CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

572027 - Bijlage 2.5 - Kerkhofweg13_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 5 Flora en Fauna onderzoek.pdf

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente ZutphenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Kerkhofweg 138.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Lycens

Herbestemming & hergebruik

Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

xê‚à‚

Lycens

Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld Projectnummer: 2022-0144 18-5-2022 Versie 10

Opdrachtgever: De Bos Makelaardij 0.g. B.V.

(geanonimiseerd) r

(geanonimiseerd) n

Adviseur Ecologie

Projectleider Ecologie

(geanonimiseerd) — (geanonimiseerd) —

(geanonimiseerd) n (geanonimiseerd) "

Gecontroleerd door: ecoloog (geanonimiseerd) B

(geanonimiseerd)

Lycens

Inhoudsopgave Samenvatting …

5

1.

Inleiding…

7

2.

De ontwikkeling

8

2.1.

Projectlocatie

8

2.2.

Voorgenomen activiteiten

2.3.

ONderzOekSgEbie

3.

4.

5.

….

.9

…

1O

Natuurwetgeving en -beleid 3.1.

Inleiding.

3.2.

Gebiedsbescherming

}

3.3.

Soortenbescherming

3.4.

Houtopstanden……

Gebiedsbescherming. 4.1.

GNN, Groene Ontwikkelingszone, natte landnatuur, Weidevogel-en Ganzenrustgebied .

42.

Natura 2000.

43.

Slotconclusie

Soortenbescherming .. 5.1.

Hypotheseen bureauonderzoek.

522

Methode…e

19

5,3.

Resultaten en wettelijke consequenties

20

54

SIOLCONUSÍE

…

6.

Houtopstanden …

7.

Conclusi

8.

Advies en vervolgstappen…

9.

Bronnen

Bijlagen.

3 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Bijlage1: FOLO'S.

33

Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming.

34

4 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

Samenvatting Er zijn concrete plannen voorde realisatie van een vrijstaande woningop een onbebouwd perceel aan de Kerkhofweg 13 te Warnsveld, gemeente Zutphen (Gelderland). Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden,

Daarom is Lycens B..

gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbeschermingin beeld te brengen. Het onderzoeksgebied s op 17 mei 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocatiesen andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op houtopstanden en beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000, het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, natte landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen

activiteiten een [okale invloedsfeer en geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader

Uitvoering van de voorgenomen

van gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch

oogpunt hoeft er geen stikstofberekening te worden uitgevoerd. Wettelijke consequenties m.b.t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Van de in het onderzoeksgebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest ofde nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden.

Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de

voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten

5 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Om te voorkomen grondgebonden zoogdieren of amfibieën gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode Indien gekozen wordt om te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied, voorde in het onderzoeksgebied foeragerende diersoorten, mogelijk aangetast. Dit eidt echter niet tot wettelijke consequenties.

Wettelijke consequenties m.b.t. houtopstanden De oppervlakte van dete rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal twintig bomen.

De bomen hebben geen betrekking op de Wet natuurbescherming, zoals beschreven in artikel

4.1 van de Wet:

b. houtopstanden op erven of in tuinen.

6 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

1. Inleiding Er zijn concrete plannen voorde realisatie van een vrijstaande woningop een onbebouwd perceel aan de Kerkhofweg 13 te Warnsveld, gemeente Zutphen (Gelderland). Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbeschermingop voorhand niet uitgesloten worden,

Daarom is Lycens B..

gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbeschermingin beeld te brengen. In het onderzoeksgebied is gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ookis onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied en houtopstanden

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland.

Doel van deze rapportage De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieuJonderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning, Het onderzoek i uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: s er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering, Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling beschreven.

Hier wordt ingegaan op de ligging en beschrijving van de

projectlocatie, de voorgenomen activiteiten en het vaststellen van het onderzoeksgebied. Hoofdstuk 3 bevat uitleg van natuurwetgeving en -beleid van voorliggend rapport. Hoofdstuk 4 bevat de uitwerking van gebiedsbescherming. De uitwerking van soortenbescherming wordt in hoofdstuk 5 beschreven.

