)rustplaas en nestelen er vogels.
Vleermuizen
bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied
en amfibieën bezetten er geen
voortplantingsplaats
Van de in het onderzoeksgebied nestelende vogelsoorten, i uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats, Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vemielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren s september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigdierrield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van ‚een bezet vogelnest uit e sluiten. Beschermde
grondgebonden
zoogdieren
en
amfibieën
mogen
niet
(opzettelijk)
gedood
worden.
Om
te
voorkomen
grondgebonden zoogdieren of amfibieën gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te
worden
of dient gewerkt te worden
volgens
een
Gedragscode.
Indien gekozen
Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden.
wordt
om
te werken
volgens
een
Eén van de voorwaarden i dat gewerkt moet
worden buiten de kwetsbare periode.
In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige planten en dieren
‚en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activíteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt
de functie van het onderzoeksgebied
als foerageergebied, voor de in het onderzoeksgebied
foeragerende
diersoorten,
mogelijk aangetast. Dit eidt echter niet tot wettelike conseguenties.
Stikstofdepositie Het plangebied ligt op circa 32 kilometer van Natura 2000-gebied 'Rijntakken'.
Er is een stikstofberekening uitgevoerd met
Aerius calculator 2021.
berekend
Hieruit is in de gebruiksfase geen
stikstofdepositie
hoger dan 000
mol/hajaar.
Het
stikstofdepositie onderzoek is te vinden n Bijage 3.
Voorheen was er op basi van artikel 27 d 2 van de Wb
(Wet natuurbescherming) een verbod op het realiseren van
projecten zonder natuurvergunning. Daarom moest nzast de gebruiksfase eyeneens de realisatiefase worden berekend.
s op
IO maart 2021
de wet tot wijiging van de Wet
natuurbescherming
en de Omgevingswet
Echter
(stikstofreductie en
natuurverbetering) aangenomen met daarin de toevoeging artike! 2.92 aan de Wnb waarin gesteld wordt dat, door middel van
‚een amvb, aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten bij de toepassing van artikel 27 lid 2 van de Wnb
Het besluit van 14 juni 2021
betreft onder andere het wijigingen van het Besluit natuurbescherming door middel van het
vervangen van een aantal artikelen, zo ook artikel 2.5. Artikel 25 stelt dat bouw-
en sloopactiviteiten met bijbehorende
vervoersbewegingen vallen binnen de activiteiten van de bouwsector zoals benoemd in artikel 2.92 van de Wnb. De activiteiten zoals genoemd in artikel 25 zijn daarmee uitgesloten van artikel 2.7 d 2 van de Wb en dus niet vergunningplichtíg.
24
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Per | juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden waarin dit vastgelegd s Door bovengenoemde wetswijziging hoeft de aanlegfase niet meer meegenomen
te worden in de te berekenen depositie
Tijdens de gebruiksfase is geen stikstofdepositie berekend die hoger is dan 0.00 mol/haljaar. Hiermee is een vergunning Wet natuurbescherming voor gebieden niet nodig, Houtopstanden De oppervlakte van de te rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal twintig bomen. bomen hebben geen betrekking op de Wet natuurbescherming, zoals beschreven in artikel 4.Î van de Wet:
De
b. houtopstanden op erven of in tuinen. Conclusie
In verband met het uitvoeringsaspect moet aanwezige puin voorzichtig ontmanteld worden in verband met schuilplekken van eventueel voorkomende fauna. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan uitvoerbaar
43
_ Water
Het plangebied ligt in het beheersgebied waterhuishoudkundige beleid van toepassing:
van
het
Waterschap
Riijn
en
Isel.
Voor
het
plangebied
is het
volgende
* _ Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 202|, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water,
* _ Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland; * _ Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 en de Perspectievennota 2022 - 2025:
* _ Gemeente: Watertakenplan Zutphen 2021 - 2025. B ruimtelijke ontwikkelingen moet
worden
beoogde
In artikel 3.I.6 (Bro) is aangegeven
ruimtelijke ontwikkeling.
aangetoond
dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de
dat in de toelichting van een
bestemmingsplan
is
beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Hiertoe is onderstaande watertoetstabel ontwikkeld. Deze tabel vormt de basis voor de planbeoordeling door het waterschap en het wateradvies.
