CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

565993 - Bijlage 8 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen wijzigingsplan Lansinkweg 8, Zutphen7.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

h[ventarium flora en fauna

QuickScan

Lansinkweg

Zutphen

8

Inhoud

Colofon

Samenvatting en advies

Inleiding

31.

Aanleiding

32.

Planlocatie

3.3.

Ontwikkelingen

Kader

en

41.

Wettelijk kader

42.

Uitvoering

methode

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg

8

Zutphen

1. Colofon

Onderzoek

QuickScan

Document

QSS50653

Datum

9 februari

Locatie

Lansinkweg

natuurtoets

2022

8; Zutphen

)(geanonimiseerd) dreesiminonaeg(

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Inventarium

Ecoloog

(geanonimiseerd)

Adres

Stakenbergweg

flora

en

fauna

212

8075 RC Elspeet Telefoon

(geanonimiseerd) n

Email

inventoriumff@gmoilLcom

Internet

http://quickscanfloraenfauna.nl

KvK-nummer

64980960

BTW-identificatienr.

NL001643862B46

Rekeningnummer

NL93

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

KNAB

0256

8909

94

2. Samenvotting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij uitvoeren van de geplande werkzaamheden

Wet

_ Natuurbescherming

mogelijk

het de

wordt

overtreden.

Soortbescherming Flora

Gebiedsbescherming

Geen overtreding

Notura

2000

Vleermuizen

Gezien

de

wet natuurbescherming.

Geen overtreding

wet natuurbescherming.

nader onderzoek niet nooo'zakelijk.

Zoogdieren Geen overtreding

wet natuurbescherming.

Natuur

Vogels

ofstand

aord

ten

van

de

opzichte

Netwerk

werkzaamheden

von

N2000

en

de

gebieden

is

Nederland

Nader

Volgens

de routekaort

een verdere

toetsing

NNN

is vastgesteld

dot

niet aan de orde is.

Stikstofberekening Er hoeft geen Aeriusberekening

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

te worden

uitgevoerd.

onderzoek

Overige soorten Geen overtreding

huismus.

wet natuurbescherming.

Houtopstanden £r worden geen bomen gekopt onderdeel houtopstanden Notuurbescherming.

zoals bedoeld binnen de

in

het wet

3. Inleiding 31

Aanleiding

Met de voorgenomen

ontwikkelingen

aan de Lansinkweg

8

(geanonimiseerd) oon /nventorium flora te Zutphen heeft e en fauna gevraagd Notuurbescherming uit te

troject

en

voeren

inzicht

wettelijk

kader,

resultaten van 32

QuickScan Wet t.b.v. het vergunning

te verschaffen

werkzaamheden

Natuurbescherming.

het

een voeren

of de

geplande

conflicteren

Voorliggend

de

rapport

gebruikte

het uitgevoerde

uit te

met

de

geeft

inzicht in

methodiek

Wet

en

de

Aan

de

overzijde

Zutphen

is

48.099

ruimte

te maken

onderzoek.

voor

een

nieuw

te bouwen

woning.

Het terrein bestaat uit deels verhording, onverhord

terrein.

Een

van

gedaan

als

varkensschuur:

opgetrokken

bedekt

met

een

dak

golfplaten

de

en

maar grotendeels

schuren

heeft

uit

dienst

metselwerk,

heeft dakbeschot.

De

grote loodsen is deels (enkelsteens) metselwerk en de bovenzijde van hout, heeft geen dakbeschot en verkeert in slechte staat. Het object heeft een schuin golfplaten dak. QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

een

inwoners

Het plangebied betreft perceel, zie figuur 1 aan de Lansinkweg 8 te Zutphen. Het betreffende adres is gelegen buiten de kern van Zutphen. Op de planlocatie staan een woning en diverse schuren. Een deel zol worden gesloopt. De woning en aanpandige schuur blijven intact. De overige drie schuren en vervallen poardenstal zullen worden om

de

weg

is

in

de

Nederlandse

een

groot

stad

provincie

Gelderland, gelegen aan de rechteroever van de rivier de IJssel. Het is de hoofdplaats van de gemeente Zutphen met

Planlocatie

gesloopt

van

zonnepanelenpark.

Figuur1 Plangebied

en

de

stad

heeft

39705

inwoners.

3.3

_ Ontwikkelingen

en effecten

Dit onderzoek

De initiatiefnemer is voornemens om de huidige opstallen te slopen en er een woning en een schuur voor terug te

is gericht

om

een

beschermde soorten voorkomen maken van de projectlocatie.

inschatting

en

te maken

mogelijk

gebruik

bouwen.