In hoofdstuk 6

komt de uitwerking van de houtopstanden aan bod. In hoofdstuk 7 komt de conclusie aan de orde. In hoofdstuk 8wordt het advies en de vervolgstappen beschreven. Voor de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar hoofdstuk9. In de bijlage zijn foto's van het onderzoeksgebied en aanvullende informatiete vinden.

T > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

2. De ontwikkeling 21.

Projectlocatie

situering De projectlocatie is gesitueerd aan de Kerkhofweg 13 te Warnsveld, gemeente Zutphen. Het is aan de rand van de bebouwde kom gelegen in het zuidoosten van de woonkern Warnsveld. Ten noorden is een doorgaande weg gelegen en verder wordt de projectlocatie omringd door woonerven. In figuur 2.1 wordt de globale ligging van de project|ocatie (rode marker) weergegeven op een topografische kaart.

Figuur 2.1: Globale ligging van de projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving

De projectlocatie is op dit moment n gebruik als tuin en het wordt omgeven door openbare ruimte en woonerven. De projectlocatie is onbebouwd en bestaat uit (verruigd] grasland. Daarnaast is een tuinkas aanwezig en beplanting in de vorm van bomen, heggen en (verruigd) grasland. In de opgaande beplanting hangt een nestkast en her en der ligt puin. Voor een verbeelding van de projectlocatie wordt verwezen naar bijlage 1 In figuur 2.2 wordt de begrenzing (rode kader) van de project|ocatie weergegeven.

8 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

Figuur 2.2: Begrenzing (rode kader) van de projectiocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

2.2.

Voorgenomen activiteiten

Initiatiefnemer is voornemens om een vrijstaande woning te realiseren. Ten behoeve van de woning wordt beplanting gerooid. Na de realisatie wordt verharding aangelegd en wordt een groene erfafscheiding,

aangeplant. De bomen ten zuiden van de projectlocatie blijven behouden. Figuur 2.3 geeft het wenselijke eindbeeld weer

9 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

Figuur 2.3: Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: BDP, 2021}

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: DI

rooien beplanting;

NN

uitvoeren grondverzet;

aanleggen verharding en beplanting.

2.3.

Onderzoeksgebied

bouwen woning;

Mogelijk effect op beschermde soorten en/of gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd {natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: p

verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stofen trilingen tijdens de werkzaamheden.

10 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Mogelijke permanente invloeden: >

mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaarrond beschermde nesten;

>

vernielen/verdwijnen van beschermde soorten;

>

aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

Vaststellen van de invloedsfeer

Naast een tijdelijk effect op de projectlocatie, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten de projectlocatie. Dit wordt invloedsfeer genoemd. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals bouwwerkzaamheden.

Vaststellen van het onderzoeksgebied

Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het van belang ook buiten de project|ocatie te kijken. In voorliggend geval grenst de projectlocatie aan woonerven en openbare ruimte. Vanwege de [okale invloedsfeer, wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan de projectlocatie. Eris geen

aanleidingte veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het onderzoeksgebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties

11

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

3. Natuurwetgeving en -beleid 3.1.

Inleiding

Bij een ruimtelijke ontwikkeling worden voorgenomen activiteiten op verschillende aspecten beoordeeld, namelijk Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden. Hierbij is de provincie het bevoegd gezag. Op een aantal terreinen vormt het Rijk echter het bevoegd gezag

3.2.

Gebiedsbescherming

Natura

2000

Het onderdeel gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijnen/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel - zonder vergunning - niet toegestaan. Ook het vaststellen

van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben op Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient

ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets nietop voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk.In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Beleid t.a.v. Natuurnetwerk

Nederland

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd.

De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna

opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is doorde Structuurvisie infrastructuuren ruimte (SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van 0.a.

NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels

ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het

NNN/EHS vallen moet het belang van de

natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerktop de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij’-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn

die de ingreep

rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van het NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland. In Gelderland wordt gesproken van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene ontwikkelingszone (GO), natte landnatuur (NL), Weidevogelgebied (W) en Ganzenrustgebied (GR)

3.3.

Soortenbescherming

In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn ljsten opgenomen met beschermde soorten. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld:

12

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

Artikel3.1: Soorten Vogelrichtlijn 1.

Hetis verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen;

2

Hetis verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lidte vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen;

3.

