564694 - Bijlage 9 - Bijlagen bij de toelichting - Bijlage 9 Aanmeldnotitie m.e.r
Tekst van het document
EEEEEEEEEEEEEEEEE
©O Omgeving
Aanmeldnotitie
m.e.r.
Breegraven 101 - 115 te Warnsveld Opdrachtgever
Ons Huis Apeldoom Postbus 24
7300 AA Apeldoorm
Rapportnummer Versienummer
Datum
Vestiging
14691.008 D2
25 maart 2022
Brabant Heinz
Moormannstraat
5831
AS
0485
-581818
1b
Boxmeer
(geanonimiseerd) )dreesiminonaeg( Opsteller
(geanonimiseerd)
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
)dre siminonaeg( (geanonimiseerd)
Ecu/nsu!tan(*v INHOUDSOPGAVE INLEIDING . MILIEUEFFECTRAPPORTAGE KENMERKEN 31
Locatie
32
Omvang
KENMERKEN 41
VAN
HET
VAN HET POTENTIËLE EFFECT..
_ Archeologie
42
Bodem
43
Water.
44 45
Ecologi Milieuzonering.
46
Geluid.
….
47
Tllingen.
48
_ Luchtkwaliteit
49
Geurhinder.
4.10
Externe veiligheid .
CONCLUSIE .
PROJECT.
.
oOaA©nONNOoan 14691.008
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Ons Huis Apeldoorn opdracht gekregen voor het opstellen van een aanmeldnotitie m.e.r. ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging aan de Breegraven 101 — 115 te Warnsveld. Het voornemen is om op deze locatie een drietal gebouwen te realiseren. In deze gebouwen
komen totaal 24 appartementen.
Figuur1.
situering plangebied, huidige en toekomstige
In deze nofitie wordt beschreven of er mogeijk sprake is van nadelige milieugevolgen door de realisatie van het plan.
Rapport
1461.008 versie DZ
Pagina 1 van8
Ecu/nsultanc*v 2
_ MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om negatieve milieueffecten van activiteiten bij plannen en besluiten af te wegen. De verplichting voor het opstellen van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. zijn respectieveljk activiteiten vastgelegd welke direct m.e.r-plichtig zijn en voor welke een m.er-beoordeling verricht dient te worden. Hierbij zijn in kolom 2 (gevallen) indicatieve drempelwaarden
opgenomen.
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 24 woningen. De ontwikkeling is onder te brengen onder onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: D11.2. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een
stedelijk ontwikkelingsproject
met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrei-
nen. De drempelwaarde voor dergelijke activiteiten wordt gegeven in kolom 2: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: - _ een oppervlakte van 100 hectare of meer;
- _ een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat;
- _ een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m? of meer. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit ver beneden de drempelwaarde blijft. Activiteiten die de drempelwaarden van onderdeel D niet overschrijden, dienen eveneens te worden onderworpen aan een m.e.r.-beoordeling. Voor activiteiten die de drempelwaarden niet overschrijden, zijn desalniettemin geen vormvereisten van toepassing en is derhalve sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op basis van de vormvrije m.e.r. wordt beoordeeld of het noodzakelijk is een mileueffectrapportage op te stellen. Er dient aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage II bij de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Deze vormvrije m.e.r. dient aan het bevoegd gezag te worden aangeboden in de vorm
van een aanmeldnotitie.
In deze aanmeldnotitie m.e.r. is informatie opgenomen op basis waarvan bepaald kan worden of al dan niet de m.er.-procedure moet worden doorlopen. Daarbij zal worden aangesloten bij de beoordelingscriteria van bijlage II bij de Europese richtlijn’.
. https:/www.infomil.nV/onderwerpenintegrale/mer/procedurehandieiding/procedurele-0/beslissing/bijlage-ii-eu! Rappor
14691.008 versie DZ
Payina2 van8
Ecu/nsul(anr.* 3 31
KENMERKEN
VAN
HET
PROJECT
Locatie
Het totale oppervlak van het te ontwikkelen plan is circa 2.250 m2. De locatie betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Warnsveld, sectie , nummer 4059. De locatie maakt deel uit van het be-
stemmingsplan Warnsveld Kom-Noord uit 2008. De voormalige bebouwing, ter plaatse van Beergraven 101-103 is tussen 2009 en 2010 gesloopt. De nummers 105 tot met 115 zijn recent ook geamoveerd. Sindsdien is het terrein braakliggend.
Figuur 2.