Het

is nog

worden.

verband alrede

De

niet

bekend

plannen

wat

er

worden

met de doorlooptijd opdracht

gegeven

precies

gebouwd

hiervoor

ontwikkeld.

van voor

inhoudelijke vragen opdrachtgever.

hierover

Functieverandering

en effecten

gaat In

natuurwetgeving

is nu

de

Voor

onderzoeken.

wordt

verwezen

naar

de

De beoogde ingrepen zijn blijvend van korakter. De functie van het plangebied zal opnieuw ingevuld worden en ecologisch gezien mogelijk veranderen. De

ingrepen

en

effecten

van

de

ingreep

in

relatie

tot

Lansinkweg 8 | Gemeente Zuiphen

natuurwoorden:

+

Het slopen bebouwing.

van

«

Afvoeren

moateriaal.

« e «

Egoliseren terrein. Bouwen van de nieuwe woning en schuur. Het herinrichten van de planlocatie met de inrichting welke bij de functie wonen verwacht kan

e

van

een

deel

van

de

huidige

worden.

Aanleg erf/bestrating/tuin

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

naar nieuwe situatie.

of

SR

4. Kader 41

en

Wettelijk

methode kader

Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is 0.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervongt de Floraen faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet. Dit

onderzoek

beperkt zich tot de gebiedsbescherming

en de

soortenbescherming. In

van

deze

de

Quickscan

wet

veldbezoek de

wet

worden

de

verschillende

Natuurbescherming

en bureau-onderzoek

Natuurbescherming

aanvullend

goed

wordt

getoetst.

onderdelen

Omdat

geen zekerheid overtreden,

een

geeft of wordt

de

onderzoek

vast

moeten

stellen

of

uit

moeten sluiten of er beschermde soorten gebruik maken van de opstallen. Potentie-inschatting vindt plaats op basis van hobitatkenmerken, habitatseisen en ervaring van de ecoloog.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

voorbeeld

is de kans

op

het

waarnemen

van

vleermuizen tijdens het veldbezoek. De trefkans is nagenoeg nihil bij een bezoek overdag. Indien een object (gebouw of boom) potentie heeft, door bijvoorbeeld open stootvoegen,

dan

zal

een

nader

onderzoek

uit moeten

wijzen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk gebruik maakt van heb object. En zo ja, welke functie heeft het object. Voor

potentie van het object ingeschot voor wat betreft beschermde soorten. Indien het object potentie heeft, zal een

Een

waarin

diverse

soorten

de

zijn

er

vastgestelde

optimale

protocollen

onderzoeksperioden,

weersomstandigheden en onderzoeksinspanning staan omschreven. Het bevoegd gezag toetst of de onderzoeken op de correcte wijze zijn uitgevoerd.

Voanuit de Provincie of omgevingsdiensten zijn er toezichthouders die ten alle tijden kunnen vragen naor de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken. Tevens zijn zij bevoegd om op basis van eigen bevindingen het werk stil te leggen en/of een dwongsom op te leggen indien er gehandeld wordt in strijd met de wet Natuurbescherming.

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000- gebieden (Vogel- en Hobitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor hobitots, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om voorafte beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000- gebieden significont negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake

zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezog (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of octiviteit plaatsvindt)

aan de orde zijn.

Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten:

Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (0.0, Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Hobitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn n artikel3.5 verboden vastgelegd (0.a, verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsente vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader von ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen Z een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en omfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Hobitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.

Vogels met jaarrond beschermde nesten;

Voor

Overige vogels,

ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij

Soorten van de Hobitatrichtlijn (bijlage IM en de Verdragen van Bern (bijlage|) en Bonn (bijlage |); Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn

bevoegd

en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt;

Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.

QuickScan

natuurtoets

nkweg Zutphen

8

het

overtreden gezag

(veelal

van de

verbodsortikelen provincie

waarbinnen

plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een uitgebreide rapportage aangegeven

beperkt zijn.

opgesteld

hoe gezorgd

wordt

bij

ruimtelijke de

ingreep

ontheffing dient een

te worden waarin 0.a. dat

schade tot een

wordt

minimum

blijft en of compenserende maatregelen aan de orde

Vervolg tabel 1

Wet natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaateen oppervlaktevan 10 are of meer, bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een gerekend over het totaal aantal rijen.

of

stroken breder dan twee meter,

Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2)vallen de

zijn aangelegd na 1 januari 2013

Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vostgestede grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitoomen en windschermen om boomgaarden, Noaldbomen

bedoeld

oìs

kerstbomen

en

niet

ouder

dan

twintig jaar en kweekgoed, Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplontingen langs

landbouwgronden (enkele rij) Het dunnen van een houtopstand, populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen'die zijn bedoeld voor de productievan houtige biomassaen die:

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

minimaaleens per tien jaar worden geoogst, bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van oriend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplont. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangenop natuurterreinen.