Hetis verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste d te rapen en deze onder zich te hebben;

4

Hetis verboden vogels als bedoeld n het eerste d opzettelijkte storen;

5

Hetverbod, bedoeld n het vierde d, s niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed i op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5: Soorten Habitatrichtlijn 1

Hetis verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage I! bij het Verdrag van Bern of bijlage ! b het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; Hetis verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijkte verstoren;

Hetis verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijkte vernielen of te rapen;

4

Hetis verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen;

5

Hetis verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage ! bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10: Andere Soorten

1.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid,is het verboden: 2

onderdeel a in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;

D.

onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijkte beschadigen of te vernielen, of;

<

onderdeel . vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdee B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk e plukken en te verzamelen, af e snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor eeniederom voldoende zorgte dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordtde zorgplicht iets geconcretiseerd doorte bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat eenieder die weet of

13 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. _ indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of <

voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd.

Voor vogels

geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categoriesoorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig,

34.

Houtopstanden

Om het bosareaal in stand te blijven houden zijn regels opgenomen

in de Wet Natuurbescherming ten aanzien

van houtopstanden (hoofdstuk 4). Meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod vormen hierbij de kern. Deze regels zijn in het belang van zowel nationale als intemationale natuur-, landschaps-en milieudoelstellingen.

In de Wet wordt een houtopstand gedefinieerd als zelfstandige eenheid

van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a

een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of

D.

bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

Indien een houtopstand geheelof gedeeltelijk gerooid wordt, dient de rechthebbende binnen drie jaar dezelfde grond her te beplanten.

Herbeplanting die niet is aangeslagen dient binnen drie jaar vervangen te worden

Wanneer natuurlijke verjonging geen optie is, moeten boomsoorten die bij de groeiplaats aansluiten worden geplant Zoals beschreven in Artikel 4.1 heeft de Wet natuurbescherming geen betrekking op houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, houtopstanden op erven en tuinen, fruitbomen en windschermen om boomgaarden, naaldbomen die bedoelt zijn als kerstbomen (niet ouder dan twintig jaar), kweekgoed, éénrijige beplanting van populier of wilg langs landbouwgronden, wegbeplanting en langs waterwegen, dunnen van een houtopstand en populieren, wilgen, essen of elzen die bedoelt zijn voor de productie van houtige biomassa. Wanneer bomen binnen de bebouwde kom gekapt zullen worden is de bomenverordening van de desbetreffende gemeente van kracht. Er zal nagegaan moeten worden wat de gevolgen zijn en of er een gemeentelijke (omgevings-)vergunning nodig is voor het rooien van de houtopstanden.

14

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

4. Gebiedsbescherming 4.1.

GNN, Groene Ontwikkelingszone, natte landnatuur, Weidevogel- en Ganzenrustgebied

Ligging onderzoeksgebied t.0.v. GNN, GO, NL, WG &GR Het onderzoeksgebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. Gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren liggen op

minimaal 570 meter afstand van het onderzoeksgebied. In figuur 4.1 wordt de ligging van de Groene ontwikkelingszone (lichtgroene kleur) en het Gelders Natuurnetwerk (donkergroene kleur) in de omgeving van het onderzoeksgebied (rode marker) weergegeven. Gronden die tot de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied behoren liggen op minimaal 1,89 kilometer afstand van het onderzoeksgebied.

{

x

* /

5

E

Figuur 4.1: Ligging onderzoeksgebied t.o.v. GNN en GO (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Effectbeoordeling De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Wegens de ligging buiten deze gronden hebben voorgenomen activiteiten geen negatief effect op het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten lokaal en hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezelijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied.

15 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Consequenties t.a.v. provinciaal beleid Het onderzoeksgebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerken de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een [okale invloedsfeeren geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. Er hoeft dan ook niet getoetst te worden aan provinciaal beleid. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid

4.2.

Natura

2000

Ligging onderzoeksgebied t.0.. Natura 2000 Het onderzoeksgebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Rijntakken is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en ligt op 3,2 kilometer afstand van het onderzoeksgebied.