Bestemmingsplannen Breegraven 101 — 115 (links) en Wansveld kom Noord (rechts)
Om de locatie zit bestemmingsplan Warnsveld Kom Noord (10-08-2011), weergegeven in figuur 3. Aan de noordkant van de locatie heerst de bestemming recreatie. Momenteel liggen hier volkstuinen over de gehele noordkant. Aan de zuidkant, aan de overkant van de straat, is een detailhandelbestemming, hier is een supermarkt aanwezig. De rest is voor het overgrote gedeelte wonen en groen. Omdat de locatie reeds bebouwd is, kent deze verder geen bijzondere landschappelijke of natuurlijke waarden. Daarnaast zijn er geen specifieke aandachtspunten ten aanzien van aanwezige natuurlijke hulpbronnen of milieugevoeligheid.
Rapport
1461.008 versie DZ
Payina 3 van8
Ecu/nsultanr.*v 3.2 Omvang Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw bestaande uit 3 blokken en maximaal 3 bouwlagen. Het appartementencomplex te!t 24 appartementen in gestapelde vorm, alle woningen hebben 2 slaapkamers. Aan de achterzijde worden, tegen de achterste perceelsgrens, de bergingen van de woningen gesitueerd alsmede de parkeerplaatsen, het plan is weergegeven in figuur 3.
7
PaanN
Figuur 3.
Toekomstig ontwerp (bron: Architektengroep Gelderland)
Tijdens het toekomstige
gebruik van de drie gebouwen
zullen er, naast het reguliere huishoudelij-
ke/bedrijfsmatige afval, geen noemenswaardige milieubelastende afvalstoffen worden geproduceerd. Ook blijft het totaal aantal woningen op de locatie gelijk. Het risico op zware ongevallen en/of rampen alsmede het risico voor schadelijke effecten op de menselijke gezondheid zal niet verhogen met de realisatie van het plan. Voor zover bekend zijn er in de directe omgeving van het plan geen ontwikkelingen welke voor een onevenredige cumulatie van negatieve milieueffecten zullen zorgen.
Rappor
14691.008 versie DZ
Pagina4 van 8
Ecu/nsultanc*v 4
_ KENMERKEN
VAN HET POTENTIËLE EFFECT
In dit hoofdstuk zullen de nadelige gevolgen van het plan op de verschillende milieuaspecten inzichtelijk worden gemaakt. 41
_ Archeologie
Voor het plangebied is geen archeologisch bureau- en/of booronderzoek uitgevoerd. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Warnsveldse Enk met prehistorische en vroegmiddeleeuwse Al eerder werden vondsten in de omgeving van het plangebied gedaan.
bewoning.
Volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachtingswaarde. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Warnsveldse Enk met prehistorische en vroegmiddeleeuwse bewoning. Al eerder werden vondsten in de omgeving van het plan-
gebied gedaan. Een vooronderzoek is nodig waarbij uitgegaan kan worden van proefsleuven in plaats van boringen. Omdat het merendeel van de woningen, ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan, nog niet gesloopt was, kon dit nog niet plaatsvinden. In overleg met de gemeentelijk archeoloog is daarom besloten dat de resultaten van het vooronderzoek en de consequenties daarvan mee zullen worden genomen in het bouwproces (bij aanleg van fundering). Normaal dienen de resultaten van het vooronderzoek in het bestemmingsplan te worden meegenomen. De verwachting is echter, dat dit de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in gevaar brengt.
Om
dit te kunnen waarborgen
is reeds een archeologisch
Programma van
Eisen? opgesteld
met
voorwaarden. Door de opgestelde protocollen te volgen is uit te sluiten dat toekomstige bebouwing invloed heeft op archeologische waarde. In het plangebied bevinden zich op grond van de Monumentenwet 1988 of de gemeentelijke monumentenverordening geen beschermde monumenten. Cultuurhistorie is hier niet van toepassing. 4.2
Bodem
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft reeds een verkennend bodemonderzoek? plaatsgevonden in 2012. Deze rapportage is geactualiseerd in een actualiserend vooronderzoek bodems. Uit het onderzoek is gebleken dat hier nog vervolg onderzoek nodig is. Het vervolgonderzoek is uitgevoerd op 6 juli 2021
in de vorm van een verkennend onderzoek asbest
in bodems. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem. Geconcludeerd wordt dat er géén milieuhygienische belemmeringen zijn voor de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. In tegenstelling tot de gesloopte bebouwing worden de toekomstige woningen gebouwd zonder asbest. Dit zorgt voor een positief effect voor het leefklimaat van het gebied. Wanneer de woningen in gebruik zijn, worden er geen negatieve effecten verwacht ten aanzien van de bodemkwaliteit.