Voor nieuwe numtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water: Doordat een toename van het verhard opperviak ertoe leidt dat het
afvoerverloop niet meer natuurlk i is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogeljke infitreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlik afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtljnen: Nieuwe plannen moeten voldoen aan het principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelik bljven aan de oorspronkelijke sítuatie. De oorspronkelijke
landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. In aansluiting op het landelk beleid hanteert het waterschap het beleid dt bij nieuwe plannen aljd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. Bi ale nieuwbouwplannen moet (wil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld.
water worden
Het schone en vuile
daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur
teruggegeven. Dit is ook het geval als n openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig i.
Bj de
inichting,
het
bouwen
en
het
beheer
moeten
zo
min
mogelijk
verwuilende
stoffen
opperviaktewatersysteem worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om waterverwuiling te voorkomen Uitgangspunten
Waterschap
aan
aandacht:
het
bodem-
en
uitloogbare
of
Rijn en IJsse!
Voor de periode 2022 - 2027 is het Waterbeheerprogramma bepalend voor het waterbeleid van Waterschap Rijn en Issel. De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord as: * _ Nieuwe ruimtelke ontwikkelingen zijn ten minste grondwatemeutraal, dus veroorzaakt geen wijiging van waterpeilen of aan-/afvoer van water.
* _ Het kostenveroorzakeingsbeginsel is van toepassing. Dit betekent dat de kosten voorwaterhuishoudkundige maatregelen
als gevolg van een ruimtelijk plan, voorrekening komen van de initiatiefnemer van dat plan. e _ Bjnieuwe ontwikkelingen wordt hemelwater in het plangebiedgeïnfitreerd of geborgen en vertraagd afgevoerd naar het oppervaktewater. « _ Schoon hemelwater wordt. waar mogelijk, binnen hetplangebied in de bodem geïnfitreerd.
* _ Het winterbed van rivieren en waterkeringen met bijpehorendebeschermingszones hebben als primaire functie het bieden van veligheid tegenoverstromingen.
25
Ontwikkelingen in deze gebieden zijn enkel toegestaan, als ze hetfunctioneren ervan
bestemmingsplan Kerkhofweg3
niet belemmeren.
+
Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met hetreguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap (of zijn aannemers) mogelijkte zijn
Onderzoek
Op 26 apnl 2022 is het Waterschap Rijn en Isel geïnformeerd over het plan door gebruikte maken van de digitale watertoets. Dit s de vervanger van de vorige watertoetstabel. Op basis van het plangebied en gegeven antwoorden op de watertoets bijkt dat een nommale procedure met een start-overleg met het waterschap van toepassing i. Het toets resultaat is opgenomen in
Bijage 6 behorend
bij de toelichting
uitgangspuntennotitie
opgesteld, welke onderdeel
onderdelen
van
dît bestemmingsplan.
Voor
deze
ontwikkeling
heeft het Waterschap
uitmaakt van de watertoets,
Hiema
wordt
ingeaan
inrichten, dat het beter bestand
is tegen
de effecten
een
op de relevante
uit de watertoets
Klimaatadaptatie
Het
Waterschap
wil het watersysteem
zo
van de verwachte
kimaatverandering, zoals zwaardere buien en langere droge perioden. Grondwaterbeheer
Het Waterschap streeft naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik ondersteunt. Nieuwe
functies sluiten aan bij het gewenst grond- en opperviaktewater regime. Hiermee wil het Waterschap structurele overlast door te hoog grondwater voorkómen en verdroging doorte laag grondwater tegengaan Uitgangspunt gemeente In het Watertakenplan Zutphen
2021-2025 zijn eisen opgenomen
bij ruimtelike ontwkkelingen. B nieuwbouw waarbij het
verhard oppervlak toeneemt moet de eigenaar het hemelwater op eigen terrein verwerken of rechtstreeks afvoeren naar
oppervlaktewater. Voor deze ontwikkeling geldt een bergingseis van 30mm (1,50 m? berging per 100 m? perceelsoppervlakte) op eigen terrein. Conclusie
Het plan is bekeken door het waterschap en er is bepaald dat er geen grote waterschapsbelangen spelen.
Omdat n het plan minder dan 500 m? verharding aangelegd wordt. geldt dat het een kleine ontwikkeling betreft voor het waterschap en gelden er geen eisen voor het realiseren van waterberging. Met het oo op klimaatverandering wordt in het plan zo veel mogelijk gebruik gemaakt van het infitreren van hemelwater:
In het plan wordt geen drainage aangelegd en geen grondwater onttrokken, waardoor er geen verdere afstemming nodig Ís voor het thema grondwaterbeheer.
