524738 - Bijlage 42 - B13 Leestensche broek
Tekst van het document
Leestensche Broek De term “Broek” geeft aan dat het een van oorsprong laaggelegen en vochtig gebied is. Door de slechte ontwatering is het Leestensche Broek pas laat ontgonnen. Hierdoor is de verkaveling wat rechtlijniger dan het aangrenzende kampenlandschap. De Leestensche Laak is gegraven voor de ontwatering van het gebied. Het deelgebied betreft het westelijke deel van Leestensche Broek, dat voor een groot deel uit bos met omliggende graslandpercelen bestaat. Verspreid liggen enkele boerderijen. Aan het landschap is de afgelopen 150 jaar relatief weinig veranderd.
Gebiedskenmerken Oppervlakte:
111 ha
Bodem:
Podzolgronden, Kalkloze zandgronden
Water:
0.6 m -mv
Type landschap:
Natuurzone
Karakteristieke soorten (totaal aantal waargenomen soorten NDFF: 303) (82 waargenomen soorten) Vogels Boerenzwaluw, Boomvalk, Grauwe vliegenvanger, Grote lijster, Huismus, Keep, Koekoek, Kramsvogel, Matkop, Pijlstaart, Ringmus, Steenuil, Torenvalk, Wielewaal, Wulp, Zwarte mees, Bosuil, Havik, Groene specht, Zwarte specht (3 waargenomen soorten) Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Groene kikker
(19 waargenomen soorten) Dagvlinders Kleine ijsvogelvlinder Boomblauwtje Eikenpage Koevinkje Oranjetipje (11 waargenomen soorten) Insecten Bruine sprinkhaan Gewoon doorntje Greppelsprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Krasser
Vleermuizen
(0 waargenomen soorten)
Vaatplanten Bergbeemdgras Dubbelloof Tweestijlige meidoorn Boskortsteel Dalkruid Libellen Azuurwaterjuffer Beekoeverlibel Blauwe glazenmaker Metaalglanslibel Weidebeekjuffer (Korst)mossen
(97 waargenomen soorten)
(21 waargenomen soorten)
(0 waargenomen soorten)
Zoogdieren Das Eekhoorn Haas Mol Ree Vissen Riviergrondel
(6 waargenomen soorten)
(1 waargenomen soort)
(5 waargenomen soorten) Nachtvlinders Blinkend langsprietje Gestippelde oogspanner Gestreepte goudspanner Kolibrievlinder Lieveling (58 waargenomen soorten) Overige Donsvoetbundelzwam Bundelcollybia Gewone oesterzwam Paarse eikenschorszwam Roestkleurige borstelzwam
*in ieder geval de rode lijstsoorten worden genoemd, alsmede enkele typische soorten.
Natuurkwaliteit en bedreigingen + De natuurkwaliteit in het gebied is de vochtigheid van het gebied, in bijzonder in het beboste deel. Hierdoor zijn er hele specifieke soorten aan te treffen. De afwisseling van open en gesloten landschap, de broedmogelijkheden op boerenerven en de aanwezigheid van de Leestense Laak maken dat er een grote variatie in soorten is. + Door het bos loopt een breed kruidenrijk pad, tophabitat voor vlinders. + In het bos is veel staand dood hout aanwezig. + Het gebied maakt onderdeel uit van de GNN/GO en kent daarmee een planologische bescherming vanuit de provinciale omgevingsverordening. -
Verdroging is een potentiele bedreiging. Met het moderniseren van de stallen verdwijnen vaak nestgelegenheden voor soorten als kerkuil of steenuil.
Ontwikkelmogelijkheden ▪
Een bijzondere soort in het gebied, de kleine ijsvogelvlinder, is behalve door verdroging ook achteruitgegaan door bosbeheer. Grote aaneengesloten kapvlaktes geven niet de half beschaduwde bosranden waar deze vlinder (en veel andere soorten) van houdt. -
▪
Zachtere bosranden creëren (mantel-zoom); Langs de bosranden kruidenrijk grasland ontwikkelen; Padenstructuur in bos beperken, rustgebieden voor wild in stand houden; Dood hout in bos en bosranden, ook staand dood hout toelaten; Aanleg kale bodems, warme plekken voor bijen.
Het gebied kent al een aantal poelen. Uitbreiding van het aantal is naar verwachting niet nodig, onderhoud van de bestaande poelen is wel van belang.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied B13
▪
Visvrij houden van de poelen; Voorkom dichtgroeien; Opslag rond de poelen regelmatig verwijderen; Aanleg landhabitat (dichte struiken zoal braam, dood hout) voor amfibieën rond de poelen.
Ook de agrarische erven zijn een belangrijke drager van biodiversiteit. Het zijn vooral broedlocaties of rustplaatsen voor veel soorten. Moderne schuren en stallen zijn steeds minder geschikt voor broedvogels. Ook strengere hygiëne eisen maken het voor de boer steeds moeilijker vogels een onderkomen te geven. Toch zijn er tal van mogelijkheden om de nestgelegenheid kunstmatig terug te brengen. -
Aanbrengen van plankjes aan de buitenzijde van stallen als houvast voor nesten van boerenzwaluw; Nestkommen voor boerenzwaluw en huiszwaluw plaatsen; Nestkasten voor kerkuil en steenuil aanbrengen; Stimuleren aanleg meer erfbeplanting, natuurlijke afscheidingen zoals houtwallen toepassen.
Project 10853.001 factsheet van deelgebied B13