In figuur 4.2 wordt

de ligging van Natura 2000-gebied (lichtgroene en lichtblauwe kleur) in de omgeving van het onderzoeksgebied (rode marker) weergegeven r

_

_

k

Pobeekse HP

:H

_

e

Zwarevet

-

r

de

a

g

e

r

i

WE

Looer Wovs

,

-

s

M A

iim

Figuur 4.2: Ligging onderzoeksgebied t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: pdok.nl)

Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een onderzoeksgebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een onderzoeksgebied. Als gevolg van fysieke werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverliesen aantasten hydrologie

16 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het onderzoeksgebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten, De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is [okaal en gelet op de afstand tussen het onderzoeksgebied en Natura 2000-gebied is een negatief effect uitgesloten

Stikstofgevoelige habitattypen Niet alle habitattypen in Natura 2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura 2000-gebied Rijntakken bestaat voor een aanzienlijk deel uit stikstofgevoslige habitattypen

Beoordeling stikstof: Realisatiefase Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Hierin wordt gesteld dat bouw- en sloopactiviteiten en het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk met daarbij behorende vervoersbewegingen beschouwd worden als een activiteit die partieel is vrijgesteld voor het aspect stikstof ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Tijdelijke stikstofdepositie afkomstig uit de bouwsector gedurende de realisatiefase wordt buiten beschouwing gelaten. Overige stikstofdepositie, waaronder stikstof afkomstig uit de gebruiksfase, dient wel te worden getoetst. Beoordeling stikstof: Gebruiksfase Als gevolg van het bebouwen van het onderzoeksgebied, neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar het onderzoeksgebied, tijdens de gebruiksfase, toe ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op de ligging van het

onderzoeksgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied, kan een negatief effect van stikstofop Natura 2000gebied uitgesloten worden. Deze conclusie wordt getrokken op basis van ervaring met stikstofberekeningen voor soortgelijke projecten, zowel qua omvang, als afstand tussen onderzoeksgebied en stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied.

Consequenties t.a.v. WNB

Voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effectop de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebied en leiden daarom niet tot wettelijke consequenties.

43.

Slotconclusie

Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, natte landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied.

De bescherming van het Gelders

Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een [okale invloedsfeer en geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden.

Uitvoering van de voorgenomen

activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch oogpunt hoeft er geen stikstofberekening te worden uitgevoerd

17

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

5. Soortenbescherming 5.1.

Hypothese en bureauonderzoek

Het onderzoeksgebied is voorafgaand het veldbezoek bestudeerd aan de hand van literatuur. De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de van regionale en landelijke verspreidingsatlassen, zoals RAVON, SOVON, Zoogdiervereniging en de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)

De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het onderzoeksgebied mogelijk tot functioneel leefgebied van beschermde en/of algemene flora- en faunasoorten uit onderstaande soortgroepen: >

amfibieën;

>

grondgebonden zoogdieren;

>

vleermuizen;

>

vogels.

Reptielen

Het onderzoeksgebied is ongeschikt als leefgebied voor reptielen door het ontbreken van heide, broeihopen,

een goede ontwikkelde strooisellaag, ingerotte boomstobben of vegetatie van zeggen of russen. Tevens geven de NDFF-verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF, 2022) aan dat er in de omgeving van het onderzoeksgebied geen beschermde soorten voorkomen.

Vissen en kreeftachtigen Omdat er geen open water (sloten, vijvers, watergangen) in het onderzoeksgebied aanwezig zijn of niet negatief worden beïnvloed, zijn beschermde vissoorten en kreeftachtigen niet meegenomen in voorliggend onderzoek. Tevens geven de NDFF-verspreidingsgegevens van vissen en kreeftachtigen (NDFF, 2022) aan dat erin de omgeving van het onderzoeksgebied geen beschermde soorten voorkomen

Libellen, dagvlindersen overige ongewervelden Erzijn in het onderzoeksgebied geen geschikte waterelementen, natuurlijke oevers of plekken met essentiële waardplanten aanwezig of deze aspecten blijven behouden waardoor geen effect van de ruimtelijke ontwikkeling te verwachten is. De aanwezigheid beschermde libellen, dagvlinders of overige ongewervelden in het onderzoeksgebied wordt uitgesloten. Tevens geven de NDFF-verspreidingsgegevens van libellen, dagvlinders en overige ongewervelden (NDFF, 2022) aan dater in de omgeving van het onderzoeksgebied geen beschermde soorten voorkomen.