10

Tabel

2

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn& 3.1 Wn Art 3.1lid 1 Het is verboden

vogels

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn8 3.2 Wn Art3.5 d1

in

het

opzettelijk

te

wild

levende

doden

of

Het isverboden soorten in hunnatuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

te

vangen. Art3llid 2

Het

is

verboden

opzettelijk

nesten,

rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art3.1lid

Beschermingsregime andere soorten$ 3.3 Wn

3

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen ofte vernielen

natuuropzettelijk te vernielen of te rapen

Het

is

voste

in

de

Niet van toepassing

lid 5

verboden

vogels

opzettelijk

te

storen, tenzij de storing niet van

wezenlijke

de

te

beschadigen of te vernielen

onder zich te hebben Art3.1lid 4 en

opzettelijk

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te

Het is verboden eieren te rapen en deze

dieren

Het is verboden soorten doden of te vangen

voortplantingsplaatsen

Art 35 lid 3 Het is verboden

van

lid 1a

Art 310 lid 10 Het is verboden

Art 3.5 lid 4

eieren

Art 30

invloed

instandhouding

is

van

op

de

staat

van

de

desbetreffende

Art 3.5 lid 2

Het

is

verboden

dieren

opzettelijk

te

Niet van toepassing

verstoren

vogelsoort Art 3.5 lid 5

Het Niet van toepassing

Art 3.10 lid 1e

is verboden

natuurlijke

plantensoorten

verspreidings-

in

hun

gebied

opzettelijk te plukken en te verzamelen, of te snijden, te ontwortelen of te vernielen QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Het

is verboden

natuurlijke

plantensoorten

verspreidings-

in

hun

gebied

opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden,te ontwortelen of te vernielen

n

42

Onderzoeksmethode

De

volgende

methoden

zijn bij het onderzoek

gebruikt: 6.

1.

Door

middel

van

bureauonderzoek

beschermde

flora

en

fauna

plangebied

recentelijk

zijn

in

de

is

onderzocht

omgeving

woargenomen.

welke

van

het

Hierbij

is

In samenspraak

Door o.

b.

c.

*

natuurtoets

8

van

een

ten

opzichte

van

is de ingreep

in

De

nauwkeurige

onalyse

van

deze

is:

bepoald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dot hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwochten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, bepoald of de bescherming van houtopstanden aan orde

is.

Er is gebruik gemaakt a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-loamp d. Endoscoop

10.

Lansinkweg Zutphen

middel

de

4. De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegonkelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop).

QuickScan

plangebied

met de opdrachtgever

data en waarnemingen

soortbescherming.

met fotomateriaal.

het

kaart gebracht.

3. Er is een visuele inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig).

S. Bewijslast is verzameld

van

gebiedsbescherming.

2. Op 9 februari 2022 is het plangebied aan de Lansinkweg 8 te Zutphen door dhr. P. Smits en P. Wiegel bezocht. Daorbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaorden geïnventoriseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het bewolkt weer en ongeveer 10 graden Celsius en enige wind. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rusten verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is in het hoofdstuk

ligging

nobijgelegen beschermde gebieden (Noatura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk

gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied.

uitgewerkt

De

e.

Ladder

f.

Fotocamera

opgestelde

beoordeeld

door

van de volgende

ropportage een

tweede

is lezer.

hulpmiddelen:

gecontroleerd

en

12

43

Toepasbaarheid

Deze QuickScan

de

wet

is gericht op de mogelijke overtreding van

natuurbescherming,

niet

aan

andere

(natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage

kan

dan

ook

ingediend

belanghebbende

partijen zools gemeente

Op

in

basis

van

projectgegevens onderzoek

de

(zie

uitgevoerd

deze

hoofdstuk

worden

ropportage

3; januari

en een inschatting

aan

en provincie. opgenomen

2022)

is

gemaokt

dit

van de

effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten Deze

vinden.

verstrekte

natuurinformatie

initiotief- en ontwerpfase

is ten

behoeve

van

de

van de planontwikkeling.

Om

in

de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen, wordt - indien nodig- in deze ropportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is

om te werken volgens één van de volgende standaarden: e

Algemeen

zorgvuldig

e

Gedragscode

«

Ecologisch

«

Ontheffing/vrijstelling

handelen

ruimtelijke ontwikkeling

werkprotocol

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

wet natuurbescherming

13

5. Gebiedsbescherming 51

Natura2000

Beschermde

1,6

gebieden

In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 27 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te

verrichten voor

die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen

een

Noturo

2000-gebied,

natuurlijke

hobitats

of de

gebied

de

hobitats

kunnen verslechteren

kwaliteit

van

van

soorten

de

in dat

of een significant verstorend

_effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

Dit geldt ook voor 2000-gebied

projecten

gelegen

zijn

die fysiek buiten maar

wel

een

het Natura

effect

kunnen

hebben op het gebied (externe werking). De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Notura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland en de Bijzondere Provinciale Landschoppen.

Op

ruim

een

projectgebied

Rijntakken

ofstand bevindt

van zich

(Gelderland).

