558358 - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
VOORBLAD
ONTWERP RAADSVOORSTEL
zaaknummer: 558358
Onderwerp:
GGD Programmabegroting 2024 en wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG
Programma:
4. Zorgen en samenleven
Forum:
Technisch blok (hamerstuk)
Portefeuillehouder
Jasper Bloem
Inlichtingen bij:
Amerongen, Carla van Tel: 06-81425901
Soort bevoegdheid:
Kaderstellend
Beleidsvrijheid:
Beperkt
E-mailadres: c.vanamerongen@zutphen.nl
Programmabegrotingswijziging: Nee Programmabegrotingswijzigingsnummer: Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: 1. In te stemmen met de concept Programmabegroting 2024 van de GGD Noord- en Oost-Gelderland, waarbij in de te geven zienswijze: a. Aandacht wordt gevraagd voor de wens om in de basisdienstverlening meer in te zetten op uitvoering van gezondheidsbevordering en voorlichtingscampagnes in plaats van op (bovenwettelijk) onderzoek en advies; b. Aandacht wordt gevraagd voor het beheersen van de kosten voor de komende jaren. 2. Het college te verzoeken om namens de raad een zienswijze in te dienen bij de GGD NOG over de ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD NOG waarin: a. Ingestemd wordt met de bijgaande ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD NOG; b. In het kader van de participatie van inwoners en belanghebbenden, bij de klanttevredenheidsonderzoeken aandacht wordt gevraagd voor aanvullende mondelinge interviews of panelgesprekken, voor meer diepgaande kwalitatieve informatie en om ook feedback te kunnen krijgen van inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn; c. Bij de evaluatie van de GR GGD NOG wordt benoemd dat de input van de ervaren AB-leden in de evaluatie wordt verwerkt en de evaluatie in de nieuwe bestuursperiode wordt afgerond, zodat de evaluatie en nieuwe Bestuursagenda tegelijkertijd naar de raad kunnen voor een zienswijze; d.
Aangegeven wordt dat de raad bij de begrotingscyclus het geven van een zienswijze over de uitgangspuntennota niet noodzakelijk acht, maar dat, als de andere gemeenteraden hier veel belang aan hechten, de raad van Zutphen hier ook niet op tegen is; e. Aangegeven wordt dat de raad de instelling van een regionale adviescommissie met raadsleden niet noodzakelijk acht, maar dat, als de meerderheid van de andere gemeenteraden hier veel belang aan hecht, de raad van Zutphen hier ook niet op tegen is.
TOELICHTING Inleiding GGD Noord- Oost-Gelderland Onze gemeente neemt deel aan de ‘Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Noord- en Oost-Gelderland’ (hierna: GGD NOG). Dit is een gemeenschappelijke regeling (GR) van 22 gemeenten in het werkgebied Noord- en Oost-Gelderland (‘van Harderwijk tot Winterswijk’), met het hoofdkantoor in Warnsveld. Op grond van de Wet publieke gezondheid is de gemeente verplicht een GGD in stand te houden en dat ook te doen in deze regio (vanwege congruentie met de veiligheidsregio). De gemeente is verplicht een aantal taken onder te brengen bij de GGD, zoals infectieziekten bestrijding, epidemiologie, medische milieukunde, technische hygiënezorg en psychosociale zorg bij rampen. Daarnaast voert de GGD ook taken uit, zoals de jeugdgezondheidszorg (4-18 jaar), waarbij gemeenten op basis van de wet meer vrijheid hebben om te kiezen wie de taak uitvoert. Dit raadsvoorstel betreft twee verschillende zaken die de GGD aangaan en waarover u als raad een zienswijze kunt geven: 1. De Programmabegroting 2024. De raad wordt jaarlijks in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen over de ontwerpbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen waar de gemeente Zutphen aan deelneemt. Dit voorstel betreft de Programmabegroting 2024 van de GGD NOG. In de bijlage vindt u een concept zienswijze. 2.