Flora

Beschermde sporenplanten en bladmossen komen hoofdzakelijk voor n de volgende biotopen: zomen en ruigte, natte of droge storingsmilieus, extensieve graslanden, akkers, moerasof pioniermilieus met open en

18 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens zonnige standplaatsen.

In het onderzoeksgebied zijn dergelijke landschappelijke kenmerken niet aanwezig.

Tevens geven de NDFF-verspreidingsgegevens van sporenplanten en bladmossen (NDFF, 2022) aan dat er in de omgeving van het onderzoeksgebied geen beschermde soorten voorkomen.

5.2.

Methode

Veldbezoek

In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het onderzoeksgebied op 17 mei 2022 tijdens de daglichtperiode met geschikte weersomstandigheden bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden.

Het gebied is visueel en

auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklampen zijnde in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt Amfibieën

De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën. Amfibieën hebben de winterverblijfplaats verlaten en, afhankelijk van de soort, bezetten amfibieën de land- of voortplantingsbiotoop Amfibieën in landbiotoop zitten overdag ook meestal weggekropen in holen en gaten in de grond of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen en zijn dan lastig waar te nemen. Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van

de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij s tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzochtop het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek. Verschillende beschermde grondgebonden diersoorten hebben zogende zogen in deze tijd van het jaar en veel grondgebonden zoogdieren benutten de voortplantingsplaats als vaste rustplaats buiten de voortplantingsperiode. Eris n het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblifplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graafr, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen Vleermuizen

De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen.

Eris in het

onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen en gebouwen. De gebouwen en bomen zijn beoordeeld op de geschiktheid als verblijfplaats. Daarbijis gekeken naar potentiële verblijfplaatsen in en aan de gebouwen en bomen. Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag dat vleermuizen foerageren of lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute, maar de mogelijke betekenis van het onderzoeksgebied als

19 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens foerageergebied en vlieroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels omdat de meeste vogels in deze tijd van het jaar territoriumindicerend gedrag (zingen/balts) vertonen en veel soorten een bezet nest hebben. Sommige standvogels (dit zijn vogels die niet wegtrekken in de winter), zoals de huismus, steen- en kerkuil zijn doorgaans het hele jaar door aanwezig in de buurt van de nest-/rustplaats. In het plangebied is gekeken naar vogels, (oude) nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen n zichtbaar nestmateriaal.

De bebouwing is

0.a, onderzochtop de aanwezigheid van huismussennesten. Op

basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar

5.3.

vogels

Resultaten en wettelijke consequenties

Amfibieën

Verspreiding en functie Op basis van verspreidingsatlassen en NDFF

wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor

verschillende beschermde amfibieënsoorten beschouwd, zoals gewone pad en bruine kikker. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieënsoorten. Algemeen beschermde amfibieënsoorten benutten de buitenruimte mogelijk als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een (winter)rustplaats. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het onderzoeksgebied. Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond onder dichte begroeiing Het onderzoeksgebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. In het onderzoeksgebied zijn geen vennen, poelen of kleine plasjes aanwezig

Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter}rustplaats beschadigd of vernield. De in het onderzoeksgebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/ vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrjstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelij} gedood worden, dienen ze weggejaagd of weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden (zie figuur 5.1 voor toepasbare vangmiddelen) Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode Indien gekozen wordtom te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden.

Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. Het

foerageergebied neemt mogelijkaf, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.

20 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Vrteang vangen erwoonen

Tosseneng 09 9o v aa 3 10 var 0 Wet ntastescheemg wazen Provrecnto Staten n e tioge etoren D ael 63 van de Omgpengwererdenng. sten am de D arsingen G aders e e k 3 1. n U e à 9169 v de W a

SIEeE

PT

e

eP

van

de

e

TE

GEEEEEK

e

W

e

Geees

teren e e

woerce

e

e

n

a [eens Em

em m [oegee

e

e

e

a

v

e

Teges

E

T

Figuur 5.1: Overzicht van toepasbare vangmiddelen per diersoort

Conclusie

Z

Voor de aanwezige amfibieën geldt dat deze niet mogen worden gedood. Ze moeten worden weggevangen of er dient gewerkt worden volgens Gedragscode of dient ontheffing aangevraagd te worden

Grondgebonden zoogdieren Verspreiding en functie Op basis van verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende beschermde grondgebonden zoogdieren beschouwd, zoals huisspitsmuis, bosmuis, egel en steenmarter. Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. De voorgenoemde muizensoorten bezetten mogelijk een vaste rust- en/of voorplantingsplaats in holen en gaten in de grond onder dichte begroeiing in het onderzoeksgebied.