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

het

15

kilometer

Natura

van

het

2000-gebied

De

Ë

Figuur 1 Ruim 1,5 km afstond tot N2000

Kilometer

14

Het Natura «

2000-gebied

Rijntakken

Uiterwaorden

IJssel

«

Uiterwaarden

Neder-Rijn

e

Gelderse

+

Waal

omvat 4 deelgebieden:

Poort

Het deelgebied Uiterwaarden IJssel omvot het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. De IJssel is een zijtak van de Riijn en loopt van Arnhem tot aan het IJsselmeer. Het landschap is

ontstaan in een periode dat de rivier een veel groter deel van de waterafvoer verzorgde en de monding nog een echte delta wos. De IJssel neemt in perioden van hoge afvoer 1/6 deel van de Rijnafvoer voor haar rekening. |n perioden met lage afvoer wordt het woter op peil gehouden door de stuw in de Neder- Rijn. Gedurende het winterhalfjaar zijn grote delen voan de uiterwaarden geïnundeerd raken. De overstromingsduur en -frequentie variëren sterk van jaar tot jaar. Er zijn grote verschillen in het buitendijkse gebied, verschillen in hoogteligging, afwisseling tussen smolle en brede delen en tussen dichte kleinschalige en grote open delen. Plaatselijk treedt grondwater uit en monden beken uit in het IJsseldal. Zandige kalkrijke oeverwallen en rivierduinen worden afgewisseld met kleiige, vlakke stroomdalen. Bij Arnhem en Dieren snijdt de rivier de stuwwal van de Veluwe oaan. Tot

aan

Olst

ziijn

in

het

verleden

brede

meanders

(kronkelwaarden) gevormd. In het middendeel stroomt de rivier tussen relatief smalle, hoog gelegen uiterwaarden. Bij Zalk, in het benedendeel, krijgt de rivier een breder bed dat bij Kampen overgaat in een kleine delta. Ditjong QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

gebied

is

gevormd

na

de

Romeinse

tijijd

en

voor

de

ofsluiting van het IJsselmeer, Tussen Dieren en Wijhe liggen veel landgoederen met daorbij behorende oude verkavelingspatronen, heggen en bossen. Het landschap van het noordelijkste deel is open en wordt gekenmerkt door grosland. Een aoantal vrijwel onvergraven en reliëfrijke uiterwaorden zools Cortenoever, Rammelwoard, Ravenswaard en Scherenwelle, vormt een kleinschalig oud cultuurlandschap met daarin stroomdalgraslanden, kievitsbloemhooilanden en glanshaverhooilanden. In

reliëfrijke delen komt plaatselijk hardhoutooibos voor. De IJssel verbindt een aantal natuurgebieden met elkaar: e e

de notuurgebieden langs de rivieren, in de Gelderse Poort en bovenstrooms langs de Rijn in het zuiden; de laagveenmoerassen van Noordwest Overijssel in het noorden;

e

de Randmeren

en het Ketelmeer

het

in het westen.

Conclusie

IJsselmeer

met oonsluiting op

N2000

Gezien de aard van de werkzaamheden,

de projectlocatie

(tussenliggende bebouwing) en de (effect)afstanden tot de Natura2000 gebieden wordt geen verstoring of negotieve effecten verwacht op genoemde gebieden. Een voortoets N2000 met betrekking tot de genoemde gebieden is niet noodzokelijk en wordt niet geadviseerd. De algehele conclusie is dat het projectgebied buiten de beschermde N2000 gebieden liggen.

15

52

Natuurnetwerk

Het

Natuurnetwerk

van bestaande

Nederland Nederland

(NNN) is het

Nederlands

netwerk

en nieuw aan te leggen natuurgebieden.

de wet heet dit de Ecologische

Hoofdstructuur

In

(EHS). Het

netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende ogrorisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: e

bestaande Nationale

e e

natuurgebieden,

waooronder

de

20

Parken;

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd londbouwgebieden, beheerd volgens

wordt; agrorisch

natuurbeheer;

e

ruim

6

mijoen

rivieren, de Woddenzee;,

e

hectare

kustzone

grote

woteren:

meren,

de

Noordzee

en

van

de

alle Natura 2000-gebieden.

Conclusie

NNN

Aangezien

het plangebied

Figuur3 Planlocatie ligt buiten

is gelegen

buiten

het NNN

van

Gelderland of de groene ontwikkelingszone hiervan (figuur 3), en het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is nadere toetsing

niet aan de orde.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

NNN

(,6 km)

16

Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: Hetis duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen oat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de

Afdeling schetst is Jît wel mogelijk. Als

gevolg

van

de

uitspraak

toestemmingsverlening

gelot

als

voorwaarde

dat zodanige maatregelen

bij

moeten

worden getroffen dlat verzekero is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt Dat kan door maatregelen verbonden aan de

activiteit

zelf

(intern

soalderen),

of

-

onder

strikte

voorwaarden - door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Notura 2000-gebied niet worden aangetost, ondoanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project Het is aon het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen

sprake is van aantosting het betrokken kunnen

Een

worden

verleend

toestemming

worden

van de natuurlijke kenmerken

Notura 2000-gebied,

verleend

op

aoan

bosis

indien

de

van

wordt

van

zal alleen toestemming hand

van

de ADC-toets.

