CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

565993 - Bijlage 11 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen wijzigingsplan Lansinkweg 8, Zutphen11.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zutphen, Lansinkweg 8 Gemeente Zutphen (GD) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

Overijsselhaven 127

T: 030-7620705

3433 PH Nieuwegein

E: informatie@transect.nl

(geanonimiseerd)

Auteur Versie

Versie

1.1

Projectcode

22060066

Datum

14-10-2022

Opdrachtgever

VGM

Uitvoerder

Transect

Nederland b.v.

Overijsselhaven 127 3433 PH

Nieuwegein

Veldonderzoek

(geanonimiseerd) Bsenior (geanonimiseerd) m

KNA Prospector)

Onderzoeksmelding

5291855100

Bevoegde overheid

Gemeente Zutphen

Adviseur bevoegde overheid

Gemeente Zutphen

Status

Nog te beoordelen

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebied ten tijde van het

veldonderzoek (19-09-2022)

Autorisatie

Naam

Datum

Paraaf )dreesiminponaeg(

(geanonimiseerd) }

14-10-2022

(geanonimiseerd)

Senior KNA Prospector

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

t……… archelgie, rfgrd, rainte

transe:

: archeologie, erfgoed, ruimte

Samenvatting In opdracht van VGM

Nederland heeft Transect in september 2022 een archeologisch vooronderzoek

uitgevoerd in een plangebied aan de Lansinkweg 8 in Zutphen (gemeente Zutphen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de sloop van een viertal schuren en de nieuwbouw van twee vrijstaande bijgebouwen in het plangebied. Het

archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO).

De vraagstelling van deze onderzoeken

richt zich op het

vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een rivierduin ligt. In de omgeving van het

plangebied meerdere vindplaatsen uit de periode Bronstijd/IJzertijd en Vroege Middeleeuwen — Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Ook zijn in de directe omgeving van het plangebied vondsten uit de

periodes vanaf het Mesolithicum aangetroffen. De vindplaatsen en vondsten liggen op dekzandruggen en op de hogere delen van rivierduinen onder een oud bouwlanddek, dat vermoedelijk door plaggenbemesting is ontstaan. Volgens de bodemkaart liggen er namelijk hoge bruine

enkeerdgronden. Gezien deze informatie en de ligging van het plangebied op een rivierduin, is het zeer aannemelijk dat in het plangebied archeologische grondsporen of resten aanwezig zijn.

Daarom

geldt er een hoge verwachting op archeologische waarden vanaf het Laat-Paleolithicum, met de nadrukop nederzettingsresten uit de perioden Bronstijd/IJzertijd en boerderijplattegronden en erfgerelateerde verschijnselen uit de perioden Vroege Middeleeuwen-Nieuwe Tijd (gelet op de nabijheid

van de verschillende vindplaatsen bij het plangebied). Deze resten zullen zich hoofdzakelijk kenmerken door grondsporen (verkleuringen in de top van het rivierduinzand) Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat vanaf

90 — 150 cm -Mv (7,28 - 7,57 m +NAP)

rivierduinafzettingen aanwezig zijn. Hierboven ligt een vermeende cultuurlaag, gelet op de verkleuring

en de aanwezigheid van oude bouwpuinresten. Daarboven ligt een oud bouwlanddek, waarmee de aanwezigheid van enkeerdgronden volgens de bodemkaart werd bevestigd.

Vanwege de oude

cultuurlaag tussen het oude bouwlanddek en de top van de rivierduinafzettingen is de hoge verwachting op resten uit de Bronstijd-Nieuwe tijd in het plangebied bevestigd. Resten, die uit de periode Laat-Paleolithicum-Neolithicum dateren zijn waarschijnlijk niet meer intact aanwezig en

vanwege de vorming van de cultuurlaag in het gebied. De verwachting uit laatstgenoemde periode is daarom naar laag bij te stellen. Advies

In het kader van de sloop van de huidige bedrijfsschuren en het realiseren van twee nieuwe

bijgebouwen in het plangebied wordt, op basis van de hoge verwachting op resten uit de perioden Bronstijd — Nieuwe Tijd, een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Dit onderzoek kan het

beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) ter plaatse van de

‘bouwvlakken van de te realiseren bijgebouwen (circa 559 m?). Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan geadviseerd worden tijdens de sloop van de bestaande bedrijfsschuren een

archeologische begeleiding

(IVO-AB) te laten plaatsvinden. Voor een dergelijk gravend onderzoek

dient een Plan van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat op voorhand van de werkzaamheden door de bevoegde overheid (gemeente Zutphen) goedgekeurd moet zijn.

t orcbrlegi rfgrd emte

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de

bevoegde overheid (de gemeente Zutphen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

t orcbrlegi rfgrd emte

Inhoud 1.

Aanleiding

2.

Aardeen doel van het archeologisch vooronderzoek

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

4. _ Planvorming en consequenties toekomstig gebruik 5.

Beleidskader

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

8. _ Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

18

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

25

10.

Resultaten veldonderzoek

28

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

31

12.

Conclusie en Advies

32

13.

Geraadpleegde bronnen

33

Bijlage 1: Plantekening

36

Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Zutphen

37

Bijlage 3: Geologische kaart

39

Bijlage 4: Geomorfologie

40

Bijlage 5: Hoogtekaart

41

Bijlage 6: Bodemkaart

43

Bijlage 7: Archeologische informatie

44

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

45

Bijlage 9: Foto's van boringen

46

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

47

t orcbrlegi rfgrd emte

1. Aanleiding In opdracht van VGM

Nederland heeft Transect in september 2022 een archeologisch vooronderzoek

uitgevoerd in een plangebied aan de Lansinkweg 8 in Zutphen (gemeente Zutphen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de sloop van een viertal schuren en de nieuwbouw van twee vrijstaande bijgebouwen in het plangebied.

In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2022 een Waarde — Archeologie hoge verwachtingswaarde. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 50 m? en dieper dan 50 cm -Mv reiken. Dit betekent dat gezien de

omvang van de voorgenomen van de toekomstige ontwikkeling (circa 1900 m? sloop en 300 m? nieuwbouw met bodemingrepen dieper dan 50 cm -Mv) archeologisch vooronderzoek nodig Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (De Wit, 2022).

t orcbrlegi rfgrd emte

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.

Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de

archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende {cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij de Historische Vereniging Zutphen voor aanvullende informatie (via algemene e-mailadres; d.d. 11-10-2022). Het doel van het inventariserend veldonderzoek s het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de

gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw,

bodemreliëfen bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de

landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een

booronderzoek (IVO-0). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de

volgende vragen: e _ Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? e _

Zijnerbinnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

e _

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat}?

e _ Watis de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren

in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van

de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over

de - verwachte — aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek

is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 41).

t orcbrlegi rfgrd emte

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

Gemeente

Zutphen

Plaats

Zutphen

Toponiem

Lansinkweg 8

Kaartblad

33H

Centrumcoördinaat

212.953 / 459.582

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het

onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende

gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, {cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Lansinkweg 8 in Zutphen (gemeente Zutphen). De ligging van het

plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied het percelen ZPNOO Sectie P nummers 503 en 504. Het plangebied wordt in het westen en noorden begrensd door de

Lansinkweg. In het oosten wordt het plangebied begrensd door de kadastrale grens met het naastgelegen weiland. De zuidelijke grens wordt gevormd door de oprit naar een van de schuren. Het plangebied is circa 1 ha groot.

t orcbrlegi rfgrd emte

l

Legenda

D

pingebies o

50

100

150

transect

ing van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, Figuur 1: bron: www.pdok.nl}.

200m

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag omgevingsvergunning

Oppervlakte plangebied

1ha

Planvorming

Sloop en nieuwbouw bedrijfsschuren

Omvang verstoringen

2122 m? sloop 600 m? nieuwbouw

Bodemverstorende werkzaamheden

Sloop/graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Circa 80 cm -Mv

Het voornemen bestaat om in het plangebied de huidige bedrijfsschuren (circa 1900 m?)te slopen en twee nieuwe, vrijstaande, bijgebouwen te realiseren.

Deze bijgebouwen vallen slechts voor een deel

binnen het huidige bouwvlak (circa 41 m?). Het overige deel valt erbuiten (559 m?). De schuren blijven n bezit van VGM

Nederland op dit adres. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is

weergegeven in bijlage 1. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, is een omgevingsvergunning

nodig, aangezien de voorgenomen ingrepen groter zijn

dan door het bestemmingsplan wordt

toegestaan. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchiefen daarmee eventueel

aanwezige archeologische waarden aantasten. De totale werkzaamheden hebben een omvang van

circa 2500 m:. Door de toekomstige ontwikkelingen zullen naar verwachting geen negatieve gevolgen optreden met betrekking tot het grondwaterpeil.

t orcbrlegi rfgrd emte

5.

Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan Landelijk Gebied 2022

Onderzoeksgrens

50 m? en dieper dan 50 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend;

ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar

het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet

1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de

Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) i het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2023 in werking zal treden. In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2022 heeft het plangebied Waarde — Archeologie hoge

verwachtingswaarde (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (Gemeente Zutphen; bijlage 2. Hierop heeft het plangebied tevens een hoge archeologische verwachting.

Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 50 m? én dieper reiken dan 50 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en -

diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een

archeologisch (voorJonderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester

en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-Jonderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of

een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

t orcbrlegi rfgrd emte

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

Archeoregio Geomorfologie Maaiveld

Midden-Nederlands zandgebied Rivierduin (kaartcode 10B57) 8,0-9,3 m +NAP

Bodem

Hoge bruine enkeerdgrond (kaartcode bEZ23)

Grondwater

GWT-VII

Landschapsgenese Het plangebied ligt in het Overijssels-Gelders zandgebied, een gebied dat ingeklemd zit tussen de

Gelderse Ijssel en de Oude Ijssel (Berendsen, 2005). Het gebied kenmerkt zich door een sterk variërend reliëf, dat hoofdzakelijk het gevolg is geweest van de bedekking van het gebied door landijs in de voorlaatste Ijstijd (het Saalien, 200.000 tot 130.000 jaar geleden). Bij de uitbreiding van dit landijs

zijn Tertiaire afzettingen en keileem opgestuwd die tot de vorming van stuwwallen hebben geleid, waaronder in de omgeving van Lochem en Neede (respectievelijk de Lochemse en Needse berg). Onder het landijs heeft zich een dik pakket keileem gevormd, dat als grondmorene onder het ijs is afgezet.

Keileem is een sterk zandige tot uiterst siltige klei waarin grind en (vuur-Jsteen aanwezig is.

Het betreft over het algemeen slecht gesorteerd sediment en het is zeer compact qua structuur.

Geologisch gezien wordt het tot het Laagpakket van Gieten gerekend (als onderdeel van de Drenthe Formatie, de Mulder et al., 2003). In Twente en de Achterhoek komen lokaal vrij dikke pakketten

keileem uit het Saalien voor en wordt het zelfs aangetroffen op de stuwwallen. Hoewel in de daarop volgende ijstijd (het Weichselien, 120.000 tot 15.000 jaar v. Chr) het gebied niet met ijs bedekt is geweest, s het klimaat wel van invloed geweest op de vorming van het landschap. Nederland kende toen een zeer koud en droog klimaat, waardoor sprake was van een schaars begroeid landschap. De wind had hierin vrij spel en verstoof vanuit drooggevallen rivierbeddingen en

de Noordzeebodem grote hoeveelheden zand. Dit zand werd op grote schaal als dekzand in het oostelijk zandgebied afgezet, onder meer langs de randen van de stuwwallen. Er ontstond een reliëf,

dat werd gekenmerkt door vlakke, afvoerloze depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen en welvingen (Berendsen, 2005). De ruggen en koppen zijn vaak duidelijkte herkennen in het landschap, doordat ze vaak meer dan 1,5-2,0 m boven hun omgeving uitsteken. De

welvingen zijn daarentegen minder herkenbaar in het landschap. Het dekzand bestaat over het algemeen uit fijnkorrelig, kalkloos, goed gesorteerd zand. Geologisch gezien wordt het gerekend tot het Laagpakket van Wierden (als onderdeel van de Formatie van Boxtel). De afzetting van het dekzand vond plaats in verschillende fasen, waarbij bij verminderde

aanvoer fijner sediment of zelfs bodemvorming kon optreden. Met name op de overgang tussen pakketten, die tijdens de twee laatste verstuivingsfasen zijn gevormd (in het Vroege en Late Dryas) is

op bepaalde plaatsen een dunne bodem aanwezig. Deze begraven begroeiingshorizont staat bekend als de Laag van Usselo en heeft zich gevormd op het voormalig landoppervlak in het Allergdinterstadiaal (circa 13.000 tot 12.000 v. Chr.; Berendsen, 2005). Met het opwarmen van het klimaat aan het begin van het Holoceen (vanaf 10.000 jaar v. Chr., raakte

het dekzand begroeid en werd het dekzandreliëf gedurende het Holoceen (de huidige geologische periode) als het ware ‘vastgelegd’.

Er ontstond zodoende een landschap dat bestond uit

dichtbegroeide zandruggen en -koppen met daaromheen vochtige, laaggelegen delen, waar beken en

rivieren stroomden.