De 7e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is per 1 juli 2022 aangepast. Volgens de wet moet de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG (GR GGD NOG) binnen twee jaar, dus uiterlijk 1 juli 2024, zijn aangepast. In de vaststellingsprocedure hebben de raden een belangrijke rol. Het doel van de wijziging van de Wgr is de democratische legitimatie van GR’en en de positie van de raden te versterken. De vaststellingsprocedure kent vijf stappen: 1. Ontwerp-wijziging: Het dagelijks bestuur (DB) van de GGD stuurt een ontwerp-wijziging van de GR aan de colleges, met het verzoek dit ontwerp aan de raden aan te bieden. 2. De colleges leggen de ontwerp regeling aan hun raden voor. Dit raadsvoorstel behoort bij deze fase. De raad kan een zienswijze op het ontwerp bij het college naar voren brengen. 3. De colleges geven de zienswijzen aan de GGD door. De GGD verwerkt de reacties uit de ontvangen zienswijzen en legt de bijgewerkte wijziging voor aan het algemeen bestuur (AB) van de GGD. Daarna verzendt de GGD de wijziging aan de colleges. 4. De colleges zenden de regeling voor goedkeuring aan de raden. De raden hebben dertien weken om te besluiten over goedkeuring. 5. Na de goedkeuring door hun raad besluiten de colleges over de wijziging en informeren zij de GGD.
De wijziging is tot stand gekomen als het AB heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door 2/3 van de colleges (minimaal 15 van de 22) met minimaal 2/3 van de stemmen (62 van de 92). Na de bekendmaking door de gemeente Apeldoorn treedt de wijziging in werking. In deze fase kunt u als raad uw zienswijze geven en zich uitspreken over de door u gewenste invulling van de gemeenschappelijke regeling, zoals: over het type besluiten waarover u in de toekomst als raad een zienswijze wilt kunnen geven, participatie van inwoners en betrokkenen bij GGD-beleid, de informatie en verantwoordingsplicht van het GGD-bestuur, de afspraken rondom uittreding, de evaluatie, de begrotingscyclus en de mogelijkheid om een regionale adviescommissie met raadsleden in te stellen. Vanuit het college hebben we een concept zienswijze opgesteld. Maar het gaat hierbij om het standpunt van de raad, dus de raad kan van dit concept afwijken.
Om als raad meer betrokkenheid bij de GGD te ervaren en meer zicht te krijgen op wat de GGD doet, zijn er, naast een zienswijze op de begroting en op de formele juridische kaders van de GR, ook andere mogelijkheden. De GGD wil de raad graag informeren door informatiebijeenkomsten, presentaties en/of gesprekken in de raad. Als de raad hier specifieke wensen in heeft, kan dat tijdens het Forum ook aan de portefeuillehouder worden meegegeven. Jaarrekening 2022 De jaarrekening 2022 van de GGD NOG is ter informatie bijgevoegd. Het saldo uit de normale bedrijfsvoering van de GGD NOG over 2022 is, als gevolg van incidentele kosten, €487.000 negatief. Dit negatieve saldo wordt gedekt uit de algemene reserve van de GGD. Hiermee komt de algemene reserve van de GGD onder het gewenste peil. De weerstandscapaciteit daalt hiermee naar circa 70%. Deze algemene reserve zal op termijn weer aangevuld moeten worden; uit meevallers/ toekomstige positieve jaarsaldi, of anders op termijn met een eenmalige extra bijdrage van de gemeenten. Beoogd effect 1. De raad informeren over de jaarrekening en de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke regeling, zodat de raad in de gelegenheid is om hierover een zienswijze kenbaar te maken. Zo kan de raad invloed uitoefenen op het stellen van financiële en inhoudelijke kaders voor de gemeenschappelijke regeling, waaraan wij als gemeente Zutphen deelnemen. 2.
Aansluiting te krijgen tussen de inhoudelijke en financiële kaders van de gemeente Zutphen en die van de GGD. 3. De definitieve versie van de GR GGD NOG is zo goed mogelijk afgestemd op de wensen van de raad. Argumenten Voor de zienswijze op de Programmabegroting: 1.1. De beleidsmatige ontwikkelingen in de Programmabegroting sluiten aan bij de landelijke en actuele ontwikkelingen. Belangrijke inhoudelijke ontwikkelingen zijn: - het Integraal Zorgakkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord, waarop GGD en gemeenten de samenwerking zoeken. - de versterking van de pandemische paraatheid naar aanleiding van de bestrijding van COVID-19, vanuit landelijk beleid met kansen voor de versterking van de infectieziektebestrijding bij de GGD’en. - samenwerking op het terrein van de forensische geneeskunde, om de schaarste aan forensisch geneeskundigen het hoofd te bieden, in een samenwerking met 5 GGD’en in Oost-Nederland. - borging van het Wmo-toezicht, in overleg met gemeenten, om het toezicht Wmo verder te versterken, vooruitlopend op de verwachte wettelijke borging van dit toezicht. 1.2. De onderbouwing van de kosten in de Programmabegroting is reëel. Financieel zijn de kosten op grond van de Programmabegroting 2024 van de GGD hoger dan wat in de gemeentelijke meerjaren begroting geraamd is. De onderbouwing is echter plausibel.