Voor percelen vanaf 500 m2 wordt uitgegaan van een verhardingspercentage van 50%, waamnee de bergingseis neerkomt op
1,50 m3 per 100 m2 perceeloppervlak 50% van het perceel bedraagt cinca 441 m?. Dit betekend dat op het perceel ruimte moet zijn voor 662 m ter behoeve van de waterberging. Het perceel leent zich hiervoor.
44
_ Archeologie
Op basis van het Verdrag van Mafta en de Wet op de archeologische monumentenzorg
is het uitgangspunt gesteld om
archeologische erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerksteligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelik is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelike opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden n het geding zin. Het plangebied lgt voor circa 2/3 de in een dubbelbestemming 'Waarde * Laag Bekende Archeologische Waarde
2
bestemmingsplan Kerkhofweg3
E
Enkelbestemming
vioren
Dubbelbestemming
Waarde - Laag Bekende Archeologische Waarde
Enkelbestemming Tuin
Pguur 4.3: Uitsnede bestermmingsplan van plangebied (rood omlnd) en het bouwak (wit omlind) binnen dubbelbestemming 'Waarde -
Laag Bekende Archeologische Waarde’. Conclusie
De gronden met de bestemming 'Waarde - Laag Bekende Archeologische Waarde! zijn mede bestemd voor het behoud, de versterking en de bescherming van bekende archeologische waarden in de bodem. In principe geldt dat alleen gebouwd mag worden wanneer aangetoond is dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Dit moet worden aangetoond door archeologisch onderzoek Deze onderzoeksplicht vervalt mits er geen grondwerkzaamheden plaatsvinden
van
dieper
dan
05
meter
onder
het
maaiveld
over
een
oppervlakte
van
|0000
m?.
Onderhavig
plan
betreft
grondwerkzaamheden van maximaal 300 m?. Het is daarom voor dit plan iet verplicht archeologisch onderzoek uit te voeren Het plan doet hiermee geen afbraak aan de archeologische waarden in dit gebied.
45
_ Verkeer en parkeren
Om te bepalen of het plan geen negatieve effecten heeft op omliggende wegen en de parkeersituatie, wordt in deze paragraaf de effecten beschreven van het plan op het verkeer en parkeersituatie. Voor parkeren wordt getoetst aan de voor het plangebied geldende parkeernormen Onderzoek
De woning zal voor een lichte toename van het aantal verkeersbewegingen zorgen. B een gemiddelde van 8 vervoersbewegingen per woning per etmaal, worden er 8 bewegingen per dag gegenereerd B een spitsuur-gemiddelde van 10%,leidt dit tot een beperkt aantal extra verkeersbewegingen. Met de komst van &&n extra woning, neemt ook het aantal auto's toe. Parkeren van auto's als gevolg van de realisatie van de woning moet plaatsvinden binnen de begrenzing van voorliggend plan en dus op eigen terrein. Het aantal parkeerplaatsen Ís afhankelij van het type woning. Het parkeerbeleid van de gemeente Zutphen is opgenomen in de 'Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren’, hierin zijn ook de parkeernormen opgenomen, B het bepalen van de parkeernorm speelt de lgging van een plangebied een belangrjke rol. in het parkeerbeleid van de gemeente Zutphen wordt onderscheid gemaakt tussen de lgging ‘centrum’, ‘rest bebouwde kom! en 'buitengebied'. Het plangebied valt onder 'rest bebouwde kom! Onderstaande tabel bevat de parkeernormen die gehanteerd dienen te worden bij voorliggend plan. De norm voor voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen op het eigen terrein Ís voor wonen:
[Functie 27
TPer
TRest bebouwde kom bestemmingsplan Kerkhofweg3
[Wonen
K
Koop,
twee-ondereel
staand
[ Wonin
Koop,
tussen/hoek
[Wonin
[Wonin
Tobel 3: parkeemomnen 'Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren'.
Gelet op bovenstaande tabel dient er in het plan ruimte te zijn voor minimaal 1,8 parkeerplaats per woning. In totaal dienen er 2 parkeerplaatsen aanwezig te zin in het plan, hiertoe is voldoende ruimte in het plan. Conclusie
Gelet op het vorenstaande levert de gewenste ontwikkeling geen belemmering op voor het aspect 'verkeer en parkeren'.