Aan de randen van de beken en rivieren konden ook in het Vroeg-Holoceen nog

t orcbrlegi rfgrd emte

rivierduinen opstuiven. De dichtstbijzijnde rivier nabij het plangebied betreft de Ijssel, die op ongeveer

1,5 km ten zuidenwesten van het plangebied gelegen is. Circa 2,5 km ten noorden stroomt de Berkel Geologie Volgens de geologische kaart van Nederland (Stafleu et al., 2019) bestaat de ondergrond van het plangebied uit afzettingen die toegeschreven zijn aan het Laagpakket van Wierden als onderdeel van

de Formatie van Boxtel (kaartcode Bx4, bijlage 3. Deze afzettingen bestaan uit dekzand en overige periglaciale afzettingen. Circa 500 m ten westen van het plangebied liggen volgens de geologische

kaart afzettingen die toegeschreven zijn aan de Formatie van Echteld. Dit betreffen kom, geul en beddingafzettingen. Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een rivierduin (kaartcode 10B57, bijlage 4,

www.pdok.nl). Direct ten oosten van het plangebied ligt een terrasvlakte (kaartcode 2M42). Circa 250 m ten noorden en 250 m ten zuiden liggen beekdalen gekarteerd (kaartcode 22R42 en 23R46). Tevens ligt circa 230 m ten oosten een dekzandrug in het landschap (kaartcode 10B53).

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valtaf te leiden dat het maaiveld in het plangebied varieert tussen circa 8,0 en 9,3 m +NAP (bron: www.ahn.nl; versie 4; bijlage 5). Het maaiveld is het hoogst rondom de gebouwen

(circa 9,3 m +NAP). Het helt in alle windrichtingen af richting de grenzen van het plangebied tot een hoogte van 8,0 m +NAP. In het noorden van het plangebied is een laagte waarneembaar.

Deze ligt

circa 20 cm lager dan het maaiveld eromheen. Ten opzichte van het weiland ten zuiden ligt het plangebied circa 1,0 m hoger. Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied hoge bruine enkeerdgronden bestaande uit lemig fijn

zand te verwachten (kaartcode b£223, bijlage 6, www.pdok.nl). Deze zandgronden komen voor op de wat hogere zandruggen langs de grote beekdalen in het oosten van het land, zoals de Overijsselse

Vecht. Ze hebben een wat bruin gekleurde, donkere bovengrond van ten minste 50 cm dik. De bovengrond s ontstaan door ophoging van de oorspronkelijke grond met aardmest, afkomstig uit de potstallen. Voor deze stalmest zijn als strooisel graszoden of heideplaggen gebruikt; in sommige delen

van het land werd ook wel zand gebruikt (De Bakker, 1966). De grondwatertrap in het plangebied is VIl (op de bodemkaart). Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) dieper dan 80 cm -Mv voor kan komen. De gemiddeld laagste

grondwaterstand (GLG) is bij deze grondwatertrap niet bekend. De wisselingen in grondwaterstanden leiden ertoe dat organische resten, zoals bot- of plantenmateriaal, ondieper dan 80 cm -Mv worden

aangetast als gevolg van oxidatie. Er kunnen echter wel anorganische resten, zoals vuursteen en aardewerk, of verbrande organische resten worden aangetroffen.

t orcbrlegi rfgrd emte

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst

voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied zelf is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Wel zijn

binnen het onderzoeksgebied twee AMK terreinen bekend.

Dit betreffen terreinen 12834 en 12799.

AMK terrein 12834 Een overzicht van deze terreinen is opgenomen in tabel 3. Archeologische verwachting

Op de gemeentelijke beleidskaart (gemeente Zutphen, 2019) kent het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting s gebaseerd op de verwachte ligging van het plangebied op een rivierduin. Deze hebben vanwege hun wat hogere ligging binnen het regionale

landschap bewoningsmogelijkheden geboden sinds de vorming van het duin. Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan

en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7. In tabe 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied, in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven.

Informatie uit overige bronnen Er is geen aanvullende informatie uit overige bronnen verkregen Archeologisch gezien valt uit de resultaten van de reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving af te

leiden dat er veel vindplaatsen bekend zijn. Bewoning in het gebied vond al plaats sinds het Mesolithicum. De vindplaatsen bestaan voornamelijk uit nederzettingsterreinen en individuele

boerderijplattegronden, waarvan veelal grondsporen zijn aangetroffen. Deze dateren uit de perioden Bronstijd/ Ijzertijd en Vroege/Late Middeleeuwen.

Tevens is veel vondstmateriaal aangetroffen in de

omgeving. Deze vondsten bestaan uit aardwerk, glas en dierlijk bot. Ook is bij é&n onderzoek een

grafveld aangetroffen. De vindplaatsen zijn te herkennen aan de aanwezigheid van een ‘vuile’ dan wel cultuurlaag onder het opgebrachte esdek.

De locatie van de vindplaatsen centreren zich rond de top

van dekzandruggen of rivierduinen. Er is geen informatie bekend over overige vindplaatsen.

t orcbrlegi rfgrd emte

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Type onderzoek

Bevindingen

2268651100

Leestenseweg- __ 397 m ten noorden

Opgraving

In het kader van de AWN-veldwerkcursus werd op _ Groothedde

Rozenhaag

20 september begonnen met een opgraving op

(1997)

een kleine zandhoogte tussen de bestaande bebouwing van het buurtschapje. De zandhoogte vormde een onderdeel van een grotere uitloper van de Leestense enk aan de oostzijde, waarvan het grootste deel n 1970 is ontgrond. De vondsten ‚en sporen komen uit twee werkputten van in

totaal ca. 1800 m?. Er werden sporen van een erf uit de 9°-12° eeuw gevonden. De aangetroffen sporen en resten bestonden uit een viertal waterputten, één hutkom, één huisplattegrond en meerdere losstaande puilkalen daterend uit de Romeinse Tijd tot en met Late Middeleeuwen. Tevens is er dierlijk bot uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. 2264609100

Bedrijventerrein __ 470 m ten westen Revelhorst

Proefsleuven

In het kader van de ontwikkeling van een bedrijventerrein is op Plangebied Revelhorsteen

Prangsma en _ Hazen (2010)

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek zijn drie proefsleuven gegraven. Hieruit zijn drie vindplaatsen bekend geworden. Vindplaats 1, ter plaatse van werkput 1, bestaat uit twee Karolingische greppelfragmenten met enkele

Badorfscherven. De greppels zouden deel kunnen uitmaken van een omgreppelde Karolingische huisplaats. Hiervan zijn echter geen verdere

sporen gevonden. Vindplaats 2 ligt in het midden10

t……… arceolgie, rfged, rimte

en zuiddeel van werkput 2. Hier zijn

sporen

gevonden van een nederzetting uit de Ijzertijd (paalkuilen en kuilen). Structuren zijn niet te herkennen

in de sleuven.

Het aardewerk

uit de

sporen s verweerd en gefragmenteerd, waardoor de vindplaats niet nauwkeuriger te dateren is dan Ijzertijd. De vindplaats is gelegen aan de rand van een dekzandrug, die aansluit bij de dekzandruggen waarop de Leestense en Looër Enk gelegen zijn.