De meeste extra kosten komen doordat de GGD rekent met een index van 5,99%, waarin de gemeentelijke meerjaren begroting een lagere index hanteert. Dit zijn echter reële kosten doordat de loonkosten stijgen vanwege krapte op de arbeidsmarkt voor zorgpersoneel, nieuwe functiewaardering en door CAO-ontwikkelingen. En ook de huur (hoofdkantoor GGD is van gemeente Zutphen) en energiekosten stijgen vanwege de inflatie. Daarnaast worden extra middelen gevraagd voor de invoering van de Wet open overheid en voor versterken van de informatieveiligheid. Tenslotte worden extra middelen gevraagd voor ‘onvoorzien’. De begroting van de GGD kent weinig stelposten of andere ruimte om flexibel op ontwikkelingen in te spelen. Kleine extra uitgaven leiden dan al snel tot begrotingswijzigingen die ambtelijk en bestuurlijk langs 22 gemeenten moeten. Om de slagvaardigheid van de GGD te vergroten wordt voorgesteld om een extra bedrag voor onvoorzien op te nemen. De besteding daarvan kan alleen na akkoord van het dagelijks bestuur van de GGD.
En als het niet (geheel) benut wordt, gaat het restant na vaststelling van de jaarrekening terug naar de deelnemende gemeenten. 1.a.1. We willen dat de dienstverlening van de GGD optimaal ten goede komt aan onze inwoners. De GGD is voor ons een belangrijke bron van deskundigheid en advies als het gaat over gezondheid. En we maken daar ook graag gebruik van. Wij vinden het echter belangrijk dat er een goed evenwicht is tussen de kant van onderzoek en advies enerzijds, en uitvoering op het gebied van gezondheidsbevordering en voorlichting anderzijds. De GGD zet vanuit de basis van de inwonerbijdrage veelal in op onderzoek en advies, waarbij uitvoering een plusproduct wordt om extra in te kopen. In de zienswijze uiten we de wens om in de basisdienstverlening meer in te zetten op uitvoering van gezondheidsbevordering en voorlichtingscampagnes in plaats van op (bovenwettelijk) onderzoek en advies. We denken dat de inzet van de GGD dan directer ten goede komt aan onze inwoners. (En minder afhankelijk wordt van de geadviseerde partijen zoals scholen, gemeenten, of werkgevers, om ook iets met de adviezen en informatie te doen.) 1.b.1. We willen de trend van kostenstijgingen doorbreken.
Hoewel we de redelijkheid zien van de kostenstijgingen bij de GGD in de afgelopen jaren en in de begroting voor 2024, willen wij graag een signaal afgeven aan de GGD dat we het zorgelijk vinden als deze trend zich door zou zetten. Daarom vragen we in de zienswijze aandacht voor het beheersen van de kosten voor de komende jaren. Voor de zienswijze op de ontwerp GR: 2.a. De ontwerp gemeenschappelijke regeling is zorgvuldig voorbereid. Bij de voorbereiding door de GGD is afstemming geweest met enkele gemeentelijke juristen, met de leden van het Algemeen Bestuur van de GGD, en (ambtelijk) met de Veiligheidsregio NOG. Het is een gedegen stuk, dat een goede basis biedt voor de samenwerking van de 22 gemeenten in de GGD en voor de raad om geïnformeerd te worden over en input te geven op de grote lijnen van het beleid en op de financiële kaders. 2.b. Participatie van inwoners en belanghebbenden bij GGD-beleid vinden wij belangrijk. In artikel 7 van de ontwerp gemeenschappelijke regeling is aangegeven hoe de GGD toepassing zal geven aan participatie. Daarbij is relevant dat de GGD vooral uitvoerende en adviserende taken heeft en geen beleidsbepalende taken. Het beleid ligt vooral bij gemeenten, waarbij de inspraak ook bij gemeenten georganiseerd wordt (bijv. voor het gezondheidsbeleid of het jeugdbeleid).