Er zijn tijdens het veldbezoek geen

gebruikssporen aangetroffen van steenmarterin het onderzoeksgebied. Deze zijn eenvoudig vast te stellen aan de hand van prooiresten en latrines. Verder worden geen kleine marterachtigen binnen het onderzoeksgebied verwacht wegens het gebruik en de openheid van het terrein. Zo zijn kleine marters kwetsbaar voor predatoren waardoorze zich niet snel n landschap bevinden zonder voldoende dekking, Daarnaast ligt het

onderzoeksgebied niet in verbinding met lijnvormige landschapselementen en is een relatief drukke weg aan het onderzoeksgebied gelegen. De hermelijn vermijdt een bebouwde omgeving.

21

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd en vernield. De n het onderzoeksgebied voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. dieren (opzettelijk) gedood worden, teworden (zie figuur

Om te voorkomen dat deze

ienen ze weggejaagd of weggevangen te worden en elders weer losgelaten

5.1 voor toepasbare vangmiddelen).

Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde

dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden ofdient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden.

Eén van de voonwaarden is, dat gewerkt moet

worden buiten de kwetsbare periode Het foerageergebied neemt mogelijkaf, maar dit eidt niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie

>

Voor de aanwezige grondgebonden zoogdieren geldt dat deze niet mogen worden gedood. Ze moeten worden weggevangen of er dient gewerkt worden volgens Gedragscode of dient ontheffing aangevraagd te worden

Vleermuizen

Verspreiding en functie: verblijfplaats Op basis van verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende beschermde vleermuissoorten beschouwd. Er zijn geen waarnemingen bekend in/nabij het onderzoeksgebied van vleermuizen. Erzijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een vaste rust- en/of voortplantingsplaats n het onderzoeksgebied bezetten. De opgaande beplanting biedt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen, er zijn geen holen of gaten in de stam of losse schors aan de stam aangetroffen.

Bebouwing ontbreekt in het onderzoeksgebied

Verspreiding en functie: foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het onderzoeksgebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschilende soorten rond de beplanting en vliegen ze over het onderzoeksgebied terwij ze foerageren rond bomen die net buiten het onderzoeksgebied staan, Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het onderzoeksgebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

22

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Verspreiding en functie: vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantaarnpalen en gevels van woningen.

Het onderzoeksgebied vormt geen verbindende schakel n een

lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen.

Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood, wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield en wordt geen essentieel foerageergebied of vliegroute aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Conclusie

>

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen.

Vogels

Verspreiding en functie Op basis van verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied wordt als functioneel eefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd en er zijn waarnemingen bekend van de torenvalk, gekraagde roodstaart en pimpelmees nabij het onderzoeksgebied (NDFF, 2022). Mogelijk nestelen algemene vogelsoorten in de nestkasten in de beplanting zoals merel, roodborst, heggenmus, houtduif, winterkoning, gekraagde roodstaart, koolmeesen pimpelmees.

Bebouwing ontbreekt in het onderzoeksgebied waardoor het onderzoeksgebied niet

geschiktis voor huismussen en gierzwaluwen. In het onderzoeksgebied zijn geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels en/of uilen er een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten. Vaste rust- en voortplantingsplaatsen van roofvogels en uilen zijn doorgaans eenvoudig vast te stellen aan de hand van schijtsporen, braakballen en ruiveren op de grond onder de zitplaats. De koolmees, gekraagde roodstaart en pimpelmees staan op de ljst met jaarrond beschermde nesten in Gelderland. Deze nestplaatsen zijn beschermd, tenzij deze soorten kunnen uitwijken naar alternatieve nestplaatsen. Wegensde ligging n stedelijk gebied en de aanwezigheid van opgaande beplanting nabij het onderzoeksgebied zullen de soorten voldoende alternatieve nestplaatsen vinden in holen van bomen, nestkasten of gaten en kieren in bebouwing. Bovendien zal de nestkast na de werkzaamheden teruggehangen worden aan de gevel van de bebouwing of aan de beplanting,

23 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Wettelijke consequenties Als gevolg van het rooien van beplanting en het verwijderen van de nestkast tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield met als gevolg dat mogelijk vogels gedood worden ofeieren beschadigd of vernield worden. Van de in het onderzoeksgebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden.

