524738 - Bijlage 45 - B16 Vierakker
Tekst van het document
Vierakker Het gebied Vierakker maakt onderdeel uit van het kampenlandschap. Van oudsher bestaat dit landschap uit een afwisseling van kleine landbouwpercelen, ontstaan op de hoger gelegen gebieden. Door langdurige toepassing van stalmest met heideplaggen zijn bollingen in het landschap ontstaan met donkerbruine aarde, de zogenaamde enkeerdgronden. In het gebied is de bodemopbouw wisselend. Zowel de enkeerdgronden, minder vruchtbare vlakkere zandgronden, alsmede kleiafzettingen van de IJssel komen er voor. De typische verkaveling van het kampenlandschap is na de jaren ’60 van de vorige eeuw verdwenen. Nu is er sprake van een vrij open gebied met verspreid gelegen voormalige boerenerven, die voor bewoning of andere bedrijfsactiviteiten dan agrarisch in gebruik zijn.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
99 ha
Bodem:
Kalkloze zandgronden, Dikke eerdgronden, Rivierkleigronden, Podzolgronden
Water:
1.2 m -mv
Type landschap:
Agrarisch zone, Groene stadszone
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 83) (58 waargenomen soorten) Vogels Gele kwikstaart, Graspieper, Grote lijster, Huismus, Huiszwaluw, Kneu, Patrijs, Ringmus, Steenuil, Tapuit, Torenvalk
Amfibieën en reptielen Gewone pad
(1 waargenomen soorten)
Dagvlinders Icarusblauwtje Koevinkje
(2 waargenomen soorten)
(5 waargenomen soorten) Insecten Greppelsprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Ratelaar Struiksprinkhaan Zuidelijk spitskopje
Vleermuizen
(0 waargenomen soorten)
Zoogdieren Egel Haas Huiskat Konijn
(4 waargenomen soorten)
Vaatplanten Rapunzelklokje Cipreswolfsmelk Gewone salomonszegel Jakobskruiskruid Veldrus Libellen
(13 waargenomen soorten)
Vissen
(0 waargenomen soorten)
(0 waargenomen soorten)
Nachtvlinders
(0 waargenomen soorten)
(Korst)mossen
(0 waargenomen soorten)
Overige
(0 waargenomen soorten)
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied wordt grotendeels gevormd door de particuliere erven in het gebied. Deze hebben meestal geen agrarische functie meer en zijn in gebruik als tuin, soms ingericht met kleine boomgaarden. Ook de erven die nog wel een agrarische functie hebben kennen kwaliteiten voor soorten. + In de winter gebruiken ganzen en andere vogels de akkers om te rusten. -
In het agrarische gebied overheerst mais het landschap. Ecologisch gezien hebben deze maisvelden ten opzichte van ander grondgebruik weinig waarde. Oogstresten zijn door moderne oogstmachines steeds minder aanwezig als voedsel voor overwinterende vogels.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
De erven vormen in de huidige vorm kleine eilandjes binnen een vrij grootschalig intensief landbouwgebied. -
Erven verbinden met lijnvormige landschapselementen zoals knotwilgen, meidoorn/sleedoornhagen; Aanleg visvrije poelen of tuinvijvers; Voorlichting bij bewoners over verbetering biodiversiteit in tuinen/erven; Voorlichting combineren met beschikbaar stellen plantgoed of nestkasten; Stimuleren initiatieven ten aanzien van landschapsherstel; Minder intensief maaien in boomgaardjes.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied B16