Voor de GGD is het wel belangrijk om de behoefte aan en tevredenheid over hun dienstverlening te peilen onder inwoners en cliënten. We vinden het belangrijk dat de GGD in de dienstverlening goed aansluit op de werkelijkheid van onze inwoners. Daarom hebben we in de concept zienswijze opgenomen dat wij graag zouden zien dat bij de klanttevredenheidsonderzoeken, ook een aantal mondelinge interviews of panelgesprekken worden gevoerd. Dit om meer diepgaande kwalitatieve informatie op te halen en om ook feedback te kunnen krijgen van inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn. 2.c. We vinden het belangrijk dat de input van de ervaren AB-leden wordt meegenomen in de evaluatie, maar ook dat we de procedure voor de zienswijzen rondom evaluatie en Bestuursagenda efficiënt inrichten. In de concept zienswijze spreken we daarom de voorkeur uit dat de evaluatie start tegen het einde van een bestuursperiode, waarbij de ervaren AB-leden hun inbreng in de evaluatie kunnen geven. Daaruit volgt dat de afronding en oplevering van de evaluatie in de nieuwe bestuursperiode is en de evaluatie en nieuwe bestuursagenda tegelijkertijd naar de raad kunnen voor een zienswijze. 2.d. De zienswijze op de Uitgangspuntennota is in theorie een goed extra moment voor raadsbetrokkenheid, maar heeft in de praktijk weinig meerwaarde naast de zienswijze op de programmabegroting.
Tot en met 2022 werd de Uitgangspuntennota van de GGD jaarlijks aan de raad aangeboden met de mogelijkheid hierop een zienswijze te geven. Dit jaar is de Uitgangspuntennota alleen ter kennisname aan de raad gestuurd. In de ontwerp gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat, net als in 2023, alleen de Programmabegroting voor een zienswijze naar de raad gaat. De Uitgangspuntennota wordt dan alleen ter kennisname toegezonden. Nadeel hiervan is dat de raad hierdoor een kans mist om al in een vroeg stadium input te geven op de kaders voor de GGD begroting. Tegelijkertijd is in de afgelopen jaren gebleken dat er veel overlap zat in de zienswijze op de Uitgangspuntennota en die op de Programmabegroting. En dat de
zienswijzen op de Uitgangspuntennota niet of nauwelijks tot een aanpassing in de concept Programmabegrotingen hebben geleid. Daarom hebben wij in de concept zienswijze voor de GR opgenomen dat een zienswijze op de Uitgangspuntennota voor de raad niet noodzakelijk is. Maar dat in het geval andere gemeenten hier veel belang aan hechten, de raad er ook niet op tegen is. 2.e. De raad heeft al andere mogelijkheden om invloed uit te oefenen en we willen het informatie- en besluitvormingsproces van de GGD niet nog uitvoeriger maken dan het al is. In de ontwerp GR staan al waarborgen voor het informeren van de raad en voor het geven van een zienswijze door de raad. Daarnaast is er ruimte voor meer verdieping op de GGD door bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten of presentaties van de GGD of door de GGD uit te nodigen in het Forum. Een regionale adviescommissie met raadsleden lijkt daar relatief weinig aan toe te voegen, vooral omdat deze regionale adviescommissie van raadsleden ook geen besluitvormende bevoegdheden heeft. De GGD kent al een zeer uitgebreid circuit om gemeenten te informeren ter voorbereiding op besluitvorming. Het gaat altijd om 22 gemeenten. De besluitvorming is in het algemeen bestuur (waar alle gemeenten vertegenwoordigd worden door de portefeuillehouder publieke gezondheid) en het dagelijks bestuur (met een afvaardiging uit een paar gemeenten).
En dit wordt weer voorbereid door ambtelijk overleg met de beleidsadviseurs publieke gezondheid van alle gemeenten en ambtelijk overleg met de financieel adviseurs van alle gemeenten. Hier nog weer een nieuwe regionale adviescommissie aan toe voegen maakt het proces nog uitvoeriger en draagt niet bij aan de slagvaardigheid. Om deze reden hebben we in de zienswijze opgenomen dat een regionale adviescommissie met raadsleden voor de raad niet noodzakelijk is. Maar dat in het geval dat de meerderheid van andere gemeenten hier veel belang aan hecht, de raad van Zutphen daar echter ook niet op tegen is. Kanttekeningen 1. In een gemeenschappelijke regeling met 22 gemeenten heeft de zienswijze van één gemeente vaak maar een beperkt effect. Omdat het bij de GGD om een grote gemeenschappelijke regeling gaat, met 22 gemeenten, is de individuele invloed van één gemeente over het algemeen beperkt. Toch is het wel belangrijk om de zienswijze te geven. Als het bestuur van de GGD de punten inhoudelijk goed vindt, of als blijkt dat een meerderheid van gemeenten dezelfde punten inbrengt, dan leidt het wel tot aanpassingen. Financiën Het indienen van zienswijzen op zich heeft geen financiële consequenties. Maar als de Programmabegroting 2024 van de GGD in september 2023 door een meerderheid van het AB-GGD conform wordt vastgesteld, dan zijn er wel financiële consequenties.