2. 3. 4. 5.
Econsultancy, Econsultancy, Econsultancy, Econsultancy,
Rappor
Archeologisch Programma van Eisen, projectnummer 14691.004, versie D1, datum 25 februari 2022. verkennend bodemonderzoek, projectnummer 12045470, versie D1, datum 31 mei 2012. actualiserend vooronderzoek bodem, projectnummer 14691.001, versie D1, datum 15 maart 2021 verkennend onderzoek asbest in bodem, projectnummer 14691.009, versie D1, datum 6 juli 2021
14691.008 versie DZ
Pagina $ van 8
Ecu/nsultanc*v 43
Water
Econsultancy heeft voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging reeds een watertoets® uitgevoerd. In de watertoets is beschreven op welke wijze rekening gehouden is met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders. Het waterbeleid van de gemeente
Zutphen
is voor de planperiode 2021-2025 vastgelegd
in het Wa-
tertakenplan Zutphen 2021-2025. Gemeente Zutphen heeft de ambitie om een groene, gezonde woon- en leefomgeving voor haar inwoners te zijn en zet duurzaamheid hoog op de agenda. Vanuit de gemeentelijke watertaken kunnen we een grote bijdrage leveren aan de ambities van Zutphen. Het Watertakenplan
beschrijft daarom
hoe zij de aankomende
jaren
(2021-2025)
invulling zullen geven
aan hun watertaken en hoe dit bijdraagt aan de ambities een groene, gezonde én klimaatbestendige gemeente te zijn.
Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Doordat de hoeveelheid woningen op de locatie zal toenemen. Het verhard oppervlak in en om het plangebied zal door de nieuwe ontwikkeling niet of slechts in beperkte mate toenemen. Er worden woningen gesloopt en nieuwe complexen terug gebouwd. De exacte toename of afname van het verhard oppervlak is moellijk te bepalen voor de eindsituatie. Evenwel om wateroverlast nu en in de toekomst te voorkomen wordt het regenwater niet meer afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden-bergen-afvoeren behandeld. In het plan worden daartoe infiltratievoorzieningen opgenomen die er voor zullen zorgen dat het regenwater kan worden opgevangen in de bodem op het perceel. Eventueel is ook ruimte op het perceel aanwezig voor aanleg van wadi-voorzieningen op het terrein. De bodem bestaat uit fijn en grof zand. In het plangebied is geen sprake van grondwateroverlast en kwel. Het grondwater bevindt zich gemiddeld op een diepte van 2 meter onder het maaiveld. In het plangebied is geen sprake van slecht doorlatende lagen. Indien bovenstaande punten worden aangehouden bij de realisatie van de nieuwbouw, is het niet te verwachten dat de ontwikkeling effect zal hebben op de omgeving.
Negatieve milieueffecten met betrekking tot het aspect water worden derhalve niet verwacht. 44
Ecologi
Voor het plan is in oktober 2014 reeds een quickscan flora & fauna”. Het doel van een quickscan is inschatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Flora- en faunawet er ten aanzien van huismussen, gierzwaluwen, vleermuizen en steenmarter meer informatie is benodigd was. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. 6 Econsultancy, watertoets, projectnummer 14691.006, versie D1, datum 8 maart 2021 7. Econsultancy, guickscan flora en fauna, projectnummer 14095995, datum oktober 2014. Rappor
14691.008 versie DZ
Pagina 6 van 8
Ecu/nsultanc*v Gedurende de periode april 2015 t/m september 2015 is een ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de functie van de onderzoekslocatie voor betreffende soorten. Hieruit blijkt dat de te slopen bebouwing een functie heeft voor de gewone dwergvieermuis en de laatvlieger. Hiervoor zijn in een rapportage® maatregelen aanbevolen zodat er geen negatief effect is op deze soorten. Sloopwerkzaamhe‘den zijn in november 2021
uitgevoerd conform werkprotocol.
De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Door de voorgenomen plannen op de onderzoeklocatie in combinatie met de afstand ten opzichte van beschermde gebieden worden er geen significant negatieve gevolgen verwacht op de instandhoudingsdoelstellingen van de desbetreffende gebieden. Tevens is middels een aanvullend stikstofdepositieonderzoek onderzocht of negatieve effecten van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied uitgesloten kunnen worden. Uit de conclusie van het desbetreffende onderzoek blijkt dat negatieve effecten uitgesloten kunnen worden.