Vindplaats 3 bestaat eveneens uit sporen van paalkuilen en kuilen uit de ljzertijd. Deze vindplaats bevindt zich op een kleine dekzandkop naast een beekloop. Tussen vindplaats 2 en 3 ligt een laagte. Het is niet uitgesloten dat vindplaats 2

en 3 tot eenzelfde nederzettingscomplex behoren. Omdat de begrenzing van vindplaats 2 en 3 nog onduidelijk is, s geadviseerd een vervolg proefsleuvenonderzoek uit te voeren. 2175355100

Leestenseweg 18

455 m ten noorden

Opgraving

In het kader van de bouw van een nieuw huis op

Groothedde

het perceel van Leestenseweg 18. Het hele terrein

(2007)

staat op de gemeentelijke archeologische waardenkaart aangeduid als ‘terrein met een hoge

archeologische verwachtingswaarde”. De 175 m? grote bouwput op het perceel van Leestenseweg 18 heeft diverse sporen van bewoning opgeleverd. De oudste sporen van menselijke activiteit dateren uit het mesolithicum. Het gaat slechts om enkele zekere vondsten uit de top van de schone

ondergrond. De jongste sporen van kuilen en palen dateren uit de periode 1834 tot circa 1975. Oudere 11

t……… arceolgie, rfged, rimte

paalsporen en een haardplaats zijn niet naderte dateren dan in de late prehistorie, Romeinse tijd of vroege middeleeuwen. Een gebouw viel uit de sporen niet te herkennen. Wel werd een zes-palige hutkom aangetroffen van 2.75 x 2.10 m. De hutkom leverde interessante details op over de constructie. Mogelijk ging het om een weefhut, maar het is niet uitgesloten dat in de hut, zoals die n deze rapportage wordt gereconstrueerd, ook gewoond is. De datering op grond van het aardewerk was opmerkelijk: 6° eeuw. Daarmee is de hutkom iets jonger dan het 100 meter noordwestelijker aangetroffen grafveld.

2344280100

Lansinkweg

348 m ten zuidwesten

Opgraving

In het plangebied zal het huidige bedrijventerrein

Revelhorst worden uitgebreid. Vooronderzoek

_ Prangsma en

Obdam (2013)

heeft aangetoond dat zich op deze locatie een drietal vindplaatsen bevinden die middels een opgraving in de vorm van sleuven nader is onderzocht.

Doel van het in 2011 en 2012

uitgevoerde onderzoek is de aanwezige, behoudenswaardige archeologie door middel van een opgraving volledig te onderzoeken om de informatiewaarde van de vindplaatsen zo volledig

mogelijk te documenteren zodat de archeologische waarden ex situ behouden blijft. De opgraving heeft sporen uit de Ijzertijd en Nieuwe tijd opgeleverd. De aangetroffen sporen di in de Ijzertijd worden gedateerd bestaan uit paalkuilen,

kuilen en een waterkuil. Deze sporen doen zich in clusters voor en zijn aangetroffen op vindplaats 2 12

t……… arceolgie, rfged, rimte

en 3. Binnen deze sporenclusters zijn geen

individuele structuren als huisplattegronden en spiekers herkend. Daarnaast zijn binnen het onderzochte gebied diverse greppels aangetroffen

op alle drie vindplaatsen. Uit het proefsleuvenonderzoek is op vindplaats 1 een aantal scherven Badorfaardewerk aangetroffen. Tijdens de opgraving is in dit spoor echter ook jonger aardewerk en bouwmateriaal als baksteen

aangetroffen. Het vondstmateriaal bestaat verder vooral uit handgevormd aardewerk. Dit materiaal dateert uit de Midden- en Late Ijzertijd en is voornamelijk rondom en in de sporenclusters aangetroffen van vindplaatsen 2 en 3. Met de

opgraving die is uitgevoerd zijn randzones van vermoedelijke nederzettingen uit de ljzertijd aangesneden. Hiermee is de hypothese dat in deze regio het volledige landschap, inclusief randzones door de bewoners werd gebruikt, bevestigd. 2330501100

Revelhorst 4 fase u

75 m ten westen

Bureau-

en

booronderzoek

In het kader van de ontwikkeling van een

Louwe en Lutz

bedrijventerrein binnen Plangebied Revelhorst4te

(2011)

Zutphen is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. In het bureauonderzoek s een archeologische verwachting op resten vanaf het LaatPaleolithicum vastgesteld. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op een dekzandrug dat bedekt is met een esdek. Uit het booronderzoek bleek dat in het plangebied onder het esdek een ‘vuile' laag aanwezig was die 13

t……… arceolgie, rfged, rimte

mogelijk te herleiden is tot bewoning in het verleden. In deze laag is handgevormd aardewerk

gevonden dat dateert uit de Ijzertijd/Romeinse Tijd. Er is geadviseerd in het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. 2424146100

Lansinkweg

282

mten

noordoosten

Karterend

In het kader van geplande nieuwbouw van een

De Graaf en Van

booronderzoek

manege met bijgebouwen en faciliteiten op een

der Kuijl (2013)

bestaand erf aan de Lansinkweg 3 te Zupthen heeft

een karterend booronderzoek plaatsgevonden. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem grotendeels intact is en uit een bruine enkeerdgrond bestaat. Elke bodemlaag is apart gezeefd waarin een groot aantal archeologisch relevante indicatoren

zij

waargenomen. Deze

indicatoren dateren uit de perioden

Bronstijd/Ijzertijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Geconcludeerd is dat in het plangebied mogelijk sprake is van een nederzettingsterrein uit

de Volle Middeleeuwen. Tevens worden er sporen uit de Bronstijd/Ijzertijd

verwacht. Geadviseerd is

bij bodemingrepen dieper dan 50 cm -Mv een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bij het realiseren van de gebouwen is hier rekening

mee gehouden en zijn eventuele sporen en resten in situ behouden.

2229358100

Bedrijventerrein Revelhorst 4

359 m ten zuidwesten

Bureau-en booronderzoek

In het kader van de realisatie van een

Louwe et d!.

bedrijventerrein in het Plangebied Revelhorst te

(2009)

Zutphen is een bureau en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. In het bureauonderzoek is een hoge verwachting 14

t……… arceolgie, rfged, rimte

uitgesproken voor de perioden Mesolithicum-Late Middeleeuwen door de aanwezigheid van meerdere vindplaatsen in de directe omgeving en de ligging op een dekzandrug. Uit het booronderzoek blijkt dat de bruine enkeerdgrond beperkter in het plangebied aanwezig was dan verwacht. Het overgrote deel van het plangebied bestond uit een beekdalbodem.