De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is

september-februari, Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden.

Om dit te voorkomen

dient dan een broedvogelscan te worden uitgevoerd. Het foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties. Conclusie

>

Voor de aanwezige vogelsoorten geldt dat het rooien van beplanting en het verwijderen van de nestkast buiten de broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd.

Overige soorten

Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten.

Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

54.

Slotconclusie

In tabel 5,1 en tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven

24

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens Tabel5.1: Samenvatting van de wettelijke consequenties Functie

Soortgroep

Foerageergebied

Amfibieën

Aandachtspunt

Beschermde

Verbodsbepalingen

soorten planlocatie

(Wet natuurbescherming)

Diverse soorten

Niet van toepassing vristelling

Geen

iv.m. ruimtelijke ontwikkeling Amfbieën

Diverse soorten

(Winterlrustplaats

Niet van toepassing: vristelling

Geen

iw.m. ruimtelijke ontwikkeling Amfibieën

Voortplantingsplaats

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Amfibieën

Doden van dieren

Diverse soorten

Art.310id1a

Geendieren doden:

wegyangen of werken volgens Gedragscode of ontheffing aanvragen Grondgebonden

Foerageergebied

Diverse soorten

zoogdieren

Niet van toepassing; vristelling

Geen

iv.m. ruimtelijke ontwikkeling

Grondgebonden

Vaste rust-en

zoogdieren

voortplantingsplaats

Grondgebonden

Doden van dieren

Diverse soorten

Niet van toepassing; vristelling

Geen

v.m, ruimtelijke ontwikkeling Diverse soorten

A.

310 lid1a

Geen dieren doden:

zoogdieren

wegyangen of werken volgens Gedragscode of ontheffing aanvragen Rustof

Vleermuizen

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

voortplantingsplaats Vleermuizen

Essentieel

Vleermuizen

Viegroute

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Vleermuizen

Doden van dieren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Geen

Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Nietvan toepassing; functie wordt

Geen

oerageergebied

niet aangetast

Bezette nesten (niet

Vogels

Diverse soorten

A

Werken buiten

31lid2

voortplantingsperiode f

jaarrond beschermd)

broedvogelscan uitvoeren Vogels

Jaarrond

beschermde

nest- en rustplaats

Koolmees,

Niet van toepassing; voldoende

pimpelmeesen

alternatieve nestplaatsen in de

gekraagde

omgeving aanwezig

Geen

roodstaart

Vogels

Doden van dieren

Diverse soorten

Werken buiten

A 3.Llid1

voortplantingsperiode f broedvogelscan uitvoeren Overige flora- en

Dieren en overige

faunasoorten

functies

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Tabel .2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke conseguenties per soortgroep Soortgroep

Vaste

_

rust _

Voort-

plantings-

plaats

_ plaats

Vliegroute

Wettelijke Nader consequenties _ onderzoek

_ Essentieel

(leerfoerageermuizen) __ gebied

Ontheffing vereist

vereist

Amfbieën

4a

Nee

nt

Nee

Ja

Nee

Grondgebonden

za

za

nt

Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

nee

|Ja

nvt

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij vogels gedood,

Nee, tenzij dieren gedood worden

zoogderen

Nee, enzij ieren gedood worden

Vleermuizen

Nee

Vogels

nee

|

bezette nesten verstoord,

25 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

>

18-5-2022

Lycens beschadigd ofvernield worden

26 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

6. Houtopstanden De oppervlakte van dete rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal twintig bomen

De bomen hebben geen betrekkingop de Wet natuurbescherming, zoals beschreven in artikel

4.1 van de Wet:

b. houtopstanden op erven ofin tuinen.

27 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens T. Conclusie Conclusie m.b.t. gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, natte landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied.

De bescherming van het Gelders

Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een [okale invloedsfeer en geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden.