de ADC-toets voldaan

aan

kan

alleen

de volgende

orie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om owingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische

aard)

(D),

en

de

nodige

compenserende

maatregelen worden getroffen om te waorborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waorop het betrokken gebied schade van het project ondervindt! (einde citaat) Op 18 juni 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in het Staotsblad gepubliceerd. Dit besluit en de al eerder gepubliceerde Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn ingegaan in op 1 juli 2021. Daarmee is ook de bouwvrijstelling ingegaan op 1 juli. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De bouwvrijstelling faciliteert de aanleg of bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop

van bouwwerken. Gelijktijdig reserveert het kabinet in de periode 2021-2030 500 miljoen euro voor stikstofreductie in de bouw en 500 miljoen euro voor aanvullende

17

maatregelen binnen of buiten de bouw. Het Riijk maakt afspraken met de bouwsector over deze reductie en

bijpehorende

maatregelen,

gericht op emissiearme

werk-

en voertuigen. De maatregelen worden onderdeel van de structurele aanpak stikstof. Het kabinet benadrukt dat de

(stikstof)effecten van de bouwvrijstelling periodiek worden gemonitord, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig. Advies

/ conclusie

Negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen

van

Natura

2000 gebieden

worden niet verwacht vanwege de kleinschalige aard van de planontwikkeling alsmede de ofstand tot beschermde natuur.

AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000ieden. U

kunt

stikstof uitstoten

in

AERIUS

alle bronnen

invoeren.

De

die

bekendste

bronnen zijn verkeer, veehouderijen en industrie.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

18

6. Soortbescherming De

wet

natuurbescherming

soortbescherming gekoppeld e «

twee

ruimtelijke

vormen

van

alle wilde flora

en fauna

en tracht

het

handelen

Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tiijjdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke

ontwikkeling.

Zorgvuldig

handelen

2.

van

schade

aan

beschermde

Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) reoliseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad).

doden, verontrusten en beschadigen van aonwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken.

1.

Ongedaan maken planten en dieren:

zorgplicht

respect voor

Zorgvuldig

3.

ontwikkeling

status van de soorten:

Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen

Algemene Heb

voor

aan de juridische

kent

Achterof: opgelegd door onzorgvuldig is gehandeld. 61

het

Voorkomen

dat

schade

planten

en

dieren

optreedt

aan

beschermde

(bijvoorbeeld

andere

projectlocatie kiezen). Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten). QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

gezag

indien

Flora

Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, zowel binnen als buiten beschermde gebieden. Bevindingen

veldbezoek

Diverse databronnen

zijn benaderd

volgende conclusies: waaronder

betreft:

bevoegd

om

te komen

tot de

de NDFF.

Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen.

Ook

de

geraadpleegde

aanwijzingen projectlocatie.

naor

databanken

beschermde

geven

soorten

geen op

de

19

62

Faunoa

golfplaten en dakbeschot is toegankelijk voor huismussen waardoor er potentie is voor nestgelegenheid voor de

Vogels

huismus.

Op de planlocatie

schuren.

is bebouwing

De te slopen bebouwing

gecontroleerd

op

holten

en

aanwezig

in de vorm

van

is tijdens het veldbezoek

/ of kieren

wat

het gebouw

toegankelijk maakt voor soorten welke menselijke bebouwing gebruikt als vaste rust- of verblijfplaats. Hierbij kan gedacht worden

gierzwoluw.

De

aan

de soorten

overige

zoals de huismus

opstallen

hebben

en

geen

dakbeschot.

Het hobitat

in de omgeving

voor

huismus

de

(tuinen

door

de

en erven) is geschikt aanwezigheid

voan

(groenblijvende) struiken, straatgros, zandbaden en water. Om

vost

te

stellen

of

uit

te

sluiten

dot

de

huismus

de

opstallen gebruikt onderzoek huismus

als nestplaats zal er een nader uitgevoerd moeten worden conform

het kennisdocument

huismus (bij12).

De gierzwoluw maakt ook gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats. Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Een aontal voorwaarden stelt de gierzwoluw aan zijn nestplaats (kolonie). Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet in de onmiddellijke omgeving van bomen. De planlocatie en de bebouwing voldoet niet aan deze voorwaoarde. Gierzwoluwen hebben invliegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. Dergelijke holten zijn niet aangetroffen op een hoogte

van meer dan drie meter zonder

belemmeringen.