Hier zouden

echter water-gerelateerde vondsten en sporen niet kunnen worden uitgesloten. Er is geadviseerd dwars op de randen van de enkeergrond en het beekdal proefsleuven aan te leggen. Tevens is geadviseerd op de dekzandrug een proefsleuf aan te leggen. 4861778100

Holsterkamp

363

m ten

westen

Opgraving

In het kader van de aanleg van een nieuwe

Fermin (2020)

verbindingsweg naar bedrijventerrein Revelhorst is een archeologische opgraving uitgevoerd. Daarbij zijn van zestien gebouwen (schuren) uit de Vroege en Midden Ijzertijd aangetroffen. Ook zijn uit deze periode vondsten in de vorm van aardewerk, een maalsteen en een kokerbijl aangetroffen. Tevens zijn vondsten uit andere perioden gedaan. Deze betreffen vuursteen uit het Mesolithicum, een

vroeg 10°-eeuwse bronzen kledingnaald uit Scandinavië, een 13°-eeuwse munt en aardwerk uit de 10° eeuw.

15

t……… arceolgie, rfged, rimte

Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<500 m).

Toponiem

Datering

Type onderzoek

Omschrijving

130 m ten

Laat Neolithicum —

Booronderzoek

Tijdens een grondboring zijn

westen

Ijzertijd

Afstand-

vondstmelding

windrichting

3204946100 3204792100

Lansinkweg Leestenseweg

_ 430mten

/de Kei

noordoosten

in een boorkern drie fragmenten

keramiek aangetroffen.

Late Middeleeuwen

Booronderzoek

Nieuwe Tijd

Tijdens grondboringen in de buurt van meerdere Middeleeuwse boerderijen zijn 39 fragmenten keramiek aangetroffen. Deze dateren allen uit de perioden Vroege Middeleeuwen, Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.

3204638100

Lansinkweg

250 mten

Late Middeleeuwen

zuidwesten

Nieuwe Tijd

—

Booronderzoek

Tijdens grondboringen in een perceel aan de Lansinkweg nabij boerderij Leesten zijn meerdere vondsten gedaan. Dit betreffen fragmenten aardwerk (5x) en driemaal een glazen fles. De vondsten dateren uit de perioden Late Middeleeuwen ‚en Nieuwe Tijd.

2874191100

Leestense Weg

_ 321mten noordoosten

Late Middeleeuwen

—

Niet-archeologisch

Vroege Tijd

Tijdens het dichtgooien van een sloot nabij het zuidelijk talud

van de rondweg zijn meerdere vondsten aangetroffen. Dit betreffen dierlijke botten uit de perioden Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.

2958934100

‘TMeyerinkLeestenseweg

_ 331mten _ noordoosten

Late Middeleeuwen

Nieuwe Tijd Vroeg

—

Niet-archeologisch

Tijdens de aanleg van de provinciale Rondweg N314 is door een amateurarcheoloog meerdere vondsten gedaan. Deze vondsten betreffen keramiekvondsten en zilveren munten.

Deze zijn allen gedateerd op de periode Late-Middeleeuwen ‚en Nieuwe Tijd.

16

t……… archealngie efgoe, ruinte

2874207100

Leesten

339 m ten

Vroege Middeleeuwen _ (Veld)kartering

Tijdens een veldkartering zijn in een plangebied nabij Leesten

noorden

— Late Middeleeuwen

grondsporen aangetroffen. Dit betreffen mogelijk nederzettingssporen uit de Vroege tot Late Middeleeuwen.

Tabel 3: Overzicht van de AMK-terreinen in de omgeving van het plangebied (<500 m)

AMK-terrein

Toponiem

Afstand-windrichting

Archeologische waarde

Omschrijving

Leestense Weg,

500 m ten noorden

Terrein van hoge

Terrein waarin sporen uit de Ijzertijd en Bronstijd te vinden

archeologische waarde

zijn, onder andere graansilo's.

Terrein van hoge

Terrein met sporen van bewoning uit de 7° eeuw. Vlak bij

archeologische waarde

deze es is een 7° eeuwse waterput gevonden. Onder de

/Monumentnummer

Janneke van der Plaatsstraat

Het Meyerink

500 m ten oosten

esdek zit een 7° eeuwse cultuurlaag. De boerderij op het terrein is beschermd.

Het Meyerink ligt aan de weg tussen Leesten en Wichmond, ten oosten van Zutphen. De typologie van het middeleeuwse Meyerink is onbekend. Er word gemeent zelfs dat het niet eens om een adelijk huis zou gaan. Mogelijk is de hallenhuisboerderij het Meyerink ontstaan uit een spijker en aan het begin van de zeventiende eeuw vergroot. Het is onduidelijk wanneer de spijker, die waarschijnlijk als basis heeft gediend voor de huidige boerderij,is gebouwd.

17

t…… archealngie efgoe, ruinte

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Aard historisch landgebruik

Bouwland, erf

Historische bebouwing aanwezig

Ja(1887)

Bebouwing van cultuurhistorischewaarde

_

| Nee

Het grondgebruik, dat over de jaren heen in het plangebied heeft plaatsgevonden, kan zijn sporen in de ondergrond hebben achtergelaten. Enerzijds herbergen oude kaarten informatie omtrent

voormalig landgebruik die inzicht kan geven in de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld historische boerenplaatsen en wegen), maar anderzijds ook in de negatieve effecten, die landgebruik op de oorspronkelijke bodem heeft gehad (en daarmee op eventueel aanwezige archeologische resten). Met dit laatste wordt niet alleen gedoeld op omwerking van de bodem door omwoeling, egalisatie, ontgraving en sanering, maar ook ophoging en ontwatering die kunnen hebben

geleid tot verkleuring, verdroging en verstikking van de bodem. Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Het plangebied maakt deel uit van buurtschap Leesten dat tot circa 2005 onderdee! uitmaakte van

gemeente Warnsveld (bron: www.zutphen.nl).

Het buurtschap kent zijn oorsprong in de 9° eeuw toen

in de omgeving meerdere boerderijen gebouwd werden. Deze boerderijen dragen 0.a. de namen

Uitkomsten Holsterkamp, waarvan boerderij Uitkomst in het plangebied gelegen is (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Het buurtschap bestond lange tijd uit een handvol boerderijen die in de 19° eeuw werden vergezeld van buitenhuizen van rijke Zutphense notabelen. Deze groei zetten in

de 20° eeuw sterk door (bron: www.historiezutphen.nl). Op de oudst geraadpleegde kaart uit 1780 (Hottingerkaart; figuur 2) staat het plangebied aangegeven

als bouwland. Direct ten noorden bevind staan een boerderij met bijgebouwen gekarteerd.