Uitvoering van de voorgenomen

activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming.

Vanuit ecologisch

oogpunt hoeft er geen stikstofberekening te worden uitgevoerd Conclusie m.b.t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor

beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel [esfgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Van de in het onderzoeksgebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest ofde nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden, De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tjdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet (opzettelijk) gedood worden.

Om te voorkomen grondgebonden zoogdieren of amfibieën gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden, Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode Indien gekozen wordtom te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden.

Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied,

28 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens voor de in het onderzoeksgebied foeragerende diersoorten, mogelijk aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie m.b.t. houtopstanden De oppervlakte van dete rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal twintig bomen.

De bomen hebben geen betrekking op de Wet natuurbescherming, zoals beschreven in artikel

4.1 van de Wet

b. houtopstanden op erven of in tuinen.

29 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens

8. Advies en vervolgstappen Gebiedsbescherming >

Een negatief effect op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming.

Soortenbescherming >

Voor de aanwezige amfibieën en grondgebonden zoogdieren geldt dat deze niet mogen worden gedood. Ze moeten worden weggevangen of er dient gewerkt worden volgens Gedragscode of dient ontheffing aangevraagd te worden;

>

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen;

>

Voor de aanwezige vogelsoorten geldt dat het rooien van beplanting en het verwijderen van de nestkast buiten de broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd;

>

Erdient te allen tijde gewerktte worden conform de Zorgplicht.

Houtopstanden >

Voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van houtopstanden.

30 > Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13 te Warnsveld

> 18-5-2022

Lycens 9. Bronnen AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl Broekhuizen, S. Spoelstra, K. Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren.

-Natuur van

Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden

BIJ12 (2017). Kennisdocument.

Creemers, R.C.M. &

BIJ/12, versie 1.0.

J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna

9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht Limpens, H.

K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen.

Utrecht: KNNV

Uitgeverij

Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische

Zaken, versie 1.3

SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5. Leiden, Nederland:

KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey - Nederland

Soort- en gebiedsinformatie

NN

www.eurobats.org www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl

www.pdok.nl woww.ravon.nl

www.ruimtelijkeplannen.nl wow.sovon.nl

www.verspreidingsatlas.nl ww.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening

Waaremingen: >

ndff-ecogrid.nl

31

> Quickscan Flora & Fauna Kerkhofweg 13te Warnsveld

> 18-5-2022

èycens Bijlagen

Lycens

Lycens Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtljn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden.

Elk van

deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale

soorten

beschermd.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vristelling moet aan drie criteria zijn voldaan:

>

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

>

Ten tweede moet tegenoverde afwijking van het verbod een n de wet genoemd belang staan. De wet geeft

voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid >

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelij, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort

Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht s niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Lycens Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant-en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vristellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds n de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpakof via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstellingin de vorm van een ministeriële regeling mogelijk Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.

Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming, Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: DI

Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;

DI

Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;

Z

Tenslotte s er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

i

531Wn

Habitatrichtlijn 63.2 W

Atzalid1 An3slid1 Hetis verboden in tehetdodenoftevangen. wild levende _ Hetnatuurlijke s verbodenverspreidingsgebied soorten inhun vogels opzettelijk

soorten 633 Wn

Art310lid1a Hetis verboden soorten opzettelijkte doden of te vangen

opzettelijkte doden ofte vangen

Anz1hid2 An3slid4 Art310lid1b Hetis verboden opzettelijknesten, Het s verboden de voortplantingsplaat_ Het s verboden de vaste voortplantingmstplaatseneneierenvanvogelste __ senof rustplaatsen van dieren te splaatsen of rustplaatsen van dieren vernielen of e beschadigen,of nesten

van vogels weg te nemen

__ beschadigen of te vernielen

opzettelijk e beschadigen of te

vernielen

Lycens At31hid3 Hetis verboden eieren te rapen en deze

Hetis verboden eieren van dieren in de

An3slid3

Niet van toepassing

onder zich te hebben

natuur opzettelijk te vernielen ofte

Atz1 da en ids Hetis verboden vogels opzettelijkte

An3slid2 Hetis verboden dieren opzettelijk te

Niet van toepassing

An3slids Hetis verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=69bba671-961c-4ebc-9c99-085d196991d7