De gemeentelijke inwonerbijdrage aan de GGD voor 2024 bedraagt dan €1.1019.194. Daarvan is € 995.816 structureel en € 23.378 incidenteel (incidenteel betreft GGD NOG Robuust, op basis van een besluit uit voorgaande jaren). In de gemeentelijke meerjarenbegroting is voor 2024 (inclusief indexering van 3,2%) € 969.400 geraamd. Dit betekent dat er € 49.800 extra nodig is. Dit bedrag wordt meegenomen bij de Voorjaarsnota. Communicatie Geen actieve externe communicatie. Wel communicatie naar de GGD; zie hiervoor onder ‘uitvoering’. Uitvoering Na besluitvorming van de raad over de zienswijzen, zullen wij de zienswijzen namens de raad aan de GGD sturen. De deadlines voor indienen van de zienswijze zijn 4 juli 2023 voor de programmabegroting en 1 augustus 2023 voor de gemeenschappelijke regeling.
Voor de programmabegroting zal het DB van de GGD, voordat de Programmabegroting 2024 wordt vastgesteld, de gemeenteraad informeren wat er met de zienswijze wordt gedaan. Voor de gemeenschappelijke regeling worden de stappen gevolgd zoals in de inleiding van dit raadsvoorstel benoemd. Dit betekent dat de (mogelijk naar aanleiding van de zienswijzen aangepaste) gemeenschappelijke regeling nogmaals naar de gemeenteraad komt. Dat is dan voor toestemming tot goedkeuring. Naar verwachting is dat in het vierde kwartaal van 2023 of het eerste kwartaal van 2024. Evaluatie Tussentijdse evaluaties over de voortgang en inhoud van de taken van de GGD zijn er gedurende het jaar in het AB en deels ook bij de jaarstukken. Als de gemeenschappelijke regeling in de toekomst wordt vastgesteld conform het ontwerp dat nu voorligt, zal er ook elke 4 jaar een formele evaluatie komen op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.
Bijlage(n) raad 558358 bijlage 1 zienswijze Programmabegroting GGD 2024 558358 bijlage 2 zienswijze ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD 558358 bijlage 3 concept Programmabegroting 2024 GGD NOG 558358 bijlage 4 overzicht inwonerbijdrage GGD 2024 per gemeente per wijziging 558358 bijlage 5 brief aan raden aanbieden Programmabegroting 2024 558358 bijlage 6 brief aan colleges over wijziging GR GGD NOG 558358 bijlage 7 overzicht stappen wijziging gemeenschappelijke regeling 558358 bijlage 8 toelichting wijziging GR GGD NOG 558358 bijlage 9 ontwerp wijziging GR GGD NOG 558358 bijlage X jaarrekening 2022 GGD NOG Stukken die ter inzage liggen n.v.t.
BESLUIT
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met nummer 558358; n.v.t. b e s l u i t: 1. In te stemmen met de concept Programmabegroting 2024 van de GGD Noord- en OostGelderland, waarbij in de te geven zienswijze: a. Aandacht wordt gevraagd voor de wens om in de basisdienstverlening meer in te zetten op uitvoering van gezondheidsbevordering en voorlichtingscampagnes in plaats van op (bovenwettelijk) onderzoek en advies; b. Aandacht wordt gevraagd voor het beheersen van de kosten voor de komende jaren. 2. Het college te verzoeken om namens de raad een zienswijze in te dienen bij de GGD NOG over de ontwerp Gemeenschappelijke regeling GGD NOG waarin: a. Ingestemd wordt met de bijgaande ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD NOG; b. In het kader van de participatie van inwoners en belanghebbenden, bij de klanttevredenheidsonderzoeken aandacht wordt gevraagd voor aanvullende mondelinge interviews of panelgesprekken, voor meer diepgaande kwalitatieve informatie en om ook feedback te kunnen krijgen van inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn; c. Bij de evaluatie van de GR GGD NOG wordt benoemd dat de input van de ervaren AB-leden in de evaluatie wordt verwerkt en de evaluatie in de nieuwe bestuursperiode wordt afgerond, zodat de evaluatie en nieuwe Bestuursagenda tegelijkertijd naar de raad kunnen voor een zienswijze; d.
Aangegeven wordt dat de raad bij de begrotingscyclus het geven van een zienswijze over de uitgangspuntennota niet noodzakelijk acht, maar dat, als de andere gemeenteraden hier veel belang aan hechten, de raad van Zutphen hier ook niet op tegen is; e. Aangegeven wordt dat de raad de instelling van een regionale adviescommissie met raadsleden niet noodzakelijk acht, maar dat, als de meerderheid van de andere gemeenteraden hier veel belang aan hecht, de raad van Zutphen hier ook niet op tegen is. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,