De huidige

Lansinkstraat is tevens al zichtbaar op de kaart. Dit beeld wordt verduidelijkt op het Kadastrale

Minuutplan uit 1811-1832 (www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl), waarop te zien is dat ten zuiden van het plangebied een boerderij

gekarteerd staat (figuur 3). Dit betreft boerderij Uitkomst. Tevens is ten

westen van het plangebied de huidige Lansinkweg zichtbaar. Het kruispunt ten noorden van het

plangebied ligt tegenwoordig

met een boog langs de noordgrens van het plangebied. Het plangebied is

volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen (OAT) in gebruik als bouwland. Op de topografische kaart uit 1880 is langs de westgrens van het plangebied een gebouw zichtbaar

(figuur 4). Dit betreft de

boerderij die hedendaags nog in het plangebied aanwezig is. Deze is namelijk gebouwd in 1887 (bron: bagviewer.kadaster.nl). Deze situatie blijft tot na 1950 onveranderd. Het plangebied is echter wel

gedeeltelijk in gebruik als boomgaard, in plaats van bouwland (figuur 5 - 7). Tussen 1950 en 1970 worden in het plangebied de huidige bedrijfsschuren gerealiseerd en is de Lansinkweg verlegd tot

direct langs het plangebied (figuur 8). Het plangebied blijft sindsdien tot op heden onveranderd (figuur gen 10). Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied aangeduid als onderdeel van de

ljsselstellung Linie. Deze Ijsselstellung is gerealiseerd door de Duitsers om een geallieerde aanval vanuit het westen het hoofd te bieden. Archeologische resten gerelateerd aan deze linie worden in het plangebied echter niet verwacht. Op een luchtfoto van het plangebied uit 1944 (figuur 11) zijn geen

militaire sporen of bouwwerken te zien. Wel is ten noordwesten, aan de overzijde van de Lansinkweg een loopgravenstelsel zichtbaar. Er zijn geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan

de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www-ikme.nl; www.vergeltungswaffen.nl, 18

t arcbe egie, rfgod,ruinse

www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com,

www. explosievenopsporing.nl,

www.erfgoedcentrumzutphen.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied s ten tijde van het onderzoek in gebruik als erfgrond. Er staat een 19° eeuwse

boerderij (150 m?) met bijgebouwen (250 m?) en een viertal bedrijfsschuren (2122 m?) waar rondom bestrating aanwezig is. Verder bestaat het plangebied uit gras, struiken en bomen. Er heeft in of direct om het plangebied in het verleden geen milieukundig onderzoek plaatsgevonden (bron:

gelderland.omgevingsrapportage.nl).

De bouw van de schuren kan voor mogelijke bodemverstoringen

hebben gezorgd. De bouwtekeningen van deze schuren zijn opgevraagd bij het Erfgoed Centrum

Zutphen (bron: www.vergunningdossiers.erfgoedcentrumzutphen.nl), maar zijn ten tijde van de oplevering van onderhavig rapportage nog niet verkregen. Indien deze nog beschikbaar worden gemaakt zullen ze n het definitieve rapport worden opgenomen.

De laagte in het noorden van het

plangebied ijkt tevens uitgegraven te zijn. Hierdoor zou de top van de bodem afgegraven kunnen zijn. Overige indicatoren voor bodemverstoringen zijn niet bekend.

19

t„…… arceolgie, rfged, rimte

46509050

‘4600

4590 0

45 0 0

45950

212500

213000

213500

Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op de Hottingerkaart uit 1780 (bron: Versfelt, 2003).

212750

213000

4

el &

a

a

|elË

2

&

Î

È

g

B

ï 0 212750

10 150 _ 200m / 213000

Figuur 3: Uitsnede van de Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Het plangebied is in rode lijnen weergegeven.

20

t….… arceolgie, rfged, rimte

212750

213000

Figuur4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

212750

Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1910 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 21

t…… ercheorgie efgoed, ruinte

212750 P

j

Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

217750

459750

45950

Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 22

t……… arceolgie, rfged, rimte

212750

713000

459750

459750

45950

45950

212750

713000

e

459750

459750

75950

45950

www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode

‚en weergegeven

23

t….… archealngie efgoe, ruinte

217750

(geanonimiseerd)

24

r transect archeologie,rfgoed ruimte J

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een rivierduin ligt. In de omgeving van het plangebied meerdere vindplaatsen uit de periode Bronstijd/Ijzertijd en Vroege Middeleeuwen — Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Ook

zijn in de directe omgeving van het plangebied vondsten uit de

periodes vanaf het Mesolithicum aangetroffen. De vindplaatsen en vondsten liggen op dekzandruggen

en op de hogere delen van rivierduinen onder een oud bouwlanddek, dat vermoedelijk door plaggenbemesting is ontstaan. Volgens de bodemkaart liggen er namelijk hoge bruine enkeerdgronden. Gezien deze informatie en de ligging van het plangebied op een rivierduin, is het

zeer aannemelijk dat in het plangebied archeologische grondsporen of resten aanwezig zi

Daarom

geldt er een hoge verwachting op archeologische waarden vanaf het Laat-Paleolithicum, met de

nadruk op nederzettingsresten uit de perioden Bronstijd/Ijzertijd en boerderijplattegronden en erfgerelateerde verschijnselen uit de perioden Vroege Middeleeuwen-Nieuwe Tijd (gelet op de nabijheid van de verschillende vindplaatsen bij het plangebied). Deze resten zullen zich hoofdzakelijk kenmerken

door grondsporen (verkleuringen in de top van het rivierduinzand). stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum — Vroege Middeleeuwen worden verwacht in de top van de rivierduinafzettingen. Deze zal zich bevinden onder een eerddek van circa 50 — 60 cm dikte.

Archeologische resten uit de perioden Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd worden in het plangebied direct vanaf het maaiveld verwacht. Mogelijk is de top van dit niveau verstoord door een moderne bouwvoor.

Complextypen In het plangebied kunnen nederzettingssporen worden aangetroffen, hetzij in de vorm van (seizoensgebonden) jachtkampementen,

hetzij in de vorm van huisplaatsen (boerderijen).

Jachtkampementen kenmerken zich door een dichte vondstenstrooïing van onder andere fragmenten bewerkt vuursteen, hetgeen met name afhankelijk is van de langdurigheid en/of intensiteit van

eventuele bewoning op die plek. De omvang ervan kan variëren tussen circa 100 en 1000 m?. De aanwezigheid hiervan is in eerste instantie afhankelijk van de intactheid van de top van het rivierduinzand in het gebied. Tevens kunnen er restanten van graven of grafheuvels worden

aangetroffen. Huisplaatsen kenmerken zich naar verwachting door de aanwezigheid van een cultuurlaag in de top van het rivierduinzand. Hierin zijn

afvalresten aanwezig in de vorm van aardewerk, al dan niet

verbrand bot en baksteenresten, Ook zullen in deze lagen grondsporen aanwezig zijn als onderdeel van palen van structuren (huizen, bijgebouwen) en afval- en beerkuilen en waterputten. Uit de Nieuwe Tijd kunnen tevens sporen van landbouw worden aangetroffen. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 4.

Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten is in hoeverre in het plangebied de archeologisch relevante niveaus nog intact aanwezig zijn. De realisatie van de bedrijfsschuren,

alsmede de voorgaande landbouwactiviteiten in het plangebied kunnen voor verstoring van het bodemprofiel hebben gezorgd. Dit is bepalend voor het vaststellen van de archeologische

verwachting. Om de hoge verwachting op resten vanaf het Laat-Paleolithicum te kunnen toetsen, dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden 25

t orcbrlegi rfgrd emte

vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van dit

onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en n hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. De resultaten van dit verkennende booronderzoek worden behandeld in hoofdstuk 10.

26

t‚ arcbe egie, rfgod,ruinse

Tabel 4: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel Archeol

ische verwac!

Datering

Reden

Hoog

Laat-Paleolithicum-Neolithicum

Hoog

Bronstijd-Nieuwe Tijd

_ Resten bevinden zích in de top van rivierduinafzettingen. Het plangebied |ag relatief hooggelegen in het landschap en vormde daarom een goede

woonlocatie. In het onderzoeksgebied zijn tevens meerdere vindplaatsen bekend in de vorm van

nedezettingsresten en boerderijplattegronden. Complextype

Nederzettingen (jachtkamp), grafvelden/-heuvels, huisplaatsen, sporen van landgebruik

Omvang

100-1000 m? (omvang jachtkamp); 500-2000 m?(omvang huisplaats, algemeen)

Diepteligging

Top van rivierduinafzettingen (circa 50-60 cm -Mv; Direct vanaf het maaiveld onder een eventueel moderne

Gaafheid en conservering

+

bouwvoor.

De kans is aanwezig dat door verbruining van het rivierduinzand cultuurlagen minder goed herkenbaar zijn. Resten zullen door het opgebrachte eerddek mogelijk goed conserveert zijn.

Locatie

Onbekend, op dit moment het hele plangebied.

Uiterlijke kenmerken (artefacten en type

Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten of cultuurlagen.

indicatoren) Mogelijke verstoringen

De realisatie van de bedrijfsschuren en de 19° eeuwse boerderij zullen voor bodemverstoringen hebben gezorgd. Tevens kan voormalig landbouwactiviteit voor verstoring hebben gezorgd.

27

t„…… arceolgie, rfged, rimte

10.

Resultaten

veldonderzoek

Onderzoeksmethodiek

Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Naar wens van de opdrachtgever s in het kader van de sloop van bedrijfsloodsen en nieuwbouw van twee gebouwen

verkennend booronderzoek uitgevoerd.

in het plangebied een

Dit booronderzoek is uitgevoerd conform het opgestelde Plan

van Aanpak; De Wit, 2022). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de

bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied zes boringen gezet (boring 1-6). De boringen hebben een diepte tot maximaal 170 cm -Mv en zijn doorgezet tot minimaal 30 cm in het

‘schone’ rivierduinzand. Hierbij zijn eventuele aanwezige archeologische niveaus aangeboord. De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn gefotografeerd en vervolgens beschreven conform de NEN5104 en de Archeologische

Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). De foto's zijn opgenomen in bijlage 9. De boorbeschrijvingen in bijlage 10 De boringen zijn rondom de te slopen bedrijfsschuren uitgezet, waarbij tevens minimaal één boring

per bouwvlak van de toekomstige bijgebouwen is geplaatst. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meet/int aan de hand van bestaande topografie. De hoogte van de boorpunten is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl; versie 4). Een boorpuntenkaart is opgenomen in

bijlage 8. Veldwaarnemingen

Ten tijde van het veldonderzoek is het plangebied bebouwd met een woning (170 m?), meerdere bedrijfsloodsen (circa 2122 m?) en een schuur (180 m?). Ten westen van de bedrijfsloodsen is verharding in de vorm van gegoten beton en betonplaten aanwezig (circa 600 m?). Het overige deel van het plangebied was begroeid met gras, bomen en struiken. In het noorden van het plangebied lag

een paardenrijbak gesitueerd die circa 50 cm lager lag dan het maaiveld ten zuiden en westen ervan. Rondom de bedrijfsloodsen ligt het maaiveld tevens hoger dan het maaiveld aan de randen van het

plangebied. De loodsen zijn ten tijde van het veldonderzoek leeg. De vloeren van de loodsen bestonden uit een betonnen plaat. Op basis van observaties leken hier geen kelders onder aanwezig te zijn. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 12.

Figuur 12: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (19-09-2022).

Bodemopbouw en lithologie

De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat vanaf een diepte van 90 - 150 cm -Mv (7,287,57 m +NAP) tot de maximaal geboorde diepte van 170 cm -Mv uit zeer fijn, goed gesorteerd, zwak siltig zand. Dit zand is geel tot oranje van kleur en is kalkloos. Door de zeer fijne korrelgrootte en gele

kleur is het zand geïnterpreteerd als rivierduinafzettingen. Hierboven ligt tot een diepte van 10 - 70 cm -Mv (8,68 -8,14 m +NAP) een laag zwak siltig, lichtbruin tot bruin gekleurd, zwak humeus zand. Dit zand is zeer fijn van korrelgrootte en kalkloos. In de laag zijn tevens roestvekken aangetroffen. In boring 2 t/m 6 zijn in deze laag fragmenten bouwpuin aangetroffen. Dit betreffen stukjes baksteen en baksteengruis. Deze laag is derhalve geïnterpreteerd als oude cultuurlaag in de top van

rivierduinafzettingen. Bovenop deze laag bevindt zich een matig humeuze, donkerbruine zandlaag. Dit zand is tevens zeer fijn van korrelgrootte en kalkloos, maar bevat ook plantenresten. De laag is

geïnterpreteerd als moderne bouwvoor. In boring 5 is in deze laag een verroeste spijker aangetroffen. De bouwvoor in deze boring reikt tot een diepte van 110 cm -Mv (8,09 m +NAP), waaronder een ondoordringbare puinlaag aanwezig is. Na drie poging is deze boring in de puinlaag gestaakt op een

maximale boordiepte van 130 cm -Mv (7,89 m +NAP). Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters

te velde doorzocht op de aanwezigheid

van archeologische en

ecologische indicatoren. Er zijn geen archeologische en ecologische indicatoren aangetroffen. Daarbij dient gezegd te worden dat het opsporen van archeologische indicatoren niet het doel van onderhavig onderzoek

is.

Interpretatie

Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat vanaf 90 — 150 cm -Mv (7,28 - 7,57 m +NAP) rivierduinafzettingen aanwezig zijn. Hierboven ligt een vermeende cultuurlaag, gelet op de verkleuring

en de aanwezigheid van oude bouwpuinresten. Daarboven ligt een oud bouwlanddek, waarmee de aanwezigheid van enkeerdgronden volgens de bodemkaart werd bevestigd.

Vanwege de oude

cultuurlaag tussen het oude bouwlanddek en de top van de rivierduinafzettingen s de hoge

verwachting op resten uit de Bronstijd-Nieuwe tijd in het plangebied bevestigd. Resten, die uit de periode Laat-Paleolithicum-Neolithicum dateren zijn waarschijnlijk niet meer intact aanwezig en

vanwege de vorming van de cultuurlaag in het gebied. De verwachting uit laatstgenoemde periode is daarom naar laag bij te stellen.

