CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

524738 - Bijlage 43 - B14 Broeklanden

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente ZutphenBij agendapunt: Biodiversiteitsplan Zutphen 2023728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Broeklanden De Broeklanden is een vlak en laaggelegen, van oorsprong vochtig, gebied. De ontginning heeft pas plaats gevonden nadat er goede mogelijkheden voor ontwatering waren. De Leestense Laak is met dit doel gegraven. Het gebied is lang ongeschikt gebleven voor landbouw en tot aan het begin van de vorige eeuw was het gebied nog grotendeels bebost. Vooral na de jaren vijftig hebben de bossen plaats gemaakt voor agrarische percelen. Door de late ontginning is het landschap veel meer open en zijn de percelen grootschaliger dan bijvoorbeeld in het noordelijk gelegen kampenlandschap. De structuur van de verkaveling komt tot uiting in de eiken lanen, zoals langs de Dennendijk en de Blekdijk.

Gebiedskenmerken Oppervlakte:

158 ha

Bodem:

Kalkloze zandgronden, Dikke eerdgronden, Rivierkleigronden, Podzolgronden

Water:

0.8 m -mv

Type landschap:

Agrarisch zone

Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 193) (94 waargenomen soorten) Vogels Boerenzwaluw, Boomvalk, Gele kwikstaart, Graspieper, Grauwe vliegenvanger, Grote lijster, Huismus, Huiszwaluw, Kneu, Kramsvogel, Matkop, Patrijs, Ringmus, Spotvogel, Steenuil, Tapuit, Torenvalk, Visdief, Watersnip (2 waargenomen soorten) Amfibieën en reptielen Gewone pad Groene kikker

(15 waargenomen soorten) Dagvlinders Citroenvlinder Groot koolwitje Klein koolwitje Koevinkje Zwartsprietdikkopje (10 waargenomen soorten) Insecten Greppelsprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Krasser Ratelaar Wekkertje

Vleermuizen

(0 waargenomen soorten)

Zoogdieren Bunzing Das Haas Konijn Ree Vissen Bittervoorn Riviergrondel Snoek Zonnebaars

(9 waargenomen soorten)

Vaatplanten Korenbloem Rapunzelklokje Bosanemoon Gewone salomonszegel Veldrus Libellen Beekoeverlibel Bruine glazenmaker Kleine roodoogjuffer Vuurlibel Weidebeekjuffer (Korst)mossen

(42 waargenomen soorten)

(13 waargenomen soorten)

Nachtvlinders Bruine daguil Lieveling Sint-Jansvlinder Wilgenhoutrups

(4 waargenomen soorten)

(0 waargenomen soorten)

Overige

(0 waargenomen soorten)

(4 waargenomen soorten)

*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.

Natuurkwaliteit en bedreigingen + De meeste soorten in het gebied zijn gezien in de berm langs de N314 en langs de laken en andere watergangen. Ook de bosschages zijn voor veel soorten leefgebied. + De bermen langs de N314 leveren groeiplaatsen voor veel planten en leefgebied voor insecten. -

De agrarische percelen zijn relatief soortenarm. Potentiele bedreiging is verdroging. Exoten als de zonnebaars zorgen voor veel predatie in poelen, waar vooral amfibieën onder te lijden hebben. Voor veel soorten is de N314 een gevaarlijk obstakel.

Ontwikkelmogelijkheden ▪

Om meer biodiversiteit in het agrarische landschap terug te krijgen zijn tal van mogelijkheden. Hiervoor moeten we vooral het leefgebied van insecten verbeteren. Veel van de verdwenen vogelsoorten, waaronder de patrijs, vinden voor hun jongen te weinig insecten. Maar ook dekking ontbreekt. Predatie krijgt zo vrij spel. De invloed van predatie op de populatie weidevogels is een probleem dat alleen opgelost kan worden door het verbeteren van de biodiversiteit in het hele agrarische gebied en niet enkel in kleine natuurgebiedjes. -

▪

Aanleg kruidenrijk grasland; Aangepast maaibeheer op de graslanden (wildredders toepassen, maaien vanuit het midden, minder brede maaibalken gebruiken); Toevoegen kleine landschapselementen; Extensiveren maaibeheer langs watergangen; Aanleg helofytenfilters bij afvoer naar watergangen.

Ook de agrarische erven zijn een belangrijke drager van biodiversiteit. Het zijn vooral broedlocaties of rustplaatsen voor veel soorten. Moderne schuren

Project 10853.001 factsheet van deelgebied B14

en stallen zijn steeds minder geschikt voor broedvogels. Ook strengere hygiëne eisen maken het voor de boer steeds moeilijker zwaluwen een onderkomen te geven. Toch zijn er tal van mogelijkheden om de nestgelegenheid kunstmatig terug te brengen. ▪

Aanbrengen van plankjes aan de buitenzijde van stallen als houvast voor nesten van boerenzwaluw; Nestkommen voor boerenzwaluw en huiszwaluw plaatsen; Nestkasten voor kerkuil en steenuil aanbrengen; Stimuleren aanleg meer erfbeplanting, natuurlijke afscheidingen zoals houtwallen toepassen.

Een aantal wegen in het gebied hebben eiken laanbeplanting (N319 en delen van de Dennendijk). Bij bestrijding van de eikenprocessierups maakt de gemeente veelvuldig gebruik van de inzet van de kracht van biodiversiteit. Hiermee investeert de gemeente in de ontwikkeling van natuurlijk vijanden die de overlast moet gaan inperken. De gemeente zaait o.a speciale mengsels en een mengsel van bloembollen. Dit trekt natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups aan, zoals de koolmees, gaasvlieg en sluipwespen. In het buitengebied vindt vanwege de natuurlijk aanwezigheid van vijanden in principe geen actieve bestrijding plaats. Als inwoner van het buitengebied kunt hieraan een bijdrage leveren door; -

Inheemse bes-dragende struiken op het erf te planten; Overhoekjes inzaaien met kruidenrijke mengsels; Geen kruidenrijke vegetaties in de bloeiperiode te maaien; Hang een vogelnestkastje of vleermuiskast op of plaats een insectenhotel; Gebruik geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; Maak geen gebruik van plak strips, deze kunnen leiden tot de dood van veel andere soorten, tot vleermuizen aan toe.

Project 10853.001 factsheet van deelgebied B14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=5943c038-0926-421d-874a-7feef7fbdc18