Doordat de sloop ecologisch verantwoord is uitgevoerd en het terrein daardoor volledig braakliggend is, zijn er geen nadelige milieueffecten ten gevolge van het plan te verwachten. 45 _ Milieuzonering Bij de invulling van het plan moet rekening worden gehouden met de richtafstanden uit de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Het onderhavige plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van de gemeente Zutphen (Wamsveld). Het plangebied en de omgeving worden aangemerkt als “rustige woonwijk”. Tegenover het plangebied ligt een supermarkt, die echter aan de afstandseis hiervoor (>10 m) voldoet. Schuin tegenover het plangebied (Breegraven 128) is een transportbedrijf gesîtueerd. Dit is een bedrijf aan huis (de woonfunctie is overheersend) en het bedrijf moet reeds rekening houden met omliggende woningen. Verder zijn er geen bedrijven of andere functies in de buurt van het plangebied aanwezig die hinder opleveren. Dit geldt ook voor agrarische bedrijven buiten de bebouwde kom die geuroverlast veroorzaken. Ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn geen bedrijfsmatige bestemmingen in de omgeving aanwezig die een belemmering vormen voor de realisatie van het plan. 46
Geluid
De voorgenomen herbestemming heeft geen significant effect op de omgeving. Doordat de bestemmingsplanwijziging enkel ruimte creëert voor meer woningen en niet de bestemming veranderd. Het plan leidt mogelijk, zij het in beperkte mate, tot extra bestemmingsverkeer ten opzichte van de huidige invulling van het gebied. De toename in verkeer is niet dusdanig dat dit significante gevolgen heeft voor de geluidsbelasting op omliggende woningen. Het voornemen heeft met betrekking tot geluid geen negatief effect op de omgeving. 47 Trillingen De toekomstige invulling van het plangebied veroorzaakt naar verwachting geen trilingen die kunnen leiden tot schade of overlast in de omgeving. Mogelijk zou tijdens de realisatiefase wel hinder kunnen
8 Econsultancy, Ecologisch onderzoek en projectplan, projectnummer 15045468 Rappor
14691.008 versie DZ
datum 26 november 2015. Pagina7van8
Ecu/nsultanc*v ontstaan, bijvoorbeeld wanneer damwanden of heipalen worden aangebracht. Door de tijdelijkheid van de realisatiefase wordt (blijvende) hinder ten gevolge van trilingen uitgesloten. 48
Luchtkwaliteit
Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Er is tevens geen sprake van een (dreigende) normoverschrijding ter plekke van het plangebied. Geconcludeerd wordt de luchtkwaliteit met de realisatie van het plan niet zal verslechteren en er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. 49
Geurhinder
Met de realisatie van woningen en de voorgenomen
bedrijvigheid wordt geen
geuroverlast voorzien.
De omgeving zal met betrekking tot het aspect geur geen hinder ervaren met de doorgang van het plan. 4.10 Externe veiligheid Het plan valt binnen het gebied van het spoor voor vervoer van toxische stoffen. Verder zijn er n de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig. Doordat over dit traject toxische stoffen worden vervoerd is er sprake van een invloedsgebied van 4 kilometer aan weerszijde van het spoor. Dit invloedsgebied valt over het plangebied. In dit geval moet volgens het besluit transportroutes externe veiligheid en de bijbehorende regeling een verantwoording van het groepsrisico worden geschreven voor de modaliteit spoor. Indien rekening word gehouden met het groepsrisico. Het plan voorziet niet in de realisatie van risicovolle bronnen volgens de Besluiten inrichtingen, transport en buisleidingen externe veiligheid. Nader onderzoek naar externe veiligheid is niet noodzakelijk.
5
CONCLUSIE
Uit deze aanmeldnotitie m.e.r. blijkt dat er met de realisatie van het plan geen belangrijke negatieve effecten worden voorzien op de omgeving. Gelet op de schaal van de ontwikkeling, alsmede de huidige invulling van de locatie worden er geen nadelige milieueffecten verwacht. Het doorlopen van een m.e.r. procedure en/of formele m.er. beoordelingsprocedure wordt niet noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag wordt geadviseerd een m.e.r. beoordelingsbesluit te nemen waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage ofwel het doorlopen van een formele m.e.r-beoordelingsprocedure.
Econsultancy Boxmeer, 25 maart 2022
Rappor
14691.008 versie DZ
Pagina 8 van 8