11. Beantwoording onderzoeksvragen Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen?

Het plangebied ligt ten oosten van het stroomdal van de huidige Overijsselse Vecht op een rivierduin. Dit duin heeft zich tijdens de laatste IJstijd (het Weichselien) gevormd. Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

Het archeologisch relevante niveau wordt gevormd door een aanwezige cultuurlaag in het plangebied.

Deze bevindt zich op een diepte van 10 - 70 cm -Mv (8,68 - 8,14 m +NAP) tot circa

90 - 150 cm -Mv (7,28 — 7,57 m +NAP).

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat}? De top van het archeologisch relevante niveau is verstoord door een moderne bouwvoor. Tevens zal de top van dit niveau onder de bebouwing deels verstoord zijn. Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te

differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek i vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de

periode Laat-Paleolithicum-Neolithicum. Er is een hoge verwachting op resten uit de perioden Bronstijd — Nieuwe Tijd vastgesteld.

12.

Conclusie

en Advies

Conclu:

Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een rivierduin ligt. In de omgeving van het

plangebied meerdere vindplaatsen uit de periode Bronstijd/IJzertijd en Vroege Middeleeuwen — Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Ook zijn in de directe omgeving van het plangebied vondsten uit de

periodes vanaf het Mesolithicum aangetroffen. De vindplaatsen en vondsten liggen op dekzandruggen en op de hogere delen van rivierduinen onder een oud bouwlanddek, dat vermoedelijk door plaggenbemesting is ontstaan. Volgens de bodemkaart liggen er namelijk hoge bruine

enkeerdgronden. Gezien deze informatie en de ligging van het plangebied op een rivierduin, is het zeer aannemelijk dat in het plangebied archeologische grondsporen of resten aanwezig zijn.

Daarom

geldt er een hoge verwachting op archeologische waarden vanaf het Laat-Paleolithicum, met de nadrukop nederzettingsresten uit de perioden Bronstijd/IJzertijd en boerderijplattegronden en erfgerelateerde verschijnselen uit de perioden Vroege Middeleeuwen-Nieuwe Tijd (gelet op de nabijheid

van de verschillende vindplaatsen bij het plangebied). Deze resten zullen zich hoofdzakelijk

kenmerken

door grondsporen (verkleuringen in de top van het rivierduinzand) Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat vanaf

90 — 150 cm -Mv (7,28 - 7,57 m +NAP)

rivierduinafzettingen aanwezig zijn. Hierboven ligt een vermeende cultuurlaag, gelet op de verkleuring

en de aanwezigheid van oude bouwpuinresten. Daarboven ligt een oud bouwlanddek, waarmee de aanwezigheid van enkeerdgronden volgens de bodemkaart werd bevestigd.

Vanwege de oude

cultuurlaag tussen het oude bouwlanddek en de top van de rivierduinafzettingen s de hoge

verwachting op resten uit de Bronstijd-Nieuwe tijd in het plangebied bevestigd. Resten, die uit de periode Laat-Paleolithicum-Neolithicum dateren zijn waarschijnlijk niet meer intact aanwezig en

vanwege de vorming van de cultuurlaag in het gebied. De verwachting uit laatstgenoemde periode is daarom naar laag bij te stellen. Advies

In het kader van de sloop van de huidige bedrijfsschuren en het realiseren van twee nieuwe

bijgebouwen in het plangebied wordt, op basis van de hoge verwachting op resten uit de perioden Bronstijd — Nieuwe Tijd, een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) ter plaatse van de

‘bouwvlakken van de te realiseren bijgebouwen (circa 559 m?). Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan geadviseerd worden tijdens de sloop van de bestaande bedrijfsschuren een

archeologische begeleiding

(IVO-AB) te laten plaatsvinden. Voor een dergelijk gravend onderzoek

dient een Plan van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat op voorhand van de werkzaamheden door de bevoegde overheid (gemeente Zutphen) goedgekeurd moet zijn. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Zutphen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: «

Archeologische Monumenten

Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort,

2007.

«

Archeologisch Informatie Systeem I! (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016.

«

Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Zutphen

«

www.ruimtelijkeplannen.nl

e

archis.cultureelerfgoed.nl

e

www.kadastralekaart.com

e

www.archieven.nl

e

www.pdok.nl

e

www.ahn.nl

*

Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka)

«

Geomorfologische kaart van Nederland

+

www.bodemloket.nl

©

bagviewer.kadaster.nl

e

www.kadaster.nl

«

www.dinoloket.nl

«

landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart

«

beeldbank.cultureelerfgoed.nl

«

www.topotijdreis.nl

e

ibrary.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf

«

gelderland.omgevingsrapportage.nl

«

www.ikme.nl

e

www‚tracesofwar.com

e

www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/

e

www.historiezutphen.nl

e

www.zutphen.nl

«

www.erfgoedcentrumzutphen.nl

Lijst met afbeeldingen

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). Figuur 2:

Het plangebied (rood omlijnd) op de Hottingerkaart uit 1780 (bron: Versfelt, 2003).

…

20

Figuur 3: Uitsnede van de Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bro:

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Het plangebied is in rode lijnen weergegeven Figuur

4:

…20

Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: wwwtopotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven. Figuur 5:

21

Uitsnede van een topografische kaart uit 1910 (bron: wwwtopotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven.

21

Figuur6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: wwwtopotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

22

Figuur7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1950 (bron: www-topotijdreis.nl). Het plangebied is met

rode

lij

‚en weergegeven. .

.22

Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1970 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven.…

23

Figuur9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www-topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven

23

Figuur 10: Uitsnede van een luchtfoto uit 1944 (bron: library.wur.nl). Het plangebied is in rode lijnen weergegeven

24

Figuur 11: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022 (bron: www.pdok.nl. Het plangebied is in rode lijnen

weergegeven

24

Figuur 12: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (19-09-2022)..

29

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m). .

10

Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<500 m).

16

Tabel 3: Overzicht van de AMK-terreinen

17

in de omgeving van het plangebied (<500 m)

Tabel 4: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel …

27

Literatuur

Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen.

Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk.

Cohen, K.M. E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn?Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Hendriks, J.P.C.A,, Cleveringa, P., Beurden, L. van, Weerts, H.J.T., Meijer, T., Smeerdijk, D.G. van en

Paalman, D.B.S., 2004. 'Dar vordrunken 16 schone kerspele...

Introductie op het moderne

interdisciplinaire onderzoek naar de St. Elisabethsvloeden, 1421-1424. Westerheem, 53: 94-111. Groot, N.C.F./A.W.E. Wilbers/S. Lorenz, 2011: “Tussen water en land”, Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart en Advies archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk, B&G Rapport 1134.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=d6dfc20e-1dd5-42b7-a868-99344f939b39