46
_ Kabels en leidingen
In het
kader van het
bestemmingsplan
dient rekening te worden
planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen).
gehouden
met
de aanwezigheid
van ondergrondse
Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een
zone te worden aangegeven waarbinnen mogeljke beperkingen gelden, Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabjheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabiheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Riool leidingen De riool leidingen leiden voor dit plan lidt t niet tot enige belemmering. Watertransport leidingen In het plangebied of in de nabiheid hiervan bevinden zich geen watertransport leidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabjheid hiervan bevinden zich geen straaverbindingen Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvrzag van een omgevingsvergunning wordt de wettelik verplichte KLIC-melding uitgevoerd, Een dergelike melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond, Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen
vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden, Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd.
Dit
geldt ook voor het trafo huisje dat, wordt verplaatst naar de rand van het plangebied Conclusie
In en nabij het plangebied van dît bestemrringsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. E zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. B graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
47
_
Economische
uitvoerbaarheid
Voorliggend plan betreft een particuler initiatief. De kosten voor de realisatie van het plan alsmede de kosten voor de herzieningsprocedure komen geheel voor rekening van deze partj, Voor de gemeente zijn aan dit plan geen kosten verbonden. De economische uitvoerbaarheid is gegarandeerd middels een anterieure overeenkomst en wordt hiermee geacht te zijn aangetoond
28
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Hoofdstuk 5.I
5
Uitvoerbaarheid
_ Algemeen
5.LI
Wat is een bestemmingsplan?
Het gemeentelike bestemmingsplan is een midde! waarmee functies aan gronden worden toegekend. toekennen
van gebruiksmogelikheden.
Vanuit
de
Wet
ruimteljke
ordening
volgt een
Het gaat dus om het
belangrijk principe:
het
gaat om
toektingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: © de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelik te reaseren, en
© _ de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang).
Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden! (omgevingsvergunning ten behoeye van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve: * _ het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); n een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: * _ het bebouwen van de gronden; e _ het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere nuimtelike wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemene Plaatselike Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.
5.L2
_
Over
bestemmen,
dubbelbestemmen
en aanduiden
Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsviak gelden de gebnuiksmogelikheden zoals die in de bijbehorende regels staan aangegeven. Die toegekende gebruiksmogelikheden kunnen op twee manieren nader worden ingevld: L. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altjd één 'enke!" bestemming (dat
is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (of zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming
2
513
wordt omschreyen wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvuling, of ter beperking, van de mogelikheden van de onderiiggende bestemmingen. Va een aanduiding, Een aanduiding is een teken op de plankaart. Dat teken kan bestaan uit een ln, een fguur, of een lettercode etc. Va een aanduiding wordt in de regels iets' geregeld, Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelikheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel in meerdere bestemmingsregeis en kunnen ook een eigen regel hebben.
_
Hoofdstukindeling
van de regels
De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: I. _ Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artkel |). Dit Ís gedaan 'om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt n alfabetische volgorde, Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zin, zijn deze ook in dt hoofdstuk opgenomen, Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels, leder artikel kent een vaste opzet Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschriving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen, Aansluitend volgen afwikingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen, Belangrijk om te vermelden s dat naast de bestemrmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen n geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld en dus van toepassing i
29
bestemmingsplan Kerkhofweg3
3.
Algemene regels In dît hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
4
Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijingsregels Overgangs- en slotregels.In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in
wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
52
_
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderiinge samenhang te worden bezien
n toegepast Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen.
Aan deze bestemmingen zin regels betreffende het
gebruik en bouwregels gekoppeld.
De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestermmingsplan. Bijzonderheden
in dit plan
Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen: Wonen:
Deze gronden zijn met name bestemd voor wonen. Tuin
De gronden vóór de voorgevelrooilijn van de woningen hebben de bestemming 'Tuin' gekregen. tevens gegeven aan zijtuinen die grenzen aan de openbare weg.
De bestemming
‘Tuin' s
Waarde - Laag Bekende Archeofogische Waarde: Deze dubbelbestemrning is gegeven aan die delen van het plangebied die in een gebied liggen met een (lage) archeologische bekende waarde,
30
bestemmingsplan Kerkhofweg3
Hoofdstuk
6
Procedure
6
_ Resultaten ter inzage egging ontwerpbestemmingsplan
62
_ Vooroverlegreactie
provincie Gelderland
63
_ Vooroverlegreactie
waterschap
3
Riijn en IJssel
bestemmingsplan Kerkhofweg3