Een nader onderzoek gierzwoluw wordt niet geadviseerd. Tijdens

het

opstallen

dakbeschot.

veldbezoek voorzien

is vastgesteld

ziijn

(voormalige

van

dat

één

van

de

golplaten

daken

met

varkensschuur)

Onder

het

dakbeschot bevindt zich nog een ruimte die grotendeels is opgevuld met isolatiemateriaal met daoronder de binnenafwerking van de dakconstructie. Er is potentieel enige nestruimte voor vogels. De ruimte tussen QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae), pimpelmees (Cyanistes coeruleus), koolmees (Parus mojor), ekster (Pica pico) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vulgoris). Hiernaast kunnen binnen het plangebied

zangvogels

aanwezig

zijn

die

in tuinen

en

20

landelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merulo), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in

gebouwen

onder

(Coloeus

monedulo).

braakballenen

bijvoorbeeld

dakpannen,

Sporen

meststrepen,

van

zoals de kauw uilen,

zoals

zijn niet gevonden.

Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime

Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen

worden

verstoord,

ongeacht

hun

staat

van

instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schoadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het

uitvoeren

broedseizoen

vormt. voor

van

over

de

het

werkzoomheden

olgemeen

een

goed

buiten

het

alternatief

In het kader van de Wet natuurbescherming wordt het broedseizoen geen stondaardperiode

gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen holf maort en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Er zijn geen (oude) nesten of horsten waargenomen.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Advies / conclusie

Ten aanzien van vogels geldt zorgvuldig handelen. Om vast te stellen of uit te sluiten of de huismus gebruikt maakt van de opstallen dient een nader onderzoek

huismus uitgevoerd te worden. Daorbij dient er buiten het broedseizoen gesloopt worden in verband met de kans op aanwezigheid van nesten van algemene gekraagde roodstaart.

soorten,

zools de

21

Jaarrond

beschermde

nesten

In onderstaande tabel zijn op genomen welke nesten door de wetgever jaarrond beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn waargenomen. Nederlandse

naam

Bescherming

naam

Nederlandse

naam

Bescherming

Categorie 1

Categorie 2

| boerenzwoluw

Categorie

5 | koolmees

huismus roek

Categorie Categorie

| bonte vliegenvanger | Boomklever

Categorie Categorie

5_[ Kortsnavelb'mkruiper | Categorie 5 | oeverzwoluw Categorie

| boomkruiper

Categorie 5

| pimpelmees

Categorie 5

Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5

| | | |

Categorie Categorie Categorie Categorie

| zwarte specht

2 2

grote gele kwikstaart | Categorie 3_

blauwe reiger

Bescherming

steenuil

gierzwoluw

kerkuil

Categorie 3_ | Bosuil

Buizerd Hovik Ransuil Sperwer

Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4

oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk

Categorie Categorie Categorie Categorie

wespendief zwarte wouw

*

Nederlandse

3 | Brilduiker 3_ | Draaihals 3 | eidereend 4 | Ekster

Categorie 5 [ kleine vliegenvanger | Categorie 5

Categorie 5 | raof

| gekraagde roodstaart | Categorie 5 | zeearend | glanskop Categorie 5 | zwarte kraai | grauwe vliegenvanger | Categorie 5 | zwarte mees | groene specht Categorie 5 [ zwarte roodstaart

Categorie 4

| ijsvogel

Categorie 5

Categorie 4

| kleine bonte specht

Categorie

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

ruigpootuil spreeuw topuit torenvalk

5

Categorie 5 5 5

Categorie 5

Categorie Categorie Categorie Categorie

5 5 5 5

5 5 5 5

Categorie 5

22

Vleermuizen

Advies

/ conclusie

Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Hobitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel worden deze onderdelen nader toegelicht.

Een

nader

Zoals reeds eerder is beschreven zijn de opstallen op de planlocatie opgetrokken uit stenen (enkelsteens) muren. De bouwkundige staat is slecht, woardoor er een ongunstig microklimaat heerst voor gebouwbewonende vleermuizen. Ook zijn er geen holten die voldoende veiligheid en rust bieden oan deze soorten. De

toegoankelijke vorkensschuur is te laog om als verblijfplaats te fungeren voor vleermuizen. De zogenoemde _ uitvalhoogte is beperkt, waordoor vleermuizen de opstal niet zullen gebruiken als optimale verblijfplaats. Bomen met vleermuispotentie zijn op de plonlocatie niet aanwezig. De aanwezige bomen nobij de planlocatie missen (diepe) holten dan wel loshangende schors. Boombewonende soorten ondervinden geen blijvende hinder van de planontwikkeling. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen is niet te verwachten. Het foerageergebied blijft intact hetzij anders ingericht. Een nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk. Het biotoop en hobitat laat door landelijke omgeving.

*

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

zich

het

beste

omschrijven

vleermuizen

onderzoek

naor

is niet noodzakelijk.

gebouwbewonende

Vleermuizen

Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paorplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone

dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen onderscheiden.

met vrouwtjes

met Vliegroute

jongen.

Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving doarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrog en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor,)

Een voste route van een vleermuis of een groep van Vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migrotieroute

Een

vaste

Zutphen

van

zomerleefgebied

of winterleefgebied

_ naar

en visa versa.

Foerageergebied

Een

natuurtoets C

route

winterverblijfplaats gebied

vleermuizen

QuickScan Ù

en te

waar

een

foerageert.

vleermuis

of

een

groep

van

24

Overige zoogdieren

Slaapmuizen

Soorten van Habitatrichtlijn

en de Verdragen

van Bern en

Bonn

Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van

overige zoogdieren die zijn opgenomen en de Verdragen

op Habitatrichtlijn

van Bern en Bonn aangetroffen.

Het verspreidingsgebied van de eikelmuis quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden

(Eliomys in Zuid-

Limburg.

worden

In het

en

zijn

geen

sporen

van

de

otter

(Lutra

lutro) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nobij het plangebied. Vanwege het korakter (ontbrekken van dekking en rillen) van het plangebied is het habitat voor deze soort

voor

het

plangebied

diverse databases ziijn geen bekend nabij het plangebied.

muizen

Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend noabij het plangebied. Voor de overige wore muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen

ongeschikt.

Het

kan

otter

plangebied

Hamster,

soort

uitgesloten. In de verspreidingsgegevens Ware

Bever

De

hazelmuis

en noordse

verspreidingsgebied

van

woelmuis

de

hamster

(Cricetus

cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nobij het plangebied.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derholve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie

Gelderland

voor

ruimtelijke

de Wet natuurbescherming. geen verspreidingsgegevens

ingrepen

zijn vrijgesteld

van

In de diverse databases zijn bekend nabij het plangebied.

25

Woelmuizen

De

De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich dan ook niet voor deze soort. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn

Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. De bomen nabij het plangebied zijn onderzocht. Het plangebied vertoont geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse dotabases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nobij het plangebied. Haasachtigen,

egel en vos

Deze

zijn

soorten

ruimtelijke

door

ingrepen

de

provincie

vrijgesteld

natuurbescherming.

Gelderland

voor

van

Wet

de

het

perceel

zijn

geen

aangetroffen.

Hier zijn geen

aangetroffen.

Tevens

sporen

(poep)sporen

ontbreken

takkenrillen.

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

van

marterachtigen of prooiresten

rommelhoekjes

en

hebben

dan

ook

geen

essentieel

foerageergebied of rustplaats in of nabij het plangebied. Mogelijk dat marterachtigen (boom-en steenmarter) het weiland doorkruisen naar rust- en voedselplaatsen. Er zijn geen

sporen

aangetroffen

en de kleinschaligheid

van

de

bebouwing zal hooguit tijdelijke hinder in de bouwfase met zich mee brengen. Verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwochten op de planlocatie. In de diverse dotabases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derholve kan worden gesteld dot binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied (het ree: capreolus capreolus). Reptielen

Marterachtigen

Op

marterachtigen

en amfibieën

en vissen

Het plangebied ligt binnen het bereik van beschermde reptielen en omfibieën vanwege het omliggende woter. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgoris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana _ temporario), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor

26

ruimtelijke

ingrepen

vrijgesteld

van

de

Wet

natuurbescherming. De effectafstanden en invloeden van genoemde soorten zijn dus irrelevant. De ingreep heeft geen invloed op het hobitat van deze soorten. De beschermde vissen ziijn rivieroptrekkende zoutwoter soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden

aangetroffen.

De

beekdonderpad

[(Cottus

rhenanus),

Conclusie / advies reptielen Het is niet uit te sluiten bruine kikker en gewone

(herfst/winter)

de aanwezigheid

Vlinders

en

In het

van

(grotendeels)

heldere beperkt

continu tot

stromende de

provincie

beken

8

geen

voedselarme

wateren

of

dit beschermingsregime

vallende

libellen

Het

libellen

en

bastaardkikker

rugstreeppad (NDFF 2011-2021). Voor de rugstreeppad geldt dat de soort beschermd is onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.

natuurtoets

komen

vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder

zoals:

Lansinkweg Zutphen

plangebied

De

recente aanwezigheid

QuickScan

libellen

Limburg.

bekend

omfibieënsoorten

de planlocatie

zijn

Binnen een straal van 2 km is geen de

binnen

van water in de omgeving.

en

beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota loto) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Derhalve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. De ingreep heeft geen invloed op het hoabitat van deze soorten. van

en vissen

dot algemene soorten, zools de pad, gedurende de terrestrische

voorkomen

vanwege

beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten

schone

periode

en amfibieën

voorkomen

van

deze

en dogvlinders.

vlinders

kan

daarom

redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabiij het plangebied. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicaudo), de juchtleerkever (Osmoderma eremito) en Botaofse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie Omdat

nabij

veensloten

Maarheeze en vennen

(Noord-Brabant) met

schoon

water

bekend. ontbreken

in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nobij het plangebied.

63

Bescherming

houtopstanden

Op de planlocatie worden geen bomen gekopt zoals bedoeld in de wet. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Houtopstanden

Deze regel geldt niet voor :

Hoofdstuk4 wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, dieeen

oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld(artikel4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) voorof is gemeld bij bevoegd gezoag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vost. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zools herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

QuickScan Ù

Zutphen

natuurtoets C

Houtopstanden gemeenteraad

1

bebouwde

binnen de vastgestelde

bij besluit grenzen

van van

de de

kom;

Houtopstanden op erven of in tuinen; .

Fruitbomen en windschermen om boomgoorden;

. Nooldbomen, kerstbomen,

kennelijk

a.

b. @

om

te

dienen

als

indien niet ouder dan twintig jaar;

Kweekgoed,;

Uit

bedoeld

populieren

of

Beplantingen Eenrijige

e woterwegen, en beplantingen longs

_ Wegbeplantingen;

wilgen

bestoande:

landbouwgronden; Het dunnenvan een houtopstand; Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie voan houtige biomassa, indien zij: o Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 9 Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en c Zijn aangelegd na 1 januori 2013.

28

Verantwoording Literatuur/bronnen

Internet

e

Omgevingsverordening

«

Fauno

«

150416 Ropport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf

inventorisatie,

Moteriaal e

Camero

e

Zoklomp

+

Thermometer

«

Windmeter

e « « «

Verrekijker Endoscoop Ladder (5 meter) Uvlamp

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Rik Schoon

e

www‚rvonl

e

www.bijl2.nl

e

wwww‚verspreidingsatlas.nl

e

www‚ndff.nl

e «

www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten

e

www.natura2000.nl

29

Vrijgestelde

oorts

soorten

Provincie>

per provincie

Friesland | Groningen | Drenthe |Overijssel | Gelderland |Utrecht

rdmuis staardkikker osmuis

ruine

kikker

unzing rgmuis

rgspitsmuis el

ewone bosspitsmuis Gewone pad aas

ermelijn

uisspitsmuis eine watersalamander onijn Veerkikker

ndergrondse woelmuis iee

iosse woelmuis teenmarter

weekleurige bosspitsmuis eldmuis os

ezel

ild zwijn Woelrat azelworm evendbarende

hagedis

eKhoom

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Noord- | ZuidHolland | Holland

Flevoland | Zeeland

NoordBrabant

Limburg

30

Disclaimer Deze QuickScan is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zools hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mog, met uitzondering van de

opdrachtgever, openbaar

worden

gemaakt

worden

vermenigvuldigd door

of

middel

van

scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Inventorium, noch mag het zonder deze gebruikt worden

toestemming voor een ander doel dan waarvoor het vervaardigd is.

Inventarium is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de

resultaten

van

de

werkzaamheden

of

oandere

gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Inventarium voor aanspraken van derden in verband met deze toepossing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaost is de notuurwetgeving oaan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2022 Inventarium

*

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

flora en fauna, Elspeet

Fotobijlage

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg

8

Zutphen

32

*

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

33

*

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

34

natuurtoets

98

35

*

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

36

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

37

*

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

Beplantingsplan Lansinkweg 8

QuickScan

natuurtoets

Lansinkweg Zutphen

8

NATIONALE DATABANK

FLORA EN FAUNA

N

!

|3

ij

Uitvoerportaal

Lansinkweg

tphen

N

2 records

©

Middelpunt < Ikm?

#

Middelpunt Ikm? - Skm?

©

Middelpunt > Skm?

Vlak

De NDFT s de meest omvangrijke landeijke informtiebron van verspreidingsgegevens n bevat betrouwbare waarnemingen vegelmaattoegevoegd.

bruar

Alle gegevens

n de NDFF zijn door soortexperts

gevalideerd.

schaa

van planten en diren in Nederland.

Nader (veld-Jonderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid

1000

Nieuw:

van een soort e bes

Aurcer:

(geanonimiseerd)

NATIONALE DATABANK FLORA

EN

FAUNA

l |A

J Uitvoerportaal

B|

Zoekvraag

Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Bronhouder soorten)

Zoekgebied /

6

Beleid

Jaarrond beschermde nesten

@2

Blauwe reïger

1

Gekraagde roodstaart

1

Jaarrond beschermde nesten (FL)

1

Blauwe reïger

1

Jaarrond beschermde nesten (LI)

02

Blauwe reïger

1

Gekraagde roodstaart

1

SNL soorten

1

Gekraagde roodstaart

1

Wnb - Vogelrichtlijn

©1

Gekraagde roodstaart

1

Vogels

02 Blauwe reiger

1

Gekraagde roodstaart

1

De NDFT s de meest omvangrjke landeijke nformatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren n Nederland. Nieuwe gegevens worden met vegelmaattoegevoegd. Alle gegevens n de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen o uít e sluíten.

10 februari 2022 20:39:36

2

(geanonimiseerd) Auteur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=4d99a822-6149-41df-ba9f-3b279152c854